verslag raad 23-09-2025
Tekst van het document
Verslag van de raadsvergadering van de gemeente Oost Gelre, gehouden op dinsdag 23 september 2025 Voorzitter Griffier Aanwezige wethouders
: : :
Aanwezige raadsleden
:
Afwezig met kennisgeving Notulist
: :
Burgemeester A.H. Bronsvoort De heer L. Schellevis Mevrouw E.E.M. Dusseldorp en de heren J.B.M. Hoenderboom, A.C.A. Schutten en G. Teselink CDA: de dames E.H.M. Ribbers en J.M. Rotink en de heren J. Gerretsen, R.W.M. Krabbenborg, W.J.W.M. Leemreize, D.J.H. van Loon en B.M. de Polman Lokaal Belang: R.W. Willering Oost Gelre Vooruit: de heren B.H.G. Bosker en A.A.W. Wopereis OOG: Mevrouw D. van der Donk-Eskes en de heren J.J.H. Bluemink, F. Jansen en J.P.M. Scheinck PvdA: de heer R.M.J. Klein Tank OLW: de heer P.J.M. Wallerbos VVD: de dames A.F. Algera-Dorenbos en S.M.E. Bürer en de heer Porskamp De heren B.M. Hummelink en F.B. Boschker De heer T.J.H.M. Delfgaauw (Notuleerservice Nederland)
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent deze raadsvergadering in Lichtenvoorde om 19.30 uur met een woord van welkom aan de raad, het college, de commissieleden, de ambtenaren, de griffie, de publieke tribune, de pers en de kijkers thuis. Er zijn geen mededelingen.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter vraagt of er nog wijzigingen voorgesteld worden. De heer Leemreize doet het ordevoorstel om punt 9 nu van de agenda af te halen op verzoek van de Bonifatiuskerk. Alle fracties gaan hiermee akkoord. Hierna dient hij een motie vreemd aan de agenda in om wel te kunnen discussiëren over de Bonifatiuskerk. Dit wordt agendapunt 11a. De heer Wallerbos dient ook een motie vreemd in. Dit wordt agendapunt 11b. De raad gaat akkoord met deze gewijzigde agenda.
3.
Benoeming niet-raadslid in raadscommissie Voorgedragen wordt door Lokaal Belang de heer J.H.M. Hulshof. De raad gaat akkoord. De voorzitter nodigt de heer Hulshof uit om de belofte af te leggen. Zij leest de tekst van de belofte voor en vraagt hem daarna om de uit te spreken. De heer Hulshof: ‘Dat verklaar en beloof ik’. De voorzitter feliciteert hem met zijn benoeming onder overhandiging van een boeket bloemen.
4.
Actielijst toezeggingen De voorzitter zegt dat er nog maar 1 punt openstaat. Over alle andere punten zijn memo’s verschenen of anders afgedaan. De vergadering gaat akkoord met deze gewijzigde lijst.
5.a
Verslag van de profielschetsvergadering van 8 juli 2025 Dit verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.b
Verslag van de raadsvergadering van 8 juli 2025 Dit verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
6.
Vragenuur De voorzitter zegt dat er een schriftelijke vraag is van mevrouw Van der Donk over de overschrijding van de subsidie voor de FCCL. Daarnaast is er een, eveneens schriftelijk te beantwoorden, vraag van OLW over spuitzones en bollenteelt. De heer Bluemink heeft in de Gelderlander van 15 september gelezen: “alle Achterhoekse gemeenten zijn voorstander van een onderzoek naar een fusie met Omgevingsdienst Veluwe (ODV). Het ‘fusietraject’ is deze week gestart”. OOG begrijpt hieruit dat ook het college van Oost Gelre hiermee heeft ingestemd. OOG leest in het persbericht van 12 september dat dit traject in afstemming met colleges en gemeenteraden de komende maanden zal worden uitgewerkt. 1. Wat maakt de Veluwe geschikter dan mogelijke andere kandidaten in Gelderland of Overijssel? Kunt u de inhoudelijke afweging, die het algemeen bestuur van de ODA heeft gemaakt, met de raad delen? 2. Op welke momenten gaat het college de raad betrekken en met welk doel? 3. Wat gaat het college eraan doen om ervoor te zorgen dat de gemeenten gelijkwaardige partners blijven bij een eventuele fusie en niet 1 gemeente de overhand krijgt vanwege het aantal inwoners? In mei stond in de Gelderlander dat de voormalige ODA directeur Oosterbosch van mening was dat een “fusie ten koste gaat van kennis en kunde op lokaal niveau”. 4.
Op welke manier borgt de wethouder dat de ODA kennis en kunde over Oost Gelre behouden blijft en niet verdwijnt in het grote geheel? In de zienswijze op de ODA-jaarstukken lezen we dat “zonder verdere aanpassing van de Begroting 2026 het verschil met de realisatie naar verwachting opnieuw zal toenemen. Dit vraagt op termijn om heroverweging”. 5. Wat gaat het college hieraan doen? Komt er een voorstel? Wanneer kan de raad dat verwachten? Wethouder Teselink zegt dat de raad door de ODA geïnformeerd is over dit voornemen. Voor 1 april moet er een plan liggen om aan de criteria te voldoen, waaronder robuustheid. Een doel is het halen van een omzet van 16,5 miljoen euro. Er waren 2 opties, namelijk zelfstandig door te gaan en een kwaliteitssprong maken of een fusie. Allerlei mogelijkheden zijn bekeken, maar uiteindelijk bleek de Omgevingsdienst Veluwe de beste kandidaat. Nu is er nog een keuze, maar dat zal lastiger worden, omdat meer omgevingsdiensten voor dezelfde opgave staan. Het takenpakket van beide diensten is vergelijkbaar. Belangrijk is inderdaad de nabijheid en bereikbaarheid in de Achterhoek. Hij zal de raad later dit jaar bijpraten over de stand van zaken en de vormgeving. Deze keuze is toekomst- en kwaliteitsgericht. De raad zal uiteraard nog betrokken worden bij de besluitvorming. De heer Wallerbos vraagt of alle andere gemeenten in deze GR hetzelfde moeten handelen.
Hoe ziet dat proces eruit? De heer Willering zegt dat de voormalig directeur aangaf dat deze fusie tot verlies van kennis zou leiden. Wethouder Teselink zegt dat hij nog niet weet hoe het proces er precies uitziet. Hij denkt dat een meerderheid in het AB van de ODA voldoende is. De opvatting van de voormalige directeur wil hij als persoonlijk duiden. Deze was vanaf het ontstaan van de dienst zeer betrokken en heeft een prima dienst neergezet, maar het AB moet naar de toekomst kijken. De heer Wallerbos geeft aan dat OLW de afgelopen weken kennis genomen heeft van de wijze waarop het college gesprekken voerde en brieven uitwisselde met het bestuur en de vrijwilligers/werknemers van sociaal-cultureel centrum De Mattelier in Groenlo. Het lijkt erop dat het college geen heldere toekomstkaders aan de Mattelier heeft meegegeven, zich niet houdt aan oorspronkelijke afspraken die er zijn gemaakt tussen De Mattelier en voorgaande colleges en dat het college onterecht de duimschroeven aandraait.
OLW vindt het een dieptepunt dat het nu al zover is gekomen, dat onder de druk van het college, de vrijwilligersvergoeding is wegbezuinigd. Vrijwilligers, en zeker als ze onkosten maken, zo afschepen is een verkeerd signaal van een college, dat aan de andere kant telkens roept enorm veel waarde te hechten aan de vrijwilligersparticipatie in Oost Gelre. 1. In de brief van 28 maart 2019 stemt de gemeente in met een Backstopregeling. Wat houdt dit in, wanneer zijn de randvoorwaarden vastgelegd, en welke zijn dat? 2. Is het college het met OLW eens dat er, met een gedwongen bezuiniging op de vrijwilligers van een belangrijk gemeentelijk sociaal-cultureel centrum, een verkeerde afslag wordt genomen? 3. Waarom is het college er schijnbaar van overtuigd dat een parttime directeursfunctie mogelijk is, terwijl de 80 vrijwilligers aangeven van niet? 4. In de raadsbrief van 8 augustus is het college optimistisch over de gesprekken met De Mattelier. Hoe staat het nu met deze gesprekken? 5. Krijgt de raad een rol in de uiteindelijke besluitvorming? Zo ja, welke en wanneer? Wethouder Dusseldorp geeft aan dat het voor het college van belang is dat vrijwilligers, organisaties en het gebouw behouden blijven. OLW maakt onjuiste verwijten naar het college. Het college houdt De Mattelier juist wel aan de gemaakte afspraken.
De raad heeft in 2015 de opdracht gegeven De Mattelier volledig te privatiseren. Het college correspondeert niet met vrijwilligers, maar alleen met bestuur en directie. Met hen bestaat een fundamenteel meningsverschil over de wijze waarop een sociaal cultureel centrum uit deze financiële situatie te krijgen is. Overeenstemming bestaat over het doel om te gaan voor een bloeiende Mattelier. Het voorliggende beleidsplan is niet voldoende voor een toekomstbestendige oplossing. Het herstelplan leunt te veel op steun van de gemeente en maakt onvoldoende keuzes om tot een, voor de gemeente acceptabele, sluitende, begroting te komen. Akkoord gaan met dit plan is niet uit te leggen aan andere gesubsidieerde organisaties. Bestuur en directie hebben zelf gekozen voor het schrappen van de vrijwilligersvergoeding. Die afweging dient het bestuur ook inzake de directiefunctie te doen. De Backstopregeling houdt in dat de gemeente onder voorwaarden garant staat voor een tekort tussen 2020-2023, waarin de afbouw van de subsidie dient plaatst te vinden. Voorwaarden zijn: goed bestuur, periodiek overleg en bijzondere omstandigheden. Deze week is er weer een gesprek. Tot nu toe is nog geen voortgang geboekt. Zo nodig komt zij met een memo naar de raad. Als er overeenstemming komt, dan volgt er een voorstel aan de raad. De heer Wallerbos vraagt of de Backstopregeling beëindigd is.
Verder wil hij weten hoe de wethouder aankijkt tegen het vervallen van de vrijwilligersvergoeding. Wethouder Dusseldorp geeft aan dat er geen nadere randvoorwaarden gesteld zijn aan de Backstopregeling. Besluitvorming over een vrijwilligersvergoeding is aan het bestuur. De heer Klein Tank zegt dat de Backstopregeling zou gelden tot en met 2023. Hoe zit dat? Wethouder Dusseldorp bevestigt dit. Omdat er geen randvoorwaarden vastgesteld zijn, is er geen sprake van een dergelijke regeling. De heer Porskamp vraagt of de wethouder het besluit van de raad uit 2015 kan toelichten. Wethouder Dusseldorp zegt dat destijds een amendement is ingediend met als voorstemmers CDA en OOG. Tegenstemmer s waren NLOG, D66, VVD en PvdA. HAMERSTUKKEN 7.
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Albert Schweitzerstraat 21 te Lichtenvoorde Besluit: Dit voorstel wordt unaniem aanvaard.
8.
Erfgoednota Oost Achterhoek 2025 Besluit: Dit voorstel wordt unaniem aanvaard. BESPREEKSTUKKEN
8.
9.
Aankoop Bonifatiuskerk Lichtenvoorde Dit voorstel wordt van de agenda afgevoerd.
10.
Verordening lokaal zeggenschap en eigendom bij grootschalige windenergieprojecten Oost Gelre 2026 De heer Willering krijgt als eerste het woord, omdat hij een amendement indient. Hij is warm voorstander van deze verordening. Wel heeft LB moeite met de voorbereidingskosten. Vandaar het volgende amendement: De raad, constaterende dat: • in het raadsvoorstel 33647-2025 wordt voorgesteld om een voorbereidingskrediet van 250.000 euro beschikbaar te stellen voor de ontwikkelkosten van een initiatief dat voldoet aan de ‘Verordening lokaal zeggenschap en eigendom bij grootschalige windenergieprojecten Oost Gelre 2026’; • dit krediet ten laste komt van de reserve energietransitie; • de gemeente Berkelland, die met Oost Gelre samenwerkt in dit traject, ook middelen beschikbaar stelt voor de ontwikkelkosten van vergelijkbare initiatieven; overwegende dat: • het onduidelijk is waar dit bedrag concreet aan besteed zal worden, terwijl het om een aanzienlijk bedrag gaat; er ontbreken uitgewerkte criteria, een begroting of transparante verdeelsleutels voor de inzet van dit geld; • er een reëel risico bestaat dat het verstrekken van gemeentelijke middelen aan een specifieke energiegemeenschap of initiatiefnemer kan worden aangemerkt als ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 VWEU, omdat sprake kan zijn van een selectief economisch voordeel, dat de mededinging op de energiemarkt
vervalst of dreigt te vervalsen; • vergelijkbare situaties in andere gemeenten (bijvoorbeeld bij fondsen voor zonneparken en windcoöperaties) tot discussies hebben geleid over de rechtmatigheid van bijdragen, waarbij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Europese Commissie scherp toezien op staatssteunregels; • de provincie Gelderland reeds een beleidsregel heeft opgesteld over lokaal eigendom en participatie bij duurzame energie (19 juni 2025), waardoor er al een kader aanwezig is om initiatieven te ondersteunen zonder gemeentelijke financiële risico’s; • de gemeente Berkelland eveneens ontwikkelkosten financiert, waardoor het gezamenlijke bedrag richting de 500.000 euro gaat, hetgeen disproportioneel hoog is en niet in verhouding staat tot de onduidelijkheid over de inzet en verantwoording van deze middelen; • het bovendien volstrekt onduidelijk is wat er met het voorbereidingskrediet gebeurt, wanneer lokale participatie of lokaal eigendom uiteindelijk niet tot stand komt: er is immers geen waarborg voor terugvordering, terugstorten of alternatieve besteding van deze middelen; • de rol van de gemeente primair ligt bij het stellen van kaders en het bewaken van zorgvuldig proces en participatie, niet bij het direct financieren van projectontwikkeling.
Op grond van bovenstaande wordt voorgesteld het voorliggende ontwerp raadsbesluit te vervangen door het navolgende besluit: • beslispunt 2 te schrappen (“Een voorbereidingskrediet van 250.000 euro beschikbaar te stellen voor de ontwikkelkosten van een initiatief dat voldoet aan de verordening, te dekken uit de reserve energietransitie”). Hij vindt een bedrag van 500.000 euro niet uit te leggen. Het feit dat de besluitvorming hierover nu weer voorligt, betekent dat de raad een nieuwe afweging kan maken. Hoe is dit bedrag opgebouwd? De heer Bluemink zegt dat OOG.in april niet kon instemmen met het beleid Grote windmolens, omdat er pas een half verhaal lag. Inmiddels heeft de provincie een eis gesteld aangaande de afstand van windmolens tot woningen, maar onderzoekt nog of deze eis juridisch voldoende bescherming moet. Wat gebeurt er als er slechts 1 initiatiefnemer is en deze wil niet instemmen met een anterieure overeenkomst? De voorliggende verordening is goed uitgewerkt, maar juridisch nog flinterdun. OOG wil instemmen met dit voorstel, als de wethouder kan toezeggen dat hij een toetsing doet ten aanzien van staatssteun.
Het is veel beter om deze verordening te hebben dan geen. De heer Bosker vindt dit voorstel een papieren waakhond die niet kan bijten. Opnieuw worden dezelfde fouten gemaakt. De goede intentie tot inwonersparticipatie wordt vrijwel gelijk ingevuld als de Verklaring van geen bedenkingen bij zonneparken. Het is oud beleid in een nieuw jasje. Er is niets geleerd van de anterieure overeenkomsten bij de zonneparken. Initiatiefnemers krijgen geen bindende voorwaarden. De gemeente kan niets afdwingen. Waarom wordt vastgehouden aan een systeem dat niet werkt? Er is een andere oplossing, namelijk door in plaats van voor lokaal eigendom te kiezen voor winstdeling van de omzet, door 10% van de winst uit te keren aan omwonenden. Dit is minder omslachtig en transparanter. Er ligt niet eens een businessplan, maar toch wil het college 250.000 euro bijdragen. Het amendement van LB wordt zeker gesteund. De heer Klein Tank denkt dat nog moet blijken of het initiatief van Noaberwind hier ook gaat werken. Toch wil hij dit voorstel steunen, omdat er alles aan gedaan moet worden om de energietransitie niet stil te laten vallen. De PvdA is wel bereid een bijdrage te leveren, maar twijfelt wel of deze niet als staatssteun wordt aangemerkt.
Het amendement stelt dat de financiën voor het project gebruikt worden, maar deze gemeentelijke steun is bedoeld om allerlei zaken te financieren die nodig zijn op het project van de grond te kunnen trekken, wat in het belang van de gemeente is. De heer Polman vindt dat met deze verordening geborgd wordt dat zo veel mogelijk lokaal gedaan wordt. De verordening kent geen resultaatverplichting, want dat mag niet. Contact met een energiegemeenschap wordt voorgeschreven, maar daadwerkelijke samenwerking niet. Kan de bijdrage niet beschikbaar gesteld worden als een initiatief zich aandient? Dit voorstel is niet ideaal, maar wel de beste mogelijkheid. Noaberwind acht 90% lokaal eigendom mogelijk. In ieder geval moet een hoog percentage nagestreefd worden. Wat gebeurt er als de gemeente geen geld beschikbaar stelt? Is het niet mogelijk om pas geld te geven, als zich een geschikt project aandient? Als bijvoorbeeld de gemeente zelf gaat participeren, is er meer geld nodig dan bij een particulier initiatief. De heer Wallerbos is voor windenergie, maar vanwege de weidevogels op een andere plek, zoals langs de N18 of bij De Laarberg. Dit betekent niet dat hij deze verordening niet zal steunen. Hij wenst Noaberwind veel succes en vindt veel reacties op Noaberwind in de sociale media triest. OLW vraagt Noaberwind om ook in gesprek te gaan met de Weidevogelvereniging.
De wethouder heeft duidelijk aangegeven waar het geld aan besteed wordt: juridische zaken, procedures, waaronder de MER. Wat zijn de verschillen volgens LB tussen het regionaal ontwikkelfonds en het huidige voorstel? Mevrouw Algera vindt het raar en krom dat lokaal eigendom en zeggenschap niet juridisch is af te dwingen. Desondanks is het wenselijk om lokaal eigenschap te stimuleren en te ondersteunen. Want er zullen hoe dan ook molens komen in het zoekgebied. Deze verordening verankert de wens tot lokaal zeggenschap en maakt toetsing van initiatieven daaraan mogelijk. Door het voorbereidingskrediet wordt de wens tot lokaal eigenaarschap extra ondersteund. De keuze om dit geld te putten uit het niet van de grond gekomen ontwikkelfonds is logisch. Wethouder Teselink begint met aan te geven dat de 250.000 euro eerder al door de raad beschikbaar is gesteld voor het ontwikkelfonds. In feite betreft het hier hetzelfde doel. Dit is inderdaad het beste smeermiddel om lokaal zeggenschap te verkrijgen. De geleerde lessen komen terug in de anterieure overeenkomst, die echter pas het eind is van het traject. De motiveringsplicht geeft de kans om een aanvraag niet te gebruiken. Een windcoöperatie heeft betere vooruitzichten dan een zonne-energiecoöperatie. De handleiding verwijst ook naar de betrokkenheid van inwoners. Uiteraard wordt rekening gehouden met de discussie rond staatsteun.
Zowel Berkelland als Oost Gelre stellen 250.000 euro beschikbaar. Als er geen smeermiddel komt, is er kans dat het initiatief niet van de grond komt en wordt de zeggenschap waarschijnlijk kleiner. Juist voor coöperaties zal steun noodzakelijk zijn en coöperaties kunnen die lokale zeggenschap bevorderen. Pas gaandeweg eventueel geld beschikbaar stellen compliceert het proces.
Het college wil de middelen zo besteden dat er geen sprake zal zijn van staatssteun. Dat zal aan de voorkant getoetst worden, maar zo dat wel langs de randjes gelopen wordt. Doel is om de revenuen maximaal naar de inwoners te doen vloeien. Besluiten: Het amendement wordt verworpen met slechts steun van de 3 stemmen van indiener LB en van OGV en 16 stemmen tegen van de andere fracties. De heer Willering geeft een stemverklaring. Hoewel hij de uitgave van 250.000 euro eigenlijk niet verantwoord vindt, zal hij voor het verder goede voorstel stemmen. De heer Bosker betreurt het dat met dit voorstel een forse subsidie gegeven wordt aan de kleine groep inwoners in de zoekgebieden K en I. OGV stemt tegen. Dit voorstel wordt aanvaard met de 2 stemmen van OGV tegen en alle andere fracties zijn met 17 stemmen voor. 11.
Bestuursrapportage 2025 De heer Scheinck ziet dat de prognose van het begrotingsresultaat met 600.000 euro verslechterd. Voor OOG is dat niet erg, nu de uitkering aan de gemeente veel beter uitvalt. In de 2 volgende jaren komt er 4 miljoen euro extra. In de 2 jaren daarna komt er nog 2 miljoen extra binnen. OOG zegt steeds dat de begrotingen veel te ruim zijn opgesteld, waardoor wensen uit de samenleving worden bevroren. Daarom stelt hij voor om voor de periode 2026-2029 een groot aantal investeringen te verwerken. OOG denkt aan een investeringsplan van rond 40 miljoen euro. Dat zal jaarlijks aan rente en afschrijving ongeveer 2,5 miljoen euro kosten. OOG zal een analyse maken van de komende conceptbegroting en aangeven welke investeringen toegevoegd dienen te worden. Dat zijn onder andere: de uitbreiding van het wedstrijdbad Meekenesch, de vervanging van de brug Eibergseweg in Groenlo, het MFA in Harreveld en Zieuwent, de renovatie of nieuwbouw van basisscholen in Zwolle, Lichtenvoorde en Groenlo, een vergroening van alle 20 schoolpleinen en een veilige fietsverbinding met verlichting tussen alle kernen, een fietstunnel onder de rondweg bij Groenlo, maatregelen voor het vrachtverkeer op de Lieverderweg en nog enkele, waaronder een verdere vergroening van het buitengebied. De heer Bosker vraagt waarom de verhuiskosten zo vroeg waren, want de aanbesteding was pas half mei.
Verder ziet hij dat nog eens 400.000 euro extra uitgetrokken is voor het openbaar groen, terwijl daarvoor al 300.000 meer begroot was. Bovendien betreft het hier structurele uitgaven. Als de indexatie meegenomen wordt, blijft er nog meer dan 250.000 euro over. Wanneer is hierover een prijsafspraak met ROVA gemaakt? Wat gebeurt er om de kosten in de hand te houden? Hij vraagt hierover een toezegging. De heer Krabbenborg zegt dat er een slechtere prognose komt, ondanks de meevaller van 1,5 miljoen euro. De grote tegenvallers zitten weer bij de jeugdzorg en bij de ROVA. De antwoorden van het college op deze 2 overschrijdingen zijn helder. Opvallend is wel de uitgave voor een jeugdige van 4,5 ton euro per jaar, omdat er geen doorstroming kan plaatsvinden als de keten op slot zit. Daarnaast is een stijging per jaar van 20 jeugdigen opmerkelijk. Wat doet de wethouder om deze keten van het slot te krijgen en wat doet zij om de instroom in de Jeugdwet te beperken? De heer Wallerbos gaat akkoord met deze bestuursrapportage. Hij houdt moeite met het stoplichtenmodel, waarbij vrijwel alles op groen staat. Het lijkt jaarlijks op een keuring door de slager van zijn eigen vlees. Zo staat het faciliteren van adequate onderwijshuisvesting op groen, terwijl er bij de Ludgerus in Zwolle een uitdaging ligt en de verhouding met Delta al jarenlang moeizaam is, door de opstelling van Delta.
Een ander voorbeeld betreft het versterken van het vestigingsklimaat voor bedrijven. De raad heeft onlangs een streep gezet door een nieuw bedrijventerrein in Lichtenvoorde. Waarom dan groen? Als derde noemt hij de accounthouder buitengebied. Door de verbindende werking staat het stoplicht waarschijnlijk op groen, maar wat heeft dit nu concreet opgeleverd? Hij hoort van de wethouder ook wel enkele nuanceringen ten aanzien van het stoplichtenmodel en wel daar graag eens met hem over doorpraten. Mevrouw Algera vraagt zich af of er wel realistisch begroot wordt inzake de ROVA. Elk jaar lukt het niet om voldoende SW-plaatsen in te vullen. Dan moet er ook niet vanuit gegaan worden dat het toch lukt. Wethouder Schutten hoort dat OLW moeite heeft met het stoplichtenmodel. Dit model geeft aan of de voortgang op koers ligt of niet. Groen betekent dus niet dat iets al gerealiseerd is,
maar wel dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt. Dan kunnen er uiteraard nog veel wensen zijn, maar de verwachting is dat de doelen gehaald worden. Ten aanzien van de bedrijventerreinen lopen een aantal zaken wel heel goed. Maar de kleur geeft weinig nuances. Misschien is meer duiding wel wenselijk. Groen suggereert dat alles goed is en dat is niet de bedoeling. De accounthouder weet men inmiddels te vinden en deze heeft een aantal goede gesprekken met ondernemers gehad. Wethouder Teselink zegt dat bij het opstellen van de kadernota uitgegaan was van een indexatie van 3%. De VVD wil terecht een realistische begroting. De ambitie is zo veel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te laten deelnemen, maar de SW-groep sterft uit, omdat er geen nieuwe instroom meer is. Voor anderen uit die doelgroep geldt nu bijvoorbeeld de loonkostensubsidie, maar die kosten zijn wel hoger. Het streven blijft, maar hij is het eens met de oproep tot meer realisme. De forse kostenontwikkeling komt door de snelle uitval achter elkaar van mensen. De samenwerkingsovereenkomst met ROVA kent geen prijsafspraken. Oost Gelre is aandeelhouder en neemt diensten af. Er worden steeds afspraken gemaakt over de uit te voeren taken en de vergoeding daarvoor, maar daar hoort geen urenverantwoording bij. ROVA is te zien als een gemeentelijke afdeling, maar wel een die op afstand staat.
Ook kunnen er door weersomstandigheden extra taken ontstaan. Hij is bereid om daar nog eens verder over te praten. Wethouder Dusseldorp geeft aan dat gewerkt wordt aan het slot van de keten door de invoering van de toekomstscenario’s Kind en Gezinsbescherming. De gemeente gaat meer een regisseursrol krijgen om voorliggende hulp aan te bieden. Die rol zou moeten leiden tot meer grip op het op- en afschalen van jeugdzorg. Er zijn al veel trainingen geweest, maar bij een grotere nadruk op het sociale domein zullen er ook personele gevolgen zijn, zoals eerder al in een memo is aangegeven. Aan het verminderen van het beroep op jeugdzorg wordt al gewerkt door onder meer ondersteuningsteams, jongerenwerk en het preventiebudget. Desalniettemin neemt ook landelijk de problematiek toe. Hulp in het belang van het kind moet voorop staan, stelt ook de Jeugdwet. Zo kunnen ook huisartsen en medisch specialisten verwijzen naar jeugdhulp. De jeugdzorg is ook onderwerp van gesprek tussen VNG en Rijk. Niet iedere vraag om jeugdhulp, vraagt om een beschikking. Dat is ook een gesprek dat met de samenleving gevoerd moet worden. Besluit: De heer Bosker stemt in nu de wethouder toezegt de kosten kritisch tegen het licht te houden. Dit voorstel wordt unaniem aanvaard. 11a
Motie vreemd CDA: uitstel besluitvorming aankoop Bonifatiuskerk Lichtenvoorde De heer Bluemink vraagt om een schorsing na de toelichting door het CDA. Mevrouw Rotink zegt dat het CDA, evenals het parochiebestuur, wil borgen dat er goed proces komt over de invulling van het kerkgebouw, voordat de aankoop plaatsvindt. Daarom deze motie. De raad, constaterende dat: • in de commissie van 9 september 2025 het agendapunt ‘Aankoop Bonifatiuskerk Lichtenvoorde’ op de agenda stond; • de CDA-fractie hier positief over was en is, aangezien het een strategische aankoop betreft en de risico’s door de fractie aanvaardbaar worden geacht; • echter bij dit agendapunt in genoemde commissie door een aantal fracties de vraag werd gesteld waarom er pas na aankoop van dit vastgoed een onderzoek gestart wordt naar de invulling en exploitatie van het vastgoed; • de raadsfracties op woensdag 17 september 2025 naar aanleiding van deze vragen een brief hebben ontvangen van de Parochie HH. Paulus en Ludger, met het verzoek om de besluitvorming over de aankoop van de St. Bonifatiuskerk en de pastorie uit te stellen; • het parochiebestuur aangeeft dat alleen door zorgvuldig en goed onderzoek de kerk en de pastorie een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de gemeenschap van Lichtenvoorde; • de resultaten van dit onderzoek dan meegenomen kunnen worden bij de besluitvorming in de raad over de aankoop;
•
in genoemde brief het parochiebestuur aangeeft bereid te zijn tijd beschikbaar te stellen voor een zorgvuldig proces, om te onderzoeken welke invulling haalbaar én wenselijk is; • de CDA-fractie naar aanleiding van genoemd verzoek het initiatief genomen heeft de raad voor te stellen om het agendapunt ‘Aankoop Bonifatiuskerk’, bij de vaststelling van de raadsagenda van 23 september 2025, van de agenda te halen; overwegende dat: • er door de constructieve opstelling van het parochiebestuur tijd beschikbaar is voor een zorgvuldig proces om te onderzoeken welke invulling haalbaar én wenselijk is voor de kerk en de pastorie in Lichtenvoorde; verzoekt het college: • om zo spoedig mogelijk een proces op te starten met het parochiebestuur, culturele maatschappelijke verenigingen/instellingen en ondernemers om te onderzoeken welke invulling haalbaar én wenselijk is voor de kerk en de pastorie; • de resultaten van dit onderzoek te delen met de raad; • hierover bestuurlijke besluitvorming te laten plaatsvinden. De voorzitter heropent de vergadering na een schorsing van 10 minuten. Mevrouw Rotink zegt dat juist het CDA in de commissie veel vertrouwen heeft uitgesproken in dit hele idee. In de commissie werd gezegd om eerst te onderzoeken en dat is precies wat deze motie zegt. In de motie zou als 2e bullit tussengevoegd kunnen worden om de kaders van het proces met de raad te delen.
De bedoeling van het CDA was om met een pragmatische manier hiernaar te kijken op basis van de reacties in de commissie. De heer Bluemink zegt dat OOG geen rol ziet voor de gemeente in het kopen en doorverkopen van kerken. Deze motie is voor de Bühne. De heer Wopereis zegt dat het erop lijkt dat het CDA geen vertrouwen heeft op dit punt in het college. Borgen kan helemaal niet, want het college kan een motie naast zich neerleggen. Het CDA heeft een kans laten liggen door dit punt van de agenda te laten afvoeren. Bij behandeling had het CDA via een amendement wellicht wel een borging kunnen regelen. De heer Willering zegt dat de motie overbodig is, omdat de knelpunten duidelijk zijn. Zoals de 2 voorgaande sprekers al aangaven, is dit een motie is voor de Bühne. De heer Klein Tank zegt dat het lijkt of het CDA het initiatief naar zich toetrekt. Dat is niet reëel na de goede discussie in de commissie, waar breed gedragen werd dat er eerst onderzoek moet plaatsvinden, voordat een aankoop overwogen wordt. In de motie mist hij een bullit bij het verzoek, namelijk om bij het onderzoek het hele sociaalculturele aanbod in Lichtenvoorde te betrekken. Dit lijkt een wat overbodige steun, maar is niet verkeerd. Gezien de interpretatie van de motie door de wethouder gaat hij akkoord met de motie. De heer Wallerbos zal voor stemmen, omdat de motie meer duidelijkheid kan geven.
In de motie staat ook dat het culturele en maatschappelijke verenigingen betrokken moeten worden. De heer Porskamp zegt dat er al gebeurt, waartoe de motie oproept. De laatste constatering in de motie is erg gekleurd en behoeft nuancering. De VVD steunt deze motie niet, want.de fractie heeft het volste vertrouwen in het college dat het deze zaak goed afwikkelt. Hij ziet de woorden van de wethouder als een ontraden van de motie en doet hem de suggestie via een informatieavond de strakkere inkadering te bespreken. Wethouder Hoenderboom zegt dat dit voorstel aan de raad is voorgelegd om te kunnen sturen op een mooie ontwikkeling van proces en inhoud. Dit is een strategische aankoop. Het college vindt deze motie acceptabel, ook omdat het parochiebestuur hierom verzoekt. In het contract staat een ontbindende voorwaarde. Wanneer de raad op 31 december nog niet beslist heeft, dan kan deze worden ingeroepen. Hij vindt wel dat er nadere kaders gesteld moeten worden, want deze motie is te open. Duidelijk moet zijn met wie de gemeente aan tafel gaat en waarom. Hij zou aan de motie willen toevoegen dat er eerst een beschrijving van het proces moet liggen, die teruggekoppeld wordt met de raad.
Hij onderstreept de opmerking van de PvdA dat in het geheel het bestaande aanbod moet worden meegenomen. Het moet gaan om een aanvullende voorziening. Besluit: De motie wordt gesteund door de 9 stemmen van CDA, OLW en PvdA, maar verworpen vanwege de 10 stemmen van VVD, LB, OGV en OOG. 11b
Motie vreemd OLW PvdA: onderzoek beschermd stadsgezicht Groenlo De heer Wallerbos vindt dat het best goed gaat met Groenlo en de manier waarop haar historie zichtbaar is gemaakt. De grote partijen hebben zich, onder andere via het programma Stad Groenlo hier uitdrukkelijk voor ingezet. PvdA en OLW willen de geschiedenis van Groenlo nog een zetje even via een onderzoek naar de mogelijkheden om Groenlo een beschermd stadsgezicht te geven. De raad, constaterende dat: 1. in de Omgevingsvisie van Oost Gelre het unieke historische karakter van Groenlo wordt benoemd, en ook het ‘bewaren, beschermen en uitdragen van de rijke cultuurhistorie’ wordt benadrukt; 2. een beschermd stadsgezicht een gebied is met een bijzonder cultuurhistorisch karakter, dat door de overheid wordt beschermd om de historische identiteit te handhaven en te versterken; 3. de gemeente Oost Gelre, na vaststelling van haar Omgevingsvisie, gesprekken heeft gevoerd over de status beschermd stadsgezicht met verschillende stakeholders en dat de eerste uitkomsten daarvan positief waren; 4. meerdere vestingsteden in Nederland al de status Rijks- of gemeentelijk beschermd stadsgezicht hebben; 5. Groenlo met zijn unieke stadsgezichten, oude stadswallen, het oud-historische stratenpatroon, historische stadsgracht en groenstructuren kans maakt op erkenning als beschermd stadsgezicht; 6.
het college, conform het coalitieakkoord, de toeristische aantrekkingskracht van Groenlo verder wil vergroten; 7. een status ‘beschermd stadsgezicht’ zowel voor- als nadelen kan opleveren voor inwoners, bedrijven en de gemeente; verzoekt het college: • een onderzoek uit te laten voeren naar de haalbaarheid, wenselijkheid, kosten en meerwaarde van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht van Groenlo; • op basis van het onderzoek gaat de raad vervolgens in een thematische sessie zich beraden op een vervolg, waarbij participatie en besluitvorming op dat moment naar voren gaan komen. Na de eerste termijn vraagt hij om een schorsing van 5 minuten. Op basis van de gemaakte opmerkingen willen de indieners de motie aanpassen. Overigens is het niet de bedoeling om de ontwikkelingen rond De Molenberg tegen te houden. De motie wordt aangepast (gewijzigde tekst.is opgenomen). De behoefte aan een einddatum bestaat niet bij de indieners. Allereerst is het college op de achtergrond al bezig met dit idee en verder is de uitwerking niet spoedeisend. De heer Bluemink zegt dat OOG de motie steunt en de neergelegde standpunten deelt. Hij verwijst ook naar de discussie rond De Molenberg vorig jaar. De heer Wopereis zegt dat OGV positief staat ten opzichte van deze motie. Hij geeft enkele aandachtspunten mee.
Het onderzoek moet het verschil duidelijk maken tussen een beschermd stadsgezicht dat door de gemeente of door het Rijk beschermd wordt. Hij zou als deadline het 2e kwartaal van 2026 willen aangeven. De heer Willering vindt de motie sympathiek en zal deze steunen. Hij ziet ook dat het stadsgezicht onder druk staat door ontwikkelingen rond De Molenberg. De heer Gerritsen zegt dat het doel duidelijk is. Hij denkt dat dit onderwerp goed uitgewerkt zou kunnen worden op een raadsinformatieavond. In de motie wordt gesproken over een participatieproces. Maar eerst moet er een antwoord komen op de vraag wat de voor- en nadelen van beschermd stadsgezicht zijn. Daarover zou dan een informatieavond kunnen plaatsvinden en kan het college met een voorstel komen. Een neutrale partij kijkt dan wat dit betekent en dan komt het terug naar de raad om op te nemen in het omgevingsplan. De boel wordt nu te veel op een hoop geschoven.
Hoe verhoudt deze motie zich tot de lopende ontwikkelingen? Betekent dit uitstel van plannen of wordt dit proces separaat gevolgd? De constructieve aanpassing van de motie geeft de kans op raadsbrede steun. Het is goed dat lopende ontwikkelingen door kunnen gaan. De heer Klein Tank zegt dat Groenlo in een nieuwe fase terechtkomt, waarin nieuwe instrumenten wenselijk zijn, gericht op de toekomst en het behoud van het historische Groenlo. Het kan zijn dat dit instrument daarbij behulpzaam is. Het is van belang dat de raad daarover een principeafspraak maakt. Het is een onderzoek of dit een begaanbare weg is. De besluitvorming is later. Een informatiesessie is een operationeel middel dat pas aan bod komt na een principe-uitspraak. De wethouder geeft aan dat binnen het programma Stad Groenlo ook al gesproken wordt over een eventueel beschermd stadsgezicht. Daar is niets mee gebeurd. Een vervolg hieraan geven door een onderzoek ligt voor de hand. De heer Porskamp vindt de suggestie van het CDA goed. Het is beter zo’n sessie eerst te houden, voordat een participatietraject ingeslagen wordt. Want met zo’n traject worden ook verwachtingen gewekt. Wat houdt zo’n beschermd stadsgezicht in? Dat kan allerlei gevolgen hebben, bijvoorbeeld wellicht voor het plaatsen van zonnepanelen en warmtepompen.
Zitten er ook geen mogelijkheden in het plan Stad Groenlo? Er staan zaken in de 2e bullit, waarvan hij de gevolgen niet geheel kan overzien. De motie zou in ieder geval steun krijgen, als die beperkt was tot de eerste bullit. De voorzitter vindt het verstandig om na deze woorden enkele minuten te schorsen. Wethouder Teselink zegt dat de vraag over een beschermd stadsgezicht ook in het programma Stad Groenlo eerder naar voren kwam. Dat is ook de plaats voor het budget. Sinds 2012 past het Rijk niet meer de bevoegdheid toe om een beschermd stadsgezicht aan te wijzen. Het gaat dus alleen om een gemeentelijk stadsgezicht. Het college ontraadt de motie. Hij denkt dat in een sessie of in een raadsvoorstel goed de voor- en nadelen van een beschermd stadsgezicht besproken kunnen worden. De raad kan dan het voornemen uitspreken om een stadsgezicht aan te wijzen. Dat is dan het moment om een participatietraject te starten en daarna kan dan een besluit genomen worden. Overigens zou het aannemen van de motie geen invloed hebben op lopende uitvoeringszaken, zoals rond De Molenberg. Door de aanpassing van de motie heeft de raad een prima voorstel neergelegd. Het college zal de voor- en nadelen goed in beeld gaan brengen. Besluit: De motie wordt met algemene stemmen aangenomen. 12.
Ingekomen stukken De raad neemt de lijst voor kennisgeving aan.
13.
Rondvraag en sluiting De voorzitter ziet dat er gebruik gemaakt wordt van de rondvraag. De heer Wallerbos wil zijn waardering uitspreken voor het vele werk dat deze dagen, onder andere door de griffie, is verzet voor zowel de Achterhoekraad als deze raad. De voorzitter zegt dat de waardering goed gehoord is. Zij dankt voor de inbreng. Zij sluit de vergadering om 22.30 uur.