kaderbrief 2025-2028
Tekst van het document
Kaderbrief 2025-2028
Pagina 2 van 11
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ............................................................................................................................................... 3 Inleiding .......................................................................................................................................................... 4 Landelijke ontwikkelingen .............................................................................................................................. 5 Lokale ontwikkelingen .................................................................................................................................... 7 Financiële situatie gemeente ......................................................................................................................... 9
Pagina 3 van 11
Inleiding Inleiding De kadernota markeert de start van een nieuw begrotingsjaar. In de kadernota geven we inhoudelijk en financieel richting aan de komende begroting. Elk jaar stelt u de uitgangspunten met de kaders vast voor het komende begrotingsjaar en de volgende jaren. Gelet op de vele onzekerheden in het bijzonder rondom het rijksbeleid en de daaruit voortvloeiende financiële effecten voor ons als gemeente, heeft deze kadernota een ander karakter gekregen vandaar ook dat wij deze ook de kaderbrief hebben genoemd. Een van de belangrijkste uitdagingen de komende jaren zal zijn om invulling te geven aan het coalitieakkoord, maar ook om onze financiële positie in balans te houden, zodat gemeente Oost Gelre zowel klaar is voor de toekomst als dat er sprake is van een financieel gezonde positie. De kaderbrief is ingedeeld in 3 hoofdstukken. Allereerst zal ingegaan worden op de landelijke ontwikkelingen en de risico’s en onzekerheden daarvan voor onze gemeente. Daarna zal ingegaan worden op de lokale ontwikkelingen. In het laatste hoofdstuk wordt de huidige financiële situatie van de gemeente geschetst.
Pagina 4 van 11
Landelijke ontwikkelingen Gemeentefonds Het grootste deel van de inkomsten van de gemeente komen uit het gemeentefonds. Voor de kaderbrief is rekening gehouden met de meest actuele circulaire, namelijk de decembercirculaire 2023. Het gemeentefonds is voor alle jaren geraamd op constante prijzen. De financiële positie van de gemeente wordt als gevolg van het voorgenomen rijksbeleid aanzienlijk verslechterd. De ontwikkelingen die hierbij een belangrijke rol spelen zijn: -
Voorgenomen wijziging van de systematiek ‘trapje af trapje op’ zoals die al jaren wordt gehanteerd. In het coalitieakkoord Rutte IV is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Voor 2026 en verder is het accres gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire wordt geactualiseerd op basis van de laatste inzichten van het CPB over de loon- en prijsontwikkeling.
-
Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen in 2025. Deze opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Nu was het beoogde efficiencyvoordeel al dubieus, maar dat verviel helemaal toen de beleidswijziging ‘opschalen van alle gemeenten naar 100.000+ gemeenten’ nooit is gerealiseerd en van tafel is gegaan. De opschalingskorting is jaar op jaar opgeschort. Echter de opschalingskorting hangt conform het coalitieakkoord Rutte IV voor 2026 boven ons hoofd.
-
Ook loopt landelijk het aantal huishoudens met een laag inkomen op terwijl er geen verhoging van de algemene uitkering plaatsvindt. Dit houdt in dat de gemeenten per huishouden een lager bedrag ontvangen. Dit kost de gemeente Oost Gelre de komende jaren € 500.000.
In totaliteit leiden deze maatregelen voor de gemeente Oost Gelre in 2026 tot een achteruitgang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds met ruim € 5,1 miljoen.
Daarnaast staan tegenover de van rijkswege overgedragen taken te weinig middelen om deze taken goed te kunnen uitvoeren. In het bijzonder op het gebied van het sociaal domein. De uitgaven in het sociaal domein kosten de gemeenten circa € 1,7 miljard meer dan het rijk beschikbaar stelt. Wij kunnen ons daarom ook aansluiten bij de oproep van de VNG om de betreffende medebewindstaken terug te geven aan het Rijk
Ontwikkeling van de rente Na jaren van extreem laag rentende geldleningen, zelfs negatief rentende, is de rentemarkt de afgelopen periode redelijk stabiel en beweegt de rente op langlopende geldleningen zich rond de 3%. Na een periode van redelijk snel stijgende rente onder meer ook als gevolg van de ontwikkeling van de inflatie lijkt een en ander in een rustiger vaarwater te zijn gekomen.
Pagina 5 van 11
Inflatie De forse inflatiestijgingen van de afgelopen jaren lijken voorbij. Voor de komende jaren wordt door het CPB de volgende ontwikkelingen verwacht. 2024
2025
2026
2027*
2028*
LOONVOET SECTOR OVERHEID
6,7%
5,3%
4,7%
4,2%
4,2%
INDEX PRIJS MATERIËLE OVERHEIDSCONSUMPTIE
3,5%
2,0%
2,0%
2,8%
2,4%
INDEX PRIJS OVERHEIDSINVESTERINGEN
3,0%
1,9%
1,9%
1,8%
1,6%
TOTAAL GEMIDDELDE INDEX
5,3%
4,0%
3,6%
4,7%
4,1%
* Als gevolg van de wijziging van de systematiek bij de algemene uitkering vindt indexering plaats op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Uitgangspunt is dat het gemeentefonds provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen. De volumeontwikkeling van het gemeentefonds wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp.
Kabinetsformatie Aangezien de kabinetsformatie nog immer in een verkennende fase zit, is er, vanuit financieel perspectief, geen zicht op welke richting het rijk de komende jaren zal kiezen en dan in het bijzonder richting de gemeenten en provincies. Wat wel duidelijk is, is dat op rijksniveau bezuinigingen dienen plaats te vinden. De omvang daarvan is afhankelijk van diverse factoren waaronder welk financieringstekort vindt de nieuw te vormen coalitie aanvaardbaar, welke beleidsdoelen worden nagestreefd etc. In de berekening van het structureel resultaat 2025 – 2028 voor de gemeente Oost Gelre is uitgegaan van de laatste circulaire van het rijk en daarmee is dan ook nog geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen voor ons als gevolg van rijksbezuinigingen. De verwachting is dan ook dat de huidige financiële situatie eerder slechter wordt dan beter.
Pagina 6 van 11
Lokale ontwikkelingen Coalitieprogramma 2022-2026 In het coalitieprogramma zijn keuzes gemaakt en is een prioritering aangebracht. Dat betekent dat niet alle opgaven meteen opgepakt worden. De ontwikkeling van het gemeentefonds speelt daarbij een belangrijke rol. Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds voor de gemeente Oost Gelre met € 5,1 miljoen gekort. Daardoor ontbreken voor ons de financiële middelen om alle zaken van de acht hoofdopgaven op te pakken. Deze keuzes die gemaakt moeten worden zijn afhankelijk van de capaciteit en geld. Er wordt onder andere gekeken of plannen budgetneutraal zijn of dat er middelen bij moeten.
Investeringsniveau Het investeringsniveau van onze gemeente is de afgelopen jaren exponentieel gestegen. Dit had verschillende oorzaken, onder andere een verhitte arbeidsmarkt (zowel bij de gemeente als bij de aannemers/uitvoerders). Hierdoor zijn projecten (deels) blijven liggen of naar achteren geschoven (in de tijd). Het totaal van de kredieten die in 2023 niet besteed zijn en overgeboekt moeten worden naar 2024, ligt wederom hoger dan voorgaande jaren. Voor de programmabegroting 2025 zal daarom inzichtelijk worden gemaakt welke investeringen haalbaar zijn voor de komende jaren en welke investeringen naar achteren in de tijd geschoven kunnen worden. Ook wordt gekeken naar de voorstellen van nieuw beleid van 2024 en 2025. Kredieten die zijn verkregen in 2024 maar waar nog geen start is gemaakt en geen verplichting onder ligt, moeten kritisch beoordeeld worden op startdatum en of deze naar achteren geschoven kunnen worden. Voor het nieuw beleid 2025 welke wordt toegevoegd bij de programmabegroting 2025 wordt kritisch gekeken naar het startjaar. Deze maatregelen hebben tot gevolg dat kapitaallasten voor de komende jaren lager zijn, waardoor de jaarresultaten minder negatief/positiever zijn.
Weerstandsvermogen De provincie verwacht een structureel sluitende meerjarenbegroting. Echter voor de robuustheid van de gemeentelijke financiële positie is het noodzakelijk om te voldoen aan de gestelde norm voor het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij kunnen beschikken om niet-begrote kosten op te vangen. De belangrijkste componenten van de weerstandscapaciteit zijn de vrij beschikbare reserves, de onbenutte belastingcapaciteit en de mogelijkheden om te kunnen bezuinigingen. De stand van vrij besteedbare reserve voldoet eind 2023 ruim aan de ondergrens zoals deze is vastgesteld door de gemeenteraad. Ook ons weerstandsvermogen voldoet aan de norm. De som van vrij besteedbare
Pagina 7 van 11
reserve en onbenutte belastingcapaciteit is hoger dan becijferde gemiddelde schadelast van € 1.657.500 (bron jaarverslag 2023). De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit
Eventuele incidentele negatieve resultaten mogen conform het advies van de VNG gedekt worden uit de vrij besteedbare reserves. Gezien onze reservepositie en de hoogte van de belegde reserve is dit een mogelijkheid die in overweging genomen moet worden. Echter voor de robuustheid van de gemeentelijke financiële positie is wel het noodzakelijk om na te denken over eventuele ombuigingen. Dit wordt in het volgende hoofdstuk nader toegelicht.
Resultaat afgelopen jaren Met de begroting wordt een inschatting gemaakt van het jaarresultaat voor komend jaar. De afgelopen jaren is gebleken, dat het werkelijke jaarresultaat afweek van dit begrote resultaat: X € 1.000 Begroot resultaat (conform programmabegroting)
2019
2020
2021
2022
39
320
315
739
Werkelijk resultaat
-/- 2.128
258
3.090
7.809
Verschil
-/- 2.167
-62
2.775
7.070
De afwijking van de werkelijke resultaten t.o.v. begroting kan als volgt worden verklaard: -
2019: kosten voor jeugdhulp voor verblijf en crisis van residentiële jeugdhulp. Deze kosten zijn met gewijzigde wetgeving (woonplaatsbeginsel) per 1 januari 2022 veel lager geworden.
-
2020: zeer geringe afwijking.
-
2021: lagere kosten in verband met corona en daarnaast een hogere algemene uitkering dan waarmee met de begroting rekening was gehouden. Voor de begroting wordt gebruik gemaakt van de meicirculaire van het jaar ervoor. In de meicirculaire 2020 werd de algemene uitkering voor 2021 begroot op € 51,2 miljoen. De werkelijke algemene uitkering die is ontvangen in 2021 bedroeg € 53,9 miljoen. Doordat zelfs een groot deel hiervan in december 2021 is ontvangen, kon hierop gedurende het jaar, maar ook met de begroting niet geanticipeerd worden.
-
2022: sterke afwijking van de algemene uitkering heeft geleid tot een hoog positief resultaat. De algemene uitkering was begroot op € 50,7 miljoen. De werkelijke algemene uitkering bedroeg € 57,8 miljoen, onder andere door de hoge inflatie. Daarnaast is er € 1,3 miljoen meer ontvangen voor de opvang van Oekraïners dan de kosten. Beide hebben geleid tot een groot positief resultaat in 2022.
Ook voor 2023 is de verwachting dat het resultaat een stuk hoger is dan begroot. Wederom speelt de algemene uitkering hierin een rol (€ 3,5 miljoen meer ontvangen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden). Pagina 8 van 11
Financiële situatie gemeente Voortzetting van het huidige beleid inclusief voorgenomen dan wel reeds besloten wijzigingen leiden tot de volgende financiële ontwikkeling, dit op basis van de huidige inzichten. Hierbij wordt uitgegaan van constante prijzen. De effecten van het rijksbeleid en de daaruit voortvloeiende financiële effecten zijn hierin nog niet meegenomen. Structureel resultaat 2025 – 2028 (x € 1.000) 2025
2026
2027
2028
2.432
-2.215
-1.422
1.768
-5.111
330
413
163
164
163
164
300
300
300
-2.215
-1.422
-545
Begrotingsuitkomst lopend jaar
271
Correctie onroerendzaakbelasting (OZB) 2023
180
Stijging lonen conform CAO (deel niet opgenomen in begroting)
-400
Plan van Aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) *)
200
Ontwikkeling toeristenbelasting
100
Ontwikkeling inkomsten leges (nutsvoorzieningen)
150
Ontwikkeling algemene, integratie- en decentralisatie-uitkeringen Belastingen en leges Vrijval kapitaallasten
Structureel resultaat
2.432
Met de programmabegroting 2024 was voor 2025 een resultaat begroot van € 2.428.000. Dit ligt in lijn met het structureel resultaat zoals hierboven weergegeven. Echter, voor de jaren vanaf 2026 zijn de resultaten in bovenstaande tabel slechter dan in de programmabegroting 2024 was opgenomen. Dit wordt veroorzaakt door een nog lagere algemene uitkering (op basis van de decembercirculaire 2023) dan wat in de programmabegroting 2024 is opgenomen (de meicirculaire 2023). Te ondernemen acties Wij zijn van mening dat wij ons moeten richten op een structureel sluitende begroting vanaf het jaar 2028. Daarbij willen wij verschillende scenario's ontwikkelen waarmee tijdig kan worden ingespeeld op wijzigende omstandigheden. Verder is het voor ons, maar ook andere partijen zoals gemeenschappelijke regelingen of instellingen noodzakelijk de tijd te hebben om maatregelen te kunnen doorvoeren zonder dat sprake is van afbraak van voorzieningen, maar dat gerichte keuzes worden gemaakt die kunnen worden doorgevoerd. Onze reservepositie maakt het mogelijk om de tekorten uit 2026 en 2027 op te vangen. Pagina 9 van 11
Dit ontslaat ons niet van de verplichting maatregelen door te voeren welke reeds in 2025 en volgende jaren kunnen worden genomen. Hierdoor wordt ook het beslag op de reserves lager in 2026 en 2027.
Onze verwachting is dat vasthouden aan alles niet realistisch is. Daarvoor zijn wij een tweetal trajecten gestart om te komen tot ombuigingen. Deze zijn: 1. De budgethouders zijn bezig met voorstellen ‘lucht in de begroting’, ‘laaghangend fruit’ en ‘welke kredieten kunnen worden doorgeschoven of laten vervallen’ aan te leveren. Deze worden aan het college ter besluitvorming voorgelegd en verwerkt in de programmabegroting 2025 – 2028 welke ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. 2. Afdelingshoofden in samenspraak met teamleiders focussen zich op denkrichtingen voor strategische heroriëntatie. Deze worden aan het college ter besluitvorming voorgelegd en verwerkt in de programmabegroting 2025 – 2028 welke ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.
Verder zijn wij in afwachting van de meicirculaire van het rijk om een doorrekening te kunnen maken van de werkelijke omvang van de rijksmiddelen voor de komende jaren. Dan moet ook duidelijk zijn wat de financiële consequenties zijn voor onze gemeente. Derhalve zijn wij van mening dat het thans niet het moment is om een beleidsinhoudelijke discussie te voeren over voorstellen van nieuw beleid maar eerst te kijken wat de financiële mogelijkheden en onmogelijkheden zijn.
Te ondernemen acties: -
Lucht in de begroting: ‘Lucht’ is in dit geval: waar heb ik meer geld in de begroting staan dan dat ik structureel uitgeef?
-
Wat is laaghangend fruit; met andere woorden wat kun je schrappen zonder dat het pijn doet? Dit is het meest wenselijk naast lucht in de begroting mits het niet tot structurele afbraak leidt.
-
Welke kredieten kunnen worden doorgeschoven of kunnen vervallen? Hierbij dient kritisch gekeken te worden naar de noodzaak en vooral naar de termijn waarop investeringen gerealiseerd kunnen worden. Gelet op de omvang van de openstaande kredieten (circa 47 mln.) is het niet realistisch te veronderstellen dat alle kredieten in 2024, 2025 en volgende jaren kunnen worden gerealiseerd.
-
Een strategische heroriëntatie met als doel te komen tot: o
Een heldere visie op onze prioriteiten;
o
Zicht op onze rol en de keuzemogelijkheden;
o
Een uitgebreid overzicht van onze mogelijkheden, inclusief maatschappelijke effecten;
o
Een overzicht van onze kernactiviteiten.
Bij strategische heroriëntatie gaat het vooral om de vraag of de strategische keuzes die in het verleden zijn gemaakt over de organisatie nog wel de juiste zijn om de toekomst met vertrouwen tegemoet te kunnen zien. Welke strategische issues zijn aan de orde, welke aandachtsgebieden behoeven aanpassing?
Pagina 10 van 11