omgevingsvisie oost gelre 2040 effect screening
Tekst van het document
Effectscreening Omgevingsvisie Oost Gelre Effectbeoordeling & Doelbereik 23 maart 2023
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Verantwoording Titel
Effectscreening Omgevingsvisie Oost Gelre
Opdrachtgever
RUIMTEVOLK B.V.
Projectleider
Joost de Jong
Auteur(s)
Elza van der Meer, Stijn Wolfkamp
Tweede lezer
Marieke van der Linde, Joost de Jong
Projectnummer
1282551
Aantal pagina’s
27
Datum
23 maart 2023
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Leeswijzer .......................................................................................................................... 4
2
Methode effectbeoordeling ........................................................................................................ 5
3
Effectbeoordeling....................................................................................................................... 7 3.1
Overzicht effectbeoordelingen ........................................................................................... 7
3.2
Effectbeoordelingen ........................................................................................................... 7
3.2.1
Natuur ......................................................................................................................... 7
3.2.2
Biodiversiteit ................................................................................................................ 8
3.2.3
Landschappelijke en cultuurhistorische elementen .................................................... 9
3.2.4
Energietransitie ......................................................................................................... 10
3.2.5
Wateroverlast ............................................................................................................ 10
3.2.6
Hitte ........................................................................................................................... 11
3.2.7
Droogte ..................................................................................................................... 11
3.3
Beoordeling doelbereik .................................................................................................... 12
3.3.1 Hechte en leefbare kernen: een compleet aanbod aan toekomstbestendige woningen en voorzieningen ..................................................................................................... 14 3.3.2
Ondernemend Oost Gelre ......................................................................................... 17
3.3.3
Nabij en bereikbaar ................................................................................................... 20
3.3.4
Gezonde en veilige leefomgeving: water en bodem als landschappelijke onderlegger 21
3.3.5 4
Vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied ..................................................................... 23
Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................... 26 4.1
Conclusie ......................................................................................................................... 26
4.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 26
3/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
1 Inleiding Momenteel werkt de gemeente Oost Gelre aan het opstellen van een Omgevingsvisie. In de nieuwe Omgevingswet wordt het opstellen van een gemeentelijke Omgevingsvisie verplicht gesteld. Deze wet treedt naar verwachting in werking op 1 januari 2024. In de Omgevingsvisie worden de ambities en uitgangspunten van de gemeente Oost Gelre beschreven voor de fysieke leefomgeving. Met de Omgevingsvisie biedt de gemeente perspectief op de lange termijn (tot 2040) en loopt hiermee vooruit op de invoering van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie omvat in ieder geval: • Een strategische lange termijnvisie • •
De hoofdlijnen van het beleid voor de gehele fysieke leefomgeving De uitwerking en invoering (met onder andere een overzicht van de inzet van uitvoeringsinstrumenten zoals programma’s) van dit beleid
Gedurende het ontwikkelproces van de Omgevingsvisie is nagedacht en samengewerkt met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, alle ambtelijke afdelingen en de politiek. Het opstellen van de Omgevingsvisie vond plaats in drie fasen. In de eerste fase zijn kansen, dilemma’s en gewenste ontwikkelrichtingen geïnventariseerd. Vervolgens is dit in fase 2 verder uitgewerkt naar drie scenario’s. Met de politiek, partners en samenleving is vervolgens het gesprek aangegaan om mee te denken in het proces. Tot slot bestond fase 3 uit het ontwikkelen en opstellen van de visie. Gelijktijdig en in samenhang met het opstellen van de Omgevingsvisie1 is de effectscreening opgesteld. De effectscreening beschrijft de effectbeoordeling: een kwalitatief onderzoek naar de mogelijke milieu- en omgevingseffecten van het beleid uit de Omgevingsvisie. Van zeven indicatoren is het effect van het beleid uit de Omgevingsvisie bepaald. Daarnaast is het doelbereik van het beleid in beeld gebracht. Op deze manier is inzichtelijk gemaakt of de gestelde ambities gehaald worden met het voorgenomen beleid. Het opstellen van een Omgevingsvisie en een effectscreening beschouwt de gemeente Oost Gelre als een geïntegreerd proces.
Gedurende het proces heeft de effectscreening inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente met de Omgevingsvisie haar (milieu) kwaliteiten kan behouden, versterken of toevoegen. Doordat beide documenten gelijktijdig zijn opgesteld konden tussenresultaten direct benut worden voor het aanscherpen van de Omgevingsvisie.
1.1
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de methode van de effectbeoordeling. In hoofdstuk 3 volgt de effectbeoordeling en de beoordeling van het doelbereik van de keuzes die de gemeente Oost Gelre maakt. Het document sluit in hoofdstuk 4 af met een conclusie en beleidsaanbevelingen voor de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie. De effectbeoordeling gaat uit van ‘Concept Omgevingsvisie Oost Gelre versie januari 2023’. Voor de ambitie ‘Nabij en bereikbaar’ geldt een uitzondering, de ambitie m.b.t. de N18 is overgenomen uit de ‘Concept Omgevingsvisie Oost Gelre versie maart 2023’. 1
4/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
2 Methode effectbeoordeling Om tot een goede effectscreening te komen zijn de volgende stappen gezet: 1.
Vaststellen beoordelingskader In samenspraak met de gemeente Oost Gelre zijn verschillende thema’s gekozen waarvan de omgevingseffecten van de Omgevingsvisie zijn beoordeeld. Dit zijn de thema’s waarop vooraf een mogelijk negatief effect werd verwacht en de thema’s waar de gemeente belangrijke opgaven op heeft. Waar relevant zijn deze thema’s onderverdeeld in enkele indicatoren. Zo is het thema klimaatadaptatie opgedeeld in de indicatoren wateroverlast, droogte en hitte. Voor elke indicator is een criterium bepaald aan de hand waarvan de indicator beoordeeld wordt. Onderstaande tabel toont een overzicht van de indicatoren en beoordelingscriteria die in de effectbeoordeling aan bod komen.
Tabel 2.1 Overzicht indicatoren effectbeoordeling Indicator
Criterium
Natuur
Omvang en staat van instandhouding Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk
Biodiversiteit
Omvang biodiversiteit
Landschappelijke en
Behoud landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten
cultuurhistorische elementen Energietransitie
Aandeel hernieuwbare energie
Wateroverlast
Begaanbaarheid van wegen na hevige regenval
Hitte
Aantal gehinderden door warme nachten (>20 °C)
Droogte
Droogtegevoeligheid (de mate waarin er een risico is dat vegetatie onvoldoende bodemvocht en grondwater tot haar beschikking heeft)
2.
Beschrijven en beoordelen huidige situatie en autonome ontwikkeling Van iedere indicator is de huidige situatie en autonome ontwikkeling (HSAO) beschreven. De beoordeling hiervan is opgenomen in de Toekomstverkenning Oost Gelre 2040. Tabel 2.2 toont de drie beoordelingscategorieën voor het kwaliteitsniveau van de indicator (uitgedrukt in goed, redelijk en slecht).
Tabel 2.2 Beoordeling kwaliteitsniveau HSAO Beoordeling kwaliteitsniveaus HSAO Slecht
Redelijk
Goed
5/27
Kenmerk
3.
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Effectbeoordeling Omgevingsvisie Na de beoordeling van de HSAO is het effect van de Omgevingsvisie beoordeeld. Deze beoordeling is gebaseerd op de ambities uit de Omgevingsvisie Oost Gelre. Deze zijn per indicator als volgt beoordeeld: a. b. c.
Het beleid heeft een negatieve of licht negatieve invloed ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO) Het beleid heeft geen of een beperkte invloed ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO) Het beleid heeft een positieve of licht positieve invloed ten opzichte van de referentiesituatie (HSAO)
Tabel 2.3 Beoordelingskader effectbeoordeling Omgevingsvisie Beoordeling Omgevingsvisie Negatieve invloed
Licht negatieve
Geen/beperkte
Licht positieve
invloed
invloed
invloed
Positieve invloed
In de effectbeoordeling laten we zien of er zowel negatieve als positieve invloed is van het beleid van de Omgevingsvisie op iedere indicator. De grootte van de pijlen geeft het relatieve verschil aan tussen de positieve en negatieve invloed. In de figuur hiernaast is een voorbeeld te zien waarbij sprake is van meer negatieve invloed dan positieve invloed van het beleid op een indicator. 4.
Beoordeling doelbereik: worden ambities gehaald met het beleid? Ten slotte is per indicator beoordeeld wat het doelbereik is (zie paragraaf 3.3). In deze stap is beoordeeld of het beleid van de Omgevingsvisie ertoe leidt dat de vooraf gestelde ambities ook daadwerkelijk behaald kunnen worden. Deze beoordeling is gebaseerd op de vijf kernambities uit de Omgevingsvisie.
6/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
3 Effectbeoordeling Dit hoofdstuk beschrijft de effectbeoordeling van de Omgevingsvisie. Paragraaf 3.1 toont een overzicht van alle effectbeoordelingen. In paragraaf 3.2 wordt de effectbeoordeling nader toegelicht en paragraaf 3.2 beschrijft het doelbereik.
3.1
Overzicht effectbeoordelingen
Tabel 3.1 toont een overzicht van de beoordeling van de HSAO en het effect van het beleid in de Omgevingsvisie op het kwaliteitsniveau van de zeven indicatoren. Tabel 3.1 Overzicht effectbeoordeling Indicator Criterium Natuur
Huidige
Autonome
Effect
situatie
ontwikkeling
Omgevingsvisie
Omvang en staat van instandhouding Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk
Biodiversiteit
Omvang biodiversiteit
Landschappelijke
Behoud landschappelijke en
en
cultuurhistorische kwaliteiten
cultuurhistorische elementen Energietransitie
Aandeel hernieuwbare energie
Wateroverlast
Begaanbaarheid van wegen na hevige regenval
Hitte
Aantal gehinderden door warme nachten (>20 °C)
Droogte
Droogtegevoeligheid (de mate waarin er een risico is dat vegetatie onvoldoende bodemvocht en grondwater tot haar beschikking heeft)
3.2
Effectbeoordelingen
Deze paragraaf beschrijft de effectbeoordeling voor alle zeven indicatoren. 3.2.1 Natuur De gemeente Oost Gelre geeft in haar Omgevingsvisie aan in te willen zetten op een goede balans tussen natuur, cultuur, landbouw, toerisme en de energietransitie. De druk in het landelijke gebied is immers hoog door al deze factoren. In natuurgebieden en de directe omgeving daarvan
7/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
wordt ingezet op verdere natuurontwikkeling en behoud van waardevolle natuur. De komende jaren wordt gewerkt aan het realiseren van de beoogde ecologische verbindingszones ‘Groenlose Slinge’ en ‘Baakse Beek’. Het Korenburgerveen wordt als prioritair gebied gezien waar de stikstofdepositie binnen afzienbare tijd verlaagd moet worden. De Omgevingsvisie concretiseert echter niet op welke manier de gemeente Oost Gelre deze ambitie hoopt te behalen. Daarnaast zet de gemeente in op landschapsbeheer en nieuwe aanleg van houtwallen, heggen, kruidenrijke greppels en natuurlijke bermen. De Omgevingsvisie maakt echter niet duidelijk of deze ontwikkelingen ook in of nabij Natura 2000 gebieden plaatsvinden. Het is daarom onduidelijk of deze maatregelen een positief effect hebben op het behoud en de instandhouding van Natura 2000 gebieden. Ook wordt door middel van een transitie naar duurzame kringlooplandbouw gewerkt aan het veerkrachtig maken van het systeem om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Door waterretentie, infiltratie en waterafvoer te verbeteren wordt ingezet op het voorkomen van schade aan natuur als gevolg van droogte.
Andere ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt door de Omgevingsvisie, zoals een toename van het aantal recreatiemogelijkheden, duurzame energieopwekking en woningbouw, kunnen mogelijk negatieve effecten hebben op de staat van instandhouding van Natura 2000-gebieden en het Gelders Natuurnetwerk. Zo kan er verstoring ontstaan op het gebied van licht of geluid of kunnen er negatieve effecten ontstaan door een toename van stikstofdepositie. Nieuw te ontwikkelen woningen en bedrijventerreinen bieden echter ook kansen voor natuurinclusieve, duurzame en klimaatadaptieve woonmilieus. Door functies zoveel mogelijk te combineren kan gezorgd worden voor een beperking van de negatieve impact op de natuur. Voor vrijkomende agrarische bebouwing en de bijbehorende gronden wordt gestreefd naar een passende en duurzame invulling. Het buitengebied kan hierdoor worden voorzien van een nieuwe invulling met recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, duurzaam geproduceerd lokaal voedsel, duurzame energieopwekking, zorg en wonen. De inzet van de gemeente op de energietransitie heeft op de lange termijn een positief effect op Natura 2000-gebieden doordat het zorgt voor minder stikstofdepositie ten opzichte van het gebruik van fossiele brandstoffen.
De realisatie van duurzame energiebronnen kan echter ook negatieve effecten met zich meebrengen, zoals lichtspiegeling door zonnevelden en kan de plaatsing van windturbines leiden tot aanvaringsslachtoffers (vogels). De Omgevingsvisie zet enerzijds in op behoud en versterking van natuur. Anderzijds bevat de Omgevingsvisie ook beleidskeuzes die negatief kunnen uitwerken op Natura 2000-gebieden en het GNN (bijvoorbeeld toename van recreatie en woongebieden). Per saldo heeft de Omgevingsvisie naar verwachting een positieve invloed op natuur. 3.2.2 Biodiversiteit De gemeente geeft aan dat de bodem-, waterkwaliteit en biodiversiteit wordt bevorderd door ervoor te zorgen dat (nieuwe) ontwikkelingen altijd bijdragen aan de biodiversiteit. Het bevorderen van de biodiversiteit is een vast aandachtspunt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en beheertaken. De verwachte omslag naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw biedt
8/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
meekoppelkansen voor het versterken van de biodiversiteit. Zo biedt kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw kansen voor klimaatadaptatie door het waterbergend vermogen van de grond te verhogen, wat een positief effect op de biodiversiteit heeft aangezien veel soorten niet bestand zijn tegen langere perioden van droogte. Door toekomstgericht maaibeleid en de aanleg van bloemstroken aan de randen van weilanden kan de biodiversiteit in de gemeente verbeterd worden. Ook het behoud en versterken van landschappelijke en cultuurhistorische waarden door middel van de aanleg van kleine landschapselementen kan een positief effect hebben op de biodiversiteit. Het toevoegen van woningen en de uitbreiding van bedrijventerrein de Laarberg resulteren echter in een toename van het verhard oppervlak binnen de gemeente. En een toenemend aantal inwoners en bezoekers kan mogelijk negatieve effecten hebben op de biodiversiteit. Net als dat bepaalde diersoorten hinder kunnen ondervinden van de ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. Tegelijkertijd onderzoekt de gemeente innovatieve concepten waarbij de opwek van duurzame energie gekoppeld wordt aan het toevoegen van biodiversiteit. En zet zij in op het realiseren van natuurinclusieve woonmilieus.
De Omgevingsvisie geeft daarnaast aan dat de openbare ruimte klimaatadaptief wordt ingericht door het toevoegen van meer groenvoorzieningen in de buurten tussen de huizen. Door hiermee de biodiversiteit en beweegvriendelijkheid te stimuleren wil de gemeente zorgdragen voor gezonde en leefbare kernen. Enerzijds zet de Omgevingsvisie in op behoud en versterking van de biodiversiteit. Op deze wijze heeft de Omgevingsvisie een positieve invloed op de indicator biodiversiteit. Anderzijds maakt de Omgevingsvisie ontwikkelingen mogelijk die een negatief effect hebben op de biodiversiteit. Naar verwachting overheersen echter de positieve effecten. 3.2.3 Landschappelijke en cultuurhistorische elementen De Omgevingsvisie zet in op behoud en versterking van landschappelijke en cultuurhistorische elementen om een uniek vestigingsklimaat te behouden voor inwoners, toeristen en ondernemers. Essentieel hierin is dat de bestaande kwaliteiten in de toekomst behouden dienen te worden en daarnaast versterkt worden. Onder andere door meer aandacht te geven voor biodiversiteit, landschapsbeheer en aanleggen van houtwallen, heggen, kruidenrijke greppels en natuurlijke bermen. Door een aantrekkelijke en slimme inpassing van wandel- en fietspaden in het landschap wordt de beleefbaarheid vergroot, zonder dat dit ten koste gaat van hoge natuurwaarden.
Daarnaast geeft de gemeente aan het karakteristieke landschap te willen versterken en in te zetten voor de economische en sociale toekomstkracht van Oost Gelre. De gemeente streeft naar het vergroten van de toeristische potentie van het aantrekkelijke landschap door culturele en natuurhistorische waarden in het buitengebied te versterken. Voorbeelden hiervan zijn het terugbrengen van laanstructuren en highlights als de Grolse Linie beleefbaar en zichtbaar maken. De verwachte omslag naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw biedt kansen om de landschappelijke kwaliteit te verbeteren. Dit kan onder andere door akkerranden in te zaaien, weidevogelbeheer, onderhoud van kerkepaden, beheer van singels en houtwallen, de koe in de
9/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
wei en berm- en slootbeheer. Dit biedt kansen om agrarische bedrijfsvoering te combineren met een duurzame en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Behoud en versterking van landschappelijke en cultuurhistorische waarden biedt agrariërs mogelijkheden om blijvende verdiensten te genereren uit het landschap. Andere ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie vormen echter een mogelijke aantasting van landschappelijke en cultuurhistorische elementen: de duurzaamheids- en woonopgave. In het kader van de duurzaamheidsopgave (de RES 1.0 geeft aan dat er voor Oost Gelre zoekgebieden zijn voor zowel zonne- als windenergie) wordt verwacht dat negatieve effecten op landschap, ondanks inpassingsmaatregelen, niet geheel voorkomen kunnen worden. De woonopgave kan landschappelijk en cultuurhistorisch gezien wel goed ingepast worden. De woonopgave heeft echter een negatief effect op het landschap wanneer deze op uitbreidingslocaties plaatsvindt buiten de bestaande kernen. De Omgevingsvisie zet in op behoud en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische elementen in de gemeente. De verwachting is echter dat de negatieve effecten van grote ontwikkelingen, zoals de duurzaamheids- en woonopgave niet volledig voorkomen kunnen worden. Ondanks dat de Omgevingsvisie een positieve invloed kan hebben is de verwachting dat de negatieve effecten overheersen.
3.2.4 Energietransitie De Omgevingsvisie gaat in op de ambitie om Oost Gelre in 2050 van het gas af te hebben en bewoners en bedrijven te betrekken bij het opwekken van duurzame energie. Om in 2050 aardgasvrij te zijn zet de gemeente in de Omgevingsvisie vooral in op het isoleren van woningen. Nieuwe woningen dienen duurzaam en energieneutraal gebouwd te worden. Daarnaast dient de opwekking van duurzame energie zoveel mogelijk gecombineerd te worden met kansen voor een lokaal verdienmodel. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven in de agrarische sector of voorzieningen in de kernen. Windmolens worden niet uitgesloten, mits er draagvlak is en plaatsing ervan geen risico vormt voor de gezondheid. De komende jaren wordt een afwegingskader gecreëerd voor de locaties voor duurzame energieopwekking. Om inwoners te laten mee doen met de energietransitie heeft de gemeente aangegeven voorkeur te hebben voor lokale initiatieven voor duurzame energieopwekking. Opwekken van energie door middel van zon dient zo veel mogelijk te gebeuren door zon-op-dak. Daarnaast maakt de Omgevingsvisie ook ontwikkelingen mogelijk die vragen om meer energie, zoals bedrijventerreinen en woningbouw. Dit zorgt voor de stijging van de energiebehoefte. De Omgevingsvisie heeft naar verwachting een licht positieve invloed op het aandeel duurzame energie.
3.2.5 Wateroverlast De Omgevingsvisie gaat in algemene zin in op wateroverlast en wat de gemeente hiermee gaat doen. Klimaatopgaven zorgen met name voor wateroverlast in de nattere gebieden in het westen van de gemeente. Een klimaatadaptieve en waterrobuuste inrichting van de leefomgeving hebben topprioriteit binnen de gemeente. In de drogere gebieden hebben is ruimte gemaakt voor waterretentie. In de meer nattere gebieden hebben worden infiltratie- en
10/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
waterafvoermogelijkheden toegevoegd. Wateroverlast in de kernen wordt zoveel mogelijk tegengegaan door vergroening van de openbare ruimte. Door inbreidingslocaties en/of uitbreidingslocaties voor woningbouw en bedrijven zal het aandeel verhard oppervlak echter toenemen. Dit kan mogelijk negatieve gevolgen hebben op wateroverlast in de kernen. De Omgevingsvisie benadrukt wel dat woningbouwontwikkeling op inbreidingslocaties alleen mogelijk is als de (her)ontwikkeling van een locatie het waardevolle groene, kleinschalige en dorpse karakter van een kern niet in de weg staat én er tegelijkertijd een bijdrage geleverd wordt aan klimaatadaptatie. Voor het landelijk gebied zet de Omgevingsvisie in op een robuust watersysteem waardoor de sponswerking van de bodem verbeterd en water beter en langer vastgehouden wordt. De invloed van de Omgevingsvisie kan als positief voor wateroverlast worden gezien. De Omgevingsvisie maakt echter ook ontwikkelingen mogelijk die mogelijk een negatief effect op de indicator wateroverlast kunnen hebben. 3.2.6 Hitte De gemeente zet in op klimaat- en waterrobuuste inrichting van de (gebouwde) omgeving. Dit heeft een positief effect op de leefbaarheid bij weersextremen zoals aanhoudende hitte. Door in zowel nieuwe als bestaande wijken in te zetten op vergroening zorgt de gemeente voor minder hittestress.
Hitte wordt namelijk in grote mate gedempt door de aanwezigheid van groen. Ook de ontwikkeling en versterking van natuurwaarden levert een positieve bijdrage in het kader van hitte. Hitteoverlast zal echter ook toenemen als gevolg van het inbreidingsbeleid. Meer bebouwing per hectare zorgt namelijk voor meer hitteoverlast doordat er meer verhard oppervlak is, ondanks de inzet op groene ruimte. Verharding weerkaatst zonlicht en slaat warmte langer op dan onverhard gebied. Dit effect kan op hete dagen meerdere graden Celsius schelen. De Omgevingsvisie heeft dus zowel een positieve als negatieve invloed op hittestress. De verwachting is echter dat de negatieve effecten overheersen en de kans op hittestress in de toekomst toeneemt. 3.2.7 Droogte De gemeente geeft in de Omgevingsvisie aan dat droogte een groot probleem is binnen de gemeente. Vooral het oosten van de gemeente is erg droogtegevoelig. De gemeente zet in op het creëren van een robuust watersysteem om water langer vast te houden. Daarnaast wordt in de visie de nadruk gelegd op een duurzame en toekomstbestendige agrarische sector met nadruk op kringlooplandbouw. Op deze wijze landbouw bedrijven is robuuster voor droogte om twee redenen. Kringlooplandbouw is in potentie beter bestand tegen extremere weersomstandigheden.
Een krachtige bodem, met veel organisch materiaal, is in staat om grote hoeveelheden water vast te houden en is op die manier beter bestand tegen droogte. Ten tweede betekent een divers functieprofiel dat bij kringlooplandbouw past dat agrariërs financieel minder afhankelijk zijn van het slagen van hun oogst. De ambities van de gemeente ten aanzien van meer groen helpen om droogte-effecten in de bebouwde kom tegen te gaan. Tevens zorgt meer groen in de kernen voor infiltratie van regenwater. Waterberging, infiltratie en waterafvoer in het buitengebied moeten bijdragen aan een robuust watersysteem in het landelijk gebied. Door de woningopgave en de ontwikkeling van bedrijventerreinen zorgt de Omgevingsvisie daarnaast ook netto voor meer verharding, ook al wordt klimaatadaptief en natuurinclusief
11/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
gebouwd. Dat heeft een negatief effect op de infiltratie van de bodem. Het beleid op het gebied van groen, waterberging, robuuste watersystemen, gezonde bodem en kringlooplandbouw hebben daarentegen een positief effect. Naar verwachting heeft de Omgevingsvisie per saldo een positief effect.
3.3
Beoordeling doelbereik
In deze paragraaf beschrijven we in welke mate het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie bijdraagt aan het behalen van de doelen die de gemeente Oost Gelre stelt in haar vijf kernambities. Tabel 3.2 beschrijft de hoofdlijnen per kernambitie. Tabel 3.2 Kernambities Kernambitie
Hoofdlijnen kernambitie
Veerkrachtige en
•
leefbare kernen
Behoud van een basisniveau aan voorzieningen in elke kern: basisschool, ontmoetingsplek en zorgpunt. Wanneer dit niet mogelijk is: optimale bereikbaarheid van de voorzieningen in andere kernen
•
Minimaal één toekomstbestendige fysieke ontmoetingsplek per kern
•
Compleet en divers aanbod aan huur- en koopwoningen met aandacht voor de betaalbaarheid en het aanbod voor starters en senioren
•
Nieuwbouw: levensloopgeschikt, klimaatadaptief en zo veel mogelijk energieneutraal en circulair
•
Inbreiding én uitbreiding. Alleen voor inbreiding als de (her)ontwikkeling van een locatie het waardevolle, groene kleinschalige en dorpse karakter van een kern niet in de weg staat én er tegelijkertijd een bijdrage geleverd wordt aan klimaatadaptatie
•
Hulp voor inwoners in de energietransitie en ondersteunen bij de isolatie van woningen om deze ‘aardgasvrijgereed’ te maken
Ondernemend Oost
•
Gelre
Versterken van onze positie als echte ondernemersgemeente met aantrekkelijk ondernemersklimaat: ontwikkelen van duurzame, groene en klimaatadaptieve bedrijventerreinen en zoeken hierbij naar slimme koppelingen met de opwek van duurzame energie
•
Ruimte voor uitbreiding van de Laarberg met inachtneming van de geldende milieuwetgeving
•
Terughoudendheid in de vestiging van bedrijven in de opslag- en distributiesector
•
Faciliteren van huisvesting en een goede bereikbaarheid om jong talent en arbeidsmigranten aan te trekken
•
Versterken cultuurhistorische monumenten en landschappen in onze gemeente. Bij nieuwe invulling van panden kiezen we een passende functie die recht doet aan de cultuurhistorische kwaliteiten
•
Volop ruimte voor kleine en grote evenementen onder nader uit te werken voorwaarden die passen binnen de geldende milieu- en (water)veiligheidsgrenzen
Nabij en bereikbaar
•
Ontwikkeling N18 als slimme, schone en stille weg van de toekomst: een regionale doorstroomweg met ongelijkvloerse kruisingen of een aanvaardbaar alternatief
12/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Kernambitie
Hoofdlijnen kernambitie •
Versterken fietsinfrastructuur: voorrang langzaam verkeer in de buurt van voorzieningen, extra aandacht verkeersveiligheid buitengebied en ontwikkeling. doorfietsroutes in aansluiting op de regionale fietsverbindingen.
•
Duurzaam verkeer: faciliteren elektrificatie van autoverkeer.
•
Mobiliteitsknooppunten Groenlo, Lichtenvoorde en Lievelde: voor optimale overstapmogelijkheden van trein, bus, fiets en auto.
•
Optimale fijnmazigheid van de kernen; faciliteren van het voor- en natransport, zodat iedereen hier gebruik van kan maken.
Gezonde en veilige
•
leefomgeving
Ruimtelijke ontwikkelingen worden altijd op een passende manier gekoppeld met het natuurlijke bodem- en watersysteem en zijn op deze manier klimaatadaptief.
•
Bevorderen van biodiversiteit is een vast aandachtspunt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en beheertaken.
•
We kiezen voor een gezonde leefomgeving en zetten in op een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeting en waarin iedereen mee kan doen. Een gezonde leefstijl is de norm.
•
Al onze (nieuwe) ontwikkelingen en onderhoudswerkzaamheden bevatten maatregelen om de fysieke leefomgeving zo in te richten dat deze bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
•
Alle ontwikkelingen in Oost Gelre passen binnen de bestaande wet- en regelgeving omtrent geur, geluid en luchtkwaliteit.
Vitaal en aantrekkelijk
•
landelijk gebied
Balans in het buitengebied: landbouw, natuur, duurzame energiewinning en recreatie zijn in ons landelijk gebied met elkaar in evenwicht.
•
Wij gaan voor een vitaal platteland met vitale ondernemers.
•
Beschermen van de huidige natuurgebieden (Natura 2000, Gelders Natuurnetwerk).
•
Ruimte voor landschapsherstel en -versterking, bevordering van biodiversiteit en perspectiefrijke agrarische bedrijfsvoering.
•
Passende en duurzame invulling van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)
•
Goede inpassing van duurzame energieopwekking in ons waardevolle landschap en oog voor realisme.
•
Voorkeur voor initiatieven voor duurzame opwek die van onze eigen inwoners en bedrijven komen en ervoor zorgen dat inwoners als eerste financieel kunnen deelnemen aan duurzame energieopwek.
•
Inpassing zonne-energie volgens zonneladder.
In de beoordeling van het doelbereik is gekeken wat de belangrijkste belemmeringen en kansen zijn in het behalen van de kernambities. Daarbij wordt gekeken naar alle hoofdlijnen die vallen binnen de kernambitie. We brengen in beeld: • • •
Geen kans om de ambitie te behalen Redelijke kans om de ambitie te behalen Reële kans om de ambitie te behalen
13/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Het doelbereik wordt in figuur 3.1 zichtbaar gemaakt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het doelbereik dat redelijk zeker behaald wordt en wat nog onzeker is (bandbreedte). Zo kan het behalen van de doelen in de kernambities bijvoorbeeld afhankelijk zijn van wat bewoners of stakeholders doen met het beleid uit de Omgevingsvisie, wat een mate van onzekerheid oplevert.
Figuur 3.1 Doelbereik en verwachting kernambities behaald worden
3.3.1
Hechte en leefbare kernen: een compleet aanbod aan toekomstbestendige woningen en voorzieningen
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik
Behoud van een basisniveau
De Omgevingsvisie beschrijft uitgebreid de ambitie op het behoud van een
aan voorzieningen in elke kern:
basisniveau aan voorzieningen. De gemeente wil het huidige
basisschool, ontmoetingsplek en
voorzieningenniveau op peil houden. Wanneer dit niet lukt zet de gemeente
zorgpunt. Wanneer dit niet
in op het zo goed mogelijk bereikbaar maken van voorzieningen in de
mogelijk is: optimale
omgeving. De sturingsmogelijkheden van de gemeente voor het behouden
bereikbaarheid van de
van voorzieningen zijn in sommige gevallen echter beperkt, zo heeft de
voorzieningen in andere kernen.
gemeente slechts beperkte invloed op het openhouden van scholen. In de grote kernen zet de gemeente in op compacte en levendige centra met een divers aanbod en een cluster van specialistische of incidentele zorg. De uitwerking van het programma ‘Levendige kernen’ zal moeten concretiseren hoe verder invulling wordt gegeven aan deze ambitie.
Minimaal één
De gemeente zorgt voor minimaal één toekomstbestendige fysieke
toekomstbestendige fysieke
ontmoetingsplek per kern en zoekt naar manieren om vrijwilligers te
ontmoetingsplek per kern
ondersteunen. De gemeente biedt besturen en vrijwilligers de ruimte waar zij
14/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik dat nodig hebben om verenigingen in stand te houden. Om wat voor ruimte dit gaat en hoe deze ruimte wordt geboden wordt echter niet geconcretiseerd in de Omgevingsvisie.
Compleet en divers aanbod aan
De gemeente zet in op woningen in alle kernen en focust daarbij op de
huur- en koopwoningen met
behoefte van eigen inwoners. De gemeente zet in op een divers aanbod van
aandacht voor de
woningen: meer kleine woningen, meer betaalbare woningen en een
betaalbaarheid en het aanbod
adequaat aanbod in de sociale huursector. Daarnaast zet de gemeente in op
voor starters en senioren.
een flexibele schil voor het aanbieden van woonruimte voor aandachtsgroepen. De gemeente sluit zich aan bij de ambities van het Rijk uit de Nationale Woon-en Bouwagenda en de afspraken in de Regionale Woonagenda Achterhoek om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. De gemeente zet hier concreet op in met haar nieuwbouwprogramma dat bestaat uit 28% sociale huur en 32% betaalbare koop en middenhuur. De gemeente heeft extra aandacht voor het vergroten van kansen voor starters en senioren. Gericht op het vergroten van kansen voor starters worden mogelijkheden tot het splitsen van woningen in het buitengebied behouden, zet de gemeente in op flexwonen en onderzoekt zij de potentie van een antispeculatiebeding, erfpacht en het verder verhogen van de starterskorting op de grondprijs. Ook biedt de gemeente mogelijkheden voor meergeneratiewoningen, CPO en Woondroebels aan de randen. Gericht op het vergroten van kansen van senioren biedt de gemeente ruimte voor woningen in kernen dichtbij voorzieningen. Er worden in de Omgevingsvisie geen aantallen woningen genoemd, gezien de onzekere markt. Hierdoor blijft er een mate van onzekerheid of het aantal woningen voldoende zal zijn om de ambitie te behalen.
De invulling van het programma ‘Levendige kernen’ en het programma ‘Wonen, leefbaarheid en mobiliteit ‘en invulling van de Woonvisie Oost Gelre zullen moeten concretiseren hoe de gemeente deze ambitie gaat halen.
Nieuwbouw: levensloopgeschikt,
De gemeente streeft naar hoge eisen voor nieuwbouw. In de huidige
klimaatadaptief en zo veel
situatie is de Menukaart Wonen kaderstellend voor de kernen Groenlo en
mogelijk energieneutraal en
Lichtenvoorde. Ontwikkelingen worden beoordeeld op een aantal punten
circulair
aantal punten waarna een puntenscore bereikt wordt. Hiermee worden afgewogen en transparante keuzes gemaakt. Puntsgewijs wordt bekeken of de ontwikkeling aansluit bij de criteria die gesteld worden in de Menukaart Wonen. Voor kleine kernen is een Woonvisie kleine kernen ontwikkeld. Het is echter onduidelijk of de Omgevingsvisie aansluit bij deze Menukaart Wonen als het gaat om de duiding van de termen klimaatadaptief en zo veel mogelijk energieneutraal en circulair en het behalen van deze doelstelling. De uitwerking van de Woonvisie Oost Gelre en het programma ‘Wonen,
15/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik leefbaarheid en mobiliteit’ zullen dit verder moeten invullen. Op dit moment is het daardoor echter onzeker dat de ambitie wordt behaald.
Inbreiding én uitbreiding. Alleen
De gemeente zet in op twee grotere uitbreidingslocaties in de kernen
voor inbreiding als de
Groenlo en Lichtenvoorde, waar ook ingezet wordt op huisvesting voor
(her)ontwikkeling van een locatie
mensen van buiten de gemeente. Daarnaast continueert de gemeente haar
het waardevolle, groene
beleid voor woningbouw in kleine kernen, daarbij wordt gekeken naar in- en
kleinschalige en dorpse karakter
uitbreiding. De gemeente kiest voor inbreiden met kwaliteit of het
van een kern niet in de weg
aantrekkelijk afronden van de dorpsranden. De Omgevingsvisie maakt niet
staat én er tegelijkertijd een
duidelijk wanneer de inbreiding kwalitatief goed of de afronding als
bijdrage geleverd wordt aan
aantrekkelijk wordt beschouwd. Voor elke woningbouwontwikkeling geldt dat
klimaatadaptatie.
de water- en bodemsystemen de randvoorwaarden bepalen. De gemeente kiest enkel in specifieke gevallen (zoals in de sub ambitie staat vermeld) voor inbreiding. De Omgevingsvisie gaat echter niet concreet in op wanneer inbreiding de waardevolle groene, kleinschalige en dorpse karakters van kernen in de weg staat. Op deze manier wordt niet duidelijk welke richtlijnen bepalen of een ontwikkeling plaats kan vinden en wanneer niet. De invulling van het programma ‘Levendige kernen’ en invulling van de Woonvisie Oost Gelre zullen moeten dit moeten concretiseren. De Omgevingsvisie zet concreet in op het vergroten van de leefbaarheid en het verkleinen van de gevolgen van klimaatverandering. Zo wordt er tussen woningen ruimte gecreëerd voor groen en worden er extra mogelijkheden tot waterafvoer gerealiseerd. Wanneer deze maatregelen in de openbare ruimte gerealiseerd worden heeft de gemeente daar invloed op. Zij heeft echter weinig invloed op het vergroenen en waterrobuust maken van private terreinen. Daarnaast betekent het toevoegen van nieuwe woningen hoe dan ook een toename van verhard oppervlakte, wat gevolgen oplevert voor hittestress. De daadwerkelijke invulling van de klimaatadaptieve kernen zal uitgewerkt moeten worden in het programma ‘Energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaamheid’.
Op dit moment is het nog onzeker hoe de ambities worden geconcretiseerd in beleid, de uitwerking van het programma zal hierin bepalend zijn. Op dit moment zorgt dit voor een mate van onzekerheid in hoeverre de ambitie wordt behaald.
Hulp voor inwoners in de
In lijn met de nationale ambitie streeft de gemeente Oost Gelre er naar om in
energietransitie en
2050 aardgasvrij te zijn. De gemeente bouwt voort op het beleid uit de
ondersteunen bij de isolatie van
Uitvoeringsagenda Energietransitie, waarin concrete doelen zijn beschreven
woningen om deze
die in 2030 behaald moeten zijn. De gemeente stimuleert en ondersteunt
‘aardgasvrijgereed’ te maken.
inwoners om over te schakelen op duurzame warmtebronnen, onder andere door het Energieloket. Daarnaast verstrekt de gemeente duidelijke subsidieen financieringsregelingen. De verwachting is dat de gemeente met deze maatregelen haar inwoners kan ondersteunen. Voor het daadwerkelijk aardgasvrij worden is de gemeente echter grotendeels afhankelijk van een
16/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik gedragsverandering van bewoners en de financiële mogelijkheden die bewoners en woningcorporaties hebben om hun woning(en) te isoleren en van het gas af te gaan.
Conclusie De Omgevingsvisie geeft concreet aan hoe de gemeente wil inzetten op het behouden van een basisniveau aan voorzieningen en het realiseren van ontmoetingsplekken per kern. Daarnaast heeft de gemeente een duidelijke strategie over het woningbeleid en ook sturingsmogelijkheden voor om dit te realiseren. Echter zijn er een aantal aspecten nog niet geconcretiseerd, wat een mate van onzekerheid met zich meebrengt. De Omgevingsvisie draagt bij aan het behalen van de kernambitie. In hoeverre de kernambitie daadwerkelijk behaald wordt is afhankelijk van de invulling van de te ontwikkelen programma’s. 3.3.2
Ondernemend Oost Gelre
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik
Versterken van onze positie als
Het bedrijfsleven binnen de gemeente Oost Gelre heeft meer ruimte nodig.
echte ondernemersgemeente
De gemeente zet daarom in op twee economische clusters aan de N18.
met aantrekkelijk
Tegelijkertijd streeft de gemeente naar inbreiding en efficiënter
ondernemersklimaat:
ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen. Daarin is zij echter
ontwikkelen van duurzame,
afhankelijk van bedrijfseigenaren en beheerders van bedrijventerreinen. De
groene en klimaatadaptieve
Omgevingsvisie beschrijft echter dat de gemeente het gesprek aangaat met
bedrijventerreinen en zoeken
het bedrijfsleven. Ook zal de inbreiding van bedrijventerreinen ten koste gaan
hierbij naar slimme koppelingen
van de openbare ruimte en draagt het daarmee niet bij aan een duurzaam en
met de opwek van duurzame
klimaatadaptief karakter. Daarnaast kunnen buurgemeenten met een
energie.
aantrekkelijk vestigingsklimaat mogelijk aantrekkingskracht uitvoeren op de bedrijven in Oost Gelre, dit zorgt voor een mate van onzekerheid in het behalen van de ambitie. De gemeente stimuleert bedrijvigheid en wil tegelijkertijd koploper worden in toekomstbestendige werklocaties. Daarbij richt de gemeente zich zowel op bestaande als nieuwe bedrijventerreinen. De gemeente zet in op de ontwikkeling van duurzame, klimaatadaptieve en groene bedrijventerreinen. Daarbij is zij echter afhankelijk van bedrijven, gebouweigenaren en eventuele beheerders van bedrijventerreinen. Daarnaast zal er rekening moeten worden gehouden met mogelijke uitdagingen die bedrijven kennen bij het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. Een concretere uitwerking in de programma’s ‘Ruimte voor ondernemen’ en ‘Energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaamheid’ kan een rol spelen in het behalen van deze ambitie. Bij de uitbreiding van bedrijventerreinen kijkt de gemeente goed naar de mogelijkheden van het water- en bodemsysteem. Daarnaast stelt zij
17/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik klimaatadaptatie en duurzaamheid als randvoorwaardelijk. De Omgevingsvisie is echter niet duidelijk in wat deze twee termen precies in houden. Concreet zoekt de gemeente gezamenlijk met het bedrijfsleven naar slimme koppelingen met de opwek van duurzame energie. Nieuwe risico’s met betrekking tot veiligheid in het kader van energietransitie worden beheerst en waar mogelijk beperkt of weggenomen. De Omgevingsvisie maakt echter niet concreet om welk type risico’s het gaat en op welke wijze de gemeente deze risico’s wil beheren of beperken. Hoewel de gemeente op verschillende wijzen bijdraagt aan de gestelde ambitie, is zij afhankelijk van het bedrijfsleven en is de invulling van de programma’s ‘Ruimte voor ondernemen’ en ‘Energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaamheid’ bepalend voor het behalen van de ambitie.
Ruimte voor uitbreiding van de
Voor de uitbreiding van de Laarberg stelt de gemeente samen met de
Laarberg met inachtneming van
gemeente Berkelland een langjarige aanpak op. Daarin is de gemeente
de geldende milieuwetgeving.
afhankelijk van de actualisatie van het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) dat in het najaar van 2023 wordt verwacht. Deze wordt opgesteld in samenspraak met gemeenten in de regio Achterhoek. Uit de actualisatie moet blijken wat voor invloed dit heeft op de uitbreiding van de Laarberg. In reactie op de veranderingen in de agrarische sector zal de keten meeinnoveren. Deze ontwikkelingen zijn echter sterk afhankelijk van de landelijke wet- en regelgeving, onder andere op het thema stikstof. De gemeente wil hierin faciliteren door de bedrijventerreinen optimaal in te richten en bereikbaarheid te versterken. Zowel de afhankelijkheid van de gemeenten als van landelijke wet- en regelgeving zorgt voor een mate van onzekerheid in het behalen van de ambitie.
Terughoudendheid in de
Bedrijven in de opslag- en distributiesector dragen in mindere mate bij aan
vestiging van bedrijven in de
de werkgelegenheid en resulteren in verdozing. Om dit te voorkomen gaat de
opslag- en distributiesector.
gemeente terughoudend om met vestiging van dit type bedrijven. Wel biedt zij mogelijkheden voor kleinschalige ondernemers in en rondom de kernen en in het buitengebied. Bijvoorbeeld door het inzetten van vrijkomende agrarische bebouwing. De Omgevingsvisie geeft echter niet aan welke kaders de gemeente hiervoor stelt of wat zij verstaat onder kleinschalige ondernemers. Het programma ‘Ruimte voor ondernemen’ zal hier verder invulling aan moeten geven.
Faciliteren van huisvesting en
De gemeente verkent waar en hoe meer verbindingen tussen talent,
een goede bereikbaarheid om
onderwijs, ondernemers en kennisontwikkeling gelegd kunnen worden. De
jong talent en arbeidsmigranten
gemeente stimuleert de mogelijkheden voor het bieden van werkplekken voor
aan te trekken.
jongeren vanaf 18 jaar, hoewel de Omgevingsvisie niet concreet beschrijft hoe de gemeente dit concreet aanpakt. Om voor stagiairs, afstudeerders en daarnaast arbeidsmigranten passende woningruimte te realiseren kijkt de gemeente naar het transformeren van bestaand vastgoed,
18/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik meergeneratiewoningen en kleine en/of flexibele woonruimte. Specifiek voor arbeidsmigranten zet de gemeente in op een goede integratie en geeft zij aan dat het belangrijk is om met werknemers en werkgevers in gesprek te gaan over passende woonruimte. De Omgevingsvisie maakt echter niet concreet hoe de gemeente in gaat zetten op een goede integratie en in welke vorm zij in gesprek gaan met werknemers en werkgevers. Het faciliteren van huisvesting en het realiseren van een goede bereikbaarheid (toegelicht onder de ambitie nabij en bereikbaar) zal verder ingevuld moeten worden in de Woonvisie Oost Gelre, het programma ‘Ruimte voor ondernemen’ en het programma ‘Wonen, leefbaarheid en mobiliteit ‘. De invulling van de programma’s en woonvisie zijn bepalend voor het wel of niet behalen van de ambitie.
Versterken cultuurhistorische
De gemeente zet in op versterking van de cultuurhistorische monumenten
monumenten en landschappen
en landschappen. Dit wil de gemeente doen door haar aantrekkelijkheid te
in onze gemeente. Bij nieuwe
vergroten voor dag- en met meerdaags toerisme, in het bijzonder in de kern
invulling van panden kiezen we
Groenlo. De gemeente zet hierop in door highlights beleefbaar en zichtbaar
een passende functie die recht
te maken, winkelcentra aantrekkelijk te maken en het aanbod van
doet aan de cultuurhistorische
overnachtingsmogelijkheden in de gemeente te vergroten. De gemeente
kwaliteiten.
streeft naar het verhogen van het aantal overnachtingen per jaar in de gemeente. Historische gebouwen die een bestemmingswijziging ondergaan krijgen een passende invulling met oog voor het behouden van de cultuurhistorische kwaliteiten. Hierbij is de gemeente echter afhankelijk van diverse eigenaren, dit brengt een mate van onzekerheid met zich mee voor het behalen van de ambitie.
Volop ruimte voor kleine en
De gemeente zet zich in om evenementen doorgang te laten vinden onder
grote evenementen onder nader
bepaalde voorwaarden. De gemeente werkt deze voorwaarden de komende
uit te werken voorwaarden die
periode uit. Daarbij zorgt zij voor een goede verdeling over de gemeente en
passen binnen de geldende
biedt zij zowel ruimte aan grote als kleine evenementen. De voorwaarden
milieu- en (water)
volgen de landelijke regelgeving, waarbij in gevallen van piekbelastingen er
veiligheidsgrenzen.
maatwerk volgt.
Conclusie De Omgevingsvisie geeft een duidelijke uitwerking voor het toekomstbestendig maken van nieuwe- en bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast zijn er concrete plannen om huisvesting en bereikbaarheid te faciliteren en cultuurhistorische waarden te versterken. De Omgevingsvisie draagt hierdoor bij aan het behalen van de kernambitie, echter moeten de genoemde randvoorwaarden verder geconcretiseerd worden om meer zekerheid te krijgen over het behalen van de ambitie. Er blijft hoe dan ook een mate van onzekerheid aanwezig door de afhankelijkheid van regionaal en provinciaal beleid en in hoeverre bedrijven willen en kunnen meebewegen met de visie en ambities van de gemeente.
19/27
Kenmerk
3.3.3
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Nabij en bereikbaar
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik
Ontwikkeling N18 als slimme,
De gemeente zet in op optimale doorstroming van het wegverkeer. Om dit te
schone en stille weg van de
bereiken verkent de gemeente de mogelijkheden van (on)gelijkvloerse
toekomst: een regionale
kruisingen en oversteekplaatsen. Daarnaast blijft de gemeente zich inzetten
doorstroomweg met
voor een regionale doorstroomweg en ongelijkvloerse kruisingen of een
ongelijkvloerse kruisingen of een
aanvaardbaar alternatief. De gemeente is echter niet degene die het besluit
aanvaardbaar alternatief.
neemt over een provinciale weg. Wel kan zij doormiddel van een lobby richting de provincie en het beschikbaar stellen van financiering invloed uitoefenen. Daarnaast kan het strengere beleid rondom stikstofdepositie er mogelijk voor zorgen dat de plannen niet uitgevoerd kunnen worden. Deze onzekerheden en afhankelijkheden kunnen ervoor kan zorgen dat de doorstroming in de regio in de toekomst niet als optimaal beschouwd kan worden en de ambitie niet behaald wordt.
Versterken fietsinfrastructuur:
De gemeente zet in op de versterking van de fietsinfrastructuur, met name
voorrang langzaam verkeer in
op de wegen rondom voorzieningen. De gemeente zet in op het voorrang
de buurt van voorzieningen,
geven van langzaam verkeer om de veiligheid te waarborgen. Ook zet de
extra aandacht
gemeente in op extra fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte en het
verkeersveiligheid buitengebied
verbeteren van de kwaliteit van fietspaden en het verminderen van onveilige
en ontwikkeling. doorfietsroutes
situaties. In het buitengebied zet de gemeente in op doorfietsroutes in
in aansluiting op de regionale
aansluiting op regionale fietsverbindingen en gescheiden fietspaden.
fietsverbindingen.
Gescheiden routes zijn echter niet overal mogelijk. Het is onduidelijk op welke manier de gemeente dan invulling geeft aan de ‘speciale aandacht’ voor fietsers in het buitengebied. De invulling van het programma ‘Wonen, leefbaarheid en mobiliteit’ zal mede bepalend zijn voor het wel of niet halen van de ambitie.
Duurzaam verkeer: faciliteren
De gemeente wil duurzame mobiliteit faciliteren door voldoende laadpalen
elektrificatie van autoverkeer.
voor elektrische auto’s in woonwijken, bij voorzieningen en op bedrijventerreinen te realiseren. Daarnaast stimuleert de gemeente alternatieven voor een tweede auto, zoals in de vorm van deelauto’s. Er zijn diverse middelen ontwikkeld zoals de GAON-applicatie, waarin op Achterhoek schaalniveau ritten aangeboden worden. Op dit moment staan deze ontwikkelingen nog in de kinderschoenen, maar de verwachting is dat dit verder ontwikkeld wordt. De gemeente is echter wel afhankelijk van de gedragsverandering van haar inwoners. Dit zorgt voor een zekere mate van onzekerheid in het behalen van de ambitie.
Mobiliteitsknooppunten Groenlo,
De gemeente zet verder in op het verbeteren van de bereikbaarheid van de
Lichtenvoorde en Lievelde: voor
regio per openbaar vervoer. De ontwikkeling van mobiliteitsknooppunten
optimale overstapmogelijkheden
en multimodaliteit heeft hier een belangrijk aandeel in. De gemeente streeft
van trein, bus, fiets en auto.
naar snelle verbindingen met diverse kernen in de nabijheid van Oost Gelre. De gemeente is daarbij echter wel (deels) afhankelijk van dienstverleners in
20/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik het openbaar vervoer en overheden die hiervoor concessies verlenen om dit te kunnen bewerkstelligen. Ondanks dat de gemeente inzet op actief lobbyen bij deze partijen, zorgt dit voor een grote mate van onzekerheid in het bepalen van de ambitie.
Optimale fijnmazigheid van de
De gemeente zet in op een fijnmazige bereikbaarheid om zo de leefbaarheid
kernen; faciliteren van het voor-
van de kernen, de verbinding tussen kernen en de verbinding tussen kernen
en natransport, zodat iedereen
en bedrijventerreinen te behouden. De gemeente zet daarom in op allerlei
hier gebruik van kan maken.
verschillende initiatieven, werkt plannen uit om de overstapmogelijkheden op mobiliteitsknooppunten te verbeteren en faciliteert voor- en natransport. De Omgevingsvisie maakt echter niet duidelijk op welke manier de gemeente inzet op de verschillende alternatieven en hoe en waar zij voor- en natransport faciliteert. De invulling van het programma ‘Wonen, leefbaarheid en mobiliteit’ geeft hier mogelijk meer duidelijkheid over en is in die zin mede bepalend voor het wel of niet halen van de ambitie.
Conclusie De Omgevingsvisie geeft een aantal voorbeelden van hoe de gemeente de bereikbaarheid van de regio tracht te verbeteren in de toekomst. De gemeente is hier voor een deel echter afhankelijk van andere partijen en het beleid is op bepaalde punten nog niet geconcretiseerd. Het programma ‘Wonen, leefbaarheid en mobiliteit’ zal dit verder moeten uitwerken, maar de invulling hiervan is op dit moment niet bekend. Al met al zorgt de Omgevingsvisie ervoor dat het beleid bijdraagt aan het behalen van de bereikbaarheidsdoelen, maar het blijft onzeker in hoeverre de kernambitie gehaald kan worden. 3.3.4
Gezonde en veilige leefomgeving: water en bodem als landschappelijke onderlegger
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik
Ruimtelijke ontwikkelingen
De gemeente zet in op een robuuste groenblauwe dooradering in de
worden altijd op een passende
gehele gemeente, door het landschappelijk raamwerk met verschillende
manier gekoppeld met het
landschapstypen als vertrekpunt voor toekomstige ontwikkelingen te nemen.
natuurlijke bodem- en
Daarnaast zet de gemeente in op het anticiperen op gevolgen van
watersysteem en zijn op deze
klimaatverandering. Om veranderingen op te vangen zoekt de gemeente voor
manier klimaatadaptief.
ontwikkelingen altijd een passende koppeling met het natuurlijke bodem- en watersysteem. Bijvoorbeeld door in natte gebieden in te zetten op waterinfiltratie en waterafvoer en het benutten van hoogteverschillen in het landschap. Ook zet zij in op een klimaatadaptieve inrichting van woonwijken, winkelgebieden en agrarische gebieden en meer groenvoorzieningen. In onderhoudswerkzaamheden en ontwikkelingen kijkt de gemeente of zij nieuwe of extra maatregelen kan treffen. De verwachte toename van verhard oppervlak door het toevoegen van woningen en
21/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik bedrijventerreinen kan echter strijdig zijn met een klimaatadaptieve en waterrobuuste leefomgeving. Daarnaast zorgt de overloop tussen openbare ruimte en particuliere ruimte bij deze ambitie voor een mate van onzekerheid. Om de omgeving klimaatadaptiever en waterrobuuster te maken is de gemeente deels afhankelijk van woningeigenaren, woningbouwcorporaties, bedrijven en diverse andere grondeigenaren met aangrenzende buitenruimte. In de kernen Lichtenvoorde en Groenlo heeft de gemeente extra aandacht voor hittestress. Naast de inzet op het vergroenen van de leefomgeving neemt de gemeente een ondersteunende rol aan in initiatieven die inwoners opzetten. Op welke wijze de gemeente extra aandacht heeft voor hittestress in de grote kernen maakt de Omgevingsvisie niet duidelijk. Het programma ‘Energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaamheid’ kan hier meer invulling aan geven.
Bevorderen van biodiversiteit is
De gemeente streeft er naar dat toekomstige ontwikkelingen altijd bijdragen
een vast aandachtspunt bij alle
aan het versterken van de biodiversiteit. De gemeente hanteert
ruimtelijke ontwikkelingen en
biodiversiteit daarom als vast en integraal aandachtspunt bij alle ruimtelijke
beheertaken.
ontwikkelingen, waaronder ontwikkeling van duurzame energie, en beheertaken. In de Omgevingsvisie wordt de wens uitgesproken om dit bijvoorbeeld via innovatieve concepten te doen (in relatie tot duurzame opwekking), verder wordt echter niet uitgewerkt hoe dit wordt vastgelegd in het beleid en wanneer er sprake is van een bijdrage aan de biodiversiteit. Ook is het onduidelijk of er onderscheid wordt gemaakt tussen maatregelen. Het behoud van oppervlakte groen of natuur heeft bijvoorbeeld meer waarde dan het plaatsen van een nestkastje voor vogels of vleermuizen op een nieuwbouwpand. Dit maakt het lastig meetbaar in welke mate deze ambitie ook daadwerkelijk behaald wordt.
We kiezen voor een gezonde
De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving en zet daarop in door
leefomgeving en zetten in op
het versterken van groenstructuren, fiets- en wandelpaden en de aanleg van
een leefomgeving die uitnodigt
groene speel- en ontmoetingsplekken. Daarnaast zet zij in op een verbeterde
tot bewegen, ontmoeting en
toegankelijkheid en inclusiviteit van wandel- en fietspaden. De vele
waarin iedereen mee kan doen.
sturingsmogelijkheden die de gemeente heeft voor het inrichten van de
Een gezonde leefstijl is de norm
openbare ruimte maken het behalen van de ambitie reëel. De Omgevingsvisie geeft echter niet aan hoe de gemeente concreet inzet op de inclusiviteit van paden. Dit zorgt voor een kleine mate van onzekerheid.
Al onze (nieuwe) ontwikkelingen
Zie beschrijving vorige ambitie
en onderhoudswerkzaamheden bevatten maatregelen om de fysieke leefomgeving zo in te richten dat deze bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
22/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik
Alle ontwikkelingen in Oost
De gemeente is verplicht te voldoen aan bestaande wet- en regelgeving. De
Gelre passen binnen de
verwachting is daarom dat de gemeente deze ambitie behaald.
bestaande wet- en regelgeving omtrent geur, geluid en luchtkwaliteit.
Conclusie De Omgevingsvisie geeft veel aandacht aan een klimaatadaptieve inrichting, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving en benoemt diverse maatregelen. Afhankelijkheden van private organisaties en bewoners maakt het realiseren van de kernambitie enigszins onzeker. Enkele begrippen worden niet geconcretiseerd, waardoor het onzeker blijft wat de gemeente hier precies mee bedoelt. De Omgevingsvisie levert een bijdrage aan het behalen van de kernambitie, maar er blijft daarmee een zekere mate van onzekerheid. 3.3.5
Vitaal en aantrekkelijk landelijk gebied
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik
Balans in het buitengebied:
De gemeente zet in op een juiste balans in het buitengebied. De
landbouw, natuur, duurzame
Omgevingsvisie beschrijft dat er een balans moet zijn tussen het koesteren
energiewinning en recreatie zijn
van het landschap en de natuurgebieden en het benutten van kansen om de
in ons landelijk gebied met
lokale economie te versterken. Het is echter onduidelijk wanneer er sprake is
elkaar in evenwicht.
van een juist evenwicht. Als het gaat om de bescherming van de Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk volgt de gemeente de landelijke richtlijnen. In relatie tot de andere thema’s heeft de gemeente sturingsmogelijkheden doordat zij kaders kan stellen en kan bepalen waar ontwikkeld kan worden. De invulling van het programma ‘Transformatie landelijk gebied’ zal meer inzicht moeten geven in de definitie van het juiste evenwicht en in hoeverre de gemeente gebruik maakt van haar sturingsmogelijkheden.
Wij gaan voor een vitaal
De gemeente stelt dat een stabiel langetermijnbeleid met duidelijke doelen en
platteland met vitale
richting essentieel is voor de agrarische sector. In de huidige tijd treden er
ondernemers.
echter grote veranderingen op in wet- en regelgeving, zowel op nationaal als provinciaal niveau, wat resulteert in een grote mate van onzekerheid. Bijvoorbeeld over de uitwerking van het landelijk beleid om agrariërs te helpen om de transitie naar nieuwe duurzame verdienmodellen te realiseren. De gemeente is beperkt tot lobbyen om de Provincie en het Rijk tot meer concreetheid te verleiden. Het ligt buiten het bereik van de gemeente om in dit stadium de ambitie beter te kunnen borgen in haar beleid. De gemeente streeft er daarnaast naar het platteland leefbaar te houden en een prettig woon- en werkklimaat te creëren. De gemeente zet hier op in door actief deel te nemen aan diverse programma’s en regio-arrangementen. De Omgevingsvisie benoemt echter geen concrete maatregelen. Samen met de
23/27
Kenmerk
R001-1282551EZM-V01-mdg-NL
Hoofdlijn
Beoordeling doelbereik afhankelijkheid van provincie en rijksoverheid zorgt dit voor een grote mate van onzekerheid.
Beschermen van de huidige
Als het gaat om de bescherming van de Natura 2000 en het Gelders
natuurgebieden (Natura 2000,
Natuurnetwerk volgt de gemeente de landelijke richtlijnen. De verwachting is
Gelders Natuurnetwerk).
daarom dat de gemeente deze ambitie behaald.
Ruimte voor landschapsherstel
In het kader van landschapsversterking zet de gemeente in op het realiseren
en -versterking, bevordering van
de doelen vanuit het Rijk en de provincie van de ecologische
biodiversiteit en perspectiefrijke
verbindingszones. Om perspectief te kunnen bieden aan agrariërs in het
agrarische bedrijfsvoering.
kader van duurzame invulling van landbouw is de gemeente zwaar afhankelijk van de provinciale beleidsagenda en daarnaast het flankerende beleid van het ministerie van Landbouw. De gemeente beschikt zelf over beperkte sturingsmogelijkheden. Het politieke traject is op dit moment niet ver genoeg om hier een concrete visie voor te formuleren. Dit zorgt voor onzekerheden over de invulling hiervan en welke mogelijkheden er zijn om de ambitie te behalen.