CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb oude borculoseweg 5 bijlage 11 emissiemeting geur 2022

Gemeenteraad 22 november 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Oude Borculoseweg 5 Groenlo5.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EMISSIE ONDERZOEK BIJ OTTINK IN GROENLO Meetrapport van de emissiemetingen aan de zeefband, dikke fractie, nitrificatietank en denitrificatietank Rapportnummer:

BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022

EMISSIE ONDERZOEK BIJ OTTINK IN GROENLO Meetrapport van de emissiemetingen aan de zeefband, dikke fractie, nitrificatietank en denitrificatietank Rapportnummer:

BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022

Nude 54 – 6702 DN Wageningen telefoon 0317 466699 – fax 0317 426111 email info@buroblauw.nl – internet www.buroblauw.nl

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 2 van 49

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING ......................................................................................................3

2

OMSCHRIJVING VAN DE SITUATIE .....................................................................4 2.1 Situering ..................................................................................................4 2.2 Meetlocaties .............................................................................................4

3

OPZET ONDERZOEK .........................................................................................9 3.1 Meetplan ..................................................................................................9 3.2 Meetmethoden ..........................................................................................9 3.3 Meetonnauwkeurigheid ............................................................................ 12

4

MEETRESULTATEN ......................................................................................... 13 4.1 Inleiding ................................................................................................ 13 4.2 Productieomstandigheden ........................................................................ 13 4.3 Afwijkingen ............................................................................................ 14 4.4 Concentraties en emissies van de niet-beluchte oppervlaktes........................ 14 4.5 Concentraties en emissies van de beluchte bron (nitrificatietank) .................. 15

BIJLAGEN ............................................................................................................ 17 A Verklarende woordenlijst ............................................................................. 18 B Accreditatie Buro Blauw ............................................................................... 20 C Meetmethode debiet ................................................................................... 21 D Meetmethode stikstofoxiden......................................................................... 22 E Meetmethode ammoniak ............................................................................. 23 F Meet- en rekenmethode geur in afgaskanalen ................................................ 24 G Meet- en rekenmethode geur met Lindvalldoos .............................................. 26 H Gedetailleerde meetgegevens ...................................................................... 30 I Analysecertificaten ...................................................................................... 37 VERANTWOORDING .............................................................................................. 49

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 3 van 49

1

INLEIDING

Buro Blauw heeft in opdracht van Ottink Vleeskalveren en Mestverwerking B.V. (hierna: Ottink) een emissie onderzoek uitgevoerd op de locatie in Groenlo. De volgende componenten zijn in dit onderzoek betrokken: • • •

Stikstofoxiden Ammoniak Geur

Doel van het onderzoek is het vaststellen van de concentratie en de vracht van bovengenoemde componenten van de zeefband, dikke fractie, nitrificatietank en de denitrificatietank. De verspreiding van de emissies maakt geen onderdeel van deze rapportage.

Het emissie onderzoek heeft plaatsgevonden op 19 en 20 april 2022.

In dit rapport worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd. In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving van de situatie van het bedrijf gegeven. In hoofdstuk 3 wordt de opzet van het emissieonderzoek gegeven en worden de meetmethoden beschreven. In hoofdstuk 4 worden de meetresultaten gepresenteerd. In de bijlagen wordt gedetailleerd ingegaan op diverse aspecten van het emissie-onderzoek.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 4 van 49

2

OMSCHRIJVING VAN DE SITUATIE

2.1

Situering

De productielocatie van Ottink is gelegen aan de Oude Borculoseweg 5 in Groenlo. Op deze locatie is het emissie onderzoek uitgevoerd. Figuur 2.1 geeft een overzicht van de locatie en omgeving van het bedrijf. Het bedrijf is in de figuur aangegeven.

Ottink

Figuur 2.1 viewer)

Overzicht van de productielocatie en de omgeving van Ottink in Groenlo (Bron: PDOK

2.2

Meetlocaties

Figuur 2.2 toont foto’s van de meetsituatie van Dikke fractie.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 5 van 49

Meetpunten

Figuur 2.2

Foto van de meetsituatie van Dikke fractie.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 6 van 49

Figuur 2.3 toont een foto van de meetsituatie van Zeefband. Meetpunten

Figuur 2.3

Foto van de meetsituatie van Zeefband

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 7 van 49

Figuur 2.4 toont een foto van de meetsituatie van Nitrificatietank

Meetpunten

Figuur 2.4

Foto van de meetsituatie van Nitrificatietank

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 8 van 49

Figuur 2.5 toont een foto van de meetsituatie van Denitrificatietank

Meetpunten

Figuur 2.5

Foto van de meetsituatie van Denitrificatietank

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 9 van 49

3

OPZET ONDERZOEK

3.1

Meetplan

Voorafgaand aan de metingen is een meetplan1 opgesteld. Het meetplan bestond uit de uitvoering van emissiemetingen van de diverse bronnen. De metingen zijn conform het Activiteitenbesluit in drievoud uitgevoerd met een minimale meetduur van 30 minuten en een debietmeting per deelmeting. Tabel 3.1 geeft een overzicht van de uitgevoerde verrichtingen. Tabel 3.1

Bronnenoverzicht

Nr.

Bron

Uitvoering

1

Dikke fractie

NOx, ammoniak en geur met Lindvalldoos

2 3

Zeefband Nitrificatietank

NOx, ammoniak en geur met Lindvalldoos NOx, ammoniak en geur met afdekmethode

4

Denitrificatietank

NOx, ammoniak en geur met Lindvalldoos

3.2

Meetmethoden

De Raad voor Accreditatie heeft Buro Blauw B.V. met ingang van 28 juli 2004 de accreditatie verleend voor de uitvoering van verschillende verrichtingen door de meetdienst conform NEN-EN-ISO/IEC 17025 (nl) (2018), Algemene eisen voor de competentie van test- en kalibratielaboratoria. Als aanvulling hierop is de norm NEN-EN 15259 (2007), Measurement of stationary source emissions – Requirements for measurement sections and sites and for the measurement objective, plan and report van toepassing op de accreditatie. Buro Blauw staat geregistreerd onder nummer L400. De NTA 9065 gaat voor passieve oppervlaktebronnen uit van het gebruik van een zogenaamde Lindvalldoos. Met de Lindvalldoos wordt de geuremissie van een nietdoorstromend oppervlak gemeten. De Lindvalldoos wordt op het te meten oppervlak geplaatst waarna met een ventilator en een koolfilter gereinigde lucht door de Lindvalldoos over het oppervlak wordt geleid. De concentratie wordt aan de uittredende zijde van de Lindvalldoos gemeten. Voorafgaand aan de feitelijke meting wordt het gehele meetsysteem gecontroleerd op geurvrij zijn. Dit gebeurt door een blanco monstername. Het actiefkoolfilter en de ventilator zijn in de buitenlucht geplaatst om de voorbelasting van de Lindvalldoos zo laag mogelijk te houden. De gefilterde buitenlucht is met een lange slang naar de Lindvalldoos geleid.

Bij de metingen aan de zeefband is de Lindvalldoos vlak boven de zeefband geplaatst. De componenten worden aan de uittreezijde van de Lindvalldoos gemeten. De ammoniakmeting is via een kwartsvezelfilter en een verwarmde monsternameleiding

1 Buro Blauw – Meetplan luchtemissie onderzoek mestverwerking bij Ottink in Groenlo BL2022_10799_MEETPLAN_V03, 14 februari 2022

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 10 van 49

naar een wasflesstraatje geleid. De geurmonstername is uitgevoerd met de longmethode. De concentratie NOx (als NO2) is gemeten met een verwarmd keramisch filter, een verwarmde monsternameleiding en een monitor. De dikke fractie is met een shovel op een platte hoop gelegd. Direct daarna is met een Lindvalldoos de metingen uitgevoerd. Voor elke deelmeting wordt een nieuwe hoop met de shovel gemaakt. Bij de denitrificatietank is sprake van een niet belucht wateroppervlak. Voor de uitvoering van deze metingen is de Lindvalldoos voorzien van drijvers en op het wateroppervlak gelegd. Voor de uitvoering van een beluchte oppervlaktebron is in lijn met de NTA 9065 gebruik gemaakt van 4 kleinere monsternamekappen (emmers bekleed met geurvrij nalophaan) die zo goed mogelijk verdeeld zijn over het oppervlak. De monsternamekapjes zijn op het belucht wateroppervlak geplaatst. De beluchting van de nitrificatietank vindt plaats door middel van een blower. Het is niet mogelijk om het debiet van de blowers te meten. Voor het debiet is daarom gebruik gemaakt van de typegegevens van de aanwezige blower. Een tweede aftakking wordt gebruikt om via een verwarmd keramisch filter en een verwarmde leiding de NOx-concentratie te meten. De derde aftak wordt gebruikt om de geurmonstername uit te voeren. Tabel 3.2 geeft een overzicht van de toegepaste meetmethoden in dit onderzoek.

Tabel 3.2

Meetmethoden

Bepaling

Verrichting

Norm

Afgaskarakteristieken

Afgassnelheid, debiet temperatuur en druk, vochtgehalte

NEN-EN-ISO 16911-1,

Bepaling stikstofoxiden Bemonstering via verwarmd

Accreditatie1 Bijlage Q

B

NEN-EN 14792

Q

D

NEN 2826

Q

E

NEN-EN 13725

Q

F

NEN-EN 14790

filter, conditioneringsunit en analyse met gasmonitor Bepaling ammoniak

(chemoluminescentie) Bemonstering over gaswasflessen met

Monstername geur

absorptievloeistof Bemonstering in nalofaan gaszak met longmethode conform NTA 9065, toegepaste meetstrategie: Lindvalldoosmethode en afdekmethode

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 11 van 49

Bepaling Geurconcentratie

1:

Verrichting Olfactometrie

Norm NEN-EN 13725

Accreditatie1 Bijlage Q F

De met Q gemerkte verrichtingen zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie

De geaccrediteerde verrichtingen hebben enkel betrekking op de uitvoering van metingen en de analyse ervan. De interpretatie van de meetgegevens en de daaruit voortvloeiende conclusies en aanbevelingen vormen geen onderdeel van de accreditatie. De analyse van de geurmonsters vinden plaats in het geconditioneerde geurlaboratorium van Buro Blauw dat voldoet aan de eisen die gesteld worden in de norm NEN-EN 13725. De NH3 analyses zijn uitbesteed aan een extern laboratorium dat voor deze verrichting(en) geaccrediteerd is. Voor de uitvoering van het emissie-onderzoek is gebruik gemaakt van de NTA 9065: Meten en rekenen geur. Volgens de NTA 9065 wordt uitgegaan van een afzonderlijke meting, bestaande uit drie deelmetingen, elk met een minimale monsternameduur van 30 minuten. In dit onderzoek is volgens de geldende voorschriften rekening gehouden met blanco geurmonsters. Een toelichting op de diverse meetmethoden wordt in de bijlagen vermeld. Buro Blauw B.V. is lid van de Vereniging Kwaliteit Lucht. Deze vereniging zet zich in voor een permanente ontwikkeling en borging van een goede kwaliteit van luchtmetingen en bestaat uit vooraanstaande meet- en inspectie-instanties in Nederland. 3.3

Meetonnauwkeurigheid

Volgens het Activiteitenbesluit dient voor de toetsing aan de emissie-eisen, de meetwaarden gecorrigeerd te worden voor de onnauwkeurigheid van de meetmethode. De onnauwkeurigheid wordt ten gunste van het bedrijf toegepast. Dit betekent dat de meetwaarden verminderd worden met de onnauwkeurigheid van de meting. Een afzonderlijke meting bestaat uit een serie onafhankelijke deelmetingen. Een deelmeting omvat een enkele monstername. De bemonsteringsduur van iedere deelmeting dient in principe een half uur te bedragen. Als maat voor de onnauwkeurigheid van de meetmethode wordt het tweezijdig 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) van de meetmethodiek gehanteerd. De meetonnauwkeurigheid (Artikel 2.23 Activiteitenregeling) moet worden ontleend aan het genormaliseerde meetvoorschrift (Artikel 2.22 Activiteitenregeling). Tabel 3.3 geeft een overzicht van de vereiste meetonzekerheid. De specifieke meetonzekerheid die op basis van de meetresultaten is berekend met een tweezijdig 95% betrouwbaarheidsinterval staat in bijlage E vermeld. Voor de berekening van de eigen meetonzekerheid met de gebruikte meetapparatuur is gebruik gemaakt van de “Kragten”-methodiek.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 12 van 49

Bij afzonderlijke metingen dient het resultaat van alle afzonderlijke metingen lager te zijn dan de in de vergunning gestelde emissie-eis. Tabel 3.3

Onnauwkeurigheid meetmethoden

Meetmethode

Vereiste onnauwkeurigheid (tweezijdig 95% Bl)

Debiet NOx

Vanaf 10% 20% van ELV 1

Ammoniak Geurmonsterneming en -analyse 1: 2:

20 % factor 2

ELV = Emission Limit Value In het Activiteitenbesluit wordt de meetonzekerheid voor deze component niet apart genoemd; wel wordt voor overige componenten een waarde van 40% gegeven.

De meetonzekerheden van de metingen worden in bijlage H gegeven.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 13 van 49

4

MEETRESULTATEN

4.1

Inleiding

Tabel 4.1 geeft een overzicht van de tijdsindeling van de verschillende metingen.

Tabel 4.1

Tijdsindeling van de uitgevoerde metingen

Nr

Omschrijving

Type meting

Datum [dd-mm-jj]

Starttijd [uur]

Eindtijd [uur]

1.1

Dikke fractie

NOx, NH3 en geur

19-04-2022

10:50

11:27

1.2

Dikke fractie

NOx, NH3 en geur

19-04-2022

11:37

12:10

1.3

Dikke fractie

NOx, NH3 en geur

19-04-2022

12:34

13:08

2.1

Zeefband

NOx, NH3 en geur

19-04-2022

14:03

14:33

2.2

Zeefband

NOx, NH3 en geur

19-04-2022

14:41

15:13

2.3

Zeefband

NOx, NH3 en geur

19-04-2022

15:19

15:50

3.1

Nitrificatietank

NOx, NH3 en geur

20-04-2022

10:52

11:23

3.2

Nitrificatietank

NOx, NH3 en geur

20-04-2022

11:39

12:21

3.3

Nitrificatietank

NOx, NH3 en geur

20-04-2022

14:43

15:13

4.1

Denitrificatietank

NOx, NH3 en geur

20-04-2022

15:43

16:20

4.2

Denitrificatietank

NOx, NH3 en geur

20-04-2022

17:19

17:49

4.3

Denitrificatietank

NOx, NH3 en geur

20-04-2022

17:53

18:23

Tijdens de uitvoering van de metingen hebben zich geen storingen in het productieproces en geen storingen bij de uitvoering van de metingen voorgedaan.

4.2

Productieomstandigheden

Volgens opgave van het bedrijf is er onder normale omstandigheden geproduceerd. De metingen zijn in nauw overleg met de operator uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van de metingen is continu geproduceerd. Tabel 4.2 toont de productiegegevens tijdens de metingen aan zoals die door het bedrijf zijn opgegeven. Tabel 4.2

Productiegegevens tijdens de metingen

Bron

Product

Productiesnelheid

Dikke fractie Zeefband Nitrificatietank Denitrificatietank

Dikke fractie Varkensmest en kalvermest Varkensmest en kalvermest Varkensmest en kalvermest

n.v.t. 81 m3 mest in 12 uur 3 - 3,5 m3/uur 3 - 3,5 m3/uur

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 14 van 49

De blower van de nitrificatietank kan maximaal 1800 m3/uur aan beluchtingsdebiet genereren. Ten tijde van de meting draaide de ventilator op ongeveer 80% van zijn volle vermogen.

4.3

Afwijkingen

Tabel 4.3 geeft de beoordeling van het meetvlak met eventuele afwijkingen van de norm.

Tabel 4.3

Samenvatting beoordeling meetvlakken met afwijkingen van de norm

Nr.

Bronomschrijving

Norm

Afwijkingen van de norm

1

Dikke fractie

NEN-EN 15259

Geen gekanaliseerde afgasstroom

2

Zeefband

NEN-EN 15259

Geen gekanaliseerde afgasstroom

3

Nitrificatietank

NEN-EN 15259

Geen gekanaliseerde afgasstroom

4

Denitrificatietank

NEN-EN 15259

Geen gekanaliseerde afgasstroom

Er zijn geen afwijkingen op het meetplan geconstateerd.

4.4

Concentraties en emissies van de niet-beluchte oppervlaktes

In de volgende tabellen worden de meetresultaten gegeven. Tabel 4.4 toont de resultaten van de ammoniakmetingen bij actueel zuurstof. De gedetailleerde meetgegevens staan in bijlage H. Tabel 4.4 Bronr

Resultaten van ammoniakconcentratiemetingen bij actueel zuurstof Bron

1

Dikke fractie

2 4

Zeefband Denitrificatietank

Concentratie [mg/mo3]

Emissie Lindvalldoos [g/uur]

Emissie [g/m2/uur]

0,1 0,1

0,14 0,17

0,20 0,23

0,9

1,0

1,35

Tabel 4.5 toont de resultaten van de NOx-metingen. De NOx concentratie is berekend als NO2. De NOx-metingen zijn uitgevoerd met een NOx-monitor met een convertor efficiency van >95 %. De handelswijze aangaande de convertor-efficiency is in bijlage D beschreven.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 15 van 49

Tabel 4.5 Bronr

Resultaten van NOx-concentratiemetingen bij actueel zuurstof Bron

1

Dikke fractie

2 4

Zeefband Denitrificatietank

Concentratie [mg/ /mo3]

Emissie Lindvalldoos [g/uur]

Emissie [g/m2/uur]

<4 <4

<4,7 <4,6

<6,5 <6,3

<4

<4,6

<6,4

Voor de uitvoering van geuremissie met behulp van een Lindvalldoos is het van belang dat er een significant verschil is gemeten tussen de ingaande en de uitgaande lucht door Lindvalldoos. Tijdens de uitvoering van de meting is simultaan de ingaande en de uitgaande lucht gemeten. De berekening voor significante verschillen wordt in bijlage G toegelicht. Tabel 4.6

Resultaten van concentratiemetingen bij actueel zuurstof

Bronr Bron

Concentratie [ouE/mo3]

1 2

Dikke fractie Zeefband

4

Denitrificatietank

4.5

106 109 216

Emissie Lindvalldoos [ouE/uur] 0,0125 0,0221 0,0235

Opmerking

Emissie [MouE/m2/uur] 0,0170 0,0300 0,0344

Niet significant verschillend Niet significant verschillend

Concentraties en emissies van de beluchte bron (nitrificatietank)

De NOx concentratie is berekend als NO2. De NOx-metingen zijn uitgevoerd met een NOxmonitor met een convertor efficiency van >95 %. De handelswijze aangaande de convertor-efficiency is in bijlage D beschreven. In de volgende tabellen worden de meetresultaten gegeven. Tabel 4.7 toont de resultaten van de NOx- en ammoniakconcentratie bij actueel zuurstof. De emissies zijn berekend uit de gemeten concentratie en het gemeten debiet. De gedetailleerde meetgegevens staan in bijlage H. Tabel 4.7

Resultaten van concentratiemetingen bij actueel zuurstof

Component

Eenheid

1.1

1.2

1.3

Gemiddelde

NOx Ammoniak

[mg/mo3]

8,3

8,4

9,1

8,6

[mg/mo3]

<1

<1

<1

<1

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 16 van 49

Tabel 4.8 toont de emissie gegeven bij actueel zuurstof.

Tabel 4.8

Resultaten van emissiemetingen

Component

Eenheid]

1.1

1.2

1.3

Gemiddelde

Debiet NOx

[m03/uur [g/uur]

1313 10,8

1309 11,0

1316 11,9

1313 11,3

Ammoniak

[g/uur]

n.a.

n.a.

n.a.

n.a.

De geurconcentraties in de geurmonsters zijn in het geurlaboratorium bepaald. Tabel 4.9 toont de resultaten van de geuremissiemetingen. In de tabel zijn de geurconcentraties geometrisch gemiddeld. De gedetailleerde meetgegevens staan in bijlage H. De certificaten van de geuremissiemetingen staan in bijlage H. De geuremissie is met niet afgeronde getallen berekend als het product van de geometrisch gemiddelde geurconcentratie en het gemiddeld gemeten debiet.

Tabel 4.9 Nr.

3.1 3.2 3.3 3

Meetresultaten van de geuremissie van de nitrificatietank

Omschrijving

Debiet

Nitrificatietank Nitrificatietank Nitrificatietank Gemiddeld

[m3/u]20 1400 1400 1400 1400

Geurconcentratie (incl. voorverdunning) [ouE/m3] 951 643 1012 852

Geuremissie [MouE/u] 1,4 0,9 1,4 1,2

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 17 van 49

BIJLAGEN

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 18 van 49

A 1.

Verklarende woordenlijst Afzonderlijke meting: Incidentele meting ter controle van de emissie en bestaande uit ten minste drie onafhankelijke monsternemingen (deelmetingen)

2.

Debiet: Afgashoeveelheid die per tijdseenheid wordt geëmitteerd

3.

Emissie: De uitworp van een of meer verontreinigende stoffen naar de lucht

4.

Emissie-eis: De bij de vergunningverlening per bron voor onderscheiden afgascomponenten als bovengrens te hanteren emissieconcentratie

5.

Massastroom: De massa van een bepaalde stof of stoffen uit een zelfde stofklasse of categorie, die per tijdseenheid wordt geëmitteerd.

6.

Meetmethode: Het geheel van monsterneming, monsterbehandeling en analyse ten behoeve van de kwantificering van emissies

7.

Meetonnauwkeurigheid: De onder vastgelegde, constante afgascondities en inherent aan de meetmethode te verwachten maximale spreiding, zoals opgegeven in de toe te passen norm- of meetvoorschriften.

8.

Normaal kubieke meter: Een normaal kubieke meter is het volume van droge lucht met een temperatuur van 273 K en een druk van 101,3 kPa.

9.

Parts per million (ppm): Concentratie-eenheid, omrekenen van ppm naar g/m3 gaat via de formule: C=MM/22,4*Cv MM is de molecuulmassa voor de betreffende component Cv is de concentratie in volume ppm (droog) 22,4 is het molair volume in liter/mol van een ideaal gas bij 273,15 K en 101,3 kPa.

10.

Pitotbuis: Meetinstrument om luchtsnelheden in afvoerkanalen te meten.

11.

Relatieve vochtigheid: Het gehalte aan waterdamp in lucht, gerelateerd aan het maximale gehalte aan waterdamp (verzadigingsdampspanning), die lucht bij 101,3 kPa en de betreffende temperatuur kan bevatten.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 19 van 49

A 12.

Vervolg verklarende woordenlijst Referentiezuurstofpercentage: Vastgelegd zuurstofpercentage in de afgassen voor toetsing van de emissieconcentraties.

13.

Zuurstofpercentage: Gehalte zuurstof in afgasssen. Dit is van belang voor het bepalen van de emissieconcentratie. Omrekenen van emissieconcentraties van een gemeten naar een referentiezuurstofpercentage gebeurt met formule: (Ceis)x=(Ceis)b*(20,95-O(x))/(20,95-O(b)) Hierbij geldt: (Ceis)x=concentratie bij het zuurstofreferentiepercentage O(x) (Ceis)b=concentratie bij het gemeten zuurstofpercentage (O)b O(x)=referentiezuurstofpercentage O(b)=gemeten zuurstofpercentage

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 20 van 49

B

Accreditatie Buro Blauw

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 21 van 49

C

Meetmethode debiet

De debietmetingen van de geforceerde emissies zijn uitgevoerd zoals beschreven in de norm NEN-EN 16911-1 (2013), Stationary source emissions –Manuel and automatic determination of velocity and volume flow rate in ducts. De luchtsnelheid is met een pitotbuis gemeten, de temperatuur met een K-type voeler, het drukverschil met een druksonde, vocht met een capacitieve sensor of met de natte bol/droge bol methode en de druk met een precisie barometer. Volgens de norm NEN-EN 16911-1 is een meetonzekerheid tot 10% haalbaar indien aan alle randvoorwaarden in de norm wordt voldaan. In de praktijk is vaak geen sprake van de meest ideale omstandigheden waardoor een meetonzekerheid van 10% - 20% gehanteerd wordt. Om na te gaan of het meetvlak voldoet aan de randvoorwaarden die in NEN-EN 16911-1 voor debietmetingen worden gesteld zijn temperatuur- en luchtsnelheidsmetingen uitgevoerd. Tabel C.1 toont de criteria voor ongestoorde profielen. Tabel C.1 Criteria meetvlakbeoordeling debietmetingen Parameter Minimaal drukverschil Richting gasstroom van kanaal Positie pitot buis in meetvlak Richting pitot buis t.o.v. meetvlak Richting

Criterium 5 Pa < 15o t.o.v. lengteas van kanaal ≤ 10% van de lengte tussen naastgelegen posities < 10o t.o.v. het meetvlak Geen “negatieve” luchtsnelheden

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 22 van 49

D

Meetmethode stikstofoxiden

Stikstofoxiden zijn gemeten volgens NEN-EN 14792: 2017, ‘Stationaire source emissionsdetermination of mass concentration of nitrogen Oxides (NOx)- Reference methodChemiluminescence. De monitor is uitgerust met een omzetter (convertor) voor de omzetting van stikstofdioxide (NO2) in stikstofmonoxide (NO). De NOx-monitor is ontworpen om de concentratie NO, NO2 en NOx te meten. Het instrument meet de lichtintensiteit van de chemoluminiscentiereactie van stikstofmonoxide en ozon volgens de volgende formule:

NO + O3 → NO2 + O2 + h Als gevolg van deze reactie bevindt NO2 in een aangeslagen energietoestand. De hoeveelheid energie dat vrijkomt wanneer deze aangeslagen NO 2 moleculen in een lagere energietoestand terechtkomen is een maat voor de hoeveelheid NO. Het analyse-instrument meet de hoeveelheid NO. NO2 moet derhalve eerste in NO worden omgezet om gemeten te kunnen worden. De omzetting gebeurt door een stainless steal NO2 – NO convertor bij een temperatuur van 625oC. Om een goede werking van de convertor te garanderen wordt het volgende beleid ten aanzien van de converter-efficiency (CE) gevoerd. CE> 95 %: Ten minste twee keer per jaar wordt er een controle uitgevoerd op de CE CE tussen 85 % en 95 % : Ten minste vier keer per jaar wordt er een controle uitgevoerd op de CE CE tussen 75 % en 85 %: Bij CE < 85% dient per meting de CE bepaald te worden tenzij kan worden aangetoond dat het toegepaste type convertor dat geleidelijk slechter wordt, tot een CE van 75%, en niet in één keer zijn werking verliest. Dit dient aangetoond te worden door grafieken waarbij het verloop van de CE is vastgesteld (tot een CE van 75%). Indien aantoonbaar is dat een convertor geleidelijk zijn werking verliest mag de frequentie van 4 keer per jaar gehanteerd worden.

Het blijft de verantwoordelijkheid van de meetinstantie om ervoor te zorgen dat metingen worden uitgevoerd met een convertor die een CE heeft > 75%. CE < 75 %: Metingen uitgevoerd met een CE die lager is dan 75% moeten worden afgekeurd. Het analyse-instrument meet de NO-concentratie en de NOx-concentratie en berekent vervolgens de NO2-concentratie. De minuutgemiddelde meetwaarden worden met een frequentie van minimaal 1 minuut opgeslagen in een datalogger..

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 23 van 49

E

Meetmethode ammoniak

De ammoniakconcentratie (berekend als ammoniak) in de afgassen is gemeten conform NEN 2826, 1999: Luchtkwaliteit. Uitworp door stationaire puntbronnen. Monsterneming en bepaling van het gehalte aan gasvormig ammoniak.

Voor de monstername van ammoniak wordt bij warme afgassen gebruik gemaakt van een verwarmde monsternameleiding. De monsterlucht wordt aangezogen door een filterhouder om vervolgens via de verwarmde monsternameleiding naar drie gekoelde wasflessen gevuld met 0,05 M H2SO4 en door een droogkolom gevuld met silicagel geleid te worden. Een monsternamepomp zuigt de bemonsterde lucht door de wasflessen en de droogkolom. Hierna wordt de lucht door een gekalibreerde droge gasmeter geleid. Figuur E.1 toont een schematisch overzicht van de meetopstelling.

Filter

Regelkraan

Temperatuurmeter Drukmeter

Volumemeter Pomp

Vochtkolom Wasstraat gekoeld in ijswater

Figuur E.1

Schematisch overzicht van de meetopstelling voor ammoniak

De absorptievloeistoffen zijn door het geaccrediteerde laboratorium Al-West in Deventer geanalyseerd.

Berekening meetonzekerheid Indien de grenswaarde in de Wabo-vergunning van een bedrijf of volgens het Activiteitenbesluit 30 mg/Nm3 bedraagt dan mag de meetonzekerheid van 40% worden verminderd op de emissie-eis. De volgende berekening ligt daaraan ten grondslag. De meetonzekerheid wordt berekend als 40%*30 mg/Nm3 = 12 mg/Nm3. Bij 3 deelmetingen wordt als meetonzekerheid gehanteerd: 12 mg/Nm3 / √3 = 6,9 mg/Nm3

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 25 van 49

F

Vervolg meet- en rekenmethode geur in afgaskanalen

De geurconcentraties in het onderzoek zijn bepaald in ouE/m3. Voor de berekening van de geuremissie is de geurconcentratie in ouE/m3 vermenigvuldigd met het debiet in m 3/uur20. De index 20 heeft betrekking op de referentietemperatuur van 20 oC (293 K) voor geurmetingen. Geurmonstername door Buro Blauw is geaccrediteerd door de RvA onder nummer L400. Berekening flucturende bronnen Bronnen die binnen een uur afwisselend wel en niet actief zijn, worden ‘fluctuerende’ bronnen genoemd. Voorbeelden zijn laad- en losactiviteiten die bijvoorbeeld slechts enkele minuten duren en meerdere keren per dag plaatsvinden. In de beschikbare verspreidingsmodellen wordt gerekend met hele uren en de gebruikte meteorologische gegevens zijn uurgemiddelden. Om een fluctuerende bron in het verspreidingsmodel op te nemen zonder over- of onderschatting van de immissiesituatie, dient de emissie te worden omgerekend naar een ‘uurgemiddelde’ emissie 2 Voor de omrekening van de geuremissie van een fluctuerende bron naar een uurgemiddelde emissie is de volgende formule van toepassing:

Buurgemiddeld = Q f * f Waarin: Buurgemiddeld Qf ƒ

1 2

= uurgemiddelde geuremissie (ouE/uur) = momentane geuremissie tijdens de uurfractie ƒ (ou E/uur) = uurfractie waarbinnen de momentane geuremissie optreedt. (-)

De emissieduur waarin Buurgemiddeld optreedt, wordt gelijk gesteld aan het aantal hele uren waarin de fluctuerende bron actief is.

2

Publikatiereeks lucht, nr 82: Toepassing van stankconcentratienorm op discontinue en fluctuerende bronnen

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 26 van 49

G

Meet- en rekenmethode geur met Lindvalldoos

Geurmonstername De geurmonstername is uitgevoerd volgens intern werkvoorschrift MDW-02 – Monstername geur. Het werkvoorschrift is afgeleid van de norm NEN-EN 13725 (2003) Air quality – Determination of odour concentrations by dynamic olfactometry, het document Meten en Rekenen Geur en de NeR. Geurmonsters van niet warme gassen die weinig vocht bevatten en geen hoge geurconcentratie hebben worden bemonsterd met de longmethode. Met deze bemonsteringsmethode wordt een monsterzak direct met lucht gevuld. Hiertoe wordt de monsterzak in een vat geplaatst. De monsterzak staat via een monsternameleiding in directe verbinding met de te bemonsteren lucht. In het vat wordt met behulp van een pomp onderdruk gecreëerd waardoor de monsternamezak in het vat de te bemonsteren lucht aanzuigt. Op deze wijze wordt de monsterzak gevuld zonder dat de te monsteren lucht eerst door de pomp gaat. Lindvalldoos Monstername met behulp van de lindvalldoos is geschikt voor de bepaling van de geuremissie vanuit een weinig of niet belucht oppervlak. Het meetresultaat is de specifieke geuremissie per m2 [ouE/(m2.uur)]. De Lindvalldoos is een bemonsteringsapparaat dat een gedeelte van het oppervlak afdekt. Vervolgens wordt een constante, bekende, geurvrije luchtstroom door het apparaat gevoerd.

Het luchtdebiet wordt zodanig gekozen, dat de luchtsnelheid over het oppervlak overeenkomt met de gemiddeld in Nederland voorkomende windsnelheid (op referentiehoogte). Tijdens het verblijf van de lucht in de emissiekamer vindt er overdracht van geur plaatsvan het oppervlak naar de lucht. De Lindvalldoos is aan de onderzijde open en wordt op het te bemonsteren oppervlak geplaatst. Door de doos wordt geurvrije lucht geblazen. Ontgeuring vindt plaats door een actief koolfilter tussen de ventilator en de Lindvalldoos. De lucht die door de doos geblazen wordt neemt geur van het oppervlak op. De luchtsnelheid in de doos is afgestemd op de windsnelheid nabij het oppervlak. De windsnelheid, gemeten met het meteostation, de hoogte van het meteostation, de hoogte van de Lindvalldoos en de ruwheid van het oppervlak worden gebruikt om de windsnelheid nabij het oppervlak te berekenen. De ventilator van de Lindvalldoos is traploos regelbaar en wordt ingesteld op de berekende snelheid. Van de ingaande en de uitgaande lucht van de Lindvalldoos worden gelijktijdig geurmonsters genomen. Bemonstering van de geur aan de ingang van de Lindvalldoos dient om te controleren of de lucht voldoende geurvrij is. Randvoorwaarde voor de toepassing van de Lindvalldoos is een significant verschil tussen de ingaande en de uitgaande geurconcentratie.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 27 van 49

G

Vervolg meet- en rekenmethode geur met Lindvalldoos

De berekening van de luchtsnelheid in de Lindvalldoos gebeurt met de volgende formule:

 1 * heff   ln  2 z0    U =Uz *   z  ln    z0  U Uz Z Z0 heff

= luchtsnelheid onder de afdekking [m/s] = windsnelheid op de hoogte z [m/s] = hoogte waarop de windsnelheid wordt gemeten [m] = ruwheidslengte van het te bemonsteren oppervlak [m] = afstand tussen het oppervlak en de afdekking [m]

Geuranalyse De geurmonsters van de afgassen zijn binnen 30 uur na de monstername geanalyseerd in het geurlaboratorium van Buro Blauw. Dit geurlaboratorium is door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerd voor het uitvoeren van olfactometrische analyses volgens de Europees/ Nederlandse norm NEN-EN 13725 (2003): Air quality - Determination of odour concentration by dynamic olfactometry. Geuranalyses worden in Nederland uitgevoerd volgens de norm NEN-EN 13725. De grootheid voortkomend uit bovengenoemde norm wordt uitgedrukt in de eenheid ouE/m3 (European odour unit per cubic meter) met als omrekeningsfactor 1 ouE/m3 = 2 ge/m3 voor de Nederlandse situatie. De geurconcentraties in het onderzoek zijn bepaald in ouE/m3. Voor de berekening van de geuremissie is de geurconcentratie in ouE/m3 vermenigvuldigd met het debiet in m 3/uur20. De index 20 heeft betrekking op de referentietemperatuur van 20 oC (293 K) voor geurmetingen. Geurmonstername door Buro Blauw is geaccrediteerd door de RvA onder nummer L400. Berekening voor significante verschillen De geuremissie van de bron wordt berekend aan de hand van het verschil in concentratie tussen de ingaande en de uitgaande lucht. Om te komen tot betrouwbare resultaten moet er een significant verschil zijn in de geurconcentraties van de ingaande en de uitgaande lucht.

De berekening voor significante verschillen wordt uitgevoerd met de volgende formule: −

D

t= Sr

1 nA

+ 1

nB

t = statistische factor, behorende bij het gewenste betrouwbaarheidsinterval (voor het 95% betrouwbaarheidsinterval t = 1,96 voor n = ∞) D = het gemiddelde van de verschillen van de logaritmen van de metingen mA en mB Sr = de standaarddeviatie van de natuurlijke logaritmen van de meetwaarden (voor r ’ = 3 volgt Sr =- 0,396) nA = aantal meetwaarden voor meting A nB = aantal meetwaarden voor meting B

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 28 van 49

G

Vervolg meet- en rekenmethode geur met Lindvalldoos

Debiet Het afgasdebiet in kanalen wordt door Buro Blauw uitgevoerd volgens werkvoorschrift MDW-01 - Bepaling afgaskarakteristieken in afgaskanalen. Het werkvoorschrift is conform de vereisten in de norm ISO 10780 opgesteld. Buro Blauw meet de luchtsnelheid in afgaskanalen conform de norm met een pitotbuis. In enkele gevallen wordt gebruik gemaakt van een vleugelradanemometer, een hittedraad- of een hittekogelanemometer. Deze laatste meetinstrumenten worden niet in de norm genoemd. Buro Blauw hanteert een uitgebreid kalibratieschema voor de kalibratie van meetapparatuur. De hittedraadanemometer wordt vanwege het lage meetbereik door een geaccrediteerde externe instantie gekalibreerd. Het debiet van de Lindvalldoos is in het leidingwerk tussen het actief koolfilter en de Lindvalldoos gemeten. Het gaat hierbij om een gekanaliseerde leiding. Echter, de ISO 10780 hanteert een minimale diameter van het afgaskanaal van 0,30 meter voor de uitvoering van nauwkeurige metingen. Het kanaal van de Lindvalldoos heeft een diameter van 0,125 meter waardoor sprake is van een grotere meetonnauwkeurigheid dan in de norm staat vermeld. Het debiet voor geurmetingen dient gecorrigeerd te worden naar referentie omstandigheden. Tijdens de uitvoering van de metingen zijn naast de luchtsnelheid ook de temperatuur, vochtgehalte en de luchtdruk gemeten.

Het gemeten debiet is onder bedrijfsomstandigheden vastgesteld. Voor geurmetingen is het debiet conform de eisen omgerekend naar 20oC (293 K), 101,3 kPa en vochtige lucht. Dit wordt het standaarddebiet genoemd. Specifieke geuremissie De specifieke geuremissie, berekend met de Lindvalldoos volgt uit de uitgaande geurconcentratie te vermenigvuldigen met het debiet door de Lindvalldoos. Door de gemeten geuremissie in MouE/uur te delen door het oppervlak van de open onderzijde van de Lindvalldoos volgt de specifieke geuremissie in Mou E/(m2.uur). De geuremissie van de gehele oppervlaktebron volgt uit de vermenigvuldiging van de specifieke geuremissie met de totale afmeting van de oppervlaktebron.

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 29 van 49

G

Vervolg meet- en rekenmethode geur met Lindvalldoos

Berekening flucturende bronnen Bronnen die binnen een uur afwisselend wel en niet actief zijn, worden ‘fluctuerende’ bronnen genoemd. Voorbeelden zijn laad- en losactiviteiten die bijvoorbeeld slechts enkele minuten duren en meerdere keren per dag plaatsvinden. In de beschikbare verspreidingsmodellen wordt gerekend met hele uren en de gebruikte meteorologische gegevens zijn uurgemiddelden. Om een fluctuerende bron in het verspreidingsmodel op te nemen zonder over- of onderschatting van de immissiesituatie, dient de emissie te worden omgerekend naar een ‘uurgemiddelde’ emissie 3 Voor de omrekening van de geuremissie van een fluctuerende bron naar een uurgemiddelde emissie is de volgende formule van toepassing:

Buurgemiddeld = Q f * f Waarin: Buurgemiddeld Qf ƒ

1 2

= uurgemiddelde geuremissie (ouE/uur) = momentane geuremissie tijdens de uurfractie ƒ (ou E/uur) = uurfractie waarbinnen de momentane geuremissie optreedt. (-)

De emissieduur waarin Buurgemiddeld optreedt, wordt gelijk gesteld aan het aantal hele uren waarin de fluctuerende bron actief is.

3

Publikatiereeks lucht, nr 82: Toepassing van stankconcentratienorm op discontinue en fluctuerende bronnen

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 30 van 49

H

Gedetailleerde meetgegevens

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 31 van 49

H

Vervolg gedetailleerde meetgegevens

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 32 van 49

H

Vervolg gedetailleerde meetgegevens

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 33 van 49

H

Vervolg gedetailleerde meetgegevens

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 34 van 49

H

Vervolg gedetailleerde meetgegevens

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 35 van 49

H

Vervolg gedetailleerde meetgegevens

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 36 van 49

H

Vervolg gedetailleerde meetgegevens

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 37 van 49

I

Analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 38 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 39 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 40 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 41 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 42 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 43 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 44 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 45 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 46 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 47 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 48 van 49

I

Vervolg analysecertificaten

Rapportnr. BL2022.10799.01-V01 25 mei 2022 Pagina 49 van 49

VERANTWOORDING

Rapporttitel

EMISSIE ONDERZOEK BIJ OTTINK IN GROENLO

Subtitel

Meetrapport van de emissiemetingen aan de zeefband, dikke fractie, nitrificatietank en denitrificatietank BL2022.10799.01-V01

Rapportnummer

Deze versie vervangt eventueel eerder uitgebrachte versies in zijn geheel Opdrachtgever

Maatschap Ottink Vleeskalveren en Mestverwerking B.V.

Adres

Oude Borculoseweg 5 7141 JA Groenlo

Contactpersoon

Sander Hooch Antink – ForFarmers FarmConsult

Uitvoerder(s)

R. van Onzenoort, S. Ledelay

Auteur

Raoul van Onzenoort | Buro Blauw

Functie auteur

Projectleider

Controleur

Ir. Mark Kosters

Functie controleur

Teamleider meetdienst

Datum

25 mei 2022

Nude 54 – 6702 DN Wageningen telefoon 0317 466699 – fax 0317 426111 email info@buroblauw.nl – internet www.buroblauw.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12031261/1