Brief Stichting Behoud Kemnade en Waalse Water aan RvS 29 januari 202127702305843009216491730
Tekst van het document
Stichting Behoud Kemnade en Waalse Water
Etten, 31 januari 2021 Raad van State, Afdeling Bestuursrecht cc: zie onderaan
Betreft: uitspraak Afdeling van 29 mei 2019, ons derde verzoek tot herziening en juridische consequenties van de toeslagenaffaire en andere recente ontwikkelingen die wat betreft waarheidsvinding niet goed zijn gegaan. Uw zaak nummer: 202002095/3/R1 en 201708672/1/R1
Zeer weledelgestrenge dames en heren, Deze brief is ons vervolg op: 1. ons derde verzoek, gedateerd 27 september 2020, tot herziening (uw nummer 202002095/3/R1) van de uitspraak van 29 mei 2019, zaak nr 201708672/1/R1 2. onze brief van 6 januari 2021, inclusief ons juridisch advies;
Wij sturen u in dit verband drie deelbijlagen; 1. Artikel “Minister moet stikstof langs A15 net zo meten als bij een koeienstal”, Trouw 20 januari 2021; 2. Is de Raad van State in staat zelf lering te trekken uit de toeslagenaffaire? Trouw 20 januari 2021; 3. Raad van State onderzoekt eigen uitspraken; Trouw 9 januari 2021; Daarna vindt u onze argumenten tegen de beoogde locatie nogmaals op een rij, zodat wij zeker zijn u zo volledig mogelijk ingelicht te hebben.
Dames en heren, Onze brief van 6 januari met reflectie op de uitspraak van 29 mei 2019 en met ons juridisch advies kwam wel op een zeer opmerkelijk tijdstip, namelijk zeer kort voor het moment van het Trouw-interview met de voorzitter van uw Afdeling Bestuursrecht, dhr. van Ettekoven. Kennelijk zijn de verwijten aan de Raad van State hard en in zoverre terecht dat uw instituut het nodig vindt “een hele kast met zaken en uitspraken door te lichten.” Wij zien parallellen bij het beoordelen van Ruimtelijke Ordening met de beoordelingen van zaken in de toeslagenaffaire. Vandaar dat wij u een vergelijk voorhouden. Wij willen per artikel reageren, inhoudelijk en in lijn met ons advies van 6 januari jl. Ad 1: stikstof langs A15. U hebt voor de stikstofuitstoot een streep gehaald door het afstandscriterium van 5 kilometer. Voor het plan van het Slingeland aan de A18 betekent dit dat: 1
1. stikstofuitstoot van ziekenhuisgerelateerd autoverkeer naar de A18-locatie buiten de stad ook verder gaat dan 5 km en dus beperkt moet worden; 2. omdat bouw in de stad 16,2% minder autoverplaatsing betekent naar en van het ziekenhuis dan aan de snelweg, het Slingeland zo mogelijk verplicht moet worden haar plan nieuwbouw (of verbouw) binnen de bebouwde kom uit te voeren, maar ook in verband met de gegevens over benodigde m2 bvo en de werkelijke verkeersverplaatsingen zoals in de aanvraag omgevingsvergunning vastgelegd zijn. Bijkomend advies: In verband met het terecht niet doorgaan van het doortrekken van de A15 stellen wij voor de mogelijkheden te onderzoeken voor vrij liggende baan langs A325 Bemmel Arnhem, langs Pleyroute, langs A12 tot voorbij Zevenaar en vice versa, zodat niet onnodig – en dus onredelijk – natuur en mensen belast worden. De CO-2 uitstoot van deze mogelijkheid moet onderzocht worden er is gerede kans dat deze oplossing tot aanmerkelijk minder CO-2 uitstoot leidt dan huidige situatie.
Ad 2: Albert Koers stelt: “Het gedachtegoed van de Raad van State die er a priori van uitging dat de overheid rechtmatig handelde, is juist de oorzaak van het probleem geweest.” Dit is ook in de zaak van het Slingeland de kern van het probleem geweest. Bovendien wordt de frictie hier verzwaard door het feit dat niet de overheidsinstelling die in Doetinchem verantwoordelijkheid moet dragen voor goede RO, de opdracht voor het ladderrapport verleende – dat deed het Slingeland zelf – terwijl de gemeente zelfs niet beschikt over deze opdracht, dus niet eens in staat is te beoordelen of de ruimtelijke ordeningsregels wel adequaat zijn onderzocht zoals bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking (en het sparen van het buitengebied) en toegepast. Het juridisch advies van Hekkelman in Nijmegen kan, zoals u in ons juridisch advies van 6 januari jl. kunt lezen, hierin voor het ladderrapport en het daarop gebaseerde bestemmingsplan geen kwalitatieve garanties betekenen. Dat de Afdeling in 2019 concludeerde dat “de gemeenteraad in redelijkheid niet anders kon beslissen” is in deze context een onhoudbare slotsom, omdat zelfs de gemeente niet de nodige duidelijkheid kon of wilde verschaffen over het onderzoek van de ladder. Dit betekent naar het oordeel van Prof. mr. S.E.
Zijlstra: “De aard van de toetsing die de Afdeling hier pleegde komt, bezien vanuit het evenredigheidsbeginsel, neer op geen toetsing”. Pof. Zijlstra constateert dat van Ettekoven in zijn Trouw-interview aangeeft te willen onderzoeken waar de burger disproportioneel last heeft gehad van strenge wetgeving. Maar dat is beside the point. Het gaat niet om te strenge wetgeving, maar om het uitgangspunt “overheidsinstanties gaan rechtmatig te werk en voeren de wet uit” dat niet klopt en waar we aan moeten twijfelen. Van Ettekoven: “Zo werkt het bestuursrecht in algemene vorm.” Zijlstra reageert onmiddellijk: “Dan sta je als burger al op voorhand op verlies en hoeft de bestuursrechter het handelen van de overheid niet meer te toetsen.” “Ook zeggen veel uitspraken van de Afdeling – aldus Zijlstra - dat een beroepsgrond wordt afgewezen enkel omdat het niet “onredelijk “ is dat het bestuur besloot zoals het besloot, dat er zonder verificatie wordt uitgegaan van feiten en rapporten aangedragen door het bestuur (en in het Slingelandgeval niet eens door het gemeentebestuur, maar door en in opdracht van het private ziekenhuisbestuur) en dat feiten en rapporten aangedragen door burgers heel snel terzijde worden gelegd. 2
Dit is vrijwel 1 op 1 ook het juridisch-procedurele verhaal van de Slingeland nieuwbouwlocatie. Daar komt dus bij – zoals herhaaldelijk aangegeven – dat de gemeente Doetinchem niet de opdracht voor het ladderonderzoek en voor het opstellen van het ladderrapport heeft gegeven, maar dat aan de private onderneming overliet, die niet bereid was die opdracht met belanghebbende partijen te delen. Onze stichting verzocht daarom uw Afdeling deze opdracht op te eisen zodat onze bezwaren getoetst konden worden. Die handeling en controle heeft de Afdeling nagelaten.
Ondanks de vraag van één van de staatsraden op 25 sept. 2018 aan de juridisch adviseur over beschikbare ruimte binnen bebouwde kom in de toekomst, waarmee uw collega aangaf dat het ladderrapport duidelijk mankeerde, is de conclusie op 29 mei 2019 dat het “niet onredelijk” is dat het bestuur het genomen besluit nam. Onze Stichting Behoud Kemnade en Waalse Water heeft zo uitvoerig mogelijk aangegeven en aangetoond waarom het ladderrapport niet adequaat is, want niet in alles juist, deels onvolledig en dubbelzinnig en op punten fouten bevat. Onderzoek door de Afdeling zal dit naar onze overtuiging bevestigen. Onze vrij uitvoerige correspondentie over de bestuurlijke verwikkelingen vanaf november 2019 moeten bij de Afdeling de alarmbellen doen afgaan. Die pijnlijke affaire, samen met de – nu helder te constateren – onvolledige verantwoording door het Slingelandbestuur vanaf februari 2014 en de wonderbaarlijke fusie van december 2016 met de voorspelbare botsing met de fusiepartner en bestuurlijk geklungel al na december 2012 (toen waren besturen van ziekenhuis en gemeente eensluidend over geschiktheid van stationslocatie) en het ontbreken van steun vanuit de zorgregio van de Achterhoek, moet ook bij de Raad van State de overtuiging post doen vatten dat er alle reden is te twijfelen aan de redelijkheid van het besluit van de gemeente Doetinchem in 2017 en 2018.
Ook nu nog lijkt niemand de verantwoordelijkheid op zich te nemen om als regio tot een gezamenlijke visie voor ziekenhuiszorg te komen met een afgestemd zorgplan. Zo’n zorgplan – waarop nieuwbouw moet worden afgestemd – werd ook door de CEO van Menzis geëist “….. voor er ook maar een schep de grond in kan.” Er is dus geen regie vanuit democratische grondslag.
Nodige ruimte: Nu het Slingeland – dat wil zeggen het inmiddels verdwenen bestuur – in oktober 2020 de aanvraag omgevingsvergunning het licht deed zien, is het duidelijk wat er overblijft van het ambitieuze plan: terugschaling van 45.000 m2 naar 41.600 m2 bvo, terwijl het bestaande ziekenhuis 41.000 m2 telt. Dus voor de nodige omvang is bouw buiten de bebouwde kom niet nodig en daarmee tegen de regels van de ladder voor duurzame verstedelijking. Centrale ligging: De verkeerscijfers (56% van de auto’s die naar beoogde locatie verwacht worden komt uit de stad, vlak langs het stationsgebied, zie plattegrond hieronder) spreken evenzeer duidelijke taal: de A18-locatie is niet centraal. De stationslocatie is centraal. Bovendien is deze beter bereikbaar, veroorzaakt 16,2 % minder ziekenhuisgerelateerd autoverkeer en zorgt op twee manieren voor lagere verkeersdruk voor de stad. Als men de verkeersgegevens voor nieuwbouw bij het station zou vaststellen, zou blijken dat het percentage dat vlak langs die
3
locatie komt waarschijnlijk nog hoger ligt dan die 56%, omdat meer verkeer via de Oostelijke Randweg het station zou naderen.. De Afdeling heeft in deze zaak duidelijk “a priori” geoordeeld dat het besluit van de gemeente juist was en, als dat toen al waar was (wat wij blijven bestrijden), dat is het nu zeer zeker niet meer en daarom mag u het daarbij niet laten. Als u nog niet van door ons aangedragen informatie overtuigd bent, is er in ieder geval alle reden via artikel 8:69 van het Awb een onderzoek te starten. (o.a. Raad van State 8 mei 2014: Bij nieuwe feiten en omstandigheden kan een hernieuwde beoordeling van een in een eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen beroepsgrond aan de orde zijn). Zie ook ons verweer in onze brieven van 8 oktober 2020 en 27 september 2020 over “nieuwe” feiten, maar redelijkerwijs bekend bij het Santiz-bestuur. Onderzocht moet worden in welke wurgconstructie de gemeente Doetinchem zich wellicht bevindt door de plannen en eventuele toezeggingen die te maken hebben met het huidige ziekenhuisterrein om zo te kunnen begrijpen waarom er eventueel onrechtmatig is gehandeld. Ter ondersteuning van het hier beschreven verkeersargument diene bijgaande plattegrond. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat het terrein rond Wedeo, dus het gebied bij het station, grote lege plekken kent en enkele zeer verwaarloosde panden.
4
Deze plattegrond geeft aan dat het stationsgebied via 5 wegen bereikbaar is. Dat houdt in dat deze locatie van meerdere kanten snel voor verlichting van verkeersdruk kan zorgen.
5
Ad 3: Artikel: Vraaggesprek met dhr van Ettekoven. Titel: De rechter had anders kùnnen, niet moéten handelen. Van Ettekoven geeft echter wel toe: “het zet me aan het denken: welke informatie hebben wij nodig om ons werk goed te doen?” Bij de vraag of de Belastingdienst niet te vaak het voordeel van de twijfel kreeg, antwoordt hij: “zo werkt het bestuursrecht in algemene zin. De rechter gaat niet uit van het falen van het hele systeem.” Verder: “Bij het niet en onvolledig naleven van de wet werd het gehele voorschot herzien en op nul gesteld, waardoor alles moest worden terugbetaald.” Ons commentaar: Dit gebeurde zelfs al wist de Raad van State dat in die gevallen de bureaus gefraudeerd hadden en toch volgde de Raad van State zonder onderzoek de Belastingdienst. Evenzo is in de Doetinchemse zaak onvoldoende gehamerd op de onderzoeksplicht van de gemeente en uw eigen dienst. De simpele conclusie “dat wettelijke spelregels niet door ouders werden nageleefd” is door de Belastingdienst heel lang rigoureus en zonder eerlijk onderzoek beantwoord met keihard beleid dat veel slachtoffers maakte. De Raad van State heeft door die ingeslopen cultuur van “goed vertrouwen” niet kunnen voorkomen dat slecht beleid gebaseerd op wantrouwen veel mensen onterecht in de problemen bracht. De menselijkheid was totaal verdwenen.
Parallel geldt voor de zaak van het Slingeland ziekenhuis: de redelijkheid en de samenhang voor heelheid zijn totaal verdwenen. Van Ettekoven: “In sommige dossiers is misschien onvoldoende gehamerd op de onderzoeksplicht van de Belastingdienst …” Het is door zulke uitspraken dat de conclusie van prof Zijlstra heel terecht is: “De aard van de toetsing die de Afdeling hier pleegde komt, bezien vanuit het evenredigheidsbeginsel, neer op geen toetsing,” En zo zien wij de houding van de Afdeling dus ook in de zaak van onze Stichting inzake de locatie tegen het Slingeland Ziekenhuis en de gemeente Doetinchem. Ondanks onze sterke motieven, heeft de Afdeling tot nu toe niet anders geconcludeerd dan – zonder aan ons bekend onderzoek – te verklaren dat het besluit van de gemeente “niet onredelijk” was. Ook de mening van oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer is onomwonden: (Trouw 31 december 2020) als hij zegt: “Onze rechters geven burgers structureel minimale kansen om een zaak te winnen. Ze richten zich vooral op het gouvernement.”
Ter illustratie: Wij hebben van 2011 tot 2013 een serie uitspraken van en zaakbeschrijvingen bij de Raad van State gelezen waar het MER-oordeel aanleiding was tot geschil. Opvallend vaak ontbreekt melding van nader onderzoek, ondanks gemelde verzoeken van belanghebbenden, naar de kwaliteit van betreffende MER’s. De indruk uit ongeveer 70 gelezen zaken is sterk dat de raad van State er “a priori” van uitging dat het MER-rapport voldeed en dat niet getwijfeld mocht worden aan de juistheid van het bijbehorende overheidsbesluit.
Wat moet voor ons allemaal leidend zijn? 6
Het klimaat en biodiversiteit moeten een grotere zorg zijn dan een pandemie of toeslagenaffaire, hoe hard dat voor betrokkenen ook is. Het voorkomen van te grote opwarming wordt steeds moeilijker en vraagt dat wij steeds duidelijker onze doelen dienen te stellen en grenzen aan te geven in het belang van het naar achteren brengen van Worldovershootday. Eén van de kernproblemen vormt de overmaat aan stikstofmoleculen. Overal waar we de mogelijkheid hebben via toepassing van de wet de uitstoot te beperken, dienen we die kans met beide handen aan te grijpen. Dat het Slingeland dit tot nu toe weigert en ook haar preventieve taak voor de gezondheid van de bevolking - door te kiezen voor de minst autorijke plek - kennelijk niet ziet, is al ernstig te noemen. Dat ook de gemeente Doetinchem dit niet schijnt te beseffen, is net zo kwalijk. Alleen al in dit opzicht is het dus al nodig dat een hogere instantie er voor zorgt dat de wet gehandhaafd wordt. Dat brengt ons tot ons slot. Wij geven u nogmaals onze motieven waarom wij bouw aan de A18 afkeuren. Onze kritiek bij de motieven van de gemeente voor de locatiekeus A18, vermeld in het verplaatsingsbesluit:
Bij “locatiekeus” stelt men dat de kosten voor verwerving, sloop en sanering voor de stationslocatie te hoog zijn. Er hoeven geen kosten voor verwerving van deze plek gemaakt te worden, want de grond is al van de gemeente. De kosten hiervoor kunnen voorkomen worden door grondruil met de huidige locatie. Verder is sanering altijd een verplichting voor de verkoper of de gemeente, dus die kosten moeten toch gemaakt worden. Voor aanleg van infrastructuur is op stationslocatie veel minder investering door het Slingeland nodig; Men zegt: het zoeken van alternatieve financieringsbronnen voor gebiedsontwikkeling en sanering is tijdrovend, maar men heeft kennelijk geen advies opgevolgd in Europa voor saneringsgelden aan te kloppen en bovendien is er nu, na ruim 7 jaar, nog steeds geen definitief gedragen besluit om te bouwen. Dus men heeft onnodig tijd en geld verkwist en mogelijke bronnen niet gebruikt. Men wilde juist snel helderheid in het beslissingsproces, maar die is er nog niet. De conclusie van Rigo van Raai uit 2015 over “Nog meer leegstand” dreigt op deze manier bewaarheid te worden. Men zegt dat alternatieve financiering geen garantie geeft voor de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling. Dit is een inhoudsloze opmerking, want helder is dat de gemeente voor dit stationsdeel van het grotere Iseldoks geen enkele bestemming heeft.
Alleen de strook van Iseldoks langs de Oude IJssel is voor woningen bestemd en voor de gebouwen van Wedeo en omliggende terreinen, voor een deel zeer verloederd, bestaat nog steeds geen plan. Men vindt dat de A18 locatie regionaal de beste is, want meer dan de helft van de klanten zou uit het gebied ten zuiden van de A18 komen. Dat klopt geenszins, want de cijfers in de aanvraag Omgevingsvergunning stellen duidelijk: 56% van het ziekenhuisgerelateerde autobezoek komt uit de stad, slechts 13% komt langs de Slingeparallel/Ettenseweg naar de locatie A18, namelijk uit de dorpen Gendringen, Megchelen, Ulft, Silvolde, Etten, Terborg, Gaanderen, de buurtschappen daartussen en misschien Azewijn/Netterden. De gemeente laat zich iets wijs maken. Men zegt: de locatie aan de A18 heeft de voorkeur van de gemeente omdat de locatie centraal ligt in het verzorgingsgebied en beter en sneller bereikbaar is vanuit de regio. Deze conclusies kloppen net zo min, want 56% van het autoverkeer naar en 7
van het ziekenhuis aan de A18 komt uit de stad, dus de stationslocatie is centraler. Bovendien moeten mensen voor de A18-locatie vaker overstappen, dus die locatie is voor ov-gebruikers minder snel bereikbaar en minder sociaal. Men zegt: voor acute zorg zal het verzorgingsgebied zelfs groter worden. Hiervoor worden geen cijfers aangevoerd. Wellicht komt dit punt voort uit de wens - en dus hier een aanwijzing - dat men meer ambulanceverkeer uit de Oost-Achterhoek denkt aan te trekken door het ziekenhuis aan de A18 te bouwen. Men laat buiten beschouwing de prognose van gevolgen van videobellen en de stikstofconsequenties dat de locatie A18 wel 16,2% meer autoverkeer aantrekt dan een binnenstedelijke locatie. Dat door toenemend videobellen het ziekenhuisbezoek afneemt en de druk op het stadsverkeer dus ook relatief kleiner wordt, verkleint het veronderstelde – maar niet reële – voordeel van de A18-locatie. Men zegt dat omvang en vorm aan de A18 minder beperkingen opleggen aan de bouwmogelijkheden en gebiedsgebruik. In ieder geval is hetzelfde ontwerp dat aan de A18 in de planning stond, ook op de Wedeolocatie qua ruimtebeslag uitvoerbaar. Welke andere beperkingen er aan zouden kleven is niet duidelijk gemaakt. Bouw op Wedeolocatie biedt aan de A18 juist meer mogelijkheden de ecologie te herstellen en landbouw daar circulair te maken.
Bouw aan de A18 vraagt meer infrastructuur, zie 3e punt hierboven, o.a. voor evt. extra bushalte en evt. extra buslijn. Zie ook punt 8 bij onze verdere motieven hieronder. Voor de sociaal-economische situatie van het gebied rond het station is geen studie gemaakt van de voordelen voor het bedrijfsleven (o.a. middenstand) van bouw op de Wedeolocatie; die zijn er ongetwijfeld; De kosten voor gebiedsontwikkeling zouden aan de A18 lager zijn. Intussen is al veel te veel geld aan de ontwikkeling van het hele plan besteed. Juist bouw op de stationsplek (Wedeo) voorkomt onnodig ontwikkelingsgeld voor alternatieve bouwplannen op deze plek en aan de A18. Kosten voor gebiedsontwikkeling zijn voor beide locaties niet bekend, dus vergelijking is onmogelijk. Het Slingeland ziekenhuis is de grootste werkgever in Doetinchem en men wil de 1500 arbeidsplaatsen voor de stad behouden. Daarom wil men medewerking verlenen aan het A18-plan. Duidt dit toch op chantage? De 1500 werknemers zullen blijven, waar het ziekenhuis ook staat. De positie van grootste werkgever mag niet gebruikt worden om een locatie af te dwingen.
Onze verdere motieven zijn: 1. Healing environment is niet doorslaggevend, en ook bij station is ruimte daarvoor beschikbaar. Volgens dhr Groeneveld was eind januari 2017 (informatie-uur) het argument “healing environment” nauwelijks relevant voor de locatiekeus. Dat klopt volkomen, omdat ook op de stationslocatie (Wedeo = ong 200 ++x 220++ meter) ruimte genoeg is voor hetzelfde ontwerp als bij de A18 (ongeveer 200 x 200 meter), en daarom kunnen zowel het geplande ziekenhuis (in dezelfde opstelling en indeling als bij de snelweg van oktober 2020) als de ong 3 ha healing environment bij het station gerealiseerd worden. Voor de parkeergarage is ruimte tegenover het Wedeo/Laborijn complex of elders in het gebied. 2. Onderbouwing van het argument healing environment voor de A18-locatie is onvolledig, want mogelijkheden daarvoor bij station zijn niet onderzocht. Een opwaardering van de stationslocatie met park en/of tuin en healing environment is voor de hele bevolking makkelijk toegankelijk. 8
3. De sociale veiligheid bij het station is vele malen groter dan die van een eenzame plek buiten de stad. (A18-locatie). De tunnel onder de snelweg geeft voor voetgangers en fietsers in de donkere uren een onveilig gevoel. 4. Weldenkende mensen tegen klimaatverandering en voor biodiversiteit worden in hun gevoel gekwetst. (landschapspijn) 5. Over “eventuele verdere ontwikkelingen in de toekomst” m.b.t. de grootte van het terrein aan de A18 is gebleken dat die stopgezet zijn, omdat er geen zorgpartners zijn met wie de gewenste uitbreiding overlegd of afgesproken is. De destijds als noodzakelijk omschreven afmetingen zijn dus niet onderbouwd. 6. In Winterswijk heeft men de mogelijkheid uit te breiden voor grensoverschrijdende vraag en om in de toekomst overloop vanuit het Slingeland indien nodig op te vangen. Het ligt daarom nog minder in de lijn om een plan dat meer stikstof en kooldioxineuitstoot tot gevolg heeft bij bouw aan de A18 toe te staan. Het SKB heeft met het Medisch Spectrum Twente een contract gesloten over samenwerking in vaatzorg. Voor die dienst is samenwerking met het Slingeland opgezegd. 7. De fundamenten bij bouw aan de A18 vragen veel meer materiaal en zijn duurder, vanwege gevaar van hoog water. Een hoger gelegen ziekenhuis op zand is beter. 8. De wegenstructuur bij de A18 moet helemaal op de schop. Zie kaartje hieronder.
Er is nu een conflict ontstaan over wie de vernieuwing en de aanpassing van de wegen bij de A18 moet betalen. Bij de stationslocatie ligt de infrastructuur grotendeels klaar en zijn er minder kosten te verwachten;
9
10
Inbreng Santiz: Locatiekeuze De locatie van het nieuw te bouwen ziekenhuis houdt de gemoederen flink bezig. Er bestaat
bijvoorbeeld de zorg dat de vermindering van agrarisch gebied effect heeft op de biodiversiteit. Het Slingeland Ziekenhuis deelt deze zorg en geeft aan dat er daarom ook goed onderzoek nodig is. Het ziekenhuis heeft niet zomaar gekozen voor deze locatie, en het wordt haar daarin ook niet ‘makkelijk’ gemaakt.
Onze zienswijze: genoemd “goed onderzoek” ontbreekt en men geeft niet aan waarom dan juist voor deze locatie is gekozen en waarin het “niet makkelijk gemaakt” zit. De gemeente heeft weliswaar het voornemen de ecologie te herstellen en dat klinkt goed. Ook is het heel positief dat het ziekenhuis straks biologische voedingsmiddelen van lokale boer krijgt, maar dat maakt de bouw van het ziekenhuis op deze plek niet nodig. Sterker, zoveel auto’s dagelijks op het terrein zijn schadelijk voor herstel van ecologie en verbouwen van biologisch/organisch voedsel. De Raad van State heeft gemeld dat het ziekenhuis niet verplicht is de ecologie te herstellen, maar dat was nu juist de aanleiding voor deze locatie te kiezen. In de aanvraag omgevingsvergunning zijn stukken opgenomen die aangeven “kansen voor ecologie” en “kansen voor duurzaam bouwen”. Herstel van ecologie is niet gegarandeerd. Echter, nergens staat beschreven wat men van plan is te realiseren en wat de financiële onderbouwing precies is. Op grond van kansbeschrijvingen kan men geen omgevingsvergunning afgeven. De noodzaak van deze locatie voor de bouw is niet aangetoond. Zie punt “natuurontwikkeling” hieronder.
Inbreng Santiz en anderen: Natuurontwikkeling De werkgroep Natuur & Landschap (gD, provincie, WRiJ, Tauw, bureau Regelink, NL Greenlabel, SZ) heeft een overkoepelende visie opgesteld over hoe je in het A18-gebied tegen natuurontwikkeling kunt aankijken. Grondeigenaren zijn geconsulteerd en hen is gevraagd mee te willen gaan in deze visie. Het ziekenhuisterrein zal zo goed mogelijk worden ingepast in het gebied. Zoals wordt opgemerkt is het realiseren van de groenvisie afhankelijk van diverse grondeigenaren en is er dus geen 100% garantie af te geven; maar de visie wordt onderschreven door gemeente, provincie en waterschap, en de visie wordt de inzet van ons allemaal.
Ons commentaar: Stichting Behoud Kemnade en Waalse Water, bekend bij de gemeente Doetinchem sinds 1995, is niet geconsulteerd. Gelukkig houdt het plan op dit moment in dat een agrariër ter plekke ten behoeve van het ziekenhuis volledig biodynamisch/organisch voedsel gaat produceren. Dat kan het begin zijn van de circulaire landbouw die we nodig hebben, ook om werkelijk herstel van biodiversiteit mogelijk te maken. Daarmee zou Doetinchem een geweldig positieve invloed op de omgeving kunnen hebben en in beeld kunnen komen als een gemeente die door gezonde voedselproductie, met distributie via ziekenhuis, lokale winkels en supermarkten (dus niet 11
particulieren met eigen auto in het gebied toelaten), welzijn, natuur en milieu werkelijk het belang toekent dat zij verdienen. Helaas, van dat ecologisch herstel komt nauwelijks iets terecht als dagelijks vele honderden auto’s het terrein binnenkomen en verlaten vanwege ziekenhuisbezoek en andere agrariërs er omheen met het “normale” intensieve beheer verder mogen gaan. Juist daarom is bij dit fraaie landschapsplan de keus van de stationslocatie voor de bouw de meest logische. Voor bouw van het nieuwe ziekenhuis bij het station spreken vele argumenten, zoals: -
-
op het Wedeo/Laborijn terrein is 5,8 ha beschikbaar. Daarnaast is eenvoudig 2 ha beschikbaar te maken. Waar de wens bij de A18 was 4,5 ha voor het ziekenhuis en 4 ha voor healing environment, is bij het station 4 ha voor het ziekenhuis en 3 ha voor healing environment zonder probleem te realiseren; in het open gebied bij de A18 is er 8,5 ha extra ruimte voor biodynamische/organische voedselproductie, uitstekend passend rondom de historische boerderij, en herstel ecologie (plan gemeente); ruim 16% minder ziekenhuisgerelateerd autoverkeer, dus stikstofvoordeel en verlichting op de verkeersdruk van de stad; maatschappelijk verantwoorde keus vanwege achtergestelden, omdat stationslocatie makkelijker te bereiken is; verantwoorde invulling van het stationsgebied en aanpak van de verloedering aldaar; veiliger gevoel voor alle betrokkenen in avonduren, geen verplichte doorgang door tunnel; personeel kan met fiets of trein komen; verbinding economie van de stad met economie van het ziekenhuis;
Wij besluiten met de stelling dat, gezien de harde gegevens in de aanvraag omgevingsvergunning met betrekking tot het aantal m2 bvo dat Slingeland nodig heeft en gezien de cijfers van verkeersbewegingen naar en van de locaties, het rapport van duurzame verstedelijking van het Slingeland terzijde dient te worden geschoven als niet overeenkomstig de werkelijke situatie en dat daarom het bestemmingsplan dient te worden ingetrokken of vernietigd. Bovendien is gebleken dat het ladderrapport voor het Slingeland niet betrouwbaar, onvolledig, dubbelzinnig en deels onjuist is en niet mag dienen het project te ondersteunen. Het uitvoeren van het gemeentelijk besluit in deze zaak op basis van genoemde voorliggende documenten zou niet strekken tot een goede ruimtelijke ordening. Wij hopen dat u besluit hiermee in te stemmen. Mocht u dat niet besluiten, dan verzoeken wij u nogmaals ons derde verzoek tot herziening in deze zaak aan te houden tot één van deze twee mogelijkheden zich het eerst voordoet: het ziekenhuisbestuur dient een nieuw plan in of de gemeente neemt de aanvraag omgevingsvergunning in behandeling en verleent de omgevingsvergunning.
Deze brief sturen wij in cc naar: Autoriteit Consument en Markt ter informatie over de situatie vanwege de fusie-afspraken; Zorgverzekeraar Menzis en Huisartsenoverleg Oude IJssel ter informatie i.v.m. afspraken over de zorg in de regio;
12
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport i.v.m. het advies van de verkenner; Achterhoekraad vanwege de betrokkenheid van de regio bij de zorg; dhr. Alex Brenninkmeijer, vanwege de energie-insteek bij de locatiekeus van het Slingeland; Stichting Behoud SKB, Winterswijk ter info vanwege de samenwerking tussen de ziekenhuizen
Hoogachtend,
namens de Stichting Behoud Kemnade en Waalse Water,
Lies Visscher
Jennie Oostenrijk
bijlage 1: Minister moet stikstof langs de A15 net zo meten als …
Trouw 20 januari 2021(gedeeltelijk overgenomen)
Minister moet stikstof langs de A15 net zo meten als bij een koeienstal Het doortrekken van de A15 bij Arnhem is opnieuw vertraagd. De minister van infrastructuur krijgt van de Raad van State een half jaar de tijd voor een nieuwe berekening van de stikstofuitstoot. Die herberekening moet verder kijken dan een strook van vijf kilometer langs de snelweg. Onno Havermans20 januari 2021, 13:47 In een tussenuitspraak ging de Raad van State woensdag mee in de bezwaren van Natuur en Milieu Gelderland tegen het rekenmodel dat de stikstofuitstoot bij wegen minder streng meet dan die in de landbouw. Waar bij de vergunning voor een stal wordt gekeken hoeveel stikstof daardoor in de natuur in heel Nederland neerdaalt, geldt voor snelwegen een afstandscriterium van vijf kilometer. Voor dit verschil heeft minister Cora van Nieuwenhuizen naar het oordeel van de Raad van State geen goede verklaring gegeven. Daarom kan de hoogste bestuursrechter niet vaststellen of het tracébesluit geen nadelige gevolgen heeft voor natuurgebieden in de buurt van de snelweg. 13
Als de minister niet kan uitleggen waarom de stikstofberekening wel klopt, kan dat gevolgen hebben voor andere grote infrastructurele projecten want dit rekenmodel is bij meer wegenbesluiten gebruikt. Afgelopen zomer adviseerde de commissie-Hordijk, die op verzoek van het kabinet de stikstofberekening van het RIVM voor de veehouderij doorlichtte, al om het afstandscriterium van vijf kilometer te schrappen, maar het kabinet nam dat advies niet over. Ook de commissie voor milieueffectrapportage wees op de verschillen in meetmethode tussen landbouw en verkeer, in haar beoordeling van de stikstofberekeningen voor verbreding van de A27 bij Utrecht, door het landgoed Amelisweerd.
bijlage 2; Is de Raad van State in staat zelf lering te trekken ….
OpinieToeslagenaffaire, 20 januari 2021
Is de Raad van State in staat zelf lering te trekken uit de toeslagenaffaire? De Raad van State kondigt aan onderzoek te gaan doen naar de eigen uitspraken, dit naar aanleiding van de toeslagenaffaire. Is hij wel in staat tot grondig zelfonderzoek, vraagt oud-hoogleraar Rechtsgeleerdheid Albert Koers zich af. Het gedachtegoed van de Raad van State, die er a priori vanuit ging dat de overheid rechtmatig handelde, is juist de oorzaak van het probleem geweest. Albert Koers19 januari 2021, 10:41 De commissie Kinderopvangtoeslagen oordeelde hard over de Raad van State: “De bestuursrechtspraak heeft zijn belangrijke functie van (rechts)bescherming van individuele burgers veronachtzaamd”. Even hard is de conclusie van prof. mr. S.E. Zijlstra, door de commissie aangetrokken om de uitspraken van de Raad van State te analyseren: “De aard van de toetsing die de Afdeling hier pleegde komt, bezien vanuit het evenredigheidsbeginsel, neer op geen toetsing”. Het is daarom terecht dat de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, Bart Jan van Ettekoven, in een interview in Trouw van 9 januari aankondigt dat de Raad onderzoek gaat doen naar de eigen uitspraken. Uniek en verheugend, denk je bij eerste lezing.
Of toch niet, want waar gaat dat onderzoek eigenlijk over? “Om te zien of er naast de toeslagenaffaire mogelijk meer terreinen zijn waar de burger disproportioneel last heeft gehad van strenge wetgeving.” Het gaat dus over al te strenge wetgeving en niet over de rol van de Raad van State als zodanig! Niettemin neem ik graag aan dat de Raad niet schroomt om kritische vragen te stellen over het eigen functioneren, maar waarom zijn die vragen dan niet de kern van het onderzoek? Want dit zou toch de kernvraag moeten zijn: waarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak individuele burgers jarenlang in de steek gelaten? Hier, maar ook op andere terreinen.
14
A priori rechtmatig Van Ettekoven doet één uitspraak waarin het antwoord op die vraag besloten ligt: “Zo werkt het bestuursrecht in algemene zin. Dat gaat ervan uit dat overheidsinstanties rechtmatig te werk gaan en de wet uitvoeren.” Dank je de koekoek, zou ik zeggen, want dan sta je als burger al op voorhand op verlies. Dan hoeft, zoals Zijlstra concludeert, de bestuursrechter het handelen van overheden niet meer te toetsen: dat is immers a priori rechtmatig. Die uitspraak van Van Ettekoven is geen ‘slip of the tongue’, maar vindt bevestiging in de uitspraken van de Afdeling. Neem een willekeurige uitspraak en wedden dat u een passage tegenkomt die zegt dat het (openbaar) bestuur een grote mate van discretie heeft en dat de Afdeling daar geen afbreuk aan zal doen; dat een beroepsgrond wordt afgewezen enkel omdat het niet ‘onredelijk’ is dat het bestuur besloot wat het besloot; dat er zonder verificatie wordt uitgegaan van feiten en rapporten aangedragen door het bestuur; dat feiten en rapporten aangedragen door burgers heel snel terzijde worden gelegd; of dat burgers geacht worden geen belang te hebben en dus niet ontvankelijk zijn. Passief Dit alles niet omdat het zo moet van de wet, maar omdat de Afdeling ervoor kiest zich passief op te stellen.
Eén enkel voorbeeld: slechts sporadisch maakt de Afdeling gebruik van artikel 8:69 Awb om op basis van eigen onderzoek ambtshalve rechtsgronden of feiten aan te vullen als een klagende burger daarin onvolledig is geweest. En dan beklaagt Van Ettekoven zich over het feit dat de Afdeling bij de zaken over kinderopvangtoeslagen vaak niet goed wist wat er allemaal speelde. Zoals Einstein ooit zei: “We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them”. (We kunnen onze problemen niet oplossen met de manier van denken waarmee we ze veroorzaakten.) De problemen die de commissie Kinderopvangtoeslagen signaleert, lossen we dus niet op met het gedachtegoed van de Raad van State, want dat is de oorzaak van die problemen. Moet een onderzoek naar het falen van de bestuursrechtspraak – bij de kinderopvangtoeslagen, maar ook elders – niet belegd worden bij een gremium buiten de Raad van State? Bijvoorbeeld bij onafhankelijke deskundigen die hun oor ook te luisteren leggen bij al die burgers die recht hebben op rechtsbescherming, maar het niet kregen. Of zullen krijgen.
Lees ook: Raad van State onderzoekt eigen uitspraken na toeslagenaffaire: ‘Het had anders gekund’ De Raad van State gaat onderzoek doen naar zijn eigen uitspraken van de afgelopen jaren, om te zien of er naast de toeslagenaffaire mogelijk meer terreinen zijn waar de burger disproportioneel last heeft gehad van strenge wetgeving.
15
bijlage 3: Raad van State onderzoekt eigen uitspraken ….(gedeeltelijk overgenomen)
Trouw, 9 januari 2021, Interview Bart Jan van Ettekoven
Raad van State onderzoekt eigen uitspraken na toeslagenaffaire: ‘Het had anders gekund’ Bart Jan van Ettekoven: ‘Voor de ouders die de dupe zijn geworden is het ongelooflijk spijtig’.Beeld Werry Crone De Raad van State gaat onderzoek doen naar zijn eigen uitspraken van de afgelopen jaren, om te zien of er naast de toeslagenaffaire mogelijk meer terreinen zijn waar de burger disproportioneel last heeft gehad van strenge wetgeving. Wendelmoet Boersema en Jan Kleinnijenhuis9 januari 2021, 1:00 De voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Bart Jan van Ettekoven, vindt dat nodig na de harde kritiek die zijn instelling kreeg van de parlementaire ondervragingscommissie in het onderzoek naar de toeslagenaffaire. De hoogste bestuursrechter van het land reageert nooit publiekelijk op kritiek. Maar in de toeslagenaffaire vindt Van Ettekoven de verwijten aan zijn afdeling ‘van zo’n zwaarte en ernst, dat het passend is om te reageren’. De Raad van State wil lering trekken uit de affaire. Van Ettekoven wil onder meer een ‘scan’ op eerdere uitspraken, waar tevens sprake is van harde wetgeving. “Wij gaan onze hele kast met zaken en uitspraken doorlichten.
We willen kijken of er op andere terreinen sprake is van disproportionele gevolgen voor burgers, ook al vraagt de wet van de rechter om streng op te treden.” Hoewel zo’n onderzoek nog moet beginnen, noemt Van Ettekoven het voorbeeld van de Verklaring omtrent het gedrag (VOG). Zonder die verklaring komen mensen niet in aanmerking voor veel beroepen, waardoor ‘er echt een blokkade optreedt in het leven van mensen’ als zij een VOG niet krijgen. “Tegelijkertijd wil je natuurlijk niet de bedoeling van die verklaring – het toetsen van mensen met een strafrechtelijk of zedenrechtelijk verleden – onderuithalen.” “De bestuursrechtspraak heeft zijn belangrijke functie van (rechts)bescherming van individuele burgers veronachtzaamd.” Van dit keiharde oordeel van de commissie kinderopvangtoeslagen heeft Bart Jan van Ettekoven wakker gelegen, zegt hij. Op de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waar hij voorzitter van is, hadden ze deze harde conclusies niet aan zien komen. “En ook niet verwacht, eerlijk gezegd”, aldus Van Ettekoven. De afdeling bestuursrechtspraak was volgens de commissie een van de instanties die een aandeel heeft gehad in het ‘systeemfalen’, waardoor burgers jarenlang in de kou stonden.
In een reeks van zaken bevestigde de hoogste bestuursrechter sinds 2008 keer op keer de harde alles-of-niets-benadering van de Belastingdienst, over het terugvorderen van de gehele toeslag in geval van fouten, fraude of onregelmatigheden. De wetgeving (de wetten Wko en Awir) kent geen ‘drukventielen’ en is dwingend recht. Van Ettekoven: “Rechters bedenken wetten en de uitvoering van wetten niet zelf. De wetgever heeft het destijds zo gewild, er heerste een politiek klimaat waarin fraudebestrijding prioriteit had. De Belastingdienst vroeg ons vervolgens: klopt het zo? En wij zeiden: ja.” Volgens hem was er in al die jaren daarvoor vanuit de rechtswetenschap niet of nauwelijks commentaar geweest op deze uitspraken. Wij, de Stichting Behoud Kemnade en Waalse Water, gaan er van uit dat de Afdeling de rest van dit artikel zelf al besproken heeft en ter harte neemt.
16