vraag jansen OOG 09-03-2021
Tekst van het document
VRAGENUUR Art. 43 RvO raad Art. 26 verordening raadscommissie
Vraag voor het vragenuur van de raadsvergadering d.d. 9 maart 2021 Naam steller
:
Freek Jansen
Fractie
:
Onafhankelijk Oost-Gelre (OOG)
Betreft
:
Menstruatie armoede
Beantwoording : Vraag
schriftelijk
:
In de werkgroep sociaal domein werden wij vanuit Jongerenwerk Mazzel geattendeerd op een probleem dat bestaat binnen de armoedegrens onder jonge meisjes en vrouwen, namelijk menstruatie armoede. Menstruatie-armoede betekent: een beperkte toegang hebben tot middelen en faciliteiten die een vrouw nodig heeft om veilig en comfortabel de menstruatieperiode door te komen. We spreken dan over de volgende drie aspecten: 1. Toegang tot producten (zoals tampons, maandverband, maar ook pijnstillers). Het belang hiervan is veilig, schoon en effectief zijn, 2. Goede en veilige sanitaire voorzieningen zowel thuis als op school als op het werk. 3. Kennis over menstruatie zoals bijvoorbeeld van belang om medische aandoeningen rondom menstruatie te herkennen. Bron: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde geeft een overzicht van menstruatiestoornissen
Deze armoede zorgt voor een schaamte. Uit verschillende rapporten blijkt dat het kunnen kopen van dergelijke producten is voor een groep vrouwen en meisjes die te maken hebben met armoede, niet zo vanzelfsprekend is. Zij proberen zich te redden met bijvoorbeeld wc-papier, oude washandjes of ander textiel. Omdat ze onvoldoende geld hebben om maandverband te kopen. Het kan zelfs leiden tot verzuim van werk of school, en tot afzeggen voor sociale activiteiten, excuses verzinnen om maar niet aan de gymles te hoeven meedoen, omdat er geen goede bescherming voorhanden is, of geen geld om pijnstillers te kopen die menstruatiepijn draaglijk maken. Sommigen vrouwen blijken noodgedwongen te bezuinigen op groente en fruit om menstruatie-producten te kunnen kopen.
De vragen die dit bij ons oproepen zijn: 1. Is het college op de hoogte van dit probleem? 2. Is er via de SDOA, Preventie Platform Jeugd en voedselbank zicht op dit probleem? 3. Indien ja, kan het college aangeven om hoeveel meisjes/vrouwen het zou kunnen gaan? 4. Indien ja: wat kan het college adequaat doen met dit probleem?
VRAGENUUR