CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

vvgb kapelweg 38 ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 19 december 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Kapelweg 38 Vragender8.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender vastgesteld

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk1

5 Algemene gegevens omgevingsvergunning

6

Hoofdstuk2 Inleiding 2.1 Aanleiding en doel 2.2 Ligging en begrenzing plangebied 2.3 Geldende bestemmingsplannen

7 7 7 8

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Bestaande situatie 3.2 Gewenste situatie 3.3 Landschappelijke inpassing

10 10 10 11

Hoofdstuk4 Beleid 4.1 Internationaal niveau 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

13 13 15 18 19

Hoofdstuk5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Algemeen 5.2 Bodem 5.3 Archeologie 5.4 Water 5.5 Geluid 5.6 Natuurbescherming 5.7 Externe veiligheid 5.8 Verkeer en parkeren 5.9 Kabels en leidingen

21 21 21 22 22 25 25 26 28 28

Hoofdstuk6 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

29 29 29

(vastgesteld)

3

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4

(vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Hoofdstuk 1

Algemene gegevens omgevingsvergunning

Kapelweg 38 Vragender omgevingsvergunning oktober 2023 Inlichtingen: Afdeling Ruimte en Economie

De aanvraag om omgevingsvergunning is ingekomen voor de percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 te Vragender. De aanvraag heeft betrekking op de onderdelen 'milieu' en 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening'. Het onderdeel 'Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' heeft betrekking op de gevraagde ontwikkelingen op het perceel Kapelweg 38 te Vragender. Hiervoor is een 'Verklaring van geen bedenkingen' noodzakelijk zoals hieronder nader is beschreven. Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. In de eerste drie hoofdstukken is de ingediende aanvraag om omgevingsvergunning voor zowel Vragenderweg 71 als Kapelweg 38 beschreven. Omdat deze ruimtelijke onderbouwing alleen betrekking heeft op Kapelwerg 38 is vanaf hoofdstuk 4 alleen ingegaan op de gewenste ontwikkelingen bij het perceel Kapelweg 38 te Vragender. Voor het onderdeel 'milieu', welke geldt voor de percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 te Vragender, is een onderbouwing beschikbaar, inclusief Regels, die onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning.

6

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Hoofdstuk 2 2.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Bij de gemeente Oost Gelre is een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor de percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 te Vragender. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de onderdelen 'milieu' en 'handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening' (planologie). Voor het onderdeel milieu wordt een revisievergunning aangevraagd voor de percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 te Vragender. Er is hier sprake van één agrarische inrichting voor het houden en fokken van varkens. Het onderdeel planologie heeft alleen betrekking op het perceel Kapelweg 38 waarbij een deel van de inrichting buiten het aangegeven agrarisch bouwvlak wordt geplaatst. Met voorliggende omgevingsvergunning kan medewerking worden verleend aan het verzoek.

2.2

Ligging en begrenzing plangebied

De percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 te Vragender zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre aan de westzijde van de bebouwde kom Vragender. De directe omgeving is te kenmerken als gemengd. Naast agrarische bedrijvigheid zijn er enkele bedrijfs-, woon- en maatschappelijke percelen aanwezig. In de directe nabijheid is de bebouwde kom van Vragender gelegen.

Omgeving plangebied

Toelichting (vastgesteld)

7

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 Vragender

2.3

Geldende bestemmingsplannen

Het perceel Vragenderweg 71 te Vragender is gelegen in het geldend wijzigingsplan 'Vragenderweg 71 Vragender vervorming bouwvlak' welke is vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 6 december 2016 en het bestemmingsplan 'Buitengebied, Reparatieplan 2016', vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 4 april 2017. Het perceel is bestemd als 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' voorzien van een bouwvlak met functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en de gebiedsaanduiding 'overige zone - openheid'. Naast voornoemde wijzigingsplan en bestemmingsplan geldt nog het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie', welke door de gemeenteraad van Oost Gelre is vastgesteld op 22 februari 2022, met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1'. Het perceel Kapelweg 38 te Vragender is gelegen in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011', vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre op 18 december 2012, met bijbehorende 8

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender reparatieplannen: 'Buitengebied Oost Gelre', vastgesteld op 15 juli 2014, en 'Buitengebied, Reparatieplan 2016', vastgesteld op 4 april 2017. Dit perceel is bestemd als 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden' voorzien van en bouwvlak met functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en een maatvoering van 'maximum aantal wooneenheden' van twee. Ook hier geldt naast voornoemde bestemmingsplannen nog het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie', welke door de gemeenteraad van Oost Gelre is vastgesteld op 22 februari 2022, met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' en 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2'. In het geldend bestemmingsplan voor Kapelweg 38 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een bestaand agrarisch bouwvlak te vergroten naar 1,5 ha. Deze vergroting geldt echter alleen voor aangewezen ontwikkelingslocaties. Kapelweg 38 is niet aangewezen als een ontwikkellocatie zodat van de wijzigingsbevoegdheid geen gebruik kan worden gemaakt. Door middel van het afwijken van de regels van het bestemmingsplan, met behulp van een omgevingsvergunning Wabo, kan aan het verzoek worden meegewerkt.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan

Toelichting (vastgesteld)

9

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

Op de percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 te Vragender zijn twee intensieve veehouderijbedrijven aanwezig waar varkens worden gefokt en gehouden. Vanwege de technische, organisatorische en functionele binding met elkaar worden beide bedrijven, ingevolge de milieuwetgeving, beschouwd als één inrichting met één milieuvergunning. Op beide percelen zijn bedrijfswoningen aanwezig. Het perceel aan de Vragenderweg 71 wordt ontsloten via de Vragenderweg. Het perceel aan de Kapelweg 38 wordt ontsloten via de Kapelweg. Het agrarisch bedrijf aan de Vragenderweg 71 te Vragender is voorzien van een bouwvlak met een grootte van 1,15 ha. In dit bouwvlak zijn de bedrijfsgebouwen gelegen alsmede de bijbehorende voorzieningen, de bedrijfswoning en een kapschuur. Het agrarisch bedrijf aan de Kapelweg 38 te Vragender is ook voorzien van een bouwvlak met een grootte van 1,09 ha. In dit bouwvlak zijn de bedrijfsgebouwen gelegen alsmede de bijbehorende voorzieningen en een bedrijfswoning. Een weegbrug is gelegen buiten het aangegeven agrarisch bouwvlak. Hiervoor is een omgevingsvergunning Wabo met planafwijking verleend.

3.2

Gewenste situatie

Op de locatie Vragenderweg 71 wordt stal 1 intern verbouwd. Het deel dat in gebruik was voor vleesvarkens (1.024 stuks) en gespeende biggen (640 stuks) wordt geschikt gemaakt voor 540 dragende zeugen en 432 biggen. Het totaal aantal te houden varkens neemt daarmee af met 692 dieren. Stal 1 wordt aangesloten op een gecombineerd luchtwassysteem. Stal 2 wordt, voor dat deel waar 162 kraamzeugen zijn gehuisvest, aangesloten op de aanwezige gecombineerde luchtwasser. Op de locatie Kapelweg 38 worden aan de voorzijde van stal 3 enkele silo's geplaatst. Daarnaast is het de wens om bij de aanwezige bedrijfswoning een bijbehorend bouwwerk te realiseren. Een deel van het bijbehorend bouwwerk alsmede een deel van de silo's worden buiten het aangegeven agrarisch bouwvlak geplaatst. Voor beide locaties vindt een wijziging plaats van de (hoogte en oppervlakte van de) emissiepunten van de aanwezige luchtwassers. Deze voornoemde wijzigingen zijn wijzigingen in de verleende milieuvergunning. Er wordt dan ook een revisievergunning onderdeel milieu aangevraagd. In het geldende bestemmingsplan is aangegeven dat bebouwing binnen het aangegeven bouwvlak dient te liggen. Binnen het bouwvlak op het perceel Kapelweg 38 te Vragender is geen ruimte meer om de voedersilo's te plaatsen. Ook een deel van het bijbehorend bouwwerk voor de woningen komt buiten het bouwvlak te liggen.

Dit past niet binnen de regels van het geldend bestemmingsplan. Door middel van een omgevingsvergunning Wabo kan aan de uitbreiding buiten een bouwvlak worden meegewerkt. Wel dient de gemeenteraad van Oost Gelre voor het onderdeel planologie een 'Verklaring van geen bedenkingen' af te geven.

10

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Rood omlijnd het huidige agrarisch bouwvlak

3.3

Landschappelijke inpassing

Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een plan voor erfinpassing en landschapsversterking opgesteld. Hieruit blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt en dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. De varkenshouderij aan de Kapelweg 38 vormt tezamen met de varkenshouderij aan de Vragenderweg 71 één inrichting. In 2015 is voor het bedrijf aan de Vragenderweg 71 het bouwvlak gewijzigd. Toen is door Natuurbank Overijssel een inrichtingsplan gemaakt waarin beide locaties zijn meegenomen. Dit landschappelijk inpassingsplan vormt de basis voor een aanvullend inpassingsplan, opgesteld door Locis Adviseurs, die als bijlage aan deze ruimtelijke onderbouwing is bijgevoegd. Het landschappelijk inpassingsplan van Natuurbank Overijssel van 4 december 2015 is als bijlage bijgevoegd aan het aanvullend inpassingsplan. In het aanvullend landschappelijk inpassingsplan wordt het volgende voorgesteld: 1. Ten oosten van de stallen aan de Vragenderweg staat nu één rij met struweel. Deze rij zal worden aangevuld met twee rijen (plantverband van 1,5x1,5 meter). Hiermee ontstaat een stevige struweelsingel van circa 5 meter breed. Qua soorten wordt gekozen voor een gemengd assortiment inheemse soorten bestaande uit onder meer veldesdoorn, lijsterbes, Gelderse roos, sleedoorn, fladderiep en liguster. 2.

Ten westen van de varkensstallen aan de Vragenderweg (achter de berging) staan momenteel twee rijen struweel. Dit zal worden aangevuld met een extra rij (plantverband van 1,5x1,5). Hiermee ontstaat een stevige struweelsingel van circa 5 meter breed. Qua soorten wordt wederom gekozen voor

Toelichting (vastgesteld)

11

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender inheemse soorten als veldesdoorn, lijsterbes, Gelderse roos, sleedoorn, fladderiep en liguster. 3. In het eerdere plan was vóór de stallen aan de Kapelweg een erfbosje gepland. Bij nader inzien wordt toch de voorkeur gegeven aan enkele solitaire bomen die volwaardig kunnen uitgroeien. Het bedrijf hoeft immers niet volledig verstopt te worden. Gekozen wordt voor drie linden. 4. In Vragender wordt gestreefd naar uitbreiding van de wandelpaden door de velden en landerijen. Aanvrager kan instemmen met de realisatie van een wandelpad langs de stallen zodat er een verbinding ontstaat tussen de Kapelweg en de noordelijk gelegen watergang van het waterschap. Voor de verdere uitwerking (ondermeer overleg met Waterschap) is de gemeente Oost Gelre primair verantwoordelijk. Genoemde vier punten zijn gevisualiseerd in onderstaande afbeelding die is opgenomen in bovengenoemde landschappelijke inpassingsplannen.

12

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Hoofdstuk 4

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied. In dit hoofdstuk is dus alleen de planologische ontwikkeling aan de Kapelweg 38 te Vragender beoordeeld aan vigerend beleid.

4.1

Internationaal niveau

4.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.

4.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn.

Toelichting (vastgesteld)

13

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. De archeologische waarden zijn opgenomen als dubbelbestemming in het geldende bestemmingsplan. Daarnaast geldt het vastgestelde 'Parapluplan Archeologie'. Hier zijn Regels aan gesteld ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. In hoofdstuk 5, paragraaf 5.3 wordt dit nader toegelicht.

4.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Een watertoets is beschreven in hoofdstuk 5 in paragraaf 5.4.

Algemene conclusie De internationale regelgeving en/of de europese regelgeving is niet op deze omgevingsvergunning van toepassing.

14

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Toelichting (vastgesteld)

15

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft het een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling op het perceel Kapelweg 38 te Vragender.

4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.

Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. De uitgangspunten van het Barro zijn bij het opstellen van deze omgevingsvergunning betrokken.

16

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.

Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het plaatsen van een deel van een bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoning en het plaatsen van enkele silo's buiten het aangegeven agrarisch bouwvlak. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De voorziene ontwikkeling valt niet onder voornoemde categorieën of is als een stedelijke voorziening aan te merken nu de ontwikkeling plaatsvindt bij een bestaand intensieve veehouderijbedrijf. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Afweging Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat het realiseren van een deel van een bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoning en het plaatsen van enkele silo's buiten het aangegeven agrarisch bouwvlak niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling zodat gesteld kan worden dat er sprake is van een duurzame verstedelijking.

Conclusie Daarmee vormt de ladder van duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

Algemene conclusie Het Rijksbeleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen die deze omgevingsvergunning mogelijk maakt.

Toelichting (vastgesteld)

17

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. In de Omgevingsvisie is de Gelderse Ladder opgenomen. De Gelderse Ladder wordt gebruikt als afwegingskader voor de vestigingsplek van stedelijke ontwikkelingen. Als juridische basis voor de Gelderse Ladder gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking, genoemd in de vorige paragraaf. De juridische borging van de ladder is geregeld in de Bro en is niet nogmaals opgenomen in de provinciale verordening. Consequenties met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling zijn dan ook hetzelfde. De meest recente omgevingsverordening van 1 februari 2022, met het actualisatieplan 9 van 5 juli 2022, richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland.

Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen dus ook voor het uitbreiden van een agrarisch bedrijf buiten een agrarisch bouwvlak. Ingevolge voornoemde Omgevingsverordeningen geldt voor het plangebied Kapelweg 38 te Vragender de volgende regels: 1. Regels Glastuinbouw: er is hier geen sprake van glastuinbouw zodat deze niet verder wordt beoordeeld. 2. Regels Landschap kaart 1: Nationaal landschap maar buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal Landschap) is hierop van toepassing. In dit artikel wordt aangegeven dat ontwikkelingen in het Nationaal landschap maar buiten de GNN of GO worden toegestaan indien de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet worden aangetast. De gewenste ontwikkeling betreft het plaatsen van een deel van een bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoningen en het plaatsen van enkele silo's buiten het aangegeven agrarisch bouwvlak.

Deze ontwikkeling vindt dus op bedrijfsniveau plaats en direct aansluitend aan de bestaande bebouwing. Nu er ook landschappelijk wordt ingepast kan worden gesteld dat de kernkwaliteiten door deze geringe ontwikkeling niet worden aangetast maar eerder worden versterkt door de landschappelijke inpassing.

Conclusie Omgevingsvisie en -verordening vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen die deze omgevingsvergunning mogelijk maakt.

18

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020

Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is: Het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: Op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; Een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; Een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; De identiteit onderstreept en versterkt. De gewenste ontwikkeling op het perceel Kapelweg 38 te Vragender heeft geen negatieve gevolgen voor het erfgoed op het perceel.

4.4.2

Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'

Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat Vragender in de zone 'OostNederlands Plateau' valt. Binnen deze zone is het landschaps-ensemble aangemerkt als 'De marke Vragender' .

Toelichting (vastgesteld)

19

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Hierbij geldt het motto: "Vragender verdient een kans! Pak de historische karakteristiek van 'esdorp in het veld en aan het veen' op en koppel deze aan het eigentijdse gemengd bedrijf van verbrede landbouw en buitenlui op het platteland. Werk aan een groenblauwe dooradering van het cultuurlandschap voor recreanten, maar zeker ook voor ommetjes voor mensen vanuit het dorp. Geef de es een kans met oude en nieuwe kranspaden. Van daaruit kunnen paden en wandelstroken voor mens, plant en dier door het veld en de beekdalen gaan". Te beschermen of op te poetsen parels: het ensemble van afwisseling van dorp, es, beekdalen, veld en veen karakteristieke solitaire bomen de molen en de ruïne van de kapel holle wegen, leemkuilen en grintgroeven plekken om te verpozen eventueel met picknickbankjes het Vragenderveen en de Schaar typerende erfbeplantingen steilranden en beplantingen Te stimuleren landschapselementen: bestaande karakteristieke beplantingen kranspaden rond de es: zandpad langs esrand eventueel met fruitbomen en/of eikenhakhoutsingel veldpaden: zandpaden door de ontginning langs kavelranden met eiken-berkensingel erlangs veldpaden door en langs de beekdalen kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin hooilandstrook en zwarte els Deze uitgangspunten zijn de basis geweest voor het opgestelde erf- met landschappelijk inpassingsplan.

De geschiedenis van het landschap heeft hierbij als basis gediend voor de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. De landschappelijke inpassingsplannen zijn als bijlage bij deze onderbouwing bijgevoegd.

Conclusie Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

20

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Hoofdstuk 5

5.1

Uitvoeringsaspecten

Algemeen

In dit hoofdstuk zijn de relevante milieu-aspecten beschreven die betrekking hebben op de planologische ontwikkeling op het perceel Kapelweg 38 te Vragender. Het gaat hierbij dus om de buiten het aanwezige agrarisch bouwvlak te plaatsen bijbehorend bouwwerk bij de woningen en de silo's. De overige relevante milieu-aspecten zijn beschreven in de bij de omgevingsvergunning behorende onderbouwing voor het onderdeel 'milieu' welke op de percelen Vragenderweg 71 en Kapelweg 38 te Vragender van toepassing zijn.

5.2

Bodem

Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek. Situatie plangebied In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht.

Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Op de planlocatie wordt een bijbehorend bouwwerk bij de woningen gerealiseerd en silo's geplaatst. Voor deze ontwikkelingen worden bodemwerkzaamheden verricht zoals het gedeeltelijk afgraven van de toplaag van de bodem. Deze afgraving zal gering zijn. Nadien zal een betonfundering worden aangebracht voor het bijbehorend bouwwerk en de silo's. Daarbij worden geen bouwwerken gerealiseerd waarbij langdurig verblijf van personen zal plaatsvinden. Een aanvullend bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie bodem Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de te verlenen omgevingsvergunning.

Toelichting (vastgesteld)

21

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

5.3

Archeologie

De Erfgoedwet verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan of verlening van een omgevingsvergunning en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden, rekening te houden met de in de bodem aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Op 22 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre het 'Parapluplan Archeologie' vastgesteld. Ingevolge dit Parapluplan geldt voor het bijbehorend bouwwerk bij de woning de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1'. Voor de silo's geldt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologisch waardevol gebied 2'. 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 250 m2. Voor het bijbehorend bouwwerk geldt dat de 250 m2 niet wordt overschreden. Een onderzoeksplicht is hierbij dan ook niet noodzakelijk. 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2' Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte gelijk aan of groter dan 50 m2. Ook hierbij zal de betonnen bodemplaat voor de silo's de 50 m2 niet overschrijden.

Een onderzoeksplicht is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie archeologie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor voorliggend plan.

5.4

Water

Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.

De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt

22

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf.

De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld.

Thema

Toetsvraag

Relevant

Hoofdthema's Veiligheid

Riolering afvalwaterketen

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

Nee

en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?

Nee

2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Ja IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?

Ja

2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Toelichting (vastgesteld)

Nee

23

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?

Nee

Oppervlaktewaterkwalit 1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd? Nee eit 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit

1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?

een

hydrologisch Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Nee

Aandachtsthema's Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's

In bovenstaand tabel zijn een tweetal vragen met 'ja' beantwoord. Deze worden hieronder nader beoordeeld. Riolering en afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie dienen de toename te kunnen verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Voor onderhoud aan het persleidingenstelsel is bereikbaarheid van de leiding noodzakelijk. Tot slot mogen in de milieuzone van de RWZI geen hindergevoelige functies worden opgenomen. Het verhard oppervlak door het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk en de silo's neemt toe. Het afvalwater en/of hemelwater van dit verhard oppervlak wordt niet op de persleiding van het Waterschap aangesloten. De beoogde ontwikkeling komt te liggen op ongeveer 30 m van deze persleiding. Hiermee wordt de persleiding niet zwaarder belast en blijft voor onderhoud bereikbaar. Wateroverlast Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Door versnelde afvoer van hemelwater wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar op

24

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Om versnelde afvoer tegen te gaan wordt de trits vasthouden-bergen-afvoeren gehanteert. Dit betekent dat hemelwater zoveel mogelijk wordt vastgehouden op de plek waar het valt. Hiervandaan kan het infiltreren in de bodem of vertraagd worden afgevoerd naar het watersysteem. Het verhard oppervlak zal enigszins toenemen. Het hemelwater, afkomstig van deze toegenomen verharding zal echter niet worden geloosd op de riolering maar binnen het plangebied worden opgevangen en vertraagd worden afgevoerd naar een nabijgelegen watergang. Hiermee heeft het water de tijd om te infiltreren in de bodem.

Conclusie water Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.

5.5

Geluid

Ingevolge de Handboek 'Bedrijven en milieuzonering' geldt er voor een intensieve veehouderij voor het houden en fokken van varkens een grootste afstand voor geluid van 50 m. Met name bij het vullen van de voersilo's kan er sprake zijn van enig geluidsoverlast. Dit is echter kortstondig. De dichtstbijzijnde woning van derden is gelegen op ongeveer 150 m. Deze afstand is groot genoeg om geen geluidsoverlast te ondervinden van de voorgenomen ontwikkelingen.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen directe belemmering voor de te verlenen omgevingsvergunning.

5.6

Natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de provinciale omgevingsvisie en -verordening.

5.6.1

Gebiedsbescherming

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. De GNN en GO kennen formeel geen externe werking.

Toelichting (vastgesteld)

25

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn door de Europese Unie (EU) aangewezen op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Binnen deze gebieden mogen geen significant negatieve effecten optreden vanwege nieuwe ontwikkelingen.

5.6.2

Soortenbescherming

Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Voor een groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb.

5.6.3

Situatie plangebied

Onderhavige ontwikkeling betreft het plaatsen van een deel van een bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoningen, het plaatsen van enkele silo's en een weegbrug buiten het aangegeven agrarisch bouwvlak. Deze ontwikkelingen liggen niet in de directe nabijheid van GNN- en GO-gebieden. Daarbij worden door de ontwikkelingen geen soorten van planten en dieren verstoord nu het voorterrein al voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt.

5.6.4

Conclusie

De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor dit plan.

5.7

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven, tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per 26

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden toegestaan. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met deze beleidsvisie geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan.

Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Toelichting (vastgesteld)

27

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Situatie plangebied Binnen de inrichting vormen alleen de silo's een gevaar. In eerste instantie waren de silo's geplaatst tussen de bestaande gebouwen in. Op advies van de VNOG (regionale brandweer) zijn de silo's verplaatst naar de voorzijde van de bedrijfsgebouwen zodat, bij een mogelijke calamiteit, de silo's beter bereikbaar zijn. Nabij het plangebied is geen weg gelegen die is aangemerkt als een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Ook is geen sprake van een nabijgelegen spoor waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Daarnaast zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen bedrijven aanwezig welke gevaar, schade of hinder voor de leefomgeving zullen veroorzaken.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan.

5.8

Verkeer en parkeren

Het plangebied wordt ontsloten via de Kapelweg. Dit is een ontsluitingsweg in het buitengebied. Meerdere woningen van derden en aanwezige bedrijven worden ontsloten via deze weg. Het verkeer naar en afkomstig van het plangebied maakt hier deel van uit. Daarnaast is binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein. Conclusie Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het plan. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande in- en uitritten ontsloten via de Kapelweg. Parkeren geschiedt op eigen terrein.

5.9

Kabels en leidingen

Er zijn binnen het plangebied geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig.

28

Toelichting (vastgesteld)

omgevingsvergunning Omgevingsvergunning uitbreiden Kapelweg 38 Vragender

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijk uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Het project en bijbehorende procedure worden door verzoeker bekostigd. Indien het project aanleiding geeft tot vergoeding van planschade (artikel 6.1 Wro) zullen de kosten worden doorberekend aan verzoeker. Ten behoeve van het project is een anterieure overeenkomst met verzoeker afgesloten inzake planschade. Burgemeester en wethouders achten het plan dan ook economisch uitvoerbaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Inspraak

Voor het plan is de uitgebreide procedure doorlopen zoals bepaald in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit betekent dat het ontwerp omgevingsvergunning voor een periode van zes weken ter inzage heeft gelegen. Een ieder kon gedurende deze periode een zienswijze indienen. In deze periode zijn er zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn verwoord en beantwoord in een zienswijzennota die als bijlage is bijgevoegd.

6.2.2

Artikel 3.1.1.-overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan of omgevingsvergunning overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Binnen het plan zijn geen nationale en provinciale belangen in het geding. Vooroverleg met de Vrom-inspectie en de provincie Gelderland is dan ook geen verplichting. De watertoets heeft aangegeven dat er geen belangen van het waterschap geschaadt worden.

Toelichting (vastgesteld)

29

bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13589031/1