CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke motivering Groenlo, Eefseler Esch

Raadscommissie 2 december 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan, Eefseler Esch en Molenberg Groenlo: locatie Eefseler Esch19.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke motivering Groenlo, Eefseler Esch

Status: Vastgesteld

30 oktober 2025

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Ruimtelijke motivering “Groenlo, Eefseler Esch”

Plannaam: Plantype: Status:

Groenlo, Eefseler Esch Ruimtelijke motivering ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING EN DOEL .................................................................................................................. 4 PLANGEBIED ............................................................................................................................... 4 GELDENDE REGELING .................................................................................................................. 4 LEESWIJZER ............................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 2 2.1

Beperkingengebieden ................................................................... 47

W ETTELIJK KADER..................................................................................................................... 47 ONDERZOEK ............................................................................................................................. 47 CONCLUSIE............................................................................................................................... 47

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Fysieke leefomgeving ................................................................... 23

GELUID..................................................................................................................................... 23 LUCHTKWALITEIT....................................................................................................................... 25 GEUR ....................................................................................................................................... 26 TRILLINGEN .............................................................................................................................. 27 BODEMKWALITEIT...................................................................................................................... 27 W ATER ..................................................................................................................................... 29 MOBILITEIT EN PARKEREN.......................................................................................................... 31 OMGEVINGSVEILIGHEID ............................................................................................................. 35 NATUUR ................................................................................................................................... 38 LANDSCHAP ..........................................................................................................................

40 CULTUREEL ERFGOED EN ARCHEOLOGIE................................................................................. 41 DUURZAAMHEID .................................................................................................................... 43 GEZONDHEID ........................................................................................................................ 43 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN .......................................................................................... 44 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING/BEHOEFTE.......................................................... 44 TOETSING M.E.R.-BEOORDELING ............................................................................................ 45

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Toetsing aan beleid ....................................................................... 12

TOETSING RIJKSBELEID ............................................................................................................. 12 TOETSING PROVINCIAAL BELEID/PROVINCIALE VERORDENING ...................................................... 14 TOETSING REGIONAAL BELEID .................................................................................................... 17 TOETSING BELEID WATERSCHAP ................................................................................................ 18 TOETSING GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................................... 19

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16

Voorgenomen ontwikkeling ............................................................ 9

BESCHRIJVING NIEUWE ONTWIKKELING......................................................................................... 9 BESCHRIJVING STRIJDIGHEID ..................................................................................................... 11

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Huidige situatie ................................................................................ 7

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................. 7

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Inleiding............................................................................................ 4

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................. 48

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................................................................................. 48 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ..................................................................................... 48

Hoofdstuk 8

Conclusie ....................................................................................... 49

Bijlagen bij de ruimtelijke motivering ................................................................... 50 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

BEELDKWALITEITSPLAN .................................................................................................. 51 NOTITIE ‘LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING’ ..................................................... 52 AKOESTISCH ONDERZOEK GELUID DOOR WEGEN .............................................................. 53 GEURONDERZOEK .......................................................................................................... 54 BODEMONDERZOEK........................................................................................................ 55 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 GROENLO BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14 BIJLAGE 15 BIJLAGE 16

W ATERHUISHOUDKUNDIG PLAN ....................................................................................... 56 MEMO MOGELIJK WATEROVERLAST HUIDIGE WONINGEN AAN DE OUDE PAPENDIJK TE 57 VERKEERSKUNDIG ONDERZOEK ...................................................................................... 58 NIET-GESPRONGEN EXPLOSIEVEN ................................................................................... 59 ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE .................................................................................... 60 ONDERZOEKEN FLORA EN FAUNA .................................................................................... 61 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ........................................................................................ 62 AANMELDNOTITIE PLAN M.E.R.-BEOORDELING .................................................................. 63 PARTICIPATIEPLAN ......................................................................................................... 64 REACTIES VOOROVERLEGPARTNERS ............................................................................... 65 ZIENSWIJZENNOTA EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ............................................................ 66

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gemeente Oost Gelre is voornemens het zuidwesten van de kern Groenlo uit te breiden. De nieuwe woonwijk zal bekend staan onder de naam ‘Eefseler Esch’ en zal ruimte bieden voor maximaal 243 woningen. De woonwijk is vernoemd naar het buurtschap Eefsele. ‘Esch’ is gekozen omdat de wijk deels hoger in het landschap ligt. Met de ontwikkeling wordt ingespeeld op een groot deel van de woningbouwopgave waar de gemeente Oost Gelre voor staat. Met de plannen wordt voorzien in een grote verscheidenheid in woningen, variërend van vrijstaande woningen, appartementen, benedenbovenwoningen en levensloopbestendige woningen. Er wordt een mix van koop- en huurwoningen gerealiseerd in een overwegend groenblauwe omgeving. Hiermee ontstaat een gevarieerde woonomgeving voor jong en oud. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggend wijzigingsbesluit voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten zuiden van de kern van Groenlo in de gemeente Oost Gelre. Ten noorden loopt de Rondweg (N319). Ten zuiden en oosten wordt het plangebied begrensd door de Oude Papendijk. Planologisch is er sprake van een ligging in het buitengebied. In de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van Groenlo en de directe omgeving indicatief weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied t.o.v. Groenlo (links) en de directe omgeving (rechts) (Bron: PDOK)

1.3

Geldende regeling

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Oost Gelre. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een nieuw en een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt gevormd door de besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, de kaarten en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2 en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld 3 van de Aanvullingswet bodem en de omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Voor de duiding van het planologisch regime zijn met name de volgende bestemmingsplannen, onderdeel uitmakend van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, van belang: • • •

‘Buitengebied herziening Oude Papendijk 4 Groenlo’ (vastgesteld op 19 september 2017); ‘Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018’ (vastgesteld op 21 juni 2018); ‘Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd’ (vastgesteld 9 februari 2021).

Het omgevingsplan nieuwe deel bevat ter plaatse van het plangebied uitsluitend de omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Met deze regels wordt, evenals de overige bestemmingsplannen, wel rekening gehouden in voorliggende wijziging. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het ‘Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018’ opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden hoofdzakelijk voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Deze zijn met name bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf en het behoud van de landschappelijke en natuurlijke waarden. Daarnaast zijn er twee dubbelbestemmingen aanwezig ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarde. De gronden in het noorden van het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemming ‘Verkeer’. Deze zijn hoofdzakelijk bestemd voor verharde en onverharde wegen en fiets- en voetpaden. Ten slotte was in het zuidoosten van het plangebied een woonfunctie aanwezig. Deze is met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Scheidingsweg 1, Wilgendijk 4 en 4a en Oude Papendijk ongenummerd’ herzien in een agrarische functie zonder bouwmogelijkheden.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding ‘Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018’ (Bron: Omgevingsloket)

In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening Oude Papendijk 4 Groenlo’ opgenomen. Dit betreft het deel dat niet in het consolidatieplan is meegenomen. Deze gronden zijn tevens voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’, waarbij ook een aanduiding ‘intensieve veehouderij’ is opgenomen. Uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding is een intensieve veehouderij toegestaan. De gronden zijn nagenoeg

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld volledig voorzien van een bouwvlak. In het gehele bouwvlak zijn twee wooneenheden toegestaan. In het noordwestelijke deel van het plangebied is ten slotte een paardenbak met een maximale oppervlakte van 800 m² toegestaan.

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding ‘Buitengebied herziening Oude Papendijk 4 Groenlo’ (Bron: Omgevingsloket)

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader omschreven. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de effecten van het voornemen op de fysieke leefomgeving, waarna in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op relevante beperkingengebied. Hoofdstuk 7 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. De motivering sluit af met een algehele conclusie in hoofdstuk 8.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige situatie

Beschrijving huidige situatie

Het plangebied bevindt zich ten zuidwesten van de kern van Groenlo. De gronden zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre. Functioneel is er dan ook sprake van agrarisch perceel, waarvan het zuidelijke deel in gebruik is voor een intensieve veehouderij. De gronden van de intensieve veehouderij zijn momenteel bebouwd met de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en twee bedrijfswoningen, waarvan één bedrijfswoning dubbel wordt bewoond. Het plangebied ligt op de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich ten zuiden en ten westen voornamelijk door agrarische (bedrijfs)percelen en verspreid liggende woonpercelen. De provinciale weg N319 (Rondweg) scheidt het plangebied van de woningen in de kern Groenlo, die zich ten noorden bevinden. Ten noordoosten is een rotonde aanwezig, die de N319 verbindt met de Oude Papendijk en de Marskramer. De Oude Papendijk begrenst het plangebied aan de oostelijke en zuidelijke zijde. Aan de overzijde van de Oude Papendijk, ten oosten, bevinden zich ook voornamelijk woonpercelen. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied in beeld gebracht. In afbeelding 2.2 is een straatbeeldfoto genomen vanaf de Oude Papendijk opgenomen.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Google Maps, 2025)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Afbeelding 2.2: Straatbeeldfoto huidige situatie (Bron: Google Streetview, augustus 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Hoofdstuk 3

Voorgenomen ontwikkeling

3.1

Beschrijving nieuwe ontwikkeling

3.1.1

Te realiseren programma

De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van nieuwbouwwijk ‘Eefseler Esch’. In deze woonwijk komt ruimte voor maximaal 243 woningen in verschillende prijsklassen, zowel in de huur- als koopsector. Het voornemen richt zich op de woningbouwbehoefte van jong en oud. De te realiseren woningen variëren in bouwhoogte en footprint en worden in een groene omgeving gerealiseerd. Het plangebied is grofweg te onderscheiden in drie deelgebieden. Een deel van het plangebied omvat het bestaande voormalige agrarische erf (’t Erve) aan de Oude Papendijk 4. Het tweede deelgebied betreft het deel van het plangebied wat relatief hoger in het landschap ligt. Dit deelgebied betreft het ‘Eschwonen’, genoemd naar de es die hier landschappelijk aanwezig is. Deelgebied drie betreft het oostelijke deel van het plangebied en betreft het kampenlandschap. In afbeelding 3.1 zijn de deelgebieden weergegeven.

Afbeelding 3.1: Deelgebieden van het plangebied (Bron: Gemeente Oost Gelre)

Op ’t Erve komen in totaal 12 woningen, waarvan er 9 worden toegevoegd in de vorm van schuurwoningen. In deelgebied ‘Eschwonen’ wordt voorzien in een totaal van 106 woningen. Deze 106 woningen bestaan uit een variatie van woningen, bestaande uit sociale huur- en -koopwoningen, betaalbare koopwoningen en woningen in het dure segment. In het kampenlandschap wordt voorzien in 128 woningen. Ook hier wordt voorzien in een variatie aan woningen. De woningen worden gerealiseerd in de volgende segmenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Woningtypologie Sociale huurwoningen Sociale koopwoningen • waarvan grondgebonden; • waarvan gestapeld (appartementsgebouw noordwest) Aaneengebouwde woningen • waarvan seniorenwoningen; • waarvan schuurwoningen; • waarvan verandawoningen; • waarvan patiowoningen; • waarvan geluidwalwoningen Twee-onder-één-kapwoningen • waarvan verandawoningen; • waarvan patiowoningen Vrijstaande woningen Appartementen (appartementsgebouw zuidoost) • waarvan middelduur; • waarvan duur Totaal

Aantal wooneenheden 40 54 28 26 60 5 9 3 3 7 38 4 2 25 26 13 13 243

In het noorden van het kampenlandschap wordt, tussen de provinciale weg en de rest van het plangebied, voorzien in woningen in een geluidwal. Hiermee wordt een afscherming gecreëerd voor deze en voor de overige woningen waarmee de geluidhinder afkomstig van de provinciale weg wordt gedempt (zie ook paragraaf 5.1) en wordt tegelijkertijd de ruimte benut om extra woningen toe te voegen. Ten slotte maakt de ontsluitingsweg in het noordwesten onderdeel uit van het plangebied. Hier wordt voorzien in een nieuwe ontsluitingsweg die uitsluitend mag worden gebruikt voor calamiteitenvervoer en voor langzaam rijdend verkeer. In afbeelding 3.2 is het stedenbouwkundig plan voor de Eefseler Esch opgenomen. Deze is ook in het in bijlage 1 opgenomen beeldkwaliteitsplan opgenomen.

Afbeelding 3.2: Stedenbouwkundig plan (Bron: Gemeente Oost Gelre)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld 3.1.2

Randvoorwaarden

De randvoorwaarden voor de ontwikkeling zijn geformuleerd aan de hand van vier thema’s, namelijk wonen, mobiliteit, leefomgeving en gezondheid. De ambities binnen deze thema’s zijn in samenhang bekeken. Deze zijn integraal opgepakt waarmee deze elkaar kunnen versterken. Uitgangspunt is om een divers woningbouwprogramma te realiseren met een plek voor iedereen, binnen een aantrekkelijke openbare ruimte. In paragraaf 5.10 wordt nader ingegaan op de wijze waarop de landschappelijke waarden van het plangebied zijn benut in het ontwerp. Voor wat betreft mobiliteit is ingezet op een nieuwbouwwijk waar iedereen zich op overzichtelijke, veilige en comfortabele wijze door de wijk kan bewegen. De inrichting van Eefseler Esch nodigt uit om naar buiten te gaan, elkaar te ontmoeten, te wandelen, te spelen en de rust te vinden in het groen. De bomen, struiken, het kruiden-/bloemenrijk grasland, het water en de houtwallen dragen bij aan een prettige, natuurlijke leefomgeving. Binnen het ontwerp is de auto te gast. Binnen het ontwerp wordt een enkele hoofdontsluiting gerealiseerd. Voor het overige wordt qua mobiliteit voornamelijk ingezet op directe fiets- en wandelpaden waarmee het centrum van Groenlo en OV-voorzieningen binnen afzienbare tijd zijn te bereiken.

3.2

Beschrijving strijdigheid

Zoals in paragraaf 1.3 beschreven, mogen de gronden momenteel in gebruik worden genomen voor de uitoefening van agrarische activiteiten. Zowel qua gebruiks- als bouwmogelijkheden is er geen ruimte om een ontwikkeling van deze omvang te realiseren. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk, waarbij wordt voorzien in de gewenste juridisch-planologische kader om de gewenste bouwactiviteiten uit te kunnen voeren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Hoofdstuk 4

Toetsing aan beleid

4.1

Toetsing rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden en behoeften van toekomstige generaties. 4.1.2

Instructieregels Rijk

Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: • • • • • • • •

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); het gebruik van bouwwerken, waaronder de aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7a); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. In de onderbouwing moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

De voorliggende ontwikkeling voorziet in een gevarieerde woonwijk met een diversiteit aan woningen in een overwegend groenblauwe omgeving. Er wordt voorzien in voldoende groene elementen en ruimten voor wateropvang, waarmee het plan voldoende rekening houdt met de landelijke ambitie om te voorzien in een robuuste leefomgeving. Bij de inrichting van het plangebied zijn de kenmerken en identiteit van de locatie centraal gesteld, wat ook terugkomt in de naam van de nieuwe woonwijk ‘Eefseler Esch’. In het vervolg van deze ruimtelijke motivering wordt ten slotte ingegaan op de onderwerpen waarvoor het Bkl de instructieregels gevat. Het voornemen voldoet aan de kaders vanuit het geldende rijksbeleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

4.2

Toetsing provinciaal beleid/provinciale verordening

4.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

4.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. Ontwikkelingen vanuit het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering maakt dat de wereld ingrijpend verandert. Deze wereldwijde ontwikkelingen raken ook Gelderland en zetten druk op de leefomgeving. Ze vragen om stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. In de Omgevingsvisie wordt een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bevat thematische visieschetsen. Deze schetsen zijn niet bedoeld als geografische plankaart of ontwikkelkaart; ze bieden geen volledig en limitatief beeld. De schetsen zijn wel een grove schets van in het oog springende bestaande en nieuwe initiatieven, kansen, mogelijkheden en ontwikkelingen die op dit moment worden gezien vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie. De schetsen sluiten op voorhand ook niets uit. De visieschetsen dienen onderlegger om met de partners van de provincie het gesprek te voeren over de thema’s, vraagstukken en oplossingsrichtingen. Voor deze ontwikkeling is met name de visie om het thema ‘bereikbaarheid’ van belang.

4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In de groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, wordt uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: • • •

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen; Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas; Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 4.2.1.3 Toetsing van het voornemen aan de Omgevingsvisie Gelderland Zoals ook blijkt uit de toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan het regionale en gemeentelijke woonbeleid (zie paragrafen 4.3 en 4.5), voorziet de voorgenomen ontwikkeling in kwantitatieve en kwalitatieve zin in het opvullen van een woonbehoefte. Op deze plaats wordt dan ook kortheidshalve verwezen naar de genoemde paragrafen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld De voorgenomen nieuw te bouwen woningen worden daarnaast niet op het gasnet aangesloten en dragen daarmee bij aan de provinciale ambities met betrekking tot aardgasloos bouwen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun omgevingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen Op basis van de Omgevingsverordening zijn met name artikel 5.34, 5.64 en 5.85 van toepassing. Artikel 5.34 (beschermen Landschap Gelderse streken: Achterhoek) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Achterhoek wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Achterhoek. Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) 1. Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. 2.

Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. Artikel 5.85 (klimaatadaptatie) 1. Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. 4.2.2.3 Toetsing van het voornemen aan de Omgevingsverordening Gelderland Artikel 5.34 Gelderland staat bekend om haar grote diversiteit aan landschappen. Deze variatie aan landschappen geeft de provincie een uniek karakter. Dit wil de provincie graag behouden en versterken. Bij iedere

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld ontwikkeling moet daarom in het omgevingsplan worden opgenomen op welke manier rekening is gehouden met de aanwezige kernkwaliteiten behorend bij de streek waarin het plan gelegen is. Voor het plangebied geldt volgens de provinciale omgevingsverordening, naast algemene kernkwaliteit 1 ook kernkwaliteit 3: een halfopen coulisselandschap. De ontwikkeldoelen zijn gericht op het behouden en versterken van de kleinschaligheid en het bijdragen aan herstel en onderhoud van structurerende en bijzondere groene landschapselementen. Bij het inpassen van nieuwe functies wordt versterking van het coulisselandschap nagestreefd. In Eefseler Esch is het landschap de drager van het stedenbouwkundigplan. Kenmerkend voor de locatie is de aanwezigheid van het microreliëf. Het gebied bestaat uit een hoger deel, de es, en een lager deel. Beide gebieden houden en krijgen een eigen identiteit, die met nieuwe landschappelijke elementen wordt versterkt. Daarnaast blijven de belangrijkste bestaande landschapselementen in het gebied behouden. De laanstructuur enerzijds en de erfbeplanting van het huidige agrarische erf anderzijds, zijn onderdeel van de planvorming. In de verdere uitwerking wordt voor de beplanting uitgegaan van hoog en lage gebieden en droog versus vochtig, om de deelgebieden sterker te identificeren en het landschap te versterken.

Artikel 5.64 Zoals blijkt uit de toetsing van het voornemen aan het regionale en gemeentelijk (woon)beleid (zie respectievelijk paragraaf 4.3 en 4.5), voorziet de voorgenomen ontwikkeling in kwalitatief en kwantitatief opzicht in woningbouw waar behoefte aan is. Artikel 5.85 Waterveiligheid Op basis van het W H-scenario wordt het plangebied niet weergegeven voor wat betreft de plaatsgebonden overstromingskans. Dit is weergegeven aan de linkerzijde van afbeelding 4.1. Dit houdt in dat de overstromingskans ter plaatse van het plangebied verwaarloosbaar is.

Afbeelding 4.1: Plaatsgebonden overstromingskans en gem. laagste grondwaterstand (Bron: Klimaateffectatlas)

Droogte Om droogte tegen te gaan is het van belang dat voldoende water in de bodem kan infiltreren en de grondwaterstand bij kan vullen. Op basis van de Klimaateffectatlas is de gemiddeld laagste grondwaterstand in het plangebied dieper dan 2 meter onder het maaiveld, zie afbeelding 4.1 rechts. Door groen - bomen, struiken, bloemsoorten, gras en halfverharding – toe te passen krijgt regenwater

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld de mogelijkheid om ter plaatse te infiltreren in de bodem en wordt het grondwater door het jaar heen beter aangevuld (ten opzichte van afvoeren via de riolering). De klimaatbewuste invulling van de buitenruimte bestaat in voorliggend geval niet alle letterlijk uit ‘groen’, maar ook de toepassing van waterpasserende verharding zorgt ervoor dat water infiltreert en droogte wordt tegengegaan. Wateroverlast Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Dit type wateroverlast komt het meest voor bij wolkbreuken in de zomer. Een groot deel van de Nederlandse straten en pleinen kunnen bij hevige buien onder water komen te staan. De waterbergingsopgave is in dit geval inzichtelijk gemaakt in een waterhuishoudkundig plan. Hiervoor wordt ook verwezen naar paragraaf 5.6. Met de aanleg van de beoogde waterbergende maatregelen vormt het aspect wateroverlast geen belemmering voor deze ontwikkeling. Hitte Met het voornemen neemt de bebouwde omgeving aanzienlijk toe. In combinatie met de effecten van klimaatverandering is aandacht voor hittestress daarom van belang. Het plan houdt hier rekening mee door in te zetten op een groene omgeving. Circa 40% van het plangebied wordt ingericht als groenvoorzieningen en/of voor waterhuishoudkundige voorzieningen.

Hiermee is er op korte afstand van de woningen altijd ruimte om verkoeling te zoeken in de buitenlucht. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat het voornemen past binnen de ambities uit de Omgevingsvisie Gelderland en voldoet aan de relevante instructieregels uit de Omgevingsverordening.

4.3

Toetsing regionaal beleid

4.3.1

Algemeen

De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang, wat ertoe kan leiden dat er op regionaal niveau beleid wordt vastgesteld (bijvoorbeeld een regionale woningbouwopgave). Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is met name de ‘Regionale woondeal 2022-2030 regio Achterhoek’ van belang. 4.3.2

Regionale woondeal 2022-2030 Regio Achterhoek

De Regionale Woondeal Achterhoek 2022-2030 is een samenwerking tussen gemeenten, provincie en het Rijk om de woningvoorraad in de Achterhoek uit te breiden en te verbeteren. Het doel is om tot en met 2030 minimaal 8.390 nieuwe woningen te realiseren, met een geambieerde uitbreiding naar 11.500 woningen. Binnen deze plannen ligt de focus op het vergroten van het aantal betaalbare koop- en huurwoningen, evenals het investeren in de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Specifiek voor de gemeente Oost Gelre betekent dit een aanzienlijke uitbreiding van het aantal woningen. De gemeenteraad heeft op 4 juli 2023 de Woonvisie 2023-2027 vastgesteld, waarin staat dat er tot 2030 1.265 woningen bijgebouwd moeten worden. Deze uitbreiding is bedoeld om te voorzien in de behoeften van starters, ouderen, mensen van buiten de regio en aandachtsgroepen zoals spoedzoekers en statushouders. De gemeente benadrukt de noodzaak van samenwerking met bouwpartners, waaronder woningcorporaties, projectontwikkelaars en bouwbedrijven, om voldoende betaalbare koop- en huurwoningen te realiseren die toekomstbestendig zijn. 4.3.3

Toetsing van het voornemen aan de regionale woondeal

In de regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 heeft de gemeente Oost Gelre afgesproken om bij woningbouwprojecten een onderverdeling in betaalbaarheid te hanteren van 28% sociale huur en 32%

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld betaalbare koop en middenhuur. Dit komt in totaal neer op 60% betaalbare woningen. Voor de uitleglocatie ‘Eefseler Esch’ aan de Oude Papendijk Groenlo wordt enigszins van deze percentages afgeweken. Het stedenbouwkundig plan voor Eefseler Esch voorziet in een totaal van 243 woningen. Hiervan worden minimaal 40 sociale huurwoningen gerealiseerd, in combinatie met een relatief hoog percentage sociale koop. Dit betekent een programma sociale huur van circa 16%. Het aantal sociale huurwoningen ligt dus onder de 28%. Dit wordt ruimschoots gecompenseerd door het hoge percentage goedkope en betaalbare koop en eventuele middenhuur. Inclusief de 40 sociale huurwoningen voorziet het plan in circa 68% betaalbare woningen. De oorzaak van deze afwijking is de overweging dat deze grotere uitleglocatie minder geschikt is voor alle categorieën sociale huur. Gelet op de afstand tot aan de voorzieningen voegt corporatie De Woonplaats de woningen voor senioren bij voorkeur toe in het centrum van Groenlo. Derhalve zijn dit type woningen minder prevalent in voorliggend plan. Met de corporatie zijn afspraken gemaakt over de toe te voegen woningen tot en met 2030. Deze woningen worden, naast het plan Eefseler Esch, toegevoegd op inbreidingslocaties in Groenlo. In deze uitbreidingslocatie neemt De Woonplaats daarom beperkter deel.

Het totale programma voor de gemeente Oost Gelre tot en met 2030 is echter geborgd in afspraken met De Woonplaats. Voor dit plan ontstaat daarom op dit punt geen belemmering. Geconcludeerd wordt dat het voornemen aansluit bij de doelstellingen uit de regionale woondeal.

4.4

Toetsing beleid waterschap

4.4.1

Waterbeheerplan 2022-2027

Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. In het waterbeheerplan 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen. In het waterbeheerprogramma zijn de volgende verantwoordelijkheden van het waterschap uiteengezet: • • • •

•

4.4.2

Beheren en onderhouden het grondwater en het water in beken, sloten en riviertjes. De zorg voor schoon water en zuiveren rioolwater. Controleren of iedereen zich aan de regels houdt. Gebiedsinrichting zo uitvoeren dat het beter tegen de klimaatverandering kan. Kijken naar omgeving en hoe deze het beste kan worden ingericht. Uitgaande van dat het gebied beter kan tegen te nat maar ook tegen te droog weer. Hulp aanbieden zodat inwoners, bedrijven en andere overheden beter kunnen omgaan met de gevolgen van extreem weer. Zorgen voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dijken worden zo onderhouden dat er ruimte is voor meer verschillende soorten planten en dieren. In 2025 wekt het Waterschap alle energie die ze gebruiken zelf op. Ze gebruiken en verspillen zo min mogelijk grondstoffen en stoten veel minder broeikasgassen uit. Hiervoor worden sommige werkwijzen aangepast en wordt gebruik gemaakt van steeds meer nieuwe technieken. Zorgen voor schoon water in beken en sloten, voor mensen en voor dieren en planten. Het rioolwater wordt steeds schoner gemaakt. Sommige plekken worden geschikt gemaakt voor bijzondere planten en dieren. De andere wateren mogen in ieder geval niet viezer worden. Toetsing van het voornemen aan het Waterbeheerplan 2022-2027

De beoogde ontwikkeling sluit op meerdere punten aan bij de doelstellingen van het waterschap Rijn en IJssel zoals deze in het waterbeheerplan zijn vastgelegd. Het waterschap streeft naar een omgeving die beter bestand is tegen klimaatverandering door water langer in het gebied vast te houden en de leefomgeving aan te passen aan zowel natte als droge periodes. De opgave op het gebied van de waterhuishouding is onderzocht en uitgewerkt in een waterhuishoudkundig plan. In paragraaf 5.6 wordt hier nader op ingegaan. Op basis van dit plan zijn de maatregelen bepaald die zijn geïntegreerd in de inrichting van het plangebied. Deze vertalen zich concreet in het voorzien in een woonomgeving waar voldoende groen en water aanwezig is, welke voor verkoeling zorgen tijdens warme periodes en als

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld eerste wateropvang fungeren voor regenwater. Daarnaast wordt voorzien in voldoende mogelijkheden voor hemelwaterinfiltratie met de aanleg van wadi’s, een gescheiden rioolstelsel en lagere groene zones. Geconcludeerd wordt dat het voornemen past binnen de doelstellingen van het waterschap Rijn en IJssel, zoals verwoord in het Waterbeheerplan.

4.5

Toetsing gemeentelijk beleid

4.5.1

Omgevingsvisie Groen en Verbonden Oost Gelre 2040

4.5.1.1 Algemeen Op 19 september 2023 is de Omgevingsvisie ‘Groen en Verbonden Oost Gelre 2040’ vastgesteld. De Omgevingsvisie schetst de koers voor de fysieke leefomgeving richting 2040 en is opgebouwd aan de hand van vijf kernambities: • • • • •

Hechte en leefbare kernen; Ruimte aan ondernemen; Nabij en bereikbaar; Een gezonde en veilige leefomgeving; Een vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied.

Oost Gelre is een veelzijdige gemeente en de verschillende deelgebieden verdienen daarom een gebiedsgerichte, passende aanpak. De vijf kernambities zijn daarom aan de hand van vier gebieden uitgewerkt, namelijk de grote kernen, de kleine kernen, de werklocaties en het buitengebied. De ontwikkeling van ‘Eefseler Esch’ voorziet in een uitbreiding in één van de grote kernen, namelijk Groenlo. 4.5.1.2 Grote kernen De grote kernen Groenlo en Lichtenvoorde zorgen voor een compleet aanbod aan voorzieningen en woonmilieus in de gemeente. Binnen grote kernen spelen een aantal belangrijke opgaven. Eén van deze opgaven ligt in de vraag naar (betaalbare) woningen. De gemeente wil hierin aansluiten op de woonbehoefte van eigen inwoners en dan met name ouderen en starters, maar ook ruimte bieden voor vestigers (en potentiële werknemers) van elders. Hiernaast ligt er een opgave in het zo compleet mogelijk en compact houden van de voorzieningen centra in de kernen. Ook ligt er tussen de kernen een uitdaging in het bevorderen van de fijnmazige bereikbaarheid met de fiets, (deel)auto of openbaaren vraaggestuurd vervoer. Ten slotte zijn duurzaamheid en klimaatadaptatie thema’s in de kernen van belang. Op weg naar klimaatneutraliteit wordt ingezet op meer aardgasvrije woningen; er moet daarom adequaat geïsoleerd worden.

Daarnaast vraagt de toename aan extremere weersomstandigheden die zorgen voor wateroverlast en hittestress om klimaatadaptieve aanpassingen in de openbare ruimte. De gemeente zet in op een robuust netwerk van toekomstbestendige, leefbare en karakteristieke kernen. De grote kernen spelen hierin een belangrijke rol en kennen 17 ontwikkelrichtingen. De realisatie van de Eefseler Esch is één van de twee aangewezen grotere uitbreidingslocaties voor woningbouw in de grote kernen, zoals in afbeelding 4.2 is aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Afbeelding 4.2: Uitbreidingslocaties grote kernen (Bron: Gemeente Oost Gelre)

4.5.1.3 Toetsing van het voornemen aan de Omgevingsvisie Groen en Verbonden Oost Gelre 2040 Met de plannen wordt bijgedragen aan een verscheidenheid van de ontwikkelingsrichtingen die zijn benoemd voor de grote kernen. Met name de volgende ontwikkelingsrichtingen hebben een doorvertaling gevonden in het stedenbouwkundige opzet van de Eefseler Esch: • • •

•

• • • • •

1. Compacte en levendige centra in Groenlo en Lichtenvoorde door maatschappelijke- en commerciële functies, horeca en ontmoeting zoveel mogelijk bij elkaar in de buurt te houden. Hiermee wordt voldoende draagvlak behouden voor voorzieningen. 3. Een passend woningaanbod voor alle doelgroepen. 6. Er wordt ingezet op twee grotere uitbreidingslocaties voor woningbouw: ten zuidwesten van Groenlo en ten zuiden van Lichtenvoorde. Hier wordt niet alleen voor de woonbehoefte van de eigen inwoners gebouwd, maar liggen ook kansen voor de vestiging van jonge gezinnen en werknemers van buiten de gemeente. Deze uitleglocaties zijn ruim van opzet en bieden voldoende mogelijkheden voor klimaatadaptieve en natuurinclusieve woonmilieus. 7. In alle nieuwbouwontwikkelingen wordt ingezet op slimme combinaties tussen wonen, waterberging, natuurontwikkeling en mooie recreatieve verbindingen met het buitengebied. Bouwen geschiedt zoveel mogelijk levensloopgeschikt, klimaatadaptief, energieneutraal en circulair. 9. Gezonde en leefbare grote kernen met een klimaatadapteieve openbare ruimte. Er worden meer groenvoorzieningen en bomen toegevoegd in de buurten en tussen de huizen. 11. Veilige en comfortabele fietsverbindingen rondom (maatschappelijke) voorzieningen (o.a. zorg, onderwijs, sport) afgestemd op het fietsnetwerk in de gemeente. 15.

Een beweegvriendelijke leefomgeving door het versterken van groenstructuren, toegankelijke fiets- en wandelpaden, openbare gebouwen en groene speel- en ontmoetingsplekken in alle wijken 16. Bevorderen van biodiversiteit. 17. Een veilige en gezonde leefomgeving. Dit bevordert de samenredzaamheid, onderlinge verbondenheid, inclusiviteit en gaat eenzaamheid tegen. Creëren van ontmoetingsplekken is daarom een belangrijk aandachtspunt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld Geconcludeerd wordt dat het voornemen voldoet aan de kaders zoals deze in de Omgevingsvisie Groen en Verbonden Oost Gelre zijn opgesteld. 4.5.2

Woonvisie 2023-2027 ‘Ruimte voor groei’

4.5.2.1 Algemeen Op 4 juli 2023 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de Woonvisie 2023-2027 ‘Ruimte voor groei’ vastgesteld. De rijksoverheid heeft de landelijke woondeal vastgesteld. Deze is vertaald in de regionale woonagenda. Hieruit is de lokale woonvisie voor Oost Gelre ontstaan in samenwerking met andere gemeenten in de regio. In deze woonvisie staat hoe in Oost Gelre de lokale uitdagingen op de woningmarkt opgepakt worden. In de woonvisie komen drie ambities naar voren: 1. Meer woningen bouwen Met de Rijksoverheid is afgesproken dat Oost Gelre tenminste 895 woningen gaat bouwen. De ambitie van de gemeente ligt echter hoger, namelijk in 9 jaar 1.265 woningen bouwen. Dat is 140 woningen per jaar. 2. Meer variatie in woningen Er wordt gericht op de bouw van betaalbare woningen. Een derde van de woningen die gebouwd worden zijn bedoeld voor sociale huur. Nog eens een derde bestaat uit betaalbare koopwoningen tot € 355.000. Verder is er aandacht voor woningen die geschikt zijn voor ouderen (traploos, levensloopbestendig) en voor kortere perioden (flexwonen). 3. Duurzaamheid, natuur en klimaat Aansluiting wordt gezocht bij het advies van de Rijksoverheid. Regenwater wordt opgevangen, vastgehouden en afgevoerd. Dat voorkomt droogte en wateroverlast. Hitte wordt beperkt door verharding waar kan te vervangen voor groene oplossingen.

Tot slot is er aandacht voor CO2uitstoot, verduurzaming van bestaande woningen en een combinatie van circulair en natuurinclusief bouwen. 4.5.2.2 Toetsing van het voornemen aan de Woonvisie 2023-2027 Het plan voorziet in het bouwen van een aanzienlijk aantal woningen op een duurzame, klimaatbestendige manier. Er wordt voorzien in een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen. Het plan levert een bijdrage aan de woningbehoefte op kwantitatief en kwalitatief gebied. In de in bijlage 2 opgenomen laddertoets is hier in detail op ingegaan. Kortheidshalve wordt naar deze bijlage verwezen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen aansluit bij de Woonvisie 2023-2027. 4.5.3

Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de Eefseler Esch wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit betreft een wijziging op de Welstandsnota.

De te realiseren woningen zullen conform dit beeldkwaliteitsplan worden gerealiseerd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld 4.5.4

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.

Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma. In voorliggend geval zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 5.7 wordt hier nader op ingegaan. 4.5.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het voornemen aansluit bij de kader zoals deze zijn gesteld in het relevante gemeentelijke beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld

Hoofdstuk 5

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

Fysieke leefomgeving

In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu stelt afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. De geluidsgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.21 Bkl. Het betreffen gebouwen of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met de in paragraaf 5.1.4.2 Bkl opgenomen instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.21 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen en stiltegebieden gelden op basis van artikel 7.11 Bkl specifieke regels. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties zelf de mate van bescherming tegen geluid. 5.1.2

Onderzoek

Het voornemen voorziet in de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen. Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied. Dit is een gebied waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Wegen, spoorwegen en industrieterreinen hebben een geluidsaandachtsgebied. Verder kan geluidhinder worden ondervonden als gevolg van omliggende bedrijvigheid. Hierna worden deze aspecten behandeld voor de beoogde ontwikkeling. Geluid door wegen en spoorwegen De geluidsaandachtsgebieden van Rijks-, provinciale, gemeente-, waterschaps- en spoorwegen worden opgenomen in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Indien door de wegbeheerder nog geen geluidaandachtsgebieden zijn berekend gelden de volgende afstanden: • • •

voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en; voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m.

De dichtstbijzijnde spoorlijn bevindt zich op ruim 11 kilometer afstand. Het plangebied bevindt zich daarnaast wel binnen het geluidsaandachtsgebied van enkele wegen, waaronder de N319. Hierom is een akoestisch onderzoek naar het geluid door wegen uitgevoerd om te beoordelen of ter sprake van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- leefklimaat. Daarnaast zorgt de ontwikkeling ook voor een toename van het aantal verkeersbewegingen, wat in het kader van geluid kan zorgen voor een indirecte toename op de geluidbelastende op omliggende woningen. Beide aspecten zijn onderzocht in het in bijlage 3 opgenomen akoestisch onderzoek. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste resultaten van dit onderzoek. Uit het onderzoek is het volgende gebleken ten aanzien van de nieuwbouw:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Groenlo, Eefseler Esch Vastgesteld • •

•

Het geluid van gemeentelijke wegen voldoet bij de nieuwe woningen aan de wettelijke standaardwaarde van 53 dB. De wet stelt voor deze geluidbronsoort geen aanvullende eisen ten aanzien van het nieuwbouwplan; Het geluid van provinciale wegen is bij 55 nieuwe woningen en het appartementengebouw aan de noordwestzijde van het plangebied hoger dan de wettelijke standaardwaarde van 50 dB en bij 15 woningen ook hoger dan de wettelijke grenswaarde van 60 dB. Het is wettelijk verplicht om voor deze woningen geluidbeperkende maatregelen te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat het niet mogelijk is om met bron- en overdrachtsmaatregelen de overschrijdingen weg te nemen. Wel kunnen de overschrijdingen van de grenswaarde (deels) worden weggenomen: o Door een bronmaatregel in de vorm van akoestisch geoptimaliseerd SMA toe te passen, zijn er geen woningen meer waar de grenswaarde wordt overschreden. o Door een WHIS-wall langs de N319 te plaatsen, blijven er 7 woningen over waar de grenswaarde wordt overschreden op de tweede verdieping (zolder). De gevel die naar de N319 is gericht dient dan uitgevoerd te worden als ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’.

Voor de woningen waar de overschrijding van de wettelijke standaardwaarde niet kan worden weggenomen met bron- of overdrachtsmaatregelen, is het nodig om: o Voorwaarden in het omgevingsplan op te nemen ten aanzien van geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimtes; o Het gezamenlijke geluid in het omgevingsplan op te nemen;

Uit het onderzoek is het volgende gebleken ten aanzien van bestaande geluidgevoelige gebouwen: • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16271520/1