CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp woningbouw werenfriedstraat toelichting

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent’ en beeldkwaliteitsplan ‘Werenfriedstraat Zieuwent - fase 1’19.684 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent vastgesteld

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen

6 6 7 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Plangebied 2.2 Stedenbouwkundig concept

9 9 12

Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

15 15 17 21 22 23

Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Natuurwaarden 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Geur 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Kabels en leidingen

32 32 33 37 38 41 42 43 47 50 52 53 55

Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek

56 56 56 56

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid

61 61 61

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Er is behoefte aan woningbouw in de kleine kernen van de gemeente Oost Gelre. Om de leefbaarheid in de kleine kernen te waarborgen is, tezamen met de dorpsbelangorganisaties de beleidsnota 'Kleine Kernen gemeente Oost Gelre' opgesteld. In deze beleidsnota wordt o.a. aangegeven dat er een aantal woningen per kleine kern worden ontwikkelt. Zo ook in Zieuwent. Een geschikte locatie is hierbij gevonden aan Werenfriedstraat. Het aantal woningen is afhankelijk van de vraag naar woningen waarbij het verkavelingsplan uitgaat van 21 woningen. Deze flexibiliteit is in dit bestemmingsplan op de verbeelding weergegeven. Het te realiseren woningaanbod wordt gevarieerd en bestaat uit woningen rondom een hofje (woonveld), bestaande uit rijwoningen en vrijstaande woningen. Daarnaast worden 3 vrijstaande zogenaamde “boswoningen” gerealiseerd. Dit alles in een groene setting. De transformatie van het gebied past niet in het geldende bestemmingsplan. Om het project juridischplanologisch mogelijk te maken, is daarom dit bestemmingsplan opgesteld.

Inrichtingsschets plan Werenfriedstraat, fase 1 (rood omlijnd) en fase 2 uit Ontwikkelkader Zieuwent

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied, Werenfriedstraat fase 1, heeft een totaal oppervlakte van circa 2,7 ha en ligt ten noorden van de Werenfriedstraat aan de kern van Zieuwent. Ten oosten van het plangebied loopt de Dorpsstraat. Aan de zuidkant en oostkant wordt aangesloten aan de bestaande woonbebouwing.

Plangebied woningbouwlokatie Werenfriedstraat, fase 1 Zieuwent

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Het voor woningbouw te ontwikkelen gebied aan Werenfriedstraat in Zieuwent is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' met bijbehorende Reparatieplannen. Het perceel is bestemd als 'Agrarisch' deels met dubbelbestemming 'Waarde – Archeologische verwachtingswaarde 2'. Naast het bestemmingsplan is het facetbestemmingsplan 'Parkeren' (vastgesteld 5 juni 2018) van kracht. Dit facetbestemmingsplan voorziet in een parkeerregeling voor het hele grondgebied van de gemeente, met uitzondering van de kernen Lievelde, Zieuwent, Vragender en Harreveld. Op 22 februari 2022 heeft de gemeenteraad het 'Parapluplan Archeologie' vastgesteld. Dit Parapluplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Oost Gelre en beschermt mogelijke archeologische waarden in de bodem. Binnen de hierboven aangegeven bestemming is de realisatie van nieuwe woningen niet toegestaan. Daarbij zijn er voor deze bestemming in het geldende bestemmingsplan geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Via een procedure om herziening van het bestemmingsplan kunnen woningen op de beoogde locatie juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Uitsnede uit geldend bestemmingsplan ‘Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018’ met rood omkaderd het plangebied Werenfriedstraat fase 1.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.

2.1

Plangebied

2.1.1

Historischeontwikkeling

Op 1 januari 2019 telde Zieuwent 2.015 inwoners. Zieuwent beschikt over de meeste voorzieningen t.o.v. de andere kleine kernen. Van oudsher hebben de voorzieningen zich langs de Dorpsstraat ontwikkeld. De Dorpsstraat vormt als onderdeel van de provinciale weg op dit moment de verbinding tussen Lichtenvoorde en Ruurlo. Door het kampenontginningen-landschap, met zijn verspreid gelegen bebouwing, had Zieuwent tot de negentiende eeuw geen echte dorpskern. Pas met de bouw van een kerk (1795) en school (1808) was sprake van een eerste aanzet tot een bescheiden dorpskern. Nog in het midden van de negentiende eeuw telde Zieuwent weliswaar ongeveer tweehonderd huizen en boerderijen, maar daarvan lagen er slechts dertien in de kom (“het Hoenderboom”). Na 1900 zette de bescheiden kernvorming zich langzaam voort. De nieuwe bebouwing concentreerde zich vooral langs de weg van Lichtenvoorde naar Ruurlo. Ook langs de Harreveldseweg en de Zegendijk verrees enige lintbebouwing. Binnen de kom herinneren enkele boerderijen en het pand van de Welkoop nog aan de agrarische oorsprong van het dorp. De 19de-eeuwse school werd na de Tweede Wereldoorlog verbouwd tot R.K. Parochiehuis. De eerste meer planmatige uitbreidingen kwamen pas na de Tweede Wereldoorlog tot stand. Belangrijkste gebouw van Zieuwent is het markante kerkgebouw de Werenfriduskerk.

In 1842 werd een nieuw, zogenaamd waterstaatskerkje gebouwd, dat echter al in 1898-1899 werd vervangen door een huidige kerk in neogotische stijl. In het hart van het dorp domineert het kerkgebouw de omgeving. Centraal in het dorp achter en tegenover de kerk bevindt zich veel en waardevol groen. Ten noorden van de kerk bevinden zich de meeste voorzieningen (school, horeca etc) terwijl aan de zuidkant enkele winkelpanden (bakker, slager, supermarkt, etc) aanwezig zijn. Het dorpsgebied wordt gevormd door de Harreveldseweg en de Zegendijk met daartussen de gevormde bebouwing. De planmatige woningbouw heeft voornamelijk plaatsgevonden in een cluster, ten noordwesten van de kern, die begrensd wordt door de Werenfriedstraat. Aan de oostzijde vormt de Haare met aanliggende bebouwing een nieuwe woonbuurt. Het laatste grote woningbouwgebied is gelegen in het zuidwestelijk deel van de kern (De Steege, Anton Mollenmanshof). Deze wijk is in 2004/2005 opgeleverd, waardoor er al een behoorlijk aantal jaren geen grote wijkontwikkeling is opgeleverd.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Topografische kaart uit ca. 1925 (bron: www.topotijdreis.nl)

Topografische kaart uit 1940 (bron: www.topotijdreis.nl)

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl)

Topografische kaart uit 2018 (bron: www.topotijdreis.nl)

Het meest recent (2012) is het bouwplan Bongers opgeleverd. Hiernaast wordt het plan Boerenbond ontwikkeld. Hier zijn 14 woningen (2-1 kappers, 2*3 rijwoningen en 5 appartementen) mogelijk gemaakt. In 2021 is gestart met de uitvoering van dit plan. Het aanbod aan woningen in Zieuwent is gering. Geconcludeerd moet worden dat er geen bestaand aanbod is voor de actuele vraag naar woningen. 2.1.2

Het plangebied

Het plangebied is gelegen aan Werenfriedstraat in het kerkdorp Zieuwent. Het plangebied is als grasland en hoogstamboomgaard in gebruik. De enige bebouwing bestaat uit een 2-tal veldschuurtjes.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

In de directe omgeving van het plangebied, zijn ten oosten en ten zuiden (aan de overzijde van de Werenfriedstraat) woningen van derden gelegen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie K, nummers 218, 224, 473, 499 en 787. De onderstaande luchtfoto toont het plangebied rood omlijnd.

Plangebied Werenfriedstraat Zieuwent, fase 1

2.2

Stedenbouwkundig concept

Voor het plangebied is in opdracht van de gemeente een aantal stedenbouwkundige concepten uitgewerkt. Dit heeft geresulteerd in het Ontwikkelkader Zieuwent (vastgesteld d.d. 11 mei 2021). Dit ontwikkelkader is in overleg met Zieuwents belang, omwonenden en grondeigenaren tot stand gekomen. In het Ontwikkelkader Zieuwent zijn uitgangspunten en referentiebeelden opgenomen. Het ontwikkelkader dient als een inspiratiebron voor de toekomstige afronding van het dorp Zieuwent. In dit plan is voor Werenfriedstraat, fase 1 een nadere uitwerking gegeven. Deze fase ziet op de ontwikkeling van het woonveld met rijwoningen, levensloopbestendige woningen en een aantal vrijstaande woningen. Ten westen van het woonveld worden drie woningen in het bos ontwikkeld. Tezamen met het beschreven woonveld, vormen deze 3 woningen fase 1. Hiervan is onderstaand een weergave opgenomen. Aan de hand van het Ontwikkelkader Zieuwent is voor het plangebied Werenfriedstraat fase 1 (woonveld + 3 boswoningen) een beeldkwaliteitsplan opgesteld.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Beeldkwaliteitsplan Een beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor toekomstige aanvragen om omgevingsvergunning onderdeel bouwen (bouwaanvragen) voor initiatiefnemers en architecten. Binnen het project Werenfriedstraat fase 1 worden, voor zover dit de te realiseren woningen betreft, ruimtelijk 2 elementen onderscheiden: het woonveld en de 3 boswoningen. Voor het gehele plangebied is voor deze beide ruimtelijke elementen een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Deze beeldkwaliteitsplannen, opgenomen in één document, gelden naast de gemeentelijke welstandsnota. Het beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan zijn in lijn met elkaar opgesteld en zullen worden vastgesteld door de gemeenteraad. Het college van B&W krijgt de bevoegdheid om afwijkingen toe te staan, mits stedenbouwkundig verantwoord.

Nadere uitwerking plangebied Naar aanleiding van het beeldkwaliteitsplan is de inrichting van het plangebied nader uitgewerkt in een matenplan. Dit matenplan is hieronder weergegeven.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Hoofdstuk 3

Beleid

Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.

3.1

Internationaal niveau

3.1.1

Vogelrichtlijn

De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.

Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

3.1.2

Habitatrichtlijn

De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3

Het verdrag van Valletta (Malta)

Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Ter bescherming van de archeologische waarden heeft de gemeente Oost Gelre een beleidsnota met -kaarten vastgesteld en deze doorvertaald en opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. Momenteel ligt er een ontwerp 'Parapluplan Archeologie' ter inzage.

Met de op te stellen planregels is hier rekening mee gehouden.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

In paragraaf 4.2 wordt archeologie nader toegelicht. 3.1.4

Kaderrichtlijn water

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.

Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Bij onderhavig bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd, opgenomen in paragraaf 4.4, waarbij rekening is gehouden met bovengenoemde doelstellingen.

Conclusie Internationaal beleid Het Internationaal beleid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven.

Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies.

In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

3.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.

Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. 3.2.3

Besluit ruimtelijke ordening

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.

Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft het mogelijk maken van een circa 21-tal woningen, in de vorm van vrijstaande en rijwoningen. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, waarbij het gaat om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Nu het een woningbouwlocatie betreft met een omvang van circa 21 woningen, is hier sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Behoefte Op 15 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de 'Woonvisie Kleine kernen' vastgesteld met als titel: 'Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre'. In deze woonvisie is een duidelijke opgave opgenomen: ‘passende woonruimte voor iedereen in de kleine kernen’. Er is een behoorlijke actuele behoefte aan nieuwe woningen. De huidige plancapaciteit is niet voldoende om te voorzien in de behoefte. De ruimtelijke opgave voor de kleine kernen is als volgt samengevat: Per kern (m.u.v.

Zwolle) op korte termijn ongeveer 15 woningen toevoegen (0-2 jaar) naast de bestaande plannen. Het exacte getal is niet leidend, maar geeft een richting voor de opgave, de kwaliteit van plannen en de actuele behoefte is leidend. Bij het zoeken van locaties rekening houden met de bandbreedte behoefte en wijzigingen in het aantal vestigers; daarom zoeken we locaties voor minimaal 30 woningen. Actuele behoefte blijven monitoren en daarop kunnen anticiperen bij lokale ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met het kwalitatief beeld, waarbij we expliciet inzetten op de betaalbaarheid voor koopwoningen. Dit kan ook doorstroming op de markt creëren. Uit een kwantitatief en kwalitatief woonbehoefteonderzoek onder dorpsbelangen organisatie Zieuwents belang uitgevoerd onder de inwoners van Zieuwent blijkt voor de korte termijn een grote woonbehoefte naar koopwoningen. Waarbij de resultaten aangeven dat in alle segmenten behoefte is naar woningen, vrijstaand, 2-onder-een kap en ook een duidelijke piek in het marktsegment voor rijwoningen en levensloopbestendige woningen. Aanvullende beschrijving van voornoemde Woonvisie is opgenomen in paragraaf 3.4.1.

Bestaand stedelijk gebied Het planvoornemen betreft een nieuw woongebied waarbij bestaande woonbebouwing in de kern van Zieuwent wordt afgerond. Daarmee is het een nieuwe stedelijke ontwikkeling direct aansluitend aan bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen betreft de realisatie van een nieuw woongebied aansluitend aan de bestaande bebouwing van de dorpskern Zieuwent, aan de overzijde van de Werenfriedstraat. Hiermee kan dit project worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied.

Conclusie Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de behoefte wel degelijk aanwezig is. Er is sprake van een duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

Algemene conclusie Rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 1 januari 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Omgevingsverordening Voor het plangebied geldt artikel 2.2 uit de Omgevingsverordening : "Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda". 1.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan het realiseren van voldoende woningen in het kerkdorp Zieuwent, die daarnaast voldoen aan de recentelijke regionaal en lokaal vastgestelde Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouwinitiatieven, en vindt er een kwalitatieve versterking van de leefomgeving plaats. De gemeenteraad van Oost Gelre heeft op 20 september 2016 de Woonvisie 2016 - 2025 vastgesteld en daarnaast recentelijk regionale kwaliteitscriteria vastgesteld. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld (zie ook paragrafen 3.4.1 en 3.5.1). Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van circa 21 woningen gelegen in een groene setting. Het gaat om koopwoningen in de vorm van vrijstaande, aaneengebouwde en rijwoningen voor starters, doorstromers, gezinnen en senioren. Met dit gemengde programma en deze aantallen wordt aangesloten op het regionale woonbeleid. Hiermee is het plan, kwalitatief en kwantitatief, in overeenstemming met artikel 2.1 en 2.2 van de omgevingsverordening.

Conclusie Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. Nu de ontwikkeling van de woningen ook past binnen de provinciale omgevingsvisie en -verordening past het plan binnen het provinciaal beleid.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale woonagenda 2015 - 2025

De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De Regionale Woonvisie is in 2013 geëvalueerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling, in de vorm van een Regionale woonagenda 2015-2025. Deze woonagenda richt zich primair op het ontwikkelen van een evenwichtige kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad en secundair op het voorkomen en aanpakken van leegstand in maatschappelijk vastgoed en op wonen en zorg. Het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van maart 2018 laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale woonagenda.

In 2019 is een regionale set aan kwaliteitscriteria vastgesteld op basis waarvan nieuwe woningbouwplannen worden beoordeeld. Daarmee wordt beoogd dat alleen extra nieuwbouw wordt toegevoegd, als dit bijdraagt aan het oplossen van de mismatch op de lokale woningmarkt. De notitie "Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek" beschrijft dit regionale kader, de te hanteren werkwijze en het monitoren van de nieuwe woningbouwinitiatieven. Diverse onderzoeken laten zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen in de regio Achterhoek. Daarnaast blijkt uit de nieuwste Primosprognose dat het aantal huishoudens in de regio Achterhoek tot 2030 blijft groeien. Er zijn daardoor op regioniveau extra woningen nodig bovenop de bestaande woningbouwafspraken die vastliggen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld, om in te spelen op de veranderde behoefte. In het najaar van 2019 is de Regionale Woonagenda op onderdelen aangepast. Daarmee wordt vooruitgelopen op de nieuwe Regionale Woonagenda. Het beleidskader is in lijn met de koers Ruimte voor goed wonen van de provincie en met het provinciale coalitieakkoord. Een aantal passages zijn niet meer van toepassing, zoals: de afspraken over de woningbouw tot 2025 over de netto toevoegingen incl.

10% extra verlaging (pag. 3 en 4 en uit samenvatting pag. 7,11, 12) en het schema over de bouwopgave (pag. 12) en; hoofdstuk 5, pagina 11 onder kopje 'De gewenste situatie': de passage over de regionale huishoudensgroei in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 is achterhaald door de nieuwe Primos-prognose, waarbij per gemeente of kern wel verschillen in de bevolkingsontwikkeling kunnen bestaan. Conclusie Het regionale beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Woonvisie Oost Gelre (2016)

De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016-2025. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Woningbouwbehoefte Oost Gelre (2019) Uit nieuwe bevolkingsprognoses blijkt dat de komende jaren extra woningen moeten worden toegevoegd. Op basis van het onderzoek “Woningbouwbehoefte Oost Gelre” is er een behoefte van 560 woningen (2018-2025) met daarbij een bandbreedte tussen de 460 woningen en 660 woningen. Aan de hand van het besluit van de gemeenteraad van 17 september 2019 wordt dit als nieuwe uitgangspunt genomen voor lokaal beleid en de woningbehoefte voor Oost Gelre. Monitoring Woningbouw (2021) In dat besluit is besloten dat de woningbehoefte kan worden bijgeteld op basis van nieuwe gegevens over de demografische ontwikkeling en/of de woningmarkt. Er is besloten om elk jaar een bijstelling te doen in een vaste cyclus. Op basis van monitoring kan worden bepaald of er een noodzaak is om het beleid bij te stellen.

Met de notitie 'Monitoring Woningbouw' is het huidig beleid geactualiseerd. De monitoring is op 16 februari 2021 vastgesteld door het college, waarin de behoefte voor de periode 2018-2025 is bijgesteld van 560 naar 660 woningen. In de praktijk komt het voor dat plannen uiteindelijk niet doorgaan of niet ontwikkeld worden. Om in de toekomst sneller in te kunnen spelen op de woningmarkt, stuurt men de plancapaciteit op 130% van de behoefte. Daarom is weer extra ruimte voor woningbouw. 3.5.2

Woonvisie Kleine kernen

Op 15 oktober 2019 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de 'Woonvisie Kleine kernen' vastgesteld met als titel: 'Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen Oost Gelre'. In deze woonvisie is een duidelijke opgave opgenomen: ‘passende woonruimte voor iedereen in de kleine kernen’. Deze ruimtelijke verkenning bestaat uit vier hoofdstukken. Dit is schematisch weergegeven met daarbij de belangrijkste vraag per hoofdstuk. In het hoofstuk “Introductie” wordt de aanleiding, het doel en het proces tot dusver beschreven. In het hoofdstuk “Behoefte & kwaliteit” staan de demografische ontwikkelingen en de woningbouwbehoefte. Daarnaast heeft iedere kleine kern onder haar inwoners de behoefte gepeild, bijvoorbeeld door een enquête en/of informatieavonden. Dit is vertaald in de ruimtelijke woningbouw opgave voor de kleine kernen. Daarnaast is het belangrijkste beleid voor de locatiekeuzes aangegeven. In het hoofdstuk “Uitvoering” is het beleid vertaald in een “leefbaarheidsthermometer”; hiermee wordt een kwaliteitswaarde aan denkbare woningbouwlocaties gegeven. In dit hoofdstuk staat een ruimtelijke- en landschappelijke beschrijving van iedere kern. Vervolgens is voor iedere kern een kaart opgenomen met woningbouwlocaties en een strategie per kern (waar gaan we gezamenlijk mee aan de slag). In het hoofdstuk “Uitvoering” is globaal aangegeven hoe het vervolg proces wordt ingestoken.

Daarnaast is er een “uitnodigingskaart” opgenomen voor nieuwe woningbouw initiatieven. Er is een behoorlijke actuele behoefte aan nieuwe woningen. De huidige plancapaciteit is niet voldoende om te voorzien in de behoefte. De ruimtelijke opgave voor de kleine kernen is als volgt samengevat: Per kern (m.u.v. Zwolle) op korte termijn ongeveer 15 woningen toevoegen (0-2 jaar) naast de bestaande plannen. Het exacte getal is niet leidend, maar geeft een richting voor de opgave, de kwaliteit van plannen en de actuele behoefte is leidend. Bij het zoeken van locaties rekening houden met de bandbreedte behoefte en wijzigingen in het aantal vestigers; daarom zoeken we locaties voor minimaal 30 woningen.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent Actuele behoefte blijven monitoren en daarop kunnen anticiperen bij lokale ontwikkelingen. Bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met het kwalitatief beeld, waarbij we expliciet inzetten op de betaalbaarheid voor starters en levensloopbestendige woningen. Dit kan ook doorstroming op de markt creëren. Ruimtelijke structuur kernen Voor elk kerkdorp is een structuurkaart opgesteld. Beheer, versterken en verduurzamen van de bestaande dorpse bebouwde omgeving is het belangrijkste voor de kleine kernen. Voor iedere kern is gekeken naar de ruimtelijke structuren. Het voorliggende plan ligt binnen het gebied 'Landschappelijk wonen'. Iedere kern heeft zijn eigen centrum. Hier ligt vaak nog een concentratie van voorzieningen en vaak ook een mogelijkheid naar een herbestemming voor wonen. De kerk en het kerkplein liggen in het dorpscentrum. Dorpse gestapelde bebouwing komt bij uitstek in dit gebied voor. Om gedegen keuzes te maken over welke gebieden/plekken het meest wenselijk of als meest haalbaar worden geacht als woningbouw locaties, wordt gebruik gemaakt van de zogeheten leefbaarheidsthermometer. De leefbaarheidsthermometer heeft als uitgangspunt: bouwen op die plekken waar het de leefbaarheid van de kernen het meest ten goede komt.

Het uitgangspunt hierbij is “van binnen naar buiten” (te lezen als van bestaand stedelijk gebied naar buitengebied; inbreiding voor uitbreiding). De thermometer slaat uit van groen (wenselijk) naar rood (minst wenselijk) op het vlak van leefbaarheid. Waarbij werkend van groen naar rood het proces van gedegen afpellen van de woningbouwmogelijkheden in elke kern weergeeft. Daarbij is telkens de afweging gemaakt of een locatie binnen 0-2 jaar te realiseren is. Dus mocht er een inbreidingslocatie op korte termijn voorhanden zijn, dan geniet dit de voorkeur. Mocht er geen inbreidingslocatie voorhanden zijn, dan wordt er gekozen voor een dorpslintafronding. Mocht er in de kern op korte termijn ook geen dorpslintlocaties voorhanden zijn, dan wordt er gekozen voor uitbreidingslocatie. Uit een participatieproces met inwoners is naar voren gekomen dat er onvoldoende kansen/locaties (op korte termijn) waren om de woningbouwopgave op korte termijn in te vullen voor Zieuwent. Er hebben zich geen initiatiefnemers gemeld voor inbreidingslocaties. Realisatie van een woondroebel is opzich zelf ook mogelijk in Zieuwent, echter er hebben zich geen initiatiefnemers gemeld voor realisatie van een woondroebel op een (voormalige) agrarische locatie. Op dit moment is het dus nog (te) onzeker om te zeggen of realisatie van een inbreidingslocatie(s) periode (0-2 jaar) haalbaar is.

De locatie omgeving Werenfriedstraat stond in de conceptvisie als optie voor de lange termijn. Dit gebied is nu aangewezen als een kansrijk gebied voor "landschappelijk wonen". Het gaat om een groot gebied waarbinnen een passende locatie (s) gezocht kan worden voor woningbouw. Wel is van belang om wonen samen te laten gaan met versterking van het landschap. Het gebied zou kunnen worden vormgegeven als recreatief/landschappelijk uitloop gebied van het dorp waarbinnen de woningen een natuurlijk positie krijgen. Mocht er geen zicht ontstaan op realisatie van andere initiatieven, dan wordt ingezet op realisatie van dit gebied. Dorpsbelangen en de directe omgeving worden op een participatieve wijze betrokken bij het haalbaarheidsonderzoek en het maken van de stedenbouwkundige verkavelingen.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Op de kaart hierboven staat het ruimtelijke structuurbeeld voor Zieuwent weergegeven. Hierop is een overzicht gemaakt van denkbare woningbouwlocaties in Zieuwent. Op basis van het landschapsbeeld en de leefbaarheidsthermometer is er een locatiestrategie gekozen voor de komende jaren. Aan de zuidkant van de Dorpsstraat en De Steege liggen enkele open terreinen in het lint van de straten. In beginsel hebben inbreidingslocaties de voorkeur voor realisatie van nieuwbouw. Mocht er echter behoefte zijn en er geen inbreidingslocatie(s) voorhanden zijn, dan is het stedenbouwkundig afronden van dorpslinten kansrijk. Het initiatief voor ontwikkelingen ligt bij de eigenaren. De gemeente heeft een positieve grondhouding (ja, mits), waarbij gebruikt wordt gemaakt van de uitnodigingskaart. Na vaststelling van de Woonvisie Kleine Kernen hebben zich geen inbreidingslocaties of andere mogelijkheden voor dorpsafrondingen voorgedaan, waar op korte termijn (binnen 2 jaar na oktober 2019) woningbouw mogelijk is. Zodoende heeft de gemeente, in samenspraak met dorpsbelangen organisatie Zieuwent Belang, de omgeving van Werenfriedstraat als een kansrijke locatie aangewezen. De ontwikkeling van Werenfriedstraat is ook op korte termijn realiseerbaar. De woningen zijn voor gemengde doelgroepen bedoeld, zoals starters, gezinnen en senioren, wat aansluit op de actuele vraag in de kleine kernen.

Bovenstaande heeft geresulteerd in het door de gemeente, in samenspraak met Zieuwents Belang, omwonenden en grondeigenaren, opgestelde en door de gemeenteraad vastgestelde Ontwikkelkader Zieuwent. Dit Ontwikkelkader Zieuwent ziet op de mogelijkheden om de omgeving Werenfriedstraat te ontwikkelen en biedt daarvoor de kaders. 3.5.3

Ontwikkelkader Zieuwent

Op 11 mei 2021 is in de gemeenteraad het Ontwikkelkader Zieuwent vastgesteld. Dit ontwikkelkader is een uitwerking van de ‘Ruimtelijke verkenning wonen kleine kernen’, en is in nauw overleg tussen Zieuwents belang, gemeente Oost Gelre, omwonenden en grondeigenaren tot stand gekomen. Al deze partijen zijn op een participatieve wijze betrokken bij het haalbaarheidsonderzoek en het maken van de stedenbouwkundige verkavelingen. De twee studiemodellen in dit ontwikkelkader hebben geresulteerd in een voorkeursvariant. Deze is in het ontwikkelkader nader uitgewerkt. Een voorkeursvariant die breed gedragen is en welke gefaseerd en passend bij het dorp Zieuwent gerealiseerd kan worden. De nieuwe woningbouw zal dus gefaseerd uitgevoerd worden. De toekomstige

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent woningbouw kan plaatsvinden in 2 woonvelden, die beide rechtstreeks vanaf de Werenfriedstraat ontsloten worden. Dit biedt een goede uitgangspositie voor een gefaseerde ontwikkeling. Per woonveld dient de woningdifferentiatie afgestemd te worden op de woningbehoefte, die op dat moment actueel is. Hieronder is een mogelijke invulling van deze voorkeursvariant weergegeven.

Inrichtingsschets plan Werenfriedstraat, fase 1 (rood omlijnd) en fase 2 uit Ontwikkelkader Zieuwent

Het Ontwikkelkader Zieuwent is globaal van opzet, waarbij al een mogelijke verkaveling per woonerf is aangegeven. In principe is de invulling van een woonveld nog vrij, zij het, dat hier wel een aantal uitwerkingsregels voor opgesteld worden. Bijvoorbeeld de groene randen van het velden zijn altijd herkenbaar. Naast woningbouw in een tweetal woonvelden biedt het ontwikkelkader ook ruimte voor “wonen in het bos”. Fase 1 ziet op de ontwikkeling van een woonveld (A) en de boswoningen (B). Onderhavig plan ziet op de ontwikkeling van fase 1 uit het ontwikkelkader Zieuwent. Binnen fase 1 voorziet het Ontwikkelkader Zieuwent in de realisatie van een woonveld met een mix aan woningen en daarnaast de realisatie van een 3-tal vrijstaande boswoningen. 3.5.4

Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020

Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie;

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. 3.5.5

Beleidsvisie Externe veiligheid

Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. Externe veiligheid is nader beschreven in paragraaf 4.9. 3.5.6

Welstandsbeleid Oost Gelre 2017

Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad is vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 3.5.7

Economische visie - Economie Voorop !

Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio,

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen. De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden. 3.5.8

Geluidbeleid gemeente Oost Gelre

Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.

Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 4.5. 3.5.9

Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024

Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma heeft betrekking op de periode 2014-2018 en is geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

3.5.10 Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap' Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat Zieuwent in de zone 'het nat' valt. Binnen deze zone is het landschaps-ensemble aangemerkt als 'Het Zieuwent', of volledig: "Het kampenlandschap van Zieuwent".

Hierbij geldt het motto: "Koppel de historische karakteristiek aan het eigentijdse gemengd bedrijf. Dat bevordert de leefbaarheid van deze cultuurlandschappen. Breng het water terug in de haarvaten tussen de buurtschappen met kerkepaden, overlopers en (elzen)singels". Te beschermen of op te poetsen parels: bliksembomen en solitaire bodem Werenfriduskerk en boerderijen kapelletjes bestaande kleine natuurgebiedjes o.a. aan Schoolpad + Witte Riete steilranden typerende erfbeplantingen voorbeelden van landschapskunst plekken om te verpozen eventueel met bankjes Te stimuleren landschapselementen: nieuwe kerkepaden en espaden met knotes, knoteik en knotwilg steilrandbeplantingen langs essen overloopweides: lagere vochtige weides met elzensingels overloopbroeken: lagere percelen met bosjes of grienden overlopers kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin natte schrale vegetatie of elzensingels

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Bij het opstellen van voorliggende plan zijn bovengenoemde uitgangspunten nadrukkelijk meegenomen in de planvorming. Het plan voorziet in een robuuste landschappelijke inpassing, waarmee er een goede overgang ontstaat van de bestaande dorpskern van Zieuwent, het initiatief aan de Werenfriedstraat en het omringende landschap (zie Beeldkwaliteitsplan).

Conclusie Het plan voorziet naast de voorgenomen woningbouw in een forse landschappelijke versterking, waarmee landschappelijk wonen in een groen kader mogelijk wordt. Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied herziening dorpsuitbreiding Zieuwent

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoeringsaspecten

Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming

Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11625020/1