CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

rpw achterhoek 2024-2028

Gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Regionaal Programma Werklocaties 2024 - 202819.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028 De zeven gemeenten in de Achterhoek en provincie Gelderland Rotterdam, 27 november 2023

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028 De zeven gemeenten in de Achterhoek en provincie Gelderland Rotterdam, 27 november 2023 Auteur: Luc Heestermans Dennis de Koning

Project: HEE/NZ1003924rap

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Inhoudsopgave Samenvatting......................................................................................................5 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ...................................................................................................7 Doel van het Regionaal Programma Werklocaties ........................................... 7 Inhoud van het Regionaal Programma Werklocaties ....................................... 7 Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2019-2023 .......................... 8 Leeswijzer ......................................................................................................... 8

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Het economisch profiel van de Achterhoek ..........................................9 Inleiding ............................................................................................................. 9 Naoberschap en aanpakken ............................................................................. 9 Innovatieve maakindustrie, agrifood, handel, zorg en bouw .......................... 10 De regionale bedrijventerreinenstructuur ........................................................ 11 Werkmilieus ..................................................................................................... 12 Governance: Thematafels ............................................................................... 12 De Achterhoekse economie in 2030 ............................................................... 12

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

De ruimte op bedrijventerreinen .......................................................... 14 Inleiding ........................................................................................................... 14 Terugblik op de periode 2019-2023 ................................................................ 14 Beschikbaar aanbod en opties per werkmilieu ............................................... 16 Mogelijkheden voor inbreiding ........................................................................ 18 Toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen ............................................. 19 Uitbreidingsplannen ........................................................................................ 20 Conclusie ......................................................................................................... 22

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Ruimtebehoefte op bedrijventerreinen................................................23 Inleiding ........................................................................................................... 23 Uitbreidingsvraag ............................................................................................ 23 Vervangings- en verplaatsingsvraag............................................................... 24 Totale ruimtebehoefte 2023 t/m 2030 en doorkijk naar 2040 ......................... 24 Conclusie ......................................................................................................... 25

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Balans tussen vraag en aanbod .......................................................... 26 Inleiding ........................................................................................................... 26 Balans in scenario Hoog ................................................................................. 26 Vraag en aanbod per gemeente ..................................................................... 27 Conclusie ......................................................................................................... 27

/3

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Programmering en beleidsafspraken ..................................................29 Uitgangssituatie ............................................................................................... 29 Uitvoering van het RPW .................................................................................. 29 Regionale afspraken ten aanzien van bedrijventerreinen .............................. 30 Hoe stemmen we met elkaar af? .................................................................... 34 Programmering per gemeente ........................................................................ 35 Afwegingskader voor individuele initiatieven op bedrijventerreinen ............... 53

Bijlage 1 – Werkmilieus....................................................................................54 Definitie werkmilieus .................................................................................................... 54 Vestigingseisen per werkmilieu ................................................................................... 55 Bijlage 2 – Aanbod per gemeente ...................................................................57 Aalten ......................................................................................................................... 57 Berkelland .................................................................................................................... 58 Bronckhorst.................................................................................................................. 59 Doetinchem.................................................................................................................. 60 Oost Gelre ................................................................................................................... 61 Oude IJsselstreek ........................................................................................................ 62 Winterswijk...................................................................................................................

63 Bijlage 3 – Inspiratie duurzame bedrijventerreinontwikkeling ......................64

/4

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Samenvatting

Doel van het Regionaal Programma Werklocaties In dit Regionaal Programma Werklocaties maken de gemeenten in de Achterhoek regionale programmeringsafspraken met als doel te voorzien in een toekomstbestendige bedrijventerreinen-voorraad om vanuit ruimtelijk-economisch perspectief bij te dragen aan een sterke en toekomstbestendige regionale economische structuur. Inhoud van het Regionaal Programma Werklocaties De afspraken gelden voor de periode 2024 tot en met 2028 en zijn bedoeld om te voorzien in de ruimtebehoefte voor de periode 2023 tot en met 2030, en kijken tevens vooruit naar de periode tot en met 2040. Met ruimtebehoefte wordt gedoeld op zowel de kwantiteit – de omvang van de ruimtebehoefte per werkmilieu in hectare – als de kwalitatieve ruimtebehoefte – de uitstraling en toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen. De afspraken hebben eveneens betrekking op de wijze waarop de gemeenten onderling afstemmen over initiatieven op en ontwikkeling van bedrijventerreinen. De economische structuur van de Achterhoek De economie van de Achterhoek kenmerkt zich door sterke, lokaal gewortelde bedrijven die dankzij hun innovatiekracht vaak nationale en internationale spelers zijn. De gemeenschapszin in de Achterhoek is ook terug te zien in de vele lokale en regionale toeleveranciersrelaties en de sterke regionale organisatiegraad van ondernemers.

De economie van de Achterhoek is een dynamische mix van innovatieve bedrijven in de maakindustrie, agrifoodsector, bouw, zorg en handel. Bedrijven zijn vooruitstrevend en dragen op verschillende manieren bij aan de maatschappelijke en ruimtelijk-economische transities. In ruimtelijke zin bestaat de Achterhoek uit zeven gemeenten die gecentreerd zijn rondom een of meerdere grotere kernen met daaromheen enkele dorpen. De grotere kernen hebben vrijwel allemaal meerdere bedrijventerreinen met sterke lokaal gewortelde bedrijven die variëren in schaalgrootte. Dit zijn de lokale bedrijventerreinen. Daarnaast is in zowel de OostAchterhoek als de West-Achterhoek een regionaal bedrijventerreinen voor bedrijven die de schaal en aard van het lokale bedrijventerrein ontgroeien en voor bedrijven die zich van buiten de regio in de Achterhoek willen vestigen. Dit zijn respectievelijk de Laarberg en A18Bedrijvenpark. Ondernemers zoeken vaak andere ondernemers op met vergelijkbare vestigingseisen, in bijvoorbeeld sector, bedrijfsgrootte, herkomst en lokale binding. Dit noemen we het werkmilieu. De bedrijventerreinen in de Achterhoek bieden ruimte aan de werkmilieus: • (Maak)industrie; • Agrifood; • Klassiek-gemengd; • Logistiek.

/5

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Ruimtebehoefte en beschikbare ruimte op bedrijventerreinen in de Achterhoek De totale oppervlakte aan bedrijventerreinen in de Achterhoek bedraagt ruim 1.400 hectare. Daarvan is in theorie nog 105 hectare uitgeefbaar aanbod. Een aanzienlijk deel daarvan is echter reeds gereserveerd of in optie, waardoor het vrij beschikbare aanbod kleiner is. Daartegenover staat voor de periode 2023 t/m 2030 een verwachte ruimtebehoefte van in totaal 179 hectare. De ruimtebehoefte bestaat uit 138 hectare uitbreidingsvraag en 41 hectare vervangingsvraag. De doorkijk naar de periode 2031 t/m 2040 laat zien dat er ook na 2030 nog groei wordt verwacht van bedrijven op bedrijventerreinen. De uitbreidingsvraag ligt in die periode in de bandbreedte tussen 45 en 185 hectare. De afspraken in dit RPW zijn gebaseerd op de ruimtebehoefte in de periode tot en met 2030. Conform het advies in de Behoefteraming Bedrijventerreinen Provincie Gelderland 2023 t/m 2030 gaan de gemeenten in de Achterhoek voor die periode uit van scenario Hoog. Omdat het ontwikkelen van bedrijventerreinen vaak gaat over een periode van 10 jaar of langer, wordt in de programmering ook voorzichtig rekening gehouden met de verwachte groei in de periode na 2031 t/m 2040. Programmering Uit de analyse van de balans tussen vraag en aanbod blijkt dat er in alle gemeenten behoefte is aan uitbreiding in de periode tot 2030.

De verwachte groei in de periode 2031 t/m 2040 maakt dat gemeenten in hun programmering ook – gefaseerd en realistisch – voorbereid moeten zijn om na 2030 ruimtevraag te kunnen huisvesten. Naast het voorzien in de kwantitatieve uitbreidingsbehoefte investeren gemeenten samen met ondernemers in de opgaven die bijdragen aan de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen op het gebied van energievoorziening, circulaire economie, groen en water, en mobiliteit. De programmering bestaat uit twee delen: de regionale beleidsafspraken en de programmering. Bij regionale beleidsafspraken is vastgelegd onder welke voorwaarden nieuwe initiatieven en nieuwe ontwikkelingen uitgevoerd kunnen worden, op welke wijze daar regionale afstemming over plaatsvindt en hoe dit wordt vastgelegd. In de programmering is per gemeente en voor de regionale bedrijventerreinen uitgewerkt hoeveel additionele ruimtebehoefte er is in de periode 2023 t/m 2030 en geeft daarbij tevens een doorkijk naar 2040. Daarmee wordt dus inzichtelijk hoeveel ruimte per gemeente en op de regionale bedrijventerreinen moet worden gerealiseerd om te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte. In de programmering is nadrukkelijk ook aandacht voor de toekomstbestendigheid en optimalisatie van het ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen.

/6

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

1

Inleiding

1.1 Doel van het Regionaal Programma Werklocaties Doel van het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) is om vanuit ruimtelijk-economisch perspectief bij te dragen aan een sterke en toekomstbestendige regionale economische structuur. Het RPW dient dat doel door regionaal overleg over de ontwikkeling van bedrijventerreinen, vestigings-vraagstukken op bedrijventerreinen en de kwalitatieve opgave op bedrijventerreinen te stimuleren. Het RPW staat daarbij uiteraard niet op zichzelf, maar is een van de puzzelstukken in de ruimtelijke puzzel die gelegd wordt met verschillende – onderling verbonden – ruimtevragers. Daaraan wordt door de betrokken gemeenten1 en andere belanghebbenden in de Achterhoek invulling gegeven in het Regioarrangement.

1.2 Inhoud van het Regionaal Programma Werklocaties In haar omgevingsverordening vraagt de provincie Gelderland aan gemeentebesturen om in regioverband iedere vier jaar een RPW op te stellen voor de typen werklocaties waarvan door Gedeputeerde Staten voor die regio is aangegeven dat daarover regionale afspraken nodig zijn2. Voor de Achterhoek betreft dit de bedrijventerreinen. De afspraken in het RPW zijn zodoende geldig voor vier jaar en worden tussentijds gemonitord. Het ontwikkelen van bedrijventerreinen is echter een langjarig traject en om die reden zijn de afspraken in het RPW gebaseerd op een langjarige prognose van de ruimtebehoefte. In het RPW bestrijkt de behoefteraming de periode 2023 tot en met 2030 en geeft het een doorkijk naar 2040. Aangezien bedrijventerreinenontwikkelingen een periode van 10 jaar bestrijken, is ook die doorkijk naar 2040 van belang. Het RPW is opgebouwd uit meerdere onderdelen en werkt vanuit een ruimtelijk-economische visie op de regio, via inzicht in de kwaliteit en vraag en aanbod op de bedrijventerreinen, toe naar regionale programmeringsafspraken ten behoeve van een toekomstbestendige bedrijventerreinenvoorraad.

1

2

De gemeenten in dit RPW, te weten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk. Omgevingsverordening Gelderland, januari 2023

/7

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

1.3 Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2019-2023 Dit RPW is een vervolg op het RPW Achterhoek voor de periode 2019-2023. Gedurende die periode heeft tweemaal monitoring van de afspraken en de ontwikkelingen op bedrijventerreinen plaatsgevonden. Op basis van de monitoring is geconcludeerd dat het ingezette beleid aansluit bij de ontwikkelingen op de bedrijventerreinenmarkt en dat er behoefte is aan uitbreiding van zowel lokale als regionale bedrijventerrein. De belangrijkste opgaven bij de ontwikkeling van nieuwe en de verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen zijn de energievoorziening en stikstofregels.

1.4 Leeswijzer Het tweede hoofdstuk van dit RPW gaat in op het gewenste ruimtelijk-economisch profiel van de Achterhoek, met daarbij aandacht voor: • het karakter van de Achterhoekse economie en bedrijven; • kenmerkende, sterke clusters en doelgroepen die de Achterhoekgemeenten willen faciliteren; • de regionale bedrijventerreinenstructuur; de manier waarop de Achterhoek georganiseerd is ten aanzien van dit onderwerp (de thematafels). Hoofdstukken drie en vier bieden inzicht in de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de bestaande voorraad, het werkmilieu waaraan de bedrijventerreinen ruimte bieden (het profiel) en de balans tussen vraag en aanbod voor de verschillende werkmilieus. Dat inzicht, in combinatie met de visie uit hoofdstuk twee, vormt de basis voor de laatste twee hoofdstukken. In hoofdstukken vijf en zes wordt via regionale opgaven die voortkomen uit de voorgaande hoofdstukken toegewerkt naar regionale programmeringsafspraken over het toekomstbestendig maken van de bestaande bedrijventerreinen, het in evenwicht houden van vraag en aanbod en welke ingrepen op bestaande en gewenste toevoegingen daarvoor nodig zijn. De programmeringsafspraken gaan in op de randvoorwaarden waarbinnen nieuwe initiatieven kunnen worden ontwikkeld, de rolverdeling en procedure bij de besluitvorming over nieuwe initiatieven, en monitoring.

/8

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

2

Het economisch profiel van de Achterhoek

2.1 Inleiding De Achterhoek is een regio met een eigen economische identiteit: een regio met sterke gemeenschappen in kleinere steden, dorpen en buurtschappen, maar ook dicht bij omliggende grootstedelijke regio’s waarmee ze duidelijk verbonden is. Kenmerkend zijn de middelgrote kernen waar de bedrijvigheid zich concentreert op enkele grote bedrijventerreinen en die het centrum vormen van het omliggend landelijk gebied, dat vooral bestaat uit de landbouw- en natuurgebieden, die het karakteristieke coulisselandschap rondom de net zo karakteristieke eeuwenoude boerderijen en historische stadjes vormen. Qua bedrijvigheid kenmerkt de Achterhoek zich door een sterke innovatieve maakindustrie en agrifoodsector met veel lokaal gewortelde bedrijven die uitgegroeid zijn tot nationale en soms zelfs wereldspelers. Ook de bouwsector manifesteert zich steeds meer als innovatief cluster dat bijdraagt aan oplossingen voor verschillende maatschappelijke opgaven en duurzaamheidstransities. Kenmerkende maatschappelijke waarden in de Achterhoek zijn het verenigingsleven, samenwerken, naoberschap en aanpakken. Dit is terug te zien in de vele familiebedrijven en de mate waarin en manier waarop ondernemers onderling en in samenspel met overheid en onderwijs georganiseerd zijn en laten blijken oog te hebben voor het welzijn van de Achterhoek.

Bovengenoemde aspecten vormen de basis voor de ruimtelijk-economische visie van de Achterhoek.

2.2 Naoberschap en aanpakken Binnen de Achterhoek is er sprake van een sterk regionaal ecosysteem waarin veelal familiebedrijven een sterk regionaal netwerk vormen en er veel met regionale toeleveranciers gewerkt wordt. Dankzij de aanwezigheid van deze bedrijven, die vaak nationale of zelfs mondiale spelers zijn met een uitgebreid Europees of zelfs wereldwijd netwerk, is er niet alleen veel kennis en kapitaal aanwezig in de regio, maar leeft ook de bereidheid om te investeren in de sociaaleconomische ontwikkeling van regio. Dit draagt in grote mate bij aan de innovatiekracht van de Achterhoek. Een innovatieve economie, een mooie leefomgeving en een sterkte cultuur waarin samenwerking en vertrouwen belangrijke kernwaarden zijn: dat zijn de dingen die de Achterhoek typeren. In een veranderende wereld waarin technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen, is het zaak om het aantrekkelijke woon- en werkklimaat te behouden en te versterken. Het is daarom belangrijk om in te spelen op de opgaven waar de regio nu en in de nabije toekomst mee te maken heeft: de druk op de regionale arbeids- en woningmarkt neemt toe, waarbij het woningtekort ervoor zorgt dat bedrijven lastiger personeel kunnen vinden. In positieve zin zorgen arbeidsmarkttekorten voor verdergaande automatisering; dat leidt weer tot een groeiende ruimtevraag op bedrijventerreinen. Er vinden duurzaamheidstransities

/9

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

plaats, waarin natuur en landschap steeds meer leidend zijn bij gebiedsontwikkelingen, al blijft bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Ondernemers, onderwijs en overheid in de Achterhoek zoeken onderlinge samenwerking om deze opgaven aan te pakken. Ondernemers zijn verenigd in lokale industriële kringen en overkoepelend SIKA en VNO-NCW. Dankzij regelmatig contact met de lokale industriële kringen en door middel van thematafels wordt de samenwerking tussen overheid, onderwijs/opleiding en ondernemers gestimuleerd.

2.3 Innovatieve maakindustrie, agrifood, handel, zorg en bouw De economie van de Achterhoek is een dynamische mix van innovatieve en traditionele sectoren, die samen zorgen voor regionale welvaart. Ontstaan vanuit de agrarische sector en de ijzerindustrie, die zich langs de Oude IJssel ontwikkelde, staat de Achterhoek bekend om haar bloeiende, innovatieve maakindustrie en de koppeling daarvan met de sterke agrifoodcluster, waarin zowel maakindustrie, voedselverwerking en transport belangrijke activiteiten zijn. Hiernaast kent de Achterhoek een groeiende reputatie op het gebied van handelsondernemingen en innovatieve zorg- en bouwsector. De (innovatieve) zorgsector vestigt zich op enkele aanwijsbare plekken nabij de stedelijke centra in de regio, zoals in Doetinchem en Winterswijk. Innovatie in de zorg wordt onder meer aangejaagd via de Technologie & Zorg Academie Achterhoek, waarbij onderwijs, zorginstellingen en ondernemers uit de hele Achterhoek zijn aangesloten. De bouwsector schaalt merkbaar op dankzij de verduurzaming van de bouw en dit vraagt ruimte. De regio herbergt de volledige bouwsector van enkele grote bouwbedrijven/ontwikkelaars tot producenten van bouwonderdelen en interieurs. Bedrijven in de Achterhoek dragen bij aan innovatie in de bouwsector door middel van samenwerking, duurzaam bouwen, circulaire bouwmethoden en het testen van nieuwe technologieën.

De kracht van de economie van de Achterhoek ligt in de synergie tussen deze sectoren. Innovatie in de maakindustrie stimuleert de ontwikkeling van nieuwe technologieën en producten, terwijl de agrifoodsector een bijdrage levert aan voedselinnovatie. Tegelijkertijd streeft de bouwsector ernaar te voorzien in innovatieve en duurzame oplossingen die zorgen voor efficiënt en milieuvriendelijk gebruik van grondstoffen, wordt er in de zorgsector gezocht naar innovaties die zorgverleners ontlasten en faciliteren handelsondernemingen de vraag van producenten en consumenten naar grondstoffen, goederen en diensten. De economie van de Achterhoek blijft veerkrachtig en groeit dankzij de voortdurende inzet op innovatie en diversificatie in deze sectoren. Dit bevordert een gunstig ondernemersklimaat, waarin samenwerking en creativiteit worden gestimuleerd.

/ 10

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

2.4 De regionale bedrijventerreinenstructuur 2.4.1 Afspraken over de regionale bedrijventerreinenstructuur In het RPW zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop de ruimtebehoefte van bedrijven op bedrijventerreinen wordt gefaciliteerd. Daarin is afgesproken dat er sprake is van een regionale bedrijventerreinenstructuur met bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijven en twee regionale bedrijventerreinen die ruimte bieden aan een aantal werkmilieus (zie paragraaf 2.5 en Bijlage 1).

2.4.2 De status van de regionale bedrijventerreinen De regionale bedrijventerreinen zijn de aangewezen locaties voor grootschalige initiatieven van buiten de regio en voor lokaal gewortelde bedrijven waarvoor binnen hun kern of gemeente geen geschikte plek meer gevonden kan worden; dit zijn het A18 Bedrijvenpark en de Laarberg. Op het moment dat een van beide terreinen vol raakt, geeft dit aanleiding onderzoek te starten naar een geschikte locatie voor uitbreiding van een regionaal bedrijventerrein (zie Hoofdstuk 6 voor de huidige situatie op beide regionale bedrijventerreinen). Regionale bedrijventerreinen onderscheiden zich van lokale bedrijventerreinen door een overwegend grotere kavelomvang en een hogere milieucategorie. Hiervoor is echter bewust geen harde grens vastgelegd. Het is daardoor mogelijk om ook op lokale bedrijventerreinen grootschalige en/of hogere milieucategorie (hmc)-activiteiten te vestigen. Voorwaarde daarbij is wel dat een bedrijfsvestiging moet passen bij de aard en schaal van het werkmilieu en dat hierover regionale afstemming plaatsvindt. Op die manier faciliteren de gemeenten de uitbreidingsbehoefte van lokaal gewortelde bedrijven en zorgen zij ervoor dat beschikbare (milieu)ruimte (ook op lokale bedrijventerreinen) zoveel mogelijk benut wordt en dat het juiste bedrijf zich op de juiste plek vestigt.

Verdere uitbreiding op of verplaatsing naar een van de regionale bedrijventerreinen komt aan de orde op het moment dat een bedrijf de aard en schaal van het lokale bedrijventerrein binnen afzienbare termijn ontgroeit. In dat geval ontstaat op het lokale terrein weer ruimte voor uitbreiding of vestiging van andere lokaal gewortelde bedrijven. Voor zowel de regionale als lokale bedrijventerreinen is afgebakend op welke doelgroepen zij zich richten: • A18 Bedrijvenpark Noord3 richt zich op grote ruimtevragers om de doorgroei van lokale maakindustrie (inclusief hmc-activiteiten), logistieke en handelsbedrijven en klassiekgemengde bedrijven met een grote ruimtevraag mogelijk te maken. Kleinschalige ruimtevragers kunnen hier enkel terecht waar dit passend is voor de ruimtelijke afronding van het terrein; • De Laarberg richt zich eveneens op grotere ruimtevragers met focus op agrifood en daaraan gerelateerde maakindustrie en klassiek-gemengde bedrijven met een grote ruimtevraag. Kleinschalige ruimtevragers kunnen hier enkel terecht waar dit passend is voor de ruimtelijke afronding van het terrein;

3

A18 Bedrijvenpark Zuid is volledig uitgegeven.

/ 11

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

•

De doelgroep van de bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijven hangt samen met het werkmilieu dat op die locaties geboden wordt. Op welke locaties de verschillende werkmilieus te vinden zijn, is per gemeente terug te vinden in Bijlage 2.

2.5 Werkmilieus Voor een goed inzicht in de balans tussen vraag en aanbod is het belangrijk te kijken naar de vestigingseisen van de verschillende typen ondernemers op bedrijventerreinen. Ondernemers zoeken vaak andere ondernemers op met vergelijkbare vestigingseisen, in bijvoorbeeld sector, bedrijfsgrootte, herkomst en lokale binding. Om het belang van deze vestigingsfactoren op de balans tussen vraag en aanbod te duiden, hebben we vraag en aanbod op bedrijventerreinen in de Achterhoek onderverdeeld in de volgende werkmilieus: • (Maak)industrie; • Logistiek; • Agrifood; • Klassiek-gemengd; De werkmilieus sluiten aan op de door de regio opgestelde ruimtelijke en sociaaleconomische beleidsdoelstellingen. Dit geeft houvast voor de match tussen de ruimtevraag voor de periode 2023-2030 en de periode 2031-2040 en het daarvoor in de regio beschikbare aanbod. De werkmilieus zijn beschreven in Bijlage 1.

2.6 Governance: Thematafels Binnen de 8RHK Ambassadeurs hebben ondernemers, organisaties en overheid de krachten gebundeld om de kwaliteit van leven en werken in de Achterhoek te vergroten. Vanuit zes thematafels wordt gewerkt aan de ambities van de Achterhoek Visie 2030. Zo richt de Thematafel Smart werken & Innovatie zich op het versterken van de samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid, en thematafel Circulaire Economie & Energietransitie (CEE) richt zich op het volledig overstappen naar duurzame energiebronnen, circulair ondernemen en kringlooplandbouw. Dit doen de gemeenten in de Achterhoek niet alleen, maar in samenwerking met ondernemersgroepen zoals Samenwerkende Industriële Kringen Achterhoek (SIKA) en het VNO-NCW. Daarbij dient benadrukt te worden dat het RPW niet onder een van de Thematafels valt, maar door de gemeenten en provincie wordt opgesteld en uitgevoerd middels het ambtelijk en bestuurlijk RPW-overleg. De Industriële Kringen worden daarbij met enige regelmaat geconsulteerd.

2.7 De Achterhoekse economie in 2030 De bredere sociale, maatschappelijke en economische context voor het regionale programma werklocaties vloeit voort uit de Achterhoek Visie 2030. Waar wil de Achterhoek naar toe en hoe draagt de ontwikkeling van werklocaties (bestaand en nieuw) hieraan bij?

/ 12

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Brede welvaart en duurzame ontwikkeldoelen In de ontwikkeling van de Achterhoek staat Brede Welvaart, het algehele welzijn van de inwoners, voorop. De Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties geven hierin richting. De Achterhoek is de eerste SDG-regio van Nederland, met concrete focus op de volgende duurzame ontwikkeldoelen: • SDG 17 - Partnerschap om doelstellingen te bereiken; • SDG 8 - Eerlijk werk en economische kansen; • SDG 9 - Industrie, innovatie en infrastructuur; • SDG 11 - Duurzame steden en gemeenschappen; • SDG 12 - Verantwoorde consumptie en productie. Ruimte voor innovatie, groeien in kwaliteit In 2030 heeft de Achterhoek een nog sterker bloeiende en innovatieve economie, uitgaande van eigen kracht en met een aantrekkelijke arbeidsmarkt. Er is een duurzaam werk-, leer-, woon- en leefklimaat, met gezonde inwoners. De Achterhoek is een: • slimme, productieve regio; • breed gekwalificeerde regio; • goed bereikbare regio; • duurzaam schone regio; • aantrekkelijke woonregio; • leven-lang gezonde regio. De Achterhoek ontwikkelt en implementeert de productie van de toekomst door middel van technologische innovatie. Met sociale innovatie wordt gewerkt aan inventief vakmanschap en de werknemers van de toekomst. Ook wordt gewerkt in een open innovatiesysteem, binnen en buiten de regio en binnen en tussen sectoren.

Het Regionaal Programma Werklocaties draagt samen met de Thematafels bij aan de concrete doorvertaling van de ontwikkeldoelen uit de Achterhoekvisie 2030. De hierin beoogde duurzame innovatie vraagt om hoogwaardige werklocaties met voldoende ruimte voor groei en die in balans met haar leefomgeving zijn.

/ 13

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

3

De ruimte op bedrijventerreinen

3.1 Inleiding Een hoge kwaliteit en toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinenvoorraad is essentieel voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Daarbij hoort ook de beschikbaarheid van voldoende ruimte om de (uitbreidings-)behoefte van lokale en regionale ondernemers te kunnen faciliteren. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de beschikbaarheid van ruimte voor de werkmilieus die de gemeenten in de Achterhoek willen faciliteren en de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de bestaande voorraad. De behoefte aan ruimte komt in het tweede deel van het hoofdstuk aan bod. De bedrijventerreinenvoorraad in de Achterhoek heeft een totale omvang van ruim 1.400 hectare. Op peildatum 1 januari 2023 is hiervan ruim 1.300 hectare uitgegeven. In totaal is er nog ongeveer een aanbod van 105 hectare uitgeefbaar terrein. Een aanzienlijk deel daarvan is reeds gereserveerd of in optie, waardoor het vrij beschikbare aanbod kleiner is. Om die reden doen meerdere gemeenten onderzoek naar uitbreiding.

3.2 Terugblik op de periode 2019-2023 3.2.1 Historische uitgifte op bedrijventerreinen in de Achterhoek Gemiddelde jaarlijkse uitgifte In Figuur 3.1 is de historische uitgifte van bedrijventerreinen in de Achterhoek weergegeven. Sinds het jaar 2000 is de gemiddelde jaarlijkse uitgifte van bedrijventerreinen in de Achterhoek 13,6 hectare. In de periode van het RPW Achterhoek (2019-2023) bedraagt de gemiddelde jaarlijkse uitgifte 16,5 hectare. De uitgifte vanaf 2019 wordt vergeleken met de te verwachten gemiddelde jaarlijkse uitbreidingsvraag over de periode 2023-2030. Hieruit blijkt dat de jaarlijkse uitgifte van de afgelopen vier jaar dichtbij scenario Hoog ligt. Figuur 3.1 Historische uitgifte op bedrijventerreinen in de Achterhoek sinds 2000

Bron: IBIS Gelderland.

/ 14

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Uitgifte per werkmilieu Om beter inzicht te krijgen in wat voor soort bedrijvenkavels zijn uitgegeven in de periode 2019 tot en met 2022 zijn de uitgiftes in deze periode uitgesplitst op werkmilieus (zie Figuur 3.2). In totaal is er in deze periode ruim 66 hectare uitgegeven. Het merendeel van deze uitgiftes betrof bedrijfskavels in de werkmilieus Klassiek-gemengd en (Maak)industrie. Het lagere uitgiftecijfer voor het werkmilieu Logistiek kan onder andere verklaard worden door het relatief beperkte direct beschikbare aanbod voor dit soort bedrijvigheid in de afgelopen jaren, vanwege het feit dat de Achterhoekgemeenten hebben afgesproken in principe geen XXLlogistiek van buiten de regio te huisvesten. Figuur 3.2 Uitgifte per werkmilieu in de periode 2019 tot en met 2022

Bron: IBIS Gelderland.

3.2.2 Conclusie en aanbevelingen monitor RPW 2019-2023 In het RPW 2019-2023 is afgesproken dat de afspraken in het RPW tussentijds gemonitord worden, zodat de gemeenten grip houden op de uitvoering van de afspraken en er, indien ruimtelijk-economische ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, tijdig bijgestuurd kan worden. De monitor heeft zowel in 2021 (uitgebreid) als in 2022 (op hoofdlijnen) plaatsgevonden. De belangrijkste conclusies zijn hier samengevat en dienen als aandachtspunten voor het RPW 2024-2028. RPW-monitor 2021 In de RPW-monitor van 2021 werd geconcludeerd dat “hoewel het aanbod op regionaal niveau voorlopig voldoende lijkt, er in verschillende gemeenten en/of kernen nu al of op korte termijn sprake is van een urgente uitbreidingsbehoefte. In de meeste gevallen valt de oplossing hiervoor binnen de afspraken die in het RPW zijn vastgelegd. Waar dit echter niet het geval is, moet hierover regionale afstemming plaatsvinden.

/ 15

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Het is aan de betreffende gemeenten om in overleg met de regio een keuze te maken over de locatie van eventuele nieuwe ontwikkelingen. Het voorzien in de lokale uitbreidingsbehoefte, voldoende aanbod voor maakindustrie in combinatie met agrifood en blijvende aandacht voor kwalitatieve verbeteringen in de bestaande voorraad zijn daarmee de belangrijkste aandachtspunten in de periode tot 2023.’’ RPW-monitor 2022 De overkoepelende conclusie van de RPW-monitor in 2022 is eensluidend: “Met de wetenschap in het achterhoofd dat in beide scenario’s tekorten [Hoog en Laag] ontstaan, zijn meerdere gemeenten een onderzoek gestart naar potentiële uitbreidingslocaties. De verspreid-liggende locaties moeten met name worden ontwikkeld voor lokale ondernemers en het werkmilieu maakindustrie. Ook dienen de locaties bedrijfsverplaatsingen mogelijk te maken, waardoor bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig gemaakt kunnen worden.” Ecorys adviseerde hierover om deze lijn door te zetten en in te spelen op het tekort dat zich in de komende jaren kan ontwikkelen. Gebrek aan voldoende doorgroeimogelijkheden en een rigide bedrijventerreinenmarkt hebben een negatieve impact op het vestigingsklimaat van de Achterhoek, alsook de lokale economie. Dat dient voorkomen te worden. Bovendien vraagt het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen eveneens extra ruimte.

Ook werden enkele aandachtspunten voor de actualisatie van het RPW geconstateerd: • het belang van actuele en juiste aanbodgegevens; • energietransitie (duurzame en betaalbare energiebronnen) en slimme oplossingen voor netcongestie; • het verduurzamen en toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen; • verder uitwerken van het economisch profiel van de achterhoek en investeren in wonen i.c.m. werken (versterken van de regionale aantrekkingskracht en concurrentiepositie); • mobiliteit en bereikbaarheid (zowel ontsluiting als verbindingen met de Randstad/Duitsland).

3.3 Beschikbaar aanbod en opties per werkmilieu Er is in totaal 105 hectare (direct en niet-direct) beschikbaar aanbod op de bedrijventerreinen in de Achterhoek. Net als in het RPW 2019-2023 wordt de huidige dynamiek gekenmerkt door het relatief grote aantal opties (ruim 40% van het aanbod) op bedrijfskavels. Omdat de mate van concreetheid vaneen optie kan verschillen, is ervoor gekozen opties in te delen in verschillende types: 1. interesse; 2. reserveringsovereenkomst met looptijd; 3. optieovereenkomst; 4. koopovereenkomst/passeren van de koopakte bij de notaris.

/ 16

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Afhankelijk van de mate van concreetheid zijn opties namelijk wel of niet direct beschikbaar voor de markt. Alle concrete opties zijn geregistreerd in IBIS. In Figuur 3.3 zijn het aanbod en de opties per werkmilieu naast elkaar gezet. Hierin staan het donker gearceerde gedeelte voor het direct beschikbare aanbod en het lichter gearceerde gedeelte voor het aanbod in optie. Tabel 3.1 geeft aan hoe dit is verdeeld over de verschillende optietypes. Ten opzichte van het RPW 2019-2023 is het aanbod voor (Maak)industrie en Agrifood toegenomen. Voor het werkmilieu Klassiek-gemengd is het totale aanbod licht afgenomen, maar het aandeel opties gestegen tot bijna de helft van het totale aanbod. Voor de werkmilieus Logistiek geldt dat het gehele aanbod in optie is. Afhankelijk van de mate waarin deze opties daadwerkelijk gelicht worden, kan dit grote consequenties hebben voor de vraagaanbodconfrontatie. Figuur 3.3 Uitgeefbaar aanbod (donker) en opties (licht) per werkmilieu (Peildatum 1 juli 2023)

Bron: IBIS Gelderland.

Opties geven ten eerste aan in welke mate er interesse in de bedrijventerreinen in de Achterhoek is. Een optie betekent bovendien dat een kavel niet direct beschikbaar is voor de markt. De partij met optie heeft immers het eerste recht op koop, in sommige gevallen voor een vooraf vastgestelde looptijd. Een optie betekent niet dat het perceel al is verkocht, want het is mogelijk dat een geïnteresseerde partij meerdere opties heeft in verschillende gemeenten. Opties kunnen dus niet als uitgifte worden beschouwd. Tabel 3.1 Totale omvang per type optie (Peildatum 1 juli 2023).

Type optie

Omvang (ha)

Interesse

0,2 ha

Reserveringsovereenkomst met looptijd

5,0 ha

Optieovereenkomst

33,4 ha

Koopovereenkomst/passeren van de koopakte bij de notaris

12,8 ha

Totaal Bron: Inventarisatie bij gemeenten.

52 ha

/ 17

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

3.4 Mogelijkheden voor inbreiding Alle gemeenten verkennen en onderzoeken de mogelijkheden om de bestaande bedrijventerreinen beter te benutten door inbreiding, verdichting en/of schuifoperatie. Door middel van verschuiving kan uitbreiding van een reeds in de regio gevestigd bedrijf mogelijk gemaakt worden, terwijl de achterblijvende locatie door andere bedrijven kan worden ingevuld. Tabel 3.2 geeft een overzicht van uitgevoerde en nieuwe activiteiten van gemeenten op dit gebied. Belangrijk aandachtspunt bij de gewenste ingrepen is de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen en uitvoeringscapaciteit. Tabel 3.2 Ontwikkelingen en mogelijkheden voor inbreiding.

Gemeente

Ontwikkeling

Aalten

De gemeente zet zich actief in om verschuivingen binnen bestaand bedrijventerrein mogelijk te maken ten behoeve van uitbreiding van lokale bedrijven. De gemeente neemt daarbij een faciliterende rol aan. Het initiatief ligt bij het bedrijfsleven. Voorbeelden van reeds uitgevoerde inbreidingsproject zijn: •

Beele: gronden van twee verouderde bedrijven aangekocht en na sanering aan Beele verkocht.

•

SABA: SABA opereerde op twee locaties; heeft één daarvan verlaten om aansluitend op de tweede locatie nieuw te bouwen. Gemeente heeft die gronden van verschillende bedrijven aangekocht en na bodemsanering aan SABA doorverkocht. De achtergebleven locatie is deels verkocht aan een bestaand bedrijf, de overgebleven ruimte is te koop als kantoorpand.

Berkelland

De gemeente zet in op het creëren van ruimte op bestaande lokale bedrijventerreinen door overleg met de ondernemer die deels gaat verhuizen (Chiel Meekes) en ondernemer(s) die zelf nog ruimte beschikbaar hebben of kunnen schuiven.

Bronckhorst

De gemeente heeft twee percelen aangekocht die worden herontwikkeld ter bevordering van de verkeerssituatie en het ruimtegebruik op Industriepark Zelhem. Dit levert weliswaar een ruimtelijke verbetering en ruimte voor uitbreiding van een bedrijf op, maar leidt per saldo niet tot ruimtewinst doordat elders openbare ruimte wordt gerealiseerd.

Doetinchem

Verplaatsing van een grote ruimtevrager naar A18 Bedrijvenpark, waarmee op Verheulsweide 8 hectare ruimte vrijkomt voor andere bedrijven. De gemeente onderzoekt bovendien verdere mogelijkheden voor inbreiding en beter benutten van bestaande bedrijventerreinen.

Oost Gelre

De gemeente stelt een subsidieaanvraag op voor toekomstbestendig maken van De Kamp met aandacht voor inbreidingsmogelijkheden (de verwachte ruimtewinst is beperkt).

Oude IJselstreek

De realisatie van het VIP (Varsseveld industriepark) biedt schuifruimte op Hofkamp Zuid en mogelijk andere bedrijventerreinen, waarmee op die locaties 3 tot 5 hectare ruimte ontstaat voor invulling door andere bedrijven. Daarnaast werkt de gemeente aan de revitalisering van IJsselweide (zie ook volgende paragraaf) en actualisatie van het bestemmingsplan De Rieze i.v.m. de bouwhoogte.

/ 18

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Gemeente

Ontwikkeling

Winterswijk

In gemeente Winterswijk zijn enkele voorbeelden: •

Op Veeneslat Zuid heeft inbreiding plaatsgevonden door de ruimte van de gemeentewerf efficiënter in te delen, waardoor het naastgelegen bedrijf kon uitbreiden.

•

Herontwikkeling van De Vlijt, aan de Misterweg naast Obelink, levert circa 8 hectare extra ruimte voor bedrijven op. Dit biedt weer mogelijkheden voor schuifoperaties.

•

Winterwarm is verhuisd naar bedrijvenlandschap Slinge; het achterblijvende terrein heeft nieuwe eigenaren.

Bron: Inventarisatie bij gemeenten.

3.5 Toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen Zoals reeds geconstateerd in hoofdstuk 2 is de organisatiegraad op bedrijventerreinen in de Achterhoek hoog. Dit uit zich in de ruimtelijke kwaliteit van de bedrijventerreinen, die over het algemeen in orde is. Gemeenten en ondernemers leggen zich actief toe op beheer en onderhoud en nemen tijdig maatregelen wanneer de levensfase van een bedrijventerrein hierom vraagt. Toekomstbestendigheid is meer dan alleen ruimtelijke kwaliteit; daarom maakt verduurzaming van de bedrijventerreinen onderdeel uit van de revitaliseringsprogramma’s van de gemeenten. Op meerdere terreinen wordt geïnvesteerd in de toekomstbestendigheid door inzet op de energietransitie en de transformatie naar een groen, gezond en klimaatbestendig bedrijventerrein. Tabel 3.3 geeft per gemeente een overzicht van lopende en nieuwe herstructureringsplannen. Bij de uitvoering van deze plannen is, naast de gemeenten, uitdrukkelijk ook een rol weggelegd voor de vastgoedeigenaren en ondernemers. Gedurende de looptijd van dit RPW kunnen er nog nieuwe initiatieven bijkomen. Tabel 3.3 Herstructureringsplannen per gemeente.

Gemeente Aalten

Ontwikkeling De gemeente onderzoekt de mogelijkheid tot een integraal project toekomstbestendige bedrijventerreinen.

Berkelland

•

Voor Bedrijvenpark Borculo (voorheen Lichtenhorst en Overberkel) is een revitaliseringsplan opgesteld, waarin samen met stakeholders wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig bedrijventerrein.

•

De Jukkenbarg (Eibergen): het meest verouderd. Meerdere onderzoeken hebben uitgewezen dat een kwaliteitsslag op het terrein noodzakelijk en te behalen is. Dit heeft betrekking op de panden en bedrijfspercelen. De openbare ruimte is op orde.

Bronckhorst

De gemeente is bezig met een algemene verkenning naar nut/noodzaak en kansen voor herstructurering. Op basis daarvan wordt bepaald welk terrein aangepakt wordt. •

’t Werkveld Vorden: een van de vragen die daarbij speelt, is hoe om te gaan met woningen op bedrijventerrein ’t Werkveld in Vorden.

•

Voor Industriepark Zelhem ligt er een integrale aanpak ter bevordering van de kwaliteit en het mogelijk maken van inbreiding.

/ 19

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Gemeente Doetinchem

Ontwikkeling •

De Huet & Keppelseweg: beide bedrijventerreinen doorlopen de energietransitie, gefinancierd door verschillende private en publieke partijen.

•

Wijnbergen: het parkmanagement heeft in samenwerking met de HAN het plan Wijnbergen Ontzorgt opgesteld met als doel energiepositief te zijn in 2030. Onderdeel daarvan is realisatie van een solar carport op een carpoolplaats.

•

Verheulsweide: Het Parkmanagement zet, in samenwerking met de gemeente, in op klimaatadaptatie en vergroening. Hierbij is een subsidieaanvraag gedaan voor het provinciale programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen. Ook wordt onderzoek gedaan naar het verbinden van bedrijven met een grote energievraag.

Oost Gelre

•

A18 Bedrijvenpark: binnenkort start een onderzoek naar een Smart Grid.

•

Bedrijventerrein de Huet komt als eerst in aanmerking voor revitalisering.

•

Bij herstructurering speelt de energietransitie een belangrijke rol in Oost Gelre; hierbij wordt de lokale innovatieve industrie betrokken. Ook wordt er nagedacht over de creatie van energiehubs.

•

Samen met ondernemers en de provincie stelt de gemeente een integraal plan op voor toekomstbestendig maken van De Kamp in Lichtenvoorde.

Oude IJsselstreek

•

IJsselweide: de gemeente is aan de slag met de kwaliteitsverbetering van het bedrijventerrein.

•

Akkermansweide: de gemeente zet in op gedeeltelijke transformatie van Akkermansweide. Uitbreiding van de Rieze is hiervoor in beeld als vervangende locatie.

Winterswijk

•

De gemeente werkt samen met ondernemers OostNL en de provincie aan een programma Toekomstbestendige bedrijventerreinen, met aandacht voor thema’s als veiligheid, beeldkwaliteit, klimaat, circulariteit en energietransitie.

•

Veeneslat Zuid: hier is de gemeente samen met ondernemers bezig met de verkenning van een Smart Energy Hub. Energietransitie op basis van individuele businesscases leidt vaak tot sub-optimalisatie. Met een lokaal energiesysteem kan Winterswijk de potentieel beschikbare opwekcapaciteit beter benutten en matchen met de groeiende vraag.

Bron: Inventarisatie bij gemeenten.

3.6 Uitbreidingsplannen Om meer ruimte te creëren voor het vestigen en uitbreiden van bedrijven is er bij de meeste gemeenten sprake van zachte of harde plannen voor ontwikkeling van nieuwe (uitbreidingen) van bedrijventerreinen. In Tabel 3.4 wordt aangegeven hoeveel ruimte er naar schatting wordt toegevoegd in de periode tot en met 2030. De tabel geeft tevens inzicht in de uitbreidingsambities voor de periode tot en met 2040. Uitbreidingsplannen moeten daarbij te allen tijde voldoen aan onderbouwing via de Ladder van duurzame verstedelijking en aan integrale afstemming met andere ruimtelijke opgaven: bodem en water, klimaatadaptatie en landschap, mobiliteit, energie, etc.

/ 20

/ 21

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Tabel 3.4 Uitbreidingsplannen en -onderzoeken voor de periode 2023 t/m 2040.

Gemeente

Ontwikkeling

Omvang

Aalten

Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar mogelijke

8-10 ha t/m 2030

uitbreidingslocaties ten behoeve van schuif- en uitbreidingsruimte. Begin 2024 vindt besluitvorming over het in gang zetten van ontwikkeling van de voorkeurslocatie plaats. Berkelland

Het onderzoek naar uitbreidingslocaties bevindt zich in de verkennende

13,5-18,5 ha t/m

fase. Naar verwachting is de uitkomst hiervan om het doel om in alle 4

2030

grote kernen (Borculo, Eibergen, Neede en Ruurlo) lokale bedrijventerreinen toe te voegen voor voornamelijk lokale ondernemers. Het betreft gemengde, lokaal gewortelde bedrijvigheid en is dus exclusief RBT Laarberg. Bronckhorst

De gemeente oriënteert zich op kleinschalige uitbreidingslocaties bij de kernen, liefst aansluitend op bestaande bedrijventerreinen en/of langs

Ca. 20 ha t/m 2035

corridors. Ook de mogelijke rol van VAB’s daarin is onderdeel van een visie die de gemeente in het najaar van 2023 opstelt. De ambitie is om tot en met 2035 door inbreiding, uitbreiding en benutten van VABs in totaal ca. 20 hectare ruimte te creëren voor bedrijven4. Doetinchem

Naar aanleiding van het onderzoek naar in- en uitbreiding in Doetinchem is een verwachte uitbreidingsbehoefte geraamd van 42 tot 58 hectare

40-110 ha t/m 2040

lokale vraag en een aanvullende regionale vraag van 20 tot 50 hectare tot 2040. Dit maakt dat Doetinchem een zoeklocatie kent van 40 tot 110 hectare om te kunnen blijven voorzien in de regionale ruimtevraag. De gemeente onderzoekt waar eventuele uitbreiding wenselijk is. Dat kan in

Oost Gelre

West-Achterhoek verband zijn. • Voor Lichtenvoorde en Groenlo is een onderzoek gestart naar mogelijke uitbreidingslocaties voor lokale ondernemers. Verder

15-25 ha t/m 2030

wordt onderzocht welke kansen er voor niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied liggen. In beide kernen gezamenlijk wordt voor de periode 2023 tot en met 2030 gezocht naar 0,8 tot 1 ha per jaar, oftewel 6 tot 8 hectare uitbreidingsruimte. •

De gemeenteraad van Oost Gelre moet zich daarnaast nog uitspreken over een eventuele uitbreiding van RBT de Laarberg.

Oude

•

De gemeente bereidt uitbreiding van de Rieze met circa 10 hectare voor, deels als vervangende locatie voor transformatie van

IJsselstreek

10 ha t/m 2030 & 20 ha vanaf 2031

Akkermansweide en deels om toekomstige lokale uitbreidingsvraag te faciliteren. •

In Varsseveld voorziet ontwikkeling van het VIP in uitbreidings- en schuifruimte voor de komende jaren. Vanaf 2030 is nog eens 20 hectare extra ruimte nodig voor maakindustrie.

Winterswijk

Gemeente Winterswijk laat hernieuwd onderzoek uitvoeren naar een nieuwe uitbreidingslocatie.

Bron: Inventarisatie bij gemeenten.

4

Omgevingsprogramma Werklocaties gemeente Bronckhorst, juni 2023.

10 ha t/m 2030 & 10 ha vanaf 2031

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

3.7 Conclusie •

•

•

•

•

De gemiddelde jaarlijkse uitgifte tussen 2019 en 2023 is 16,5 hectare en valt binnen de bandbreedte van scenario’s Hoog en Laag voor de periode 2023 t/m 2030 (EIB laag en hoog). Dit gemiddelde is ondanks corona, geopolitieke ontwikkelingen en stijgende grondprijzen stabiel gebleven. Bijna de helft van het beschikbare aanbod is onder optie. Het aanbod Logistiek is volledig onder optie. Het direct uitgeefbare aanbod is alleen geschikt voor het werkmilieu (Maak)industrie, gevolgd door Klassiek-gemengd en Agrifood. Door de hoge vraagdruk wordt de uitbreidingsbehoefte van bedrijven vaak opgelost door middel van inbreiding. Dit gebeurt meestal op initiatief van de bedrijven zelf, terwijl de gemeente een faciliterende rol heeft. Ook in de komende jaren wordt door ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen schuifruimte gecreëerd. De ruimte die hiermee op het bestaande bedrijventerrein ontstaat, kan worden benut voor uitbreiding van lokaal gewortelde bedrijven. De gemeenten maken kwaliteitsslagen op het gebied van duurzaamheid, energie en klimaatbestendigheid. In alle gemeenten zijn er plannen voor een toekomstbestendige inrichting van een of enkele bedrijventerreinen of worden deze plannen al uitgevoerd. Op veel locaties wordt ingezet op innovatieve oplossingen om de energietransitie te doorlopen en problemen zoals netcongestie aan te pakken.

In de meeste gemeenten is er nog geen sprake van harde uitbreidingsplannen. Wel is er veel onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden en benodigdheden voor uitbreiding.

/ 22

/ 23

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

4

Ruimtebehoefte op bedrijventerreinen

4.1 Inleiding De ruimtebehoefte op bedrijventerreinen in de Achterhoek bestaat uit twee componenten: de uitbreidingsvraag en de vervangings- en verplaatsingsvraag. De uitbreidingsvraag voor de periode 2023-2030 is, met een doorkijk tot 2040, bepaald in de Behoefteraming Bedrijventerreinen Provincie Gelderland 2023-20305. De vervangings- en verplaatsingsvraag is in het onderzoek voor totstandkoming van dit RPW Achterhoek 2024-2028 in overleg met gemeenten inzichtelijk gemaakt.

4.2 Uitbreidingsvraag Provincie Gelderland heeft medio 2023 de Behoefteraming Bedrijventerreinen Provincie Gelderland 2023 t/m 2030 laten vaststellen. Hierin is een prognose opgesteld van de autonome uitbreidingsvraag die op basis van economische groei tot en met 2030 mag worden verwacht. Daarbij wordt gerekend met twee scenario’s voor economische ontwikkeling: scenario Hoog en scenario Laag. De totale uitbreidingsvraag in de Achterhoek t/m 2030 bedraagt 70 ha in scenario Laag en 138 ha in scenario Hoog, wat neerkomt op een gemiddelde jaarlijkse uitbreidingsvraag van 9 tot 18 ha. Conform het advies in de Behoefteraming bedrijventerreinen provincie Gelderland 2023 t/m 2030 baseert de Achterhoek haar programmering op de uitbreidingsvraag volgens scenario Hoog. De werkmilieus Klassiek-gemengd en (Maak)industrie zijn beide goed voor circa een derde van de totale uitbreidingsvraag. De werkmilieus Logistiek en Agrifood zijn samen goed voor een derde van de uitbreidingsvraag (Tabel 4.1). Tabel 4.1 Uitbreidingsvraag per werkmilieu 2023-2030 en 2031-2040.

Werkmilieu

Periode 2023-2030 Uitbreidingsvraag Hoog

Doorkijk 2031 t/m 2040 Jaarlijks per jaar

Uitbreidingsvraag Laag-Hoog

Klassiek-gemengd

53 ha

6,5 ha

11-77 ha

(Maak)industrie

51 ha

6,5 ha

22-65 ha

Logistiek

22 ha

3,0 ha

7-29 ha

Agrifood

12 ha

1,5 ha

5-14 ha

Totaal

138 ha

17,5 ha

45-185 ha

Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen provincie Gelderland 2023-2030.

In de behoefteraming wordt eveneens een doorkijk gegeven naar de mogelijke ontwikkeling in de periode 2031 t/m 2040. Ook in die periode wordt nog groei verwacht. De doorkijk naar 2040 laat zien dat er nog een uitbreidingsvraag verwacht mag worden van 45 tot 185 hectare, wat neerkomt op 5 tot 19 hectare per jaar. Ook de doorkijk is opgenomen in Tabel 4.1. 5

Stec (2023) Behoefteraming bedrijventerreinen provincie Gelderland 2023-2030.

/ 24

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

4.3 Vervangings- en verplaatsingsvraag De vervangings- en verplaatsingsvraag is de ruimtevraag als gevolg van transformatie of herontwikkeling van bestaande locaties. In de regio is dit bekend tot en met 2030. Vervangingsvraag gaat over bedrijven die al gevestigd zijn op een bedrijventerrein en als gevolg van dergelijke ontwikkelingen op zoek zijn naar een vervangende locatie op een bedrijventerrein. Verplaatsingsvraag gaat over bedrijven die niet gevestigd zijn op een bedrijventerrein, maar hier wel naar dienen te verplaatsen. Tabel 4.2 Vervangings- en verplaatsingsvraag 2023-2030

Werkmilieu

Vervangingsvraag

Verplaatsingsvraag

2023-2030

2023-2030

Totale vervangings- en verplaatsingsvraag 2023-2023

Klassiek-gemengd

14 ha

5 ha

19 ha

(Maak)industrie

1,5 ha

17 ha

18,5 ha

Logistiek

-

-

-

Agrifood

3,5 ha

-

3,5 ha

Totaal

19 ha

22 ha

41 ha

4.4 Totale ruimtebehoefte 2023 t/m 2030 en doorkijk naar 2040 De totale ruimtebehoefte is de som van de uitbreidingsvraag en de vervangings- en verplaatsingsvraag. Uitgaande van het scenario Hoog, waarop de Achterhoek zich baseert conform het advies uit de Behoefteraming provincie Gelderland, bedraagt de totale ruimtebehoefte in de periode 2023-2030 in totaal 179 hectare (Tabel 4.3). De doorkijk naar de periode 2031-2040 laat een aanvullende uitbreidingsvraag van 45 tot maximaal 185 hectare zien6 (Tabel 4.4) Tabel 4.3 Totale ruimtebehoefte 2023-2030

Werkmilieu

Uitbreidingsvraag

Vervangings- en

Ruimtebehoefte

Hoog 2023-2030

verplaatsingsvraag

Hoog 2023-2030

2023-2020

6

Klassiek-gemengd

53 ha

19 ha

72 ha

(Maak)industrie

51 ha

18,5 ha

69,5 ha

Logistiek

22 ha

-

22 ha

Agrifood

12 ha

3,5 ha

15,5 ha

Totaal

138 ha

41 ha

179 ha

Dit komt dus boven op de prognose tot en met 2030 en is exclusief vervangings- en verplaatsingsvraag.

/ 25

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Tabel 4.4 Doorkijk naar uitbreidingsvraag in de periode 2031 t/m 2040

Werkmilieu

Ruimtebehoefte

Uitbreidingsvraag

Ruimtebehoefte

Hoog 2023-2030

Laag-Hoog 2031-2040

Laag-Hoog 2023-2040

Klassiek-gemengd

72 ha

11 tot 76 ha

83 tot 148 ha

(Maak)industrie

69,5 ha

22 tot 65 ha

92 tot 135 ha

Logistiek

22 ha

7 tot 29 ha

29 tot 51 ha

Agrifood

15,5 ha

5 tot 14 ha

21 tot 30 ha

Totaal

179 ha

45-185 ha

224 tot 364 ha

4.5 Conclusie Op basis van het advies in de Behoefteraming bedrijventerreinen Gelderland 2023 t/m 2030 van de provincie Gelderland baseert de Achterhoek haar programmering voor de periode tot en met 2030 op de uitbreidingsvraag in scenario Hoog. De totale ruimtevraag, dus uitbreidingsvraag en vervangingsvraag, komt daarmee voor de periode tot en met 2030 uit op 179 hectare. Dit is als volgt verdeeld over de werkmilieus: • Klassiek-gemengd 72 hectare • (Maak)industrie 69,5 hectare • Logistiek 22 hectare • Agrifood 15,5 hectare •

Totaal

179 hectare

Ook in de periode 2031-2040 groeit de vraag naar ruimte. Vanwege de onzekerheidsmarge die hoort bij ver in de tijd vooruitkijken, ligt de te verwachten uitbreidingsvraag voor die periode in een ruime bandbreedte tussen 45 hectare (scenario Laag) en 185 hectare (scenario Hoog). De doorkijk tot en met 2040 is van belang voor gebiedsontwikkelingen die in de RPW-periode 2024-2028 van start gaan. Dat betekent dat de gemeenten in de programmering van bedrijventerreinen ook rekening houden met de bandbreedte van de ruimtebehoefte in de periode 2031 tot en met 2040. De gemeenten spreken af dat zij dit realistisch en gefaseerd doen op basis van de inzichten uit monitoring en vierjaarlijkse actualisatie van het RPW.

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

5

Balans tussen vraag en aanbod

5.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de balans tussen vraag en aanbod. Per werkmilieu wordt voor de periode 2023-2030 inzichtelijk gemaakt wat de situatie is op de Achterhoekse bedrijventerreinmarkt en wordt een doorkijk gegeven naar 2040.

5.2 Balans in scenario Hoog Conform het advies in de Behoefteraming provincie Gelderland 2023 t/m 2030 worden de afspraken in het RPW gebaseerd op de uitbreidingsvraag in scenario Hoog. Voor scenario Laag verwijzen we naar de betreffende rapportage. In de werkmilieus Klassiek-gemengd en Maakindustrie kan een mogelijk tekort niet gecompenseerd worden met het ontwikkelen van de zachte plannen. Zelfs als alle zachte plannen doorgang vinden, dan zou de verwachte vraag het aanbod alsnog overstijgen met maar liefst 41 hectare voor Klassiek-gemengd en 8 hectare voor (Maak)industrie. Voor Logistiek overstijgt het in optie zijnde aanbod nog steeds de ruimtevraag. Als de ruimtevraag afzet zou worden tegen enkel direct beschikbaar aanbod, is er behalve voor Agrifood sprake van een tekort in ieder werkmilieu in scenario Hoog. Figuur 5.1 Vraag-aanbodconfrontatie 2023-2030 – Scenario Hoog

Bron: Ecorys

/ 26

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

5.3 Vraag en aanbod per gemeente 5.3.1 Werkwijze vraag en aanbod per gemeente Bovenstaande vraag-aanbodconfrontatie op regioniveau is tevens voorzien van een doorvertaling naar de balans per gemeente. Deze is te vinden in het volgende hoofdstuk. In deze paragraaf is de werkwijze om te komen tot de gemeentelijke verdeling toegelicht. De uitbreidingsvraag per gemeente is een berekend aandeel van de totale regionale uitbreidingsvraag van 138 hectare in scenario Hoog. Hiervoor is per gemeente het aandeel in werkgelegenheid en uitgegeven ruimte op bedrijventerreinen in de regio gebruikt. De vervangings- en verplaatsingsvraag per gemeente is hierbij opgeteld om tot de totale ruimtevraag te komen. De ruimtevraag is verder gespecificeerd naar lokale ruimtevraag en regionale ruimtevraag, zodat inzichtelijk is hoeveel ruimte er nodig is op de lokale respectievelijk regionale bedrijventerreinen. De ruimtevraag is vervolgens afgezet tegenover het aanbod op lokale bedrijventerreinen per gemeente en de regionale bedrijventerreinen. Het aanbod is opgebou wd uit hard planaanbod (direct beschikbaar en opties) en zacht planaanbod. 5.3.2 Duiding van verschillen met het RPW 2019-2023 In het RPW 2019-2023 is eveneens inzicht gegeven in de balans tussen vraag en aanbod per gemeente. Daaruit volgt een bepaalde omvang ontwikkelruimte per gemeente.

De cijfers in dit RPW 2024-2028 kunnen om een aantal redenen verschillen van de cijfers uit het eerdere RPW: • Er is een nieuwe provinciale behoefteraming opgesteld op basis van een vergelijkbare methodiek, maar wel met actuelere economische prognoses als uitgangspunt. Dat kan leiden tot een andere totale uitbreidingsvraag. Dit betekent eveneens dat de cijfers ten aanzien van ontwikkelruimte in het RPW 2019-2023 hiermee geactualiseerd zijn. • De balans in het RPW 2019-2023 was gebaseerd op de uitbreidingsvraag over de periode 2019 t/m 2030. Dat is een periode van 12 jaar. De doorvertaling in het RPW 2024-2028 gaat uit van de periode 2023 t/m 2030, een periode van slechts 8 jaar dus. Omdat ontwikkeling en uitgifte van een bedrijventerrein vaak een periode van meer dan 10 jaar behelst, wordt er tevens een doorkijk gegeven tot 2040. Daarmee geeft het RPW 20242028 inzicht in de balans en ontwikkelruimte tot en met 2030 en een bandbreedte voor de periode 2031 t/m 2040. • Het tweede onderdeel van de totale ruimtevraag is de vervangings- en verplaatsingsvraag. Ook deze is niet gelijk aan die in het RPW 2019-2023, omdat bepaalde ingrepen inmiddels zijn uitgevoerd of plannen veranderd zijn.

5.4 Conclusie Conform het advies in de Behoefteraming provincie Gelderland 2023 t/m 2030 baseert de Achterhoek haar programmering op de uitbreidingsvraag volgens scenario Hoog. Als gevolg van transformatie en bedrijfsverplaatsingen komt hier nog een vervangings- en verplaatsingsvraag bij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13736850/1