rv risicobeheer veiligheidsregios
Tekst van het document
Raadsvoorstel Agendapunt Titel
: :
Fase Portefeuillehouder B&W-besluit
: : :
23 Voornemen VNOG inzake oprichting stichting risicobeheer veiligheidsregio's Oriëntatie (groen) Burgemeester Bronsvoort 18 januari 2022
Inleiding Op 4 oktober jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer het principebesluit genomen tot het oprichten van een stichting Risicobeheer. Deze commissie adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en koopt voor de veiligheidsregio's verzekeringen in. Dit principebesluit is aan alle algemeen besturen (AB) van de veiligheidsregio’s voorgelegd. Het AB van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) heeft op 9 december jl. het voornemen uitgesproken om deze stichting mede op te richten en hieraan deel te nemen. Het AB van de VNOG is bevoegd tot het oprichten van een stichting indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat de oprichting van de stichting het openbaar belang dient. Tot slot moeten de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit toegezonden krijgen en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Met dit voorstel verzoeken wij de gemeenteraad haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van voornemen tot oprichting stichting risicobeheer.
Mogelijke beleidskeuzes 1. Geen wensen en bedenkingen indienen op het voornemen van de VNOG tot oprichting stichting risicobeheer. 2. Wensen en bedenkingen indienen op het voornemen van de VNOG tot oprichting stichting risicobeheer.
Voorstel 1. Geen wensen en bedenkingen in te dienen op het voornemen van de VNOG tot oprichting stichting risicobeheer.
Beoogd effect Mogelijk maken dat de VNOG kan besluiten tot het oprichten van de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s en daaraan deel te nemen. En daarmee kan samenwerken met alle veiligheidsregio’s voor een beter en strategischer beleid op het gebied van verzekeringen en het inkopen van passende verzekeringen.
Argumenten 1.1. De oprichting van de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s past binnen het thema ‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’. Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aanspraken bij ongevallen. Bij veiligheidsregio’s is een
RAADSVOORSTEL 74944-2021
toenemend bewustzijn ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak. In de loop van de tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Vaak gaat het over de vraag of aan alle elementen van de ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker duidelijk letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, wat inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden. Dit heeft tot gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan. 1.2. Repressieve medewerkers krijgen dezelfde aanspraken. De repressieve medewerkers van alle veiligheidsregio’s lopen bij de uitvoering van hun taken en werkzaamheden dezelfde of minstens vergelijkbare risico’s en hebben daarbij een vergelijkbaar risico om getroffen te worden door een ongeval. De aanspraak die zij kunnen maken op basis van een ongevallenverzekering zijn echter verschillend, omdat deze per veiligheidsregio afgesproken zijn.
Het is wenselijk deze aanspraken gelijk te trekken, mede ook omdat repressieve medewerkers over en weer kunnen worden ingezet bij de incidentbestrijding buiten de eigen regio. 1.3. De kwetsbaarheid van de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s wordt opgevangen door landelijke samenwerking. Bij menig veiligheidsregio wordt de verzekeringsfunctie ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd. Om invulling te geven aan deze uitdagingen is door de veiligheidsregio’s het Project Risicomanagement & Verzekeringen gestart om via landelijke samenwerking antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Kort gezegd is het de bedoeling om: • landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen en het collectief inkopen van één ongevallenverzekering (voor verzekerbare aanspraken); • een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de niet verzekerbare aanspraken; • een (landelijk) expertisebureau op te richten dat kan adviseren en bemiddelen; • strategische samenwerkingsverbanden aan te gaan, waaronder met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). 1.4.
Een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer en de collectieve inkoop van een ongevallenverzekering leveren efficiencyvoordelen op. Met het oprichten van een landelijk expertisebureau ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Het expertisebureau risicobeheer zal daarbij onder meer samenwerken met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Naar verwachting levert de samenwerking behalve een efficiency- en kwaliteitsslag op termijn ook een besparing (zowel op de structurele kosten (jaarpremie) als eenmalige aanbestedingskosten) op door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. 1.5. De noodzakelijke vergunning van de Autoriteit Financiële Markten vereist een privaatrechtelijke rechtspersoon. Voor de activiteiten van het expertisebureau risicobeheer, het adviseren en bemiddelen rondom verzekeringen, is een vergunning nodig van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Het is niet mogelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechtspersoon.
Hier liggen drie overwegingen aan ten grondslag: 1. Het is de verwachting van juridisch experts dat de AFM niet akkoord gaat met het onderbrengen van deze activiteiten bij een rechtspersoon met andersoortige activiteiten; 2. Het samenvoegen van de activiteiten van het expertisebureau met de werkzaamheden van een veiligheidsregio leidt tot aansprakelijkheidsrisico’s voor de veiligheidsregio’s; 3. Het expertisebureau is wettelijk verplicht om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Net als de AFM zal de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar bedenkingen hebben bij het samenvoegen van activiteiten.
RAADSVOORSTEL 74944-2021
2
1.6. Het kenbaar kunnen maken van wensen en bedenkingen vloeit voort uit de Wet Gemeenschappelijke Regeling (Wgr). Voordat het AB VNOG kan besluiten over oprichting van en deelname aan een privaatrechtelijke rechtspersoon moeten de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn om aan de hand van een ontwerpbesluit eventuele wensen of bedenkingen aan te geven. Het AB VNOG weegt deze mee in de besluitvorming.
Kanttekeningen 1.1. In een later stadium volgt het voornemen tot het oprichten van de stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s. Naast het oprichten van de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s loopt een traject tot het oprichten van een stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s, die als doel zal hebben het bieden van mogelijkheden tot het opvangen van niet-verzekerbare risico’s en toe te zien op het doen van coulancehalve uitkeringen en eigen risico van de ongevallenverzekering. Het is niet mogelijk om de oprichting van beide stichtingen tegelijkertijd voor te leggen als gevolg van de beperkte tijd die resteert tot aan de einddatum van de ongevallenverzekeringen van de veiligheidsregio’s. Aangezien voor het invullen van het expertisebureau risicobeheer, dat deel uitmaakt van het traject van de oprichting van de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s, een aantal extra stappen moet worden gezet, zoals de aanvraag van een vergunning bij de AFM en het bemensen van deze organisatie is ervoor gekozen om eerst te komen tot de oprichting van het expertisebureau en daarmee de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s.
Naar verwachting is een voorstel voor de stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s in de eerste helft van 2022 gereed, waarna ook voor dit fonds de procedure van het kenbaar maken van wensen en bedenkingen door de raden (op grond van artikel 31a Wet gemeenschappelijke regelingen) gevolgd zal worden. 1.2. De activiteiten van de stichtingen zijn in ontwikkeling. Op het moment van het voornemen tot oprichting is er een beeld van de activiteiten die de stichting risicobeheer bij aanvang en in de toekomst zal uitvoeren. Dat geldt ook voor de stichting waarborgfonds. Beide stichtingen richten zich primair op het verzekeren van verzekerbare en niet verzekerbare risico’s met betrekking tot arbeidsongevallen. Het is voorstelbaar dat de activiteiten in de toekomst verbreed worden, al naar gelang de veiligheidsregio’s mogelijkheden zien tot verdere samenwerking en daarmee de efficiency te vergroten. 1.3. Herziening van de kosten en de verdeelsleutel vindt plaats per 2024. De genoemde kosten gelden voor de jaren 2022 en 2023. Het aandeel van de VNOG daarin (€ 22.500) past naar alle waarschijnlijkheid binnen de begroting van verzekeringen. 1.4. Het aangeven van wensen en bedenkingen en het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling lopen gelijk op.
Voor de VNOG bestaat het proces van het oprichten van en deelnemen aan privaatrechtelijke rechtspersonen uit twee trajecten: - Een voorgenomen besluit van het AB VNOG tot oprichting/deelname met het vragen van wensen en bedenkingen aan de raden van de deelnemende gemeenten en daarna een definitief besluit tot oprichting/deelname door het AB VNOG; - Besluiten van de colleges van de deelnemende gemeenten tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling, dit met toestemming van hun resp. raden. Dit voorstel wordt separaat behandeld in de raadscommissie van 8 februari en de gemeenteraad van 22 februari. In de procedure is erin voorzien, dat de colleges en de raden gelijktijdig besluiten.
Uitvoering Kosten De jaarlijkse bijdrage aan de kosten van de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s bedraagt € 22.500 per veiligheidsregio. Voor de VNOG kan dit bedrag op basis van de huidige inzichten binnen de lopende begroting ten laste van het verzekeringsbudget worden gebracht.
RAADSVOORSTEL 74944-2021
3
Planning en Communicatie Datum 10 december 2021 e.v.
24 maart 2022 z.s.m. na 24 maart 2022 Na bekendmaking Na bekendmaking
Actie wensen/bedenkingen stichting risicobeheer vragen en toestemming wijziging GR aan raden Besluit tot oprichting/deelname stichting + wijziging GR Bekendmaken wijziging GR t.b.v. inwerkingtreding wijziging GR opnemen in Register Gemeenten worden geïnformeerd over afronding procedure
Door Gemeenteraad en college van B&W
Algemeen Bestuur VNOG Gemeente Apeldoorn Dagelijks Bestuur VNOG Dagelijks Bestuur VNOG
Evaluatie N.v.t.
Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief VNOG: Verzoek om wensen en bedenkingen bij het voornemen tot oprichting stichting risicobeheer veiligheidsregio's. 2. Uitgaande brief met als onderwerp verzoek wensen en bedenkingen bij het voornemen tot oprichting stichting risicobeheer veiligheidsregio’s.
Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.
Het college van de gemeente Oost Gelre, secretaris,
burgemeester,
J. Heerkens
A. Bronsvoort
RAADSVOORSTEL 74944-2021
4