legesverordening 2024
Tekst van het document
Legesverordening 2024 Oost Gelre De raad van de gemeente Oost Gelre; gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 14 november 2023; gelet op de artikelen 147 en 229, eerste lid, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024
Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: - dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; - jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; - maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de n e dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; - week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend; c. diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets).
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen veertien dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen veertien dagen na dagtekening van kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling. 2. Plaatselijke verenigingen en particulieren wordt de mogelijkheid geboden om subsidie aan te vragen waarmee de kosten voor de gemeentelijke leges alsnog worden gedekt. Hiermee wordt voorkomen dat evenementen voor plaatselijke goede doelen geen doorgang vinden vanwege de hoge opstartkosten. Hierbij mag de opbrengst niet ten goede komen aan de organiserende plaatselijke vereniging en particulieren.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. artikel 1.17 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag); 5. artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Overgangsrecht 1. De Legesverordening 2023 van 20 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/28
2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Legesverordening 2024 Oost Gelre”.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2023, de raadsgriffier,
M. van Bergen
de voorzitter,
A.H. Bronsvoort
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/28
Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2024 Oost Gelre HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in de trouwzaal in het stadhuis te Groenlo of het gemeentehuis te Lichtenvoorde op: a.
dinsdag om 10.15 of 10.30 uur in het gemeentehuis te Lichtenvoorde
€ 0,-
b.
maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur, met uitzondering van de in artikel 1.1.a genoemde tijdstippen
€ 509,-
c.
andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.1.b in overleg en op basis van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.1.b verhoogd met € 75,-
Artikel 1.2 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op: a.
dinsdag om 10.15 of 10.30 uur in het gemeentehuis te Lichtenvoorde
€ 0,-
b.
maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur, met uitzondering van de in artikel 1.1.a genoemde tijdstippen
€ 509,-
c.
andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.2.b in overleg en op basis € 75,van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.2.b verhoogd met
Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap op een andere locatie a.
b.
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een reeds aangewezen locatie binnen de gemeente naar keuze van het bruidspaar: 1 maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur
€ 442,80
2 op andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.3.a.1 in overleg en op basis van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.3.a.1 verhoogd met:
€ 75,-
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een éénmalig aan te wijzen locatie binnen de gemeente naar keuze van het bruidspaar 1 maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur t/m 16.00 uur
€ 498,30
2 op andere tijdstippen dan de tijdstippen genoemd in artikel 1.3.b.1 in overleg en op basis van beschikbaarheid worden de kosten genoemd in artikel 1.3.b.1 verhoogd met:
€ 75,-
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/28
c.
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: € 75,-
Artikel 1.4 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek: € 70,Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief bedraagt voor de benoeming voor één dag van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand ten behoeve van het sluiten van een huwelijk dan wel een geregistreerd partnerschap:
€120,-
Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:
€ 39,-
Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum Bij een annulering vanaf 3 maanden voor het huwelijk/geregistreerd partnerschap kunnen annulerings- of wijzigingskosten in rekening worden gebracht. a.
Tussen 3 maanden en 1 maand voor de voltrekkingsdatum
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b.
Binnen 1 maand tot 1 week voor de voltrekkingsdatum
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c.
Vanaf 1 week tot en met de dag van voltrekking
100%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; Artikel 1.8 Trouwboekje, partnerschapsboekje of overige informatie Het tarief bedraagt voor het a.
verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering: € 39,-
b.
verstrekken van een duplicaat familie-, trouw- of partnerschapsboekje:
c.
op verzoek doen van nasporingen in de registers van de Burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteed kwartier: € 19,-
d.
in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand: het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.
€ 39,-
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Artikel 1.9 Paspoorten of andere reisdocumenten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een nationaal paspoort:
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/28
1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 83,85
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 63,40
b. een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 83,85
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 63,40
c. een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 83,85
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 63,40
d. een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:
€ 63,40
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: a. een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
€ 75,80
2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 40,90
b. een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: € 36,90 Artikel 1.11 Modaliteiten Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:
€ 57,05
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Artikel 1.12 Rijbewijzen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:
n.n.b*
Artikel 1.13 Modaliteiten 1. Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met:
n.n.b.**
2. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven van een gezondheidsverklaring voor een rijbewijs (keuringspapieren, medisch n.n.b. vragenformulier voor rijbewijs): * Dit is vanaf 1 juli 2023 het maximumtarief van € 34,95, vermeerderd met het rijkskostendeel van € 13,20. ** Let op: het rijkskostendeel van de verhoging bedraagt sinds 1 januari 2013 € 34,10.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/28
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Artikel 1.14 Definities 1. Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 2. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:
€ 9,00
Artikel 1.16 Verstrekking van aangehaakte gegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:
€ 9,00
Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen:
€ 7,50
Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:
€ 18,50.
* Dit is het maximumtarief.
Paragraaf 1.5 Nadeelcompensatie Artikel 1.19 Heffing recht als bedoeld in artikel 4:128 Algemene wet bestuursrecht Voor de behandeling van een aanvraag om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht is aanvrager een recht verschuldigd van:
€ 500,-
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart, bouwtekeningen of verkavelings-tekeningen, voor ieder daaraan door de gemeente besteed kwartier:
€ 18,50
vermeerderd met de papierkosten van de op basis van 1.21 verstrekte stukken: In zwart-wit:
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
7/28
a. in formaat A4, per bladzijde:
€ 1,30;
b. in formaat A3, per bladzijde:
€ 1,33;
c. in formaat A2 of groter, per bladzijde:
€ 4,83;
In kleur: d. in formaat A4, per bladzijde:
€ 1,41;
e. in formaat A3, per bladzijde:
€ 1,56;
f. in formaat A2, per bladzijde:
€ 5,15;
g. in formaat A1, per bladzijde:
€ 5,51;
h. in formaat A0, per bladzijde:
€ 6,25.
Artikel 1.22 Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. een afschrift van of een uittreksel uit de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen voor ieder daaraan besteed kwartier:
€ 18,50;
b. informatie of kaarten uit het GIS-systeem voor ieder daaraan door de afdeling GEOinformatie besteed kwartier
€ 18,50.
Artikel 1.23 Vervallen
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Artikel 1.24 Vervallen Artikel 1.25 Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:
n.n.b.*
b. tot het legaliseren van een handtekening:
€ 9,00.
c. tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn:
€ 9,00.
d. tot het verkrijgen van een bewijs van Nederlanderschap
€ 9,00.
* Dit is het maximumtarief vanaf 1 maart 2016.
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier:
€ 18,35.
Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een zwart-wit afschrift of een fotokopie uit een in het gemeentearchief berustend stuk: a. in formaat A4, per bladzijde:
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
€ 1,33;
8/28
b. in formaat A3, per bladzijde:
€ 1,36;
c. in formaat A2 of groter, per bladzijde:
€ 4,87;
d. in digitale vorm, per stuk:
€ 1,22.
Artikel 1.28 Vervallen
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Artikel 1.29 Vervallen Artikel 1.30 Leegstandwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: € 76,50 Artikel 1.31 Wet op de kansspelen 1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: a. voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:
n.n.b.*
b. voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat:
n.n.b.*
en voor iedere volgende kansspelautomaat:
n.n.b.*
c. voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd: n.n.b.* d. voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat: n.n.b.* en voor iedere volgende kansspelautomaat:
n.n.b.*
2.
Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.
3.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): € 70,48.*
* Dit is het maximumtarief.
Artikel 1.32 Telecommunicatiewet 1.
2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een instemmingsbesluit als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren voor reguliere werkzaamheden:
€ 477,81
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een instemmingsbesluit als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard:
€ 108,94
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
9/28
3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding voor spoedeisende werkzaamheden als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren:
€ 108,94
Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.
een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:
€ 214,17
een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, indien alleen het kenteken gewijzigd dient te worden:
€ 71,39
c.
een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:
€ 214,17
d.
een verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):
€ 120,-.
een verstrekking van een Gehandicaptenparkeerplaats voor een motorvoertuig op kenteken op grond van het verkeersbesluit (excl. uitvoeringskosten)
€ 120,-
b.
e. f.
een verstrekking van een gemandateerde ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen, (brede) landbouwvoertuigen (RDW)
€ 31,40
Paragraaf 1.10 Diversen Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: a. gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 0,35; b. een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:
€ 18,35
c. stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per besteed kwartier: € 18,35. d. kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1. in formaat A4 of kleiner, per bladzijde:
€ 1,33;
2. in formaat A3, per bladzijde:
€ 1,36;
3. in formaat A2 of groter, per bladzijde:
€ 4,87;
4. in digitale vorm, per stuk:
€ 1,22
Artikel 1.35 Diverse vergunningen of beschikkingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. om een vergunning als bedoeld in artikel 5.13 van de Algemene Plaatselijke Verordening (inzameling geld of goederen): € 0,b. voor het verkrijgen van een vergunning voor het aanleggen of wijzigen van een rioolaansluiting op de gemeentelijke riolering:
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
€ 212,-
10/28
c. voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 5.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening (vaarvergunning):
€ 71,90.
d. voor het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5.34 van de Algemene Plaatselijke Verordening (ontheffing verbranden snoeihout):
€ 17,85.
e. voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.10A van de Algemene plaatselijke verordening voor spandoeken of versieringen op, aan of boven de openbare weg, die van tijdelijke aard zijn: € 36,20.
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -
binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;
-
binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
4. In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2013, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Heeft een aanvraag betrekking op een gebouw dan wordt hierbij de inhoud en/of oppervlakte bepaald conform de richtlijnen van het normblad NEN 2580 ‘oppervlakten en inhouden van gebouwen’. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
11/28
zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Als minimale ondergrens voor de bouwkosten worden gehanteerd de door de CASA data bepaalde basisbedragen per gebouwsoort voor de provincie Gelderland voor 2023, zoals benoemd in het onderzoeksrapport CASA data basisbedragen bouwleges 2023, of zoals dit onderzoeksrapport laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Dit onderzoeksrapport is als bijlage bij deze tarieventabel opgenomen. De gewijzigde onderzoeksrapporten worden gepubliceerd op www.oostgelre.nl. Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. vooroverleg of omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h.
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Vooroverleg
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
12/28
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.
2.
voor een eerste adviesgesprek in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project vergunbaar is of voor een beoordeling van een schetsplan voor een omgevingsvergunning:
€ 0,-
voor elk volgend overleg:
€ 83,-
om een intaketafel om te toetsen of een voorgenomen initiatief, dat strijdig is met een vigerend bestemmingsplan en past binnen het beleid, voorstelbaar is:
€ 624,-.
3.
om een intaketafel om te toetsen of een voorgenomen initiatief, dat strijdig is met een vigerend bestemmingsplan en niet past binnen het beleid, voorstelbaar is:
€ 1248,-
4.
tot het houden van een omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en niet passend zijn binnen het vastgestelde ruimtelijk beleid;
€ 624,-
per in te schakelen vakexpert per uur verhoogd met:
€ 83,-
Het op grond van het vierde lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. b. c. d. e. f.
indien de bouwkosten minder dan € 200.000 bedragen:
0,97%
van die bouwkosten met een minimum van
€ 81,-
indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen:
0,75%
van die bouwkosten met een minimum van
€ 1.950,-
indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:
0,74%
van die bouwkosten met een minimum van
€ 3.770,-
indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 bedragen:
0,72%
van die bouwkosten met een minimum van
€ 7.440,-
indien de bouwkosten € 2.000.000 tot € 5.000.000 bedragen:
0,70%
van die bouwkosten met een minimum van
€ 14.600,-
indien de bouwkosten € 5.000.000 of meer bedragen:
0,68%
van die bouwkosten met een minimum van
€ 35.500,-
2. Statiegeldregeling. Het bedrag van artikel 2.5.1 wordt verhoogd met:
€ 100,-
als minimaal 2 dagen voor de aanvang van de bouwactiviteiten meldingskaartje 1 door de gemeente is ontvangen, wordt € 50,- terugbetaald. Als minimaal 1 dag voor de voltooiing van de bouwactiviteiten meldingskaartje 2 door de gemeente is ontvangen, wordt de resterende € 50,terugbetaald.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
13/28
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) 1Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit met bouwactiviteit: 1. indien de bouwkosten minder dan € 200.000 bedragen: van die bouwkosten met een minimum van 2. indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen: van die bouwkosten met een minimum van 3. indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen: van die bouwkosten met een minimum van 4. indien de bouwkosten € 1.000.000,00 tot € 2.000.000,00 bedragen: van die bouwkosten met een minimum van 5. indien de bouwkosten € 2.000.000 tot € 5.000.000 bedragen: van die bouwkosten met een minimum van 6. indien de bouwkosten € 5.000.000 of meer bedragen: van die bouwkosten met een minimum van
1,2% € 121,1,1% € 2.400,1,05% € 5.500,1% € 10.500,0,9% € 20.000,0,8% € 45.000,-
I. als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.50 lid 1 a nodig is, verhoogd met: € 100,II.als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met:
€ 200,-
b.
Voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit met bouwactiviteit voor zover deze niet voldoet aan de bouwregels van het van omgevingsplan van rechtswege, maar wel voldoet aan de voorwaarden behorende bij de van toepassing zijnde omgevingsplanactiviteit voor zover geen ruimtelijk advies nodig is (vergunning als bedoeld in artikel 22.10 Omgevingswet) € 150,-
c.
Voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit met bouwactiviteit voor zover deze niet voldoet aan de bouwregels van het van omgevingsplan van rechtswege, maar wel voldoet aan de voorwaarden behorende bij de van toepassing zijnde omgevingsplanactiviteit met ruimtelijk advies (vergunning als bedoeld in artikel 22.10 Omgevingswet) € 300,-
d.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit zonder bouwactiviteit (voor het gebruik van gronden of bouwwerken):
e.
€ 200,-
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht (artikel 22.32 invoeringsbesluit Omgevingswet): het bedrag aan de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
14/28
f.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (vergunning als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet waarvan de aangevraagde activiteit in strijd is met het omgevingsplan) met bouwactiviteit: het bedrag aan de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Met uitzondering van onder g genoemde activiteiten.
g.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met bouwactiviteit bij een woonfunctie, voor zover het niet de bouw van een hoofdgebouw betreft: het percentage van artikel 2.6.1a, verhoogd met
0,5%
op het percentage uit de van toepassing zijnde staffel. h.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zonder bouwactiviteit: voor het toestaan van een nevenactiviteit:
€ 1.000,-
voor het toestaan van een hoofdactiviteit:
€ 2.700,-
2. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 138,-
b.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 277,-.
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 10 van de Erfgoedverordening 2010 Oost Gelre in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ 168,-;
2 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 168,-;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15/28
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ 168,-;
2 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 168,-; 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: € 83,-. 3. Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening 2010 Oost Gelre is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
€ 168,-;
b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
€ 168,-.
Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 16 van de Erfgoedverordening 2010 Oost Gelre in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
€ 168,-;
b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 168,-;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
16/28
2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 168,-.
Paragraaf 2.5 (Vervallen) Paragraaf 2.6 (Vervallen) Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 232,2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 232,3.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met archeologische verwachtingswaarde OF archeologische waarde, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 232,-
4. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, bedraagt het
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
17/28
tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 232,-
5. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een gebied waarvoor een vergunningplicht geldt voor de bescherming van landschapswaarden, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 232,6. De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft. Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met: € 168,Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b. indrijven van voorwerpen, c. ophogen van de grond, of d.
verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 168,-;
b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 336,-.
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 168,-;
b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 336,-.
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
€ 232,-.
18/28
bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 95,18. Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a.
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 168,-
en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: € 168,-; b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
€ 336,-;
c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 336,-.
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 (Vervallen) Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 73,-. Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
19/28
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 2:10A van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame:
€ 36,20
b. als de activiteit bestaat uit het aanbrengen van spandoeken of versieringen van tijdelijke aard;
€ 36,20
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10A van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,:
€ 287,-;
b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:
€ 287,-.
Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit een reguliere standplaatsvergunning
€ 287,-
b. als de activiteit bestaat uit de verkoop van oliebollen en appelflappen op de openbare weg in de periode van 16 december tot en met 1 januari
€ 36,20
c. als de activiteit bestaat uit het plaatsen van een mobiele onderzoekunit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend. € 0,Het tarief voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning zoals genoemd onder 2.33a en 2.33c wordt verhoogd met een bedrag voor het stroomverbruik: d. voor een krachtstroomverbruiker (400 V) voor 1 dagdeel per week op jaarbasis
€ 550,-
e. voor een normaalstroomverbruiker (230 V) voor 1 dagdeel per week op jaarbasis
€ 270,-
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
20/28
Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 168,-; b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1 voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 168,-
2 voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
€ 336,-
3 voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 168,-
Paragraaf 2.9 (Vervallen) Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:
€ 82,-;
b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur:
€ 82,-;
c. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur:
€ 82,-.
2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 195,-. Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21/28
verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Geringe wijziging omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:
€ 195,-.
Artikel 2.42 Vervallen Artikel 2.43 Vervallen Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 83,-.
Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: 50%. Artikel 2.48 Vervallen Artikel 2.49 Vervallen Artikel 2.50 Advies 1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
22/28
uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. voor een advies van de welstandscommissie (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) wordt het bedrag verhoogd met het bedrag zoals bepaald in de welstandstariefregeling van het Gelders Genootschap (advisering per 01-01-2024 van het Gelders Genootschap, of zoals dit laatstelijk is vervangen of gewijzigd). De tarievenregeling Gelders Genootschap is als bijlage bij deze tarieventabel opgenomen en wordt gepubliceerd op www.oostgelre.nl. 2.
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Artikel 2.51 Instemming 1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht bevoegd gezag zou zijn.
2.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: