ETFAL motivering wijziging omgevingsplan, De Molenberg, Groenlo (vastgesteld 4 november 2025)
Tekst van het document
Daar waar kritieke functies worden aangetroffen dient maatwerk middels aanvullende mitigatie plaats te vinden. Om negatieve gevolgen te voorkomen worden maatregelen uitgevoerd die bestaan uit het ongeschikt maken van de bebouwing en het toepassen van mitigerende maatregelen. De te nemen maatregelen zijn in te delen in de volgende drie stappen: 1. onderzoekslocatie voor de ingreep ongeschikt maken voor beschermde soorten; 2. controleronde(s) om afwezigheid beschermde soorten op moment van ingreep aan te tonen; 3. in de nieuwe situatie duurzame verblijfsmogelijkheden voor beschermde soorten creëren. Hiertoe is een activiteitenplan opgesteld dat ook onderdeel uitmaakt van bijlage 9.
Standaardmitigatie Conform het voorstel van de provincie Gelderland vindt de volgende standaard mitigatie plaats: • •
minimaal 1 zomer/paarverblijf per gebouw. 2 kraamverblijven en 2 massawinterverblijven per gebouw.
Aanvullende mitigatie Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er één (massa)winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig is in de te slopen bebouwing. De provincie Gelderland heeft aanvullende eisen en vragen gesteld met betrekking tot de ingediende aanvraag voor een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten (kenmerk 2025-000451). Deze eisen zijn op 15 april 2025 in het provinciehuis besproken. In een e-mail van de provincie zijn de belangrijkste punten vastgelegd. Er zijn drie aandachtspunten die extra inspanning vereisen: • • •
inzicht krijgen in massawinterverblijfplaatsen in de omgeving; concrete uitwerking van permanente voorzieningen in de nieuwbouw; nader onderzoek naar beschermde functies voor de huismus en gierzwaluw binnen het plangebied.
In memo in bijlage 10 zijn de resultaten van het onderzoek naar de massawinterverblijfplaatsen, huismus en gierzwaluw teruggekoppeld. De concrete uitwerkingen van de permanente voorzieningen volgen later apart. 5.9.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in voldoende mate rekening houdt met de bescherming van de natuur.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
5.10
Landschap
Voor dit plan is een bomen effect analyse uitgevoerd. Hierna worden de belangrijkste uitkomsten en conclusies kort weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 11. Het doel van de boom effect rapportage is inzicht krijgen in de kwaliteit en status van de bomen, de mogelijk negatieve effecten van de (civieltechnische) werkzaamheden op de aanwezige bomen en welke algemene boom-beschermende maatregelen er nodig zijn om de bomen te kunnen behouden. Op basis van de analyse worden de volgende conclusies getrokken over de in het plangebied aanwezige bomen.
Bij een aantal bomen is het mogelijk een boom wel te behouden als specifieke maatregelen, zoals een aanpassing in werkwijze of ontwerp worden uitgevoerd. Waar mogelijk zijn de plannen aangepast op het behoud van bestaande bomen. Zo blijven in ieder geval de 3 rode beuken voor de basiliek behouden.
5.11
Cultureel erfgoed en archeologie
5.11.1 Wettelijk kader Artikel 5.130 van het Bkl bepaalt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze binnen deze ontwikkeling rekening is gehouden met cultureel erfgoed en archeologische waarden. Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 5.11.2 Archeologie 5.10.2.1 Algemeen Lid 3 van artikel 5.130 Bkl bepaalt dat in het belang van de archeologische monumentenzorg in een omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie.
Ook kunnen eisen worden gesteld aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief 5.11.2.2 Situatie plangebied Voor dit plan is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Hierna worden de belangrijkste conclusies en adviezen kort weergegeven. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 12. Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Het plangebied maakt deel uit van de historische kern van Groenlo. Voor het gehele plangebied geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor diverse vindplaatstypen uit de periode vanaf de middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. De aanwezigheid van pre-middeleeuwse vondsten en sporen kan niet worden uitgesloten. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door eventuele resten van bijvoorbeeld vestingwerken met een veldonderzoek beter in kaart te brengen en in te passen in het toekomstige ontwerp. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.
Gezien de zeer hoge archeologische verwachting wordt geadviseerd om in alle gevallen van bodemingrepen in het plangebied een archeologisch onderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Bij een dergelijk, gravend en inventariserend onderzoek kunnen de effecten van de geplande ingreep beoordeeld worden; bovendien kan worden bepaald tot welke diepte bodemingrepen kunnen plaatsvinden zonder schade toe te brengen aan archeologische resten. Voorafgaand aan dergelijk gravend onderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld en ter goedkeuring aan de gemeente te worden voorgelegd. Daar waar de nieuwbouw buiten de bestaande bebouwing proefsleuvenonderzoek voor de sloop/nieuwbouw worden uitgevoerd.
wordt
gerealiseerd
kan
De ondergrondse sloop zal door middel van een archeologische begeleiding worden onderzocht (IVOO). De wijze van uitvoering wordt in een Programma van Eisen vastgelegd die door het bevoegd gezag moet worden goedgekeurd. 5.11.3 Cultuurhistorie 5.11.3.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Hierbij kan ook gedacht worden aan in de nabijheid het plangebied gelegen werelderfgoed. Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan de instructieregels gesteld door het Rijk. Deze gaan over: •
ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten;
•
verplaatsing van beschermde monumenten;
•
gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand;
•
aantasting van de omgeving van een beschermend monument;
•
aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen;
•
conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief 5.11.3.2 Situatie plangebied Groenlo ademt nog steeds de sfeer van een oude vestingstad. De vorm van de stadskern en de richtingen in het stratenpatroon volgen de oude vestingstructuren. Toch is het op veel fronten al lang niet meer de vesting zoals het ooit is geweest. De verdedigingswerken als stadspoorten, stadsmuren en stadswallen zijn veelal verdwenen. Daarnaast is de huidige bebouwing van een veel nieuwere periode. Het grootste deel van de bestaande bebouwing stamt uit de periode van het einde van de negentiende eeuw tot nu. Rondom De Molenberg zijn nog enkele gebouwen die stammen uit het begin van de vorige eeuw. Dit zijn de woningen aan het begin van de Ziekenhuisstraat, De Sint-Calixtusbasiliek en de Kapel St. Vincentius Gasthuis. De laatste twee zijn karakteristiek voor deze plek. De basiliek is een rijksmonument en de kapel behoort tot een van de gemeentelijke monumenten van Oost Gelre. Voor dit plan is een beeldkwaliteitsplan (bijlage 1) opgesteld dat rekening houdt met de cultuurhistorische functie van het plangebied en haar omgeving. Bij de nieuwbouw van De Molenberg worden de contouren van de oude vesting op deze plek versterkt waardoor de beleving van Groenlo als vestingstad beter tot zijn recht komt.
De kwaliteit van de openbare ruimte zal hierdoor toenemen en er ontstaat meer relatie tussen de locatie, de vestingwerken en de oude stadskern. 5.11.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het voornemen in voldoende mate rekening houdt met de bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden.
5.12
Gezondheid
5.12.1 Wettelijk kader In deze paragraaf wordt uiteengezet op welke wijze bij de herontwikkeling van De Molenberg rekening is gehouden met het aspect gezondheid. Hierbij wordt zowel gekeken naar het beschermen van de gezondheid (het voorkomen van nadelige gevolgen) als het bevorderen van positieve gezondheid (zoals het stimuleren van bewegen, ontmoeten en mentale weerbaarheid). Conform artikel 1.3, sub a van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel. Gezondheid is daarmee een integraal onderdeel van het afwegingskader. Dit betekent dat bij nieuwe ontwikkelingen niet alleen gekeken moet worden naar het voorkomen van gezondheidsrisico’s, maar ook naar de manier waarop de ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van gezondheid, welzijn en leefkwaliteit. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor de bescherming van de gezondheid met betrekking tot onder meer geluid, geur, luchtkwaliteit en bodemkwaliteit. Deze onderwerpen zijn in de desbetreffende paragrafen in deze ruimtelijke motivering reeds behandeld. Daaruit blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, zowel binnen het plangebied als in de directe omgeving.
5.12.2 Onderzoek en invulling van het gezondheidsaspect De herontwikkeling van De Molenberg draagt in brede zin bij aan het realiseren van een gezonde fysieke leefomgeving. Uit de verschillende onderzoeken en beleidsmatige onderbouwingen blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van bewoners en omwonenden. Er wordt voldaan aan de relevante milieukwaliteitsnormen en het plan voorziet in een hoogwaardige, mensvriendelijke leefomgeving. Daarnaast is sprake van een duidelijke meerwaarde op het vlak van positieve gezondheid. Deze meerwaarde komt tot uiting in de volgende aspecten van het plan: •
Bewegen en ontmoeten In het plan is ruimte gemaakt voor ontmoeting en beweging in de openbare ruimte. Door het ontwerp van de buitenruimte worden bewoners en bezoekers gestimuleerd om te wandelen en elkaar te ontmoeten. Er worden aantrekkelijke, toegankelijke looproutes gerealiseerd, onder BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
•
•
•
andere richting en langs de historische gracht. Deze routes sluiten aan op de omliggende wijk en nodigen uit tot dagelijks gebruik door bewoners van het complex én omwonenden. Dagbesteding en voorzieningen In het plan is ruimte voorzien voor dagbesteding en ondersteunende functies. Dit draagt bij aan het behoud van sociale en mentale gezondheid van bewoners, doordat participatie en zingeving worden bevorderd. De aanwezigheid van dergelijke functies op korte afstand vergroot de leefbaarheid en zelfredzaamheid van bewoners, en sluit aan op het streven om zorg en ondersteuning zo dichtbij mogelijk te organiseren. Groene inrichting en klimaatadaptatie Een belangrijk onderdeel van het plan is de vergroening van de buitenruimte. Verharding wordt waar mogelijk teruggedrongen en vervangen door beplanting, gazons en schaduwrijke plekken. Hiermee wordt bijgedragen aan het tegengaan van hittestress, het verbeteren van waterberging en het versterken van de biodiversiteit. Groen heeft bovendien een bewezen positief effect op het mentaal welbevinden en het herstelvermogen van mensen, met name van ouderen. Mensvriendelijke inrichting De buitenruimte wordt toegankelijk en overzichtelijk ingericht, met aandacht voor voldoende zitplekken, veilige paden en rustige plekken.
Dit draagt bij aan het gevoel van veiligheid, comfort en oriëntatie, ook voor mensen met een verminderde mobiliteit of cognitieve beperkingen. De ruimtelijke inrichting ondersteunt zo de wens van veel ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig en met eigen regie te blijven wonen.
5.12.3 Conclusie De herontwikkeling van De Molenberg voldoet aan de eisen die de Omgevingswet en het Bkl stellen aan een gezonde fysieke leefomgeving. Bovendien wordt met dit initiatief actief bijgedragen aan het bevorderen van gezondheid en welzijn. Door te investeren in een mensgerichte, groene en sociale leefomgeving wordt niet alleen ingespeeld op de zorgbehoefte van de doelgroep, maar wordt ook de vitaliteit van bewoners en omwonenden versterkt. Daarmee sluit het plan naadloos aan op het gezondheidsstreven zoals dat centraal staat in de Omgevingswet. Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies op locaties.
5.13
Milieubelastende activiteiten
5.13.1 Wettelijk kader Om milieuhinder van individuele milieubelastende functies te bepalen kan worden aangesloten bij de systematiek uit de VNG handreiking ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ (mei 2019). Deze handreiking gaat uit van de beschikbare gebruiksruimte om activiteiten uit te voeren. De systematiek uit de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is opgenomen in veel bestemmingen. Zolang die bestemmingsplannen van kracht zijn – ook na overgang in het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege – wordt deze systematiek nog toegepast. Gebiedstype Het plangebied bevindt zich in het stadscentrum van Groenlo. Voor dergelijke gebieden wordt de 'Staat van bedrijven (SvB) - functiemenging' gehanteerd. De 'Staat van Bedrijven (SvB) functiemenging' bevat geen richtafstanden, maar categorieën A, B en C, die aangeven onder welke omstandigheden activiteiten inpasbaar zijn. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijk relevante-milieucategorieën: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze inpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. 5.13.2 Onderzoek Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de functie toe? (interne werking).
Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Wonen Ten aanzien van de functie wonen wordt opgemerkt dat dit geen milieubelastende activiteit betreft voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden is dan ook geen sprake. Zorg De zorgfunctie is het beste te vergelijken met de functie ‘verpleeghuizen’ zoals opgenomen in de VNG uitgave. Het gaat dan op een verpleeghuis met alle bijbehorende faciliteiten, zoals bijvoorbeeld een keuken (mogelijke geurhinder) ect. Dit betreft een functie die in functiemengingsgebied als categorie B functie wordt aangemerkt. In dit geval worden er binnen dit plan verschillende nieuwe gebouwen gerealiseerd. Hierbij is er duidelijk sprake van een scheiding tussen de reguliere woongebouwen en de woon-zorggebouwen. Hiermee is sprake van een bouwkundige afscheiding tussen deze functies onderling en ten opzichte van functies in de omgeving van het plangebied. Er is dan ook sprake van een aanvaardbar woonen leefklimaat.
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies wonen en zorg hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Ten aanzien van de functies rondom het plangebied wordt opgemerkt dat het gaat om centrum- en detailhandelsfuncties en lichte bedrijvigheid. Het gaat hierbij bijna uitsluitend om categorie A en B functies, en zijn dan ook aanvaardbaar grenzend aan of op korte afstand van (zorg(geschikte))woningen. Direct ten oosten van het meest oostelijke deel van het plangebied is horeca t/m categorie 3 toegestaan aan de Kerkstraat 6/6a. Hier zijn de volgende functies toegestaan: Discotheek; – Bardancing; – Café; – Bar; – Bierhuis. Cafés en bars worden in functiemengingsgebied aangemerkt als categorie A functies. Voor discotheken en muziekcafés gaat het om categorie B functies. Hiervoor is het zoals eerder aangegeven nodig dat deze functie(s) bouwkundig zijn/worden afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies. In dit geval is sprake van volledig bouwkundig afgescheiden gebouwen. Geen van de gebouwen die onderdeel uitmaken van dit plan maken onderdeel uit van de bebouwing aan de Kerkstraat 6/6a of zijn hier tegenaan gebouwd. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief 5.13.3 Conclusie Ten aanzien van milieuhinder van milieubelastende functies geldt dat zowel binnen als buiten het plangebied sprake is en blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5.14
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder is geïntroduceerd in de voorloper van de NOVI: de Structuurvisie voor Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Bro gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. De Ladder is beleidsneutraal vanuit het Bro omgezet naar de Omgevingswet en is sinds 1 januari 2024 opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De Ladder is een instructieregel die is opgesteld met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand (5.129g lid 2 Bkl). De ladder is van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en of rekening is gehouden met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied of binnen het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De instructieregel regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Voor dit project is een ladderonderbouwing geschreven.
Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 13. Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een concrete behoefte, binnen het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ en voldoet aan de instructieregel zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Bkl.
5.15
Toetsing m.e.r.-beoordeling
5.15.1 Wettelijk kader Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: •
In kolom 1 staan de projecten opgesomd;
•
In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is;
•
In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt;
•
Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend.
Bij de project-mer-beoordeling is een mededeling nodig aan het bevoegd gezag. Deze mededeling bevat een beschrijving van de eisen die zijn opgenomen in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit en bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten, met de bijbehorende motivering, op in het besluit en, voor zover hier sprake van is, in het ontwerp van het besluit (artikel 11.11, lid 2 Omgevingsbesluit). In de motivering van de beslissing (art. 11.11 lid 3 Omgevingsbesluit) wordt in ieder geval verwezen naar: 1. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; en 2. als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief a.
1˚. de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid, als degene die voornemens is het project uit te voeren deze heeft voorgesteld; en
b.
2˚. het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.
Kenmerken en maatregelen als bedoeld in artikel 11.10, lid 3 Ob. Bij een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is het project uit te voeren in ieder geval een beschrijving van: 1. het project, met in ieder geval een beschrijving van: a.
de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van sloopactiviteiten;
b.
de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn;
2. de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en 3. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project ten gevolge van: a.
de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en
b.
het gebruik van biodiversiteit.
natuurlijke
bronnen,
waaronder
bodem,
land,
water
en
5.15.2 Onderzoek Het plangebied bevindt zich op ruim 5 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied. Op basis wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelen van een Natura-2000 gebied. Daarnaast wordt het project niet beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies. Geconcludeerd wordt dat er per saldo sprake is van weinig tot geen milieueffecten. 5.15.3 Conclusie Gelet op de beoordeling van de bovengenoemde kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 6
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
6.1.1
Algemeen
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden. 6.1.2
Kostenverhaal
Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8.13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is, artikel 8.14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8.15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald, is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13.12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8.13 aanhef en sub a Ob). Er zijn bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen aangewezen. 6.1.3
Situatie plangebied
In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Participatie project In de verschillende fasen van de ontwikkeling van dit project betrekken zijn omwonenden en belanghebbenden betrokken. Er hebben sinds 2022 verschillende informatiebijeenkomsten plaatsgevonden. Daarnaast zijn er regelmatig digitale nieuwsbrieven verstuurd waar belangstellenden zich nog steeds voor kunnen aanmelden. Ook worden inwoners op de hoogte gehouden via de gemeentepagina en de websites van de gemeente en Marga Klompé. Informatiebijeenkomsten 13 en 15 juni 2022 Op 13 en 15 juni zijn bijeenkomsten gehouden voor cliënten, familie, medewerkers en buurtbewoners van De Molenberg. Tijdens deze bijeenkomsten is het stedenbouwkundig model besproken (de massastudie). Informatiebijeenkomst 26 september 2024
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief Op 26 september zijn medewerkers, bewoners, mantelzorgers en buurtbewoners bijgepraat over de stand van zaken van de nieuwbouwplannen van De Molenberg. Ook een aantal leden van de gemeenteraad waren als toehoorder aanwezig. Er is teruggeblikt, de meest actuele schetsontwerpen zijn getoond en er is naar de planning gekeken. Informatiebijeenkomst september 2025 Deze is al aangekondigd en moet nog worden ingepland. 6.2.2
Advies en instemming
Het plan is voorgelegd aan en/of besproken met de relevante overlegpartners. In dit geval betreffen dit: • • • • • 6.2.3
Provincie Gelderland Waterschap Rijn en IJssel GGD VNOG Gelders Genootschap Bezwaar en beroep
Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het wijzigingsbesluit voor een periode van zes weken ter inzage heeft gelegen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 7
BEPERKINGSGEBIEDEN
Een beperkingengebied is een breed verzamelbegrip en wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een gebied dat bij of krachtens de wet (door Rijk of provincie) is aangewezen, waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Kort gezegd zijn dit de gebieden rondom o.a. wegen en waterstaatswerken waar beperkingen gelden. Dit betekent dat er beperkingen gelden voor activiteiten van derden, ter plaatse van de weg of het waterstaatswerk als ook in de daaraan grenzende (beschermings)zones. In dit hoofdstuk kan gemotiveerd worden hoe we met die beperkingen omgaan in de ontwikkeling. Voor dit project is geen sprake van beperkingsgebieden. Een nadere toelichting is niet noodzakelijk.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 8
CONCLUSIE
Dit plan heeft betrekking op gebiedsontwikkeling ‘De Molenberg’ in Groenlo. De Molenberg is een woon-zorgcomplex met oorspronkelijk circa 242 zorgwoningen. De Molenberg is na jaren intensief gebruik aan vervanging toe. Het plan is om ‘De Molenberg’ te slopen (met uitzondering van de kapel) en op dezelfde plek nieuwbouw te realiseren. Concreet gaat het plan uit van de realisatie van 242 (zorg(geschikte))woningen. De ligging van De Molenberg aan de vestinggracht van Groenlo is uniek en geeft de locatie een specifiek karakter. Dit biedt een kans om de omgeving rond De Molenberg te verbeteren. Bijvoorbeeld door het kerkplein te vergroenen en tegelijk met de nieuwbouw de historische vestingwal in ere te herstellen. Het plan is strijdig met het geldende omgevingsplan. Om het plan te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. In deze ruimtelijke motivering is ingegaan op de wijze waarop dit plan is overeenstemming is met het relevante rijks-, provinciaal- en gemeentelijke beleid. Daarnaast is, gedeeltelijk via externe onderzoeken, aangetoond dat dit plan voldoet aan de geldende wet- en regelgeving over milieu- en omgevingsaspecten zoals geluidhinder, bodemkwaliteit, mobiliteit en parkeren, natuur en water. Tot slot in ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan, waaronder het doorlopen participatietraject.
Geconcludeerd wordt dat dit plan economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is en overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
in
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 1 BEELDKWALITEITSPLAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 2 AKOESTISCH ONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 3 BODEMONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 4 WATERHUISHOUDINGSPLAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 5 PARKEERONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 6 STIKSTOFONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 7 ECOLOGISCHE QUICKSCAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 8 ACTUALISATIE ECOLOGISCHE QUICKSCAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 9 NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN EN ACTIVITEITENPLAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 10 MEMO ONDERZOEKSRESULTATEN AANVULLEND ONDERZOEK I.R.T. OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEITEN.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 11 BOMEN EFFECT RAPPORTAGE
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 12 ARCHEOLOGISCH VOORONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Ruimtelijke motivering, De Molenberg, Groenlo Definitief
BIJLAGE 13 LADDERONDERBOUWING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68