omgevingsvisie oost gelre 2040 effect screening
Tekst van het document
Passende en duurzame invulling
Voor vrijkomende agrarische bebouwing wordt door de gemeente in overleg
van vrijkomende agrarische
met de eigenaar een passende en duurzame invulling gezocht. Door
bebouwing (VAB).
daarnaast agrariërs de ruimte te bieden om maatschappelijke diensten als aanvullend verdienmodel te gebruiken brengt de gemeente landbouw en recreatie dichterbij elkaar. Dit draagt bij aan een passende en duurzame invulling van vrijkomende agrarische bebouwing.
Goede inpassing van duurzame
De gemeente zet in op functiecombinaties voor de duurzame opwek van
energieopwekking in ons
energie. En hanteert een goede inpassing en oog voor realisme als
waardevolle landschap en oog
uitgangspunten voor het aanwijzen van potentiële locaties in RES-
voor realisme.
zoekgebieden. De Omgevingsvisie definieert echter niet wat ‘oog voor realisme’ inhoudt, mogelijk dat het programma ‘Energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaamheid’ hier meer duidelijkheid in kan scheppen. Dit zorgt op dit moment echter voor een mate van onzekerheid in het behalen van de ambitie. De gemeente streeft er daarnaast naar dat duurzame energieopwekking geen afbreuk doet aan de leefbaarheid in de woonomgeving en past binnen de geldende milieu- en veiligheidsgrenzen. De gemeente heeft diverse sturingsmogelijkheden om dit waar te maken.
Voorkeur voor initiatieven voor
De Omgevingsvisie beschrijft de voorgenomen opwek die van inwoners en
duurzame opwek die van onze
bedrijven uit Oost Gelre komen en de gemeente streeft ernaar dat inwoners
eigen inwoners en bedrijven
als eerste financieel kunnen deelnemen aan duurzame energieopwek
komen en ervoor zorgen dat
initiatieven. De Omgevingsvisie beschrijft echter niet hoe de gemeente dit wil
inwoners als eerste financieel
concretiseren. Dit zorgt voor een grote mate van onzekerheid in het behalen
kunnen deelnemen aan
van de ambitie.
duurzame energieopwek. Inpassing zonne-energie
De gemeente volgt voor de inpassing van zonne-energie de zonneladder. Dit
volgens zonneladder.
houdt onder andere in dat zon op dak de voorkeur heeft boven zon op land.
24/27
Kenmerk
Hoofdlijn
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Beoordeling doelbereik Dit beperkt het risico op aantasting van het landschap. Hierbij is de gemeente echter wel afhankelijk van derden, aangezien een groot deel van de daken in handen is van bedrijven en particulieren.
Conclusie De Omgevingsvisie definieert duidelijk de te realiseren opwek van duurzame energie. Daarnaast komt duidelijk naar voren dat de landschappelijke waarden en een perspectief voor de agrarische sector hoog in het vaandel staan. Dit gaat echter gepaard met grote onzekerheden. De gemeente heeft nog geen concreet beleid ontwikkeld, aangezien het afhankelijk is van politieke besluitvorming vanuit het Rijk en de provincie. De agenda is op dit moment niet duidelijk, waardoor handelingsperspectief voor de gemeente ontbreekt. Dit zorgt voor een grote mate van onzekerheid in het behalen van de kernambitie. Het ligt op dit moment buiten het bereik van de gemeente om in dit stadium de onzekerheid weg te nemen.
25/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
4 Conclusie en aanbevelingen 4.1
Conclusie
De Omgevingsvisie heeft over het algemeen een positieve invloed op de omgevingsthema’s die in de effectbeoordeling zijn onderzocht. Het beleid van Oost Gelre heeft een positieve invloed op basisvoorzieningen, biodiversiteit, de opwek van duurzame energie en wateroverlast. Voor de thema’s natuur, landschappelijke- en cultuurhistorische waarden, hitte en droogte is er sprake van een beperkte invloed, omdat het beleid zowel positief als negatief bijdraagt aan het kwaliteitsniveau van de betreffende indicator. Al met al kan geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie naar verwachting een redelijk positief effect heeft op de behandelde beleidsthema’s. Naast de invloed van de Omgevingsvisie is het doelbereik van de kernambities geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de Omgevingsvisie in algemene zin een goede bijdrage levert om de doelen in de kernambities te behalen, maar niet altijd genoeg om dit met zekerheid te kunnen stellen. De afhankelijkheid van externe partijen (andere overheden, woningcorporaties, bedrijven, inwoners et cetera) draagt vaak bij aan de uitvoering van gemeentelijk beleid, wat een bepaalde mate van onzekerheid met zich meebrengt. Concretiseringen van verschillende thema’s kunnen helpen het doelbereik te vergroten.
4.2
Aanbevelingen
Op enkele indicatoren kan de Omgevingsvisie een minder negatieve of zelfs positievere invloed hebben dan zoals het beleid nu in de Omgevingsvisie is verwoord. Hieronder enkele aanbevelingen hiervoor: •
Verder tegengaan van hittestress door bij de opgave om woningen te isoleren ook te kijken naar de koeling van die woningen in de zomer. Dit kan bijvoorbeeld door het strategisch plaatsen van groen, maar ook de kleur van gebouwen om hitte zoveel mogelijk te beperken
•
Natuurinclusief bouwen niet alleen bij nieuwbouw te bekijken, maar ook bij isoleren van woningen. Vleermuizen verblijven graag in spouwmuren De maatlat klimaatadaptieve bouwen die momenteel ontwikkeld wordt, kan mogelijk
• •
toegepast gaan worden als geschikt beoordelingskader voor natuurinclusief bouwen Door bestaand beleid een duidelijke plaats te geven in de Omgevingsvisie kan worden aangetoond dat de gemeente al een duidelijke koers gekozen heeft rondom de thema’s
Het doelbereik kan beter meetbaar en wellicht ook groter zijn door het beleid in de Omgevingsvisie te concretiseren. Bijvoorbeeld voor de kernambitie ‘vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied’ waarvoor de gemeente ambieert landbouw, natuur, duurzame energiewinning en recreatie met elkaar in evenwicht te brengen. De Omgevingsvisie maakt niet duidelijk wanneer er sprake is van dit ‘evenwicht’. Een ander voorbeeld is het leveren van voldoende bijdrage aan biodiversiteit in een (toekomstige) ontwikkeling. De Omgevingsvisie maakt voor dit voorbeeld niet duidelijk wanneer er sprake is van voldoende bijdrage. Door deze beschrijving concreet te maken of aan te geven dat aangesloten wordt bij een bestaand kader of beoordelingssysteem wordt het doelbereik
26/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
vergroot, aangezien per ontwikkeling dan eenvoudiger beoordeeld kan worden of er voldoende wordt bijgedragen aan het aandeel biodiversiteit. Daarnaast zal de mate van onzekerheid verkleind worden zodra de invulling van de te ontwikkelen programma’s op hoofdlijnen bekend wordt.
27/27