CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

geconsolideerde samenwerkingsregeling regio achterhoek

Gemeenteraad 2 april 2024, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Samenwerkingsregeling Regio Achterhoek (26ste wijziging)14.262 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tot slot heeft een openbaar lichaam ook de bevoegdheden die annex zijn aan de bevoegdheden die door de gemeenten worden overgedragen, bijvoorbeeld het toepassen van bestuursdwang of het voeren van overleg met derden omtrent een overgedragen bevoegdheid. Ook aan deze annexe bevoegdheden kunnen door de gemeenten in de regeling beperkingen worden gesteld (artikel 33, 2e lid Wgr).

De bevoegdheden, die de bestuursorganen van Regio Achterhoek toekomen om tot een goede uitvoering van de in de artikelen 3 tot en met 6 omschreven belangen en taken te kunnen komen, vloeien voor de beheersmatige kerntaken specifiek voort uit de Archiefwet. Lid 2 van artikel 6 is opgenomen omdat op 1 januari 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking is getreden. Regio Achterhoek valt daarmee niet meer onder de CAO gemeenten, maar kan wel lid worden van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO) waarmee de rechtspositie van de medewerkers gewaarborgd wordt; dit lid maakt dat mogelijk. Daarnaast geeft artikel 6 de mogelijkheid aan het algemeen bestuur om in de toekomst stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen op te richten of hieraan deel te nemen. Expliciet opgemerkt moet worden dat de bij de 24e wijziging ingestelde gremia Achterhoek Raad, Achterhoek Board en Achterhoek Thematafels geen bestuursorganen zijn, niet in de zin van de wet, en niet naar de aard van deze gremia. Deze gremia ontvangen geen bevoegdheden van de deelnemende gemeenten, noch van de bestuursorganen van Regio Achterhoek. Lid 3 van artikel 6 is opgenomen n.a.v. de wijziging van de Wgr per 1 juli 2022.

Hierin is bepaald dat in de samenwerkingsregeling moet worden opgenomen voor welke besluiten een zienswijze van de gemeenteraden wordt gevraagd. In de samenwerkingsregeling zijn enkele besluiten opgenomen waarvoor een zienswijze wordt gevraagd. Dit zijn de begroting, jaarrekening en bestemming jaarresultaat. Daarnaast worden er geen specifieke besluiten aangewezen. Lid 4 van artikel 6 is opgenomen n.a.v de wijziging van de Wgr per 1 juli 2022. Hierin wordt aangegeven dat in de samenwerkingsregeling moet worden aangegeven of en zo ja hoe ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Gelet op de aard van de samenwerkingsregeling zijn geen besluiten genoemd, maar wordt wel de mogelijkheid geboden om die aan te wijzen. Binnen de Achterhoek werken we met een Achterhoek Panel ‘Achterhoek Spreekt” waarin we de participatie van de inwoners faciliteren door ze te raadplegen over verschillende onderwerpen. Artikel 7: Samenstelling algemeen bestuur In het eerste lid wordt geregeld dat het algemeen bestuur (AB) gevormd wordt door de leden, waarbij elke gemeente één lid mag “leveren”. In het verleden werd het bestuur gevormd door zeven leden, aangevuld met de voorzitter: zes gemeenten leverden elk één lid, één gemeente leverde één lid en de voorzitter (acht in totaal).

Om die reden had de voorzitter geen stemrecht (zijn gemeente was immers al met stemrecht vertegenwoordigd in het AB). In de nieuwe situatie zijn er zeven leden, die allemaal stemrecht hebben (zie artikel 9, derde en vierde lid). De leden worden aangewezen door de gemeenteraden (lid 2), waarbij het sterk de voorkeur heeft dat voor de burgemeester gekozen wordt, gelet op de aard van de taken van het AB. Dit “gentlemen’s agreement” is een essentieel onderdeel van een goede werking van het gekozen model. In de formele lijn van de Wgr blijven de gemeenteraden uiteraard bij uitsluiting bevoegd om zelf te bepalen hoe zij hun afvaardiging naar het algemeen bestuur willen samenstellen. Op grond van de Wgr hebben zij daarbij de keuze uit raadsleden, wethouders en de burgemeester. Tegelijkertijd wijst elke gemeente een plaatsvervanger aan (lid 3). Artikel 8: Lidmaatschap algemeen bestuur De bepalingen betreffende aanvang en beëindiging van het lidmaatschap van het algemeen bestuur, zijn in grote lijnen ontleend aan de Wgr en de Gemeentewet. In artikel 20, derde lid is expliciet

vastgelegd, dat de raden, bij ontbreken van een vertrouwensrelatie, de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur te allen tijde kunnen ontslaan. Dit een belangrijk middel voor de gemeenteraden om invulling te geven aan de informerende en verantwoordingsrol van het door hen afgevaardigd lid in het algemeen bestuur richting de raad waaruit hij is benoemd. Artikelen 9: Beraadslaging en stemming algemeen bestuur Het betreft hier standaardartikelen betreffende vergaderfrequentie en besluitvorming, waarbij een vijfde deel van de leden staat voor één lid. Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per gemeente (zie artikel 7, eerste lid) die elk evenveel stemrecht hebben. Nieuw is dat de voorzitter (lid 4) nu wel stemrecht krijgt: er is geen dubbele afvaardiging meer vanuit één gemeente en de rol van het AB is anders geworden. Ook in het dagelijks bestuur heeft de voorzitter stemrecht, omdat de leden van het dagelijks bestuur allen ten dienste van de Regio een voorbereidende rol richting het algemeen bestuur kennen.

In de bestuurlijke context waarbij het algemeen bestuur maar één lid per gemeente kent, wordt de vertegenwoordiging van de stem van elke gemeente gewaarborgd door het opnemen van het plaatsvervangend lidmaatschap en de in het vijfde lid genoemde schriftelijke machtiging van een ander lid van het algemeen bestuur (bij verhindering van het lid en diens plaatsvervanger). Artikel 10: Werkwijze algemeen bestuur Het betreft hier standaardartikelen betreffende openbaarheid, waarbij een vijfde deel van de leden staat voor één lid. Artikel 11: Reglement van orde algemeen bestuur In dit artikel wordt geregeld dat het algemeen bestuur niet alleen een reglement van orde voor zijn eigen vergaderingen vaststelt maar ook voor de vergadering van het dagelijks bestuur. Artikel 12: Samenstelling dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur bestaat uit 3 leden, inclusief de voorzitter. De voorzitter van het AB, is automatisch ook de voorzitter van het DB ingevolge artikel 12 lid 3 Wgr. Vanwege dit dwingende karakter van de bepalingen in de Wgr met betrekking tot de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur (‘door het algemeen bestuur uit zijn midden’) dienen de betreffende drie bestuurders (die tezamen het dagelijks bestuur zullen gaan vormen) op grond van artikel 14, 1e lid van de Wgr, eerst door hun respectievelijke raad als lid van het algemeen bestuur te worden aangewezen.

De gekozen omvang van het bestuur (drie personen) is ingegeven door de wens om te komen tot een dagelijks bestuur dat zich beperkt tot een proces- en opdrachtgeverrol. Dit geldt ten aanzien van de begroting. Voor de beheersmatige kerntaken (nazorg regionale stortplaatsen) en de afbouwtaken heeft het dagelijks bestuur de inhoudelijke taken en verantwoording. Artikel 13: Lidmaatschap dagelijks bestuur De bepalingen betreffende aanvang en beëindiging van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur zijn in grote lijnen ontleend aan de Wgr en Gemeentewet. Artikel 14: Werkwijze dagelijks bestuur In het eerste lid is geregeld, dat het dagelijks bestuur de onderlinge taakverdeling en plaatsvervanging van de leden van het dagelijks bestuur vaststelt. De plaatsvervanging van de voorzitter is geregeld in artikel 16, tweede lid. Overigens standaardartikel betreffende vergaderfrequentie en besluitvorming. In het derde lid is wel vastgelegd dat in elk geval vergaderd

wordt ter voorbereiding op de vergaderingen van het algemeen bestuur. De artikelen van de Gemeentewet, waarnaar in het vierde lid wordt verwezen, betreffen regelingen met betrekking tot stemmingen en vergaderingen. Artikel 15: Taken dagelijks bestuur Ingevolge de systematiek van de Gemeentewet komen in beginsel alle bevoegdheden toe aan de gemeenteraad, voor zover deze niet bij of krachtens de wet aan het College van burgemeester en wethouders c.q. de burgemeester zijn toegekend. De bepalingen uit de Gemeentewet betreffende de bevoegdheidsverdeling tussen raad en college, zijn van overeenkomstige toepassing voor het samenwerkingsverband (artikel 33 Wgr). De wens om te komen tot een slagvaardige besluitvorming binnen de regio-organisatie is met gebruikmaking van de rechtsfiguren delegatie en mandaat, voor zover de wet dit toestaat, te realiseren. Daarmee kan gekomen worden tot een verdergaande bevoegdheidsverdeling tussen algemeen bestuur en dagelijks bestuur. Ook is het mogelijk bevoegdheden te mandateren aan ambtenaren. Wat betreft de positionering van het dagelijks bestuur valt nog het volgende op te merken. In de bestuurlijke context zal voor het dagelijks bestuur het zwaartepunt liggen op de aspecten ‘algemeen bestuurlijke coördinatie’, ‘informatie en communicatie’, financiën en personeel en organisatie richting algemeen bestuur en gemeenteraden.

Artikelen 16: Benoeming voorzitter De procedure van aanwijzing van de voorzitter (‘door het algemeen bestuur uit zijn midden’) is geldend Wgr-recht. De Wgr staat een voorzitter die geen lid is van het algemeen bestuur, niet toe. Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan. De voorzitter heeft zowel in het algemeen bestuur (art. 9, vierde lid), als in het dagelijks bestuur stemrecht. Artikel 17: Taken voorzitter Het bepaalde in artikel 17 betreft standaardteksten betreffende de bevoegdheden van de voorzitter. Artikel 18: Relaties dagelijks bestuur – algemeen bestuur Het bepaalde in artikel 18 volgt uit art. 19a van de Wgr. De feitelijke uitvoering van deze bepalingen moet plaatsvinden in het reglement van orde voor het algemeen bestuur. Ingevolge het bepaalde in het derde lid kan het algemeen bestuur de leden van het dagelijks bestuur, de voorzitter inbegrepen, ontslaan indien deze leden het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. Artikel 19: Relaties bestuur – raden van de gemeenten Dit artikel is een direct uitvloeisel van de Wgr en het daarin beoogde aanhalen van de banden met de gemeenten. De informatie- en verantwoordingsplicht van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur aan de raden wordt als een belangrijk instrument gezien.

Artikel 20: Relaties leden algemeen bestuur - gemeenten Het algemeen bestuur kan de leden van het dagelijks bestuur ontslaan. In het derde lid van dit artikel is een soortgelijke bepaling voor de relatie tussen de gemeentebesturen en het algemeen bestuur opgenomen. De raad die een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur heeft aangewezen, is bevoegd tot ontslag van dit door hem aangewezen lid bij ontbreken van een vertrouwensrelatie. Artikel 21: Commissies van advies In de regeling wordt expliciet de mogelijkheid van instelling van adviescommissies conform de Wgr gegeven. De adviescommissies kunnen zowel commissies van advies aan het algemeen bestuur als aan het dagelijks bestuur zijn.

Artikel 22: Bestuurscommissies In de regeling wordt de mogelijkheid van instelling conform de Wgr van bestuurscommissies opengelaten. Artikel 22a: Instelling en samenstelling Achterhoek Raad De nieuwe samenwerkingsvorm zal een gremium gaan kennen dat er voor moet zorgen dat er een directere link en een betere informatievoorziening ontstaat tussen de individuele gemeenteraden (en de daarin zitting hebbende raadsleden) en de organen en partijen die i.h.k.v. de regionale samenwerking concrete werkzaamheden uitvoeren. En dat de gemeenteraden meer “aan de voorkant” in het proces en oordeelsvorming betrokken. Dat gremium is de Achterhoek Raad. De Achterhoek Raad is geen bestuursorgaan (in de zin van de wet) en krijgt geen publiekrechtelijke bevoegdheden toegekend. Lid 2 regelt dat alle fracties die in de Achterhoekse raden vertegenwoordigd zijn (met een raadslid), ook lid zijn van de Achterhoek Raad. Lid 3 geeft aan dat de voorzitter van Regio Achterhoek (en dus ook van het AB en het DB) ook voorzitter is van de Achterhoek Raad, maar er geen lid van is. Feitelijk is hij dus alleen technisch voorzitter, en ook alleen de leden hebben stemrecht (artikel 22g lid 3). Artikel 22b: Lidmaatschap Achterhoek Raad Elke fractie heeft het recht één raadslid uit zijn midden aan te wijzen die als vertegenwoordiger zal optreden in de Achterhoek Raad.

Het uitgangspunt is dat elke fractie dus ook aanwezig is bij bijeenkomsten van de Achterhoek Raad. Voor de fracties die groot genoeg zijn (meer dan één raadslid) geldt dat zij tevens een vaste, structurele plaatsvervanger aanwijzen. Voor eenmansfracties geldt dat zij vervanging langs de weg van art. 22d lid 2 jo. lid 3 kunnen regelen. Artikel 22c: Terugtreding en ontslag Achterhoek Raad Is iemand geen raadslid meer, om welke reden dan ook, dan vervalt automatisch zijn lidmaatschap van de Achterhoek Raad. Artikel 22d: Plaatsvervanging Achterhoek Raad Lid 1 regelt de plaatsvervanging van leden van de Achterhoek Raad, door plaatsvervangers die o.g.v. art. 22b zijn aangewezen. Als ook de structurele vervanger niet aanwezig kan zijn, of in het geheel ontbreekt (bijvoorbeeld omdat het gaat om een eenmansfractie), dan kan incidenteel een andere vervanger aangewezen worden. Voor die tweede vervanger regelt lid 3 dat het daarbij wel moet gaan om een raadslid, óf om iemand die wel op een kieslijst heeft gestaan, maar geen raadslid is geworden. Dat is nodig, omdat anders de stem van een eenmansfractie verloren dreigt te gaan. Door te kiezen voor een ander raadslid of raadslid-opvolger4 is in ieder geval de democratische legitimatie geborgd.

Daarnaast biedt lid 3 de mogelijkheid om een vervanger aan te wijzen van buiten de eigen gemeenteraad: denk daarbij aan een lid van fractie X uit gemeente Y, die een lid van fractie X uit gemeente Z vervangt. Artikel 22e: Taken en bevoegdheden Achterhoek Raad Zoals gezegd heeft de Achterhoek Raad (noch de Achterhoek Board of een Achterhoek Thematafel) publiekrechtelijke bevoegdheden. Het instemmen zoals omschreven in dit artikel ziet dus alleen op documenten (meerjarenvisie, jaarplannen) die in juridische zin niet verankerd zijn in de wet: of 4

Ook wel genoemd: fractievolgers/opvolgers/raadopvolgers/steunfractie, de precieze naam voor deze niet benoemde, kandidaat-raadsleden verschilt per gemeente.

anders gezegd, die geen directe, publiekrechtelijke gevolgen hebben. Ook het benoemen van leden van de Achterhoek Board doet geen afbreuk aan de (publiekrechtelijke) bevoegdheden van organen als het algemeen en dagelijks bestuur en de individuele gemeenteraden en colleges. Het recht van amendement en het indienen van moties dient ook in dit licht gezien te worden: de Achterhoek Raad kan op deze manier inhoudelijk bijsturen op de (zachte) samenwerkingsafspraken. Dat laat onverlet dat deze inhoudelijke afspraken, op enig moment wel degelijk kunnen vragen om een publiekrechtelijk besluit. Denk bijvoorbeeld aan een bepaald project uit een jaarplan, waar vervolgens additioneel gemeentelijk budget voor nodig is. Besluiten over dit soort additionele budgetten is en blijft een bevoegdheid van de daartoe bevoegde organen (i.c. de individuele gemeenteraden). Artikel 22f: Begrenzing bevoegdheid Achterhoek Raad Dit artikel bevestigt expliciet dat de Achterhoek Raad niet treedt in die zaken waar een ander orgaan bevoegd is. Artikel 22g: Beraadslaging Achterhoek Raad Dit artikel ziet op de vergaderorde van de Achterhoek Raad. Een afvaardiging van leden van de gemeenteraden ziet een frequentie van driemaal per jaar bijeenkomen als de ondergrens.

Lid 2 en 3 regelen dat elke fractie een aantal “stempunten” krijgt: het aantal stempunten staat voor het aantal leden van de fractie (en daarmee dus indirect het aantal inwoners) dat hij vertegenwoordigt. Dit systeem werd door een meerderheid van raadsleden als werkbaar en uitlegbaar ervaren, waarbij voldoen recht werd gedaan aan de electorale verhoudingen. In de praktijk: een fractie met vijf leden heeft een stemgewicht dat vijf keer zwaarder is dan een fractie met één lid. Artikel 22h: Instelling en samenstelling Achterhoek Board Met dit Artikel wordt een Achterhoek Board ingesteld: de Achterhoek Board is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de visie en jaarplannen als de Achterhoek Raad daarmee instemt. Daarnaast bereidt de Board deze plannen ook voor, door deze samen met de Achterhoek Thematafels op te stellen en aan te bieden aan de Achterhoek Raad. Veel van de daadwerkelijke uitvoering (/werkzaamheden) vindt plaats aan de Achterhoek Thematafels. De Board is samengesteld uit een aantal geledingen/vertegenwoordigers: vanuit de ondernemers, vanuit de maatschappelijke organisaties en vanuit de overheid (lid 2). Dit wordt ook wel”3O-” of “triple-helix”-samenwerking genoemd. De Achterhoek Board is geen bestuursorgaan (in de zin van de wet) en krijgt geen publiekrechtelijke bevoegdheden toegekend.

De Board bestaat uit tien leden, aangevuld met de voorzitter van Regio Achterhoek (lid 3). De tien leden worden voorgedragen uit de “achterbannen”: drie wethouders uit de gemeenten (lid 4 jo. art. 22i lid 1), een gedeputeerde (lid 5), drie leden vanuit de maatschappelijke organisaties (lid 6). Voorshands zijn dit de woningbouwcorporaties, zorg en onderwijs. Drie leden zijn afkomstig uit het bedrijfsleven (lid 7). Daarnaast zijn er twee vicevoorzitters die de voorzitter (incidenteel) kunnen vervangen. Dat doen zij alleen in de Achterhoek Board. Omdat de voorzitter afkomstig is uit de overheid, zijn de twee vicevoorzitters afkomstig vanuit het bedrijfsleven en vanuit de maatschappelijke organisaties (lid 8). Lid 9 regelt dat de leden van de Achterhoek Board naast hun eigen verantwoordelijkheid, ook een verantwoordelijkheid hebben voor elkaar en elkaars gedragingen en optreden. Dat is dan strikt genomen geen juridische verantwoordelijkheid (immers: de Achterhoek Board is geen

bestuursorgaan), maar wel een morele: de Achterhoek Board wordt immers “het gezicht” van de vernieuwde samenwerking in de Achterhoek. Artikel 22i: Lidmaatschap van Achterhoek Board namens lokaal bestuur Het algemeen bestuur van Regio Achterhoek draagt de drie lokale overheidsleden van de Board voor. Formeel zijn dit nog kandidaat-leden, omdat de Achterhoek Raad nog (al dan niet) dient te benoemen. De kandidaat-leden zijn wethouders (lid 2) uit de Achterhoekse gemeenten. Daarnaast draagt de Board nog drie kandidaat-plaatsvervangers voor (lid 3). Geen van allen komt uit dezelfde gemeente (dus kandidaat 1 uit A, kandidaat 2 uit B, plaatsvervanger 1 uit C, plaatsvervanger 2 uit D). Artikel 22j. Lidmaatschap van Achterhoek Board namens provinciebestuur Om de Achterhoekse samenwerking (en de Achterhoek) ook op provinciaal, nationaal en Europees niveau te kunnen laten slagen, is een goede verbinding met de hogere overheden noodzakelijk. Daarom neemt ook één gedeputeerde zitting in de Board (lid 2). Artikel 22k: Lidmaatschap van Achterhoek Board namens maatschappelijke organisaties De drie “typen” maatschappelijke organisaties vaardigen ieder één vertegenwoordiger naar de Board af (lid 1). Zij bepalen zelf hoe zij hun afvaardigings-/voordrachtprocedure regelen.

Het is wel belangrijk dat de vertegenwoordiger én met “mandaat’ kan spreken én zelf in de organisatie actief is: dat betekent dat branchelobbyisten in principe geen zitting kunnen hebben in de Board, maar dat er bestuurders of directeuren in de Board plaats nemen (lid 2). Artikel 22l: Lidmaatschap van Achterhoek Board namens bedrijfsleven Zie toelichting op voorgaand artikel. Artikel 22m: Benoeming leden van Achterhoek Board De definitieve benoeming van leden is de taak van de Achterhoek Raad. Op deze manier wordt geborgd dat de leden van de Board altijd benoemd worden door democratisch gekozen raadsleden. Nb.: dit gaat uitsluitend over de leden, de voorzitter wordt immers gekozen door het algemeen bestuur en neemt langs die weg ook plaats in de Achterhoek Board. Artikel 22n: Terugtreding en ontslag van leden van de Achterhoek Board Omdat het belangrijk is dat de persoon die namens één van de partijen zitting heeft in de Board, ook voldoende draagvlak (/mandaat) heeft bij zijn achterban, heeft die voordrager (/achterban) ook het recht om een door hem voorgedragen lid te ontslaan (lid 2). Dit geldt voor alle voordragende partijen. Lid 3 regelt voor de overheidsleden expliciet dat hun “mandaat” ophoudt te bestaan als zij geen bestuurder meer zijn.

Artikel 22o: Duur zittingstermijn leden van de Achterhoek Board De leden van de Achterhoek Board nemen voor vier jaar zitting in de Board, en kunnen eenmalig herbenoemd worden. Daarmee is de maximale zittingstermijn achter jaar (lid 2). Lid 3 regelt dat het niet hoeft te gaan om aaneengesloten periodes, en dat “de tijd begint te lopen” op het moment dat iemand benoemd is als lid óf plaatsvervanger: iemand die eerst vier jaar plaatsvervanger is geweest, kan daarna nog maximaal vier jaar in de Board als lid plaatsnemen. Dit draagt bij aan doorstroming in de Board. Artikel 22p: Plaatsvervanging van leden in de Achterhoek Board Per voorgedragen kandidaat-lid, wordt één kandidaat-plaatsvervanger voorgedragen (lid 1). Deze plaatsvervanger vervangt het lid bij diens (incidentele), tussentijdse afwezigheid (lid 3). Als de afwezigheid van het oorspronkelijke lid van structurele aard is (bijv. door ziekte, overlijden, ontslag of

anderszins) treedt de plaatsvervanger permanent in de plaats van het lid (lid 4). Zo wordt continuïteit van bezetting van de Board geborgd. Diens functie van plaatsvervanger wordt dan vacant. De voordrager zal dan een nieuwe plaatsvervanger moeten voordragen. Als zowel het lid als de plaatsvervanger verhinderd zijn, kan de voordrager een ander afvaardigen. Deze bepaling ziet op een situatie van incidentele aard (lid 5). Artikel 22q: Taken en bevoegdheden van de Achterhoek Board De Achterhoek Board is feitelijk de “motor” van de inhoudelijke samenwerking. Zoals gezegd heeft de Achterhoek Board (noch de Achterhoek Raad of een Achterhoek Thematafel) publiekrechtelijke bevoegdheden. Het voorbereiden zoals omschreven in dit artikel ziet dus alleen op documenten (meerjarenvisie, jaarplannen) die in juridische zin niet verankerd zijn in de wet: of anders gezegd, die geen directe, publiekrechtelijke gevolgen hebben. Artikel 22r: Begrenzing bevoegdheid Achterhoek Board Zie ook de toelichting bij artikel 22f. Dit artikel bevestigt expliciet dat de Achterhoek Board niet treedt in die zaken waar een ander orgaan bevoegd is. Artikel 22s: Beraadslaging van de Achterhoek Board. De Achterhoek Board streeft in principe naar consensus en een zo breed mogelijk gedragen richting die de partijen met elkaar afspreken.

In het geval dat er gestemd wordt, gebeurt dat met gewone meerderheid van stemmen (lid 2). Dat betekent dat in de Board een voorstel is aangenomen als ten minste zes personen vóór stemmen. Lid 3 legt vast dat de voorzitter geen stemrecht heeft, omdat hij als “gezicht van de Board” boven de verschillende O’s moet kunnen staan. Ook wordt zo de balans bewaakt tussen overheid (vier stemgerechtigde leden), maatschappelijke organisaties (drie stemgerechtigde leden) en ondernemers (eveneens drie leden). Artikel 22t: Instelling en samenstelling Achterhoek Thematafels Er een aantal Achterhoek Thematafels die zich allemaal specifiek bezig houden met één onderwerp uit de “takenlijst” van Regio Achterhoek. Een Achterhoek Thematafel is geen bestuursorgaan (in de zin van de wet) en krijgt geen publiekrechtelijke bevoegdheden toegekend. De Achterhoek Board bepaalt welke tafels er precies op welk moment bestaan (lid 1). Elke thematafel kent een triple-helixvertegenwoordiging (lid 2) net zoals de Achterhoek Board. De Thematafel heeft altijd een voorzitter en een vicevoorzitter, die niet beide uit óf de overheid, óf uit de andere O’s afkomstig zijn (lid 3). Dat betekent dat óf de voorzitter óf de vicevoorzitter de overheid vertegenwoordigt, en dat de andere functie ingevuld wordt door een vertegenwoordiger van de andere O’s.

De vicevoorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid (lid 4), en wordt de nieuwe, vaste voorzitter als de gewezen voorzitter zijn taken structureel niet meer uitoefent (lid 5). Elke Thematafel krijgt ook ambtelijke ondersteuning (programmamanager/Thematafelsecretaris, lid 6). Artikel 22u: Voorzitter van een Achterhoek Thematafel De voorzitter en vicevoorzitter worden beide gekozen door de leden van de Thematafel. De ontslagbevoegdheid ligt echter bij de Board (art. 22w).

Artikel 22v: Bezetting van een Thematafel Anders dan bij de Achterhoek Raad en Board kunnen de Thematafels vaker van samenstelling verschillen. Dat komt omdat de Thematafel in de tijd met diverse opdrachten en projecten aan de slag kan zijn. De voorzitter heeft daarom als “kartrekker” relatief veel vrijheid bij het samenstellen van zijn Thematafel. De voorzitter draagt er zorg voor dat alle O’s vertegenwoordigd zijn (lid 1 jo. artikel 22t lid 2). Hij nodigt per gemeente altijd één wethouder (lid 2) uit. De gemeente hoeft geen gebruik te maken van dat “aanwezigheidsrecht”. Ook burgemeesters kunnen uitgenodigd worden aan een Thematafel. Lid 3 regelt dat ook de voorzitter van de Achterhoek Board (en dus van het algemeen bestuur) personen kan uitnodigen om zitting te nemen in de Thematafel. Om zich te oriënteren op geschikte en ter zake kundige personen kan hij bijvoorbeeld gesprekken voeren met de diverse achterbannen. Zo kan ook een eerste personele “bezetting” van de Thematafels beslag krijgen. Artikel 22w: Terugtreding en ontslag van de voorzitter van een Thematafel De Board heeft de bevoegdheid (vice)voorzitters van Thematafels te ontslaan. Zo zijn ook de Thematafels (getrapt) democratisch controleerbaar: de lokale gemeenteraad kiest leden van de Achterhoek Raad, de Achterhoek Raad benoemt de Board, de Board ontslaat (indien nodig) de voorzitters van de Thematafels.

Artikel 22x: Duur zittingstermijn (vice)voorzitter Achterhoek Thematafels Zie ook de toelichting bij artikel 22o. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op diegenen die door de voorzitter uitgenodigd worden. Artikel 22y: Taken en bevoegdheden Achterhoek Thematafels Zie ook de toelichting bij artikel 22q. De Achterhoek Thematafels zijn feitelijk de uitvoerder van de richting die Board en Achterhoek Raad samen bepalen. Daarnaast leveren de Thematafels vanuit hun inhoudelijke expertise input voor deze documenten, en informeren zij de Achterhoek Raad over de voortgang van de projecten. Artikel 22z: Begrenzing bevoegdheid Achterhoek Thematafels. Zie de toelichting bij de artikelen 22f en 22r. Artikel 22aa: Beraadslaging van de Achterhoek Thematafels Ook in de Thematafel wordt gestreefd naar consensus. Mocht het nodig zijn om te stemmen, dan gebeurt dat bij gewone meerderheid van stemmen (de helft van de aanwezigen plus één). Artikel 23: Vergoedingen Het algemeen bestuur kan op grond van artikel 21 van de Wgr de in dit artikel bedoelde tegemoetkoming in de gemaakte kosten (onkostenvergoedingen) vaststellen. Artikel 24: De ambtelijke organisatie en de personeelsformatie De in dit artikel opgenomen bevoegdheid van het dagelijks bestuur is conform art 33b Wgr. Het benoemen en ontslaan van personeel is een bevoegdheid van het dagelijks bestuur.

Dit impliceert ook dat het dagelijks bestuur gaat over de inrichting van de ambtelijke organisatie en alles wat daarbij komt kijken.

Artikel 25: Secretaris De in dit artikel is standaard en conform art. 33b Wgr. Hetzelfde geldt voor de omschrijving van de rol en taken van de secretaris. Regio Achterhoek kent een éénhoofdige leiding in de persoon van de secretaris. Artikel 26: Rechtspositie De uitvoering van de geldende rechtspositieregelingen zal, gelet op de omvang en functie van het dagelijks bestuur, gemandateerd worden aan de Regiosecretaris in de verordening Mandatering Regio Achterhoek. Artikel 27: Archiefbepaling Lid 3 is toegevoegd, waarmee de archiefverordening en het besluit Informatiebeheer van de gemeente Doetinchem van overeenkomstige toepassing worden op de archiefbescheiden van Regio Achterhoek. Dit om praktische redenen en het feit dat beide documenten standaard zijn. Daar waar college van B&W staat dient gelezen te worden het dagelijks bestuur. Daar waar Gemeenteraad staat dient gelezen te worden het algemeen bestuur. Artikel 28: Financiën algemeen In dit artikel komt tot uiting dat de deelnemende gemeenten de uiteindelijke verantwoording dragen voor alle inkomsten en uitgaven binnen de regio-organisatie. In het financieringsstatuut, dat door het algemeen bestuur afzonderlijk wordt vastgesteld op grond van de Wet Fido, zijn de bevoegdheden en richtlijnen met betrekking tot het aangaan van geldleningen geregeld.

Wanneer de Regioorganisatie uiteindelijk niet aan haar verplichtingen ten opzichte van geldgevers kan voldoen, treden de deelnemende gemeenten op als geldnemer. In het derde lid is geregeld dat ook tariefgestuurde producten door de Regio-organisatie kunnen worden uitgevoerd. Artikel 29: Begroting In artikelen 34 en 35 Wgr is de procedure voor vaststelling van de begroting vastgelegd. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting met daarin de financiële vertaling van de programmabegroting twaalf weken, voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De begroting moet door het algemeen bestuur zijn vastgesteld vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. In het vierde lid is tot uitdrukking gebracht dat alleen kosten die niet al op andere wijze aan de gemeenten of derden in rekening worden gebracht, gedekt worden door een bedrag per inwoner. De in artikel 34 en 35 Wgr beschreven termijnen zijn minimale termijnen. In de praktijk betekent dit behandeling van de ontwerpbegroting in de gemeenteraden vóór het zomerreces. Om dit mogelijk te maken wordt de begroting in de eerste helft van mei toegezonden aan de Raden.

Artikel 30: Begrotingswijzigingen In dit artikel is een eenvoudige procedure opgenomen voor begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke inwonerbijdrage. Deze, zogenaamd budgettair neutrale, begrotingswijzigingen kunnen rechtstreeks door het algemeen bestuur worden vastgesteld zonder tussenkomst van de deelnemende gemeenteraden. Ook hoeft de termijn van acht weken in deze gevallen niet te worden aangehouden. Artikel 35, vijfde lid Wgr maakt een dergelijke, vereenvoudigde begrotingsprocedure mogelijk. Artikel 31: Jaarrekening Op grond van de Wgr moet de rekening zijn vastgesteld vóór 15 juli volgend op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft. Ook hiervoor is de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. In het

derde lid wordt de mogelijkheid van verrekening door middel van benutting van reserves genoemd. Daardoor hoeft niet steeds de bijdrage per inwoner de sluitpost te zijn. Artikel 32: Bestemming jaarresultaat Over de vraag of van een batig saldo ten behoeve van een bepaalde voorziening een reserve mag worden gevormd en over de vraag naar de uiteindelijke bestemming van die reserve moeten de raden van de deelnemende gemeenten worden gehoord. Voorstellen met betrekking tot de bestemming van een batig jaarsaldo vinden hun grondslag in de paragraaf weerstandsvermogen, een verplicht onderdeel van de begroting op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 33: Overige financiële maatregelen Dit artikel spreekt voor zich. Rechtsgeldig vastgestelde begrotingen en begrotingswijzigingen leiden voor de deelnemende gemeenten tot een verplichte uitgave op grond van de Gemeentewet. Artikel 34: Evaluatie samenwerking binnen Regio Achterhoek De in dit artikel beschreven evaluatie heeft tot doel openheid en transparantie te geven. Naast het bestuurlijke functioneren van de gemeenten onderling in artikel 1 gaat het er in artikel 2 om het functioneren van de gekozen samenwerkingsvorm met Achterhoek Raad, Board en Thematafels.

Artikel 35: Toetreding van gemeenten Uitgangspunt bij de artikelen over toetreding, uittreding, wijziging en opheffing is dat hiervoor eenduidige procedures gehanteerd worden. Dit is dan ook de reden dat in alle artikelen die hierop betrekking hebben (artikelen 36, 37, 38 en 39) dezelfde eisen worden gesteld aan de besluitvorming, te weten een versterkte meerderheid van ten minste tweederde van het aantal deelnemende gemeenten. Het stellen van de unanimiteitseis wordt ontraden, omdat daardoor één enkele gemeente het vetorecht zou krijgen. Per 1 januari 2006 is de vereiste goedkeuring van Gedeputeerde Staten voor toetreding, uittreding, wijziging en opheffing in de Wgr komen te vervallen. Wel worden de besluiten hierover ter kennisneming aan Gedeputeerde Staten gezonden op grond van het feit dat de provincie nog wel het financieel toezicht uitvoert. Artikel 36: Uittreding van gemeenten In de wijziging van de Wgr per 1 juli 2022 is opgenomen dat de samenwerkingsregeling bepalingen moet bevatten over de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon. Artikel 36 voorziet hierin. Artikel 37: Vrijstelling van verplichtingen bij toe- en uittreding van gemeenten Met dit artikel wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 11 van de Wgr biedt.

Dit artikel luidt: ‘In de regeling kan een termijn worden aangegeven gedurende welke één of meer van de deelnemers is of zijn vrijgesteld van uit deze regeling voortvloeiende rechten en verplichtingen’. In het tweede lid is het spiegelbeeld van het eerste lid opgenomen, waaraan desgewenst bij uittreding van een gemeente toepassing kan worden gegeven. In beide gevallen bedraagt de termijn ten hoogste vijf jaren. Artikel 38: Wijziging van de regeling Verwezen wordt naar de toelichting bij artikel 35. Artikel 39: Opheffing van de regeling

Lid 5 moet als volgt worden gelezen: De gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van Regio Achterhoek een liquidatieplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de gemeenten alle rechten en verplichtingen van Regio Achterhoek over de gemeenten te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Zie verder bij de toelichting bij artikel 35. Artikel 40: Geschillenregeling Beslechting van geschillen is in artikel 28 Wgr aan Gedeputeerde Staten opgedragen. Om niet ieder geschil onmiddellijk aan Gedeputeerde Staten te hoeven voorleggen, is een tussenregeling opgenomen. In het vierde lid is als aanvullende bepaling opgenomen dat partijen die bij het geschil zijn betrokken, van tevoren overeen kunnen komen dat het advies van de geschillencommissie bindend zal zijn. Artikel 41: Bekendmaking regeling Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 42: Inwerkingtreding van de regeling Voor wat betreft de voorgestelde geldingsduur van de regeling (onbepaalde tijd) en de periodieke evaluatie van de samenwerking binnen Regio Achterhoek, wordt verwezen naar de toelichting op artikel 34. Artikel 43: Citeerartikel Dit artikel behoeft geen toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13958307/1