memo regionaal beleidsplan vnog 2025-2028
Tekst van het document
Memo Aan Onderwerp Datum
: FAO VNOG, 21 augustus 2024 : Regionaal beleidsplan, risicoprofiel en dekkingsplan VNOG 2025-2028 : 14 augustus 2024
1. Aanleiding
Elke veiligheidsregio in Nederland moet volgens de Wet veiligheidsregio’s om de vier jaar een regionaal beleidsplan, regionaal risicoprofiel en een regionaal dekkingsplan maken. Deze plannen zijn samenwerkende documenten en zijn nauwkeurig op elkaar afgestemd. De huidige oude documenten van VNOG lopen tot en met 2024. Daarom zijn er nieuwe documenten gemaakt voor de periode 2025-2028.
2. Proces Op 27 juni 2024 heeft het Algemeen Bestuur VNOG de conceptplannen voor 2025-2028 behandeld. Deze plannen zijn vervolgens begin juli aan de gemeenteraden en partners (buurveiligheidsregio’s, andere hulpdiensten, Duitse collega’s, etc.) voorgelegd. Uiterlijk 1 november 2024 ontvangt VNOG hierop van hen input of zienswijzen om mee te nemen in het vervolgproces. Het is de bedoeling dat de plannen in december definitief worden vastgesteld.
3. Bedoeling van dit memo In dit memo lichten wij de drie documenten toe. Alle drie de conceptplannen zijn gepubliceerd op de website van VNOG: https://www.vnog.nl/regionale-plannen.
4. Regionaal risicoprofiel 1. Wat is het regionaal risicoprofiel? Het regionaal risicoprofiel omvat een overzicht van de aanwezige risicovolle situaties en de soorten incidenten die zich kunnen voordoen in de regio. Het gaat hierbij om risico’s op rampen, crises of grote branden, waardoor maatschappelijk ontwrichtende effecten op vitale belangen optreden en een gecoördineerd optreden van de crisisorganisatie noodzakelijk is. De risico's uit het regionaal risicoprofiel kunnen zich in nagenoeg alle gemeenten voordoen . 2. Staan er ook lokale risico’s in het regionaal risicoprofiel? De incidenten die lokaal afgehandeld kunnen worden in de basishulpverlening maken geen onderdeel uit van het regionale risicoprofiel. Uiteraard bereiden de kolommen (hulpverleningsdiensten) zich wel voor op deze incidenten die niet leiden tot ernstige ontwrichting op vitale belangen of een gecoördineerd optreden vereisen. Het risicoprofiel kijkt echter naar de grotere zaken. 3. Hoe is het regionaal risicoprofiel tot stand gekomen? Om het risicoprofiel te kunnen maken heeft VNOG met vertegenwoordigers van hulpdiensten, gemeenten (Bevolkingszorg) en crisispartners gekeken naar de ontwikkelingen die in de maatschappij spelen met het meeste effect op de risico’s.
VNOG heeft hierbij gebruik gemaakt van landelijke handreikingen, landelijk geduide risico’s en de laatste inzichten zoals trends en ontwikkelingen.
Pagina 1 van 4
4. Wat is de belangrijkste wijziging ten opzichte van het vorige risicoprofiel? De opvallendste wijzigingen in het risicobeeld ten opzichte van het vorige risicoprofiel zijn gerelateerd aan de klimaatveranderingen en onrust in de samenleving. Voor een aantal risico’s is gebruik gemaakt van een moderner scenario zoals een energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen en een cyberaanval op een gemeente voor het incidenttype ‘uitval in nutsvoorzieningen’. 5. Wat is gedaan met de constateringen uit het risicoprofiel? De speerpunten in het regionaal beleidsplan (zie hierna) zijn onder andere gekozen naar aanleiding van de gesignaleerde risico’s in het regionaal risicoprofiel (bijv. natuurbrandscenario n.a.v. klimaatverandering). 6. Wat is het zorgrisicoprofiel? Naast het regionaal risicoprofiel heeft de GHOR VNOG een zorgrisicoprofiel VNOG gemaakt. Dit profiel beschrijft de belangrijkste risico's voor de spoedeisende medische hulp en de publieke gezondheidszorg.
5. Regionaal beleidsplan
1. Wat is het regionaal beleidsplan? Het regionaal beleidsplan beschrijft wie VNOG is en wat VNOG doet (missie, visie, wettelijke/maatschappelijke opgaven, reguliere taken). Het beleidsplan beschrijft welke (maatschappelijke) ontwikkelingen op ons afkomen. Het plan geeft aan waar VNOG voor gaat in de periode 2025-2028 (de speerpunten). Het beleidsplan brengt samenhang in alle activiteiten die VNOG ontplooit. Het geeft inzicht en overzicht voor alle partners van VNOG, alsook focus voor VNOG zelf. 2. Hoe is het regionaal beleidsplan tot stand gekomen? VNOG heeft, samen met partners, de ontwikkelingen die op VNOG af komen geïnventariseerd. Daarnaast is, samen met het regionaal beleidsplan, ook het regionaal risicoprofiel opgesteld, dat ook input heeft geboden voor het beleidsplan. 3. Waarom zijn de Opgaven van VNOG nog hetzelfde als in de vorige beleidsperiode? De hoofdvragen van de samenleving en de missie van VNOG zijn ten opzichte van de vorige beleidsperiode niet veranderd; ze zijn geworteld in de wettelijke taken van VNOG en die veranderen niet. De Opgaven van VNOG vormen nog steeds een goed antwoord op de vragen van de samenleving. De Opgaven zijn breed gesteld en toekomstbestendig. De Opgaven komen steeds als rode draad in alle documenten van VNOG terug, zoals ook in de opgavegerichte begroting.
Binnen de Opgaven zijn in het nieuwe plan wel nieuwe speerpunten geformuleerd, die aansluiten bij de (maatschappelijke) ontwikkelingen die op VNOG af komen en bij het gemaakte risicoprofiel. 4. Welk nieuw beleid gaat VNOG oppakken in de komende beleidsperiode? VNOG heeft in het nieuwe beleidsplan zes speerpunten geformuleerd. Dit zijn: crisisbeheersing, grensoverstijgende samenwerking, informatievoorziening, arbeidsmarktbeleid, natuurbrandbeheersing/-bestrijding, risicobewustzijn/veilig gedrag. Daarnaast zet VNOG zich ook in op innovaties op allerlei terreinen en spant zich verder in voor de duurzaamheidsopgave. De speerpunten zijn over het algemeen vaak bestaande taken, die komende periode wel een extra accent gaan krijgen, omdat (maatschappelijke) ontwikkelingen en de samenleving daar om vragen.
Pagina 2 van 4
5. Hoe sluit het beleidsplan van VNOG aan op plannen van andere regio’s en landelijke plannen? In de Wet veiligheidsregio’s staat een aantal inhoudelijke en vormvereisten voor het regionaal beleidsplan. Iedere veiligheidsregio moet in het eigen beleidsplan in ieder geval ingaan op die verplichte elementen. VNOG heeft dat ook gedaan. Verder heeft VNOG bij het opstellen van het beleidsplan gekeken naar (recente) beleidsplannen van andere veiligheidsregio’s. Bij het opstellen van de regionale plannen heeft VNOG landelijke leidraden gebruikt. Ten slotte is het concept regionaal beleidsplan ter consultatie gedeeld met de buurregio’s en de collega’s in Duitsland. 6. Hoe gaat VNOG de voortgang van het beleidsplan meten? In het beleidsplan staan per speerpunt concrete acties benoemd. Op de voortgang van die acties gaat VNOG periodiek via de reguliere P&C-cyclus rapporteren. Op die manier kunnen we de voortgang van het beleidsplan volgen en focus houden op de grotere doelstellingen, naast de uitvoering van de reguliere taken en de dagelijkse werkzaamheden. Aan het einde van de looptijd van het plan volgt een eindevaluatie. 7.
Wat gaat het nieuwe beleidsplan kosten? Gelet op de (financiële) uitdagingen die op de gemeenten afkomen, is VNOG voornemens om het regionaal beleidsplan, inclusief de speerpunten daarin, zoveel mogelijk binnen de bestaande meerjarenbegroting 2025-2028 uit te voeren. Dit is mogelijk omdat VNOG onder andere optimaal inzet op samenwerking met en financiering door andere overheden (andere veiligheidsregio’s, provincies, Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), het Rijk, Duitsland) en ketenpartners. Overigens kunnen nieuwe wetgeving of (nieuwe) regionale, landelijke of internationale ontwikkelingen (financiële) gevolgen hebben, die nu nog niet te overzien zijn. Waar nodig worden zaken dan in komende begrotingen/kadernota’s of via een separate begrotingswijziging ter besluitvorming voorgelegd.
6. Regionaal dekkingsplan
1. Wat is het regionaal dekkingsplan brandweer? In het dekkingsplan staat hoe de prestaties van de brandweer zich verhouden tot de daaraan gestelde eisen. Het beantwoordt onder andere de vragen: 1. Hoe snel is de brandweer ergens met voldoende eenheden? en 2. Is dat snel genoeg? Het gaat om de verwachte dekking versus de gewenste dekking en om de slagkracht van de brandweer. 2. Hoe is het regionaal dekkingsplan tot stand gekomen? Voor het maken van het dekkingsplan heeft VNOG gebruik gemaakt van de nieuwe landelijke systematiek (handreiking). Die gaat uit van zogenaamde ‘gebiedsgerichte opkomsttijden’. Dat is de snelheid waarmee de brandweer bij een incident ter plaatse kan zijn in een bepaald gebied. Per soort gebied staat in de landelijke handreiking een bandbreedte qua tijd waarbinnen de brandweer ter plaatse zou moeten zijn (= gewenste dekking). 3. Wat betekent de term ‘verwachte dekking van de brandweer’ en hoe is die berekend? VNOG heeft de verwachte dekking van de brandweer in beeld gebracht. Dit is de hoeveelheid objecten die de brandweer binnen een bepaalde tijd naar verwachting kan bereiken. Bij het bepalen van de verwachte dekking is uitgegaan van het soort en aantal voertuigen per post, de organisatievorm van de post (bijv. brandweervrijwilligers of beroepsbrandweermensen), rijtijden op basis van wegenstructuur, etc.
De eenheid die het snelst bij een incident kan zijn, wordt steeds door de meldkamer gealarmeerd en brandweer VNOG werkt samen met de brandweerkorpsen in aangrenzende veiligheidsregio’s en met een aantal Duitse buren. Pagina 3 van 4
4. Wat is de verwachte dekking van de brandweer VNOG? Wat betreft de opkomsttijden van de eerste tankautospuit (het basisvoertuig van de brandweer) kan 79% van de objecten in de regio binnen 10 minuten bereikt worden. 5. Waar komt de brandweer naar verwachting later en hoe erg is dat? De brandweer kan niet alle objecten in de regio binnen de uiterste normtijd (uit het Besluit Veiligheidsregio’s) van 18 minuten bereiken. In minder dan 0,1% van de totale regio heeft de brandweer een overschrijding, met een verwachte maximale opkomsttijd van 22 minuten. Het gaat in alle gevallen om objecten in dunbevolkte gebieden, bijvoorbeeld midden op de Veluwe. Onder deze objecten bevindt zich geen risico-object. In de hele regio zet VNOG in op risicobewustzijn en veilig gedrag (samen- en zelfredzaamheid), daarom is dit één van de speerpunten zoals aangegeven in het regionaal beleidsplan. 6. Wat betekent de term ‘slagkracht van de brandweer’ en hoe is die berekend? De slagkracht van de brandweer is de hoeveelheid eenheden die de brandweer bij een groter incident binnen een bepaalde tijd ter plaatse kan krijgen. Hierbij zijn twee uitgangspunten gebruikt: 1. De maximale opkomsttijd van drie tankautospuiten en 2. Het totale aantal tankautospuiten dat binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Deze 15 minuten staat in de landelijke handreiking als referentiewaarde.
In het dekkingsplan staat het percentage van de objecten en gebieden in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt. 7. Hoe is beoordeeld of de verwachte opkomsttijd van de brandweer VNOG voldoende is? Om de verwachte prestaties van de brandweer VNOG te beoordelen, is de regio in gebieden verdeeld op basis van de CBS-buurtindeling (totaal 790 gebieden). Per gebied is de adressendichtheid en het soort en aantal objecten bekeken. Volgens de landelijke handreiking valt elk gebied vervolgens in een bepaalde categorie, met bijbehorende gewenste opkomsttijd, inclusief bandbreedte daarbij. VNOG heeft voor die 790 gebieden de gewenste opkomsttijd vervolgens vergeleken met de verwachte opkomsttijd. Daaruit volgt daarna een oordeel over hoe de brandweer VNOG presteert. 8. Hoe is het oordeel over de verwachte opkomsttijden van de brandweer VNOG? De eerste tankautospuit van de brandweer VNOG kan over het algemeen in elk van de 790 gebieden (volgens de CBS-buurtindeling) binnen de in de landelijke handreiking gestelde bandbreedte ter plaatse kan zijn. Let wel, dit betreft een beoordeling op basis van de geprognosticeerde opkomsttijd. Er kunnen omstandigheden zijn die leiden tot langere opkomsttijden (bijv. slecht weer, drukte op de weg). 9.
Wat is de conclusie van het dekkingsplan brandweer? De verwachte opkomsttijden van de brandweer VNOG sluiten goed aan op de gewenste opkomsttijden uit de landelijke handreiking. Dat betekent dat er vanuit dit perspectief geen aanleiding is om spreiding van kazernes en eenheden te heroverwegen of de uitvoering van VNOG of organisatievorm bij te stellen. VNOG kan momenteel passende basisbrandweerzorg in de regio leveren.
Pagina 4 van 4