vvgb boschlaan 18 verzonden verzoek om aanvulling
Tekst van het document
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
*D220116093* Mariënburg 75 6511 PS Nijmegen Telefoon 024-7517700 E-mail info@odrn.nl
Per email: r.haarhuis@waterstromen.nl
Postadres Postbus 1603 6501 BP Nijmegen
Waterstromen Lichtenvoorde B.V. De heer R. Haarhuis 7240 AA LOCHEM
Datum
Ons kenmerk
Contactpersoon
20 april 2022
OD50 / W.Z21.109013.01 / D220116093
W. Willemsen
Onderwerp
Datum uw brief
Telefoonnummer
Aanvullingsverzoek
024 – 751 7817
Adres
Boschlaan 18 b te Lichtenvoorde
Geachte heer Haarhuis, Op 25 november 2021 hebben wij uw aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor het uitbreiding Waterstromen Lichtenvoorde WSL op de locatie Boschlaan 18 b te Lichtenvoorde. De aanvraag bestaat uit de volgende activiteit(en): A. het in werking hebben van een milieu-inrichting (artikel 2.1, lid 1, sub e Wabo); B. het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, sub a Wabo); C. handelen in strijd met regels RO (artikel 2.1, lid 1, sub c Wabo); Procedure Voor uw aanvraag geldt de uitgebreide procedure. Dat betekent dat wij binnen 26 weken een beslissing moeten nemen over uw aanvraag. Bevoegd gezag Het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland is bevoegd op deze aanvraag te beslissen. Ontbrekende gegevens Bij de beoordeling hebben wij geconstateerd dat de aanvraag niet compleet is. Wij vragen u de ontbrekende gegevens alsnog in te dienen. In bijlage 1 leest u welke gegevens wij nog van u willen ontvangen. Binnen acht weken Wij verwachten de gevraagde gegevens binnen acht weken na de verzenddatum van deze brief. In bijlage 2 leest u hoe u de gevraagde gegevens kunt indienen. Wij wijzen u erop dat de wettelijke beslistermijn onderbroken is en pas weer gaat lopen op de dag, waarop wij alle gevraagde gegevens hebben ontvangen of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Als u deze gegevens op tijd indient, gaan wij verder met de beoordeling van uw aanvraag. Als wij de gevraagde gegevens niet of te laat ontvangen, kunnen wij stoppen met de behandeling van uw aanvraag. U mag het project dan ook niet realiseren.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Communicatie U stelt voor om met de publicatie van het ontwerpbesluit belangstellenden uit te nodigen voor een informatiebijeenkomst. Geadviseerd wordt om met de communicatie te starten nog vóór het indienen van een gemotiveerd verzoek aan de gemeenteraad voor het afgeven van een verklaring van geen bedenking strijdig gebruik. Wat moet u betalen? Houdt u er rekening mee dat u moet betalen voor de behandeling van uw aanvraag volgens de regels van provincie Gelderland. U moet dit geld ook betalen als: • u de aanvraag (gedeeltelijk) intrekt, • de ODRN besluit uw aanvraag niet verder te behandelen, • de ODRN uw aanvraag weigert. Vragen Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze brief? Neem contact op met mevrouw A. Haarhuis, telefoonnummer 06 -10 55 57 29. Zaaknummer Uw dossier is geregistreerd onder zaaknummer W.Z21.109013.01. Vermeld alstublieft dit nummer, als u contact met ons opneemt.
Hoogachtend, Het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland, namens deze:
Hans van der Noordt, Directeur Omgevingsdienst Regio Nijmegen Deze brief is digitaal aangemaakt en daarom niet ondertekend.
Afschrift(en) Een afschrift van deze brief is gestuurd naar: Witteveen+Bos, dhr J. Hassing, postbus 7400, 7411 TJ DEVENTER.
Bijlagen: 1. Ontbrekende gegevens, en eventueel noodzakelijke aanpassing(en) 2. Indienen gegevens
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Bijlage 1: Ontbrekende gegevens, en eventueel noodzakelijke aanpassing(en) Ontbrekende gegevens, activiteit “het in werking hebben van een milieu-inrichting (artikel 2.1, lid 1, sub e Wabo)” De volgende gegevens ontbreken: 1. Onduidelijk is waarom paragraaf 5.1.7 ABM van toepassing is op de installatie Welke diffuse emissie van vluchtige organische stoffen komen vrij bij de opslag van vloeistoffen? De tabel die hoort bij de vloeistoffen opslaan in tanks, ontbreekt in de aanvraag. Voeg deze alsnog toe. Als de vergistingsinstallaties worden bedoeld, dan zijn dit geen opslagtanks maar procestanks. Kortom motiveer waarom 5.1.7 ABM van toepassing is.
Energie: EED, voeg de energie audit toe aan de aanvraag Bodem De actualisatie van het BRCL 2010 is bij de aanvraag gevoegd. Er dient een uitbreiding van de BRCL te worden uitgevoerd waarbij de nieuwe installaties (uitbreiding van de BIR, en de stikstofstripper inclusief riolering, pompen etc.) worden toegevoegd en gecombineerd met een CVM. De nulsituatie heeft betrekking op de werking van de RWZI en is uit 2010. Voor het gewijzigde terreindeel dient een actuele nulsituatie te worden vastgesteld voor het nieuwe proces en de relevante bodembedreigende stoffen of gidsparameters die daarmee samenhangen. Wij verwijzen ook naar de beoordeling van de ruimtelijke onderbouwing. Afval De lijst met euralcodes moet zijn een lijst met afvalstoffen en de bijbehorende euralcodes. De lijst aangevraagde euralcodes bevat ook stoffen met een euralcode **.**.99. Zonder nadere omschrijving van de stof, de herkomst en de samenstelling, is deze afvalstof niet te vergunnen. Uit de gebruikte omschrijving in de bijlage euralcodelijst is voor de volgende stoffen niet op te maken waarom deze niet in dezelfde groep onder een andere euralcode valt. De term entslibben heeft betrekking op de functie enten die het binnen Waterstromen krijgt, maar het gaat om de benaming van de afvalstof door de ontdoener. Een aantal voorbeelden zijn toegevoegd: gevraagd
Entslibben en leerlooierij afvalwater van diverse processen Entslibben en ander afval van de anaerobe behandeling van afval, niet elders genoemd
04 01 99
Vloeibare vetstromen/putvet
19 08 99
Euralcode lijkt passend voor of een toelichting waarom de omschrijving afvalstof onvoldoende is slibben 04 01 06 of 04 01 07 Leerlooierijafvalwater 04 01 04 en 04 01 05
19 06 99
De hoofdgroep is afval van de anaërobe behandeling van afval, dat betreft een vloeistof of een digestaat. Onduidelijk is waarom een entslib niet kan vallen onder digestaat. Daarnaast is ander afval te ongedefinieerd 19 08 09 vet- en oliemengsels uit olie/waterscheiders die uitsluitend spijsolie en -vetten bevatten
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
19 08 10* niet onder 19 08 09 vallende vet- en oliemengsels uit olie/waterscheiders 19 12 12 overig, niet onder 19 12 11 vallend afval (inclusief mengsels van materialen) van mechanische afvalverwerking 20 01 25 Spijsolie en -vetten, Afvalstof onvoldoende omschreven Afvalstof onvoldoende omschreven Afvalstof duidelijk omschreven.
Niet elders genoemd afval (AWZI) Niet elders genoemd afval BIR) Vloeibaar filtraat plantaardige residuen/oliën en/of bleekaarde van plantaardige oorsprong
02 01 99, 02 02 99, 02 05 99, 02 06 99, 02 07 99 02.01.99 tot en met 19 06 99
Afvalmelasse en overig organisch afval van de suikerverwerking Houtverduurzamingsafval
02 04 99
Omschrijf overig organisch afval?
03 02 99
Omschrijf eerst de afvalstof. De euralcodes die horen bij houtverduurzamingsafvalstoffen zijn verdeeld in 5 hoofdgroepen. Motiveer dat de gevraagde afvalstof niet in één van deze hoofdgroepen thuishoort.
02 03 99
Ter motivatie om toch 99 codes aan te vragen wordt de vergunning uit 2010 aangehaald, waarbij wordt gesteld dat de sectorplannen, die van toepassing zijn op de afvalstoffen met een 99 code allemaal voldoen aan de minimumstandaard zijnde vergisting (dat is aangemerkt als nuttige toepassing). In LAP 3 is de minimumstandaard recycling opgenomen voor de sectorplannen 3, 7 ,8 en 16 (AWZI slib van voedings – en genotsmiddelen industrie). De afzet van BIR digestaat naar GMB voor verdere opwerking als energiedrager voldoet niet aan de minimumstandaard in de genoemde sectorplannen. Uw motivatie is daarmee onvoldoende en u dient daarom de afvalstoffen waarvoor u 99-codes aanvraagt uitvoeriger te omschrijven.
Beoordeling minimumstandaard AWZI De afvalstoffen die in de AWZI worden verwerkt, moeten voldoen aan de volgende minimumstandaard: Metaalhoudende afvalwaterstromen: Concentratie en afscheiden van de metalen (arseen, chroom, kobalt, koper, molybdeen, lood, nikkel, tin, vanadium, zink, cadmium en kwik) die de in paragraaf I vermelde concentratiegrenswaarden overschrijden, door ontgiften, neutraliseren en ontwateren, zodat: diffuse verspreiding van de metalen wordt voorkomen; en de lozing van het resterende afvalwater gelet op wet- en regelgeving, toepassen BBT en de gevolgen voor het zuiveringstechnische werk en voor het ontvangende watersysteem (emissie/immissie-toets) acceptabel is. Wij verwijzen naar het advies afvalwater als het om de punten gaat van de 2e bullet. Gesteld wordt dat mest en inhoud van maag-darmkanaal, melk, melkproducten, biest, eieren en eiproducten mogen worden verwerkt zonder een erkenning van de NVWA voor het verwerken van dierlijke bijproducten. Een verwijzing is bijgevoegd naar de Verordening dierlijke bijproducten.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Kopie: Verwijdering en gebruik van categorie 2-materiaal … e) tot compost verwerkt of omgezet in biogas: i) nadat het is verwerkt door sterilisatie onder druk en nadat het resulterende materiaal duurzaam is gemerkt, of ii) al dan niet na verwerking, indien het gaat om mest, het maag-darmkanaal en de inhoud hiervan, melk, producten op basis van melk, biest en eieren en eierproducten waarvan de bevoegde autoriteit niet denkt dat zij een ernstige overdraagbare ziekte kunnen verspreiden; Hoe gaat Waterstromen borgen dat er geen risico’s zijn op verspreiding van overdraagbare ziekten? Wie geeft deze verklaring? Beoordeling minimumstandaard BIR De afvalstoffen van de industriële vergister worden afgevoerd ten behoeve van verdere verwerking (tunneldroging). De onderdelen stikstof (ammoniakstripper) en organische stof (biogasinstallatie) worden “chemisch gerecycled”. Onvoldoende is omschreven waar de afzet van tunnelgedroogde digestaat naartoe gaat. GMB Zutphen heeft vergunning om digestaat op te werken tot biogranulaat, zijnde een energiedrager voor elektriciteitscentrales en als de afzet niet mogelijk is naar een stortplaats. Wij beoordelen dat geen sprake is van recycling van het product digestaat van de BIR.
In sectorplan 3 en 16 (AWZI slib van vgm- industrie) is voor afvalstromen die niet recyclebaar zijn het volgende opgenomen onder b: Niet voor recycling geschikt procesafhankelijk industrieel afval van productieprocessen of slibben van afvalwaterzuivering uit de vgm-industrie: Dit betreft afval waarvoor recycling, gezien de aard of samenstelling, technisch niet mogelijk of waarvoor de recyclingroute zo duur is dat de kosten voor afgifte van deze partijen aan de poort van de verwerker door de ontdoener, meer zouden bedragen dan €205,-/ton. Het is aan Waterstromen om per (groep van) afvalstof(fen) aan te tonen of deze afvalstof niet recyclebaar is of dat de verwerkingskosten bij een andere verwerker meer kosten dan 205 euro per ton. Verzoek om aanvulling: U dient hiervoor een procedure op te nemen (niet recyclebaar of verwerkingskosten hoger dan in LAP gesteld) in het acceptatie en verwerkingsbeleid. Pas uw AV-beleid en AO/IC hierop aan. Voor de sectorplannen 7 en 8 is er geen uitzondering gemaakt voor niet recyclebare stromen en de verwerking van deze afvalstoffen in de BIR installatie voldoen daarmee niet aan de minimumstandaard. Voor de sectorplannen 16 (RWZI slibben) en 65 wordt voldaan aan de minimumstandaard. ZZS in afvalstoffen Op basis van steekproeven wordt beoordeeld of ZZS in de afvalstoffen aanwezig zijn.
Indien de acceptatie wordt uitgebreid met bovenstaande procedure dat de afvalstof niet recyclebaar is of de verwerkingskosten bij een andere verwerker meer bedragen dan 205 euro per ton, is het verkrijgen van inzicht in de ZZS in afvalstoffen voldoende. Wordt de acceptatieprocedure niet uitgebreid met dezelfde procedure, dan dient de aanvrager bij een vermoeden van ZZS deze aanwezigheid te onderzoeken en moeten de van toepassing zijnde voorschriften van REACH, de POP-verordening en de beleidslijn ZZS van paragraaf B.14.4.3 worden betrokken bij de beoordeling. Bij de vervolgafgifte van afvalstoffen dient de aanvrager ook informatie van de ZZS in afvalstoffen mee over te dragen aan de verdere verwerker. In het AV en AO/IC dient dit expliciet te worden opgenomen.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Externe veiligheid - Aangevraagd wordt een opslag van meer dan 10 ton in proceshal 1. Vervolgens wordt vermeld dat de aanvraag voldoet aan de PGS 15. Voldoet deze opslag ook aan Hoofdstuk 4 van de PGS 15 (opslagvoorzieningen meer dan 10 ton)? Voeg de motivatie toe waaruit dit blijkt. - Aangevraagd wordt de vervloeiing van CO2. Hoeveel CO2 wordt opgeslagen binnen de inrichting? Hoe wordt CO2 afgelaten? Welk emissiepunt? Voldoet de opslag aan de PGS 9 (tot 100m3)? - In de conclusie van het rapport Externe Veiligheid wordt aangegeven dat het grootste bergend volume 700 m3 biogas bedraagt. Echter wanneer alle afzonderlijke basislocaties (pagina 5 rapport) voor het biogas worden opgeteld kom je tot een volume van 865 m3 . Er dient te worden onderbouwd hoe het grootste bergend volume van 700 m3 is bepaald. Het totaal volume is verder niet relevant voor externe veiligheidseffecten. Per insluitsysteem worden de effecten bepaald. - In de conclusie wordt aangegeven dat het biogas een zwavelwaterstof gehalte van < 0,1% bevat. Hoe wordt dit gehalte aan zwavelwaterstof gewaarborgd? Wat is het H2S gehalte in de biogasopslagen? Wordt deze concentratie gemonitord? - Er wordt uitgegaan van een PR 10-6 contour van 30 meter voor de nieuw te plaatsen biogasopwerking. Dit is afgeleid uit tabel 1 uit het document, afkomstig uit het RIVM rapport Effect- en risicoafstanden (d.d. 3 maart 2008).
Er wordt uitgegaan van een worst-case scenario, dit is akkoord. - Voor de kopruimte van de vergister wordt uitgegaan van een PR 10-6 contour van 5 meter. Er dient te worden onderbouwd waar deze 5 meter op gebaseerd is. - In figuur 3 van het rapport wordt een PR10-6 contour van 25 meter voor de opslag (egalisatietank) aangehouden. Onduidelijk is, hoe deze afstand van 25 meter is bepaald. Dit dient te worden onderbouwd. - Daarnaast komt de locatie van de egalisatietank in figuur 3 niet overeen met de locatie van de egalisatietank op de plattegrondtekening (bijlage 5) van de aanvraag. - Uit de conclusie blijkt dat de PR 10-6 contour van de biogasopwerking de inrichtingsgrens aan de noordelijke zijde overschrijdt. Er liggen geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen of nabij de contour (zie ook opmerking bij ruimtelijke onderbouwing). Advies afvalwater • Bij de overgelegde BBT toets (bijlage 18) ontbreekt het onderdeel ABM toetsing (emissie naar lucht) en mogelijk de BBT+ toetsing (Kosteneffectiviteit). • Het acceptatiebeleid gaat vooral in op (uitbreiding van) de BIR-activiteiten, waarbij wordt geredeneerd vanuit het rapport van Intron met betrekking tot het voorkomen van ZZS stoffen in de afvalstromen die zijn aangevraagd. Dit is een theoretisch kader waarbij de vraag is, hoe in praktische zin wordt voorkomen, dat er een toename van inname van ZZS stoffen plaatsvindt.
Ingeval van toename dient inzicht te worden geboden in het terughouden van ZZS via de toepassing van BBT+ maatregelen. • De AWZI/waterlijn ontbreekt in het acceptatiebeleid. Voor inname van de diverse stromen dient bovendien een acceptatiebeleid van toepassing te zijn. Advies Geluid Betreft Beoordeling geluidrapport in verband met de aanvraag voor een omgevingsvergunning (revisie milieu).
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Inleiding Waterstromen vraagt een omgevingsvergunning aan voor een revisie milieu. In november 2020 is als onderdeel van de aanvraag het geluidrapport 'Ondersteuning vergunningen Waterstromen, Akoestisch onderzoek Waterstromen Lichtenvoorde', nummer 118127/20009.806 status Definitief 02 d.d. 24 juni 2020 opgesteld door Witteveen + Bos ingediend. Dit rapport is op 4 november 2020 beoordeeld waarbij enkele opmerkingen zijn gemaakt. Er is nu een nieuw geluidrapport ingediend 'Ondersteuningen vergunningen Waterstromen, Akoestisch onderzoek awzi Lichtenvoorde', referentie 125555/21-016.493 d.d. 4 november 2021 opgesteld door Witteveen+Bos. De aangevraagde bedrijfssituatie is overigens nu wel gewijzigd. In november 2020 was er alleen sprake van een update en een wijziging van de WKK's. Nu worden de opgewekte biogassen niet meer verbrand, maar geleverd aan het landelijk gasnet. Gevraagd is om dit nieuwe rapport te beoordelen. Vergunningsituatie De inrichting beschikt over een milieuvergunning (revisie) van 23 juli 2010. In voorschrift 7.2.1 zijn geluidgrenswaarden opgenomen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT bij 7 woningen van derden. In voorschrift 7.2.2 zijn geluidgrenswaarden opgenomen voor het maximaal geluidniveau LAmax bij dezelfde woningen. Bij deze milieuvergunning vallen enkele zaken op.
- De vergunningspunten worden als nummer weergegeven in de voorschriften met een verwijzing naar het onderliggende geluidrapport. Omdat al deze vergunningspunten bij woningen liggen, was het handiger geweest om de adressen erbij te vermelden. - In de dagperiode wordt gerekend op een ongebruikelijke hoogte van 5 meter. - Voor de avond- en nachtperiode zijn geen grenswaarden vergund voor het maximaal geluidniveau, terwijl de inrichting continu in werking is. Dit lijkt op een verkapte weigering. - In de tabel bij voorschrift 7.2.2 staat LAr,LT vermeld. - De inrichting ligt blijkbaar op een gezoneerd industrieterrein. Als dat zo is, dan had in de considerans van de revisievergunning een beschouwing moeten worden opgenomen over de geluidbelasting op de zonegrens en bij MTG-woningen, als die er zijn. Een toetsing aan de richtwaarden (in dit geval landelijke omgeving) is dan niet van toepassing. Geadviseerd wordt om bij de nieuwe revisievergunning op een juiste wijze te toetsen en correcte geluidgrenswaarden op te nemen. Beoordeling nieuw geluidrapport Het nieuwe geluidrapport van 4 november 2021 is beoordeeld. Aan de hand van de opmerkingen uit het geluidadvies van 4 november 2020 wordt aangegeven of de opmerkingen (hieronder cursief weergegeven), voor zover nog relevant, voldoende zijn verwerkt in het nieuwe rapport. 1.
De inrichting ligt blijkbaar op een gezoneerd industrieterein. Dit moet worden behandeld in hoofdstuk 2 waarbij ook de ligging van de zonegrens in het rapport wordt opgenomen en wordt gerekend op de zonebewakingspunten.
Bovenstaand stond vermeld op het voorblad van de vergunning van 23 juli 2010. Vreemd genoeg werd daar in de considerans geen melding over gemaakt. Op ruimtelijkeplannen.nl is verder ook geen zone meer zichtbaar. In ons eigen gezoneerde-industrieterreinen-overzicht is dit ook niet terug te vinden. Dit punt is niet meer relevant. 2.
Bij dit onderzoek wordt overeenkomstig de vigerende milieuvergunning in de dagperiode alleen gerekend op een beoordelingshoogte van 5 meter. In ieder geval moet er in de dagperiode ook op een hoogte van 1.5 meter worden gerekend.
Er wordt nu gerekend op 1.5 meter in de dagperiode en op 5 meter in de avond- en nachtperiode. Dit punt is akkoord.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
3.
In paragraaf 3.3 wordt verwezen naar een rapport van 2010. Dat mag niet. Omdat het hier een aanvraag voor een revisievergunning betreft moet het geluidrapport volledig zijn en mogen er geen verwijzgingen naar oudere rapporten in staan. Het rapport moet los van andere rapporten volledig en duidelijk zijn. Zo moet er een volledige beschrijving van alle activiteiten binnen de inrichting in staan en moeten alle geluidmetingen, die in het verleden zijn uitgevoerd en nog van toepassing zijn, worden opgenomen in het rapport.
Deze opmerking is niet meer relevant. Omdat het onderzoek verricht is in het kader van een aanvraag voor een revisievergunning moet duidelijk zijn waar de gehanteerde brongegevens vandaan komen. Voor de nieuwe geluidbronnen is dit aangegeven in paragraaf 3.1.1. De bestaande geluidbronnen zijn vergund in 2010. De verantwoording is akkoord. 4.
Puntbron 80 komt 2 maal voor in tabel 3.1.
Dit is aangepast. Dit punt is akkoord. 5.
In tabel 3.2 staan bij mobiele bron M05 5 bewegingen genoemd. In het rekenmodel wordt gerekend met 10 bewegingen.
Deze opmerking is niet meer relevant. 6.
In paragraaf 3.5 staat vermeld dat wordt uitgegaan van een rijsnelheid van 15 km/uur. Voor de personenwagens wordt bij de berekeningen echter uitgegaan van 40 km/u.
Deze opmerking is niet meer relevant. 7.
De 3e zin van hoofdstuk 5 loopt niet.
Deze opmerking is niet meer relevant. 8.
Gelieve de lijst met puntbronnen en mobiele bronnen te sorteren op modelitem 'Naam'.
De lijst is nu gesorteerd. Dit punt is akkoord. 9.
In de lijst met puntbronnen voor de berekening van de maximale geluidniveaus wordt ten onrechte ook de avond- en nachtperiode meegenomen. De rekenresultaten in de bijlage zijn daarmee ook niet correct.
Dit is gecorrigeerd. Dit punt is akkoord. Elke inrichting veroorzaakt in elke etmaalperiode waarin het in werking is maximale geluidniveaus. Deze zijn in dit geval voor de avond- en nachtperiode niet berekend. Naar verwachting zal bij deze inrichting het maximaal geluidniveau in de avond- en nachtperiode iets boven het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau liggen, omdat in deze etmaalperioden alleen stationaire geluidbronnen in werking zijn. Dit moet worden aangepast in het rapport. Dit is niet aangepast. Er worden in tabel 4.2 alleen maximale geluidniveaus in de dagperiode gerapporteerd en er wordt geconcludeerd dat in de avond- en nachtperiode ruim aan het geluidbeleid word voldaan. Die conclusie is correct. In de nieuwe vergunning moeten echter ook geluidgrenswaarden voor de avond- en nachtperiode worden opgenomen. Dit punt is akkoord. 10. In het rapport ontbreekt een overzicht van de gehanteerde rekenparameters. Deze is niet toegevoegd. Dit punt is nog niet akkoord.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Aanvullende opmerkingen 11. In tabel 3.1 ontbreken de puntbronnen 70-76, 83-84 en 209. De bedrijfsduur van puntbron 53 is in tabel 3.1 niet correct. De centrifuge is 8 uur in de dagperiode in werking. De bronsterkte van de bronnen 40-48 is in tabel 3.1 niet correct. Dit geldt ook voor bron 68-69. 12. In hoofdstuk 3 ontbreekt een tabel met de uitstralende gevels en uitstralende daken. 13. Is bij de bronsterkte voor het achteruitrijden rekening gehouden met 5 dB straf voor het tonaal karakter van de achteruitrijdsignalering? 14. Het type is bij puntbron 69 en 74 niet correct c.q. niet consistent. Dit moet het type 'Uitstralende gevel' zijn. 15. De lijst van uitstralende gevels en uitstralende daken is te summier. Er is nu niet te controleren van welk binnenniveau is uitgegaan en welke isolatiewaarden zijn gehanteerd. Conclusie en advies Het geluidrapport is nog niet helemaal volledig en correct en kan daardoor nog niet worden goedgekeurd. Geadviseerd wordt om het rapport te laten aanpassen ten aanzien van de nog openstaande oude opmerkingen en de aanvullende opmerkingen. Advies Geur We vinden de informatie over de stikstofterugwinning summier. Graag ontvangen we - naast de tekeningen van de installatie - een beschrijvende toelichting (of uitgewerkt processchema).
De toelichting dient te gaan over de processen: toevoegen van loog en zuur en onder welke procesomstandigheden vindt dit proces plaats? Staat de installatie buiten of staat de installatie in productiehal 1 met afzuiging naar lava-filter en actief kool? Kortom motiveer waarom de installatie niet relevant is voor geur, want nu is geen bronemissie opgenomen in het geurrapport. Good housekeeping Zijn afspraken gemaakt over het laden en lossen van aanvoer van te verwerken afvalstoffen per as, ter beperking van geurhinder met de naburige RWZI? Benoem het feit dat je hierover in overleg bent geweest en benoem de gemaakte afspraken. Gelet op de Ruimtelijke onderbouwing en de gevraagde nadere motivatie schoorsteenhoogte dient deze integraal te worden aangepast. Advies Lucht Rapport luchtkwaliteit is akkoord. Advies Stikstof We vinden de informatie over de stikstofterugwinning summier. Graag ontvangen we - naast de tekeningen van de installatie - een beschrijvende toelichting (of uitgewerkt processchema). De toelichting dient te gaan over de processen: toevoegen van loog en zuur en onder welke procesomstandigheden vindt dit proces plaats? Staat de installatie buiten of staat de installatie in productiehal 1 met afzuiging naar lava-filter en actief kool? Kortom motiveer waarom de installatie niet relevant is voor stikstof, want nu is geen bronemissie opgenomen in het stikstofrapport.
Onduidelijk is waarom 1500 m3/uur voor 500 uur/jaar wordt afgefakkeld. Zou dat niet veel minder kunnen? Voeg een motivatie toe. De Aerius berekening moet worden aangepast aan de meest actuele versie van het Aerius model.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Gelet op de Ruimtelijke onderbouwing en de gevraagde nadere motivatie schoorsteenhoogte dient deze integraal te worden aangepast. Advies aanvraag vvgb 1. In het quickscanrapport is op pagina 33 een overzicht gegeven van de resultaten met betrekking tot beschermde soorten. In dit overzicht is aangegeven dat er nader onderzoek uitgevoerd moet worden naar marterachtigen, eekhoorn, vleermuizen en broedvogels. We ontvangen graag de resultaten zodra deze onderzoeken zijn afgerond. Daarnaast dient er een effectenbeoordeling gedaan te worden waarin beschreven staat welke werkzaamheden precies uitgevoerd worden en of deze een negatief effect hebben op soorten. Indien ontheffing voor beschermde soorten nodig is, ontvangen wij graag een mitigatieplan en een onderbouwing voor de alternatieven- en belangenafweging en een beoordeling op de lokale staat van instandhouding. 2. In het rapport is aangegeven dat er geen effecten op steenuilen zullen zijn. Echter er zijn meerdere waarnemingen in de omgeving bekend, waardoor het plangebied als onderdeel van het leefgebied niet uitgesloten kan worden. Kunnen er mitigerende maatregelen getroffen worden om de kwaliteit van het leefgebied te behouden? 3. Voor de uitbreiding dient een aantal bomen gekapt te worden.
Kunt u specificeren welke en hoeveel bomen gekapt worden? Zijn deze beschermd in het kader van de houtopstanden van de Wet natuurbescherming? Er is sprake van beschermde houtopstanden als de kap plaatsvindt buiten de bebouwde kom en de te kappen bomen onderdeel zijn van een houtopstand van minimaal 10 are of een bomenrij van minimaal 21 bomen. Uiterlijk 6 weken, maar niet eerder dan een jaar voorafgaand aan de kap moet een kapmelding bij de provincie Gelderland worden gedaan. De te kappen bomen moeten op dezelfde locatie binnen 3 jaar worden herplant. Indien hiervan afgeweken wordt, moet separaat een ontheffing bij de provincie aangevraagd worden.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Ontbrekende gegevens, activiteit “het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1, lid 1, sub a Wabo)” De volgende gegevens ontbreken: Algemeen Situatie tekening gebaseerd op een kadastraal uittreksel met daarop aangeven alle bebouwing van uw perceel met de afmetingen alsmede de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen? De door u ingediende plattegrond tekening (bijlage 4) en situatietekening (bijlage 5) komen niet overeen met elkaar en met de aangeleverde tekeningen (bijlage 17a, 17b en 17c)? In de toelichting en aanvraagformulier heeft u het over het langer instant houden van de huidige kantoorunits. Gegevens van deze kantoorunits (vergunning, zaaknummer en tekeningen e.d.) alsmede gegevens dat de kantoorunits voldoen aan de huidige regelgeving (bijv. Bouwbesluit 2012). Gemaatvoerde tekeningen van voldoende bouwkundige kwaliteit schaal 1:100, voorzien van alle gevelaanzichten, plattegronden en doorsnede-tekeningen. Van diverse bouwwerken (bijv.: vooropslagen, vergister) ontbreken de bovengenoemde tekeningen. Bouwbesluit: Gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat het bouwwerk voldoet aan de eisen in relatie tot: a. Belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) van alle (te wijzigen) constructieve delen van het bouwwerk alsmede van het bouwwerk als geheel b.
De uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen van de bouwconstructie. Constructieve tekeningen en –berekeningen van alle bouwwerken De detaillering van trappen en vloerafscheidingen (inclusief hekwerken). U geeft aan dat er ook een gebouw wordt gebouwd wat is de gebruiksfunctie, verblijfsgebieden, verblijfsruimten en de afmetingen en de bezetting van alle ruimten inclusief totaaloppervlakten per gebruiksfunctie van dit gebouw? De brandveiligheid en rookproductie van toegepaste materialen ? De brandcompartimentering. De opgave bevat tevens gegevens betreffende deuren en daglichtopeningen in uitwendige scheidingsconstructies. Voor zover van belang voor het vluchten bij brand, worden tevens de deuren en daglichtopeningen in inwendige scheidingsconstructies opgegeven. De vluchtroutes en de daarbij behorende mate van bescherming alsmede de aard en plaats van brandveiligheidsvoorzieningen? Gegevens en bescheiden over de aard en plaats van brandveiligheidsinstallaties alsmede van de vluchtrouteaanduiding? Een tekening van de inrichting van het bij het bouwwerk behorende terrein met daarop aangegeven de voorzieningen voor de bereikbaarheid en de plaats van bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen van brandweervoertuigen?
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Ontbrekende gegevens, activiteit “Handelen in strijd met regels RO (artikel 2.1, lid 1, sub c Wabo)” De volgende gegevens ontbreken:
Het project is eng omschreven naar enkel de nieuwe activiteiten buiten het huidige terrein van Waterstromen. Het project omvat een revisie Wabo en revisie Waterwet en een vergunning/positieve weigering van Wet natuurbescherming. Omschrijf alle veranderingen per vergunning (en voor de Wabo per activiteit) en zoom vervolgens in op de Wabo activiteit strijdig gebruik. Op welke onderdelen bestaat strijdigheid bestemmingsplan? Enkel de bouwwerken of meer? Bodem: Er dient een actueel bodemonderzoek te zijn uitgevoerd en beoordeeld te zijn door de Omgevingsdienst. De conclusie moet in de ruimtelijke onderbouwing meegenomen worden. Externe Veiligheid, Waterstromen Lichtenvoorde vormt zelf een risicobron voor de omgeving. In het adviesrapport ‘beoordeling en toetsing externe veiligheid Waterstromen Lichtenvoorde’ is opgenomen dat de relevante risicobronnen voor de gehele inrichting van WSL zijn: - De drie vergisters; - de drie navergisters; - de opslag van het biogas. In de huidige situatie is de PR 10-6 contour van de opslag van het biogas (egalisatietank) 25 meter. De twee vergisters en twee navergisters hebben een PR 106 contour van 5 meter. In de toekomstige situatie is de PR 10-6 contour van de biogasopwerking 30 meter. De vergister en navergister hebben een PR 10-6 contour van 5 meter. De risicocontour van de biogasopwerking valt over de noordelijke grensafscheiding.
Het aangrenzende perceel is aangemerkt als landbouwgrond. Het woonhuis op dit perceel ligt op een afstand van 570 meter van de risicobron (biogasopwerking).
Werk de (toename van de )risicocontour buiten de inrichtingsgrens uit in de ruimtelijke onderbouwing met een tekening en motivatie. Water, De impact van grote uitbreiding BIR wordt niet uitgewerkt. Hergebruik van water/effluent ? Referentie naar de Baakse/oude Baakse beek wordt niet gemaakt. Is een bijzonder stuk watersysteem waarop mogelijke impact zeker behandeld moet worden. In de aanvraag wordt een onderzoek naar beschermde diersoorten aangekondigd, maar niet bijgevoegd. Wij verzoeken een flora en fauna- onderzoek toe te voegen? Komen uit dat onderzoek nog aanbevelingen om bepaalde diersoorten te beschermen dan wel dient hiervoor een ontheffing bij de provincie te worden aangevraagd? Dat zijn de vragen die in de ruimtelijke onderbouwing beantwoord moeten worden. Een schoorsteenhoogte van 25 meter is ontsierend in het landschap. De vraag is of een hoogte van 25m nodig is. Vanuit Lichtenvoorde gezien is een schoorsteen van 25 m hoogte dominant aanwezig. Bovendien is het vanuit landelijke gebied bezien een negatieve blikvanger en aantaster van het landschappelijke Oost Gelres schoon. Bekeken en gemotiveerd moet worden in de ruimtelijke onderbouwing om te komen tot een lagere hoogte van de schoorsteen. Voorgesteld wordt een maximale hoogte van 15 meter, waarbij de schoorsteen landschappelijk moet worden ingepast. De bouwtekeningen moeten hierop worden aangepast.
Communicatie, Wat gaat Waterstromen aan communicatie optuigen? Denk daarbij aan omgevingsdialoog of andere vormen van communicatie.
Omgevingsdienst Regio Nijmegen Afdeling Vergunningverlening
Bijlage 2: Indienen gegevens Wij verwachten de gevraagde gegevens binnen vier weken na de verzenddatum van deze brief. Dien deze gegevens in één keer in. Lukt dat niet, stuur dan een brief mee waarin u aangeeft welke gegevens later zullen volgen. Documenten die (gedeeltelijk) gewijzigd zijn, moeten opnieuw in zijn geheel ingediend worden. Via het Omgevingsloket Online (OLO) U heeft de aanvraag digitaal, via het OLO, ingediend. Dan verwachten wij de gevraagde gegevens ook digitaal. Vermeld hierbij: naam van de aanvrager; adres waarop de aanvraag van toepassing is; omschrijving van de aanvraag; het zaaknummer (dit is W.Z21.109013.01). Verlenging aanvullingstermijn Heeft u meer dan acht weken nodig om de gevraagde gegevens in te dienen? Dan is het mogelijk om maximaal vier weken verlenging van de aanvullingstermijn te vragen. Stuur dan een e-mail naar wabo@odrn.nl. Vermeld hierin: naam van de aanvrager; adres waarop de aanvraag van toepassing is; omschrijving van de aanvraag; het zaaknummer (dit is W.Z21.109013.01); de gewenste verlenging van de aanvullingstermijn; de reden van de verlenging van de aanvullingstermijn.