voorstel regio achterhoek
Tekst van het document
Voorstel aanpassing uitgangspunten Begroting Regio Achterhoek Met dit voorstel willen we de uitgangspunten voor de begroting van de Regio Achterhoek aanpassen voor wat betreft de indexeringssystematiek en de berekening van de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit. De nieuwe uitgangspunten gelden, bij een positief besluit, dan vanaf het begrotingsjaar 2023.
Indexeringssystematiek Met dit voorstel willen we een structurele gezonde financiële basis creëren met een realistische doorberekening van loon- en prijsindex aan de gemeenten. Regio Achterhoek heeft in de begroting te maken met loon- en prijsindexen die worden gebaseerd op de septembercirculaire twee jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De inwonerbijdrage die we aan de gemeenten in rekening brengen mag op dit moment echter alleen maar stijgen met de prijsstijging en deze is vaak lager dan de loonindex. Het verschil hiertussen moet worden opgevangen binnen de begroting. In de begroting 2022 is sprake van een structurele taakstelling van € 60.000 als gevolg van het verschil in indexering sinds juli 2018. Bij de vaststelling van de uitgangspunten voor de begroting 2022, in januari 2021, heeft het AB aangegeven dat dit structureel moeten worden opgelost. Dit aspect zou bij de evaluatie van de samenwerking worden meegenomen. In het raadsvoorstel bij de evaluatie is aangegeven dat hiervoor een apart voorstel wordt gemaakt. Bekeken is hoe andere gemeenschappelijke regelingen hiermee omgaan. Er is vergeleken met zowel de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG), Gemeentelijke Gezondheidsdienst Noord- en Oost Gelderland (GGDNOG) en de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Voor de gedetailleerde uitkomsten hiervan zie bijlage 1.
De inwonerbijdrage mag bij VNOG en GGD stijgen met een mix van prijs- en loonindex. Ook wordt bij deze regelingen op basis van nacalculatie bekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende of te veel was om de stijging van de lonen zowel als gevolg van de afgesloten CAO alsook als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden in het nieuwe begrotingsjaar verrekend met de gemeentelijke bijdragen. Er is dus sprake van een mix van loon-en prijsindexering met nacalculatie achteraf. VNOG en GGD gebruiken dezelfde indexcijfers. De VNOG berekent de indexering gekoppeld aan de gebudgetteerde bedragen, de GGD rekent met een vaste verhouding van 70% loonkosten en 30% materiaalkosten. De berekening van de nacalculatie is bij beiden verschillend. De ODA werkt voor de loonindex niet met de indexcijfers van de septembercirculaire voor de prijsindex wel. Voor de loonindex bepalen ze een index op basis van CAO afspraken. Voorgesteld wordt de methodiek van VNOG te volgen. Dit doet het beste recht aan de werkelijkheid. Voorgestelde berekeningsmethodiek voor absolute stijging van de inwonerbijdrage (excl. eventueel nieuw beleid):
Voorbeeld begrotingsjaar 2022 (T) Loonindex:
(2020)
loonsom * loonvoet sector overheid jaar T (2022) uit septembercirculaire T-2
+/Nacalculatie loonindex: loonsom * in %: Berekening verhoging inwonerbijdrage loonindex jaar T-1 (2021) uit€september circulaire jaar T-2 (2020) minus Loonsom indexeren met loonkostenindex xxx loonindex jaar T-1 (2021) uit september circulaire jaar T-3 (2019) overige exploitatiekosten indexeren met prijsindex € xxx + Opleidingsbudget: 1,5% van de loonsom + Prijsindex: overige exploitatiekosten * prijs overheid consumptie netto materiaal jaar T (2022) uit septembercirculaire jaar T-2 (2020)
n.b. een stijging of daling van het aantal inwoners heeft eveneens effect op de ontwikkeling van het bedrag per inwoner.
Bandbreedte weerstandscapaciteit Bij het vaststellen van de begroting 2022 in juli 2021 is door diverse gemeenten aangegeven de berekening van de bandbreedte van de weerstandcapaciteit aan te passen. Het verzoek is om voor het weerstandsvermogen en de bepaling van het surplus aan te sluiten bij de systematiek van de VNOG. Hierbij wordt een surplus uitgekeerd zodra de weerstandsratio boven de 1,4 uitkomt. Op dit moment hanteert de Regio een maximaal vast bedrag van € 300.000 als plafond voor het weerstandsvermogen. In de begroting 2022 zou dit betekenen dat, bij een benodigde weerstandscapaciteit van € 258.000 en een ratio van 1,4, de beschikbare weerstandscapaciteit maximaal € 362.600 bedraagt. Voorgesteld wordt het advies van de gemeenten te volgen en een surplus uitkeren als op begrotingsbasis de weerstandsratio boven 1,4 uitkomt.
Bijlage 1 Uitgangspunten begroting verschillende organisaties Regio Achterhoek/8RHK (begrotingsjaar 2022) Stijging inwonerbijdrage
Maximale stijging inwonerbijdrage
Begroting 2021
Prijsindex (pbbp) 2020 uit septembercirculaire 2019 Prijsindex (pbbp) 2021 uit septembercirculaire 2020
Begroting 2022
1,7% 1,4 %
Indexcijfers septembercirculaire Indexcijfers septembercirculaire 2020 prijsmutatie BBP (pbbp) overheidsconsumptie beloning werknemers
Prijsindex 2021 2022 1,5%
Loonindex 2021 2022
1,4% 0,6%
1,3%
In onderstaande tabel de cijfers zoals gehanteerd in de begroting van de Regio:
Prijsindex 2021 2022
Loonindex 2021 2022
1,7%
1,4%
2,6%
Loonindex 2021 (septembercirculaire 2020) Loonindex 2021 (septembercirculaire 2019) Loonindex 2021 voor begroting 2022 Loonindex 2022 (septembercirculaire 2020) Verhoging gemeentelijke bijdrage voor loonsom en opleidingsbudget 2022
1,80 % 2,90 % -1,10 % 1,50 % 0,40 %
Prijscompensatie
1,5 %
Begroting Regio (excl. nacalculatie)
1,3%
nb voor het eerst sinds jaren is de loonindex lager dan de prijsindex
VNOG (begrotingsjaar 2022)
Eén van de uitgangspunten die het VNOG bestuur namelijk in de Toekomstvisie heeft vastgesteld, is dat de VNOG een gezonde financiële basis moet hebben en dat daar onder andere een jaarlijks doorgevoerde realistische loon- en prijsindex bij hoort. De gemiddelde stijging van de inwonerbijdrage voor 2022 bedraagt 1,43% (stijging / bijdrage 2021 = 679.000/47.585.000) De looncompensatie wordt berekend op basis van het percentage, dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2020 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende of teveel was om de stijging van de lonen zowel als gevolg van de afgesloten CAO alsook als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid”. Voor 2022 is dit 1,5% (zie in de tabel hierna de berekening) Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire. Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats.
Bron pagina 7: https://www.vnog.nl/images/Bestuur/AB_10_december_2020/6.1_Kadernota_VNOG_20222025_19nov20.pdf
GGD (begrotingsjaar 2022) Loonkosten index Materiële kosten
1,5 % loonvoet sector overheid 1,5 % prijs overheid consumptie netto materiaal
We maken in deze uitgangspuntennota gebruik van de CPB indexcijfers van september 2020. In maart 2021 bij het opstellen van de conceptprogrammabegroting actualiseren wij de index met de CPB cijfers van december 2020. Omschrijving Loonkostenindex Materiële kostenindex Gewogen index
Actualisering prijspeil 2021 -0,60 % -0,30 % -0,51%
CPB index 2022 1,50% 1,50% 1,50%
Indextering begroting 2022 0,90% 1,20% 0,99%
Stijging/daling Inwonerbijdrage bestaat uit 3 onderdelen: • Stijging/daling aantal inwoner * bedrag per inwoner vorig begrotingsjaar • Correctie prijspeil (nacalculatie) • Gewogen index nieuw begrotingsjaar (70% loonindex en 30% prijsindex) Bron pagina 13: https://www.ggdnog.nl/media/1942/uitgangspuntennota-2022-ggd-nog.pdf
ODA (begrotingsjaar 2021) Prijsindex 2021 Loonindex 2021
1,8 % 2,5 %
Als basis nemen we de CAO-verhogingen en afspraken die gemaakt zijn voor 2019 en 2020 met de vakbonden. Op basis daarvan kiezen we voor een loonindex van 2,5% voor 2021. De prijsindex baseren we op de externe berichtgeving aan de hand van de septembercirculaire. Deze geeft een prijsindexatie aan van 1,8% voor 2021. Mochten bij nader inzien de indexaties toch duidelijk anders uitpakken dan kunnen deze, zo nodig, in de begrotingswijziging 2021 meegenomen worden. Deze (mogelijke) begrotingswijziging is een wijziging die, op basis van artikel 28 lid 10 van de GR, niet voor zienswijze naar de gemeenten en de Provincie hoeft. Bron pagina 8: file://dc/dtc$/FreDir_DTC/racmapas/Downloads/20-145d%20ODA%20-%20Bijlage%20III%20%20Begroting%202021%20concept%20tbv%20AB%20vergadering.pdf