ruimtelijke onderbouwing vvgb albert schweitzerstraat 21
Tekst van het document
REMONDIS Nederland B.V., vestiging Lichtenvoorde Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van ontwikkeling locatie Albert Schweitzerstraat 21 16 juni 2025
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Verantwoording Titel
REMONDIS Nederland B.V., vestiging Lichtenvoorde
Opdrachtgever
REMONDIS Nederland BV
Projectleider
Paul Lammers
Auteur(s)
Nils Binendijk
Tweede lezer
Suzanne Swenne
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Aantal pagina’s
29 (exclusief bijlagen)
Datum
16 juni 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................... 5
1.2
Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................................... 6
1.2.1
Huidige situatie............................................................................................................ 7
1.2.2
Afwijking ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan ......................................... 8
1.3 2
3
Beschrijving plangebied........................................................................................................... 10 2.1
Huidige situatie ................................................................................................................. 10
2.2
Nieuwe situatie ................................................................................................................. 12
Beleidskader ............................................................................................................................ 14 3.1
Rijksbeleid ........................................................................................................................ 14
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie......................................................................................... 14
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................................... 15
3.2
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 16
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ............................................................................. 16
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland .......................................................................... 17
3.3
4
Leeswijzer .......................................................................................................................... 9
Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 17
3.3.1
Omgevingsvisie Oost-Gelre 2040: Groen en verbonden .......................................... 17
3.3.2
Gemeenschappelijke beleidsvisie externe veiligheid ................................................ 19
3.3.3
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017 ............................................................................ 19
3.3.4
Geluidbeleid Oost Gelre ............................................................................................ 20
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................................ 21 4.1
Bodem .............................................................................................................................. 21
4.2
Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 22
4.3
Geluid ............................................................................................................................... 23
4.4
Milieuzonering (en toelichting binnenplanse afwijking) .................................................... 23
4.5
Ecologie ........................................................................................................................... 25
4.6
Stikstofdepositie ............................................................................................................... 25
4.7
Externe veiligheid ............................................................................................................. 25
4.8
Water ................................................................................................................................ 27
3/29
Kenmerk
5
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
4.9
Archeologie ...................................................................................................................... 27
4.10
Verkeer en parkeren ........................................................................................................ 28
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 29 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 29
5.2
Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................... 29
Bijlage 1
Watertoets
Bijlage 2
Luchtkwaliteitsonderzoek
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Verkennend bodemonderzoek
4/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
REMONDIS Nederland B.V. te Lichtenvoorde (hierna: REMONDIS) is voornemens om de bestaande inrichting met de adressen Galileistraat 16, 18 en de Albert Schweitzerstraat 23 uit te breiden met het adres Albert Schweitzerstraat 21. Op deze locatie zullen de volgende bestaande en nieuwe activiteiten plaatsvinden: Kantoorlocatie (bestaand binnen de vorige toepassing als bouw- en handelsbedrijf) (Op)laden van accu’s ten behoeve van heftrucks
Sorteren van KGA van milieustraten Opslaan van nieuwe emballage
Daarnaast wordt beoogd de bestaande vergunning van het bedrijfsterrein van REMONDIS te actualiseren conform de vigerende wet- en regelgeving. Hiervoor is een omgevingsvergunning milieu aangevraagd bij provincie Gelderland. Omdat de vergunning is aangevraagd voor in werking treden van de Omgevingswet, vindt toetsing plaats aan de destijds geldende wettelijke kaders, onder meer de Wabo. De Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) stelt, namens de provincie Gelderland als bevoegd gezag, dat het gewenste gebruik van de bedrijfslocatie aan de Albert Schweitzerstraat 21 in strijd is met de gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan, vanwege het ontbreken van de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - 10’ en ‘risicovolle inrichting’. Afwijken van het bestemmingsplan is alleen mogelijk via een uitgebreide buitenplanse afwijking volgens artikel 2.12, eerste lid, onder 3 van de Wabo. De ODRN classificeert de activiteiten van REMONDIS op de betreffende percelen als afvalscheidingsinstallaties en vuiloverslagstations. Deze vallen onder categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten van zowel het geldende bestemmingsplan Bedrijventerrein Oost Gelre reparatie en herziening Lindebrook als het ontwerpwijzigingsplan Bedrijventerreinen Oost Gelre, wijziging Staat van Bedrijfsactiviteiten.
Op deze locaties zijn echter alleen bedrijven tot en met categorie 4.1 toegestaan. Een binnenplanse afwijking is mogelijk op grond van artikel 2.6 sub a en b. Als de motivatie van de Omgevingsdienst wordt gevolgd is er sprake van een strijdigheid met het bestemmingsplan. Het voorliggende document dient als ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Ten aanzien van de genoemde strijdigheid inzake de hogere in de Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemde milieucategorieën is binnenplanse afwijking mogelijk. Dit wordt separaat belicht in de paragraaf milieu- en omgevingsaspect ‘milieuzonering’.
5/29
Kenmerk
1.2
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen binnen de inrichting van REMONDIS. De inrichting is gelegen op het industrieterrein aan de Albert Schweitzerstraat 21 te Lichtenvoorde ten noordoosten van de bebouwde kom van Lichtenvoorde. Het terrein grenst aan de overige eigendommen van REMONDIS. Aan de oostzijde wordt het begrensd door de N313, aan de westzijde door de Galileistraat. Het plangebied ligt op het perceel dat kadastraal bekend staat onder de gemeente Lichtenvoorde, sectie D, nr. 3221. Het plangebied kent een omvang van circa 4.520 m2. De ligging en begrenzing van het plangebied zijn in figuur 1.1 en figuur 1.2 weergegeven.
Figuur 1.1 Globale ligging plangebied ten opzichte van het centrum van Lichtenvoorde (bron: Cyclomedia)
6/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Figuur 1.2 Begrenzing plangebied op een luchtfoto (blauwe kader) (bron: Cyclomedia)
1.2.1 Huidige situatie Het plangebied maakt deel uit van bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Oost Gelre’. Dit plan is op 9 juli 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre. In figuur 1.3 is een uitsnede opgenomen van het bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied. De huidige bestemming is ’Bedrijventerrein-1’. De gewenste ontwikkeling voldoet niet aan de regels uit dit bestemmingsplan. Een nadere toelichting hierop is gegeven in paragraaf 1.3.2.
Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Oost Gelre’
7/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Verder zijn de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerreinen Oost Gelre reparatie en herziening Lindebrook (15-12-2020)’, en het ‘parapluplan Archeologie’ vastgesteld. Aanvullend is op 6 mei 2025 het wijzigingsplan ‘Bedrijventerreinen Oost Gelre’, wijziging Staat van Bedrijfsactiviteiten, door de gemeenteraad vastgesteld. Omdat dit plan nog niet onherroepelijk in werking is getreden, heeft het nog geen formele status. Om die reden wordt hier niet nader op ingegaan. In feite geeft het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Oost Gelre reparatie en herziening Lindebrook’ de meest actuele status weer. Echter, dit plan kent geen specifieke verbeelding, hiervoor wordt teruggegrepen op het basis bestemmingsplan, zijnde ‘Bedrijventerreinen Oost Gelre’. De locatie heeft tevens de bestemming ‘Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2’, de aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. De beoogde verruiming van activiteiten leidt niet tot beperkingen vanuit archeologie, dit aspect wordt nader toegelicht in paragraaf 4.9 (Archeologie). Tot slot is het bestemmingsplan ‘Facetbestemmingsplan parkeren’ in juni 2018 vastgesteld. In dit bestemmingsplan is het geldende parkeerbeleid van de gemeente verwoord.
Dit bestemmingsplan kent geen relevante regels ten aanzien van het plangebied in het kader van de beoogde ontwikkeling ((op)laden van accu’s ten behoeve van heftrucks, sorteren van KGA van milieustraten, en opslaan van nieuwe emballage). 1.2.2 Afwijking ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan Zoals beschreven in paragraaf 1.1. wordt beoogd de bestaande inrichting uit te breiden met de locatie Albert Schweitzerstraat 21. De locatie is in 2021 aangekocht, met een milieucategorie 4.1 binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Oost-Gelre’. De bedrijfsactiviteiten van REMONDIS, afvalverwerking / afvalscheidingsinstallatie, vallen in categorie 4.2. van de Staat van Bedrijfsactiviteiten behorende bij het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein Oost Gelre reparatie en herziening Lindebrook en binnen de categorie 4.2 van het wijzigingsplan Bedrijventerreinen Oost Gelre, wijziging Staat van Bedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van de genoemde locaties zijn slechts bedrijven tot en met categorie 4.1 toegestaan. Bovendien is ter plaatse van de Albert Schweitzerstraat 21 geen risicovolle inrichting toegestaan en is evenmin de opslag van klein chemisch afval toegestaan.
De mogelijkheid tot een binnenplanse afwijking hiervan, op grond van artikel 3.6 sub a en b (het toestaan van bedrijven uit een hogere categorie mits de effecten gelijkwaardig zijn), zal in de ruimtelijke onderbouwing worden meegenomen. De ruimtelijke onderbouwing zal de argumenten voor deze mogelijke binnenplanse afwijking belichten onder het thema ‘milieuzonering’.
8/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Hoewel in het plangebied de milieucategorie 4.1 is toegekend, is de locatie Albert Schweitzerstraat 21 daarnaast in strijd met de gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan, door het ontbreken van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - 10’ en ‘risicovolle inrichting’. Om de uitbreiding van de bestaande inrichting mogelijk te maken wordt een afwijking van het bestemmingsplan aangevraagd. Het voorliggende document dient ter onderbouwing van deze buitenplanse afwijking.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bestaande en beoogde situatie van het plangebied geschetst. In hoofdstuk 3 worden de overkoepelende beleidskaders uiteengezet. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 behandelt de uitvoerbaarheid van het voorgenomen initiatief.
9/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
2 Beschrijving plangebied 2.1
Huidige situatie
Het huidige plangebied aan de Albert Schweitzerstraat 21 betreft een kantoorpand met aansluitend een bedrijfshal. Gelegen naast de N313, wordt het aanzicht van het terrein gekenmerkt door functionele bebouwing.
Figuur 2.1 Aanzicht plangebied vanaf de Albert Schweitzerstraat in de huidige situatie (bron: Cyclomedia maart 2020)
De directe omgeving van het plangebied aan de Albert Schweitzerstraat 21 wordt primair gekenmerkt door een mix van bedrijvigheid. Zowel aan de noord- als westzijde van de bedrijfslocatie bevinden zich huidige locaties van REMONDIS. Figuur 2.2 geeft de huidige situatie weer van de in werking zijde locaties van REMONDIS (Galileistraat 16-18 en Albert Schweitzerstraat 23). Hier is de locatie Albert Schweitzerstraat 21 nog geen onderdeel van. Het voornemen is de activiteiten die plaatsvinden op de huidige locaties uit te breiden naar Albert Schweitzerstraat 21. De huidige locaties kennen eveneens een categorie 4.1 bestemming, maar hebben aanvullend een maatwerkbestemming, zijnde de functieaanduiding: ‘specifieke vorm van bedrijventerrein-10’ wat is bedoeld voor de opslag van klein chemisch afval. Zoals toegelicht in paragraaf 1.3 ontbreekt deze functieaanduiding op het perceel van Albert Schweitzerstraat 21 waardoor een strijdigheid met het huidige bestemmingsplan ontstaat.
10/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Figuur 2.2 Situatieplattegrond (vigerende situatie), exclusief de locatie Albert Schweitzerstraat 21
11/29
Kenmerk
2.2
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Nieuwe situatie
REMONDIS heeft een vergunningaanvraag gedaan voor het pand Albert Schweitzerstraat 23 waarbij de volgende activiteiten mogelijk gemaakt moeten worden: Uitbreiding/vergroten van de handelingsruimte binnen de kaders van de PGS-15 en het
bouwbesluit, om de aangevraagde hoeveelheden verpakte gevaarlijke afvalstoffen zorgvuldig te kunnen sorteren/verpakken. (binnen de vigerende vergunning) Uitbreiding/verandering van de sanitaire voorzieningen en kantine ten behoeve van het personeel. (binnen de vigerende vergunning) Aanbrengen van een overkapping voor het opslaan van brandbare afvalstoffen in containers, een driekwart gesloten ‘kapschuur’. De constructie en wanden van de overkapping zullen worden aangelegd conform de eisen die eraan worden gesteld met betrekking tot brandveiligheid, zoals brandveiligheid naar omliggende opslagen en panden. (binnen de vigerende vergunning)
Verplaatsing van de acculaadruimte (ten behoeve van elektrische heftrucks) naar het pand aan de Albert Schweitzerstraat 21. Hiervoor zullen binnen het pand bouwkundige aanpassingen worden doorgevoerd, waardoor de laadruimte voldoet aan de eisen uit PGS-15
Verplaatsen van de sorteerruimte voor KGA/KCA naar de Albert Schweitzerstraat 21, hier moet worden gedacht aan het sorteren van afvalstoffen afkomstig van milieustraten naar verpakkingen die geschikt zijn voor de be-/verwerkers, waarnaar toe wordt afgevoerd. Het betreft alleen een sorteerruimte met een beperkte werkvoorraad. Na de sortering/behandeling worden de afvalstoffen opgeslagen in de daarvoor bestemde en aangevraagde voorzieningen in het pand Albert Schweitzerstraat 23, zoals weergegeven in bijlage 16 van de aanvraag
Opslag van nieuwe emballage aan de Albert Schweitzerstraat 23 Bouwkundige aanpassingen aan de overkapte emballage-opslag op de locatie Albert Schweitzerstraat 21 en het aanleggen van 2 dockshelters ten behoeve van het laden van voertuigen met emballage. Voor de bouwkundige aanpassing is al een bouwvergunning verstrekt door de gemeente Oost-Gelre (zaaknr. 35219-2024, d.d. 8 juli 2024)
12/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Figuur 2.3 Situatieplattegrond (beoogde, nieuwe situatie), inclusief Albert Schweitzerstraat 21
13/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan de Rijksoverheid inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
14/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Beoordeling en conclusie De voorgenomen uitbreiding op de Albert Schweitzerstraat 21 kan gezien worden als een functionele combinatie en intensivering binnen het bestaande bedrijventerrein/bedrijfslocatie. Door de toevoeging van functies zoals het laden van heftrucksaccu’s, het sorteren van KGA en de opslag van emballage op deze locatie, wordt de efficiëntie en het ruimtegebruik van het gehele bedrijfsterrein geoptimaliseerd. Daarnaast is het bedrijventerrein in Oost Gelre primair bedoeld voor bedrijfsmatige activiteiten. De beoogde functies zijn complementair aan de reeds aanwezige bedrijfsactiviteiten op de omliggende percelen. Ook draagt het sorteren van KGA bij aan een duurzamere afvalverwerking. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
Artikel 3.1.6 lid twee Besluit ruimtelijke ordening (Bro) omschrijft de ladder als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? 2. Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? 3.
Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien?
De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Beoordeling en conclusie De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
15/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
In het voorliggende plan is er sprake van uitbreiding van bestaande activiteiten naar een aangrenzende locatie. Dit wordt niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat het hoofdgebruik reeds is toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Op basis van jurisprudentie wordt een beperkte verruiming van de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden niet gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Omdat er bij deze uitbreiding geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is een verdere motivering van het plan volgens de Ladder niet nodig.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Hiermee is de Omgevingsvisie uit 2014 komen te vervallen. In januari 2024 is de provincie Gelderland gestart met de actualisatie van de omgevingsvisie in opdracht van Provinciale Staten, de huidige omgevingsvisie blijft van kracht. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. De provincie legt in deze visie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Om dit te bereiken worden zeven met elkaar samenhangende ambities nagestreefd: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten 2. 3.
Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Een op de toekomst toegerust klimaatbeleid (klimaatbestendig) Circulaire economie: sluiten van kringlopen; Een voortvarend en innovatief circulair beleid
4. 5.
zonder afval Biodiversiteit: werken met de natuur en een beschermend beleid voor biodiversiteit Bereikbaarheid: Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de
6. 7.
veranderende vraag Vestigingsklimaat: Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat Woon- en leefomgeving: Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat en anticiperend op ontwikkelingen
Hoewel de Omgevingsvisie met deze ambities vooral een visie op hoofdlijnen betreft, is ook een vijftal wettelijke planfiguren in de Omgevingsvisie opgenomen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Deze planfiguren waren ook al in de voorgaande Omgevingsvisie (vanaf 2014) opgenomen en worden daarmee gecontinueerd. Het gaat daarbij onder andere om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden, en de aanwijzing van locaties voor de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken.
16/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
In dit kader zijn een viertal themakaarten opgesteld (Themakaart Ruimtelijk beleid, Themakaart Waterbeleid, Themakaart Milieubeleid en Themakaart Natuur- en landschapsbeleid) die bij de uitvoering van het provinciale beleid uit de Omgevingsvisie 2018 een belangrijke rol spelen. Beoordeling en conclusie De voorgenomen plannen voorzien in de beperkte verruiming van de inrichtingsmogelijkheden voor een bestaand bedrijventerrein. In de Omgevingsvisie zijn geen (ruimtelijke) opgaven opgenomen waarmee specifiek rekening gehouden hoeft te worden bij de bestemmingsplan afwijking. De ontwikkeling past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Op 21 december 2022 hebben de Provinciale Staten ‘Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)’ vastgesteld. De Omgevingsverordening betreft de juridische vertaling van de provinciale omgevingsvisie en heeft als doel om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, gronden drinkwater, milieu, verkeer en energie. Beoordeling en conclusie De verschillende kaarten van de Omgevingsverordening hebben geen betrekking op het plangebied.
Uitzondering hierop vormt het thema 'glastuinbouw’ wat van toepassing is binnen de gehele provincie Gelderland. Omdat hier geen sprake is van glastuinbouw, zijn deze regels hier niet van toepassing. Het voornemen is zodoende uitvoerbaar wat betreft de provinciale beleidskaders.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Oost-Gelre 2040: Groen en verbonden Met de omgevingsvisie geeft de Gemeente Oost Gelre op hoofdlijnen het ruimtelijk beleid tot 2040 weer. De omgevingsvisie is op 19 september 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie is onder meer bedoeld om het gemeentebestuur een instrument te geven waarmee ze de burgers en maatschappelijke organisaties actief kan informeren en betrekken bij de ruimtelijke visie op het bebouwde gebied. De visie geeft zowel hoofdlijnen voor de gemeentelijke ontwikkeling, alsook concrete ideeën en visies over de ontwikkeling van de kernen weer (afkomstig van kaders uit de ‘Toekomstverkenning Oost Gelre 2040’.
17/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
De omgevingsvisie is afgestemd op het bestaande beleid van de gemeente. Eveneens heeft, voor zover relevant, afstemming plaatsgevonden met bestaand rijks- en provinciaal beleid en regelgeving. Het geschetste toekomstverhaal van Oost Gelre in 2040 vertaalt zich in vijf kernambities:
Hechte en leefbare kernen Ondernemend Oost Gelre Nabij en bereikbaar
Gezonde en veilige leefomgeving Vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied
Beoordeling en conclusie Specifiek voor de bedrijventerreinen de Kamp, waar REMONDIS zich bevindt, en de Laarberg is in de omgevingsvisie opgenomen dat er als ontwikkelrichting wordt ingezet op twee economische clusters. De grote bedrijvigheid vindt op deze terreinen plaats. Daarnaast zetten ze in op het duurzaam, klimaat adaptief en groen maken van de bestaande bedrijventerreinen. Op basis van figuur 3.1 van de omgevingsvisie wordt geconcludeerd dat de locatie van REMONDIS is gelegen in het economisch cluster, waar duurzame, groene en klimaat adaptieve bedrijventerreinen gestimuleerd worden. Het versterken van de bestaande functies in en rondom het plangebied sluit aan bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Het plan zorgt daarmee voor een representatieve invulling van de locatie, passend in de omgeving.
Figuur 3.1 Schematische weergave van de ambities Omgevingsvisie Oost Gelre (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
18/29
Kenmerk
3.3.2
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Gemeenschappelijke beleidsvisie externe veiligheid
De gemeenschappelijke beleidsvisie externe veiligheid, vastgesteld op 13 januari 2016, geeft de gemeente richtlijnen op de beheersing van veiligheidsrisico’s binnen de gemeente. Het gaat hierbij om risico’s als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierin wordt ook invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid, waarbij ingegaan wordt op groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico’s (PR). Uit de visie is een veiligheidsambitie opgesteld: ‘Veilig wonen en ruimte voor economische ontwikkeling’. Beoordeling en conclusie Vanwege de functieaanduiding ‘risicovolle inrichting’ en het afwijken van de gebruiksregels door een binnenplanse afwijking, worden de ambities binnen de beleidsvisie verder toegelicht in het milieu- en omgevingsaspect ‘externe veiligheid’. Wel wordt op basis van de motivering in die paragraaf geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid externe veiligheid. 3.3.3
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Het welstandsbeleid, vastgesteld op 20 september 2016, dient als toetsingskader voor het uiterlijk van bouwwerken en hun ruimtelijke inpassing binnen de gemeente Oost Gelre. Het beleid beoogt een kwalitatief hoogwaardige bebouwing te waarborgen die past in de bestaande omgeving en bijdraagt aan een aantrekkelijk en herkenbaar beeld van de gemeente, waarbij aspecten als architectuur, materiaalgebruik en situering worden beoordeeld door de Commissie ruimtelijke kwaliteit. Het beleid is in vergelijking met de welstandsnota gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Er wordt daarin niet langer geformuleerd hoe het gebouw er uit moet zien, maar door aan te geven waar het op beoordeeld wordt. Dit beleid is, in vergelijking met de welstandsnota, gericht op deregulering: minder bouwaanvragen zullen aan een welstandstoets worden onderworpen, op basis van minder en duidelijkere regels. De focus verschuift van het voorschrijven van het uiterlijk van een gebouw naar het aangeven van de beoordelingscriteria. Beoordeling en conclusie De beoogde activiteit op de locatie Albert Schweitzerstraat 21 binnen het gemengde werkgebied (bedrijventerrein de Kamp), conform de sturingstabel van de gereedschapskist Oost-Gelre, is niet onderworpen aan een formele welstandstoets.
Voor dit type gebied geldt voor zowel de voor- als de achterzijde van het perceel het niveau ‘vrijblijvend’. Dit betekent dat er geen bindende welstandseisen gelden voor de uiterlijke verschijning van eventuele bouwwerken of terreininrichting binnen dit kader.
19/29
Kenmerk
3.3.4
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Geluidbeleid Oost Gelre
Het geluidbeleid Oost Gelre, vastgesteld op 21 februari 2020, dient als kader voor de beoordeling en regulering van geluidhinder binnen de gemeente. Het beleid bevat richtlijnen en normen voor verschillende geluidbronnen, zoals wegverkeer, industrielawaai en recreatieve activiteiten, met als doel het beschermen van de leefkwaliteit en het voorkomen van onaanvaardbare geluidbelasting voor de inwoners en bedrijven van Oost Gelre. Voor bedrijven die onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen bevat Afdeling 2.8 Geluidhinder van het Besluit de geluidvoorschriften. Hierbij worden standaardvoorschriften gesteld en voor agrarische inrichtingen, tankstations en bedrijventerreinen bijzondere voorschriften. Beoordeling en conclusie De voorgenomen verplaatsing van reeds vergunde activiteiten naar de locatie Albert Schweitzerstraat 21 leidt naar verwachting niet tot een significante verandering van de bestaande geluidscontouren rondom het plangebied. Het akoestisch onderzoek (belicht in 4.3 Geluid) concludeert dat de geluidbelasting in de nu aangevraagde situatie gelijk blijft aan de huidige vergunde situatie.
20/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
4 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro moet in een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders.
4.1
Bodem
Wettelijk kader In het Bro (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald, dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening moet worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. Voor de gevallen waarin de bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, bepaalt de Wet bodembescherming dat de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Beoordeling Er is sprake van een verruiming van activiteiten op locatie Albert Schweitzerstraat 21. De aard van de beoogde activiteiten (met name het sorteren van KGA/KCA) komt niet overeen met wat onder de bestemming ‘Bedrijventerrein – 1’ zonder deze specifieke aanduidingen is toegestaan. De hoofdfunctie (bedrijvigheid) verandert niet. De beoogde activiteiten (ook met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein – 10' en 'risicovolle inrichting') vallen nog steeds primair onder de basisbestemming 'Bedrijventerrein – 1'. Een beoordeling van de bodemgesteldheid is in het kader van deze afwijking van het bestemmingsplan daarom niet relevant.
Voor de volledigheid is hieronder een beperkte toelichting van de bodemkwaliteit ter plaatse opgenomen. De bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied is in het verleden inzichtelijk gemaakt door REMONDIS middels diverse bodemonderzoeken. Ten aanzien van het adres Albert Schweitzerstraat 21 is door Rouwmaat Groep in 2021 verkennend bodemonderzoek uitgevoerd1 (zie bijlage 4). Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bepaling van de eindsituatie van het buitenterrein ten aanzien van verkoop aan REMONDIS.
1
Verkennend_bodemonderzoek_A21_v01 d.d. 2 juni 2021
21/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Uit het bodemonderzoek blijkt dat voor geen van de geanalyseerde parameters in zowel de grond als het grondwater de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde is overschreden. Hiermee is de eindsituatie van de bodem in voldoende mate vastgelegd. Het onderzoek toont aan dat de voormalige activiteiten op deze locatie niet hebben geleid tot een bodemverontreiniging. De bodemkwaliteit is geschikt voor de functie die van toepassing is binnen het onderzoeksgebied. Geconcludeerd wordt dat het voornemen uitvoerbaar is wat betreft bodem.
4.2
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader De Nederlandse wet- en regelgeving voor de luchtkwaliteit is opgenomen onder titel 5.2 van de Wet Milieubeheer (Wet luchtkwaliteit). Daarbij is sprake van grens- en richtwaarden voor concentraties van stoffen in de buitenlucht. In de Wet luchtkwaliteit is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) geïntroduceerd. Wanneer een project een NIBM bijdrage aan de luchtkwaliteit kent, is het inpasbaar. Beoordeling TAUW heeft op 15 december 2023 een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd met betrekking tot de activiteiten van de gehele inrichting van REMONDIS2 (zie bijlage 2). Doel van het onderzoek was om de uitstoot naar de lucht en de gevolgen voor de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken en de resultaten te toetsen aan de wettelijke eisen. Er is daarbij geconcludeerd dat de uitstoot en verspreiding van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxiden in de nu aangevraagde situatie gelijk blijven aan de huidige vergunde situatie. Dit betekent dat de luchtkwaliteit ten aanzien van fijnstof en stikstofdioxiden niet verslechtert. De luchtkwaliteit in de omgeving van REMONDIS voldoet ruimschoots aan de wettelijke grenswaarden en er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden.
Het onderzoek toont aan dat de voorgenomen activiteiten geen negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit en dat er geen overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden te verwachten zijn. Aangezien de uitstoot van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in de nieuwe situatie niet toeneemt ten opzichte van de huidige vergunde situatie, blijft de concentratie ruim onder de NIBM-grens van 1,2 µg/m3 (zijnde 3 % van de jaargemiddelde omgevingswaarden volgens artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving). De omgeving van REMONDIS voldoet reeds ruimschoots aan de wettelijke grenswaarden en zodoende wordt geconcludeerd dat de uitbreiding inpasbaar is wat betreft luchtkwaliteit.
2
Rapport TAUW, R001-1294530COV-V01-sss-NL d.d. 15 december 2023.
22/29
Kenmerk
4.3
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Geluid
Wettelijk kader Een belangrijke basis in de ruimtelijke afweging voor het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet biedt geluidgevoelige functies (zoals woningen), op basis van zonering, bescherming tegen geluidsoverlast van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. De Wgh kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe bestemmingen. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar voor (bouw)plannen een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. Beoordeling Het plangebied is gelegen binnen een geluidgezoneerd industrieterrein, waardoor bij het toevoegen of wijzigen van geluidbronnen toetsing aan de geluidzone noodzakelijk is. TAUW heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de wijziging van geluidsbronnen te kunnen toetsen3 (zie bijlage 3). De conclusie ten aanzien van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus is dat de hoogste geluidbelasting van 42 dB(A) wordt berekend op de woning Lanneverweg 4. Op de zone is de hoogst berekende geluidbelasting 39 dB(A). Wettelijk gezien is een geluidbelasting van 50 dB(A) op de zone toegestaan. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar is.
Er zijn reeds geluid reducerende maatregelen getroffen, waaronder groenvoorziening, regelmatig onderhoud van materiaal en vlakke verharding. Ten aanzien van de optredende maximale geluidniveaus wordt geconcludeerd dat bij de omliggende woningen ruimschoots wordt voldaan aan de vigerende grenswaarden en de ontwikkeling uitvoerbaar is wat betreft geluid. Formele toetsing aan de inpasbaarheid van de inrichting op het geluidgezoneerde industrieterrein vindt plaats door de zonebeheerder. Echter, gezien de hoogte van de berekende geluidbelasting en het feit dat er al bedrijfsactiviteiten plaatsvonden op het terrein Albert Schweitzerstraat 21 die eveneens aan de zone waren toegekend, wordt ervan uit gegaan dat dit past binnen de geluidzone.
4.4
Milieuzonering (en toelichting binnenplanse afwijking)
Beleid en wettelijk kader Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieu hygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen.
3
Rapport TAUW, kenmerk R001-1298311MJO-V03-ivl-NL d.d. 10 maart 2025.
23/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van niet-agrarische bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Beoordeling en conclusie De bedrijfsactiviteiten van REMONDIS, afvalverwerking / afvalscheidingsinstallatie, vallen in categorie 4.2. Mede om deze reden worden voor de locatie aan de Albert Schweitzerweg 21 eveneens categorie 4.2 activiteiten mogelijk gemaakt.
Opgemerkt wordt dat de activiteiten waarvoor momenteel vergunning wordt aangevraagd vallen in lagere categorieën. Artikel 3.6 van de bestemmingsplanregels biedt de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels in lid 3.1, waaronder het toestaan van bedrijven uit een hogere categorie dan de ter plaatse toegestane categorie 4.1. Deze afwijkingsbevoegdheid is echter gebonden aan de voorwaarde dat de bedrijven naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de toegestane categorieën. De meest nabij gelegen woning betreft de woning aan de Heringsaweg 10. Deze ligt op circa 150 meter. De omgeving van deze woning wordt, gezien de ligging aan een provinciale weg en tegenover een bedrijventerrein gekarakteriseerd als zijnde ‘gemengd gebied’. Categorie 4.2 activiteiten kennen een richtafstand voor geluid van 300 meter bij een rustige woonwijk. Bij een gemengd gebied mag deze afstand met een afstandsstap worden verlaagd. Dit betekent dat de richtafstand 200 meter bedraagt. De woning ligt binnen deze zone. Om deze reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.3). Conclusie van het onderzoek is dat voldaan wordt aan de geluidnormen. Conform de richtlijnen voor gemengd gebied worden de standaard richtafstanden voor geur en fijnstof van een afvalscheidingsinstallatie (200 meter) 100 meter.
Zoals bovenstaand beschreven ligt de meest nabijgelegen woning op 150 meter, dus buiten de richtafstand van 100 meter. Geconcludeerd wordt dat de activiteiten uitvoerbaar zijn wat betreft milieuzonering.
24/29
Kenmerk
4.5
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Ecologie
Wettelijk kader De Nederlandse natuurbescherming is wettelijk verankerd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij ruimtelijke ingrepen moet worden beoordeeld welke effecten die wijziging kan hebben op beschermde soorten, gebieden en bosopstanden, hoe die effecten kunnen worden beperkt en in hoeverre voor de mogelijk gemaakte activiteiten een ontheffing / vergunning nodig is. Beoordeling REMONDIS heeft op 18 augustus 2022 een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (zaaknummer zozr-oo316r) ontvangen voor dezelfde activiteiten van REMONDIS waar nu deze revisievergunning inclusief deze ruimtelijke onderbouwing voor wordt aangevraagd, te weten aan de Galileistraat 16, 18 en de Albert Schweitzerstraat 21 en 23 te Lichtenvoorde. Hiermee kunnen werkzaamheden worden verricht met in achtneming de natuurwetgeving die hierbij van kracht is. Het voornemen is daarom uitvoerbaar wat betreft ecologie.
4.6
Stikstofdepositie
Wettelijk kader Na realisatie van activiteiten of projecten, en/of tijdens de bouwwerkzaamheden, kunnen er bronnen zijn die stikstofoxiden (NOX) en/of ammoniak (NH3) emitteren. De stikstofoxiden en ammoniak in de lucht komen uiteindelijk weer op de grond terecht. Dit heet stikstofdepositie. Vooral in natuurgebieden kan stikstofdepositie een probleem zijn, omdat hierdoor de bodem rijk wordt aan voedingsstoffen waardoor de biodiversiteit afneemt. Het is verboden zonder vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming (Wnb-vergunning) een project te realiseren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Beoordeling Het verplaatsen van reeds vergunde activiteiten van de bestaande bedrijfslocaties (het opladen van accu’s, de opslag van lege/nieuwe emballage, het laden/lossen van trailers met emballage en het sorteren van KGA/KCA van milieustraten) naar de locatie Albert Schweitzerstraat 21 zorgt voor een efficiëntere inrichting. Tevens wordt de logistiek beter gestroomlijnd en worden onnodige transportbewegingen tussen de verschillende locaties van REMONDIS voorkomen. Dit resulteert in een reductie van de interne transportbewegingen en daarmee in een vermindering van de totale uitstoot van stikstofoxiden (NOx). Het plan is zodoende uitvoerbaar wat betreft stikstofdepositie.
4.7
Externe veiligheid
Wettelijk kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen.
25/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort, om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het PR beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn, et cetera), waarbij de 10-6 jr/contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. Het GR beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het GR wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1.000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop.
Voor het GR geldt geen wettelijke norm maar een oriëntatiewaarde die dient als uitgangspunt in de verantwoording van het groepsrisico. Gemeentelijk beleid Overeenkomstig het gestelde in de gemeenschappelijke beleidsvisie externe veiligheid (2018), opgesteld in samenwerking met de Achterhoekse gemeenten, conformeert de gemeente Oost Gelre zich aan het wettelijke kader voor het omgaan met de externe veiligheidsproblematiek en behandelt de circulaires en landelijke richtlijnen als richtinggevend. Verder geeft de gemeenschappelijke beleidsvisie richtinggevende uitspraken over:
Omgang met richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten Omgang met groepsrisico Transport
Beoordeling De afwijking van het bestemmingsplan die middels de onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt aangevraagd, betreft inpassing van de aangevraagde activiteiten op de bedrijfslocatie aan de Albert Schweitzerstraat 21 binnen het geldende bestemmingsplan met de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijventerrein - 10’ en ‘risicovolle inrichting’. Deze wijziging voorziet niet in de toevoeging van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. De verplaatsing van de sortering van KCA/KGA voorziet niet in wijziging van het bestaande plaatsgevonden risico danwel groepsrisico, omdat de afvalstoffen na sortering weer binnen de bestaande en vergunde situatie worden opgeslagen in de daarvoor beschikbare opslagvoorzieningen. Het voornemen is zodoende uitvoerbaar wat betreft externe veiligheid.
26/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Omdat in de behandeltermijn van de aangevraagde omgevingsvergunning de Omgevingswet in werking is getreden, wordt nog een korte doorkijk gegeven naar de vertaling van de locatie in het omgevingsplan van de gemeente. De risicokaart4 toont een plaatsgebonden risicocontour van REMONDIS op het perceel Albert Schweitzerstraat 23. De contour ligt geheel op het bedrijventerrein. De wijziging waar deze ruimtelijke onderbouwing betrekking op heeft, voorziet zoals aangegeven in paragraaf 1.1, niet in het wijzigen van de risicovolle activiteiten. Er is geen aanleiding om de contour van het plaatsgevonden risico danwel het groepsrisico te wijzigen. De situatie rondom externe veiligheid wijzigt niet als gevolg van de aangevraagde activiteiten.
4.8
Water
Wettelijk kader Het is wettelijk verplicht om in het kader van bestemmingsplannen en afwijkingen op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een watertoets uit te voeren. De watertoets omvat het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in voormelde plannen en ontheffingen. Voor het oppervlaktewaterkwantiteit- en kwaliteitsbeheer van het onderhavige plangebied is het Waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk. Beoordeling In het kader van de watertoets is via wateradvies.nl een check gedaan of bij deze ontwikkeling sprake is van een waterbelang. Dit is niet het geval omdat: De wijziging in bedrijfsactiviteiten op de Albert Schweitzerstraat 21 niet van invloed is op het
waterbeheer binnen het plangebied of direct daarbuiten Er geen toename plaatsvindt van het verhard oppervlak binnen het plangebied Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden
Ook is er geen sprake van een toename van het afvalwater De ontwikkeling leidt niet tot wijziging van de grondwaterstand
Het resultaat van deze check is toegevoegd in bijlage 1. Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is wat betreft water.
4.9
Archeologie
Wettelijk kader Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen.
4
Atlas voor de leefomgeving
27/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden (1 januari 2024) de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen. Gemeentelijk beleid In 2022 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre voor het gehele grondgebied van de gemeente nieuw archeologische beleid vastgesteld met de titel ‘Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre, een actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtings- en beleidskaart’. Dit archeologiebeleid is vertaald in het ‘Parapluplan Archeologie’. Dit overkoepelende bestemmingsplan is op 22 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld.
Op de archeologische beleidskaart wordt onderscheid gemaakt in verschillende archeologische categorieën. Daarnaast zijn er gebieden waar door bijvoorbeeld vergravingen geen archeologische waarden meer worden verwacht. Beoordeling Binnen het plangebied is de bestemming ‘Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2’ van kracht. De voor ‘Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' aangewezen gronden zijn daarmee mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Uitgangspunt daarbij is dat bodemingrepen dieper dan 40 cm -Mv en groter dan 250 m² een onderzoeksplicht hebben. De beoogde verruiming van activiteiten op locatie Albert Schweitzerstraat 21 zal niet leiden tot bodemingrepen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen uitvoerbaar is wat betreft archeologie.
4.10
Verkeer en parkeren
De afwijking van het bestemmingsplan ten aanzien van de beoogde verruiming van activiteiten heeft geen invloed op het verkeer en het parkeren in de omgeving. Het betreft namelijk een verplaatsing van activiteiten binnen de percelen van REMONDIS met als doel een efficiëntere bedrijfsvoering, er is geen sprake van intensivering. Dit aspect is in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing derhalve niet nader beschouwd.
28/29
Kenmerk
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
5 Uitvoerbaarheid 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorliggend plan heeft betrekking op een beperkte uitbreiding van activiteiten binnen de planlocatie. Deze afwijking van het bestemmingsplan is noodzakelijk voor het realiseren van een efficiëntere bedrijfsvoering van de reeds bestaande inrichting van REMONDIS. Er zijn geen significante negatieve effecten te verwachten voor de omgeving. Er heeft participatie plaatsgevonden door het actief informeren en afstemmen met naastgelegen bedrijven. Om deze reden wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
In het Bro is bepaald dat in ieder geval ‘de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan’ moeten zijn opgenomen. Het gaat daarbij over de financiële uitvoerbaarheid, waaronder planschade, de vraag of voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om het plan te realiseren. De initiatiefnemer draagt alle kosten voor het plan, het plan is daarmee economisch uitvoerbaar.
29/29
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1301829SSW-V02-pws-NL
Watertoets
Het wateradvies
Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van hhelpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen vanet Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure
Op basis van onderstaande locatie
02-05-2025 15:17
1
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?
ja
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?
nee
Zijn er in het plangebied problemen door wateroverlast? nee
02-05-2025 15:17
2
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies
Details 1. Geen belang procedure U heeft een scan gedaan van de waterbelangen in uw plan. Op basis van de planlocatie en de andere gegevens die u heeft aangeleverd, blijkt dat er geen waterschapsbelang is.
Wat moet ik doen?
02-05-2025 15:17
3
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Overleg met het waterschap is niet nodig. Mochten er in de toekomst wijzigingen in het plan voordoen, dan kunt het digitale wateradvies nogmaals doen.
Heeft u nog vragen of wilt u ons op de hoogte stellen van dit plan, neem dan contact met ons op via wateradvies@wrij.nl
U kunt de volgende tekst in de waterparagraaf van uw ruimtelijke plan opnemen:
Waterparagraaf
Water in de fysieke leefomgeving
Het waterschap Rijn en IJssel draagt zorg voor het water in en rond het plangebied van dit Omgevingsplan. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht. Dat geeft het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken.
De fysieke leefomgeving en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Daarnaast wordt onze leefomgeving en het waterbeheer sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben.
Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthoudenbergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering.
In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s.
Klimaatrobuust gebied
Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.
Veilig gebied
Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken.
02-05-2025 15:17
4
https://hetwateradvies.nl
Het wateradvies Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij willen we in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin we onze taken klimaatneutraal uitvoeren.
Gezonde leefomgeving
Als waterschap zorgen we voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Wij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Ons doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met gemeenten, provincies, inwoners en bedrijven.
Weging van het waterbelang
Voor een ruimtelijke ontwikkeling maakt de gemeente een belangenafweging om te bepalen of de ontwikkeling passend is. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met het waterbelang, conform Artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (weging van het waterbelang). Het waterschap verleent advies over de waterbelangen in het plan.
Voor dit plan is via hetwateradvies.nl een check gedaan op de waterbelangen. Hiervan is het resultaat dat er geen waterbelang is. Het plan heeft geen invloed op de waterhuishouding en/ of de afvalwaterketen en er is geen sprake van (grond)wateroverlast.
Het waterschap Rijn en IJssel heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling en geeft een positief wateradvies.
Waar moet ik op letten? Eventueel vereiste (water)vergunningen worden niet geregeld met dit digitale wateradvies en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Het aanvragen van een (water) vergunning kan via het omgevingsloket (Aanvraag of melding indienen - Aanvragen - Omgevingsloket (overheid.nl).