CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb zonnepark berkenhofweg ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 9 juni 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen ‘Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo’16.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo vastgesteld

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk1

6

Algemene gegevens bestemmingsplan

Hoofdstuk2 Inleiding 2.1 Aanleiding en doel 2.2 Ligging en begrenzing 2.3 Geldend bestemmingsplan 2.4 Leeswijzer

7 7 8 8 10

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Bestaande situatie 3.2 Gewenste situatie 3.3 Landschappelijke inpassing

11 11 16 21

Hoofdstuk4 Beleid 4.1 Internationaal niveau 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Regionaal beleid 4.5 Gemeentelijk beleid 4.6 Algehele conclusie beleid

23 23 25 27 29 31 32

Hoofdstuk5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Milieu 5.3 Water 5.4 Ecologie 5.5 Verkeer en parkeren 5.6 Cultuurhistorie en archeologie 5.7 Schittering 5.8 Electromagnetische straling 5.9 Algemene conclusie

33 33 33 38 41 43 43 45 46 46

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

47 47 47

(vastgesteld)

3

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

4

(vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

5

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Hoofdstuk 1

Algemene gegevens bestemmingsplan

Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo omgevingsvergunning juni 2021 Inlichtingen: Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Beheer Telefoonnummer 0544-393535

6

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Hoofdstuk 2 2.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De Nederlandse overheid heeft een grote ambitie op het gebied van duurzaamheid. In het Energieakkoord is afgesproken dat het aandeel hernieuwbare energieopwekking in 2020 14% moet zijn, en in 2023 16%. De provincie Gelderland heeft uitgesproken in 2050 een energieneutraal Gelderland te willen bereiken. Ook de gemeente Oost Gelre is ambitieus en heeft zich ten doel gesteld om energieneutraal te zijn in 2030. De Achterhoek kiest nadrukkelijk voor een bijdrage aan duurzame energieproductie. De acht Achterhoekse gemeenten hebben een gezamenlijke ambitie: 'energieneutraal in 2030'. Energieneutraal' betekent dat er net zo veel duurzame energie wordt opgewekt als er wordt verbruikt. Dit is neergelegd in 'Het akkoord van Groenlo'. De gemeente Oost Gelre maakt onderdeel uit van de Achterhoek en 'Het akkoord van Groenlo'. Het plangebied ligt in een geschikt gebied voor grote zonnevelden volgens de provincie Gelderland. Zonnepark De Zomereiken B.V. uit Doetinchem (Sunvest Ontwikkeling B.V. uit Utrecht in samenwerking met AGEM Ontwikkeling B.V. uit Doetinchem) heeft het initiatief genomen om een grondgebonden zonnepark te realiseren op een perceel grond gelegen aan de Berkenhofweg te Groenlo, waarbij het perceel kadastraal bekend is als gemeente Groenlo, sectie F, nummer 393 (ged.).

De locatie is gelegen in de hoek tussen de Vredenseweg en de Berkenhofweg tegenover het agrarisch bedrijf van de eigenaar van de gronden voor deze ontwikkeling. Het plangebied is ongeveer 15 ha groot. Hiervan wordt circa 10,9 ha ingevuld met zonnepanelen, landschappelijke inpassing en visualisatie van het Rijksmonument. Het zonnepark wordt gerealiseerd voor een termijn van maximaal 25 jaar, op gronden met de huidige enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. De capaciteit van het zonnepark bedraagt ongeveer 13 MWp. Na afloop van de termijn van 25 jaar wordt het zonnepark volledig ontmanteld. Voor het voorliggende plan is een inrichtingsplan opgesteld welke is opgenomen in de bijlagen van de toelichting van dit bestemmingsplan. Aangezien de ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, moet een bestemmingsplanherziening plaatsvinden of een afwijking van het bestemmingsplan worden verleend door middel van een omgevingsvergunning Wabo. Door het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning Wabo hebben initiatiefnemers aangegeven de procedure om omgevingsvergunning Wabo (projectafwijking) te willen doorlopen. Op de te ontwikkelen gronden is een circumvallatielinie uit de 17e eeuw gelegen.

De linie is een archeologisch rijksmonument en hiervoor is een beschermingszone vastgesteld waarbinnen geen voor het bodem archief verstorende ingrepen mogen plaatsvinden. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is een archeologische monumentenvergunning noodzakelijk waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het bevoegd gezag is. Initiatiefnemer heeft een omgevingsvergunning Wabo aangevraagd voor de gewenste ontwikkeling binnen de aangegeven beschermingszone. Deze aanvraag ligt voor bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

7

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

2.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre ten noord-oosten van de kern Groenlo en ten oosten van de provinciale weg N18. De directe omgeving van het plangebied is te omschrijven als 'gemengd gebied' met agrarische bedrijven en woonpercelen met daarnaast een enkel bosperceel. Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van het agrarisch bedrijf van de eigenaar van de te ontwikkelen gronden, gescheiden door de zandweg Vredenseweg. In het verlengde van het plangebied is aan de noordzijde een klootschietbaan gelegen. Ten noorden van het plangebied ligt de gemeentegrens met de gemeente Berkelland. Rondom het plangebied liggen erven en woningen. Een deel van deze woningen kijken richting het plangebied. Het perceel voor het zonnepark is kadastraal bekend gemeente Groenlo, sectie F, nummer 393 (ged.). Navolgende afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving en de directe omgeving.

Omgeving locatie zonnepark Zomereiken

2.3

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 18 december 2012. Daarnaast zijn een tweetal Reparatieplannen vastgesteld zijnde 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' vastgesteld op 15 juli 2014 en het 'Buitengebied, Reparatieplan 2016' vastgesteld op 4 april 2017. Het plangebied is bestemd als 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en heeft de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachtingswaarde 2'. Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 3' (de circumvallatielinie). Binnen de Regels van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' is geen ruimte voor realisatie van een zonnepark. Door middel van een procedure om herziening van het bestemmingsplan of afwijking van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning Wabo (projectafwijking) wordt de realisatie van het zonnepark in de huidige bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' mogelijk gemaakt. Door het indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning heeft verzoeker aangegeven de procedure om omgevingsvergunning Wabo te willen doorlopen. Hierbij zal de huidige agrarische bestemming niet wijzigen, alleen het gebruik hiervan.

8

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Uitsnede uit bestemmingsplan met locatie voor zonnepark in cirkel aangegeven

2.3.1

Behoud landschappelijke en natuurwaarden

In het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' is aangegeven dat de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' mede zijn bestemd voor het 'behoud van landschappelijke en natuurwaarden'. In het geldend bestemmingsplan is aangegeven wat hieronder wordt verstaan. Onder het doel 'behoud van landschappelijke en natuurwaarden': 1. is de instandhouding begrepen van de landschappelijke - en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstyperingen: a. landbouwgronden met cultuurhistorisch bepaalde kleinschalige akkercomplexen, waaronder begrepen de Vragender es en Lievelder es, het natte en oude heide- en broekontginningenlandschap rond het Vragender Veld, Lievelder Veld en het Zwolsche Veld en het kampenlandschap rond Zwolle en rond Harreveld; b. landbouwgronden met een oorspronkelijke kavelstructuur (strokenverkaveling), ontsloten via kronkelende wegen en gescheiden van andere kavels door middel van wallen of singels met opgaande eiken en hakhout van berk, els en eik en rijbeplanting in los plantverband van zomereik, soms beuk, berk of andere soorten als wilg of populier; c. landbouwgronden grenzend aan waterafhankelijke natuurgebieden, waarbij het agrarisch gebruik van de gronden niet mag leiden tot veranderingen in de grondwatersituatie, oppervlaktewaterpeilen en waterkwaliteit; d.

(kleinschalige) hoogteverschillen, zoals steilranden (oude essen) en het terras en terrasrand Aalten–Eibergen; e. de grotere open ruimtes, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid'; f. kleinschalige besloten ruimtes; g. rustige omstandigheden en onverharde wegen; h. beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg- en erfbeplanting; 2. zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen' alsmede bouwwerken ten behoeve van onderhoud en beheer en het behouden en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van het Nationaal Landschap Winterswijk mede begrepen.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

9

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

In hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 is het landschappelijk inpassingsplan omschreven. Het document landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 6 bijgevoegd. In dit landschappelijk inpassingsplan zijn de landschappelijke en natuurwaarden omschreven en hoe deze worden versterkt in het landschap. Het plangebied is niet gelegen in het Nationaal Landschap Winterswijk zodat hier geen rekening mee hoeft te worden gehouden.

2.4

Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 is de aanleiding en doel van deze omgevingsvergunning uiteengezet. In Hoofdstuk 3 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en omgevingsaspecten komen hier aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 5 gaat over de uitvoeringsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.

10

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.

3.1

Bestaande situatie

3.1.1

Historie

Geomorfologisch werd het landschap gevormd op oude terrasresten ontstaan buiten de ijstijden. Iets noordelijker ligt een dalvormige laagte die wel in een glaciale periode ontstaan is en later het dal van de Leerinkbeek geworden is. Tevens zijn er kleine stukken dekzand uit postglaciale tijd (permafrost). Bodemkundig zijn het Humuspodzolen, afgewisseld met dekzand en bouwlanddekken aan de randen van de toenmalige woeste gronden. De hoogteligging neemt af in Noordwestelijke richting, het is een aflopend terras tussen de dalen van de Leerinkbeek en de Groenlosche Slinge. Waterstaatkundig ligt het plangebied op een waterscheiding en watert het in het noorden af naar de Leerinkbeek/Huppelsche beek, en in het zuiden naar de Groenlosche Slinge. Het perceel maakt deel uit van een landschap dat in de eerste helft van de 19e eeuw een nog niet ontgonnen gedeelte van het Zwolsche veld was, een heidegebied met schapendriften en zandwegen. In de 17e eeuw lag hier de Grolse linie met een redoute binnen het plangebied en een fort (later schietbaan) bij het bosje ten westen van het plangebied. De aanwezigheid hiervan is in het bodemarchief teruggevonden. Aan het eind van de 19e eeuw zien we de eerste ontginningen van dit gebied in kaart gebracht. Velden zijn door een perceelgrens, vaak met beplanting soms alleen met een greppel, afgescheiden van de woeste grond.

De Berkenhofweg is aangelegd als ontsluiting. Het lijkt dat de (iets minder vochtige) gronden aan de Ruiterweg, Wolvenkamerweg en Berkenhof gelijktijdig in cultuur worden gebracht. Opvallend is de richting – zuidwest-noordoost – van de Berkenhofweg die gerelateerd lijkt aan de oudere wegstructuur van de Winterswijkseweg en de Boksveenweg. Op de kaart van 1950 zijn erven – o.m. Berkenhof – zichtbaar langs de Berkenhofweg en zijn de percelen in gebruik als weiland. De Berkenhofweg – nog een zandweg - is beplant met bomen. Beplantingen zijn dan ook nog ruimschoots als perceelsgrens aanwezig. Kleine stukjes bos zijn vermoedelijk geriefhoutbosjes bij de erven. Deze situatie is nog vrijwel onveranderd op de kaart van 1975, maar wel is te zien dat al veel perceelgrensbeplantingen zijn verdwenen. Op de kaart van 2000 zijn vrijwel alle perceelgrensbeplantingen verdwenen. Er zijn dan een groot aantal erven bijgekomen wat het gevolg is van een betere waterhuishouding en intensiever landbouwmethoden.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

11

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Afbeelding: kaart Grolse linie (Rijksmonument www.pdok.nl)

Afbeelding: topografische kaart uit 1900 (Bron: www.topotijdreis.nl)

12

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Afbeelding: topografische kaart uit 1950 (Bron: www.topotijdreis.nl)

Afbeelding: topografische kaart uit 1975 (Bron: www.topotijdreis.nl)

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

13

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Afbeelding: topografische kaart uit 2000 (Bron: www.topotijdreis.nl) 3.1.2

Grolse linie

De Grolse linie krijgt aandacht op steeds meer plekken rondom Groenlo, o.m. bij De Laarberg maar ook bij de Franse en Engelse schans. Er is voor de vormgeving hiervan een beeldkwaliteitsplan opgesteld met voorstellen voor meubilair en aankleding. Oogmerk voor een steeds verdere reconstructie is dat Groenlo zich voor haar ‘city branding’ identificeert met de circumvallatielinie en het beleg in 1627. De linie is een Rijksmonument en hiervoor is een beschermingszone vastgesteld waarbinnen geen voor het bodem archief verstorende ingrepen mogen plaatsvinden. Op meer en meer plaatsen wordt onderzoek gedaan naar het precieze verloop van de linie door geofysisch onderzoek en wordt gekeken of de reconstructie van de circumvallatielinie kan meeliften met nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Dit is tevens voor het plangebied het geval en uit de resultaten van het onderzoek is waarneembaar dat de linie het plangebied oversteekt met een dubbele linie en dat binnen het plangebied, tegen de klootschietbaan aan, een redoute heeft gelegen. Reconstructie hiervan is op basis van het verrichte onderzoek mogelijk. Niet eerder is een redoute in de linie opnieuw zichtbaar gemaakt. 3.1.3

Omgeving

Het plangebied ligt in het landelijk gebied, nabij Groenlo. Momenteel is het gebied nog steeds agrarisch – met vergrote erven maar nog met zandwegen. Aan de westzijde van de N18 is een groot bedrijventerrein De Laarberg ontwikkeld dat verder uitbreidt in westelijke richting. Het gebied ten oosten van de N18 zal agrarisch blijven maar heeft daarnaast ook ecologische en recreatieve potenties. Evenwijdig aan de Berkenhofweg is een klootschietbaan aangelegd. Het plangebied is afwisselend in gebruik als gras- en als bouwland (maïs). Er staan twee vrijstaande Zomereiken op het plangebied die overgebleven zijn van eerdere houtsingels op de perceelsgrenzen. Aangrenzend aan het plangebied zijn aan de noordzijde van de Berkenhofweg een drietal woningen gelegen. Aan de westzijde ligt het nog in werking zijnde agrarisch bedrijf van de eigenaar van de te

14

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo ontwikkelen gronden. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn ook een tweetal woonpercelen gelegen met een enkel agrarisch bedrijf. De omgeving is te omschrijven als 'gemengd gebied' met woonpercelen en agrarische bedrijven. Het plangebied is bereikbaar via de Berkenhofweg welke bij de aanwezige woningen overgaat van een asfaltweg naar zandweg. Het agrarisch bedrijf van initiatiefnemer is gelegen aan een aftakking van de doorgaande Vredenseweg voorzien van zand (zandweg). 3.1.4

Ondergrond

De ondergrond (bodem) van het plangebied bestaat uit een veldpodzolbodem (leemarm en zwak lemig fijn zand) met een grondwaterstand tussen de 30 en 140 centimeter onder maaiveld. 3.1.5

Hoogteligging

Het plangebied ligt tussen de 29,4 en 29,7 meter boven NAP. De omliggende wegen liggen iets hoger dan het plangebied. 3.1.6

Beplanting

Een zonneveld in het landelijk gebied is een nieuwe vorm van grondgebruik die bijdraagt aan de noodzakelijk energietransitie. Het gaat om grondgebruik met een duur van ca. 25 jaar. Zakelijk landschap was bij de transitie van woeste grond naar landbouwgebied ook karakteristiek. De openheid van het huidige landschap verdient waardering en verwijst naar de openheid in het verleden (veld). De twee bestaande Zomereiken zijn overgebleven van de vroegere houtsingels op de kavelgrenzen en verlenen ook kwaliteit aan het landschap. De aanwezigheid van de Grolse Linie is een belangrijke kans om zowel reconstructie ervan mogelijk te maken als wel om het zonnepark een recreatieve en educatieve betekenis te geven. Het is mogelijk het redoute wat hier gelegen heeft te ontwikkelen in overeenstemming met de in het beeldkwaliteitsplan geformuleerde wensen. Vanaf de Vredenseweg zal dit voor passerende fietsers en wandelaars toegankelijk gemaakt kunnen worden met een afstappunt en informatiepanelen. Door een groene rand om het perceel aan te leggen als struweelsingel die afwisselend tussen 3 en 6m breed is en tussen 1,5 en 3m hoogte wordt gehouden (met op plekken doorgroeiende bomen) draagt het park bij aan de ruimtelijke en landschappelijke beleving vanuit de omgeving. Deze groene rand sluit ook aan bij het gebruik van het naastgelegen perceel als klootschietbaan.

De aanleg van groen struweel is bovendien een herstel van in het verleden veel aanwezige kavelgrensbeplanting en heeft grote ecologische waarde o.m. voor wild en vogels. Door natte natuur te ontwikkelen langs de oostzijde wordt de biodiversiteit op het plangebied vergroot. Door de vegetatie onder en rond de opstelling extensief te beheren neemt de variatie aan soorten en milieus nog verder toe. Het goed beheren van de beplanting is van betekenis voor de omwonenden, maar ook voor de duurzaamheid en de ecologische kwaliteit. 3.1.7

Watersysteem

Aan de zuid-oostzijde van het plangebied loopt een watergang. Deze watergang is voor een groot deel in beheer van het Waterschap Rijn en IJssel. In het landschappelijk inpassingsplan is aangegeven dat de oever van deze watergang, aan de zijde van het zonnepark, wordt ingericht met een natuurvriendelijke oever met een losse struweelhaag. Hierdoor komt het onderhoudspad voor deze watergang aan de zijde van het zonnepark te vervallen. Dit is voor het Waterschap geen wenselijke situatie. Het Waterschap geeft aan dat voor alle werkzaamheden op en rond een watergang, welke is aangegeven op een leggerkaart, binnen de kern- en beschermingszone een watervergunning nodig is. Hierin worden afspraken gemaakt over de herinrichting van deze watergang en hoe onderhoud hiervan dient plaats te vinden in de nieuwe gewenste situatie. Hiervoor dient initiatiefnemer een watervergunning bij het Waterschap aan te vragen.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

15

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

3.1.8

Ontsluiting

Het park wordt ontsloten vanaf de Vredenseweg aan de zuidzijde van het park en aan de westzijde van het park, naast de klootschietbaan, met voorzieningen om fietsen te parkeren en een infotafel met informatie over historie, landschap, ecologie en duurzaamheid, en vanwaar bezoekers naar het monument kunnen lopen.

3.2

Gewenste situatie

Binnen het plangebied komt een zonnepark inclusief landschappelijke inpassing met een netto oppervlak van ca. 10,9 ha en een totaal vermogen van ongeveer 13 MWp. Hiermee kunnen ca. 3.000 huishoudens van stroom worden voorzien en wordt de uitstoot van 4.500 kg CO2 per jaar vermeden. Het plan levert daarmee een bijdrage aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Oost Gelre. Om het zonnepark in te passen in het landschap is een landschapsplan opgesteld welke als bijlage is bijgevoegd. In paragraaf 3.3 zijn de belangrijkste aspecten van het plan omscheven. Een uitgebreide toelichting op het zonnepark is te raadplegen in het als bijlage bijgevoegd landschapsplan. In de directe nabijheid van het plangebied zijn enkele woonpercelen gelegen. Op wat grotere afstand bevinden zich enkele agrarische bedrijven alsmede woonpercelen. Er dient te worden beoordeeld wat de impact van het zonnepark op de directe omgeving zal zijn. Dit wordt in de hierna aangegeven hoofdstukken en paragrafen omschreven. 3.2.1

Initiatief voor een zonnepark

Het initiatief is genomen om een grondgebonden zonnepark op te richten op een perceel grond gelegen aan de Berkenhofweg te Groenlo en kadastraal bekend gemeente Groenlo, sectie F, nummer 393 (gedeeltelijk). Het plangebied is bruto circa 15 ha groot. Hiervan wordt netto circa 10,9 ha ingevuld met zonnepanelen, landschappelijke inpassing en visualiseren van het Rijksmonument. Het totaal vermogen van het zonnepark zal ongeveer 13 MWp zijn. Hiermee levert dit zonnepark een substantiële bijdrage aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Oost Gelre. Het realiseren van zonneparken is noodzakelijk om de genoemde overheidsdoelstellingen te behalen. Het alleen toestaan van zonnepanelen op daken is niet voldoende. Er zijn diverse redenen waarom veel daken niet geschikt zijn. Ook zijn er nog vele ogenschijnlijk geschikte daken die uiteindelijk toch niet geschikt blijken te zijn. Dit komt bijvoorbeeld door esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructietechnische bezwaren, te klein dakoppervlak en hinderlijke schaduw. Om het zonnepark in te passen in het landschap is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In paragraaf 3.3 is hiervan een korte toelichting gegeven. Een uitgebreide toelichting op het zonnepark is te raadplegen in de als bijlage 6 bijgevoegd landschappelijk inpassingsplan.

3.2.2

Nadere onderbouwing behoefte aan een zonnepark

De gemeente Oost Gelre wil in 2030 energieneutraal zijn. Dit betekent dat net zoveel energie wordt opgewekt als dat wordt verbruikt. De gemeenteraad heeft hiervoor de 'Uitvoeringsagenda Energietransitie' vastgesteld. Daarin staan concrete planen om de ambitie van 2030 te halen: Oost Gelre energieneutraal. Dit aan de hand van kleinschalige initiatieven, zoals woning isoleren, enerziezuinige apparaten gebruiken, led-verlichting, minder gas verbruiken, zonnepanelen plaatsen of een warmtepomp of grootschalige initiatieven zoals zonneparken of installaties voor biomassa. In december 2018 heeft de gemeenteraad het 'Beleid installaties opwekking hernieuwbare energie Oost Gelre' en 'Uitvoeringsprogramma voor grootschalige opwekking van hernieuwbare energie' vastgesteld. Aan de hand van voornoemd beleid en het daarbij behorend uitvoeringsprogramma wordt een grootschalig zonnepark ontwikkeld om aan de doelstellingen voor 2030 te kunnen voldoen.

16

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Opwekking elektriciteit Voor de gemeente Oost Gelre is de doelstelling voor 2030 voor de opwekking van elektriciteit in totaal 167 GWh. Er wordt meer opgewekt dan de doelstelling op basis van het besparingspercentage, omdat er een verschuiving plaats zal vinden van gas naar elektriciteit (t.w. 15 GWh). Op basis van de uitgangspunten van de regionale uitvoeringsagenda is de benodigde hoeveelheid elektriciteit als volgt onder te verdelen naar de verschillende type installaties. De hoeveelheid 'zon op daken' bij huishoudens is niet opgenomen in onderstaande tabel. Deze maken onderdeel uit van de energiebesparing op kleine schaal.

Alleen het bedekken van daken is onvoldoende om te voldoen aan de doelstelling om energieneutraal te zijn in 2030. De zonneparken hebben een groot aandeel aan deze genoemde doelstelling, zoals ook uit bovenstaande tabel blijkt. De aanleg van een zonnepark met een opbrengst van 12,34 MWp is dan ook nodig om voor een groot deel bij te dragen aan de doelstelling om in 2030 energieneutraal te zijn 3.2.3

De locatiekeuze

Een zonnepark met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Oost Gelre. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Over het algemeen is er reeds bebouwing (of zijn andere functies) aanwezig, of is de betreffende grond voorzien voor andere functies die niet kunnen wijken, of samen kunnen gaan, met de realisatie van een zonnepark. Het voorliggende plangebied is gelegen op een plek waarbij de realisatie financieel uitvoerbaar is en een zonnepark goed inpasbaar is (ruimtelijk en landschappelijk). Financieel is het essentieel dat het zonnepark binnen een relatief korte afstand wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit is hier het geval nu er een onderstation is gelegen op het bedrijventerrein De Laarberg. Ook is het bijvoorbeeld van belang dat er weinig tot geen schaduw is, zoals in het voorliggend plangebied. Daarnaast betreft het plangebied geen natuurgebied en is deze niet gelegen op een es. Op de gekozen locatie is het zonnepark ook goed te bereiken en kan het zicht voor omwonenden op de zonnepanelen goed worden voorkomen door landschappelijke maatregelen te nemen. 3.2.4

Technische gegevens zonnepark

Binnen het plangebied worden zuid georiënteerde zonnepanelen toegepast. De panelen krijgen een hoogte van maximaal 1,5 m en er wordt rekening gehouden met voldoende afstand tussen de panelen. Tussen de afzonderlijke panelen worden openingen van ca. 1 cm gelaten ten behoeve van het doorlaten van regenwater naar de er onder groeiende vegetatie. Hierdoor bestaat er genoeg licht- en hemelwatertoetreding naar de grond onder de panelen. Dit komt ten goede aan een rijk bodemleven en biedt de mogelijkheid voor kruidige vegetatie onder de zonnepanelen.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

17

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Weergave van de constructie

Inkoopstation en transformatoren Het onopvallend inpassen van het inkoopstation en de transformatoren heeft de voorkeur. Het inkoopstation en de transformatoren komen aan de rand van het zonnepark te liggen aan de zuid -oostzijde van het plangebied en worden geplaatst tussen de zonnepanelen en de groene inpassingsstrook. Om de stroom op het openbare net te kunnen koppelen is een inkoopstation nodig en compacte (lage) trafostations. De trafostations worden aan de rand van het zonnepark geplaatst en zijn maximaal 2,5 m hoog. Het inkoopstation wordt geplaatst op de positie waar de netbeheerder de netaansluiting levert, in onderhavig geval in het zuidelijkste punt van het plangebied. De aansluiting van de netbeheerder kan met het dichtstbijzijnde HS/MS (hoog- en middenspanning) station verbonden worden. Er worden kabels ingegraven tussen de trafostations. De kabels worden aangebracht op vorstvrije diepte van 1 m onder het maaiveld. Een inkoopstation is maximaal 3 m hoog. De installaties hebben een onopvallende donkere kleurstelling. Het benodigde aantal transformatoren is opgenomen in de technische overzichtstekening welke als bijlage is bijgevoegd.

18

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Figuur: referentiebeeld inkoopstation

Figuur: referentiebeeld trafostation

Beveiliging Het zonnepark zal binnen de beplanting worden omheind door een neutraal gekleurd staalraster met passende palen. De hoogte van het hekwerk wordt maximaal 2 meter. Hierdoor zal de omgeving het hekwerk zo min mogelijk ervaren. Aan de binnenzijde van deze rand van hekwerk en struweel loopt een grasbaan van 3,5m als onderhoudspad ten behoeve van de exploitatie.

Opruimplicht In de exploitatiebegroting van het zonnepark wordt een voorziening opgenomen ten behoeve van de kosten van ontmanteling van het zonnepark. Opgemerkt wordt dat de materialen waaruit de zonnepanelen en de onderconstructuie bestaan waardevol genoeg zijn om te recyclen. Naast de genoemde voorziening die getroffen wordt garandeert deze 'recyclewaarde' dat het zonnepark wordt opgeruimd. De opruimplicht geldt overigens niet voor de in het landschappelijk inpassingplan aangegeven te behouden landschapselementen en het gehele of een deel van de Grolse Linie.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

19

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

3.2.5

Inrichtingsplan zonnepark

Ten behoeve van een zorgvuldige inpassing is een inrichtingsplan opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. Het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd in de bijlage van de toelichting van dit bestemmingsplan. In dit inpassingsplan zijn ook dwarsdoorsnedes opgenomen. Een weergave van het inrichtingsplan is in onderstaande afbeelding opgenomen.

Afbeelding: inrichtingsplan zonnepark Zomereiken

3.2.6

Bouwfase

De bouw van het project is afhankelijk van de vergunningen. Het leggen van de panelen zal enkele maanden in beslag nemen. Daarnaast moet het zonnepark worden aangesloten op het net. Deze werkzaamheden kunnen in totaal 0,5 tot 1 jaar in beslag nemen.

3.2.7

Operationele fase

Zodra het zonnepark gerealiseerd is zal het beheerd gaan worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonnepark en diverse administratieve werkzaamheden. Het terrein wordt onderhouden door het maaien van de gronden. De looptijd van het zonnepark betreft 25 jaar. Aan het einde van de looptijd wordt de grond weer opgeleverd zoals hij in gebruik was met uitzondering van de aangelegde landschapselementen en de gehele of een deel van de reconstructie van de Grolse Linie. Het zonnepark wordt na een exploitatieperiode van 25 jaar volledig ontmanteld.

20

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

3.2.8

Financiering

De ontwikkeling van zonneparken doen de initiatiefnemers voor eigen rekening en risico. Daarbij wordt SDE+ subsidie aangevraagd die voor dit type projecten is bedoeld.

3.3

Landschappelijke inpassing

Het Landschapsplan is mede tot stand gekomen na overleg met het Gelders Genootschap en de landschappelijke adviseur van de gemeente Oost Gelre. Ook omwonenden hebben de gelegenheid gehad om mee te denken met het plan. Het landschappelijk inpassingsplan is hieronder kort toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar het in de bijlage 6 van deze onderbouwing opgenomen Landschappelijk inpassingsplan. Hierin zijn tevens doorsnee profielen en vogelvluchtperspectieven opgenomen van zowel het zonnepark als de te reconstrueren Grolse Linie.

Beeld Rondom het zonnepark wordt een hekwerk geplaatst van 2 m hoog. Dit hekwerk is passend in het landschap en faunapasseerbaar. Aan de buitenzijde van het hekwerk wordt een struweelhaag aangelegd bestaande uit streekeigen struikvormers met op een aantal plaatsen hoger opgaande houtsoorten met een breedte varierend van 3 tot 5m breed. Aan de zijde van de Berkenhofweg wordt deze struweel 5 tot 6m breed. De zonnepanelen krijgen een donkere kleur en er wordt één type paneel toegepast. De hoogte van de panelen is maximaal 1,50 m waarmee de panelen onder ooghoogte komen te liggen. In het park wordt een gedeelte van de Grolse Linie gereconstrueerd. De wallen worden tot de oorspronkelijke hoogte opgebracht. De grond hiervoor wordt door lichte afgraving van de toplaag van het hele veld verkregen De grachten worden niet uitgegraven, maar het redoute wordt door middel van grijs split visueel aangeduid. De wallen zullen nabij de perceelsgrens loodrecht worden beëindigd en met een cortenstalen plaat worden afgewerkt. Er wordt ook een cortenstalen trap geplaatst om op de verhoging binnen het redoute te komen, welke als uitzichtpunt dient. Bij de redoute komen twee vlaggenmasten met windvanen. De vanen zullen geluidsarm zijn. De toegang naar het monument wordt mogelijk gemaakt door een half verhard pad (grindleem) dat begint aan de Vredenseweg en eindigt bij het redoute.

Aan de Vredenseweg zal een afstappunt met een fiets-parkeerbalk en een informatietafel worden ingericht. Het monument zal van de naastliggende klootschietbaan worden afgescheiden door een laag raster met palen (1,2m hoogte).

Beheer ondergrond Bij de redoute blijven twee Zomereiken gehandhaafd met daarom heen een weide, deels binnen het hek van het zonnepark, deels – als ligweide – er buiten. De vegetatie onder en rond het zonnepark wordt door maaien en indien mogelijk door beweiding met schapen extensief onderhouden, zodanig dat er zich een biodiverse vegetatie kan ontwikkelen. In de groene randen van het park en rond het monument zal een bloemrijk graslandtype worden ontwikkeld ten behoeve van kleine zoogdieren, insecten en vogels (o.m. Vleermuizen, Steenuil en Huismus). Hier zal selectief worden gemaaid (buiten het bloei- en zaadseizoen) en zal maaisel worden afgevoerd. Ten behoeve van de toegankelijkheid van kleine dieren (bijv. Das) zal de onderkant van het staalraster 10cm boven de grond worden aangebracht. Langs de gehele watergang aan de zuidzijde zal de oever worden afgeflauwd om de gradiënt van nat naar droog te versterken zodat de diversiteit aan natte natuur hier toeneemt.

Beheer van struweel en haag

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

21

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Beplantingsmateriaal wordt aangeplant als bosplantsoen, maat 80-100. Het beheer van de beplanting is in de aanloopfase jaarlijks schoonhouden en licht snoeien en na 3 jaar terugzetten en dunnen met een cyclus van 3-5 jaar afhankelijk van de groeikracht. De beplanting zal het uitzicht over het landschap en het zicht vanaf het monument niet belemmeren. Bij het snoeien kunnen takken bij voldoende breedte op rillen in de beplanting verwerkt worden.

Ecologie De Landschappelijke inpassing rondom het zonnepark draagt bij aan de volgende toegevoegde waarden: - Het behouden van twee goed ontwikkelde Zomereiken als landschappelijk beeldbepalende bomen en schuilgelegenheid voor vogels en insecten. - Het aanbrengen van een struweelsingel rondom het park van 6m breedte, bestaande uit passende streekeigen soorten als Meidoorn, Wegedoorn, Sleedoorn, Kornoelje, Wilde roos etc. Ook deze struweelsingels zijn een refugium voor vogels (akkervogels), kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën. - Het inzaaien met een bloemrijk grasmengsel van het monument en de toegangsweg hier naar toe. Hier kan incidenteel een schaapskudde weiden. - Het verhogen van de variatie in vochtigheid door het ontwikkelen van een gradiëntrijke natuurvriendelijke oever langs een groot deel van de belangrijkste watergang (ca. 300m) op een oever gericht op het zuiden. Dit komt ten goede aan amfibieën en vissen en aan oever- en waterplanten. - Het voeren van een efficiënt extensief beheer, gericht op het benutten van de eigen natuurlijke processen en het beperken van ingrepen tot het nodige. Het gewenste eindbeeld is een landschappelijke struweelkamer vergelijkbaar met vroegere hakhoutbosjes maar lager door vaker onderhoud. Bij onderhoud zal ook gelet worden op het minimaal verstoren van broedperioden (vogels) en bloeitijden (grassen).

- Recreatie is extensief en aan de informatievoorziening over park en monument zal ook informatie worden toegevoegd over natuur en landschap.

Ontsluiting Het voorgenomen plan heeft geen grote gevolgen voor het verkeer en het parkeren. Ten behoeve van het beheer (en tijdens de aanleg- en ontmantelingsfase) moet het zonnepark bereikbaar zijn. Dit gebeurt via het bestaande wegennet. De bedrijfstoegang tot het park en het inkoopstation zullen aan de zuidpunt langs de Vredenseweg gesitueerd worden. Er worden geen parkeergelegenheden voor bezoekers gerealiseerd, omdat het zonnepark niet openbaar toegankelijk wordt. Aan de Vredenseweg zal een afstappunt met een fiets-parkeerbalk en een informatietafel worden ingericht ten behoeve van de gereconstrueerde Grolse Linie welke wel openbaar toegankelijk is. De beheerpaden binnen het park blijven graspaden.

22

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

Hoofdstuk 4

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

4.1

Internationaal niveau

4.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als 'Speciale Beschermingszone'. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de 'Speciale Beschermingszones', ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van 'Speciale Beschermingszones' worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als 'Speciale Beschermingszone' in het kader van de Vogelrichtlijn. 4.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als 'Speciale Beschermingszone' in het kader van de Habitatrichtlijn.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

23

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

4.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. De archeologische waarden zijn opgenomen als dubbelbestemming in het geldende bestemmingsplan. Hier zijn Regels aan gesteld ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. In hoofdstuk 5, paragraaf 5.6 wordt dit nader toegelicht. 4.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Een watertoets is beschreven in hoofdstuk 5 in paragraaf 5.3. Algemene conclusie De internationale regelgeving en/of de europese regelgeving is geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

24

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden en bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van de rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken.

Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft gesteld. Relevant voor het voorliggende plan is dat de vraag naar elektriciteit zal blijven groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie zal voldoende ruimte gereserveerd moeten worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (zoals zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze hebben relatief veel ruimte nodig. In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. Het onderhavige plan volgt daarmee de lijn van de SVIR en doet daarbij geen afbreuk aan de overige nationale belangen. 4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.

Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. De uitgangspunten van het Barro zijn bij het opstellen van deze omgevingsvergunning betrokken.

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

25

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

4.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe 'Laddersystematiek' geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.

Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Het aanleggen van een zonnepark op het voorziene perceel is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat soortgelijke projecten, die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonnepark geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer ak_zwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). In hoger beroep is dit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 23 januari 2019 bekrachtigt cq. bevestigd (zaaknummer 201804681/1/A1). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie.

Behoefte, omvang en locatie Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening. Deze behoefte staat o.a. aangegeven in de Omgevingsvisie van de Provincie Gelderland. Zowel de provincie als de gemeente willen zich profileren als duurzame overheidsinstanties. Binnen bestaand bebouwd gebied zijn geen locaties bechikbaar met een omvang van aaneensluitend circa 11 ha grond. Binnen de bebouwde kom is wel ruimte voor zonnepanelen op daken. De daken zijn veelal in particulier eigendom, waardoor de eventuele realisatie van zonnepanelen afhankelijk is van het initiatief van de eigenaar. De realisatie van zonnepanelen op daken is sterk afhankelijk van de wil van de particulier en draagt in beperkte mate bij aan de ambitieuze duurzaamheidsambitie. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om op het eigen dak zelf in eigen duurzame elektriciteitsopwekking te voorzien. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn en ook nog vele ogenschijnlijk geschikte daken toch niet geschikt blijken te zijn. Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructietechnisch bezwaren, te klein dakoppervlak, hinderlijk schaduw en netwerkaansluiting-beperkingen. Om voldoende zonne-energie op te kunnen wekken om te kunnen voldoen aan de ambities die zijn verwoord in overheidsbeleid, zijn daartoe ook zonneparken noodzakelijk.

Voor een economisch rendabel zonnepark dat substantieel bijdraagt aan de

26

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo duurzaamheidsopgave is een grote oppervlakte nodig die effectief gebruikt kan worden. Een zonnepark met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Oost Gelre. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. 4.2.4

Energieakkoord voor duurzame groei

In het Energieakkoord voor duurzame groei is de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Het akkoord biedt een langetermijnperspectief met afspraken voor de korte en middellange termijn. Een van de te realiseren doelen is een toename van hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt naar verwachting 13.000.000 KWh duurzame energie opgewekt. Dit staat ongeveer gelijk aan het verbruik van 3.000 gemiddelde huishoudens. Hiermee levert de voorgenomen ontwikkeling een forse bijdrage in de doelstelling van het Rijk om te komen tot een aandeel van 14% duurzaam opgewekte energie in 2020. 4.2.5

Rijk investeert in duurzame groei

De afgelopen jaren heeft de overheid diverse doelstellingen geformuleerd betreffende het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen worden initiatieven voor het opwekken van duurzame energie gestimuleerd en gesubsidieerd. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE+ subsidie worden aangevraagd. 4.2.6

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders en regelgeving. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Daarnaast draagt het plan bij aan het behalen van de vastgestelde doelstellingen in het Energieakkoord voor duurzame groei.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

Het Gelders Energie Akkoord (GEA) is een samenwerking tussen meer dan 200 organisaties en instellingen in de provincie Gelderland die tezamen de ambitie hebben om in 2050 energieneutraal te zijn. Het GEA stimuleert, versnelt en faciliteert de energietransitie. In het GEA is o.a. uitgesproken om het aantal zonneparken te laten groeien. Onder andere met dit akkoord streeft de provincie Gelderland er naar om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van het Nationaal energieakkoord in Gelderland (versneld) gerealiseerd wordt en zelfs voorbijgestreefd kan worden. In de vastgestelde Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (19 december 2018) is specifiek beleid opgenomen voor zonneparken. In de Omgevingsvisie heeft de provincie zones aangewezen waar: Grote zonneparken mogelijk zijn, Grote zonneparken mogelijk moet zijn, Grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk zijn. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een grondgebonden zonnepark. Dit is volgens het provinciale beleid mogelijk (zie onderstaande afbeelding) nu het plangebied is aangewezen als een gebied waarin grote zonneparken mogelijk zijn. Dit zijn gebieden waar de gebiedskwaliteiten geen obstakel vormen voor de ontwikkeling van grote zonneparken. Uit onderstande kaart is op te maken dat het plangebied niet ligt in aangewezen waardevolle landschappelijke gebieden en niet in beschermde natuurgebieden.

De gemeente heeft de uiteindelijke bevoegdheid om hier een groot zonnepark toe te

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

27

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo staan. Het zonnepark draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de algemene doelstellingen in de Omgevingsvisie Gelderland.

Afbeelding: Uitsnede kaart Omgevingsvisie Gaaf Gelderland met aangevinkt plangebied

Afbeelding: Uitsnede kaart Omgevingsvisie Gaaf Gelderland met aangevinkt plangebied met ondergrond

28

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo

4.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd, 19 december 2018 met vastgesteld actualisatieplan 6 van 19 december 2018 en ontwerp-actualisatieplan 7 van 22 september 2020) regelt dat wat nodig is voor de belangen uit de Omgevingsvisie. Het wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. Gemeenten en waterschappen krijgen zoveel mogelijk ruimte daar zelf nadere invulling aan te geven. In de Omgevingsverordening zijn geen specifieke regels opgenomen voor de realisatie van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, daar de provincie de uitvoering en besluitvorming bij de gemeenten heeft neergelegd. 4.3.3

Conclusie

Het zonnepark draagt bij aan het provinciale doel om duurzame energie op te wekken. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de algemene doelstellingen in de Omgevingsvisie en -verordening Gelderland.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

Structuurvisie Achterhoek 2020

De regio Achterhoek besteedt in haar Structuurvisie Achterhoek 2020 ook aandacht aan de energietransitie. De regio wil inzetten op een klimaat- en energiezuinige 'groene' Achterhoek met een uitgekiende hernieuwbare energiemix waarbij biomassa zeer kansrijk lijkt. Opwekking, transport en gebruik van energie moeten in de Achterhoek meer dan voorheen gericht zijn op duurzame bronnen, methoden en technieken. De Structuurvisie geeft aan dat energiekansen verder benoemd moeten worden. Er is ruimtelijk beleid nodig met concrete locaties, zoekgebieden en netwerken dat duurzame energie gaat stimuleren. Dit is onder andere uitgewerkt in de 'Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030'. 4.4.2

Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030

In oktober 2014 is door de Colleges van de acht Achterhoekse gemeenten besloten om de regionale 'Uitvoeringsagenda van de Regio Achterhoek' aan te vullen met een 'Uitvoeringsagenda Achterhoek Energieneutraal 2030'. Deze uitvoeringsagenda moet energiebesparende en duurzame energieopwekkende projecten omvatten waaruit resultaten voortvloeien. Deze agenda is noodzakelijk om de gezamenlijke ambitie, Achterhoek energieneutraal in 2030, te behalen. Uit die agenda moeten per (samenwerkende) gemeente(n) concrete projecten met bijbehorende financieringswijzen komen rollen. Juist deze agenda moet concreet bijdragen aan het behalen van de doelstelling op de lange termijn. Een 'Energieneutrale Achterhoek' betekent dat er binnen de grenzen van de Achterhoek net zo veel energie op duurzame wijze wordt opgewekt, als er wordt verbruikt in gebouwen en door bedrijven. Energiebesparing Om te beginnen moet er in 2030 (ten opzichte van 2012) 55% op het gasverbruik en 20% op het elektriciteitsverbruik worden bespaart. Het energieloket krijgt hierin, voor de uitvoerende werkzaamheden, een centrale rol. De gemeentelijke duurzaamheidscoördinatoren kunnen hun focus dan volledig op het beleid voor de energietransitie en het faciliteren van de opwekking leggen. Het energieloket zal zich wat de energiebesparing betreft met name richten op isolatie, warmtepompen en elektrische verwarming.

Als hulpmiddelen bieden de gemeenten de duurzaamheidslening en waar mogelijk subsidies. Opwekking duurzame energie Naast energiebesparing moet er een grote hoeveelheid duurzame energie opgewekt worden. Hiervoor

Ruimtelijke onderbouwing (vastgesteld)

29

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning zonnepark Berkenhofweg Groenlo zijn in de Achterhoek tot 2030 de volgende installaties nodig: 124 windmolens (naast de 14 bestaande) (circa 7 ha. grondoppervlak); 958 zonnestroominstallaties op bedrijfsdaken (circa 150 ha. dakoppervlak); 355 zonneparken (veldopstellingen, waarvan 300 Zon op Erf projecten, met een totaal grondoppervlak van 415 ha.); 69 biomassacentrales (naar schatting 20 ha. grondoppervlak) en 27 biovergistingsinstallaties (naast de 9 bestaande) (circa 25 ha. grondoppervlak). Voor het bereiken van een energieneutrale Achterhoek in 2030 is het volgende van belang: Focus op grootschalige projecten voor opwek, met name windparken en zonneparken; Intensieve samenwerking met andere beleidsvelden in gemeente: integrale visie; Vraag burgers en bedrijven om projecten, initiatieven en goede locaties; Bereid (in tweede instantie) geschikte locaties voor; 'Ja, mits' houding; Intensieve samenwerking gemeente, burgers, ontwikkelaars en Liander; Risicovolle voorfinanciering: inzet resolverende middelen, fonds; Bij pensioenfondsen en verzekeraars is veel geld beschikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10245403/1