CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269-156176

Raadscommissie 2 december 2025, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Omgevingsplan, Eefseler Esch en Molenberg Groenlo: locatie Molenberg3.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo

Status van het document: Definitief Datum: 01-12-2025

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie Documentnummer Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Onderzoek stikstofdepositie 51029075-003 Stichting Zorgcombinatie Marga Klompé Kim Snippe Ryan van Strydonck Ruud Smeets 01-12-2025 D2 51029075 Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176

2/14

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................ 3 Samenvatting ........................................................................................................................... 4 1 Inleiding ......................................................................................................................... 6 2 Toetsingskader .............................................................................................................. 7 2.1 Nederland ............................................................................................................ 7 2.2 Buitenlandse gebieden ........................................................................................ 7 3

Uitgangspunten ............................................................................................................. 8 3.1 Aanlegfase .......................................................................................................... 8 3.2 Gebruiksfase ..................................................................................................... 10

4

Berekeningsresultaten en toetsing .............................................................................. 12

Bijlage 1. Projecteffect aanlegfase Bijlage 2. Projecteffect gebruiksfase

3/14

Samenvatting Aan de Ziekenhuisstraat te Groenlo is men voornemens om bestaande gebouwen te amoveren en een volledig nieuw centrum te bouwen. Hierbij zal het plan 168 studio’s, 75 appartementen en de herinrichting van een bestaande kapel realiseren. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Korenburgerveen ligt op circa 5 kilometer afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet (artikel 5.1, lid 1 sub e). De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt.

Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Voor het beoordelen van effecten op buitenlandse gebieden is het gebruikelijk om het toetsingskader van het betreffende land te hanteren. Het toetsingskader voor het beoordelen van effecten op Duitse Natura 2000gebieden is gebaseerd op jurisprudentie. In Duitsland is, op basis van een uitspraak van het Bundesverwaltungsgericht, bepaald dat de drempelwaarde voor de Duitse Natura 2000-gebieden 7,14 mol/ha/jaar betreft. Voor het deelgebied Noordrijn-Westfalen is op basis van een meer recente uitspraak van het Oberverwaltungsgericht een drempelwaarde vastgesteld van 3,57 mol/ha/jaar. Wanneer een activiteit op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000-gebied in Duitsland deze drempelwaarde overschrijdt, hoeft hiervoor geen toestemming te worden gevraagd aan het Duitse bevoegde gezag. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. De bouw van het gehele plan duurt 6 jaar waarbij de woningen en voorzieningen in drie vergelijkbare delen worden opgeleverd.

In 2030 zullen twee van de drie fases opgeleverd zijn. De laatste fase zal in 2032 worden opgeleverd. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. In de berekening van de aanlegfase zal het gebruik van de reeds opgeleverde fases meenomen worden. Derhalve wordt peiljaar 2030 gehanteerd voor de 12 maatgevende aaneengesloten maanden. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar bij oplevering van de laatste fase (2032). De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, koude starts van vertrekkende voertuigen, het stationair draaien van vrachtwagens op het terrein en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. Aanvullend zullen emissies vrijkomen wegens het gebruik van de al gerealiseerde woningen. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de gerealiseerde ontwikkeling en koude starts van vertrekkende voertuigen. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2025.0.1.

Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 4/14

dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie. Het projecteffect op de Duitse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan de drempelwaarde. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Voor de ontwikkeling hoeft geen toestemming te worden gevraagd aan het bevoegde gezag.

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 5/14

1

Inleiding

Aan de Ziekenhuisstraat te Groenlo is men voornemens om bestaande gebouwen te amoveren en een volledig nieuw centrum te bouwen. Hierbij zal het plan 168 studio’s, 75 appartementen en de herinrichting van een bestaande kapel realiseren. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van de ontwikkeling en de nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.

Figuur 1.1

Situering ontwikkeling en omliggende Natura 2000-gebieden

Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Korenburgerveen ligt op circa 5 kilometer afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling.

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 6/14

2

Toetsingskader

2.1

Nederland

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet (artikel 5.1, lid 1 sub e). De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

2.2

Buitenlandse gebieden

Voor het beoordelen van effecten op buitenlandse gebieden is het gebruikelijk om het toetsingskader van het betreffende land te hanteren. Dit is conform artikel 4, derde lid, van het Verdrag van de Europese Unie. De Raad van State heeft meermaals geoordeeld dat de Duitse (ECLI:NL:RVS:2020:682) en Vlaamse (ECLI:NL:RVS:2019:872) toetsingskaders mogen worden gehanteerd voor activiteiten op Nederlands grondgebied die een depositietoename veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Voor de in het buitenland gesitueerde Natura 2000-gebieden zijn met behulp van de AERIUS Calculator automatisch rekenpunten toegevoegd binnen 25 kilometer van de ontwikkeling.

Duitsland Het toetsingskader voor het beoordelen van effecten op Duitse Natura 2000-gebieden is gebaseerd op jurisprudentie. In Duitsland is, op basis van een uitspraak1 van het Bundesverwaltungsgericht, bepaald dat de drempelwaarde voor de Duitse Natura 2000-gebieden 7,14 mol/ha/jaar betreft. Voor het deelgebied Noordrijn-Westfalen is op basis van een meer recente uitspraak2 van het Oberverwaltungsgericht een drempelwaarde vastgesteld van 3,57 mol/ha/jaar. Wanneer een activiteit op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000-gebied in Duitsland deze drempelwaarde overschrijdt, hoeft hiervoor geen toestemming te worden gevraagd aan het Duitse bevoegde gezag.

1 2

BVerwG 9 A 5.08, 14 april 2010 16.06.2016 – 8 D 99/13.AK

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 7/14

3

Uitgangspunten

Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. De bouw van het gehele plan duurt 6 jaar waarbij de woningen en voorzieningen in drie vergelijkbare delen worden opgeleverd. In 2030 zullen twee van de drie fases opgeleverd zijn. De laatste fase zal in 2032 worden opgeleverd. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. In de berekening van de aanlegfase zal het gebruik van de reeds opgeleverde fases meenomen worden. Derhalve wordt peiljaar 2030 gehanteerd voor de 12 maatgevende aaneengesloten maanden. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar bij oplevering van de laatste fase (2032).

3.1

Aanlegfase

De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, koude starts van vertrekkende voertuigen, het stationair draaien van vrachtwagens op het terrein en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. Aanvullend zullen emissies vrijkomen wegens het gebruik van de al gerealiseerde woningen. Voor de onderbouwing van de invoergegevens van het gebruik van de woningen en voorzieningen tijdens de aanlegfase wordt verwezen naar paragraaf 3.2. Hiervan zal voor de verkeersgeneratie, koude starts en stationair draaien 66,7% gehanteerd worden.

3.1.1

Mobiele werktuigen

De benodigde gegevens voor de mobiele werktuigen zijn door de opdrachtgever aangeleverd. De emissiefactoren van de werktuigen zijn gebaseerd op de kengetallen zoals opgenomen in AERIUS Calculator. Het dieselverbruik in combinatie met het verbruik van AdBlue is gebaseerd op onderzoek van TNO in opdracht van het RIVM3. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Voor overig (klein) materieel wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Het aantal draaiuren betreft alle tijd dat de motor van het werktuig aan staat, dus ook de tijd dat het werktuig stationair staat te draaien. Tabel 3.1

Inzet mobiele werktuigen

werktuig

3

brandstof

stageklasse

bouwjaar

graafmachine

vermogen [kW] 150

vanaf 2014

draaiuren [uren/jaar] 150

verbruik [liter] 2.249

AdBlue [l/j] 135

diesel

IV

mobiele kraan

100

diesel

IV

heistelling

340

diesel

IV

vanaf 2014

200

2.035

122

vanaf 2014

100

3.330

200

betonstorter

200

diesel

hijskraan

100

diesel

IV

vanaf 2014

100

1.981

119

IV

vanaf 2014

300

3.053

hoogwerker

20

183

diesel

IV

vanaf 2014

300

751

minigraver

n.v.t.

20

diesel

IV

vanaf 2014

150

375

trilplaat

n.v.t.

20

diesel

IV

vanaf 2014

100

250

n.v.t.

TNO, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, rapport 2021 R12305, publicatiedatum 27 maart 2023.

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 8/14

3.1.2

Verkeersbewegingen

Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het bouwterrein. Op basis van vergelijkbare ontwikkelingen wordt verwacht dat er voor elk jaar van de aanlegfase 5.000 lichte, 1.500 middelzware en 1.000 zware verkeersbewegingen zullen plaatsvinden. Voor het gebruik tijdens de aanlegfase zullen er 480,2 lichte en 4,9 (middel)zware bewegingen per etmaal plaatsvinden. Voor de onderbouwing van de verkeersbewegingen wordt verwezen naar paragraaf 3.2.1 De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is als worstcasescenario een volledige ontsluiting in zuidelijke richting gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie 4, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer.

In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’ De verkeersintensiteit op de N319 ligt met circa 6.500 motorvoertuigen per etmaal5 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van de aanlegfase (weekdaggemiddeld). Het verkeer zal derhalve ter hoogte van de N319 volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer zal in de praktijk bij uitsplitsing in verschillende rijrichtingen reeds eerder in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen dan in het onderhavig onderzoek gehanteerd. Provincie Gelderland hanteert als bevoegd gezag voor de Natura 2000-gebieden voor de ontsluiting van het verkeer de vuistregel dat licht en zwaar verkeer binnen de bebouwde kom na respectievelijk 50 en 150 meter is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Om rekening te houden met een worstcasescenario wordt voor onderhavig onderzoek het verkeer gemodelleerd met een lengte van circa 900 meter tot de N319 waarna het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

3.1.3

Koude start

Wanneer motorvoertuigen worden gestart na een stilstand van twee uur of langer, spreken we van een koude start. Tijdens deze koude start functioneert de katalysator niet optimaal. Dit heeft tot gevolg dat er bij een koude start relatief meer emissies van stikstofoxiden en ammoniak. Voor de uitgangspunten is uitgegaan van de informatie opgenomen in de Handreiking Koude Start 6 en de instructie gegevensinvoer van AERIUS. Bij het verlaten van het plangebied kan er dus sprake zijn van een koude start voor het bouwverkeer. Voor lichte voertuigen gaan we in de berekening ervan uit dat 100% van de voertuigen, voor onderhavig project 2.500 voertuigen, een koude start maakt. Hiermee wordt een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt, aangezien er ook veel lichte voertuigen zullen zijn die minder dan 2 uur de motor uitgeschakeld hebben. Bij het middelzware en zware verkeer is geen sprake van een koude start, omdat deze voertuigen maar een beperkte tijd aanwezig zijn op het werkterrein voor laden en lossen. Voor het gebruik tijdens de aanlegfase zullen er 81.756 koude starts per jaar plaatsvinden voor de 243 woningen en de kapel. Voor de onderbouwing van de koude starts wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2.

4

Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator. RIVM, Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, monitoringsronde 2024, monitoringsjaar 2025. 6 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Handreiking Koude Start. 5

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 9/14

3.1.4

Stationair draaien vrachtverkeer

Tijdens het laden en lossen van materialen bestaat de kans dat er vrachtwagens binnen het bouwterrein stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gebaseerd op de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar en zwaar vrachtverkeer respectievelijk 47,96 en 59,46 gram stikstofoxiden en 0,75 en 0,92 gram ammoniak per uur bedragen voor peiljaar 2030. In onderhavig onderzoek wordt er vervolgens van uitgegaan dat elke vrachtwagen per locatiebezoek 10 minuten stationair draait. In de praktijk zal de totale stationaire tijd minder zijn, aangezien de vrachtwagens hun motoren doorgaans zullen uitschakelen. Tevens zijn de meeste vrachtwagens (vanaf Euro5 uit 2009) uitgerust met een start/stop systeem, waardoor enkel nog vrachtwagens voorzien van koelinstallaties nog stationair zullen draaien. De bronkenmerken uittreedhoogte, warmteinhoud en spreiding zijn gebaseerd op zware utiliteitsvoertuigen (ZUT), vergelijkbaar met een vuilniswagen.

Op basis van het totaal aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (750 middelzware en 500 zware vrachtwagens), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (10 minuten) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het vrachtverkeer binnen het bouwterrein 10,95 kg stikstofoxiden en 170,50 g ammoniak. Voor het gebruik tijdens de aanlegfase zal op basis van het aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (1 middelzware en 1 zware vrachtwagen per week), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (30 seconden) en bovenstaande emissiefactoren de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het afvalophaal- en bezorgdiensten binnen het plan 7,54 kg stikstofoxiden en 117,32 g ammoniak bedragen voor peiljaar 2030 van de aanlegfase. Voor de onderbouwing van het stationair draaien wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3.

3.2

Gebruiksfase

De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de gerealiseerde ontwikkeling en koude starts van vertrekkende voertuigen. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn in overleg met de opdrachtgever bepaald en aangevuld op basis van de in AERIUS Calculator opgenomen kentallen. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar bij oplevering van de laatste fase (2032).

3.2.1

Verkeersbewegingen

De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 744. Het plan te Groenlo is gelegen binnen de gemeente Oost Gelre. Groenlo is met een omgevingsadressendichtheid van 755 per km² volgens de demografische kencijfers van het CBS7 aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het project is gelegen in de stedelijke zone schil centrum. De CROW-publicatie 744 bevat geen verkeersgegevens voor horecavoorzieningen, daarom is de verkeersgeneratie berekend aan de hand van parkeerkencijfers voor café/bar/cafetaria uit CROW-publicatie 744 met een turnover van 4 voor de desbetreffende voorziening. Hierbij geldt een minimum van 5,0 en een maximum van 7,0 per 100m2. In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling opgenomen.

7

Laatst gewijzigd op 19 september 2024.

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 10/14

Tabel 3.2

Verkeersgeneratie ontwikkeling

functie huur, appartement, sociale huur of vrije sector <30m² bvo huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo kapel totaal

beoogde ontwikkeling 168 woningen 75 woningen 270 m2 horecavoorzieningen

verkeersgeneratie min 285,6 217,5 108 611,1

max 369,6 337,5 151,2 858,3

De gemiddelde verkeersgeneratie wordt representatief geacht voor het beoogde plan. Er zijn geen planspecifieke kenmerken om af te wijken naar een minimale of maximale verkeersgeneratie. Uitgaande van de bandbreedte genereert de totale ontwikkeling gemiddeld 734,7 verkeersbewegingen per weekdag. In onderhavig onderzoek is conform de CROW-publicatie rekening gehouden met 98% lichte motorvoertuigen en 2% vrachtverkeer (1% middel- en 1% zwaar vrachtverkeer ten behoeve van afvalophaal- en bezorgdiensten). Dit levert 720,0, 7,35, 7,35 bewegingen met lichte, middelzware en zware motorvoertuigen. Voor de onderbouwing van de ontsluiting van bestemmingsverkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.

3.2.2

Koude start

Het aantal koude starts is gebaseerd op maximaal 2 koude starten per werkdag en 1 koude start per weekenddag voor personenauto’s. Dat geeft maximaal 600 koude starts per voertuig per jaar8. Hiervan vindt 50% plaats bij woningen9. Vanwege het wenig stedelijke karakter van de woningen is gerekend met een autobezit van 1,52 per woning10. Het aantal koude starts per woning komt hiermee op 50% x 600 x 1,52 = 456 koude starts per woning. Voor de 243 woningen resulteert dat in 110.808 koude starts per jaar. Dit is een worstcasescenario aangezien veel bewoners van het zorgcomplex geen auto bezitten. Voor (middel) zwaar verkeer zijn geen koude starts meegenomen, aangezien deze voertuigen niet langer dan 2 uur stilstaan bij de woning. Voor de kapel is aangenomen dat 50% van de lichte voertuigen een koude start maakt, wat resulteert in 32,4 koude starts per etmaal. Per jaar zijn dat 11.826 koude starts. Dit zal een worstcasescenario zijn, aangezien in de kapel een kleinschalige horecafunctie wordt gerealiseerd voor de bewoners. De bewoners zullen grotendeels per voet naar de kapel komen. Dit resulteert in 122.634 koude starts per jaar.

3.2.3

Stationair draaien vrachtverkeer

Voor de afvalophaal- en bezorgdiensten is in de berekeningen voor de gebruiksfase rekening gehouden met het stationair draaien van middel- en zwaar vrachtverkeer. Uitgangspunt is dat de diensten een halve minuut per woning per week stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gebaseerd op de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar en zwaar vrachtverkeer respectievelijk 40,75 en 47,56 gram stikstofoxiden en 0,70 en 0,79 gram ammoniak per uur bedragen voor peiljaar 2032 van de gebruiksfase. De bronkenmerken uittreedhoogte, warmteinhoud en spreiding zijn gebaseerd op zware utiliteitsvoertuigen (ZUT), vergelijkbaar met een vuilniswagen. Op basis van het aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (1 middelzware en 1 zware vrachtwagen per week), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (30 seconden) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het afvalophaal- en bezorgdiensten binnen het plan 9,30 kg stikstofoxiden en 157,14 g ammoniak.

TNO, 2023 – R11202 – Emissiefactoren wegverkeer 2023 TNO, 2024 – R11049 – Emissiefactoren wegverkeer 2024 10 CROW, 2024 – 744, Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering – Autobezit per huishouden naar stedelijkheidsgraad (2022) 8 9

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 11/14

4

Berekeningsresultaten en toetsing

De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2025.0.1. In bijlage 1 en 2 zijn de AERIUS-berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie. Het projecteffect op de Duitse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan de drempelwaarde. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Voor de ontwikkeling hoeft geen toestemming te worden gevraagd aan het bevoegde gezag.

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176 12/14

Bijlage 1

Projecteffect aanlegfase

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176

Bijlage 2

Projecteffect gebruiksfase

Sweco | Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie Ziekenhuisstraat 14, Groenlo Projectnummer 51029075-003 Datum 01-12-2025

Versie D2

Documentreferentie Rapport actualisatie onderzoek stikstofdepositie (51029075-003 D2) Ziekenhuisstraat Groenlo NL25-648800269156176

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16321301/1