CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb oude borculoseweg 5 toelichting

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Oude Borculoseweg 5 Groenlo18.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo ontwerp

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Geschiedenis planontwikkeling 1.5 Leeswijzer

6 6 6 8 9 12

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie 2.3 Verklaring van geen bedenkingen

13 13 16 17

Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

21 21 22 26 27

Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit en volksgezondheid 4.7 Natuurwaarden 4.8 Landschappelijke inpassing 4.9 Bedrijven en milieuzonering 4.10 Externe veiligheid 4.11 Geur 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Kabels en leidingen

31 31 32 34 35 37 38 40 43 43 44 46 48 49

Hoofdstuk5 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid 5.1 Haalbaarheid 5.2 Exploitatieplan 5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

50 50 50 50

(ontwerp)

3

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

4

(ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Toelichting

Toelichting (ontwerp)

5

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Op 29 maart 2019 is bij Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het perceel Oude Borculoseweg 5 te Groenlo. De afstemming tussen de Wabo aanvraag en de aanvraag Wet natuurbescherming heeft tot een aanpassing van de aanvraag omgevingsvergunning geleid. De aangepaste aanvraag Wabo is op 30 april 2020 ingediend. De Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) behandelt de aanvragen namens de provincie Gelderland. De aanvraag omvat de onderdelen bouw, milieu, strijdigheid met regels ruimtelijke ordening (planologie), handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden en uitrit aanleggen of veranderen. Voor het onderdeel planologie heeft de ODRN de gemeente Oost Gelre gevraagd een ruimtelijke onderbouwing met een 'Verklaring van geen bedenkingen' aan te leveren. Tezamen met de overige aangevraagde onderdelen wordt door Gedeputeerde Staten één omgevingsvergunning verleend. Op het perceel Oude Borculoseweg 5 te Groenlo bevindt zich een kalverhouderij oftewel een intensieve veehouderij. Daarnaast wordt mest verwerkt in een mestverwerkingsinstallatie, zowel eigen mest als mest van derden. Deze mestverwerkingsinstallatie wordt geoptimaliseerd en uitgebreid. Daarnaast wordt een deel van de al gerealiseerde installatie 'gelegaliseerd'. Tevens wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd.

De mestverwerkingsinstallatie valt onder de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) waarvoor provincie Gelderland het bevoegd gezag is. De ODRN verleent namens de provincie de omgevingsvergunningen aan provinciale inrichtingen. De besluiten worden dan ook inhoudelijk opgesteld door de ODRN. De ODRN heeft de gemeente Oost Gelre gevraagd een ruimtelijke onderbouwing aan te leveren voor het gevraagde onderdeel planologie. Daarnaast vraagt de ODRN aan de gemeenteraad van Oost Gelre een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb). De uitbreiding van de mestverwerkingsinstallatie en de nieuwe toegangsweg passen niet binnen het geldende bestemmingsplan; middels een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt het gevraagde mogelijk gemaakt. Om te bezien of de gewenste ontwikkelingen mogelijk zijn, zal het verzoek getoetst worden aan het (inter-)nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid en relevante milieuaspecten. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt hier nader op ingegaan.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied ligt ten noorden van de bebouwde kom Groenlo in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre. Aan de oostzijde grenst het perceel aan bedrijventerrein Den Sliem. Tussen het bedrijventerrein en het bedrijf loopt de Oude Borculoseweg waaraan ook de bestaande ontsluitingsweg voor het perceel is gelegen. Onderstaande afbeelding geeft de huidige ligging van het perceel weer.

6

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Omgeving plangebied Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Agrarisch bedrijf Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Toelichting (ontwerp)

7

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het perceel Oude Borculoseweg 5 te Groenlo ligt in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende 'Reparatieplan Buitengebied Ooste Gelre' en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016'. Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch', is voorzien van een 'bouwvlak' en een nadere aanduiding 'intensieve veehouderij'. Er geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1' en 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' en heeft een maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' van twee met bouwaanduiding 'aaneengebouwd'. Voornoemde dubbelbestemmingen zijn herzien door het door de gemeenteraad van Oost Gelre op 22 februari 2022 vastgestelde 'Parapluplan Archeologie'. Voor het perceel gelden nu de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2', 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1', 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' en 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 4'. Het agrarisch bedrijf beschikt over een rechtsgeldige omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen en/of in werking hebben van een inrichting ex art. 2.1 lid 1 onder e Wabo (revisie kenmerk 2785 verleend op 17 oktober 2005, verandering bouwen, milieu en bestemmingsplan kenmerk Wabo 11.0470, verleend op 10 april 2012 en verandering milieu kenmerk OLO 1703339, verleend op 21 december 2015).

De vigerende omgevingsvergunning is onherroepelijk en heeft betrekking op het houden van 2.154 vleeskalveren tot circa 8 maanden (Rav A4.100) en op het in werking hebben van een mestverwerkingsinstallatie (MVI) met een capaciteit van 36.000 m3. Een deel van de bestaande mestverwerkingsinstallatie is gelegen buiten het aangegeven bouwvlak. Daarnaast zal de gewenste uitbreiding van de mestverwerkingsinstallatie ook buiten het aangegeven bouwvlak komen te liggen evenals de nieuwe toegangsweg. Door middel van een herziening van het bestemmingsplan of omgevingsverguning Wabo (projectafwijking) kan aan de gevraagde uitbreidingen buiten het bouwvlak worden meegewerkt. Door het indienen van een omgevingsvergunning Wabo heeft verzoeker ervoor gekozen om een procedure om omgevingsvergunning Wabo te doorlopen. Wel zal er een 'Verklaring van geen bedenkingen' door de gemeenteraad van de gemeente Oost Gelre moeten worden afgegeven voor deze ontwikkeling.

8

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Uitsnede geldend bestemmingspan: bouwvlak in geel

1.4

Geschiedenis planontwikkeling

Op 17 oktober 2005 hebben burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Groenlo een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend voor een kalverenhouderij aan de Oude Borculoseweg 5 te Groenlo. In 2006 is verzoeker begonnen met het maken van plannen voor het oprichten van een mestverwerkingsinstallatie (MVI) op haar eigen agrarisch bedrijf. Hiervoor is op 10 april 2012 een omgevingsvergunning verleend door het bevoegd gezag van de gemeente Oost Gelre. In 2012 wordt de installatie gebouwd en in werking gebracht. In deze periode loopt ook de totstandkoming van het nieuwe bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' van de gemeente Oost Gelre. Verzoeker heeft hierop een zienswijze ingediend. Belangrijkste aandachtspunten voor verzoeker zijn het mogen aanvoeren van mest van derden, het vergroten van de capaciteit van 20.000 m3 naar 36.000 m3 en het vergroten van het bouwvlak. Aan dit laatste punt heeft de gemeente geen medewerking verleend. Het bestemmingsplan is op 18 december 2012 vastgesteld. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt een nieuwe omgevingsvergunning onderdeel milieu met een capaciteitsuitbreiding van de mestverwerkingsinstallatie (van 20.000 m3 naar 36.000 m3) en het hygiëniseren (m.b.v. ongebluste kalk) van mest aangevraagd.

Op 21 december 2015 verleend de provincie Gelderland, die inmiddels het bevoegd gezag is geworden, de gevraagde omgevingsvergunning onderdeel milieu hiervoor. Het hygiëniseren van mest met behulp van ongebluste kalk blijkt een lastig te beheersen proces. Er is daarom een hygiënisatie-unit ontwikkeld met een biomassakachel. De melding voor het plaatsen van een biomassakachel is geaccepteerd op 26 september 2016. Bij brief van 11 juni 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre de provincie Gelderland bericht gedaan voornemens te zijn om posititief mee te werken aan een voorstel aan de

Toelichting (ontwerp)

9

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo gemeenteraad om te komen tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Dit voor de bebouwing en installaties die zijn gelegen buiten het in het bestemmingsplan aangegeven bouwvlak. Dit onder de volgende voorwaarden: legalisatie van de bestaande situatie zoals deze is aangevraagd in de omgevingsvergunning Wabo, inclusief de proefinstallatie voor het bewerken van afvalwater; de ondernemer wordt gehouden aan de mestcapaciteit van 36.000 m3. Overtredingen Tijdens een milieucontrole op 4 juli 2016 constateert een toezichthouder van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) dat de MVI afwijkt van hetgeen in 2012 is vergund. Ook staat een deel van de installatie buiten het bouwperceel zoals aangegeven in het geldende bestemmingsplan. Begin 2017 constateert een toezichthouder van de ODA dat er uitbreidingen worden gerealiseerd buiten het bouwvlak van het bestemmingsplan. Voor deze uitbreidingen is geen omgevingsvergunning (bouwen, milieu en planologie) aangevraagd. Op 30 mei 2017 is door de ODA een bouwstop opgelegd naar aanleiding van geconstateerde bouwwerkzaamheden zonder daartoe verleende omgevingsvergunningen.

De werkzaamheden betreffen de realisatie van een trafo-ruimte, kachel, warmtewisselaar, luchtwasser, omgekeerde osmose-installatie, een hal ten behoeve van de opslag droge stoffen en de plaatsing van een membraan bio reactor.

Gedoogbeschikking Op 22 juni 2017 is een aanvraag om omgevingsvergunning (bouwen, milieu en planologie) voor het legaliseren van de geconstaterde overtredingen waaronder de hygiënisatie-unit ingediend. Op 18 juli 2017 is door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland een gedoogbeschikking afgegeven voor de periode van een half jaar. Deze gedoogbeschikking maakt het mogelijk om de mestverwerkingsinstallatie in gebruik te hebben. Dit vooruitlopend op mogelijke vergunningverlening nu er een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend. Op 10 januari 2018 heeft verzoeker opnieuw een verzoek om gedogen ingediend. Verzocht wordt tot het verlenen van een nieuwe gedoogbeschikking voor de hygiënisatie-unit inclusief alle onderdelen van de mestverwerkingsinstallatie aanwezig op het bedrijf welke buiten het bouwvlak liggen voor de periode van zes maanden. Op 17 januari 2018 is een nieuw gedoogbeschikking verleend door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. De looptijd van de gedoogbeschikking is op 17 juli 2018 beëindigt. De bewuste hygiënisatie-unit is door een brand getroffen en verwoest.

Nieuwe aanvraag om omgevingsvergunning Bij brief van 28 juni 2018 heeft de Omgevingsdienst Regio Nijmegen besloten om de ingediende aanvraag om omgevingsvergunning van 22 juni 2017 niet verder in behandeling te nemen. Dit vanwege het ontbreken van gegevens waardoor niet is voldaan aan de daarvoor geldende indieningsvereisten, zoals deze zijn opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Er is daarom besloten de ingediende aanvraag niet verder te behandelen, op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Door verzoeker is op 29 maart 2019 een nieuwe aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. De benodigde inhoudelijke afstemming van de Wabo aanvraag en de aanvraag Wet natuurbescherming heeft tot aanpassing van de aanvraag geleid. De aanpassing van de omgevingsvergunning is op 30 april 2020 ingediend. Deze aanvraag is de basis geweest voor de ontwerp Verklaring van geen bedenkingen die in de gemeenteraad van 7 juli 2020 is behandeld. Een ontwerpbesluit en de ontwerp Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) hebben nooit ter inzage gelegen. Dit vanwege enkele geconstateerde omissies en een wijziging in de regelgeving voor wat betreft berekeningen van de stikstofdepositie.

10

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Traject om te komen tot een omgevingsvergunning Wabo Door wijzigingen in wet en regelgeving en een nadere motivatie van de emissies naar de lucht is de aanvraag meerdere keren aangevuld en aangepast. Daarnaast heeft initiatiefnemer eind 2021 een wijziging doorgevoerd aan de mestverwerkingsinstallatie (MVI) om het proces te optimaliseren. Om de feitelijke emissies vanuit de installatie te kwantificeren is er het voorjaar 2022 besloten om emissiemetingen uit te voeren aan de installatie. Buro Blauw heeft deze metingen uitgevoerd. Door deze metingen is er een nauwkeurig beeld van de emissies uit de mestverwerkingsinstallatie.

Wijzigingen mestverwerkingsproces t.o.v. ontwerp Vvgb besluit d.d. 7 juli 2020. Hieronder worden de veranderingen in de mestverwerkingsinstallatie beschreven : De aanvrager heeft het verwerkingsproces in twee fasen aangevraagd te weten, Het verwerkingsproces in fase 1 • De aangevoerde drijfmest wordt opgeslagen in de polyestersilo's. Vanuit deze silo's wordt de drijfmest gedoseerd ingevoerd in de denitrificatie. De denitrificatie staat in verbinding met de nitrificatie. Hier vindt het biologisch proces plaats. Tijdens dit proces ontstaat er dikke fractie (slib) en effluent, deze beide stoffen worden vervolgens van elkaar gescheiden door de zeefband. De dikke fractie wordt afgevoerd met vrachtwagens. De wijziging die heeft plaatsgevonden t.o.v. het eerdere vvgb verzoek is, dat de voorscheiding met de decanter niet meer gebeurt. De mest gaat nu ongescheiden het biologisch proces in. Groot voordeel is dat er geen emissie meer is van dikke fractie gescheiden door de decanter. • Het effluent wordt op het riool geloosd. • Alvorens de dikke fractie wordt afgevoerd, wordt deze tijdelijk opgeslagen in het gebouw voor de mestscheider en op de vaste mestopslag. Het verplaatsen van de dikke fractie uit de tijdelijke opslag en het laden van de vrachtwagens wordt uitgevoerd met behulp van een shovel.

De wijziging die heeft plaatsgevonden, is dat er nu geen dikke fractie uit de voorscheiding met het slib uit de biologie gemengd wordt. De dikke fractie uit de voorscheiding zorgde voor emissie van ammoniak en geur. Dit gebeurt nu niet meer. • De hygiënisatie stap voor het exportwaardige maken van de dikke fractie vindt op dit moment niet plaats. De wijziging die heeft plaatsgevonden, is de toevoeging van fase 1, zonder hygiënisatie. • Resume: Door de hiervoor beschreven aanpassingen in de installatie is er veel minder emissie vanuit de installatie. Door de metingen die Buro Blauw heeft uitgevoerd zijn de feitelijke emissies inzichtelijk gemaakt. Met behulp van het berekeningsprogramma AERIUS is de depositie op de verschillende Natura 2000 gebieden in kaart gebracht. Door de wijziging in het proces zijn de emissies gedaald en is het mogelijk door 30 vleeskalveren minder aan te vragen om de geplande luchtwasser voor stal 5 achterwege te laten.

Het verwerkingsproces in fase 2 In fase 2 wordt de hygiënisatie stap toegevoegd aan de bestaande nitrificatie en denitrificatie. De dikke fractie wordt verder opgewaardeerd door deze te drogen en hygiëniseren. De wijziging die heeft plaatsgevonden tijdens het eerdere verzoek is het toepassen van luchtcirculatie. Door de wijziging in fase 1, alleen nog slib als dikke fractie met nagenoeg geen emissie, wordt het hygiënisatieproces makkelijker. Daarom is het proces aangepast en wordt er luchtcirculatie toegepast. In eerste instantie werd de lucht uit de luchtwasser naar de buitenlucht afgevoerd. Nu wordt deze lucht teruggeleid naar het droog/hygienisatie proces. De volgende aanpassingen worden gedaan: o Het gebouw waarin zich de zeefband en de tussenopslag dikke fractie bevindt wordt dicht gemaakt. (hierna het gebouw). o Er wordt ter plaatse van de zeefband een luchtinlaat opening gemaakt. o Deze lucht inlaat opening is bedoeld voor toevoer lucht t.b.v. van de blower/ hygi-enisatie-unit.

Toelichting (ontwerp)

11

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

o De hygiënisatie-unit staat middels een luchtkanaal in verbinding met het gebouw. o De luchtstroom is als volgt, lucht vanuit het gebouw wordt middels 1 kanaal (nr. 7) gecirculeerd over de luchtwasser. Indien nodig kan er vanuit het droogproces ook lucht afgevoerd worden naar luchtwasser middels kanaal nr. 9. o Daarnaast komt er een kanaal nr. 8 vanuit het gebouw naar de droger. Deze zorgt voor toevoer van lucht wanneer er lucht uit het circulatieproces gehaald wordt via kanaal 9. Via regelventielen in kanaal 8 en 9 wordt de hoeveelheid lucht gestuurd. o Daarnaast is er een circulatie circuit waarin 2 ventilatoren (nr. 2 en 3) zitten die de lucht uit de droger trekken en deze vervolgens circuleren door de condensatie-ruimte, radiatoren en droogband. o De circulatie lucht wordt, indien nodig, aangevuld met verse lucht en afgevoerd naar de luchtwasser. Dit gebeurt op basis van meting van de concentratie van am-moniak in dit circulatieproces. o Door middel van regelventielen in kanaal 8 en 9 en het toerental van ventilator 1 wordt de hoeveelheid lucht geregeld welke door de luchtwasser gaat. o Vanuit de luchtwasser komt de lucht terug middels een kanaal in het gebouw en begint het proces opnieuw. Elk uur wordt er 1.313 m³ buitenlucht toegevoegd aan het proces (zie ook tabel 4.8 Buro Blauw rapportnummer BL2022.10799.01-V01).

Dit is de hoeveel lucht die de blower voor de beluchting van de biologie verbruikt.

Samenvatting wijzigingen ten opzichte van de ontwerp Vvgb van 7 juli 2020: • Wijziging in proces, alleen mestscheiding na biologie, • Metingen gedaan aan feitelijke emissie van de installatie, • Aanvraag opgedeeld in fase 1 en fase 2, • Hygiënisatie proces is geoptimaliseerd, • Luchtwasser achter kalverstal komt te vervallen, • Er worden 30 kalveren minder aangevraagd.

1.5

Leeswijzer

In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van deze omgevingsvergunning uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en cultuurhistorie komt aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Tot slot volgt in hoofdstuk 5 een korte beschrijving van de plantoetsing en in hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan met de resultaten van overleg en terinzagelegging.

12

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.

2.1

Bestaande situatie

Historie De planlocatie (aangegeven met een gele cirkel op onderstaande kaartjes) ligt ten noorden van de kern Groenlo. Verkavelingen zijn van oorsprong grillig. Rivier de Slinge kronkelde zich rond 1900 door het kleinschalige landschap. De kleinschaligheid bestond uit singels en bosjes rond de percelen en essen. Rond 1950 heeft er al een schaalvergroting plaatsgevonden. Veel singels zijn verdwenen en percelen zijn aan elkaar getrokken. Aan de Oude Borculoseweg was rond 1950 nog geen sprake van een grootschalig agrarisch bedrijf. Pas in de loop van de zeventiger jaren van de vorige eeuw is er meer bebouwing op het perceel bijgekomen. Op onderstaande kaart uit 1977 is mooi te zien dat het bedrijf is gelegen tussen twee essen. Ook is op deze kaart voor het eerst de rechtlijnige Slinge aangegeven. In de jaren daarna groeit het agrarisch bedrijf en wordt het bedrijventerrein Den Sliem rond 1990 ontwikkelt. De kleinschalige kavelstructuren en singels en bosjes zijn grotendeels verdwenen.

Plangebied 1950 (Bron: Topotijdreis.nl)

Toelichting (ontwerp)

13

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Plangebied 1977 (Bron: Topotijdreis.nl)

Plangebied 1989 (Bron: Topotijdreis.nl)

14

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Plangebied 1995 (Bron: Topotijdreis.nl)

Plangebied 2019 (Bron: Topotijdreis.nl)

Ruimtelijke en functionele structuur Op het perceel Oude Borculoseweg 5 te Groenlo is een intensieve veehouderij aanwezig (kalverhouderij). Op het perceel zijn twee aaneengebouwde bedrijfswoningen aanwezig met meerdere bedrijfsgebouwen en enkele kuilvoerplaten. Daarnaast is er een mestverwerkingsinstallatie aanwezig met daarbij behorende bassins en silo's. Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch', is voorzien van een 'bouwvlak' en een nadere aanduiding 'intensieve veehouderij'. Tevens geldt er de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' van twee met bouwaanduiding 'aaneengebouwd'. Op het perceel gelden ook de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2', 'Waarde Archeologisch verwachtingsgebied 1' en 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2'.

Toelichting (ontwerp)

15

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Direct aangrenzend aan het perceel, aan de noord-westzijde, is een andere intensieve veehouderij gelegen. Aan de zuid-westzijde zijn woonpercelen gelegen. Ten zuiden van het bedrijf ligt een bedrijfsbestemming. Ten oosten van het bedrijf ligt het bedrijventerrein Den Sliem. De omgeving is dan ook te omschrijven als een mix van woonpercelen, agarische- en overige bedrijvigheid. Ten zuiden van het bedrijf loopt watergang 'De Slinge'. Het bedrijf wordt ontsloten via de verharde Oude Borculoseweg. Deze weg is een ontsluitingsweg tussen het bedrijventerrein en de Deventerkunstweg.

2.2

Nieuwe situatie

Opbouw plangebied De bestaande intensieve veehouderij blijft ongewijzigd. De bestaande mestverwerkingsinstallatie wordt uitgebreid en geoptimaliseerd. Voor de bereikbaarheid van de luchtwasser en de bassins wordt verharding aangelegd welke aansluit op een nieuw aan te leggen toegangsweg. Deze weg wordt ontsloten aan de Oude Borculoseweg. In het geldende bestemmingsplan is aangegeven dat bebouwing binnen het aangegeven bouwvlak dient te liggen. Nu er een deel van de aanwezige bebouwing en een deel van de gewenste bebouwing, inclusief de verharding en de toegangsweg, buiten het aangegeven bouwvlak komt te liggen past dit dus niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Door middel van een omgevingsvergunning Wabo kan aan de uitbreiding buiten een bouwvlak worden meegewerkt. De provincie, als bevoegd gezag zijnde voor de activiteiten op dit bedrijf, dient op de aanvraag om omgevingsvergunning Wabo een besluit te nemen. Hierbij dient de gemeenteraad van Oost Gelre, nu het bedrijf is gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Oost Gelre, voor het onderdeel planologie een 'Verklaring van geen bedenkingen' af te geven.

Inrichtingstekening met nieuwe toegangsweg

16

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

2.3

Verklaring van geen bedenkingen

Door de gemeenteraad van Oost Gelre is op 2 november 2010 het beleidsdocument 'Beleidsregels Wabo' vastgesteld. In dit beleidsdocument zijn categorieën aangegeven waarvoor, in het kader van de verklaring van geen bedenkingen zoals bedoeld in artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 6.5 lid 3 van het Besluit Omgevingsrecht (Bor), geen verklaring van geen bedenkingen nodig is. Per verzoek zal bepaald worden of er wel of geen meewerking wordt verleend waarbij het gemeentelijk beleid en provinciaal beleid o.a. als toetsingskader dient. Voor het buitengebied, waarin het perceel Oude Borculoseweg 5 te Groenlo is gelegen, is een categorie 'aanpassen (bouw)grenzen' aangegeven: "Het wijzigen van een bestemmingsgrens of een bouwgrens indien deze aanpassing gewenst of noodzakelijk is in het belang van een juiste verwezenlijking van het project waarbij de bestemmingsgrens niet meer dan 5 m mag worden verschoven en de bouwgrens niet meer dan 10 m verschoven mag worden". Een deel van de gerealiseerde installaties ligt of komt te liggen buiten het in het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende Reparatieplannen aangegeven bouwvlak. Op onderstaande foto is het totale bouwvlak voor het bedrijf aangegeven. Een uitsnede is gemaakt van de huidige installaties die buiten het bouwvlak zijn gelegen.

De afstand laat zien dat de bouwgrens met meer dan 10 m zal moeten verschuiven om de installaties binnen het bouwvlak te kunnen krijgen. Nu de afstand dus groter is dan 10 m, waardoor er niet aan de Beleidsregels Wabo wordt voldaan, is het noodzakelijk de gemeenteraad een 'Verklaring van geen bedenkingen' te laten afgeven voor deze planontwikkeling.

Toelichting (ontwerp)

17

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Bouwvlak Oude Borculoseweg 5 Groenlo

18

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Uitsnede installaties buiten bouwvlak met afstanden

Toelichting (ontwerp)

19

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Uitsnede bedrijf waarbij groen gearceerde inclusief verharding en nieuwe toegangsweg buiten het bouwvlak is gelegen

20

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Hoofdstuk 3

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

3.1

Internationaal niveau

3.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als 'Speciale Beschermingszone' in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als 'Speciale Beschermingszone' in het kader van de Habitatrichtlijn.

Toelichting (ontwerp)

21

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

22

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

3.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.4 Toetsing aan de NOVI Voorliggende gevallen betreffen projecten waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Bij het uitwerken van de plannen zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in deze omgevingsvergunning opgenomen ontwikkeling. 3.2.2

Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie heeft in het landelijke beleid een flinke impuls gekregen. Het Deltaprogramma 2018 bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte versnelt en intensiveert. Daarnaast zijn er in de nabije toekomst diverse ontwikkelingen zoals het stimuleren van de bewustwording in relatie tot klimaatadaptatie, de invoering van de Klimaatwet en de invoering van de Omgevingswet. De Klimaatwet hangt samen met het beleid dat in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is verwoord. In het regeerakkoord 2017 “Vertrouwen in de toekomst” staat dat de hoofdlijnen van de afspraken op het terrein van klimaat en energie worden verankerd in een klimaatwet. Lessen die Planbureau voor de Leefomgeving (2016) uit de Britse klimaatwet heeft getrokken, zijn onder andere dat het geen probleem is om zowel mitigatie als adaptatie in deze wet te borgen. Naar verwachting volgt Nederland dat voorbeeld gezien de invoering van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en de verplichte klimaatstresstest voor gemeenten. Daarnaast werkt het Rijk momenteel aan een Aanpak Klimaatadaptatie Gebouwde Omgeving en wordt nagedacht over regels in het Bouwbesluit voor klimaatadaptief bouwen.

De invoering van de Omgevingswet biedt, naast het al door de gemeente ingezette klimaatbeleid, mogelijkheden om klimaatadaptatie een basis te geven in (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen en zo te werken aan een leefbare en gezonde stad. Hiervoor kunnen de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan als juridische instrumenten worden ingezet. We kunnen zo een afgewogen keuze maken, welke risico's we al dan niet accepteren. De invoering van de Omgevingswet is nu gepland op 1 januari 2023.

Toelichting (ontwerp)

23

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

3.2.2.1 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DRPA) Mede gebaseerd op de adviezen uit het Manifest Klimaatbestendige Stad (2013) is in 2014 de intentieverklaring Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie verschenen. In deze beslissing staat het gezamenlijk doel centraal: in 2050 is het bebouwde gebied in Nederland, inclusief vitale en kwetsbare objecten, zo goed mogelijk “waterrobuust” en “klimaatbestendig” ingericht. Hierbij wordt gewerkt aan maatregelen om de kwetsbaarheid van de stad te verlagen voor drie opgaven: te nat (overstroming en wateroverlast), te droog (wateronderlast) en te warm (hittestress). In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) staan zeven ambities centraal:

Door te werken aan deze zeven ambities wordt de totstandkoming van een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting versneld en geïntensiveerd. 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte

24

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. Het Natuur Netwerk Nederland is doorvertaald in de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.4

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.

Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft uitbreiding van een mestverwerkingsinstallatie. Daarnaast wordt verharding aangelegd alsmede een nieuwe toegangsweg, dit alles binnen een bestaand agrarisch bedrijf. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het betreft hier een agrarische locatie. Deze wordt niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie.

Behoefte, omvang en locatie Voor de agrarische ondernemer is er behoefte om een deel van het op zijn agrarisch bedrijf vrijkomende mest te verwerken. Hiervoor is een mestverwerkingsinstallatie gebouwd. Voor een optimaal rendement dient de installatie te worden uitgebreid met o.a. een mestdroger. Daarnaast dient het vrijkomende afvalwater te worden bewerkt om deze op het riool te mogen lozen. In de eerste fase wordt beoogd de feitelijke situatie te actualiseren. Dat wil zeggen omvang van de bouwvlak dient te worden vergroot zodanig dat de feitelijke situatie met beluchtingstanks en opslagen hierbinnen past. Daarnaast worden de volgende wijzigingen aangevraagd: Toelichting (ontwerp)

25

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo de biomassakachel met overkapping en houtbroksilo, ventilatiekanalen en een luchtwasser. In de tweede fase wordt de mestverwerkingsinstallatie uitgebreid met de installaties voor het hygiëniseren/drogen van de mest. Hiertoe wordt een bouwvergunning gevraagd voor: een gebouw over de hygiënisatie installatie, biomassakachel en ventilatiekanalen en luchtwasser. De bestaande omvang van mestverwerking, zijnde 36.000 m3, blijft bestaan. De uitbreidingen vinden plaats binnen de eigendomsgrenzen van het al bestaande en in werking zijnde agrarisch bedrijf. Omliggende bedrijven en aanwezige natuurwaarden worden hierdoor niet belemmerd of aangetast.

Conclusie De ladder van duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld waarbij tevens de naam is veranderd naar 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland'. De omgevingsvisie is doorvertaald in de Omgevingsverordening. De meest recente versie van de omgevingsverordening is de geconsolideerde versie van 1 februari 2022. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. In de Omgevingsvisie is de Gelderse Ladder opgenomen. De Gelderse Ladder wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Als juridische basis voor de Gelderse Ladder gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking, genoemd in de vorige paragraaf. De juridische borging van de ladder is geregeld in de Bro en is niet nogmaals opgenomen in de provinciale verordening. Consequenties met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling zijn dan ook hetzelfde.

De 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen. Denk hierbij aan nieuwe woningbouw, het oprichten van bedrijventerreinen, etcetera. De geconsolideerde versie van de omgevingsverordening van 1 februari 2022 geeft aan dat op het plangebied Oude Borculoseweg 5 te Groenlo de regels die gelden voor Glastuinbouw van toepassing zijn. Nu het hier echter niet om glastuinbouw gaat is dit hier niet verder toegelicht.

Conclusie

26

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Bij het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. Er wordt voldaan aan het provinciaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020

Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. De erfgoednota is op deze omgevingsvergunning niet van toepassing. 3.4.2

Beleidsvisie Externe veiligheid

Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 4.10. 3.4.3

Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden,

Toelichting (ontwerp)

27

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij deze omgevingsvergunning is rekening gehouden met de uitgangspunten van het welstandsbeleid. 3.4.4

Economische visie - Economie Voorop !

Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.

De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 3.4.5

Geluidbeleid gemeente Oost Gelre

Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Dit geluidbeleid is dan ook niet van toepassing op deze omgevingsvergunning. Gemeente Oost Gelre heeft in regionaal verband in 2008 geluidsbeleid ontwikkeld om de stilte als kwaliteit van de Achterhoek te versterken en richting te geven aan het geluidsaspect in bestemmingsplannen, vergunningen en dergelijke.

Bij nieuwe activiteiten dient de geluidsbelasting te voldoen aan de streefwaarden. Een goed akoestisch leefklimaat kan soms ten koste gaan van nieuwe (te luidruchtige) activiteiten. In dit geluidbeleid wordt uitgegaan van negen verschillende gebiedstypes met diverse streef-, grens- en plafondwaarden.

28

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Het geluid is nader beschreven in paragraaf 4.5. 3.4.6

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 3.4.7

Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'

Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' Het plangebied ligt in het landschapsensemble "Groenlo-Slingerand". Hierbij geldt het motto: "Vang de dynamiek in deze zone op door elke ingreep in de overgang van stad naar het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan: voor wat, hoort wat! Kies in het noorden en oosten voor het thema 'nieuwe scholten in de linie" en in het zuiden en westen voor 'nieuwe brinken in de linie'. Het perceel Oude Borculoseweg 5 te Groenlo is gelegen in het 'noorden' van bovengenoemd landschapsensemble. Hier geldt het thema "nieuwe scholten in de linie".

Hier is de volgende beschrijving voor gegeven: "Groenlo ligt in een laagte (het dal van de Slinge) in de plateaurand. Dit bood strategische kansen voor verdediging, maar ook voor handel in de routes om het natte midden van de Achterhoek heen. Landschappelijk vormt het de overgang tussen het plateau en het nat, waarbij met name de noord- en oostzijde de karakteristieken van het plateau hebben. Vandaar dat daar wordt aangesloten bij de scholten, de grotere boerderijen op het plateau, met de traditionele elite als belangrijke factor in zowel het sociaal-economisch leven, als in het landschap. Lanen, bossen, grotere boerderijen en natuurlijk de hoogteverschillen van het plateau kenmerken het landschap. Hierop moet ook worden aangesloten bij de ontwikkeling van het landschap, zowel mét als zonder A18. Zeker wanneer die A18 zou worden aangelegd zal die ingreep moeten worden benut om een stevige landschapsstructuur rond Groenlo aan te leggen in de vorm van lanen en bossen. Zo kan het beeld van kale industrie, die nu het aanzicht van de stad voor passanten geheel bepaalt, op termijn worden omgebogen tot de stad van allure, die het eertijds geweest moet zijn. Inspiratiebron kan de omwalling met z'n eeuwenoude eiken zijn. In die nieuwe "circumvallatie" van parkachtig groen kan dan de nieuwe vormgeving van wonen, werken en andere stedelijke functies worden ingebed, zodat ze, net

Toelichting (ontwerp)

29

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo als de oude vestingwerken, weer allure geven aan de stad in een nieuwe gordel van "scholterandschap". Landgoedvorming kan hierin passen. Dat kan bijdragen aan de uitloopmogelijkheden vanuit de stad naar het landschap. Die zijn nu zeer beperkt. Beplantingsvormen zijn in de eerste plaats laanstructuren, bij voorkeur stevig van formaat. In het dal van de Slinge zijn ook elzen-eikensingels gewenst om routes vanuit de bebouwde kom voor plant, dier en mensen te begeleiden". Te beschermen of op te poetsen parels: de restanten van "Groenlo Vestingstad"; centrum en vestingwerken; nieuwe en bestaande brinken; plekken om te verpozen eventueel met bankjes; verschraalde bermen bij erf; typerende erfbeplantingen; karakteristieke bestaande beplantingen bijv. op steilranden. Te stimuleren landschapselementen: scholtelanen en slingeslingers in noord en oost; esrandbeplantingen. Deze uitgangspunten zijn de basis geweest voor het opgestelde landschappelijk inpassingsplan door buro Collou voor het plangebied. De geschiedenis van het landschap heeft hierbij als basis gediend voor de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Het landschappelijk inpassingsplan van 1 augustus 2022 is als bijlage 8 bijgevoegd.

30

Toelichting (ontwerp)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning mestverwerkingsinstallatie Oude Borculoseweg 5 Groenlo

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoeringsaspecten

Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming

Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12031254/1