rapportage bronnenstrategie
Tekst van het document
•
1 gebiedje in gemeente Aalten geeft de hybride warmtepomp als meest betaalbare optie. Dit komt omdat de gebouwen in dit gebied veel warmte vragen. De inzet van een MT warmtepomp wordt dan relatief minder interessant.
•
1 gebied boven Groenlo geeft een LT warmtepomp als beste optie: hier liggen goed geïsoleerde woningen.
In bijlage 2 is deze kaart voor elke gemeente weergegeven. Ook is daar de kaart met de laagste TNK te vinden waarbij minder duurzame oplossingen zijn weggelaten.
Per cluster: oplossing met laagste TNK (zonder minder duurzame oplossingen) De kaart rechts toont welke oplossing de laagste nationale kosten heeft, zonder het kostenverschil te tonen.
•
Voor het overgrote deel van de clusters resulteert de individuele lucht-water warmtepomp in de laagste nationale kosten,
•
Let op: Het verschil is voor een aantal clusters in de kernen insignificant (zie groene en lichtgele clusters vorige slide).
•
Voor een paar andere clusters (bedrijventerreinen voornamelijk) komt het klein-collectieve systeem als gunstigste naar voren.
•
Voor twee clusters heeft een collectief systeem de laagste nationale kosten. Één cluster in ‘sHeerenberg en één in Doetinchem centrum.
In bijlage 2 is deze kaart voor elke gemeente weergegeven. Ook is daar de kaart met de voorkeursoplossing mét minder duurzame oplossingen te vinden.
Overzicht in getallen
Voorkeursoplossing met standaard uitgangspunten o.b.v. TNK (excl. warmtepomp MT, HWP, HR)
De grafiek rechts toont hoeveel adressen binnen de gehele Achterhoek een bepaalde voorkeursoplossing hebben en of dit resultaat significant is of niet.
160.000 140.000
Voor ongeveer 1.000 woningen zijn de kosten voor een MT warmtenet op basis van een lokale bron significant goedkoper.
120.000
Aantal adressen
Voor het overgrote deel van de adressen zijn de nationale kosten voor een lage temperatuur individuele lucht-water warmtepomp ( LWP LT) significant lager dan de kosten van andere oplossingen.
Ook blijkt dat voor ca. 11.000 (7%) woningen het verschil in kosten tussen de goedkoopste en een-na-goedkoopste oplossing insignificant groot is. Dit betekent dat ze binnen de onzekerheidsmarge vallen: deze oplossing is minder dan 20% goedkoper dan de volgende oplossing.
100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 MT lokaal
MT maakbaar
LT lokaal
LT ZLT lokaal ZLT maakbaar maakbaar Significant
MT lokaal
MT maakbaar
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal
ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
656
140.752
0
Insignificant
0
311
0
0
0
0
861
9.832
0
Insignificant
KC BWP
LWP LT
BWP
3.3 Resultaten Total Cost of Ownership
Toelichting resultaten Total Cost of Ownership In warmteprogramma’s van elke gemeente komt een inzicht over de totale nationale kosten van de verschillende aardgasvrije oplossingen. Daarnaast is het belangrijk te kijken welke oplossing de laagste Total Costs of Ownership geeft: wat betekent het voor de eindgebruiker om over te stappen. Bij voorkeur maakt een gemeente een gebalanceerde afweging tussen deze twee en relevante andere uitgangspunten zoals mogelijkheid voor inpassing in de woning en wensen van bewoners. In deze paragraaf wordt met twee voorbeeldgebieden toegelicht wat de Total Cost of Ownership zijn per oplossing. Daarna is met kaarten uitgelicht wat deze resultaten zijn voor alle clusters in de 8 Achterhoekse gemeenten voor: • Verschil in TCO tussen goedkoopste individuele en goedkoopste collectieve oplossing: Het is interessant om te zien waar verschillen klein zijn. • Verschil in TCO tussen goedkoopste individuele en goedkoopste collectieve oplossing waarbij minder duurzame oplossingen weg zijn gelaten, net als in paragraaf 3.2. • Per cluster de oplossing met de laagste TCO waarbij minder duurzame oplossingen zijn weggelaten; • Overzicht van per oplossing de aantallen gebouwen in de achterhoek waarvoor dit de laagste TCO geeft. In aparte excelbijlage 6 is per cluster alle informatie te vinden over de total cost of ownership per scenario.
Voorbeelden van TCO resultaten, Groenlo centrum In de grafiek rechts zie je opnieuw een overzicht van de resultaten voor Groenlo centrum. Deze keer geeft de grafiek de Total Cost of Ownership (TCO). De TCO zijn alle kosten en baten voor een eigenaar of bewoner van een pand over 30 jaar voor een bepaalde oplossing.
De kosten van de verschillende scenario’s liggen dichter bij elkaar dan bij de TNK. Dit komt doordat er in de TCO subsidies en belastingen meegenomen worden. Het doel hiervan is om de kostenverschillen te verkleinen en om duurzame alternatieven aan te moedigen.
2.500
2.000
TCO (€/WEQ/jr)
De donkerblauwe kleur is voor de bijdrage aansluitkosten (BAK) voor een warmtenet. De hoogte van de BAK hangt af van hoe goed de business case van het warmtenet is. De lichtblauwe kleur is hier voor de airco. De groene kleuren representeren de kosten voor aanpassingen aan het gebouw en de installatie en de oranje kleuren staan voor de gebruikskosten. Ook kan je de blauwe en groene kleuren zien als investeringskosten en de oranje kleuren als lopende kosten.
Total Cost of Ownership per WEQ per jaar (Binnenstad Groenlo)
1.500
1.000
500
-
BAK
Warmtepomp
Gebouwaanpassingen
Airco
Vastrecht
Inkoop Energie
Voorbeelden van TCO resultaten, buitengebied In het voorbeeld rechts van een buitengebied is opnieuw goed te zien hoe slecht de business case voor een collectief systeem is door de hoogte van de BAK.
Wat opvalt is dat zowel in het buitengebied als in Groenlo Centrum de MT lucht-water warmtepomp als meest betaalbare naar voren komt. Dit geldt voor vrijwel alle gebieden. Dit komt doordat:
•
Deze warmtepomp in aanschaf niet veel duurder is dan een LT lucht-water warmtepomp terwijl het vanwege MT warmtelevering niet nodig is de woning vooraf te isoleren
•
Een warmtepomp is zeer efficiënt in het maken van warmte. Hoewel een LT warmtepomp efficiënter is dan een MT warmtepomp, is de energierekening van een MT warmtepomp nog steeds redelijk laag ten opzichte de rekening bij een collectief MT systeem.
5.000 4.500 4.000 3.500
TCO (€/WEQ/jr)
In tegenstelling tot de kosten voor de collectieve systemen zijn de kosten voor de individuele oplossingen relatief vergelijkbaar met het vorige cluster. Dit komt doordat het niet afhangt van hoe de woningen gepositioneerd zijn, maar alleen van wat voor soort woningen in het cluster staan.
Total Cost of Ownership per WEQ per jaar (Verspreide huizen Brinkheurne en omgeving)
3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 -
MT LT ZLT maakbaar maakbaar maakbaar BAK
Warmtepomp
KC BWP
LWP LT
Gebouwaanpassingen
LWP MT
Airco
BWP
Vastrecht
HWP Inkoop Energie
HR
Per cluster het verschil in TCO voor goedkoopste warmtenet optie en goedkoopste individuele oplossing Wanneer je naar de resultaten voor de hele Achterhoek kijkt, is te zien dat voor meer clusters het verschil tussen collectief en individueel insignificant (< 20%) is: het valt binnen de onzekerheidsmarge. Dit komt met name door subsidies die de kosten voor verschillende oplossingen gelijk trekken. Met name in de verschillende kernen zie je dat collectief er kansrijker uit komt dan wanneer je naar de TNK kijkt. In Winterswijk, Lichtenvoorde, Aalten, Groenlo, Borculo, Ruurlo, Eibergen, Ulft en ‘sHeerenberg zijn er gebieden bij gekomen die nog een voorkeur voor individueel hebben, maar die nu voor een insignificant verschil zorgt. In Didam Centrum valt de voorkeur nu naar collectief, hoewel insignificant, en in Doetinchem heeft het centrum nu een significant verschil in het voordeel van een collectieve oplossing.
Per cluster het verschil in TCO voor goedkoopste warmtenet optie en goedkoopste individuele oplossing, zonder minder duurzame oplossingen (1/2) Wanneer je de relatief betaalbare, minder duurzame individuele oplossingen weghaalt, komen er meer plekken naar voren waar de individuele oplossing insignificant goedkoper is. In de praktijk zou hier het warmtenet even duur kunnen worden. In verschillende kernen is er meer dan één cluster waarvoor dit zo is. Dit geldt met name voor de bedrijventerreinen. Dit biedt kansen om een groter warmtenetgebied te vormen per kern. Dit kan ervoor zorgen dat de kosten voor aanleg van een warmtenet zoals projectmanagement verdeeld worden over een groter gebied wat kan leiden tot een gunstigere business case.
Per cluster: oplossing met laagste TCO
Ten opzichte van de kaart met per cluster de oplossing met de laagste TNK, toont deze kaart een extra cluster waarvoor een warmtenet voor de laagste TCO zorgt (hoewel met een insignificant verschil, zoals we op de vorige pagina’s hebben gezien). Het gaat om het centrum van Didam. Ook zijn er nog een aantal extra gebieden waarvoor de LT warmtepomp beter uitkomt. Het effect van subsidies op isolatie speelt hier een rol.
Per cluster: oplossing met laagste TCO, zonder minder duurzame oplossingen
Ten opzichte van de kaart met per cluster de oplossing met de laagste TNK, toont deze kaart twee extra clusters waarvoor een warmtenet voor de laagste TCO zorgt (hoewel met een insignificant verschil, zoals we op de vorige pagina’s hebben gezien). Het gaat om twee buurten: het centrum van Didam en Winterwijk.
Overzicht in getallen Voorkeursoplossing met standaard uitgangspunten o.b.v. TCO (excl. warmtepomp MT, HWP, HR)
Wanneer je kijkt naar het totale aantal woningen is voor ca. 75% van de woningen een voorkeur voor een individueel systeem op basis van de TCO.
Voor 35.760 woningen, of 23% van het totaal, is de conclusie over de voorkeursoplossing insignificant. Voor ca. 3.500 hiervan is resulteert een collectief systeem in de laagste kosten met een insignificant verschil. Voor deze woningen heeft een collectief systeem met een lokale bron vaker de voorkeur.
140.000 120.000
Aantal adressen
Ten opzichte van de vergelijking op basis van TNK echter, zijn er meer buurten waar het verschil tussen collectief en individueel insignificant geworden is.
160.000
100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 MT lokaal
MT maakbaar
LT lokaal
LT ZLT lokaal ZLT maakbaar maakbaar
Significant
MT lokaal
MT maakbaar
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal
ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
1.856
114.796
0
Insignificant
3.180
311
0
0
0
0
1.820
30.449
0
Insignificant
KC BWP
LWP LT
BWP
3.4 Resultaten gevoeligheidsanalyse
Gevoeligheidsanalyes De scenario’s zijn doorgerekend met gezamenlijk bepaalde uitgangspunten. Dit zijn keuzes of aannames die gemaakt moeten worden om een techno-economische doorrekening te kunnen maken. De uitgangspunten bepalen veel over hoe het technische systeem er uit zal zien en hoe de kosten worden berekend. De uitgangspunten staan echter niet vast en kunnen nog aangepast worden indien gewenst. Om die reden is onderzocht welk effect het aanpassen van een aantal van de belangrijkste uitgangspunten heeft op de resultaten. De meest belangrijke uitgangspunten staan in de tabel rechts vermeld. In de tweede kolom staat wat het uitgangspunt is in de standaard doorrekening. In de meest rechter kolom staat hoe dit uitgangspunt varieert in de gevoeligheidsanalyse. In de komende slides zullen we aantonen in hoeverre de resultaten veranderen wanneer een of meerdere uitgangspunten worden aangepast.
Uitgangspunt
Standaard
Gevoeligheid
Isolatie
Tot wat nodig is
Altijd naar minimaal label B
Piekvoorziening
Groengas
Aardgas
Koeling
Wel meegenomen
Niet meegenomen
Participatiegraad
70%
90%
Warmtetarieven
15% onder ACM tarieven
30% onder ACM tarieven
Gevoeligheidsanalyse – isolatie naar label B (impact op TNK) Het verplicht isoleren tot label B leidt tot hogere gebouwaanpassingskosten in scenario’s waar dat voorheen niet nodig was. Deze kosten worden niet geheel gecompenseerd door de extra energiebesparing en dus lagere inkoop energie. Hierdoor zijn gebieden die voorheen financieel voordelig waren voor collectieve warmteoplossingen nu minder gunstig geworden. Dit betekent dat de situatie voor individuele oplossingen gunstiger geworden is. De klein collectieve bodemwarmtepomp blijft interessant omdat isoleren naar label B sowieso al nodig was voor dit scenario.
MT lokaal MT maakbaar Standaard
Gevoeligheid
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
656
140.752
0
Insignificant
0
311
0
0
0
0
861
9.832
0
Significant
0
0
0
0
0
0
1.000
148.480
0
Insignificant
996
0
0
0
0
0
828
2.104
0
Gevoeligheidsanalyse – isolatie naar label B, impact op TCO MT lokaal MT maakbaar
De gevoeligheidsanalyse toont een vergelijkbaar effect op de TCO als op de TNK. Er zijn meer gebouwkosten voor de bewoners. Door altijd te isoleren tot label B in plaats van wat nodig is, verschuift de economische haalbaarheid voor collectieve oplossingen. Hierdoor zijn nu meer gebieden significant goedkoper voor individuele warmteoplossingen.
Standaard
Gevoeligheid
Voorkeursoplossing TCO - Minimaal label B (excl. warmtepomp MT, HWP, HR) 160.000 140.000
Aantal adressen
120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar KC BWP Standaard - Significant
Standaard - Insignificant
Min B - Significant
LWP LT
Min B - Insignificant
BWP
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
1.856
114.796
0
Insignificant
3.180
311
0
0
0
0
1.820
30.449
0
Significant
0
0
0
0
0
0
3.103
120.752
0
Insignificant
1.456
0
0
0
0
0
884
27.213
0
Gevoeligheidsanalyse – aardgas piek – effect op TNK De gevoeligheidsanalyse onderzoekt de impact van het gebruik van aardgas in plaats van groengas voor de piekvraag van warmtenetten. Omdat aardgas goedkoper is, dalen de kosten voor collectieve systemen aanzienlijk. Hierdoor zijn er meer clusters waar collectieve warmteoplossingen (Let op: voor de periode tot 2050) goedkoper zijn dan individuele oplossingen. Bovenal is in veel clusters waar individuele opties voorheen veel goedkoper waren, het verschil in kosten nu insignificant geworden. Voorkeursoplossing TNK - Aardgas piek (excl. warmtepomp MT, HWP, HR)
160.000 140.000
Aantal adressen
120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0
MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar KC BWP
Standaard - Significant
Standaard - Insignificant
Aardgas piek - Significant
LWP LT
BWP
Aardgas piek - Insignificant
MT lokaal MT maakbaar Standaard
Gevoeligheid
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
656
140.752
0
Insignificant
0
311
0
0
0
0
861
9.832
0
Significant
996
0
0
0
0
0
610
126.056
0
Insignificant
0
797
0
0
0
0
784
24.165
0
Gevoeligheidsanalyse – aardgas piek – effect op TCO Wat betreft de TCO is niet direct een verschil te zien. De kosten zijn wel veranderd, maar het is niet genoeg om een cluster van individueel naar collectief of insignificant naar significant te veranderen. Dit komt ook doordat de subsidies delen van de kostenveranderingen kunnen opvangen. Sommige subsidies voor warmtenetten zijn gebaseerd op de onrendabele top. Als deze verandert kan de hoeveelheid verkregen subsidie veranderen en daarmee de kosten voor de eindgebruiker gelijk blijven. Voorkeursoplossing TCO - Aardgas piek (excl. warmtepomp MT, HWP, HR) 160.000 140.000
Aantal adressen
120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0 MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar KC BWP Standaard - Significant
Standaard - Insignificant
Aardgas piek - Significant
LWP LT
BWP
Aardgas piek - Insignificant
MT lokaal MT maakbaar Standaard
Gevoeligheid
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
1.856
114.796
0
Insignificant
3.180
311
0
0
0
0
1.820
30.449
0
Significant
996
0
0
0
0
0
1.856
114.796
0
Insignificant
3.180
311
0
0
0
0
1.820
30.449
0
Gevoeligheidsanalyse – geen koeling – effect op TNK In deze doorrekening nemen we geen koeling mee. Dit heeft de grootste impact op de oplossingen zonder warmtepomp. Met een warmtepomp kan namelijk inherent gekoeld worden. Voor de andere oplossingen moet er een airco aangeschaft worden.
MT lokaal MT maakbaar Standaard
Gevoeligheid
Er is wel een verschil tussen welke warmtepomp. Bodem warmtepompen en warmtepompen aangesloten aan een bronnet kunnen veel efficiënter koelen dan een luchtwater warmtepomp. Voorkeursoplossing TNK - Geen koeling (excl. warmtepomp MT, HWP, HR) 160.000 140.000
Aantal adressen
120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0
MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar KC BWP
Standaard - Significant
Standaard - Insignificant
Geen koeling - Significant
LWP LT
BWP
Geen koeling - Insignificant
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
656
140.752
0
Insignificant
0
311
0
0
0
0
861
9.832
0
Significant
996
0
0
0
0
0
226
125.955
0
Insignificant
0
589
0
0
0
0
32
25.610
0
Gevoeligheidsanalyse – geen koeling – effect op TCO Wanneer koeling niet wordt meegenomen, komen er veel meer clusters naar voren waar collectief kansrijk is. Ook zijn er veel meer woningen (20.000) waarvoor het verschil insignificant geworden is.
MT lokaal MT maakbaar
Aantal adressen
BWP
0
0
0
1.856
114.796
0
Insignificant
3.180
311
0
0
0
0
1.820
30.449
0
Significant
1.456
0
0
0
0
0
610
93.624
0
Insignificant
6.793
1.121
0
0
0
0
182
49.622
0
120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000
Geen koeling - Significant
LWP LT
0
140.000
Standaard - Insignificant
KC BWP
0
160.000
Standaard - Significant
ZLT lokaal ZLT maakbaar
996
Voorkeursoplossing TCO - Geen koeling (excl. warmtepomp MT, HWP, HR)
MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar KC BWP
LT maakbaar
Significant
Standaard
Gevoeligheid
0
LT lokaal
LWP LT
BWP
Geen koeling - Insignificant
Gevoeligheidsanalyse – participatiegraad – effect op TNK De participatiegraad is belangrijk voor de haalbaarheid van een warmtenet. Een verhoging van 70% deelname naar 90% maakt het gemiddeld per woning goedkoper. Voor ca. 10.000 woningen wordt het verschil tussen individueel en collectief daardoor insignificant. Het effect van participatiegraad kan soms gedempt worden, omdat in de modelmatige berekening de kosten van de energiecentrale mee schalen met het aantal afnemers. Meer afnemers kan dus ook meer kosten in de energiecentrale betekenen. Het heeft vooral een voordelig effect wanneer er hoge vaste kosten zijn, zoals een lange bronafstand. Dat is in deze scenario’s meestal niet het geval.
MT lokaal MT maakbaar Standaard
Gevoeligheid
LT lokaal
LT maakbaar
ZLT lokaal ZLT maakbaar
KC BWP
LWP LT
BWP
Significant
996
0
0
0
0
0
656
140.752
0
Insignificant
0
311
0
0
0
0
861
9.832
0
Significant
996
0
0
0
0
0
525
132.493
0
Insignificant
0
512
0
0
0
0
869
18.013
0
Gevoeligheidsanalyse – participatiegraad – effect op TCO MT lokaal MT maakbaar
Voor de TCO zie je dat voor 25.000 extra adressen het verschil tussen individueel en collectief insignificant wordt. De aansluitkosten zullen lager worden wanneer de kosten over meer aangeslotenen verdeeld worden.
0
0
1.856
114.796
0
Insignificant
3.180
311
0
0
0
0
1.820
30.449
0
Significant
996
0
0
0
0
0
1.679
89.925
0
Insignificant
3.180
311
0
0
0
0
1.997
55.320
0
Aantal adressen
100.000 80.000 60.000 40.000 20.000
Participatiegraad - Insignificant
BWP
0
120.000
Participatiegraad - Significant
LWP LT
0
140.000
Standaard - Insignificant
KC BWP
0
160.000
Standaard - Significant
ZLT lokaal ZLT maakbaar
996
Gevoeligheid
MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar KC BWP
LT maakbaar
Significant
Standaard
Voorkeursoplossing TCO - Participatiegraad (excl. warmtepomp MT, HWP, HR)
0
LT lokaal
LWP LT
BWP
Gevoeligheidsanalyse – ACM tarieven (1/2) KC BWP
LWP LT
BWP
1.856
114.796
0
1.820
30.449
0
1.008
84.409
0
2.460
47.936
0
Aantal adressen
Een verandering van de warmtetarieven heeft alleen MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar een impact op de TCO, omdat het een interne Significant 996 0 0 0 0 0 kasstroom is en deze niet opgevangen wordt in de Standaard Insignificant 3.180 311 0 0 0 0 TNK. Bij lagere warmtetarieven, moeten afnemers Significant 1.456 0 0 0 0 0 meer vooraf betalen om het verschil voor de Gevoeligheid Insignificant 14.748 1.391 0 0 0 0 business case van het warmtebedrijf te dekken. Deze ruil is voor bewoners belangrijker dan voor het Voorkeursoplossing TCO - ACM tarieven warmtebedrijf. Omdat aansluiten op een warmtenet (excl. warmtepomp MT, HWP, HR) sowieso al met lage investeringen gepaard gaat, kan 160.000 een kleine verhoging ervan minder kwaad. 140.000 Daarnaast ziet een warmtebedrijf liever geld vooraf 120.000 dan geld in de toekomst om risico’s te mijden. Dit 100.000 wordt ook rekenkundig meegenomen in de vorm van een discontovoet, wat in feite aangeeft hoe 80.000 belangrijk verschillende stakeholders geld nu en in 60.000 de toekomst vinden. 40.000
Al met al heeft het aanpassen van de warmtetarieven een zeer grote impact op de resultaten. Met name in het aantal warmtenetten dat, dan wel met insignificant verschil, de voorkeur heeft gekregen.
20.000 0 MT lokaal MT maakbaar LT lokaal LT maakbaar ZLT lokaal ZLT maakbaar KC BWP Standaard - Significant
Standaard - Insignificant
ACM tarieven - Significant
LWP LT
BWP
ACM tarieven - Insignificant
Gevoeligheidsanalyse – ACM tarieven (1/2) In de afbeelding hiernaast is de impact van deze gevoeligheidsanalyse per cluster weergegeven.
3.5 Resultaten netcongestie
Impact op het elektriciteitsnet Naast de financiële resultaten is het ook belangrijk om te kijken naar de impact op het elektriciteitsnet voor de haalbaarheid van verschillende oplossingen. De impact is onderverdeeld in een centrale en decentrale bijkomende elektrische vermogensvraag. Centraal geeft aan dat de vermogensvraag geconcentreerd is op één locatie, bijvoorbeeld voor een energiecentrale. Decentraal geeft aan dat de vraag verspreid is door de wijk, bijvoorbeeld voor warmtepompen of tapwater boosters*. Wanneer de elektrische vermogensvraag toeneemt, kan het zijn dat de maximale capaciteit van het bestaande net bereikt wordt, waardoor het elektriciteitsnet verzwaard moet worden. Centraal of decentraal geeft aan op welke plek deze verzwaring nodig is. Verzwaren van het net heeft een waterval effect naar boven. Als het net binnen een buurt (LS niveau) verzwaard moet worden, moet er ook meer capaciteit beschikbaar komen op het MS-net en vervolgens op het HS-net. Wanneer de bijkomende elektrische vermogensvraag geconcentreerd kan worden op één centrale locatie, betekend dit dat er op één niveau minder verzwaard hoeft te worden. * Zie begrippenlijst
Hoogspanningsnet (HS)
Achterhoek
Middenspanningsnet (MS)
Laagspanningsnet (LS)
Stad 1
Wijk 1
Stad 2
Wijk 2
Wijk 3
Centrale vermogensvraag Decentrale vermogensvraag
Impact op het elektriciteitsnet
Collectieve systemen hebben met name een centrale vermogensvraag en individuele systemen hebben alleen een individuele vermogensvraag. Tevens hebben collectieve systemen een veel lagere vermogensvraag. Voor MT en LT netten komt dit doordat de piekvoorziening, welke 70% van het vraagvermogen voorziet, niet-elektrisch is. Voor ZLT netten komt dit door een hogere COP*: het systeem werk daar heel efficient.
Bijkomend elektrisch vermogen 800.000 700.000 600.000
Vermogen [kW]
In de grafiek rechts staat een overzicht van de impact op het elektriciteitsnet wanneer elke woning in de Achterhoek zou overstappen op één bepaalde oplossing. Zoals benoemd in de vorige slide is de impact verdeeld in een centrale en decentrale vermogensvraag, maar ook in de totale vermogensvraag, omdat sommige oplossingen zowel een centrale als decentrale vermogensvraag hebben.
500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0 MT maakbaar LT maakbaar
ZLT maakbaar
Centraal
Bij individuele systemen komt het verschil in vermogen door de COP op het piekvraagmoment. Bij lucht warmtepompen daalt de COP dan, omdat deze afhankelijk is van de temperatuur van de buitenlucht. Voor MT warmtepompen is deze piek nog hoger, omdat de hogere opwektemperatuur ook voor een lagere COP zorgt. Netcongestie kan voorkomen dat een oplossing gerealiseerd kan worden of kan de ontwikkeling van nieuwbouw of nieuwe industrie belemmeren.
KC BWP
* Zie begrippenlijst
LWP LT
Decentraal
LWP MT Totaal
BWP
HWP
HR
4. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies (1) Warmtebronnen in de 8 Achterhoekse gemeenten:
•
Er zijn voldoende duurzame warmtebronnen om gebouwen in de Achterhoek aardgasvrij mee te verwarmen
•
Er zijn diverse lokale warmtebronnen beschikbaar die kunnen worden ingezet voor het verwarmen van een warmtenet. Zo zijn er in Doetinchem kansen voor koppeling aan de papierfabriek, voor centrum Winterswijk is er kans voor koppeling aan de RWZI en voor Didam zou warmte uit het gemaal kunnen worden gehaald. In bijlage 3 is voor alle lokale warmtebronnen weergegeven aan welke gebieden deze gekoppeld kunnen worden hoewel voor de meeste gebieden minder betaalbaar.
•
De mogelijkheden om lokale bronnen in te zetten zijn beperkt omdat:
• •
Een aantal bronnen niet dicht genoeg in de buurt van de dorpen en steden in de Achterhoek liggen. Een aantal bronnen onvoldoende vermogen heeft jaar-rond alleen gedurende een korte periode vermogen kan leveren wat de bron ook ongeschikt maakt.
In bijlage 3 zijn bronnen weergegeven die wél interessant zijn op basis van nabijheid en jaar-rond vermogenslevering. Warmtebronnen algemeen
•
Daar waar de gebouwvoorraad geschikt is voor een warmtenet en geen lokale bron aanwezig is, kan een bron worden geïntroduceerd, denk aan het Buurt Energie Systeem zoals nu in Didam is aangelegd.
•
Is de gebouwvoorraad niet geschikt of de aanleg van een warmtenet niet haalbaar, dan is er de mogelijkheid een warmtepomp in te zetten (diverse typen beschikbaar).
•
Daar waar een warmtenet en/of een warmtepomp niet passen, is er (op sommige plekken) inzet van groen gas mogelijk. De mogelijkheden van inzet zijn beperkt, zie aanbevelingen.