vvgb boschlaan 18 bijlage 8 notitie luchtkwaliteit
Tekst van het document
Met betrekking tot de luchtkwaliteitseisen worden met name de stoffen stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) relevant geacht. De concentraties van NO 2, PM10 en PM2,5 zijn in de Nederlandse situatie het meest kritisch ten opzichte van de normen 1. De overige stoffen uit de Wet luchtkwaliteit zijn in Nederland niet kritisch. Voor WSL worden, van de in de Wet luchtkwaliteit opgenomen stoffen, alleen emissies van NO 2, PM10 en PM2,5 verwacht. Een vergunning kan worden verleend indien aannemelijk kan worden gemaakt dat er geen grenswaarden worden overschreden (Wm artikel 5.16, lid 1a) of als het project NIBM (niet in betekenende mate) bijdraagt aan de luchtkwaliteit in de omgeving (Wm artikel 5.16, lid 1c).
Tabel 2.1 Overzicht relevante grenswaarden luchtkwaliteit Stof
Criterium
NO2
jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde (μg/m 3)
uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar worden overschreden) PM10***
jaargemiddelde concentratie etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden)
PM2,5
jaargemiddelde concentratie
40 200* 40 50**
25
Toelichting: *
hiervoor geldt als indicatorgrenswaarde: jaargemiddelde concentratie van 82 μg/m 3;
**
hiervoor geldt als indicatorgrenswaarde: jaargemiddelde concentratie van 31,2 μg/m 3;
*** bij de beoordeling van de concentraties PM10 is in geval van grenswaardeoverschrijding een correctie toegestaan voor zeezout.
De jaargemiddelde achtergrondconcentraties in de omgeving van WSL zijn berekend met de meest recente beschikbare NSL monitoringstool 2020. De jaargemiddelde achtergrondconcentraties bedroegen in 2020, het meest recente jaar beschikbaar in de monitoringstool, 15,7 tot 17,1 μg/m3 voor NO2, 16,9 tot 17,1 μg/m3 voor PM10 en 10,3 tot 10,5 μg/m3 voor PM2,5 (zie afbeelding 2.1). De komende jaren wordt een afname van deze concentraties verwacht. De monitoringstool rapporteert voor de omgeving van WSL voor 2030 concentraties van 10,2 tot 11,4 μg/m3 voor NO2, 14,4 tot 14,5 μg/m3 voor PM10 en 8,1 tot 8,2 μg/m3 voor PM2,5.
1
Mooibroek, D. et al. (2013), Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2012, rapportnummer 680704023/2013, RIVM.
2|4
Witteveen+Bos | 125555/21-017.468 | Definitief
Afbeelding 2.1 Monitoringstool (monitoringsronde NSL 2020, jaartal 2020)
3
EMISSIEBRONNEN
Bij WSL zijn de volgende relevante bronnen aanwezig die NOx en/of PM10 en PM2,5 emitteren: - verkeer van en naar de inrichting; - de inzet van mobiele werktuigen; - een fakkel; - een tweetal cv-installaties. In het kader van de aanvraag van de revisievergunning zijn er stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd met AERIUS en gerapporteerd. De NOx emissie van de twee cv’s, de fakkel, de mobiele werktuigen en het verkeer van en naar WSL bedragen in de beoogde situatie gezamenlijk circa 2.878 kg/j. Voor rwzi Deventer is in mei 2015 een luchtkwaliteitsonderzoek 1 uitgevoerd op basis van een NO x emissie van ruim 10 t/j van de daar aanwezige relevante bronnen, waaronder WKK’s. Uit de berekeningen van deze locatie in Deventer volgt dat bij de terreingrens (entree van het terrein) de toename van de jaargemiddelde concentratie NO 2 maximaal 2,4 μg/m³ was en de toename PM10 en PM2,5 kleiner dan 0,1 μg/m³. Gezien de bovenstaande conclusie bij rwzi Deventer en de bij WSL veel kleinere NOx emissie, staat voor zowel NO2 als PM10 en PM2,5 daarmee voldoende vast dat er geen overschrijding van de grenswaarde kan optreden. Zelfs al zou er sprake zijn van de hierboven genoemde toename, dan blijven de emissies in combinatie met de geldende achtergrondconcentraties ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit.
1
Witteveen+Bos, ZL437-7/15-007.347 definitief d.d. 1 mei 2015, Luchtkwaliteitsonderzoek RWZI Deventer.
3|4
Witteveen+Bos | 125555/21-017.468 | Definitief
Naast de wijziging van de emissiebronnen op de locatie van WSL dient het effect van de verkeersaantrekkende werking langs de aan- en afvoerroute inzichtelijk te worden gemaakt. Om een inzicht te krijgen in deze bijdrage van het verkeer aan de immissies, zijn als worstcasescenario alle verkeersbewegingen (weekdaggemiddelde) in de ‘Nibm-tool’1 van InfoMil ingevoerd. Het gaat hierbij dus om de extra verkeersbewegingen waar WSL voor zorgt in vergelijking met de situatie waarbij WSL er niet zou zijn geweest. Gemiddeld wordt WSL per dag bezocht door 10 personenauto’s en 24 vrachtwagens. Voor de onderstaande Nibm-toets is het middelzware en zware verkeer als vrachtverkeer gerekend. Uit de berekening (zie afbeelding 3.1) blijkt dat de bijdrage van verkeer niet in betekenende mate is.
Afbeelding 3.1 Nibm-toets verkeersbewegingen WSL
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
48
Aandeel vrachtverkeer
70,0%
NO2 in μg/m3
0,25
PM10 in μg/m
0,03
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Gezien bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde situatie van WSL in zeer ruime mate aan de grenswaarden van de Wet milieubeheer titel 5.2 voldoet.
1
De NIBM-tool is een rekentool bedoeld voor kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit. Hiermee kan op een eenvoudige en snelle manier bepaald worden of een plan niet-in-betekenende-mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. De NIBM-tool is in 2008 ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. De NIBM-tool wordt jaarlijks door InfoMil geactualiseerd.
4|4
Witteveen+Bos | 125555/21-017.468 | Definitief