memo staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen
Tekst van het document
MEMO Datum
: 25 februari 2021
Van
: Marieke Frank
Aan
: Gemeenteraad
Onderwerp
: Staat van Bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen
In de raadscommissie van 8 september j. heb ik u een toezegging gedaan dat het college de gemeenteraad zal betrekken bij de wijziging van de bedrijvenlijst voor de bedrijventerreinen (de zogeheten Staat van Bedrijfsactiviteiten). Tijdens de behandeling in uw raadscommissie van 1 december jl. heb ik deze toezegging herhaald. Voorliggende memo maakt onderdeel uit van de consultatie van uw raad bij de wijziging van de bedrijvenlijst voor de bedrijventerreinen. De memo geeft u extra informatie over de bedrijvenlijst en de werking er van bij een bestemmingsplan zodat u de conceptlijst beter kunt duiden. Milieuzonering Om te voorkomen dat functies die overlast veroorzaken, zoals bedrijven, dichtbij gevoelige functies worden toegestaan die hinder ervaren, zoals woningen, wordt in Nederland gebruik gemaakt van de systematiek van milieuzonering. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Kort gezegd komt die systematiek er op neer dat er voldoende afstand tussen de beide functies wordt gehouden. Dat geldt zowel voor de vestiging van een hinderveroorzakende functie, maar ook voor de vestiging van een hindergevoelige functie.
Omdat een dergelijke scheiding tussen functies een ruimtelijk structurerend karakter heeft, kan deze worden vastgelegd in bestemmingsplannen. Maar bedrijven hebben vaak hun eigen bedrijfsproces dat zorgt voor specifieke milieuhinder. Een bedrijf dat met metaal werkt zal bijvoorbeeld meer geluid produceren terwijl een bedrijf dat in de voedingsmiddelenindustrie werkt juist kan zorgen voor meer geuroverlast. Het ene bedrijf is dan ook het andere niet. Daarom wordt in Nederland bij milieuzonering vaak gebruik gemaakt van de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’, die sinds 1986 wordt uitgegeven door de VNG. In deze handreiking wordt voor veel bedrijfstakken en – installaties aangegeven wat het belangrijkste hinderveroorzakend milieuaspect is (geur, geluid, gevaar of stof) èn welke afstand tot gevoelige functies gemiddeld als passend kan worden beoordeeld. De richtafstanden gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Vervolgens wordt bekeken wat de maatgevende (grootste) afstand is van het bedrijf tot aan een gevoelige functie. Deze bepaalt vervolgens de milieucategorie van het bedrijf. Hoe groter de maatgevende afstand van een bedrijf tot aan woningen, hoe hoger de milieucategorie van dat bedrijf. Er wordt gewerkt met milieucategorie 1 t/m 6 op basis van de onderstaande maatgevende richtafstand: Categorie Richtafstand (in meters) 1. 10 2.
30 3.1 50 3.2 100 4.1 200 4.2 300 5.1 500 5.2 700 5.3 1.000 6 1.500 De VNG heeft daarbij een tabel met richtafstanden opgesteld voor alle bedrijfstakken en – installaties.
Staat van Bedrijfactiviteiten Van deze algemene lijst, die abusievelijk gekoppeld was aan het bestemmingsplan voor de bedrijventerreinen heeft de VNG ook een tweetal varianten samengesteld voor specifieke situaties. Daarbij valt te denken aan een variant voor bedrijventerreinen en een variant voor 'functiemengingsgebieden' (stadscentra, dorpscentra of winkelcentra). Deze varianten worden ook wel een Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemd. Deze worden gekoppeld aan een bestemmingsplan als bijlage bij de regels. In die Staat van Bedrijfsactiviteiten staan bedrijfstakken en – installaties die zijn toegestaan in het bestemmingsplan met hun respectievelijke richtafstanden, maatgevende afstand en de daarop gebaseerde milieucategorie. Op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan worden vervolgens regels gesteld omtrent de maximale milieucategorie van bedrijven op een bepaalde locatie. Het is dan ook niet zonder meer zo dat een bedrijf al is toegestaan omdat het geplaatst is omdat het opgenomen is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het bedrijf moet ook in dezelfde, of een lichtere, milieucategorie vallen dan de maximaal toegestane milieucategorie die het bestemmingsplan toestaat.