CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing vvgb albert schweitzerstraat 21

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Albert Schweitzerstraat 21 te Lichtenvoorde25.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.

Achtergrondinformatie

02-05-2025 15:17

5

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies Voor meer informatie over het watersysteem in uw plangebied kunt u terecht op: Waterinformatie waterschap Rijn en IJssel. U vindt hier datasets, services en kaarten die vrij te gebruiken zijn. Zoals informatie over het oppervlaktewatersysteem met waterlopen, kunstwerken, de ligging van waterkeringen en zuiveringsobjecten.

Heeft u vragen of suggesties over dit Digitale Wateradvies? Laat het ons weten per e-mail: wateradvies@wrij.nl

02-05-2025 15:17

6

https://hetwateradvies.nl

Kenmerk

Bijlage 2

R001-1301829SSW-V02-pws-NL

Luchtkwaliteitsonderzoek

Luchtkwaliteitsonderzoek Remondis Lichtenvoorde 15 december 2023

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Verantwoording Titel

Luchtkwaliteitsonderzoek

Opdrachtgever

REMONDIS B.V.

Projectleider

Rutger van Weerd

Auteur(s)

Chantal Oversteegen - Vonk

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Aantal pagina’s

1919 (exclusief bijlagen)

Datum

15 december 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Inhoud 1

2

3

4

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Achtergrond ........................................................................................................................ 5

1.2

Doel en afbakening ............................................................................................................ 5

1.3

Leeswijzer .......................................................................................................................... 5

Wettelijk kader ........................................................................................................................... 6 2.1

Luchtkwaliteit ...................................................................................................................... 6

2.2

Zeer zorgwekkende stoffen ................................................................................................ 7

2.3

Vergunningen ..................................................................................................................... 7

Activiteiten ................................................................................................................................. 9 3.1

Huidige versus aangevraagde situatie ............................................................................... 9

3.2

Productieproces ................................................................................................................. 9

3.2.1

Aanvoer, opslag en afvoer .......................................................................................... 9

3.2.2

Drogen van koffiecapsules .......................................................................................... 9

Uitstoot naar lucht...................................................................................................................... 9 4.1

Stikstofoxiden ..................................................................................................................... 9

4.1.1

Stookinstallaties ........................................................................................................ 10

4.1.2

Mobiele werktuigen ................................................................................................... 11

4.1.3

Verkeersbewegingen ................................................................................................ 11

4.1.4

Stationair draaiende vrachtwagens ........................................................................... 12

4.1.5

Samenvatting NOx uitstoot ....................................................................................... 12

4.2

Fijnstof .............................................................................................................................. 13

4.2.1

Stookinstallaties ........................................................................................................ 13

4.2.2

Mobiele werktuigen ................................................................................................... 14

4.2.3

Verkeersbewegingen ................................................................................................ 14

4.2.4

Stationair draaiende vrachtwagens ........................................................................... 14

4.2.5

Aanvoer, opslag en afvoer ........................................................................................ 15

4.2.6

Samenvatting fijnstofemissies ................................................................................... 16

5

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................... 17

6

Samenvatting en conclusie...................................................................................................... 19 6.1

Aanleiding en doel ............................................................................................................ 19

3/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

6.2

Uitstoot naar de lucht ....................................................................................................... 19

6.3

Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 19

Bijlage 1 Bijlage 2

Bepaling emissiekentallen voor dieselwerktuigen Berekening emissies wegverkeer

4/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

1 Inleiding 1.1

Achtergrond

REMONDIS Nederland B.V. (Remondis) is voornemens een aanvraag voor een revisievergunning Omgevingsvergunning, onderdeel milieu, in te dienen voor haar vestiging in Lichtenvoorde. De revisievergunning zal dan de huidige vergunde activiteiten op de inrichting, gelegen aan de Galileistraat 16, 18 en de Albert Schweitzerstraat 23, omvatten, evenals de vergunde activiteiten van de in 2021 verworven locatie aan de Albert Schweitzerstraat 21 te Lichtenvoorde. De inrichting is bestemd voor het inzamelen, overslaan, bewaren en afvoeren van huishoudelijk (GFT- en restafval), bedrijfsafval, bouw- en sloopafval, glas, papier, metaal en veegmarkt en zwerfafval, als ook gevaarlijke afvalstoffen. Tevens zullen op de inrichting koffiecups worden gerecycled. Het luchtkwaliteitsonderzoek vormt een onderdeel van deze vergunningaanvraag.

1.2

Doel en afbakening

Het doel van het luchtkwaliteitsonderzoek is de uitstoot naar de lucht te bepalen en aan te geven wat de gevolgen zijn voor luchtkwaliteit in de omgeving. De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan de wettelijke eisen volgend uit de Wet milieubeheer. Het luchtkwaliteitsonderzoek is gericht op activiteiten van de gehele inrichting.

1.3

Leeswijzer

Het rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft het wettelijk kader weer. In hoofdstuk 3 zijn de aangevraagde activiteiten beschreven. In hoofdstuk 4 is de uitstoot naar de lucht berekend. In hoofdstuk 5 is het effect op de luchtkwaliteit beschouwd. In hoofdstuk 6 zijn de samenvatting en conclusie gegeven.

5/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

2 Wettelijk kader In dit hoofdstuk wordt het landelijk beleid beschreven voor luchtkwaliteit en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Tevens is een inventarisatie gemaakt van vergunningen en de vergunde activiteiten.

2.1

Luchtkwaliteit

Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geeft de bepalingen over luchtkwaliteit. Hieruit volgt dat een milieuvergunning vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit verleend kan worden, indien aangetoond is dat in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  

Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden De luchtkwaliteit verslechtert niet door de voorgenomen activiteit, of er vindt per saldo een verbetering van de luchtkwaliteit plaats

De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate1 bij aan de luchtverontreiniging De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma

Luchtkwaliteit (NSL) In tabel 2.1 zijn ter illustratie de toetswaarden (bijlage 2 van de Wet milieubeheer) voor fijnstof, NO2 en benzeen opgenomen. Bij fijnstof wordt onderscheid gemaakt in grenswaarden voor PM10 (deeltjes met een maximale diameter van 10 μm) en PM2.5 (deeltjes met een maximale diameter van 2,5 μm). Fijnstof en NO2 zijn de meest kritische luchtverontreinigende stoffen in Nederland. Voor de overige stoffen waarvoor in bijlage 2 van de Wet milieubeheer grenswaarden zijn opgenomen, worden al jaren geen overschrijdingen meer gerapporteerd. Deze stoffen vormen geen knelpunt voor luchtkwaliteit in Nederland. Het verschil tussen de grenswaarden en de som van de achtergrondconcentratie en de lokale bijdrage is bij deze stoffen zo groot, dat overschrijding van de hiervoor geldende grenswaarden redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Tabel 2.1 Luchtkwaliteitstoetswaarden Stof

Definitie

Toetswaarde

Eis

NO2

Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde

40 µg/m³

Aantal overschrijdingen van uurgemiddelde

18 keer per jaar

concentratie van 200 µg/m³ PM10

Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde

Aantal overschrijdingen van

40 µg/m³ 35 keer per jaar

daggemiddelde concentratie van 50 µg/m³

1

PM2,5

Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde

25 µg/m³

Benzeen

Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde

5 µg/m³

Streefwaarde

1 µg/m³

Betekenende mate is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde

6/19

Kenmerk

2.2

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Zeer zorgwekkende stoffen

De algemene, direct werkende, regels van het Activiteitenbesluit bevatten onder meer bepalingen over ZZS die algemeen van toepassing zijn. Artikel 2.4, onderdeel van Afdeling 2.3, stelt in lid 3 dat een bedrijf met uitstoot van ZZS, elke vijf jaar de volgende informatie aan het bevoegd gezag moet overleggen:  De mate waarin emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht plaatsvinden  De mogelijkheden om emissies van die stoffen te voorkomen dan wel, indien dat niet mogelijk is, te beperken De eisen aan een vermijdings- en reductieprogramma zijn aangeven in artikel 2.20 van de Activiteitenregeling. Het programma moet in ieder geval het volgende bevatten:  Een overzicht van mogelijkheden en technieken ter voorkoming en ter beperking van de emissies   

Met betrekking tot de technieken, informatie over 1) het rendement en 2) de validatie Informatie over de bedrijfszekerheid en de kosten Informatie over afwenteleffecten (milieubelasting naar een ander medium)

2.3

Vergunningen

In tabel 2.2 zijn de vergunde activiteiten samengevat. Tabel 2.2 Overzicht vergunde activiteiten Vergunning

Vergunde activiteiten

MW02.771

Binnen de inrichten vinden de volgende activiteiten plaats:

d.d. 12 juni 2003 

Het sorteren, overslaan, opslaan en bewerken van – van buiten de inrichting afkomstige gevaarlijke afvalstoffen

Het opslaan en overslaan van (gevaarlijke) stoffen en chemicaliën

Het scheiden, sorteren, overladen, opslaan en afvoeren van bouw- en sloopafval, huisvuil, gft en bedrijfsafval

De stalling van lege containers, installaties en voertuigen

De ontvangst en opslag van diverse afvalstoffen op een milieustraat

De inzameling en opslag van in het afvalstadium geraakte CFK’S en halonen

MPM 5263

De vergunning omvat de volgende wijzigingen van activiteiten:

d.d. 16 november 2006 

De halonenopslag vervalt. Op deze locatie komt hiervoor in de plaats een opslag van (nieuwe) lege vaten, stalling van containers, manoeuvreerterrein en parkeerterrein

Oorspronkelijke tankenpark voor de opslag van K1- tot en met K4vloeistoffen in tanks wordt alleen nog gebruikt voor de opslag van K3- en K4-vloeistoffen in tanks

Een gasdistributiesysteem (zuurstof) ten behoeve van laboratoriumapparatuur wordt bijgeplaatst

7/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Vergunning

Vergunde activiteiten 

De opslag van bijzonder afval vervalt. Hiervoor in de plaats komt een materialenopslag voor de opslag van handgereedschappen, onderdelen van stellages, droge reservematerialen zoals pakkingen, bouten, moeren, aandrijfriemen etc. voor klein onderhoud

De olie-/, water- en slibfracties worden ongescheiden in plaats van gescheiden afgevoerd

Het bijplaatsen van twee containers ten behoeve van de opslag van vetten 35 m3 (Euralcode 19 08 09) op de bestaande locatie containeropslag chemie

MPM 14179

De ambtshalve vergunning m.b.t. actualisatie voor inrichtingen op grond van

d.d. 6 november 2009

volgende categorie(en): 

Inrichtingen waarop het Bevi van toepassing is

Inrichtingen waarop een opslagvoorziening aanwezig is voor verpakte gevaarlijke stoffen met een opslagcapaciteit van 10 ton of meer

Inrichtingen voor het opslaan van gevaarlijke afvalstoffen die van buiten de inrichting afkomstig zijn

MPM 23129

De vergunning heeft betrekking op de realisatie van een scheidingsinstallatie

d.d. 24 november 2011

voor de bewerking van ingezamelde koffiecapsules. Deze scheidingsinstallatie zal de oude scheidingsinstallatie voor het scheiden van bouw- en sloopafval, sorteerbaar bedrijfsafval en grof huishoudelijk afval vervangen. De oude scheidingsinstallatie is door brand onbruikbaar geworden en uit de inrichting verwijderd. De inname en op- en overslag van bouw- en sloopafval zullen overigens blijven. De mechanische sortering hiervan wordt uitbesteed.

OLO 2676643

De vergunning betreft afvalwater dat vrijkomt bij mobiele onderzoekunits ten

d.d. 14 juli 2017

behoeve van het bevolkingsonderzoek borstkanker te mogen inzamelen, op-en overslaan, samenvoegen en per as aanbieden aan een rioolwaterzuiveringsinstallatie.

W.Z21.102827.01/D220301635

Opslag van 2.000 liter drukhouders afkomstig van interventies uit illegale

d.d. 28 maart 2022

drugslaboratoria.

2021-003161

(positief) Ontwerpbesluit op de aanvraag om een vergunning van de Wet

d.d. 22 juni 2022

natuurbescherming

Nieuwe locatie (Albert Schweitzerstraat 21) -

Kantoorwerkzaamheden Werkplaats en opslag t.b.v. een bouwbedrijf

Voor zover bekend is er niet eerder een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. In de vergunning(en) wordt in de overweging/toelichting geen verwijzing gemaakt naar een uitgevoerd rapport of zijn er voorschriften gesteld.

8/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

3 Activiteiten 3.1

Huidige versus aangevraagde situatie

De aangevraagde activiteiten evenals de grond- en hulpstoffen en de productiecapaciteit wijzigen niet ten opzichte van de huidige vergunde situatie van Remondis. Wel is er sprake van enige ruimtelijke spreiding aangezien kantoorwerkzaamheden en opslag voorzien zijn op de in 2021 verworven aangrenzende locatie in de A. Schweitzerstraat. Ten opzichte van de huidige situatie van Remondis + voormalige situatie van het bouwbedrijf zal het:  

Extern transport netto afnemen Intern transport wijzigen met het vervangen van heftrucks met verbrandingsmotor door elektrische heftrucks

De aangevraagde activiteiten leidt bijgevolg niet tot een toename van emissies naar de lucht.

3.2

Productieproces

3.2.1

Aanvoer, opslag en afvoer

Stofvorming binnen de inrichting kan ontstaan door verkeersbewegingen en op- en overslagactiviteiten. Het afvalaanbod is echter van die aard dat verwacht wordt dat het bij overslag niet stuift. Stuivende stoffen worden zodanig aangeleverd dat geen stofvorming optreedt. Ter voorkoming van stofoverlast door verstuivend zand en stof op het buitenterrein alsmede vanuit volle containers worden beheerst, bv. door afdekken en vegen van de werkplekken en het buitenterrein, zodat de activiteiten van het bedrijf niet tot stofverspreiding buiten de inrichting leiden. 3.2.2 Drogen van koffiecapsules De scheidingsinstallatie voor de bewerking van ingezamelde koffiecapsules omvat een gasgestookte droger.

4 Uitstoot naar lucht 4.1

Stikstofoxiden

Gebruik van werktuigen en voertuigbewegingen volgen uit het stikstofdepositierapport behorende bij de aanvraag om een vergunning van de Wet natuurbescherming (Ontwerpbesluit op de aanvraag 2021-003161 d.d. 22 juni 2022; rapport van TAUW met referentie R004-1274061JGHV03-los-NL van 26-02-2021). De berekeningswijze voor de emissies is hier nader beschreven. Hierbij worden de methoden en emissiefactoren toegepast die gelden ten tijde van het opstellen van deze rapportage.

9/19

Kenmerk

4.1.1

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Stookinstallaties

Op het terrein zijn CV-ketels aanwezig voor de verwarming van ruimten. De scheidingsinstallatie voor koffiecapsules maakt gebruik van een gasgestookte droger. CV-ketels Voor de berekening van de stikstofemissie is het gasverbruik van 2019 gebruikt. In tabel 4.1 zijn de bronparameters uiteengezet waar de berekening van de jaarvracht NOx op is gebaseerd. Voor het berekenen van de jaarvracht NOx voor de CV-ketels is uitgegaan van 8,96 Nm3 rookgas per m3 verstookt aardgas (bij een zuurstofconcentratie van 3 volume %). Deze waarde is bepaald op basis van de chemische samenstelling van Gronings aardgas (met behulp van een massabalans bij de reactievergelijking). Opgemerkt wordt dat een waarde van 8,96 Nm3 rookgas per m3 aardgas overeen komt met een waarde van 9 Nm3 rookgas die het ECN hanteert2, en tevens in lijn is met een inschatting op basis van de ‘DIN 1942 methodiek’3. Tabel 4.1 Bronparameters stookinstallaties Bron

CV-ketel A.

Gasverbruik

Rookgas

Concentratie NOx

Jaarvracht NOx

[Nm³/jaar]

[Nm³/jaar]

[mg/m³]

[kg/jaar]

4.196

37.596,16 (3 % O2)

70 (3 % O2)

2,63

5.372

48.133,12 (3 % O2)

70 (3 % O2)

3,37

Schweitzerstraat CV-ketel Galileistraat

Droger capsule recyclingsinstallatie In 2020 is er een NOx meting uitgevoerd aan de capsule recycling installatie (CRI). De meting is vastgelegd in de rapportage van Bureau Blauw met kenmerk BL2020.10171.01-C01 d.d. oktober 2020. De gemiddeld gemeten NOx concentratie bedraagt < 4 mg/m3. De feitelijke meetwaarde ligt lager dan de detectiegrens. Voor de stikstofdepositie wordt gerekend met een concentratie van 3 mg/mo3. Bij een debiet van 15.000 m3/uur en een bedrijfsduur van 2.500 uur/jaar zal de NOx-vracht 112,5 kilogram per jaar bedragen. De overige relevante bronparameters worden weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 Berekening warmtevracht droger Hoogte [m]

Diameter [m]

8

0,6

Temperatuur afgas

Afgassnelheid [m/s]

[°C] 54

16,6

2

Bron: ECN rapportage ‘NOX uitstoot van kleine bronnen, update van de uitstoot in 2000 en 2010’, P. Kroon, S.J.A. Bakker, H.P.J. de Wilde, februari 2005 3 Bron: InfoMil rapportage L40 ‘Handleiding Meten van luchtemissies’, november 2003. Zie ‘Berekening van gestandaardiseerd debiet op basis van het brandstofverbruik’ op pagina 25. Bij een zuurstofconcentratie van 3 volume % (dat bij het stoken van aardgas gehanteerd dient te worden), en een onderste stookwaarde van 31,65 MJ/Nm3 voor Gronings aardgas, volgt een ratio van circa 8,88 Nm3 droog rookgas per Nm3 aardgas. Berekening:(0,199 + 0,234 ∙ 31,65) ∙

20,94

20,94−3

≈ 8,88

𝑁𝑚3 𝑑𝑟𝑜𝑜𝑔 𝑟𝑜𝑜𝑘𝑔𝑎𝑠

𝑁𝑚3 𝐺𝑟𝑜𝑛𝑖𝑛𝑔𝑠 𝑎𝑎𝑟𝑑𝑔𝑎𝑠

10/19

Kenmerk

4.1.2

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Mobiele werktuigen

Op het terrein is een shovel (Volvo L45H uit 2017) en een kraan in werking. Beide werktuigen draaien 4 uur per dag. Er wordt uitgegaan van 250 werkdagen per jaar. De uitstoot van stikstofdioxide van de mobiele werktuigen is bepaald met de meest recente emissiekentallen van TNO en de voorschreven rekenmethode in AERIUS, de zogenaamde AUBrekenmethode (AdBlue4, Uren, Brandstof)5. Om jaarlijkse emissie stikstofdioxide te berekenen wordt de volgende formule aangehouden. Conform de AUB-rekenmethode van TNO is voor STAGE IV en V-klasse werktuigen (met een vermogen tussen 56 en 560 kW) 6 % AdBlue van het dieselverbruik aangehouden. NOx [kg] = Qb * liter brandstof + Qu * draaiuren + Qa * liter AdBlue De Qb, Qu, en Qa coëfficienten zijn bepaald door TNO en hangen af van de classificatie van het mobiele werktuig. De coëfficienten en de tabel voor het classificeren van de mobiele werktuigen zijn weergegeven bijlage I. Informatie over het type werktuigen, de STAGE klasse (of bouwjaar), het vermogen en het aantal draaiuren is opgegeven door de opdrachtgever. In tabel 4.3 zijn voor de werktuigen de kenmerken en emissievrachten weergegeven. Dit resulteert in een totale emissie die vrijkomt bij de inzet van mobiele werktuigen op het terrein van 105,1 kg NOx op jaarbasis. Tabel 4.3 Mobiele werktuigen ingezet op het terrein van Remondis Lichtenvoorde met bijbehorende kenmerken Werktuig

STAGE

Vermogen [kW]

klasse

Aantal

Diesel-

AdBlue

NOx emissie

bedrijfsuren

verbruik [l]

verbruik [l]

[kg/jaar]

Shovel

IV

75

1.000

7.550

453

45,8

Kraan

IV

100

1.000

10.080

605

59,3

2.000

17.629

1.058

105,1

Totaal

4.1.3 Verkeersbewegingen Voor het berekenen van de NOx emissie als gevolg van verkeersbewegingen is gebruik gemaakt van de opgave zoals is opgenomen het stikstofdepositierapport behorende bij de aanvraag om een vergunning van de Wet natuurbescherming6. Tevens is gebruik gemaakt van de in AERIUS gemodelleerde wegafstanden voor de verschillende routes. De emissie is berekend met behulp van de emissiefactoren voor niet-snelwegen zoals beschikbaar gesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op 15 maart 2023. Zowel voor licht als zwaar verkeer is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor normaal verkeer, met uitzondering van de routes op het terrein. 4

In vrijwel alle moderne (mobiele) werktuigen is tegenwoordig een SCR-katalysator ingebouwd. AdBlue is een oplossing van ureum in gedemineraliseerd water. Door AdBlue in te spuiten vlak voor de uitlaat richting de SCR-katalysator wordt de hoeveelheid NOx emissie fors gereduceerd 5 TNO-rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021 6 Ontwerpbesluit op de aanvraag 2021-003161 d.d. 22 juni 2022; rapport van TAUW met referentie R004-1274061JGH-V03-los-NL van 26-02-2021

11/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Omdat dit onder andere rangeren en manoeuvreren betreft is hiervoor gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor stagnerend verkeer. De uitstoot van stikstofdioxide als gevolg van wegverkeer bedraagt 334,1 kg/jaar. In bijlage 2 is een tabel opgenomen met de berekening. 4.1.4 Stationair draaiende vrachtwagens Op het terrein komen – naast emissies vanuit mobiele werktuigen – ook emissies vrij doordat vrachtwagens stilstaan met draaiende motor. Dit is bijvoorbeeld het geval als tijdens het laden/lossen de motor draait, of tijdens het wegen op de weegbrug. De emissie van stationair draaiende vrachtwagens is berekend volgens de ‘Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer’7. Het aantal uur dat vrachtwagens stationair draaien op de locatie volgt uit aangeleverde informatie van de opdrachtgever en het akoestisch onderzoek uit 20198. In tabel 4.5 is een samenvatting opgenomen van het aantal uur stationair draaien op het terrein en de bijbehorende emissies. Er is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor zwaar wegverkeer voor het jaar 2023 uit bijlage 1 van de ‘Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer’8. In totaal wordt er gedurende 1.312,5 uur stationair gedraaid door vrachtwagens wat resulteert in een emissie van 113,6 kg NOx per jaar. Tabel 4.4 Draaiuren en emissies stationair draaiende vrachtwagens op het terrein tijdens verschillende activiteiten Activiteit/locatie

Laden

Lossen

Weegbrug A. Schweitzerstraat

Weegbrug Galileistraat

Duur [uur/jaar]

93,75

93,75

1.000

125

Emissie NOx [kg/jaar]*

8,1

8,1

86,8

10,8

* Emissiefactor stationair draaiend zwaar wegverkeer 2023: 86,7612 g NOx per uur

4.1.5 Samenvatting NOx uitstoot In tabel 4.6 is een samenvatting van de NOx-emissie als gevolg van de verschillende bronnen opgenomen. Dit is berekend als jaargemiddelde (jaarvracht gedeeld oor 24 uur per dag, 365 dagen per jaar). Op jaarbasis wordt 671,3 kg NOx uitgestoten. Tabel 4.5 Samenvatting NOx-emissies locatie Lichtenvoorde Activiteit

NOx emissie [kg/jaar]

Stookinstallaties 

CV-ketel A. Schwietzerstraat

CV-ketel Galileistraat

3,37

Droger capsulerecyclingsinstallatie

112,5

2,63

Mobiele werktuigen

7 8

Shovel

Kraan

45,8 59,3

Verkeersbewegingen

334,1

Stationair draaiende vrachtwagens

113,6

Totaal

671,3

Zie paragraaf 7.3 van de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator (BIJ12, november 2023) R001 1271609JEA V01 Akoestisch onderzoek Remondis locatie Lichtenvoorde, 2019

12/19

Kenmerk

4.2

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Fijnstof

4.2.1 Stookinstallaties De vorming van stofemissies is afhankelijk van de brandstof en het verbrandingsproces. Asvormende elementen in brandstoffen vormen een belangrijke factor in fijnstofvorming. Vloeibare en gasvormige brandstoffen bevatten veel minder asvormende elementen dan vaste brandstoffen zoals hout en kolen. Met een typische fijnstofemissie voor aardgas van 1 mg/Nm³ (3% O2)9 is een fijnstofemissies als gevolg van de CV-ketels en het stoken van gas voor de droger verwaarloosbaar. Dit wordt daarom niet verder beschouwd in deze rapportage. Droger capsule recyclingsinstallatie Het recyclen van de koffiecups vindt plaats in een andere hal dan de opslaghal. Beide hallen zijn voorzien van mechanische ventilatie met een emissiepunt op het dak. Deze ventilatielucht bevat een te verwaarlozen hoeveelheid fijnstof. Tijdens het drogen en het scheiden van versnipperde koffiecups ontstaat stof. Dit stof wordt met de drooglucht afgevoerd en in een lamellenfilter afgevangen. Volgens opgave van de fabrikant is het reststofgehalte van het filter < 5 mg/m³. Dit voldoet aan de BBT-range van 2 – 5 mg/m³ voor dergelijke installaties in de branche. Het massadebiet is berekend door de maximale concentratie te beschouwen, zoals weergegeven in de tabel 4.6. Tabel 4.6 Samenvatting stofemissie als gevolg van de capsulerecycling Stofklasse

Maximale

Maximaal

Bedrijfstijd

Maximale

Maximale

concentratie

debiet

[uur/jaar]

emissie

emissie

[mg/Nm³]

[Nm³/uur]

[kg/uur]

[kg/jaar]

Stof (totaal)

5

15.000

2.500

0,075

188

Fijnstof (PM10) *

5

15.000

2.500

0,075

188

Fijnstof (PM2,5) *

5

15.000

2.500

0,075

188

* De deeltjesgrootteverdeling is onbekend. Er is vereenvoudigd aangenomen dat alle stof uit PM2,5 bestaat

9

Bron vito.be: Emissies naar lucht | Verzamelplaats voor interactieve studies Beste Beschikbare Studies – BBT (vito.be)

13/19

Kenmerk

4.2.2

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Mobiele werktuigen

Stof ontstaat en komt in de lucht vrij bij benzine- en dieselmotoren. De verbrandingsemissies zijn berekend aan de hand van het vermogen, aantal draaiuren en de emissiegrenswaarden van de STAGE-klasse van mobiele werktuigen10. De resultaten zijn weergegeven in Tabel 4.7. Tabel 4.7 Fijnstofemissies als gevolg van de mobiele werktuigen Werktuig

STAGE klasse

Vermogen

Aantal

Emissiefactor

PM emissie

[kW]

bedrijfsuren

[g/kWh]

[kg/jaar]

Shovel

IV

75

1.000

0,025

1,88

Kraan

IV

100

1.000

0,025

2,5

Totaal

2.000

4,38

4.2.3 Verkeersbewegingen Voor het berekenen van de fijnstof emissie als gevolg van verkeersbewegingen is gebruik gemaakt van de opgave zoals is opgenomen het stikstofdepositierapport behorende bij de aanvraag om een vergunning van de Wet natuurbescherming11. Tevens is gebruik gemaakt van de in AERIUS gemodelleerde wegafstanden voor de verschillende routes. De emissie is berekend met behulp van de emissiefactoren voor niet-snelwegen zoals beschikbaar gesteld door IenW op 15 maart 2023. Zowel voor licht als zwaar verkeer is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor normaal verkeer, met uitzondering van de routes op het terrein. Omdat dit onder andere rangeren en manoeuvreren betreft is hiervoor gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor stagnerend verkeer. Er wordt onderscheid gemaakt in uitstoot van PM10 en PM2,5. De uitstoot van PM10 en PM2,5 als gevolg van wegverkeer bedraagt respectievelijk 10,2 kg PM10/jaar en 3,4 kg PM2,5/jaar. In bijlage 2 is een tabel opgenomen met de berekening. 4.2.4 Stationair draaiende vrachtwagens Voor stationair draaiende vrachtwagens zijn, vergelijkbaar met de methode van AERIUS voor de NOx-emissie (zie paragraaf 4.1.3) geen vergelijkbare emissiefactoren beschikbaar voor fijnstof emissies. De emissie wordt daarom bepaald op basis van een gemiddeld vrachtwagen vermogen van 300 kW.

Als deellastfactor is voor de vrachtwagens in rust, gerekend met 20 % van het vol vermogen. Voor vrachtwagens die verhoogd stationair draaien is worstcase gerekend met 60 % vermogen. De fijnstof emissies zijn berekend aan de hand emissiefactoren uit de EU-richtlijn 2005/55/EC van verschillende EURO emissieklassen. Er wordt een gemiddelde emissiefactor berekent voor een wagenpark met de volgende samenstelling:   

7 % van de vrachtwagens zijn EURO 3 (0,1 gram PM/kWh) 26 % zijn EURO 5 (0,02 gram PM/kWh) 67 % zijn EURO 6 (0,01 gram PM/kWh)

10

De emissiegrenswaarden voor STAGE IV mobiele werktuigen is opgenomen in EU Verordening 2010/22/EU en EU Verordening 2010/26/EU 11 Ontwerpbesluit op de aanvraag 2021-003161 d.d. 22 juni 2022; rapport van TAUW met referentie R004-1274061JGH-V03-los-NL van 26-02-2021

14/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Dit resulteert in een gewogen emissiefactor van 0,02 gram fijnstof per kWh. De fijnstofemissies als gevolg van stationair draaiende vrachtwagens zijn samengevat in tabel 4.8. De totale fijnstof emissie als gevolg van stationair draaiende vrachtwagens is 1,71 kg/jaar. Tabel 4.8 Fijnstofemissies als gevolg van stationair draaiende vrachtwagens. Parameter

Stationair hoog toeren

Stationair lossen

Wegen A.

Wegen

laden materiaal

materiaal

Schweitzerstr.

Galilleistr.

Bedrijfstijd [uur/jaar]

93,75

93,75

1.000

125

Vermogen [kW]

300

300

300

300

Deellast [%]

60

20

20

20

Emissiefactor PM [g/kWh]

0,02

0,02

0,02

0,02

Emissie PM [kg/jaar]

0,32

0,11

1,14

0,14

4.2.5 Aanvoer, opslag en afvoer Binnen de inrichting wordt huishoudelijk afval, bedrijfsafval, bouw- en sloopafval, glas, papier metaal en veeg-, markt- en zwerfafval verzameld, overgeslagen, bewaart en afgevoerd. Bij deze activiteiten zal er fijnstof ontstaan. Op basis van de ‘Acceptatielijst afvalstoffen (10-2023)’ is bepaald welke afvalstoffen behoren tot de stuifklassen S1 tot en met S5. Deze zijn samengevat in tabel 4.9. Tabel 4.9 Bijschrijving van aanwezige afvalstoffen die vallen in een specifieke stuifklasse Afvalstof

Stuifklasse

Maximale opslag

Doorzet

Gips

S3

Glasverpakkingen, flessenglas Grond zonder voorkennis

Type opslag

[ton]

[ton/jaar]

25

100

Container

S5

75

1.500

Bulk: Buitenterrein

S4

17,5*

200

Container

Puin (baksteen/beton)

S5

100

1.000

Bulk: Buitenterrein

RKGV-afval

S4

25

100

Bulk: Buitenterrein

Vlakglas

S5

25

200

Bulk: Buitenterrein

* opslag 25m³, met een soortelijk gewicht van 700kg/m³ komt dit overeen met 17,5 ton

Op het terrein zijn stoffen aanwezig met stuifklasse S3, S4 en S5. Stoffen uit klasse S5 zijn nauwelijks stuifgevoelig. Stoffen uit klasse S3 zijn licht stuifgevoelig en niet bevochtigbaar. Om stofemissie te voorkomen wordt dit opgeslagen in een container. Stoffen uit klasse S4 zijn licht stuifgevoelig en bevochtigbaar. Deze stoffen zijn ofwel opgeslagen in een container om stofemissie te voorkomen of op het terrein. De doorzet op jaarbasis van stoffen uit klasse S3 en S4 is beperkt en is grotendeels opgeslagen in containers. De stofemissie van stuifgevoelige stoffen is daarmee verwaarloosbaar.

15/19

Kenmerk

4.2.6

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Samenvatting fijnstofemissies

In tabel 4.6 is een samenvatting van de fijnstofemissies als gevolg van de verschillende bronnen opgenomen. Op jaarbasis wordt 194,1 kg fijnstof uitgestoten. Dit betreft het totaal van zowel PM10 als PM2,5. Tabel 4.10 Samenvatting fijnstof-emissies locatie Lichtenvoorde Activiteit

PM emissie

PM10 emissie

PM2,5 emissie

[kg/jaar]

[kg/jaar]

[kg/jaar]

10,2

3,4

10,2

3,4

Stookinstallaties 

Droger capsulerecyclingsinstallatie

188

Mobiele werktuigen 

Shovel

1,88

Kraan

2,5

Verkeersbewegingen Stationair draaiende vrachtwagens

1,71

Totaal

194,1

16/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

5 Luchtkwaliteit Aangezien in de aangevraagde situatie de uitstoot van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofoxiden gelijk is aan de huidige vergunde situatie van Remondis zal de luchtkwaliteit ten aanzien van fijnstof en stikstofdioxide niet verslechteren. In afbeeldingen 5.1 t/m 5.3 zijn uitsneden weergegeven van de grootschalige concentratiekaarten van het RIVM (2022)12 in de omgeving van Lichtenvoorde. Tabel 5.1Jaargemiddelde concentraties in de omgeving van Lichtenvoorde Luchtverontreinigende stof

Jaargemiddelde concentratie

Jaargemiddelde grenswaarde

2022 [µg/m³]

[µg/m³]

Stikstofdioxide (NO2)

10

40

Fijnstof (PM10)

16

40

Fijnstof (PM2,5)

9

25

Figuur 5.1 Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (2022) in de omgeving van Lichtenvoorde (bron: RIVM)

12

RIVM Geodatasite | Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) geraadpleegd 7 december 2023

17/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Figuur 5.2 Jaargemiddelde concentratie PM10 (2022) in de omgeving van Lichtenvoorde (bron: RIVM)

Figuur 5.3 Jaargemiddelde concentratie PM2,5 (2022) in de omgeving van Lichtenvoorde (bron: RIVM)

Zowel uit bovenstaande afbeeldingen als de samenvatting in tabel 5.1 van de jaargemiddelde concentratie van de fijnstof en stikstofdioxide in de omgeving van Remondis opgenomen in vergelijking met de jaargemiddelde grenswaarden. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit in de omgeving van Remondis voldoet aan wettelijke grenswaarden.

18/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

6 Samenvatting en conclusie 6.1

Aanleiding en doel

REMONDIS Nederland B.V. (Remondis) is voornemens een aanvraag voor een revisievergunning Omgevingsvergunning, onderdeel milieu, in te dienen voor haar vestiging in Lichtenvoorde. De revisievergunning zal dan de huidige vergunde activiteiten aan de inrichting, gelegen aan de Galileistraat 16, 18 en de Albert Schweitzerstraat 23, omvatten, evenals de vergunde activiteiten van de in 2021 verworven locatie aan de Albert Schweitzerstraat 21 te Lichtenvoorde. Het doel van het luchtkwaliteitsonderzoek is de uitstoot naar de lucht aan te geven evenals de gevolgen zijn voor luchtkwaliteit. De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan de wettelijke eisen.

6.2

Uitstoot naar de lucht

Stikstofoxiden Stikstofoxiden ontstaan in de verbrandingsprocessen, met name in de droger, cv-installaties en voertuigen. Aangezien de aard en omvang van de aangevraagde activiteiten gelijk is aan de vergunde activiteiten van Remondis blijft de uitstoot gelijk in de aangevraagde situatie. Fijnstof Stof ontstaat in de verbrandingsprocessen met diesel als brandstof en in de droger van de koffiecuprecyclingsinstallatie. Aangezien de aard en omvang van de aangevraagde activiteiten gelijk is aan de vergunde activiteiten van Remondis blijft de uitstoot gelijk in de aangevraagde situatie.

6.3

Luchtkwaliteit

Aangezien de uitstoot en verspreiding van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofoxiden in de aangevraagde situatie gelijk is aan de huidige vergunde situatie van Remondis zal de luchtkwaliteit ten aanzien van fijnstof en stikstofdioxide niet verslechteren door de aangevraagde activiteiten. De luchtkwaliteit in de omgeving van Remondis voldoet ruimschoots aan de wettelijke grenswaarden. Bijgevolg kan worden gesteld dat:  Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden 

De luchtkwaliteit verslechtert niet door de voorgenomen activiteit

19/19

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Bijlage 1

Bepaling emissiekentallen voor dieselwerktuigen

Voor de bepaling van de emissies voor mobiele werktuigen is gebruik gemaakt van de AUBmethode13 van TNO. Informatie over het type werktuigen, de STAGE klasse (of bouwjaar), het vermogen en het aantal draaiuren is opgegeven door de opdrachtgever. Op basis van het bouwjaar en het vermogen worden werktuigen geclassificeerd in STAGE-klasse conform tabel 6.1.

vermogen [kW]

bouwjaar 0 2001

2002 2005

2006 2010

2011 2013

2014 2018

2018 2022

1

2

3a

3b

4

5

X X X X

X X A X

X A B X

A A C X

A D D X

A D D C

ondergens bovengrens 0 56 56 75 75 560 560 1000

ondergrens bovengrens STAGEklasse

Figuur 6.1 Classificatie van werktuigen in STAGE klassen op basis van vermogen en bouwjaar van de motor.

Op basis van de aangeleverde gegevens is vervolgens het dieselverbruik berekend. Conform de AUB-rekenmethode van TNO is voor STAGE IV en V-klasse werktuigen (met een vermogen tussen 56 en 560 kW) 6 % AdBlue van het dieselverbruik aangehouden. De uitstoot van stikstofdioxide wordt berekend met de volgende formule: NOx [kg] = Qb * liter brandstof + Qu * draaiuren + Qa * liter AdBlue De coëfficienten Qb, Qu, en Qa coëfficienten, opgenomen in tabel 6.2 zijn bepaald door TNO en hangen af van de classificatie van het mobiele werktuig.

Qb (/liter) Qu (/uur) Qa (AdBLUE)

13

X 0,03 0,005

A 0,02 0,005

B 0,015 0,005

C 0,025 0,005 -0,46

D 0,033 0,005 -0,46

TNO-rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021

E 0,004

Kenmerk

Bijlage 2

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Berekening emissies wegverkeer

Kenmerk

R001-1294530COV-V01-sss-NL

Route

Type

Bewegingen

Afstand

Afstand

EF* NOx

EF* PM10

EF* PM2,5

Emissie

Emissie

Emissie

verkeer

[#/jr]

[m]

totaal [km]

[g/km]

[g/km]

[g/km]

NOx [kg/jr]

PM10 [kg/jr]

PM2,5 [kg/jr]

Route 1

Zwaar

7.500

106,06

795,4

5,4752

0,1573

0,0533

4,36

0,125

0,042

Route 2

Zwaar

5.000

92,37

461,9

5,4752

0,1573

0,0533

2,53

0,073

0,025

Route 3

Zwaar

3.500

147,19

515,2

5,4752

0,1573

0,0533

2,82

0,081

0,027

Route 4

Zwaar

12.500

191,68

2396,0

5,4752

0,1573

0,0533

13,12

0,377

0,128

542,56

15.463,0

5,4752

0,1573

0,0533

84,66

2,432

0,824

A. Schweitzerstraat

Totaal A. Schweitzerstraat

Zwaar

28.500

Licht

7.500

110,78

830,9

0,3179

0,0285

0,0076

0,26

0,024

0,006

Zwaar

10.000

110,78

1.107,8

5,4752

0,1573

0,0533

6,07

0,174

0,059

Licht

7.500

147,53

1.106,5

0,3179

0,0285

0,0076

0,35

0,032

0,008

Galileistraat Route 5

Route 6

Zwaar

20.000

147,53

2.950,6

5,4752

0,1573

0,0533

16,16

0,464

0,157

Route 7

Licht

19.000

121,34

2.305,5

0,3179

0,0285

0,0076

0,73

0,066

0,018

Route 8

Zwaar

12.500

106,19

1.327,4

5,4752

0,1573

0,0533

7,27

0,209

0,071

Zwaar

6.250

123,86

774,1

7,2301

0,1809

0,0769

5,60

0,140

0,060

Route 8 (alleen op terrein) Route 9

Route 10 rangeren

Licht

2.500

42,26

105,7

0,3179

0,0285

0,0076

0,034

0,003

0,001

Zwaar

10.000

42,26

84,5

5,4752

0,1573

0,0533

0,46

0,013

0,005

Zwaar

10.000 255,19

2.551,9

5,4752

0,1573

0,0533

13,97

0,401

0,136

(alleen op terrein) Totaal Galilieistraat

* EF = Emissiefactor

Licht

36.500

705,28

25.742,7

0,3179

0,0285

0,0076

8,18

0,734

0,196

Zwaar

44.500

705,28

31.385,0

5,4752

0,1573

0,0533

171,84

4,937

1,673

Kenmerk

Bijlage 3

R001-1301829SSW-V02-pws-NL

Akoestisch onderzoek

Remondis Lichtenvoorde Akoestisch onderzoek ten behoeve van revisievergunning Akoestisch onderzoek ten behoeve van revisievergunning 10 maart 2025

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Verantwoording Titel

Remondis Lichtenvoorde Akoestisch onderzoek ten behoeve van revisievergunning

Opdrachtgever

REMONDIS Nederland BV

Projectleider

Martijn Jongsma

Auteur(s)

Martijn Jongsma

Tweede lezer

Jo-anne Kragt

Uitvoering meet- en inspectiewerk

Martijn Jongsma

Projectnummer

1298311

Aantal pagina’s

24

Datum

10 maart 2025

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Uitgangspunten ......................................................................................................................... 5

3

2.1

Onderzoeksgegevens ........................................................................................................ 5

2.2

Situering inrichting .............................................................................................................. 5

2.3

Bedrijfsomschrijving ........................................................................................................... 6

2.4

Akoestisch representatieve bedrijfssituatie ........................................................................ 9

2.5

Afwijkende bedrijfssituatie ................................................................................................ 12

2.6

Toetsingskader ................................................................................................................. 12

2.6.1

Vigerende vergunning ............................................................................................... 12

2.6.2

Geluidzonering industrieterrein ................................................................................. 13

2.6.3

Indirecte hinder ......................................................................................................... 13

Akoestische gegevens............................................................................................................. 14 3.1

Geluidmetingen en berekeningen .................................................................................... 14

3.2

Overzicht van de geluidbronnen ...................................................................................... 15

3.2.1

Uitpandige installaties en activiteiten ........................................................................ 15

3.2.2

Geluidafstralende geveldelen ................................................................................... 16

3.2.3

Mobiele geluidbronnen .............................................................................................. 16

3.3 4

Gehanteerde rekenmethode ............................................................................................ 18

Resultaten en beoordeling....................................................................................................... 19 4.1

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ........................................................................ 19

4.2

Maximale geluidniveaus ................................................................................................... 19

5

Best beschikbare technieken en maatregelen......................................................................... 21

6

Samenvatting en conclusies .................................................................................................... 24

Bijlage 1

Algemene begrippenlijst

Bijlage 2

Bronuitwerking metingen

Bijlage 3

Figuren rekenmodel

Bijlage 4

Invoergegevens rekenmodel

Bijlage 5

Rekenresultaten LAr,LT

Bijlage 6

Rekenresultaten LAmax

Bijlage 7

Rekenresultaten LAr,LT na vervangen ventilator

3/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

1 Inleiding In opdracht van Remondis Nederland BV is door TAUW een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de inrichting gevestigd op de adressen Galileïstraat 16, Galileïstraat 18, Albert Schweitzerstraat 21 en Albert Schweitzerstraat 23 op het geluidgezoneerde industrieterrein De Kamp in Lichtenvoorde. Aanleiding van het onderzoek is een aanvraag in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, revisievergunning). Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidniveaus ten gevolge van de inrichting op de zonebewakingspunten, de woningen binnen de geluidzone en toetspunten (vergunningpunten). Het onderhavige onderzoek betreft een actualisatie van het onderzoek met het kenmerk R001-1294451MJO-V01-los-NL van 5 december 2023. Ten opzichte van het voorgaande onderzoek hebben de volgende wijzigingen plaatsgevonden:  

De uitbreiding chemisch depot is toegevoegd Aanvullende geluidmetingen uitgevoerd aan laad/los activiteiten, mobiele bronnen en binnenniveau van de overslaghal

  

Onderzoek naar maatregelen aan maatgevende bronnen uitgevoerd Recente knip van het zonemodel toegepast Op- en aanmerkingen van het bevoegd gezag verwerkt

Het onderzoek is gebaseerd op een inventarisatie van de bedrijfsvoering, literatuurgegevens, bedrijfsbezoeken en geluidmetingen. Aan de hand van de verkregen gegevens is een akoestisch rekenmodel vervaardigd waarmee de geluidniveaus zijn berekend. De geluidniveaus ten gevolge van de inrichting zijn, conform het zonebeheer, bepaald volgens de methoden uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’. In hoofdstuk 2 is aangegeven welke uitgangspunten gehanteerd zijn bij het onderzoek en is een bedrijfsomschrijving opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat de berekeningsresultaten. In hoofdstuk 4 is nader ingegaan op geluidreducerende maatregelen in relatie tot best beschikbare technieken (BBT). In hoofdstuk 5 is een samenvatting met conclusies gegeven. Ter verduidelijking van de gehanteerde begrippen is in bijlage 1 een algemene begrippenlijst opgenomen.

4/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

2 Uitgangspunten 2.1

Onderzoeksgegevens

Het onderzoek is gebaseerd op de volgende gegevens:   

N001-1236851HDI-mfv-V03-NL d.d. 30 mei 2016, Akoestisch onderzoek REMONDIS (verruiming bedrijfstijden Sortiva installatie in dag-, avond- en nachtperiode) Resultaten geluidmetingen Sortiva installatie uitgevoerd op 25 januari 2016

Bedrijfsbezoek en geluidmetingen aan de ventilatievoorzieningen op het dak van Albert Schweizerstraat 23 op 8 juli 2022 Bedrijfsbezoek en geluidmetingen aan mobiele bronnen, laden chemicaliën en binnenniveau

 

overslaghal op 14 oktober 2024 Opgave transportbewegingen opdrachtgever Zonebewakingsmodel aangeleverd door Bosman Bedrijfsadvies Health and Environment per e-mail op 18 oktober 2024

2.2

Situering inrichting

De inrichting is gelegen op de adressen Galileïstraat 16, Galileïstraat 18, Albert Schweitzerstraat 21 en Albert Schweitzerstraat 23 op het geluidgezoneerde industrieterrein De Kamp in Lichtenvoorde. Binnen de zone zijn woningen gelegen. De dichtst bij de inrichting gelegen woning is gesitueerd aan de westelijke zijde op circa 65 m afstand. In figuur 2.1 is de ligging van de inrichting weergegeven.

Figuur 2.1 Ligging inrichting met globale inrichtingsgrenzen

5/24

Kenmerk

2.3

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Bedrijfsomschrijving

De vestiging Galileïstraat/Albert Schweitzerstraat van Remondis betreft een inrichting voor het inzamelen, overladen, scheiden en sorteren, bewaren, verwerken van afvalstoffen en bewaren van (gevaarlijke) stoffen. Daarnaast vindt er stalling van lege containers, installaties en voertuigen plaats, is er ontvangst en opslag van diverse afvalstoffen in een milieustraat en vindt er in de dagperiode capsulerecylcing plaats. Het perceel Albert Schweitzerstraat 21 is inmiddels toegevoegd aan de inrichting. In figuur 2.2 is de indeling van het bedrijfsterrein in de huidige situatie weergegeven. Met de aanvraag vinden de volgende wijzigingen plaats binnen de inrichting:   

Uitbreiding bestaand gebouw (onder andere handlingruimte A. Schweitzerstraat 23) De overkapping van de buitenopslag containers Verplaatsing van acculaadinstallatie en van sorteren KGA en KCA naar

A. Schweitzerstraat 23 Intern transport van goederen van A. Schweitzerstraat 21 en 23

Deze veranderingen zijn meegenomen in het onderhavige akoestische onderzoek. In figuur 2.3 is een schematische weergave de toekomstige situatie gegeven.

6/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Figuur 2.2 Indeling bedrijfsterrein Remondis vestiging Lichtenvoorde bestaande situatie

7/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Figuur 2.3 Indeling bedrijfsterrein Remondis vestiging Lichtenvoorde nieuwe situatie

8/24

Kenmerk

2.4

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Akoestisch representatieve bedrijfssituatie

De representatieve bedrijfssituatie betreft de bedrijfssituatie waarvoor de vergunning wordt aangevraagd en waarbij de inrichting volledig in bedrijf is (behoudens afwijkingen met een beperkte frequentie). Voor de berekeningen is uitgegaan van een doordeweekse dag. In het weekend komen weliswaar meer particulieren naar de inrichting maar is er nauwelijks vrachtverkeer. De doordeweekse dagen zijn daarom voor de geluidemissie van de inrichting maatgevend. Alle activiteiten vinden plaats in de dagperiode. De representatieve bedrijfssituatie bestaat uit de hierna omschreven akoestisch relevante activiteiten: Gebouw (Albert Schweitzerstraat 21)  

De kantoorfunctie is akoestisch niet relevant Het werkplaatsgedeelte staat leeg en er zijn momenteel geen plannen voor activiteiten. Dit gedeelte is akoestisch niet relevant

Overkapping, onder de overkapping vindt opslag van emballage plaats

Gebouw noordwestzijde (Albert Schweitzerstraat 23) 

In een deel van dit gebouw vindt intern transport en opslag plaats met behulp van elektrische heftrucks en palletwagens. Het geluidniveau in deze hal is relatief laag (< 65 dB(A)) waardoor er geen geluidafstraling via de geveldelen plaatsvindt

 

Ook de kantoorfunctie in dit gebouw is akoestisch niet relevant Op het dak van het gebouw zijn vier puntafzuigingen en twee luchtbehandelingskasten aanwezig. De installaties zijn 11 uur in bedrijf in de dagperiode

Er wordt een uitbreiding gerealiseerd. Op het dak en in de gevel worden geen aanvullende geluidbronnen gerealiseerd

Gebouw westzijde (Galileïstraat 16) In dit gebouw is het kantoor van Dusseldorp Beheer gevestigd. De geluidsemissie van dit gebouw is niet relevant. Gebouw zuidwestzijde (Galileïstraat 18)  In het noordelijke deel van dit gebouw vindt op- en overslag plaats. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kraan en een shovel voor het verplaatsen van afval (circa 7 uur per dag) en rijden vrachtwagens voor de aan- en afvoer van afval. Als gevolg van deze voertuigbewegingen ontstaat er gedurende 8 uur in de dagperiode een relevant inpandig 

geluidniveau In het zuidelijke deel van dit gebouw bevindt zich de Sortiva-sorteerinstallatie waarin recycling van koffiecapsules plaatsvindt. Deze installatie is 8 uur in de dagperiode in werking. De geluidemissie van deze activiteit wordt bepaald door: Uitstraling van het inpandige geluid ten gevolge van de installatie via de gebouwdelen Afzuiging van een stoffilter

9/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Activiteiten op het buitenterrein Op het buitenterrein van de inrichting vinden de volgende activiteiten plaats:  Plaatsen of ophalen van een container  Electrische heftrucks welke diverse werkzaamheden uitvoeren  

Shovel voor werkzaamheden bij de op- en overslag van stortgoederen Mobiele kraan voor het laden van trailers en huifwagens bij de op- en overslag van stortgoederen en de opslagbunkers

Bij het toegevoegde kavel van de Albert Schweitzerstraat 21 zal lege emballage worden opgeslagen onder de overkapping en er vindt laden en laden en lossen van trailers plaats met behulp van elektrische heftrucks. In tabel 2.1 is een overzicht van de akoestisch relevante activiteiten die op het buitenterrein plaatsvinden opgenomen. De aanduiding van de locaties is terug te vinden in figuur 2.2. Tabel 2.1 Overzicht akoestisch relevante activiteiten buitenterrein Locatie

Omschrijving

nr.

A

Wagens op weegbrug Albert Schweitzerstraat

Bronvermogen

Bedrijfsduur per etmaalperiode [minuten]

LWr / LWr,Amax

Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

[dB(A)]

(07.00-19.00)

(19.00-23.00)

(23.00-07.00)

95 / 108

240

--

--

C

Wagens op weegbrug Galileïstraat

100 / 110

120

--

--

D

Laadschop ophopen grondstoffen

99 / 106

60

--

--

D

Kraan laden

102 / 124

120

--

--

G

laden tankwagen

105 / 110

225

--

--

G

Kraan laden vanuit opslagbunkers

102 / 121

60

--

--

H

Containerhandling

104 / 121

125

--

--

Buitenterrein

Elektrische heftruck emballage

88 / 114

120

--

--

Buitenterrein

Elektrische heftruck diverse locaties

88 / 114

240

--

--

Buitenterrein

Containerhandelingen diverse locaties

104 / 121

70

--

--

Transportbewegingen Door Remondis is een inventarisatie uitgevoerd van het aantal verkeersbewegingen binnen de inrichting. In tabel 2.2 is een overzicht van het aantal verkeersbewegingen opgenomen. De routenummers zijn terug te vinden in figuur 2.2.

10/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Tabel 2.2 Overzicht transportbewegingen Route

Omschrijving

Bronvermogen 1)

nr.

(Lwr) [dB(A)]

Aantal voertuigbewegingen per etmaalperiode2) Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

(07.00-19.00)

(19.00-23.00)

(23.00-07.00)

Huifwagens

100

30

--

--

2

Chemokarren

100

20

--

--

3

Tankwagens

6

--

--

Mobiwer

4

--

--

Containerwagens

4

--

--

1 3)

Route 3 vrachtwagens totaal

100

14

--

--

4

Huifwagens / trailers

100

50

--

--

5a

Kraakpers(wagens) /

100

60

--

--

92

20

--

--

3

Containerwagens (5-40 m )

1)

5b

Bestelbussen

5c

Personenauto’s (particulieren)

90

10

--

--

6a

Containerwagens (5-40 m3)

100

80

--

--

6b

Bestelbussen

92

20

--

--

6c

Personenauto’s (particulieren)

90

10

--

--

7

Personenauto’s personeel

90

60

--

--

8

3

Containerwagens (5-40 m )

100

25

--

--

9a

Huifwagens / trailers

100

8

--

--

9b

Bestelbussen

92

10

--

--

10-1 en 10-2

Containerwagens (5-40 m3)

100

40

--

--

11

Trailers

100

8

--

--

Voor de berekening van de LAmax piekgeluiden wordt rekening gehouden met een piekbronvermogen van

110 dB(A) voor de vrachtwagens en 97 dB(A) voor de personenauto’s en bestelbussen 2)

Met uitzondering van route 8 zijn alle rijroutes heen en terug (2 vrachtwagenbeweging per vrachtwagen). Bij Route

8 rijdt de containerwagen een rondje en is de beweging niet dubbel 3)

Met de voorgenomen uitbreiding vervalt route 2. De chemokarren volgen na realisatie route 4

11/24

Kenmerk

2.5

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Afwijkende bedrijfssituatie

Er is geen sprake van afwijkende bedrijfssituaties binnen de inrichting.

2.6

Toetsingskader

2.6.1 Vigerende vergunning In de vigerende vergunning van 7 september 2016 met OLO-nummer 2219319 zijn grenswaarden opgenomen voor de geluidbelasting. In figuur 2.3 zijn de vergunde grenswaarden weergegeven voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau.

Figuur 2.4 Grenswaarden langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vigerende vergunning

Voor de grenswaarden van de maximale geluidniveaus wordt in de vigerende vergunning verwezen naar de oprichtingsvergunning Wet milieubeheer van 12 juni 2003 met kenmerk 02.771. In deze vergunning zijn de volgende grenswaarden opgenomen. Tabel 2.3 Vergunde maximale geluidniveaus oprichtingsvergunning 2003 Imissiepunt

Maximale geluidniveaus dagperiode 07:00 - 19:00 uur

38

70 dB(A)

39

64 dB(A)

40

66 dB(A)

41

67 dB(A)

Vanwege het reviserend karakter van de aanvraag en het akoestisch onderzoek dient een nieuwe afweging gemaakt te worden van de toelaatbare geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving. Derhalve wordt niet primair getoetst aan de grenswaarden uit de vigerende vergunning.

12/24

Kenmerk

2.6.2

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Geluidzonering industrieterrein

Het industrieterrein waarbinnen de inrichting is gelegen is gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. Dit houdt in dat de geluidbelasting van alle bedrijven op het industrieterrein gezamenlijk niet meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde mag bedragen ter plaatse van de geluidzone. Conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1998 en jurisprudentie zijn er voor woningen óp een gezoneerd industrieterrein formeel geen grenswaarden te stellen. Er liggen enkele MTG-objecten (geluidgevoelige objecten met een op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde Maximaal Toelaatbare Geluidsbelasting) binnen de zone. Dit zijn woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen die gelegen zijn buiten het industrieterrein maar binnen de zone. In verband met de ligging binnen de 50 dB(A)-contour is voor deze geluidgevoelige bestemmingen een hogere toegestane grenswaarde (MTG) vastgelegd. De akoestische inpasbaarheid van de inrichting binnen de zonebewaking dient te worden beoordeeld door de zonebeheerder (Bosman Bedrijfsadvies Health and Environment). Derhalve is hiervoor in dit onderzoek alleen een vergelijking gemaakt van de berekende geluidbelastingen ter hoogte van de zone met de totale zonebewakingswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde en ter hoogte van de MTG-objecten met de maximaal toelaatbare grenswaarde.

2.6.3 Indirecte hinder Voor bedrijven gelegen op in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterreinen geldt, dat de door indirecte hinder (verkeer van en naar de inrichting) veroorzaakte geluidsbelasting niet wordt toegerekend aan de zone. Dit vloeit voort uit artikel 1 van de Wet geluidhinder waarin het begrip geluidsbelasting vanwege een industrieterrein is gedefinieerd. De met de ontsluitingsroute gepaard gaande geluidsbelasting dient niet op het microniveau van de individuele vergunninghouder worden gemaakt maar op macroniveau in een structuur of bestemmingsplan.

13/24

Kenmerk

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

3 Akoestische gegevens 3.1

Geluidmetingen en berekeningen

Op 7 juli 2022 zijn geluidmetingen uitgevoerd aan de geluidbronnen op het dak van het chemische depot. Op 14 oktober 2024 zijn geluidmetingen uitgevoerd aan de mobiele kraan en de shovels alsmede het binnenniveau in de overslaghal. De bronuitwerking is gegeven in bijlage 2. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de gebruikte meetapparatuur. Tabel 3.1 Gebruikte meetapparatuur Meetapparatuur

Fabricaat

Type

Serienummer

Real time analyzer (investigator)

Rion

NL-52

943350

Kalibrator

Rion

NC-74

35105014

Tijdens het bedrijfsbezoek op 14 oktober 2024 is de mobiele kraan en laadschop ingemeten tijdens het uitvoeren van werkzaamheden. Tevens heeft in de overslaghal gedurende 2 uur de geluidmeter het binnenniveau gelogd. De geluidmeter stond opgesteld op 1 m afstand van de gevel tussen de overheaddeuren op een hoogte van 5 m. Uit de metingen is gebleken dat het binnenniveau varieert tussen 47 en 77 dB(A). Gedurende de meetperiode is er eenmalig een geluidniveau gemeten van 82 dB(A). De gebouwuitstraling zoals gemodelleerd in de voorgaande akoestische onderzoeken nog steeds passend en is ongewijzigd gebleven. Voor de overige mobiele bronnen zoals elektrische heftruck, vrachtwagens en personenauto’s alsmede het laden en lossen van containers is gebruik gemaakt van kentallen. Deze kentallen zijn verkregen bij metingen bij soortgelijk materieel in de sector. De metingen en de berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig de specialistische methoden uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’, te weten:  Methode II.2: Geconcentreerde bronmethode  Methode II.3: Aangepaste meetvlak methode 

Methode II.8:

Overdrachtsmodel

De immissierelevante geluidbronnen betreffen uitpandige installaties en activiteiten en mobiele geluidbronnen. In de navolgende paragrafen is een overzicht van de geluidbronnen gegeven.

14/24

Kenmerk

3.2

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Overzicht van de geluidbronnen

3.2.1 Uitpandige installaties en activiteiten In tabel 3.2 en 3.3 zijn de geluidbronnen van de uitpandige (stationaire) installaties en activiteiten inclusief bedrijfsduren samengevat. Tabel 3.2 Puntbronnen uitpandige (stationaire) installaties en activiteiten Bron

Omschrijving

nr.

Bronvermogen

Bedrijfsduur per etmaalperiode [uren]

(Lw)/(LWmax)

Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

[dB(A)]

(07.00-19.00)

(19.00-23.00)

(23.00-07.00)

1)

01-07

Container handeling

104/121

0,2

--

--

08

Mobiele kraan Liebherr 904

102/120

1,0

--

--

1)

0,8

--

--

09-13

Heftruck elektrisch

88/107

buitenterrein 14, 15

Heftruck elektrisch emballage

88/1071)

1,0

--

--

16

Uitlaat centrifugaal ventilator

71/--

11,0

--

--

17

Centrifugaal ventilator 2

87/--

11,0

--

--

18

Centrifugaal ventilator 3

83/--

11,0

--

--

19

Centrifugaal ventilator

97/--

9,0

--

--

20

LBK rooster uitlaat

66/--

11,0

--

--

21

LBK rooster uitlaat

66/--

11,0

--

--

22

Laadschop Volvo L45H

105/120

1,0

--

--

23

Mobiele kraan Liebherr 904

102/120

1,0

--

--

1)

95/--

4,0

--

--

95/--1)

2,0

--

--

105/--

2,5

--

--

95/--

2,5

--

--

73/--

8,0

--

--

24

Wagens op weegbrug Albert Schweitzerstraat

25

Wagens op weegbrug Galileïstraat

26a

Vacuümpomp vrachtwagen chemicaliën

26b

Vrachtwagen stationair laden chemicaliën

27 1)

012 afzuiging stoffilter

TAUW-expertise / ervaringscijfer

- Niet van toepassing

Tabel 3.3 Oppervlaktebron activiteiten buitenterrein Bron

Omschrijving

nr.

O01

Container handeling

Bronvermogen

Bedrijfsduur per etmaalperiode [uren]

(Lw)/(LWmax)

Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

[dB(A)]

(07.00-19.00)

(19.00-23.00)

(23.00-07.00)

104/121

2,1

--

--

15/24

Kenmerk

3.2.2

R001-1298311MJO-V03-ivl-NL

Geluidafstralende geveldelen

In tabel 3.4 zijn de geluidafstralende geveldelen inclusief bedrijfsduren samengevat. Tabel 3.4 Puntbronnen uitpandige (stationaire) installaties en activiteiten Bron

Omschrijving

nr.

50, 51

Geopende deur noordgevel

Bronvermogen

Bedrijfsduur per etmaalperiode [uren]

(Lw)/(LWmax)

Dagperiode

Avondperiode

Nachtperiode

[dB(A)]

(07.00-19.00)

(19.00-23.00)

(23.00-07.00)

83

8,0

--

--

79

8,0

--

--

gebouw 3 52-55

Dak gebouw 3 overslaggedeelte, 1/4 deel

56

1 zuidgevel oost deel 1

76

8,0

--

--

57

3 lichtstraat 1

74

8,0

--

--

58

4 lichtstraat 2

73

8,0

--

--

59

9 zuidgevel oost deel 2

75

8,0

--

--

60

10 lichtstraat 4

73

8,0

--

--

61

11 lichtstraat 5

71

8,0

--

--

3.2.3 Mobiele geluidbronnen De mobiele geluidbronnen betreffen rijdende en manoeuvrerende voertuigen. In tabel 3.5 zijn de gegevens van de mobiele bronnen samengevat. De gemiddelde rijsnelheid bedraagt 5 km/uur. Door het toepassen van deze lage rijsnelheid in het rekenmodel is de geluidemissie van eventuele manoeuvreerbewegingen verdisconteerd in de mobiele bron. De bedrijfsduurcorrecties (‘Cb [dB]’) van de routes worden berekend door het rekenmodel aan de hand van het aantal puntbronnen, de snelheid waarmee gereden wordt en het ‘aantal’ verkeersbewegingen per periode. Het ‘aantal puntbronnen’ waarin de route wordt opgedeeld is afhankelijk van de lengte van de bron en de opgegeven ‘maximale afstand tussen de bronnen’. Het bronvermogen wordt toegepast over de puntbronnen. De gehanteerde formule voor de berekening van de bedrijfsduurcorrectie is als volgt:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15954076/1