programmabegroting werkleerbedrijf 2022
Tekst van het document
Begroting 2022 MEERJARENBEGROTING 2023-2025 WERKLEERBEDRIJF
2
Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................................................4 1. Programma Werk en Activering ..........................................................................................................................8 2. Programma Inkomen .........................................................................................................................................13 3. Programma Ondersteuning ...............................................................................................................................16 4. Programma Overhead en algemene kosten......................................................................................................19 5. Paragrafen .........................................................................................................................................................20 6.
Financiële begroting ..........................................................................................................................................28 BIJLAGEN................................................................................................................................................................36 Bijlage A: Algemene informatie Werkleerbedrijf ..................................................................................................37 Bijlage B: Overzicht wat mag het kosten begroting 2022 .....................................................................................42
3
Inleiding 0.1 Algemeen Per 1 januari 2022 ontstaat één uitvoeringsorganisatie als uitwerking van de bestuursopdracht “Samen aan het stuur, één uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voor het sociaal domein”. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is de naam van de nieuwe organisatie nog niet bekend. We hanteren vooralsnog de naam Werkleerbedrijf (WLB). Bij de dienstverlening van het WLB staat de vraag van de individuele inwoner centraal. De infrastructuur is erop gericht een doorlopende ontwikkellijn te bieden van arbeidsmatige dagbesteding naar een baan bij een reguliere werkgever. Hiervoor is een omgeving beschikbaar waarin op allerlei verschillende manieren gewerkt kan worden aan het opdoen van werkervaring en ontwikkelmogelijkheden. De twee voormalige uitvoeringsorganisaties, Werkbaan Oost en de Sociale Dienst Oost Achterhoek zijn gehuisvest op één locatie, te weten Batterij 10-12 in Groenlo (op het industrieterrein De Laarberg). Werkbaan Oost verhuist in september 2021 naar dit gebouw, de SDOA volgt in december 2021. 0.2 Speerpunten voor de gemeenten 1. Preventie en ontschotting De gemeenten vinden het belangrijk dat integrale dienstverlening binnen het sociaal domein op lokaal niveau – bij en samen met de inwoner – vorm krijgt.
Ontschotting, de-medicalisering, preventie en eerder de juiste hulp bieden moeten in de Achterhoekse visie dichtbij de inwoner plaatsvinden. 2. Beleidsregels Participatiewet omvormen naar één beleidsregel Per 2021 is binnen de gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk de verordening sociaal domein in werking getreden. Belangrijke kenmerken van de verordening zijn dat de hulpvraag van de inwoner centraal staat, er gewerkt wordt vanuit de bedoeling, de indeling in wet-overstijgende thema’s is en de verordening toegankelijker en beter leesbaar is voor inwoners en professionals. Om het gedachtegoed van de verordening verder in te bedden, moeten alle onderdelen in het sociaal domein op elkaar aansluiten. Hiervoor worden de beleidsregels volgend uit de Participatiewet omgevormd tot één beleidsregel, die aansluit op Wmo en Jeugd. 3. Arbeidsmatige dagbesteding In 2020 is er een pilot gestart om vanuit de Wmo inwoners te laten participeren. Hierdoor kunnen inwoners de dienstverlening zo dicht mogelijk bij huis aangeboden krijgen en worden hen ook trajecten Wmo binnen de eigen gemeente aangeboden, naast arbeidsmatige dagbesteding binnen het WLB. Deze dienstverlening wordt doorontwikkeld in de navolgende jaren. 0.3 Inhoud programma’s Het programma van het WLB bestaat uit drie pijlers: a.
Programma Werk en Activering: Het re-integreren van werkzoekenden met een gemeentelijke uitkering (inclusief nieuw Beschut), maar ook van niet-uitkeringsontvangers en het matchen en detacheren van Wsw-medewerkers. Het verstrekken van langdurige loonkostensubsidie, en het bedienen van inwoners met een Wmo-indicatie, in de vorm van arbeidsmatige dagbesteding; b. Programma Inkomen: Het verlenen van bijstand voor levensonderhoud aan personen die niet zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien; 4
c. Programma Ondersteuning: Het bieden van een financieel vangnet voor personen die onvoorziene kosten hebben en door buitengewone omstandigheden in financiële problemen dreigen te raken of zijn geraakt. Daarnaast is er nog een afgeleid programma dat vanwege de specifieke aard niet onder de hoofdprogramma’s is gebracht: d. Programma Overhead en algemene kosten: Hier worden de algemene bedrijfsvoeringskosten, de incidentele baten en lasten en de mutaties in de reserves geraamd. Re-integratie en uitkeringsverstrekking gebeurt voor alle klanten vanuit dezelfde grondbeginselen voor alle inwoners van de WLB-gemeenten. Het minimabeleid is in de drie samenwerkende gemeenten voor een deel lokaal vormgegeven en kan dan ook tot enigszins verschillende uitkomsten leiden voor de betreffende inwoners. Naast bovenstaande inzet is het WLB ook gericht op het voorkomen dat personen die een uitkering aanvragen deze ten onrechte krijgen (poortwachtersfunctie). Voor wie een uitkering aanvraagt, is er een strikt maar rechtvaardig instroombeleid. 0.4 Trends en ontwikkelingen Algemeen Na forse bestandsdalingen van 7,6% in 2018 en 4,2% in 2019 werd in 2020 het eerste effect van de Coronapandemie zichtbaar, het bestand nam toe met 0,4%.
Het WW-percentage in de regio Achterhoek nam toe van 1,9% in december 2019 naar 2,3% in december 2020.1 Ondanks de genomen overheidsmaatregelen (zoals NOW en Tozo) is er een terugval van werkgelegenheid. In de Achterhoek werkt 32% van de werknemers in sectoren met een grote tot zeer grote krimp zoals: verhuur en overige zakelijke diensten (uitzendwerk), horeca, metaalindustrie en detailhandel.2 Naast toename van het aantal personen door werkloosheid groeit het aantal personen met een arbeidsbeperking binnen de Participatiewet. De doelgroep met werk en een structurele loonkostensubsidie neemt hierdoor ook toe. Ondanks deze ontwikkelingen blijft het WLB inzetten op beperking van de uitkeringslasten. De gevolgen van de Corona-pandemie zullen in 2021 verder zichtbaar worden. In de tweede bestuursrapportage 2020 is voor 2021 de verwachting opgenomen dat het aantal uitkeringen zal toenemen met 8% in 2021. De cijfers van het eerste kwartaal laten een gematigder beeld zien. Dit leidt ertoe dat de in de tweede bestuursrapportage 2020 opgenomen bestandstoename, wordt bijgesteld. Hierbij baseert het WLB zich op ramingen van het Centraal Planbureau zoals gepubliceerd in maart 2021. Voor 2021 wordt er rekening mee gehouden dat het bestandsvolume zal toenemen met 4,3% in 2021 en 3,5% in 2022.
BUIG Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud zelfstandigen) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Deze uitkering wordt bepaald uit een omvangrijk scala aan indicatoren, die niet of nauwelijks door gemeenten te beïnvloeden zijn. 1 2
Bron: UWV dashboard WW (kerncijfers) Bron: UWV publicatie- Coronacrisis: impact op de werkgelegenheid in de Achterhoek juni 2020 5
Het macrobudget wordt volgens een vaste verdeelsystematiek over de gemeenten verdeeld. Dat budget is ongeoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden, maar moet een tekort in beginsel ook zelf opvangen. Gemeenten met grote tekorten kunnen een beroep doen op gedeeltelijke compensatie: de vangnetuitkering. Hiervoor geldt een eigen risicodrempel van 7,5% van het toegekende budgetbedrag. De inzet van loonkostensubsidie helpt werkgevers om mensen voor wie een onafhankelijke toets heeft vastgesteld dat ze een verminderde loonwaarde hebben, in dienst te nemen. Met ingang van het jaar 2022 zal naar verwachting in het verdeelmodel ook rekening gehouden gaan worden met de door de gemeenten gerealiseerde arbeidsplaatsen met langdurige loonkostensubsidies. De realisatiecijfers van het voorgaande jaar zullen hierbij als maatstaf worden meegenomen. Op dit moment is nog niet bekend welk effect deze wijziging van het verdeelmodel zal hebben op de BUIG-budgetten die aan de drie WLB-gemeenten zullen worden toegekend. Wet Inburgering In 2022 wordt naar verwachting een nieuwe Wet inburgering van kracht. Doel van deze vernieuwde wet is een snellere integratie waardoor het Nederlands leren en het vinden van een baan wordt versneld. De inkoop van de inburgeringstrajecten wordt bij de gemeenten neergelegd. Deze ligt tot dat moment bij de statushouder zelf.
De rolverdeling tussen gemeenten en WLB moet nog nader worden uitgewerkt. Individuele studietoeslag De studietoeslag voor studenten met een arbeidsbeperking is met ingang van 2022 voor elke gemeente binnen Nederland hetzelfde, circa € 300 per maand. Het huidige bedrag binnen de drie WLB-gemeenten bedraagt € 700 op jaarbasis. 0.5 Uitgangspunten begroting 2022 Beleid (algemeen) De begroting 2022 heeft als vertrekpunt het vastgestelde beleid 2021 van de drie gemeenten. Dat wil zeggen dat het beleid, zoals dat op 1 januari 2021 wordt gevoerd, ook in 2022 kan worden gevoerd. Beleidswijzigingen waartoe wordt besloten na 1 januari 2021 worden via begrotingswijzigingen en goedkeuring verwerkt in de begroting 2022. Verdeelsleutel bedrijfsvoeringskosten De gemeentelijke bijdragen in de bedrijfsvoeringskosten zijn in de begroting 2022 opgenomen op rekening houdend met de uitgangspunten zoals geformuleerd in het inrichtingsplan van Samen aan het stuur. De uitvoeringskosten van het werkleerbedrijf worden op basis van de verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. Deze verdeelsleutel wordt jaarlijks bepaald op basis van het totaal aantal klanten dat het WLB per gemeente bedient op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar. Van de uitvoeringskosten per gemeente worden vervolgens vaste bedragen ten laste van het p-budget van de gemeenten gebracht.
Ten slotte is in de bestuurlijke besluitvorming rondom Samen het stuur tussen de gemeenten overeengekomen dat gemeente Berkelland in 2022 eenmalig gecompenseerd wordt voor de wijziging van de verdeelsleutel en de frictiekosten die bij deze gemeente ontstaan als gevolg van de gewijzigde afspraken rondom de dienstverlening door de gemeente Berkelland. Deze compensatie bedraagt 60% van het verschil tussen de huidige verdeelsleutels van de SDOA en Werkbaan Oost en de nieuwe verdeelsleutel van het WLB. Deze compensatie wordt gebaseerd op de werkelijke in 2022 gerealiseerde uitvoeringskosten en bedraagt maximaal € 314.000. 6
De uitkomst leidt tot de volgende verdeling voor het begrotingsjaar 2022: Bijdrage Verdeelsleutel uitvoeringskosten
Berkelland Oost Gelre Winterswijk Totaal 1
40,10% 23,30% 36,60% 100,00%
Uitvoeringskosten WLB en extern € 5.335.000 € 3.100.000 € 4.869.000 € 13.304.000
Af: Vast bedrag ten laste van P-budget gemeenten - € 240.000 - € 120.000 - € 300.000 - € 660.000
Eenmalige compensatie 2022 Samen aan het Stuur1 - € 314.000 € 154.000 € 160.000 €0
Bijdrage uitvoeringskosten € 4.781.000 € 3.134.000 € 4.729.000 € 12.644.000
De werkelijke eenmalige compensatie wordt achteraf bepaald op basis van de werkelijke uitvoeringskosten in 2022.
Loon- en prijsontwikkelingen In de Achterhoek zijn nieuwe afspraken gemaakt rondom indexeringen in de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Het WLB is de eerste gemeenschappelijke regeling waar deze nieuwe afspraken in de begroting worden meegenomen. De indexatie vindt plaats op basis van de in de septembercirculaire gepubliceerde indexatiecijfers volgens de macro-economische verkenning. Voor de loonkosten wordt de index loonvoet sector overheid gehanteerd, voor de overige kosten geldt de index prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc). De voor het WLB geldende cao kent een einddatum 31 december 2020. De onderhandelingen tussen werkgevers en vakbonden zijn nog gaande. Op basis van bovenstaande afspraken is in de loonkosten voor begrotingsjaar 2022 daarom rekening gehouden met een mogelijke indexatie van 1,8% in 2021 en voor 2022 met 1,5%. Voor de overige kosten is gerekend met een prijsindexatie van 1,5% en de uitvoeringsbudgetten zijn afgestemd op de te verwachten uitgaven. BTW Daar waar van toepassing zijn de ramingen van de begroting 2022 inclusief BTW. Dit met uitzondering van de opbrengsten van de activiteiten binnen de werkplaats, de Wsw detacheringsopbrengsten en de doorbetalingen van deze detacheringsopbrengsten aan de betreffende gemeenten. Onvoorzien In de begroting is een stelpost onvoorzien opgenomen van € 30.000 inclusief BTW.
ICT-ontwikkelingen Eind 2019 is de I-visie voor de komende jaren vastgesteld in het managementoverleg en besproken met het Dagelijks Bestuur. Hierdoor is er inzicht in wat er komen gaat, gepland staat en wanneer de invoering van de verschillende ICT-projecten plaatsvindt. In 2020 is deze visie financieel doorgerekend en door het bestuur vastgesteld. In 2022 wordt de implementatie van de I-visie afgerond en zal er een hernieuwde i-visie opgesteld worden voor de periode 2023-2025.
7
1. Programma Werk en Activering 1.1 Visie: “Door samenwerking met ketenpartners proactief inzetten op een zo optimaal mogelijke deelname van onze inwoners aan de samenleving. Financiële en sociale zelfredzaamheid is hierin een belangrijk streven.” 1.2
Programmadoelen:
Iedere uitkeringsgerechtigde in de Participatiewet zet zich actief in. Dit om zijn traject naar werk, of zijn traject om sociaal actief te zijn te doen slagen. Vanuit een inclusieve arbeidsmarktgedachte gedetacheerde medewerkers Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in een zo regulier mogelijke werksetting te plaatsen. Het plaatsen en begeleiden van medewerkers nieuw Beschut Werk in een zo regulier en lokaal mogelijke werksetting.
1.3
Kritische prestatie-indicatoren (KPI’s)
Arbeids-studiefitheid: Klanten maximaal ondersteunen om hen klaar te stomen voor betaald werk of studie. Participatiegraad werk: Klanten maximaal laten participeren binnen een doorgaande ontwikkellijn
Samenwerking met lokale werkgevers: Werkgevers zijn nauw betrokken bij de re-integratieactiviteiten van het WLB
1.3.1 Arbeids-studiefitheid Klanten die perspectief hebben om door te stromen naar een werktraject stromen ook daadwerkelijk door. Dit kan bijvoorbeeld door een taalcursus af te ronden of een opleidingstraject te volgen. Klanten die geïndiceerd zijn als werkklanten worden zo snel mogelijk geplaatst op een voor hen passende werkplek. Doel: Als klanten niet volledig kunnen uitstromen dan wordt voortdurend gewerkt aan het maximaliseren van de verdiencapaciteit van klanten binnen het uitkeringsbestand. Dit ligt in lijn met de landelijke ontwikkeling en met name met vergelijkbare gemeenten en stijgt de komende jaren.
Doel: Het WLB zet extra in op jongeren bij de overgang van Pro/Vso naar vervolgonderwijs en arbeidsmarkt, zodanig dat een succesvolle klantroute wordt gestimuleerd en uitval en thuiszitten wordt voorkomen.
8
Het klantenbestand is ingedeeld in treden. Direct bij instroom wordt op basis van een meting bepaald waar de klant staat. Deze treden staan voor de ontwikkelmogelijkheid van de klant. Om inzet en resultaat te monitoren zijn er operationele doelen geformuleerd. Zie hiervoor bijlage A. Per trede is bepaald hoe lang de klant nodig heeft om op de ladder te stijgen. Dit wordt in het klantvolgsysteem bijgehouden. Zo is per periode inzichtelijk wat het resultaat is van de ingezette instrumenten. Uiteindelijk wordt zo ook inzichtelijk gemaakt hoeveel klanten (deels) uitstromen naar werk of studie en of de loonwaarde van deze klanten is gestegen. Naast de algemene groep klanten is er aandacht voor specifieke groepen. Aan jongeren wordt reeds intensieve begeleiding gegeven tijdens het laatste schooljaar. De doelgroep statushouders wordt ondersteund door dedicated klantmanagers die ondersteuning kunnen bieden bij specifieke vraagstukken. Klanten die geen betaald werk kunnen verrichten (Meedoengroep) worden lokaal geactiveerd door klantmanagers in nauwe samenwerking met de sociale teams. De ontwikkeling per groep wordt scherp in beeld gehouden en is mede afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen en de wijzigingen in wet- en regelgeving. Kansen & risico’s Het WLB richt zich op het beter leren kennen van haar klanten.
Hierdoor worden hulpvragen beter gediagnosticeerd en kan er een passend re-integratietraject worden geboden. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in de kwaliteit en het analyseren van gegevens die binnen de organisatie aanwezig zijn. Voor jongeren is er een afdeling met klantmanagers die zich richt op jongeren tot 27 jaar, Jouw Unit. Hierbinnen wordt er gewerkt met een lagere caseload waardoor er meer aandacht is voor de jongeren. Daarnaast wordt er in het bankzittersproject nauw samengewerkt met het sociaal team en het RMC. Ook is er al in het laatste schooljaar een sluitende aanpak voor jongeren die uit het Pro/Vso onderwijs komen, zij worden warm overgedragen aan een klantmanager van het WLB. Daarnaast is er speciale aandacht voor statushouders in nauw overleg met de lokale sociale teams. De doelgroep waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, ontwikkelt zich volgens het patroon in de onderstaande grafiek.3
3
Bron: Berenschot, analyse aantallen en financiën Participatiewet, 2018 9
Gemeenten zijn en blijven verantwoordelijk voor de bijstand (groen). Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw. Door het beëindigen van de Wsw stromen er geen medewerkers meer in, het aantal Wsw-ers neemt dan ook geleidelijk af (oranje). Tegelijkertijd zijn gemeenten verantwoordelijk voor het creëren van nieuw-beschutwerkplekken. Het aantal ontwikkelt zich in grote lijnen volgens de formule: drie (Wsw-ers) eruit, één nieuw-beschutter erin (blauw). Daarbovenop hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om mensen met een beperking te helpen die met ondersteuning bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen (geel en rood).
Dit betekent dat er een opwaartse financiële druk op het re-integratiebudget zal gaan ontstaan door: • De kosten voor meer inzet van meer langdurige loonkostensubsidie, ook aan niet uitkeringsontvangers; • De kosten voor (individuele) begeleiding op de werkplek door de jobcoach; • De kosten voor (individuele) opleidingsprogramma’s gericht op mensontwikkeling en arbeidsvaardigheden; • De kosten om huidige doelgroepen effectief opwaarts of neerwaarts door te laten stromen. 1.3.2
Participatiegraad
Doel: Het WLB werkt toe naar het optimaal benutten van alle kansen op uitstroom. De uitstroom van klanten naar werk ligt daarbij in de lijn van de landelijke ontwikkeling en met name met vergelijkbare gemeenten.
Doel: Het WLB zet extra in op duurzame plaatsing, zodat nieuwe werknemers worden ondersteund en snelle uitval na werkaanvaarding wordt verminderd.
Doel: Het aantal klanten uit de Meedoen-groep, die een actieve bijdrage leveren aan de maatschappij, zal in de komende jaren stijgen in samenspraak en wisselwerking met ondersteuning vanuit de sociale teams.
Iedereen doet mee, niemand aan de kant. Klanten participeren naar vermogen. Dit in de vorm van opleiding, (gedeeltelijk) werk, vrijwilligerswerk of deelname aan activiteiten. Na plaatsing op een passende werkplek biedt het WLB daar waar nodig ondersteuning en nazorg, bijvoorbeeld door de inzet van jobcoaching. Uitstroom naar werk is de mooiste manier om de participatiegraad te verhogen. Een groep klanten waar dit op dit moment niet mogelijk is heeft de organisatie ingedeeld in Meedoen. De klanten die op de begintreden van de ladder staan worden ook geactiveerd. Met name vrijwilligerswerk en het leveren van een maatschappelijke bijdrage is hier het doel. Daar waar toch nog ontwikkeling mogelijk is, stroomt men door naar de groep Perspectief.
10
Kansen & risico’s De ondersteuning van klanten is gestoeld op het principe: “zo licht als mogelijk, zo zwaar als noodzakelijk”. Voor klanten die deels nog uitkeringsafhankelijk zijn, blijft alertheid gewenst op de belastbaarheid van klanten. Het blijvend onderhouden van het contact is daarbij een belangrijke voorwaarde. Aan klanten met een indicatie nieuw Beschut werk wordt eerst een (onbetaald) voortraject aangeboden ter voorbereiding op plaatsing op een passende plek bij een reguliere werkgever. De zoektocht naar een passende werkplek kan enige tijd vergen gelet op de begeleidingsintensiteit van deze doelgroep. Klanten worden intensiever begeleid in trajecten. Wanneer een klant niet binnen afzienbare tijd beschikt over arbeidsvermogen, wordt hij of zij geschaard onder de doelgroep Meedoen. De inwoner wordt dan geactiveerd in samenspraak met professionals uit het sociaal domein. Aangezien het een omvangrijke groep betreft en de in te zetten capaciteit beperkt is, zal op basis van beoogde resultaten gewogen worden welke klanten intensievere begeleiding krijgen. De realisatie van arbeidsmatige dagbesteding is afhankelijk van doorverwijzing vanuit de gemeenten. Mocht het aanbod van potentiële kandidaten ontoereikend zijn, dan staat deze doelstelling onder druk.
1.3.3 Samenwerking met lokale werkgevers Werkgevers worden nauw betrokken bij de re-integratie en plaatsingen van perspectief-/en werkklanten Doel: Het WLB maakt optimaal gebruik van de mogelijkheden bij werkgevers. Het aantal bedrijven dat actieve overeenkomsten heeft met het WLB inzake de plaatsing van klanten stijgt de komende jaren. In de regio wordt veel samengewerkt met de lokale werkgevers in sterke wisselwerking met het WSPA. Accenten die lokaal worden gelegd zijn: • • •
klanten worden waar mogelijk geactiveerd bij lokale werkgevers; de regeling nieuw Beschut Werk wordt zo veel mogelijk in een reguliere werksetting bij de werkgever gerealiseerd; de Wsw-ers zijn zo duurzaam mogelijk bij een lokale werkgever geplaatst.
Kansen & risico’s De financiering van nieuw Beschut Werk vanuit de landelijke overheid laat een dalende lijn zien voor het deel drempelbedrag begeleidingskosten. Dit drempelbedrag is niet dekkend. Van dit drempelbedrag moeten naast de begeleiding door het WLB, ook de resterende loonwaarde die niet gedekt wordt door een inleenvergoeding, eventuele werkplekaanpassingen en reiskosten worden gefinancierd. De taakstelling laat een opwaartse lijn zien waardoor er voor een groter deel op het Participatiebudget van de gemeenten een beroep zal worden gedaan. In 2020 is de besloten vennootschap Slinge Werkt! B.V. opgericht. Via deze vennootschap biedt het WLB de medewerkers nieuw Beschut Werk een dienstverband. Door het werkgeverschap in eigen hand uit te voeren middels Slinge Werkt! B.V worden de structurele uitvoeringskosten zoveel mogelijk geminimaliseerd. Slinge Werkt! B.V. volgt de ABU CAO, waarbij de arbeidsvoorwaarden van de inlener bepalend zijn. Landelijk wordt gesproken over de invoering van een landelijke CAO voor deze doelgroep. Afhankelijk van de arbeidsvoorwaarden die van toepassing worden verklaard, kan dit van invloed zijn op de begroting.
11
De taakstelling voor nieuw Beschut Werk wordt in december voorafgaand aan het begrotingsjaar bekendgemaakt. Voor de begroting 2022 is voor de prognose de taakstelling van 2021 verhoogd conform de stijging van de taakstelling van 2021 ten opzichte van het jaar 2020. In de raming is ervan uitgegaan dat hiermee de taakstelling toeneemt met 9 fte’s tot 49 fte’s (o.b.v. 31 uur/week) per ultimo 2022. Er kan een wachtlijst ontstaan zodra de taakstelling gerealiseerd is. Er worden meerjarige effecten verwacht naar aanleiding van de coronacrisis. De komende jaren wordt een nasleep verwacht in de vorm van faillissementen bij bedrijven. Als gevolg hiervan zullen ook meer mensen werkloos raken en mogelijk een bijstandsuitkering gaan aanvragen. Er zijn echter ook bedrijven die hebben gerendeerd ten tijde van de coronacrisis, mogelijk verandert ook hun financiële situatie na de coronacrisis weer. De focus van ondernemers zal verlegd moeten worden, dit kan betekenen dat er geen directe aansluiting meer is van de doelgroep Participatiewet met de vraag op de (vernieuwde) arbeidsmarkt. 1.4 Totale kosten programma Werk en Activering Begroting 2022 Begroting Programma Werk en activering Baten Lasten Resultaat baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Resultaat
Specificatie per product
Rekening 2020
Begroting 2021
11.751.000 12.690.000 10.795.000 12.030.000 956.000 660.000 0 0 0 0 956.000 660.000
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting Begroting Meerjaren Meerjaren Meerjaren 2021 na 2022 begroting begroting begroting wijzigingen 2023 2024 2025 12.596.000 13.484.000 13.484.000 13.484.000 13.484.000 11.936.000 12.824.000 12.824.000 12.824.000 12.824.000 660.000 660.000 660.000 660.000 660.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 660.000 660.000 660.000 660.000 660.000
Begroting 2021 na wijzigingen
Begroting 2022
Meerjaren begroting 2023
Meerjaren begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Baten Overige ontvangsten Wsw detacheringen Bijdrage gemeenten programmakosten Bijdrage gemeenten uitvoeringskosten Totaal baten
27.000 0 0 0 0 0 0 3.910.000 3.776.000 3.970.000 3.781.000 3.781.000 3.781.000 3.781.000 3.717.000 4.638.000 4.350.000 5.105.000 5.105.000 5.105.000 5.105.000 4.097.000 4.276.000 4.276.000 4.598.000 4.598.000 4.598.000 4.598.000 11.751.000 12.690.000 12.596.000 13.484.000 13.484.000 13.484.000 13.484.000
Lasten Re-integratie Doorbetaling Wsw detacheringen Wsw begeleid werken subsidies Bijdrage voorziening dubieuze debiteuren Langdurige loonkostensubsidies Beschut werken Directe uitvoeringskosten Totaal lasten
1.051.000 1.115.000 1.115.000 1.146.000 1.146.000 1.146.000 1.146.000 3.910.000 3.776.000 3.970.000 3.781.000 3.781.000 3.781.000 3.781.000 252.000 252.000 252.000 267.000 267.000 267.000 267.000 -6.000 0 0 0 0 0 0 1.331.000 1.435.000 1.470.000 1.794.000 1.794.000 1.794.000 1.794.000 456.000 1.176.000 853.000 1.238.000 1.238.000 1.238.000 1.238.000 3.801.000 4.276.000 4.276.000 4.598.000 4.598.000 4.598.000 4.598.000 10.795.000 12.030.000 11.936.000 12.824.000 12.824.000 12.824.000 12.824.000
12
2. Programma Inkomen 2.1
Visie
“Het WLB helpt inwoners die – tijdelijk – niet genoeg geld hebben om van te leven door het verstrekken van financiële bijstand”. Inwoners worden op een rechtmatige en snelle manier van een (tijdelijk) inkomen of een inkomensaanvulling voorzien. Afhankelijk van leeftijd en voorafgaande inkomensbron wordt er een uitkering verstrekt vanuit één van de onderstaande wetten: • Participatiewet; • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. 2.2
Programmadoel
Het bieden van een (tijdelijke) inkomensvoorziening aan inwoners zodat zij kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften. Hierdoor ervaren inwoners de ruimte om zich in te zetten voor trajecten die gericht zijn op de re-integratie. Uiteindelijk wordt de zelfredzaamheid vergroot en de afhankelijkheid van een uitkering of aanvullende inkomensondersteuning verkleind. 2.3 Kritische prestatie-indicatoren Kwaliteit van dienstverlening: werkprocessen worden binnen de gestelde termijn afgehandeld. Het bieden van oplossingen passend bij de klantvraag. 2.3.1 Kwaliteit van dienstverlening In de dienstverlening staat integraliteit en het werken vanuit de bedoeling van de wet centraal. Doel: Het WLB handelt alle aanvragen af binnen de wettelijke termijn. Voor de uitvoering van de Bbz wordt de dienstverlening door de ROZ periodiek gemonitord.
Doel: De informatievoorziening van WLB voorkomt onrechtmatig gebruik en beperkt bezwaarprocedures.
Het WLB biedt oplossingen passend bij de klantvraag. Gestreefd wordt om de doorlooptijd zo kort mogelijk te houden. Het WLB gaat flexibel om met termijnoverschrijdingen als dit ten gunste is van de inwoner en problemen daarmee kunnen worden voorkomen. Binnen het WLB wordt veel ingezet op preventie en voorlichting om naleving te bevorderen. Langdurige administratieve procedures zoals bij bezwaar en beroep kunnen worden voorkomen, wanneer inwoners de werkwijze en benadering van het WLB positief waarderen.
13
Kansen & risico’s Er is een toename van klanten die deels/maximaal aan het werk zijn maar niet zelfstandig in staat zijn volledig in hun inkomen te voorzien. Zij blijven langdurig deels afhankelijk van een bijstandsuitkering en stromen daarmee niet uit het uitkeringsbestand. In de begroting 2022 is voor de prognose van de uitkeringslast gerekend met een mogelijke toename van 4,3% in 2021, en van 3,5% in 2022. Deze verwachtingen zijn het gevolg van de (nasleep van) de coronapandemie en gebaseerd op de maart raming van het Centraal Planbureau. De impact van de crisis is nog ongewis. De ontwikkeling van het bestand en de conjuncturele ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd, en zullen eventueel worden bijgesteld in de bestuursrapportages. Vanzelfsprekend zijn de inspanningen van het WLB erop gericht om bestandstoename zoveel als mogelijk te minimaliseren. Dit leidt tot de raming voor 2022 zoals weergegeven in onderstaande tabel. Inkomenswaarborg Participatiewet, IOAW en IOAZ
Berkelland Oost Gelre Winterswijk Totaal
Prognose eindstand 2021 (uitkerings dossiers) 585 298 603 1.486
Prognose eindstand 2022 (uitkerings dossiers) 605 308 624 1.537
Gemiddeld aantal 2022 (uitkerings dossiers) 595 303 614 1.512
Gemiddeld uitkeringsbedrag per uitkerings dossier) € 14.500 € 14.500 € 14.500
Raming 2022
€ 8.628.000 € 4.394.000 € 8.903.000 € 21.925.000
De inkomensconsulent informeert tijdens het intakegesprek de inwoner over de na te leven rechten en plichten. Er is daarnaast een digitale voorlichting en een schriftelijke voorlichting voor inwoners. De kans bestaat dat inwoners die al langer in het klantenbestand zitten, niet (meer) op de hoogte zijn van de gestelde rechten en plichten vanuit de Participatiewet. Deze informatie kan de inwoner vinden op de website, de toegestuurde nieuwsbrieven per kwartaal en het face-to-face klantencontact met zowel inkomensconsulenten als klantmanagers. Externe factoren hebben invloed op het proces van verwerking aanvragen levensonderhoud. Dit kan gaan om betrokken hulpverleners of bewindvoerders. Dit vormt een risico omdat soms door invloed van deze externe partij de verwerking van een aanvraag vertraging oploopt. Er wordt tussen medewerkers van het WLB en het sociaal wijkteam integraal gewerkt. Een aantal professionals vanuit verschillende disciplines van het WLB werken als vooruitgeschoven post in het sociaal wijkteam van de gemeente en hebben hierdoor kortere lijnen onderling. Indien noodzakelijk zijn verschillende gebieden binnen het sociaal domein bij de inwoner betrokken en kunnen onderling hierover afstemmen binnen multidisciplinaire overleggen.
Specifiek aandachtspunt is preventie en naleving, het vergroten van kennis over onrechtmatige situaties blijft een terugkerend aandachtspunt. De Bbz wordt door het WLB uitbesteed aan de ROZ. De ROZ voert de Bbz dienstverlening uit voor 17 gemeenten. Daardoor kan het WLB slechts beperkt invloed uitoefenen op de wijze waarop de ROZ haar dienstverlening aan zelfstandigen uitvoert. De ROZ legt op kwartaalbasis verantwoording af over haar dienstverlening.
14
2.4 Totale kosten programma Inkomen Begroting 2022 Rekening 2020 Programma Inkomen Baten Lasten Resultaat baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Resultaat
Specificatie per product
Baten Debiteurontvangsten Debiteurontvangsten Bbz Debiteurontvangsten Tozo Bijdrage gemeenten Tozo Bijdrage gemeenten programmakosten Bijdrage gemeenten uitvoeringskosten Totaal baten Lasten Inkomenswaarborg (Wwb, IOAW en IOAZ) Bijstandsbesluit zelfstandigen (Bbz) Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) Directe uitvoeringskosten Totaal lasten
Begroting 2021
34.921.000 22.853.000 34.771.000 22.853.000 150.000 0 0 0 199.000 0 -49.000 0
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting Begroting Meerjaren Meerjaren Meerjaren 2021 na 2022 begroting begroting begroting wijzigingen 2023 2024 2025 24.434.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000 24.434.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Begroting 2021 na wijzigingen
Begroting 2022
Meerjaren begroting 2023
Meerjaren begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
403.000 225.000 225.000 340.000 340.000 340.000 340.000 352.000 300.000 306.000 317.000 317.000 317.000 317.000 307.000 0 0 572.000 572.000 572.000 572.000 13.221.000 0 0 -572.000 -572.000 -572.000 -572.000 19.257.000 20.805.000 22.380.000 21.620.000 21.620.000 21.620.000 21.620.000 1.381.000 1.523.000 1.523.000 1.585.000 1.585.000 1.585.000 1.585.000 34.921.000 22.853.000 24.434.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000
19.672.000 20.880.000 22.641.000 21.925.000 21.925.000 21.925.000 21.925.000 340.000 450.000 270.000 352.000 352.000 352.000 352.000 13.329.000 0 0 0 0 0 0 1.430.000 1.523.000 1.523.000 1.585.000 1.585.000 1.585.000 1.585.000 34.771.000 22.853.000 24.434.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000 23.862.000
15
3. Programma Ondersteuning 3.1 Visie “Door financiële ondersteuning op het gebied van bijzondere bijstand kunnen inwoners met een minimuminkomen (blijven) deelnemen aan de samenleving”. 3.2
Programmadoel
Inwoners met een laag inkomen financieel ondersteunen vanuit de bijzondere bijstand, kindregelingen, collectieve zorgverzekering en de individuele inkomenstoeslag. Inwoners met een financiële ondersteuningsbehoefte worden doorverwezen naar schuldhulporganisaties zoals Schuldhulp Op Maat of Humanitas. Wanneer inwoners schulddienstverlening nodig hebben worden zij doorverwezen naar de Stadsbank Oost Nederland (SON).
3.3
KPI’s
Participatiegraad samenleving: Door inzet van passende ondersteuning inwoners maximaal laten participeren in de samenleving 3.3.1 Participatiegraad samenleving Het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen door het verstrekken van financiële ondersteuning voor bijzondere en noodzakelijke kosten die niet via een andere regeling vergoed kunnen worden. Daarnaast het tijdig signaleren van financiële problemen met als doel financiële zelfredzaamheid te bevorderen.
Doel: Het percentage rechthebbende huishoudens dat gebruikmaakt van regelingen in kaart brengen en verhogen.
Doel: Inkomensconsulenten zijn alert op schuldenproblematiek en verwijzen actief door naar schuldhulpverleningsorganisaties.
Het WLB voert verschillende minimaregelingen uit voor de gemeenten. Om inwoners in staat te stellen om te participeren in de samenleving, is het noodzakelijk om deze regelingen laagdrempelig aan te bieden aan de beoogde doelgroep. Inkomensconsulenten zijn alert op schuldenproblematiek en verwijzen actief door naar schuldhulpverleningsorganisaties en sociale teams van de gemeenten. Kansen & risico’s Niet alle rechthebbende huishoudens zullen gebruik maken van gemeentelijke regelingen. Dit kan onder meer worden veroorzaakt doordat ouders laaggeletterd of digibeet zijn. Om dit risico te verkleinen zijn alle ketenpartners op de hoogte van de regelingen binnen de Meedoenapplicatie en de gemeentepolis voor de collectieve zorgverzekering. Voor de collectieve zorgverzekering worden per gemeente ook nog overstapspreekuren verzorgd. Sommige rechthebbenden kunnen mogelijk door schaamte een drempel 16
ervaren bij het vragen van ondersteuning of het daadwerkelijk betalen middels de systematiek van de Meedoenapplicatie. Bijzondere bijstand biedt inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om voor bijzondere kosten een vergoeding te krijgen. Op individueel niveau wordt met behulp van een afwegingskader voor maatwerk beoordeeld of een inwoner hierop recht heeft. Een risico hierbij is dat het bieden van maatwerk kan leiden tot verschillen in de uitvoering. Situationele gelijkheid vergt een zorgvuldige afweging en de principiële bereidheid om steeds opnieuw verantwoording af te leggen over die afweging en daaruit voortvloeiende beslissingen. Voor inwoners met een inkomen dat langdurig onder 105% bij de gemeenten Berkelland en Winterswijk, of 115% bij de gemeente Oost Gelre van de bijstandsnorm ligt, is de individuele inkomenstoeslag mogelijk. Hierdoor worden zij meer in staat gesteld te participeren in de samenleving. Een automatische toekenning is juridisch niet mogelijk, maar klanten kunnen actief worden ondersteund bij het aanvraagproces. Hiertoe gaat het WLB een reminder sturen aan inwoners die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag, zodat zij deze met behulp van de inkomensconsulenten kunnen aanvragen.
Door betalingsachterstanden eerder in beeld te krijgen kan er sneller actie worden ingezet om (meer) financiële problemen en dus een hogere schuldenlast te voorkomen. Een aandachtspunt bij inzet van vroegsignalering is dat het ingaan op een hulpaanbod een vrijwilliger karakter draagt. Mensen vragen geen hulp vanwege angst, ontkenning, schaamte en omdat ze opzien tegen het aanpakken van hun probleem. Door ervaring weten inkomensconsulenten risicogroepen te signaleren en financiële problemen bespreekbaar te maken. Inwoners ervaren meer rust en duidelijkheid wanneer schulden of andere problemen geregeld worden. Hierdoor is er meer focus op werk of participatie mogelijk. Wanneer er schulden worden gesignaleerd dan mag de inkomensconsulent, zonder toestemming, geen contact opnemen met (schuld)hulpverleningsinstellingen in het kader van privacy. Door de inzet van motiverende gespreksvoering en het bespreekbaar maken van schulden probeert de inkomensconsulent de klant actief door te verwijzen naar een geschikte vorm van schuldhulpverlening. Het adviesrecht is een kan-bepaling in de Wgs, en leidt ertoe dat gemeenten meer inspraak kunnen hebben bij de gerechtelijke procedure schuldenbewind. Het afschalen naar een lichtere vorm van dienstverlening, dan wel de uitstroom van bewind is een lastig beïnvloedbaar proces.
Dit proces drukt behoorlijk op de kosten voor bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten. In 2022 wordt de Participatiewet uitgebreid met de financiële ontzorging die gekoppeld is aan de Wet inburgering 2022. Financiële problemen leiden tot veel stress waardoor een succesvolle snelle inburgering geringer is. Het financieel ontzorgen houdt in dat de vaste lasten zoals de huur, energiekosten en de verplichte verzekeringen worden ingehouden op het inkomen. Het restantbedrag wordt dan gestort op de rekening van de inburgeraar. Dit betekent dat de kans op financiële problematiek wordt verkleind.
17
3.4 Totale kosten programma Ondersteuning Begroting 2022
Programma Ondersteuning baten lasten Resultaat baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Resultaat
Specificatie per product
Baten Debiteurenontvangten Bijdrage gemeenten programmakosten Bijdrage gemeenten uitvoeringskosten Totaal baten Lasten Bijzondere bijstand Meedoenregelingen Schuldhulpverlening/Stadsbank Directe uitvoeringskosten
Rekening 2020
Begroting 2021
4.084.000 4.227.000 -143.000 0 0 -143.000
4.656.000 4.656.000 0 0 0 0
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijzigingen
73.000 3.377.000 634.000 4.084.000
110.000 3.899.000 647.000 4.656.000
2.710.000
2.769.000 333.000 907.000 647.000 4.656.000
741.000 776.000 4.227.000
Begroting 2021 na wijzigingen 4.365.000 4.365.000 0 0 0 0
Begroting 2022
Meerjaren begroting 2023 3.778.000 3.778.000 0 0 0 0
Meerjaren begroting 2024 3.778.000 3.778.000 0 0 0 0
Meerjaren begroting 2025 3.778.000 3.778.000 0 0 0 0
Begroting 2022
Meerjaren begroting 2023
Meerjaren begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
110.000 3.608.000 647.000 4.365.000
74.000 2.969.000 735.000 3.778.000
110.000 2.933.000 735.000 3.778.000
110.000 2.933.000 735.000 3.778.000
110.000 2.933.000 735.000 3.778.000
2.603.000 333.000 782.000 647.000 4.365.000
2.683.000 338.000 22.000 735.000 3.778.000
2.683.000 338.000 22.000 735.000 3.778.000
2.683.000 338.000 22.000 735.000 3.778.000
2.683.000 338.000 22.000 735.000 3.778.000
3.778.000 3.778.000 0 0 0 0
De bijdragen in de kosten voor de dienstverlening van de Stadsbank Oost Nederland maken met ingang van begrotingsjaar 2022 geen onderdeel meer uit van de begroting van het WLB. Schuldhulpverlening wordt een integrale verantwoordelijkheid van de gemeenten. De effecten van de Coronacrisis worden vooreerst niet meegenomen in de begroting 2022 voor het programma ondersteuning. Enerzijds wordt verwacht dat de effecten op de economie erin resulteren dat het aantal huishoudens met problematische schulden gaat toenemen, echter is het tempo van deze toename lastig in te schatten. Daarnaast is het is op dit moment nog onduidelijk of in 2022 de economie juist weer zal aantrekken en tot minder aanvragen voor bijzondere bijstand, collectieve zorgverzekering of kindregelingen gaat leiden of dat de crisis langer aanhoudt en de uitgaven voor het programma ondersteuning zullen stijgen. De verwachte uitgaven voor het programma ondersteuning worden geïndexeerd volgens de officiële prijsindex van 1,5% uit de “Macro-economische verkenningen september 2020”. Indien noodzakelijk zal er worden bijgesteld op de begroting voor het programma ondersteuning via de bestuursrapportage 2022. Financiële ontzorging van statushouders wordt naar verwachting per 1 januari 2022 opgenomen in de Participatiewet.
Indien financiële ontzorging voor de doelgroep statushouders wordt uitgevoerd, of deze dienstverlening wordt ingekocht, zal dit kosten met zich meebrengen. Op dit moment is nog onbekend hoeveel vergoeding vanuit het Rijk naar de gemeenten zal gaan en welk deel hiervan voor de financiële ontzorging wordt vrijgegeven. In de begroting 2022 is hiervoor daarom nog geen budget opgenomen. In de bestuursrapportage zal hiervoor te zijner tijd een begrotingswijziging volgen.
18
4. Programma Overhead en algemene kosten Onder het programma overhead worden de algemene bedrijfsvoeringskosten verantwoord, de incidentele baten en lasten en de mutaties in de reserves. Begroting 2022 Rekening 2020
Begroting 2021
4.134.000 5.029.000 -895.000 596.000 124.000 -423.000
5.044.000 5.704.000 -660.000 0 0 -660.000
Rekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijzigingen
Baten Treasury Bijdrage gemeenten uitvoeringskosten Totaal baten
0 4.134.000 4.134.000
0 5.044.000 5.044.000
Lasten Treasury Algemene baten en lasten Overhead
0 0 5.029.000
Totaal lasten
5.029.000
Programma Overhead en algemene kosten baten lasten Resultaat baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Resultaat
Specificatie per product
Meerjaren begroting 2023 5.726.000 6.386.000 -660.000 0 0 -660.000
Meerjaren begroting 2024 5.726.000 6.386.000 -660.000 0 0 -660.000
Meerjaren begroting 2025 5.726.000 6.386.000 -660.000 0 0 -660.000
Begroting 2022
Meerjaren begroting 2023
Meerjaren begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
0 5.194.000 5.194.000
0 5.726.000 5.726.000
0 5.726.000 5.726.000
0 5.726.000 5.726.000
0 5.726.000 5.726.000
0 30.000 5.674.000
0 30.000 5.824.000
29.000 30.000 6.380.000
29.000 30.000 6.327.000
29.000 30.000 6.327.000
29.000 30.000 6.327.000
5.704.000
5.854.000
6.439.000
6.386.000
6.386.000
6.386.000
19
Begroting 2021 na wijzigingen 5.194.000 5.854.000 -660.000 0 0 -660.000
Begroting 2022 5.726.000 6.439.000 -713.000 53.000 0 -660.000
5. Paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat aangegeven welke paragrafen moeten worden opgenomen in de begroting. De paragrafen grondbeleid en lokale heffingen zijn niet van toepassing voor het Werkleerbedrijf. De volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: 1. Financiering; 2. Bedrijfsvoering; 3. Weerstandvermogen; 4. Onderhoud kapitaalgoederen; 5. Verbonden partijen. 5.1
Financiering
Treasurystatuut De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht de gemeenschappelijke regeling om richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan verbonden zijn. Het (gewijzigde) Treasurystatuut is in september 2020 vastgesteld. Dit statuut wordt periodiek geëvalueerd en daar waar nodig geactualiseerd. Treasuryfunctie De treasuryfunctie maakt onderdeel uit van de ondersteunende diensten die de gemeente Berkelland voor het WLB verricht. Risicobeheer Om de risico’s eenvoudig te beheersen zal het WLB bij voorkeur gelden uitzetten bij en aantrekken van de gemeente Berkelland, tegen gangbare marktconforme condities. De voorschotnota’s voor de bijdragen van de gemeenten worden afgestemd op de geldstromen binnen het WLB. Rente Naast rente voor de vaste geldlening worden er door het verplichte schatkistbankieren en de lage rentestand in 2022 geen rentelasten en geen rentebaten verwacht. Er worden geen grote uitgaven verwacht waarvoor een aanvullende externe financiering nodig is. Op grond van artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het verplicht om inzicht te geven in de rentelasten, de wijze waarop deze worden toegerekend aan de taakvelden en de financieringsbehoefte. Onderstaand treft u hiervoor het onderstaande renteschema voor de begroting 2022 aan. Renteschema begroting 2022
€
€
(x € 1.000) a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten over korten en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden
20
29 0 -29 nvt
Renteschema begroting 2022
€
€
(x € 1.000) toegerekend c3. Rentebaat van door verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over het eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) e. Renteresultaat op het taakveld treasury 5.2
0 0 0 0 0 0 -0 -29
Bedrijfsvoering
Personeel Het WLB heeft de afgelopen jaren ingezet in de ontwikkeling van de medewerkers. De kern bij de gevraagde ontwikkeling is dat de inwoner centraal wordt gezet, er maatwerk wordt geleverd en samen met collega’s de best passende integrale oplossing wordt gekozen. Om de samenwerking met collega’s uit het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet) te stimuleren is in 2021 een opleidingsplan voor 2 jaar samengesteld. Ook privacy en informatiebeveiliging staan hoog op de agenda. In 2020 is een start gemaakt met een zogenaamde leercirkel die totaal 3 jaar zal beslaan. Via scholing en informatie worden medewerkers stelselmatig getraind en wordt de kennis actueel gehouden. Informatisering Website Voor 2022 zal de website in lijn worden gebracht met het dienstverleningskader uit “Samen aan het Stuur”. De website moet daarmee consistent en aanvullend zijn aan de websites van de opdrachtgevende gemeenten en de websites van de sociale teams. Automatisering Op ICT-gebied is de ambitie hoog om een aantal projecten op te pakken teneinde onze dienstverlening te verbeteren. Denk aan een nieuw zaaksysteem, de ICT-infrastructuur en interne organisatie. Deze projectenplanning is conform de i-visie opgesteld voor SDOA in 2019. In 2022 wordt de implementatie van de I-visie afgerond en zal er een hernieuwde i-visie opgesteld worden voor de periode 2023-2025.
Communicatie De (hulp)vraag van de inwoner komt binnen bij de gemeente en het WLB is als 2e lijns organisatie hieraan ondersteunend. In die lijn wordt ook de communicatie ingezet en is de samenwerking met de gemeente opgezet. Het WLB informeert klanten op verschillende manieren. Traditioneel in de vorm van een nieuwsbrief eens per kwartaal. Daarnaast in toenemende mate digitaal d.m.v. website en applicaties zoals Mijn Inkomen, SDOA Werkt! en de Meedoenapplicatie. Op social media, zoals Facebook of Instagram deelt het WLB nieuws over bijeenkomsten voor klanten, goede voorbeelden van werktrajecten uit de praktijk en andere nieuwsberichten.
21
Financieel beheer Administratieve organisatie Het WLB streeft naar een optimale dienstverlening opdat zij haar klanten en partners optimaal kan bedienen. Dit doet zij mede door de interne processen en bijbehorende werkinstructies van een update te voorzien en daar waar noodzakelijk aan te vullen met opleidingen en trainingen. Tevens legt het WLB de nadruk op de thema’s Integriteit, Doelmatigheid en Rechtmatigheid. Interne controle (IC) In verband met nieuwe ontwikkelingen en veranderende organisatie wordt het IC-plan elk jaar bijgesteld. De IC vindt maandelijks plaats. Naast de reguliere rechtmatigheidscontrole worden interne themacontroles toegevoegd. Interne processen Ook in 2022 blijft de nadruk liggen op het aanscherpen van de interne processen. Het WLB blijft investeren in het zo efficiënt mogelijk maken van interne systemen. Facilitaire dienstverlening Gebouw Vanaf 1 januari 2022 opereert het WLB volledig vanuit één locatie, te weten Batterij 10-12 te Groenlo. Post en Archief De post wordt bezorgd door de koeriersdienst. Tweemaal per dag wordt de post vanuit de lokale teams bezorgd bij het WLB. Het WLB beschikt over één archief op de locatie van het WLB. Daarnaast worden de personeelsdossiers van de Wsw-doelgroep ook gearchiveerd op de locatie van het WLB. Inkoop Het WLB maakt gebruik van de dienstverlening van de Gemeente Berkelland m.b.t.
de Inkoop en (Europese) aanbesteding van goederen en diensten. 5.3
Weerstandsvermogen
Algemeen Het weerstandsvermogen is een buffer om ontwikkelingen waarmee geen rekening is gehouden op te vangen. In algemene zin wordt het weerstandsvermogen gevormd door de algemene reserve en de stelpost onvoorzien. Het WLB kent op dit moment een algemene reserve van € 1.500.000. Voor dit bedrag kunnen risico’s door het WLB worden opgevangen. Dit komt dan niet ten laste van de deelnemende gemeenten. De gemeenten staan garant voor de exploitatietekorten van het WLB, maar het WLB heeft met de algemene reserve dus een eigen buffer. De algemene reserve is door het Algemeen Bestuur in haar vergadering van 2 juli 2020 gevormd. Op 17 december 2020 heeft zij het “Beleidskader Risicomanagement en weerstandsvermogen” vastgesteld. De navolgende top 10 aan potentiele risico’s is geïnventariseerd en deze zijn vervolgens vertaald in het daarvoor benodigde weerstandsvermogen om deze risico’s af te dekken.
22
Benodigd weerstandsvermogen Om tot een onderbouwing van het benodigde weerstandsvermogen te komen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: 1. Identificeren risico’s; 2. Beoordelen en prioriteren risico’s; 3. Analyse van de risico’s; 4. Bepalen weerstandvermogen. Onderstaand de bepaling van het benodigd weerstandsvermogen. Omschrijving risico
Kans
Onvoorziene andere politieke keuze Door verkiezingen, dan wel door onvoorziene wijzigingen in het beleid van de gemeenten, dient de bestaande koers van het WLB gewijzigd te worden. Dit kan leiden tot stagnatie van ontwikkeling (pas op de plaats). Onvoorzien stijgt het bestand meer of minder dan verwacht Terugval economie vergroot bovenkant bestand (mensen die in principe in categorie Werk zitten) en er moeten andere instrumenten/activiteiten worden ingezet om burgers actief/werkfit te houden. Bedrijfsvoering onvoldoende in control Als de bedrijfsvoering niet in control is kan onvoldoende worden (bij)gestuurd op de realisatie van de doelstellingen en de beoogde kwaliteit. Door fouten in bedrijfsvoeringsprocessen kan negatieve beeldvorming ontstaan. Door afleiding focus op business verloren Door te veel afleiding als gevolg van de opstart en inrichting van de nieuwe organisatie, wordt de focus op de corebusiness verloren (intern gericht) Door digitalisering grotere kans op inbreuk privacy
Hoog
Jaarlijks/ Benodigd incidenteel weerstandsvermogen Incidenteel € 375.000
Hoog
Incidenteel
€ 75.000
Middel
Jaarlijks
€ 250.000
Middel
Jaarlijks
€ 150.000
Middel
Incidenteel
€ 125.000
Laag
Jaarlijks
€ 50.000
Hoog
Incidenteel
€ 245.000
Laag
Incidenteel
€ 25.000
Nieuwe wetgeving belemmert het gewenste resultaat WLB krijgt extra taken in de uitvoering zonder adequate financiering of wordt als gevolg van wijziging in wetgeving geconfronteerd met extra kosten. ICT-systemen zijn niet beschikbaar Besluitvorming gemandateerde partijen leidt tot claims WLB heeft taken aan andere partijen gemandateerd maar blijft eindverantwoordelijk. Bijvoorbeeld: * ROZ voor de uitvoering van de Bbz. 23
Omschrijving risico
Kans
Samenstelling klantenbestand wijzigt onvoorzien
Laag
Partners treden uit
Laag
Totaal benodigd weerstandsvermogen
Jaarlijks/ Benodigd incidenteel weerstandsvermogen Incidenteel Dekking opgenomen in risico: Onvoorzien stijgt het bestand meer of minder dan verwacht. Incidenteel Dekking opgenomen in risico: Onvoorziene andere politieke keuze. € 1.295.000
In de begroting 2022 is rekening gehouden met een jaarlijkse stelpost onvoorzien van € 30.000 (incl. BTW). Het WLB kent per ultimo 2021 bestemmingsreserves voor: • Re-integratieactiviteiten; • ICT en digitaal zaaksysteem; • Tozo. Algemene risico’s De risico’s met betrekking tot de omvang van de uitkeringen en de Wsw-detacheringen zijn beschreven in de gemeentebegrotingen en kunnen per deelnemende gemeente verschillen. Wij volstaan hier met de verwijzing naar de gemeentebegrotingen. Het risico voor het WLB is nihil omdat deze regelingen één op één verrekend worden met de gemeenten. Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste ontwikkelingen voor het WLB in 2022. Personeel Hoewel de economische situatie verbetert, stijgt het totale klantenbestand met name door de nieuwe doelgroep met een arbeidsbeperking. De flexibele schil blijft gehandhaafd op 10%. Loon- en prijsontwikkeling Hoe de loon- en prijsontwikkeling zich in de jaren 2021 en 2022 zal ontwikkelen is nog niet (volledig) bekend. De salariskosten zijn berekend op basis van de verwachte salarissen per december 2021. Deze zijn bepaald op basis van de thans bekende cao-afspraken die gelden tot en met het einde van 2020, verhoogd met een
24
mogelijke indexatie van 1,8%. Voor 2022 is hierop een indexatie toegepast van 1,5% op basis van de loonvoet sector overheid zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2020. Voor de overige kosten is gerekend met 1,5%, op basis van de prijs overheidsconsumptie, netto materieel eveneens gepubliceerd in de septembercirculaire van 2020. Uitvoeringskosten De budgetten met betrekking tot de uitvoeringskosten 2022 zijn ingeschat op basis van de huidige contracten en historische kosten waarbij deze maximaal geïndexeerd zijn met het hierboven genoemde indexatiepercentage van 1,5%. Hierbij is rekening gehouden met besparingspotentieel als gevolg van de samenvoeging van de SDOA en Werkbaan Oost. Stadsbank Oost Nederland: SDOA staat in ieder geval tot en met december 2021 namens Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk borg voor de kredietverstrekking aan de klanten uit de drie gemeenten van de Stadsbank Oost Nederland (SON) in Enschede. Met de overheveling van de kassiersfunctie van de SON naar de gemeenten moet nader onderzocht worden of en op welk moment deze borgstelling overgeheveld wordt naar de gemeenten. De borgstelling bedroeg per 31 december 2020: • Berkelland € 110.000 • Oost Gelre € 70.000 • Winterswijk € 142.000 Totaal € 322.000 Ziekteverzuim Het risico voor ziekteverzuim is opgenomen in de berekening van het weerstandsvermogen.
Kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen de volgende kengetallen moeten worden opgenomen. Jaarrekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2020 2021 2022 2023-2025 Netto schuldquote -981% 0% 0% 0% Netto schuldquote gecorrigeerd voor -981% 0% 0% 0% alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio 21% 23% 22% 22% Grondexploitatie n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Structurele exploitatieruimte 100% 0% 0% 0% Belastingcapaciteit n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hierbij wordt het saldo van schulden minus bezittingen afgezet tegen het totaal saldo van baten en lasten. Het saldo van bezittingen ligt in 2020 hoger dan de schulden en daarmee is deze quote negatief. De begrotingen kennen een nihil resultaat waarmee de netto schuldquote in de begrotingen op 0% uitkomt. Het begrote nihil resultaat verklaart ook de structurele exploitatieruimte van 0% in de begrotingen.
25
5.4
Onderhoud kapitaalgoederen
Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die meestal worden aangeduid als investeringen. Voor het WLB betreft dit vooral de aanschaf van kantoormeubilair, hard- en software. In de gemeentelijke begroting bevatten (bijna) alle programma’s kapitaalgoederen. Daarom is in het BBV de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen voorgeschreven, zodat de gemeenteraad op een andere manier nog eens zicht heeft op het onderhoud dat nodig is voor het in goede staat houden van de kapitaalgoederen. Hierna volgt een korte beschrijving van de groepen kapitaalgoederen, het onderhoud en het onderhoudsbudget voor deze groepen die gelden voor het WLB. Daarnaast worden ook de afschrijvingstermijnen vermeld die voor deze kapitaalgoederen worden gehanteerd. Gebouwen en installaties In de begroting 2022 is voor onderhoud van gebouwen en installaties een totaalbedrag van € 45.000 (incl. BTW) voorzien. Hardware In de begroting 2022 is voor onderhoud hardware een budget van € 132.000 (incl. BTW) opgenomen. Voor hardware geldt een afschrijvingstermijn van 5 jaar. Software Voor het up to date houden van de software zijn zoveel mogelijk onderhoudscontracten afgesloten met de leveranciers. Indien de software in eigendom wordt verkregen geldt voor de technische software een afschrijvingstermijn van 3 jaar. Voor de overige software geldt een afschrijvingstermijn van 5 jaar.
Het WLB heeft op dit moment geen software in eigendom. In de begroting is voor het onderhoud van de diverse softwarepakketten een budget van € 473.000 (incl. BTW) opgenomen. Archiefkasten en kantoormeubilair Een goed functionerend rolsysteem van de Paternoster archiefkasten is van groot belang. Met de leverancier is er daarom een onderhoudscontract afgesloten voor jaarlijks preventief onderhoud. Voor de Paternoster archiefkasten en kantoormeubilair geldt een afschrijvingstermijn van 15 jaar. In de begroting is voor onderhoud archiefkasten en kantoormeubilair een budget van € 30.000 (incl. BTW) opgenomen. Samengevat: Omschrijving activum Nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen Renovatie, restauratie en aankoop kantoren en bedrijfsgebouwen Technische installaties in bedrijfsgebouwen Kantoormeubilair Veiligheidsvoorzieningen in bedrijfsgebouwen Automatiseringsapparatuur, software en licenties Mobiele telefonie
26
Afschrijvingsduur 40 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar 15 jaar 5 jaar 3 jaar
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Deze laatstgenoemden worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. 5.5 Verbonden partijen Met verbonden partijen worden in het BBV privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties bedoeld, waarin het WLB als gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk of financieel belang heeft. Bedoeld worden onder meer: deelnemingen in vennootschappen, stichtingen en verenigingen. In 2020 is de besloten vennootschap Slinge Werkt! B.V. opgericht. In deze vennootschap is het werkgeverschap voor nieuw Beschut Werk ondergebracht. Het WLB is 100% aandeelhouder van deze vennootschap.
27
6. Financiële begroting
6.1
Overzicht van baten en lasten
In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen per programma. Overzicht van baten en lasten (x € 1.000)
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijzigingen
Meerjaren Begroting 2022
Meerjaren Begroting 2023-2025
Baten Programma Werk en activering Programma Inkomen Programma Ondersteuning Programma Overhead en algemene kosten Totaal baten
12.690 22.853 4.656 5.044 45.243
12.596 24.434 4.365 5.194 46.589
13.484 23.862 3.778 5.726 46.850
13.484 23.862 3.778 5.726 46.850
Lasten Programma Werk en activering Programma Inkomen Programma Ondersteuning Programma Overhead en algemene kosten Totaal lasten Resultaat baten en lasten Onttrekking reserves Toevoeging reserves Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat