vvgb gunnewick mengvoeders bijlage 4 zienswijzenota
Tekst van het document
Omgevingsvergunning met Verklaring van geen bedenkingen ‘Gunnewick Mengvoeders’
Nota Inhoud en beantwoording zienswijze
Oost Gelre
Februari 2023
1. Inleiding In het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvoor een Verklaring van geen bedenkingen nodig is, heeft het ontwerp besluit “Gunnewick Mengvoeders” met ontwerp Verklaring van geen bedenkingen en de ruimtelijke onderbouwing van 16 december 2022 tot en met 27 januari 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens voornoemde termijn kon een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Een zienswijze is tijdig ingediend wanneer zij voor het einde van de termijn van terinzagelegging van de ontwerp omgevingsvergunning is verzonden. De datum van de poststempel is hierbij bepalend. De termijn liep tot en met 27 januari 2023. Naar aanleiding van het ter inzage leggen van de ontwerp omgevingsvergunning is 1 zienswijze ingekomen. Deze zienswijzen is binnen de gestelde termijn (ontvankelijkheidstoets) ingediend. De zienswijze is schriftelijk ingediend op 17 januari 2023. De zienswijze is telefonisch verder toegelicht op 21 februari 2023. In hoofdstuk 2 is de ingekomen zienswijze naar aard en inhoud samengevat weergegeven. De gemeentelijke reactie op de zienswijze is direct na het betreffende onderdeel van de zienswijze opgenomen. In hoofdstuk 3 zijn de wijzigingen ten opzichte van de vergunningsaanvraag en ontwerpbesluiten toegelicht. In hoofdstuk 4 is de algehele conclusie gegeven over de ingebrachte zienswijze.
2
2. Inhoud en beantwoording zienswijze (schriftelijk ingekomen op 17 oktober 2022): Samenvatting zienswijze 1. Er is geen zicht op de grootte en hoogte van het centrale gebouw inclusief schoorsteen/emissiepunt. Dit is wel zeer bepalend voor de omgeving. Enerzijds wat betreft uiterlijk, anderzijds wat betreft de mate waarin de uitstoot toeneemt door een toename van de productiecapaciteit. Gaat de omgeving op deze twee punten geen hinder ondervinden? Reactie: In de toelichting bij de ontwerp omgevingsvergunning is in paragraaf 2.2 een uiteenzetting gegeven van de bestaande en nieuwe situatie. Daarbij is zowel tekstueel als visueel (afbeeldingen) weergeven wat de grootte en hoogte van de uitbreidingen inhouden, inclusief de schoorsteen c.q. het emissiepunt. Daarmee is wel degelijk zicht op de grootte en hoogte van het centrale gebouw inclusief schoorsteen/emissiepunt. Vervolgens is in paragraaf 2.4 uiteengezet hoe de wijzigingen van de bouwwerken zich verhouden in het perspectief van stedenbouw en welstand. Er is onderbouwd dat de ruimtelijke- en stedenbouwkundige impact van de uitbreiding acceptabel genoemd kan worden. De uitstraling blijft het kenmerkend silhouet behouden, welke relatief gezien weinig uitbreidt.
Positief wordt opgemerkt dat het veranderen van de drie schoorstenen naar één centraal emissiepunt inpandig wordt opgelost; vanaf de buitenkant zal het emissiepunt niet of nagenoeg niet te zien zijn. Door de uitbreiding is er wel sprake van een impact voor de omgeving, maar deze impact wordt als acceptabel beschouwd. Daarmee is aangegeven dat het door de omgeving ondervinden van hinder wordt beperkt. Tot slot gaat de zienswijze in op de grootte en hoogte van het centrale gebouw inclusief schoorsteen/emissiepunt in relatie tot de toename van uitstoot door de stijging van productiecapaciteit. In de toelichting bij de omgevingsvergunning is in paragraaf 2.2 aangegeven dat de hoogbouw ter plaatse van de aanwezige drie schoorstenen verhoogd wordt naar 25 meter over een oppervlakte van ongeveer 130 m². De drie schoorstenen worden teruggebracht naar één emissiepunt. Hiermee wordt de afvoer van emissies anders geregeld; er is dan immers sprake van één centraal emissiepunt. De af te voeren lucht wordt via één luchtbehandelingsunit geleid en gereinigd. Als gevolg van de aanpassing zullen de emissies van stof, geur en geluid aanzienlijk afnemen. De gevolgen van de ontwikkeling voor de milieuaspecten stof, geur en geluid zijn respectievelijk in paragrafen 4.7, 4.6 en 4.5 toegelicht.
Met behulp van onderzoeken wordt op ieder van deze punten geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor de te verlenen omgevingsvergunning. Er is op elk van de onderdelen sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat voor omwonenden. Er wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving. In dat kader zal er geen sprake zijn van onaanvaardbare hinder. 2. Mocht er wel overlast zijn of komen, hoe gaat het dan verder? Reactie: Met de ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat Gunnewick Mengvoeders kan voldoen aan bestaande milieu wet- en regelgeving. Het bedrijf blijft daarmee binnen de richtlijnen waarbinnen zij zaken als stof, geur en geluid mogen produceren. Met de onderbouwing is zelfs aangetoond dat door de verhoging en verandering van het emissiepunt er minder sprake zal zijn van de uitstoot van stof, geur en geluid. Er wordt getoetst aan de kaders waarbinnen het bedrijf mag functioneren. Wanneer een bedrijf binnen die kaders blijft, dan voldoen zij wat aan de wet- en regelgeving. Met de omgevingsvergunning zijn die kaders afgestemd zodat hier volgens de milieu wet- en regelgeving geen overlast van kan ontstaan. 3. De productieverhoging van bijna 90% baart zorgen. Dit zal een behoorlijke toename van het vrachtverkeer met zich meebrengen.
Is hier over nagedacht, bijvoorbeeld op de punten overlast en veiligheid? Reactie: In de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning is in paragraaf 4.11, Verkeer en parkeren, toegelicht of deze aspecten belemmeringen vormen voor de ontwikkeling. Ten aanzien van het onderdeel Verkeer is aangegeven dat het aantal vrachten (vrachtauto’s) toeneemt van 30 per dag, naar 39 per dag.
3
Dat is een geringe toename. Uit de milieuonderzoeken bijgevoegd aan de onderbouwing blijkt dat er geen onevenredige negatieve effecten zijn ten aanzien van dit verkeer. Verder is voor deze toename van vrachtauto’s aangegeven dat de ontsluitingsweg, de Winterswijkseweg te Vragender, ruim voldoende capaciteit heeft om het verkeer van Gunnewick Mengvoeders aan te kunnen. Het verkeer kan op verkeersveilige wijze worden afgewikkeld. Daarmee is derhalve aangegeven dat het aspect verkeer is afgewogen bij de gevraagde ontwikkeling. Verkeersoverlast en -veiligheid komen met de ontwikkeling niet in het geding. Desalniettemin wordt de ruimtelijke onderbouwing op het punt verkeer aangevuld met de berekening die aan het voorgaande ten grondslag ligt. Dit ter verduidelijking van de in het ontwerp al gegeven onderbouwing. De volgende tekst wordt toegevoegd. De capaciteit van een weg wordt bepaald door het aantal verkeerseenheden dat onder normale omstandigheden per tijdseenheid kan worden verwerkt, wat fungeert als een maat voor de doorstroming. De capaciteit is dus de maximale prestatiemogelijkheid van een weg; de intensiteit is de daadwerkelijke prestatie. Voor een erftoegangsweg type 1 (Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024) als de Winterswijkseweg wordt uitgegaan van een capaciteit van maximaal 5.000 motorvoertuigen per etmaal.
Eén vrachtauto staat hierbij niet gelijk aan één motorvoertuig, hiervoor wordt het PersonenAutoEquivalent (PAE) gebruikt. Hiervoor kan de waardering uit onderstaande tabel worden gebruikt.
Tabel PersonenAutoEquivalent waarde naar voertuigcategorie
De 39 aangevraagde vrachtauto's per dag bij Gunnewick komen overeen met 78 voertuigbewegingen per dag. Dat resulteert in 78 x 1,5 = 117 PAE. Volgens het meest recente verkeersmodel zijn er rond de 1.500 motorvoertuigen per etmaal aanwezig op het betreffende gedeelte van de Winterswijkseweg te Vragender, een toename met 117 past dus ruim binnen de beschikbare capaciteit van de weg. Gezien het feitelijke aantal en soort verkeersbewegingen op de Winterswijk is er sprake van ruimschoots voldoende capaciteit om het verkeer van Gunnewick aan te kunnen (ook als daarnaast rekening wordt gehouden met licht en middelzwaar verkeer van en naar het bedrijf).
4
3. Wijzigingen ten opzichte van ontwerp omgevingsvergunning Ten opzichte van de ontwerp omgevingsvergunning zijn de tekeningen van de doorsnede en het voorgevelaanzicht vervangen (paragraaf 2.2). Per abuis waren bij het ontwerp de verkeerde versies toegevoegd. De wijzigingen zijn echter minimaal ten opzichte van deze twee versies en de afwegingen en onderbouwingen welke in de toelichting staan gaan al uit van de meest recente tekeningen. In paragraaf 4.8, Natuurbescherming, onderdeel ‘Soortenbescherming’ is toegevoegd dat inmiddels de definitieve Verklaring van geen bedenkingen is aangevraagd bij de provincie. Het betreft een Verklaring van geen bedenkingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Een dergelijke verklaring is vereist voor de omgevingsvergunning welke is aangevraagd. In de Ontwerpverklaring van geen bedenkingen heeft de provincie bij ontwerpbesluit laten weten dat zij van plan zijn de Verklaring van geen bedenkingen te verlenen. Ten aanzien van paragraaf 4.8, Natuurbescherming, onderdeel ‘Stikstof’ zijn de bijbehorende AERIUSberekeningen bijgewerkt naar de meest recente versie van de AERIUS Calculator (d.d. 26 januari 2023). De berekeningen van bijlage 8, 9 en 10 zijn bijgewerkt naar deze nieuwe versies. De uitkomsten van de berekeningen zijn hetzelfde als in de vorige versie.
Daarmee blijft de conclusie hetzelfde: de stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen activiteiten vormen geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan. In paragraaf 4.11, Verkeer en parkeren, onderdeel ‘Verkeer’ is de onderbouwing verder aangevuld met de berekening welke ten grondslag ligt aan de onderbouwing zoals deze in het ontwerp al was opgenomen. In paragraaf 6.3, Maatschappelijke uitvoerbaarheid, onderdeel ‘Inspraak’ is toegevoegd dat er een zienswijze is ingediend en dat deze beantwoord wordt middels voorliggende zienswijzennota. De nota wordt als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
4. Algehele conclusie De ingediende zienswijze is binnen de gestelde termijn ingekomen en daarmee ontvankelijk. Een deel van de zienswijze (gevolgen van de ontwikkeling voor verkeersoverlast en -veiligheid) heeft geleid tot een aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing. Ter verduidelijking wordt de achterliggende berekening opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. De ingediende zienswijze en gedane aanpassingen geven echter geen aanleiding om de Verklaring van geen bedenkingen en de gevraagde omgevingsvergunning niet te verlenen.
5