bp woningbouw looweg toelichting
Tekst van het document
De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen).
Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf. De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.
Thema
Toetsvraag
Relevant
Hoofdthema's
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Veiligheid
1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?
Riolering afvalwaterketen
Nee
en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?
Ja
2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel? 3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)
1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?
Ja
2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Ja ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel?
Oppervlaktewaterkwaliteit
3. Is in het plangebied sprake van kwel?
Nee
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?
Nee
1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater Ja geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?
Nee
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit
1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?
Volksgezondheid
1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?
Verdroging
1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?
een
hydrologisch Nee
Natte natuur
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?
Inrichting en beheer
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?
Nee
Aandachtsthema's
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Recreatie
1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?
Cultuurhistorie
1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?
Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's
Het terrein kent een relatief hoge grondwaterstand en de ondergrond is ongeschikt voor infiltratie, zie onderstaande kaart. Om deze reden is gerekend met statische berging in de aan te leggen hemelwatervoorziening. Het project valt binnen het gebied waarbij afkoppelen niet mogelijk is ingevolge de Afkoppelkansenkaart Gemeente Oost Gelre, opgesteld door BZ Ingenieurs en Managers.
Infiltratiekaart
Het Waterschap Rijn en IJssel heeft de volgende voorkeursvolgorde; “vasthouden – bergen – afvoeren”. Dit is in te vullen door in de bouwvoorschriften op te nemen dat op eigen terrein 40 mm berging van het dakoppervlak geborgen moet worden. De verhardingen van wegen, parkeervakken en voetpaden wordt verzameld en geborgen in de centrale groenstrook in het plan welke volledig als wadi wordt ingericht. Bij wadi krijgt bodemhoogte van NAP 19.00+. De weghoogte sluit aan op de Looweg NAP 19.60+ en de huidige inrithoogte (op de perceelgrens; Looweg 27) zoals aangegeven in de bijgevoegde ontwerptekening. Aan de zuid- en oostzijde van het plan zijn mogelijkheden de greppels te vergroten en maaiveldverlagingen aan te leggen om hemelwater te kunnen bergen. De centrale wadi in het plan wordt voorzien van drainage en wordt aangesloten op een aan te leggen draintransportleiding naar de vijver aan de noord-oost zijde van het plan. Dit gecombineerd met aanleg van een wadi (maaiveldverlaging) rondom de bestaande boerderij (Looweg 27) is ruim voldoende berging te realiseren om het hemelwater te bergen. Deze wadi wordt 'speels' naast het voetpad vorm gegeven zodat het natuurlijk oogt. De afmetingen van deze groenstroken bieden voldoende mogelijkheden om bui T=10+10% volledig te bergen (incl. terreinverharding en dakoppervlak van de woningen).
Bij een doorkijk naar bui T=100+10% (74 mm) volgens de eisen van het waterschap hebben de
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld groenstroken voldoende ruimte om het hemelwater te bergen. De maaiveldhoogte van het huidige weiland aan de westzijde van het plangebied ligt rond de NAP 19.00 +. Dit is vergelijkbaar met de bodemdiepte van de centrale wadi. Ondanks dat er voldoende berging in het ontwerp is opgenomen om ook het dakoppervlak van de woningen te bergen wordt geadviseerd de toekomstige eigenaren het regenwater volgens bui T=10+10% op eigen terrein te bergen. De planontwikkeling voldoet aan de eisen die gesteld worden door het Waterschap Rijn en IJssel. Hierdoor wordt er voldaan aan bovengenoemde watertoets.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Geluid
Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Gemeente Oost Gelre heeft in eigen geluidsbeleid ontwikkeld om zo richting te kunnen geven aan het geluidsaspect in bestemmingsplannen, vergunningen en dergelijke. Bij nieuwe activiteiten dient de geluidsbelasting te voldoen aan de streefwaarden. Industrielawaai en wegverkeer In de directe omgeving van het plangebied zijn sportvelden gelegen met bijbehorende parkeerplaatsen, een trapveldje en het schoolplein. Daarnaast zijn wegen aanwezig. De genoemde sport- en schoolactiviteiten en de wegen zijn akoestiche bronnen die nader onderzocht moeten worden. Hierdoor heet Adviesbureau Van der Boom een akoestisch onderzoek uitgeveord en verwoord in het rapport 'Geluidbelasting wegverkeer, schoolplein en parkeren locatie Looweg te Harreveld' met kenmerk 20-311 d.d. 7 januari 2021, dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. In het akoestisch rapport wordt hetvolgende geconcludeerd: Het akoestisch onderzoek is op een juiste manier uitgevoerd met de juiste uitgangspunten. Uit het onderzoek blijkt dat het wegverkeer voldoet waarbij sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening' nu de hoogst toelaatbare waarde niet wordt overschreden. Uit het onderzoek blijkt dat de schoolplein en het trapveldje voldoen aan de richtwaarden voor een woongebied.
De gemeente Oost Gelre zal aan de hand van stap 3 van de VNG brochure goed moeten motiveren dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat na realisatie van het plan aanwezig blijft nu het parkeren op de parkeerplaats bij de sportvelden maatgevend is. Woon- en leefklimaat Het parkeren op het parkeerterrein bij de sportvelden is maatgevend voor de geluidsbelasting op de nieuw te realiseren woningen. Hierdoor kan er overlast worden ervaren van dit parkeerterrein. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken is in het akoestisch onderzoek, het stappenplan van de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering' doorlopen.
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Het akoestisch onderzoek geeft aan dat niet aan stap 2 kan worden voldaan, maar dat blijkt dat stap 3 wel een mogelijkheid biedt. Hiervoor moet de gemeente bij deze stap een afweging of motivatie geven waarom deze ontwikkeling acceptabel wordt geacht. Het akoestisch onderzoek geeft geen motivatie.
Motivatie Het parkeerterrein bij de sportvelden is gelegen op ongeveer 54 meter van de dichtstbijzijnde woningen. In het akoestisch rapport is aangegeven dat dit parkeerterrein wordt gebruikt voor sport, zijnde voetbal en tennis, en de school. Uitgegaan is van 20 personenauto's in de dagperiode (van 07.00 tot 19.00 uur) en 20 personenauto's in de avondperiode (van 19.00 uur tot 23.00 uur) oftewel 40 vervoersbewegingen in de dag- en avondperiode. Dit geringe aantal vervoersbewegingen in de dag- en avondperiode, wat dus een geringe toename zal zijn van het geluidsniveau waarbij wel voldaan kan worden aan de in het akoestisch rapport in stap 3 opgenomen geluidsniveaus, zal geen negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat in de nieuwe woningen. De activiteiten op de sport- en tennisvelden, het schoolplein en het trapveldje voldoen aan de normen uit het Activiteitbesluit. Het geluidbeleid van de gemeente Oost Gelre ondersteund dit. Door het gebruik van de parkeerplaats, wat normgevend is voor het geluid, zullen omwonenden niet in hun nachtrust worden gestoord en is een goed woon- en leefklimaat in de dag- en avondperiode gewaarborgd.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Infrastructuur en Milieu ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.
In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In 2015 is door Infomil een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht sterk samenhangen. Op basis hiervan merkt Infomil op dat "wanneer wordt voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10, vrijwel altijd wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5". Voor woningbouwlocaties is een nibm-grens opgenomen van 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersdeling. Een project dat kleiner is dan deze grenzen, is in beginsel 'niet in betekenende mate'.
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Situatie plangebied Het plan biedt de mogelijkheid tot het realiseren van 12 nieuwe woningen. Het blijft daarmee ruimschoots onder de nibm-grens van 1.500 woningen en kan als 'niet in betekenende mate' van invloed op de luchtkwaliteit worden beschouwd. Hoewel geconstateerd is dat het project een zogenaamd nibm-project betreft, dient ook te worden bezien of de luchtkwaliteit in het projectgebied niet zodanig is dat de normen voor een goed woonklimaat worden overschreden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland 2011. De meest relevante luchtkwaliteitseisen voor ruimtelijke plannen zijn stikstofoxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Getoetst dient te worden aan de norm voor NO2 per 1 januari 2015. Vanaf die datum moet blijvend aan de norm van NO2 worden voldaan. Per 21 juni 2011 moet aan de grenswaarden voor fijn stof worden voldaan. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten blijkt dat in het plangebied de achtergrondniveaus voor NO2, PM10 en PM2,5 in zowel 2011, 2015 als 2020 onder de grenswaarden liggen.
Conclusie Het plan moet worden beschouwd als een nibm-project. Uit de achtergrondniveaus blijkt dat deze onder de wettelijke normen blijven. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.7
Natuurwaarden
Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een Quickscan Flora en Fauna (26 juni 2020, rapportnummer 2131) door Staring Advies uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Het doel hiervan is om in te schatten of er in het plangebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden van de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.
Soortenbescherming Om te bepalen of er beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn heeft het onderzoeksbureau gebruik gemaakt van literatuur- en gericht veldonderzoek. De resultaten van beide onderzoeken zijn in bovengenoemd onderzoeksrapport aangegeven. Er wordt geconcludeerd dat er een aanvullend onderzoek moet plaatsvinden naar de aanwezigheid van de huismus en de steenmarter.
Aanvullend onderzoek Het door Staring Advies uitgevoerd aanvullend onderzoek is opgenomen in een onderzoeksrapport met nummer 2139, d.d. 10 juli 2020 welke als bijlage is bijgevoegd. Staring Advies concludeert in dit onderzoeksrapport dat "uit het gericht onderzoek naar de huismus en
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld steenmarter het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk is voor deze soorten. In het plangebied bevinden zich geen nestlocaties van de huismus en ook geen vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter. De huismus is wel foeragerend en rustend in het plangebied aangetroffen. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen hebben echter geen negatief effect op het leefgebied van deze soort".
Algemeen Voor de (algemene) broedvogelsoorten die mogelijk op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie broeden geldt dat, indien de vegetatie buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) plaats zal vinden met betrekking tot deze soorten. De nesten mogen alleen worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. Daarom wordt geadviseerd om eventuele snoeiwerk- en graafwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan de periode maart tot half augustus als broedseizoen worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien toch binnen het broedseizoen wordt gewerkt, dient er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige. Voor de op de onderzoekslocatie incidenteel te verwachten algemene zoogdieren en amfibieën geldt dat de werkzaamheden verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren worden verwond of gedood en verblijfplaatsen kunnen worden vernietigd. Dit houdt normaliter een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in.
Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.
Gebiedsbescherming
NATURA 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op circa 8 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. In het bovengenoemd rapport van Staring Advies wordt geconcludeerd dat "er geen ruimtelijke ingrepen plaatsvinden in of nabij een Natura 2000-gebied. Door de aard en de beperkte omvang van de activiteiten en door de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen' en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering. Ook significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als stikstofdepositie, verontreiniging, verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring zijn op voorhand uit te sluiten".
Stikstof De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 uitgesproken dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten gebruikt mag worden. Daarmee vervalt de in het PAS gehanteerde grenswaarde voor stikstofdepositie van 0,05 mol N/ha/jaar. Gevolg hiervan is dat alle ingrepen die de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied in de
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld omgeving ook maar enigszins verhogen in principe niet zijn toegestaan. Ondanks de relatief grote afstand van circa 8 km tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, kan een verhoging van de stikstofdepositie door de voorgenomen ingreep op dit gebied niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve wordt geadviseerd om een stikstoftoets uit te laten voeren. Met het rekenmodel AERIUS kan de stikstofuitstoot van een planontwikkeling worden berekend. Op 15 oktober 2020 is een nieuwe versie van het rekenmodel AERIUS beschikbaar gesteld. Heeft de planontwikkeling geen toename van stikstof op nabij gelegen natuurgebieden tot gevolg dan kan aan de planontwikkeling worden meegewerkt. Met het rekenprogramma AERIUS is een berekening gemaakt van het plangebied in de fase van bouwrijp maken van het plangebied, het uitgraven van de funderingen voor de woningen, het bouwen van de woningen inclusief het daarbij behorend bouwverkeer en in de gebruiksfase van de woninge. Het rekenprogramma geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Nu de toename van stikstof in de nieuwe situatie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar kan aan het verzoek worden meegewerkt. De berekeningen zijn verwerkt in een stikstofnotitie die als bijlage is bijgevoegd. De berekeningen zijn ook als bijlage bijgevoegd.
Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: provincie Gelderland 2020).
NATUURNETWERK NEDERLAND De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland worden in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). In onderstaande kaart is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk weergegeven. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot het meest nabijgelegen gebied aangewezen als GNN in combinatie met de aard en de omvang van de voorgenomen ingreep (nieuwbouw) niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming wordt niet noodzakelijk geacht.
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Ligging onderzoekslocatie (rood) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) (bron: Natuurbeheerplan 2020, Provincie Gelderland).
Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij gedeputeerde staten. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht conform artikel 4.2 en artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap. Er zijn geen bomen binnen het plangebied aanwezig. Derhalve is een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde houtopstanden uitgesloten. Er geldt derhalve geen meldingsplicht en herplantplicht en vervolgmaatregelen zijn niet nodig.
Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen, hetgeen goed mogelijk is. Er dient rekening te worden gehouden met het volgende: snoei- en graafwerkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen van maart tot half augustus; snoei- en graafwerkzaamheden uitvoeren binnen het broedseizoen alleen na een broedvogelinspectie door een ter zake kundige;
4.8
Bedrijven en milieuzonering
Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is (dit is niet altijd de werkelijke gevel, maar de plek waar de gevel van de woning volgens het bestemmingsplan inclusief vergunningvrij bouwen mogelijk is). De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.
Situatie plangebied De omgeving van het te ontwikkelen plangebied aan de Looweg bestaat hoofdzakelijk uit woningen en is hierdoor aan te merken als woongebied. Ten noorden van het plangebied is een sportaccommodatie gelegen met voetbalvelden van HMC'17, tennisbanen, een speelveld met speeltuin alsmede de sportkantine en parkerplaatsen. Ten noordwesten van het plangebied is de katholieke kerk gelegen alsmede de begraafplaats. Daarnaast bevindt zich de openbare basisschool met aan de achterzijde hiervan de speelplaats. Door deze aanwezige sport-, onderwijs en religieuze functies is er in de omgeving van het plangebied geen sprake meer van een rustig woongebied maar van een gemengd gebied. Sportaccomodatie De sportaccommodatie aan de noordzijde van het plangebied bestaan uit twee voetbalvelden en een wat kleiner trainingsveld van HMC'17, een sportkantine, een tweetal tennisvelden en een speelveld voor diverse sporten zoals voetval, basketbal, etc. Daarnaast ligt nog een skate- annex fietscrossbaan en een speeltuin. Aan de voorzijde van deze sportaccommodatie ligt het parkeerterrein. Ingevolge de handboek "Bedrijven en milieuzonering" geldt voor een veldsportcomplex (met verlichting) en tennisbanen (met verlichting) een richtafstand van 50 m waarbij 'geluid' de bepalende afstandsfactor is.
De overige hierboven genoemde activiteiten worden niet met name genoemd in het handboek zodat in dit specifieke geval deze onder de noemer 'veldsportcomplex' vallen en dus ook de richtafstand van 50 m geldt. De woningen in het te ontwikkelen plangebied komen op een afstand van ongeveer 55 m te liggen vanaf de parkeerplaatsen ten behoeve van het sportcomplex. Het speelveld komt te liggen op ongeveer 60 m en de overige onderdelen van het sportcomplex zijn achter de parkeerplaatsen en speelveld gelegen dus op meer dan 60 m van het te ontwikkelen plangebied. De sportaccommodatie voldoet hiermee aan de richtafstand uit het handboek "Bedrijven en milieuzonering". Onderwijs De basisschool 'Sint Canisius' heeft aan de achterzijde van het gebouw de speelplaats. Ingevolge de handboek "Bedrijven en milieuzonering" geldt voor 'scholen voor basis- en algemeen voortgezet
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld onderwijs' een richtafstand van 30 m waarbij 'geluid' de bepalende afstandsfactor is. De woningen in het te ontwikkelen plangebied komen op een afstand van ongeveer 75 m te liggen vanaf de speelplaats van de basischool. De school met de speelplaats voldoet hiermee aan de richtafstand uit het handboek "Bedrijven en milieuzonering". Religie Aan de achterzijde van de rooms-katholieke Sint Agathakerk ligt de begraafplaats. Ingevolge de handboek "Bedrijven en milieuzonering" geldt voor een 'begraafplaats' een richtafstand van 10 m waarbij 'geluid' de bepalende afstandsfactor is. Een kerk wordt niet als zodanig genoemd. De woningen in het te ontwikkelen plangebied komen op een afstand van ongeveer 15 m te liggen vanaf de begraafplaats van de Sint Agathakerk. De kerk zelf komt te liggen op ongeveer 60 m van het plangebied. De begraafplaats voldoet hiermee aan de richtafstand uit het handboek "Bedrijven en milieuzonering".
Algemeen Zoals hierboven omschreven worden de nieuwbouwwoningen in het plangebied geprojecteerd op voldoende afstand van de omliggende functies. Hierbij dient te worden vermeld dat de hierboven genoemde richtafstanden voor rustige woongebieden zijn. Al eerder is geconcludeerd dat er door de aanwezigheid van deze functies sprake is van een 'gemengd gebied' en de richtafstanden naar beneden kunnen worden bijgesteld. Nu al aan de richtafstanden voor een rustig woongebied wordt voldaan is bijstelling van de richtafstanden voor een gemengd gebied niet noodzakelijk en ook niet toegepast. Wel is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd om te bepalen of er een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd in de nieuwe woningen afkomstig van deze omliggende functies. In paragraaf 4.6 'Geluid' is dit nader omschreven.
Conclusie Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
4.9
Externe veiligheid
Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.
Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als
Toelichting (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.
Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Situatie plangebied Op het perceel zullen geen activiteiten plaatsvinden en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden waarbij de grenswaarden voor groepsrisico en plaatsgebonden risico worden overschreden. Op ruim 800 m ligt een buisleiding van Defensie. Daarnaast is het plangebied op ruim 0,5 km gelegen van de dichtstbijzijnde route voor gevaarlijke stoffen (N18).
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
42
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
4.10
Geur
Wettelijk kader Bij de realisatie van gevoelige bestemmingen, zoals woningen, is het van belang dat er een goed woonen leefklimaat gewaarborgd wordt. Daarom moet rekening worden gehouden met geurcontouren van bijvoorbeeld bestaande veehouderijen. Hiervoor bieden het Activiteitenbesluit en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) een toetsingskader. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning.Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De raad heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden.
Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is. Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht. Situatie plangebied Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf bevindt zich op een afstand van ruim 500 m ten zuidoosten van het plangebied. Tussen het plangebied en dit agrarisch bedrijf bevinden zich bestaande geurgevoelige objecten, in de vorm van woningen. Het bestemmingsplan biedt ten opzichte van de voorgaande bestemmingplannen niet de mogelijkheid om nieuwe geurgevoelige objecten op kleinere afstand van omliggende veehouderijen te realiseren. Veehouderijen worden dus, ten opzichte van voorgaande bestemmingsplannen, niet verder in de ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. Daarbij bestaan geen aanwijzingen voor een zodanig slecht woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied dat hierop in het kader van dit bestemmingsplan moet worden ingegrepen.
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Looweg. Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre
Toelichting (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren.
Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.
Situatie plangebied Ter plaatse geldt het Facetbestemmingsplan parkeren met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPPAR1800-VG01 van de gemeente Oost Gelre. Binnen het Facetbestemmingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Uitgangspunt is parkeren op eigen terrein. Voor de meeste woningen in het plangebied is dit mogelijk. Enkele woningen, met name tussenwoningen, hebben geen gelegenheid om op eigen terrein te parkeren. Hiervoor is parkeren in het openbaar gebied toegestaan. Binnen het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen daarvoor gerealiseerd om te kunnen voldoen aan de normen zoals opgenomen in de hierboven aangegeven Nota parkeernormen.
Conclusie Per woning kan op eigen terrein worden geparkeerd. Indien dit niet mogelijk is mag gebruik worden gemaakt van parkeerplaatsen in het openbaar gebied. In het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen hiervoor aangelegd.
4.12
Kabels en leidingen
In en rondom het plangebied zijn verschillende algemene nutskabels en -leidingen aanwezig. Hiermee wordt bij de planuitwerking rekening gehouden. Er bevinden zich in of nabij het plangebied geen kabels of leidingen waarvoor in het bestemmingsplan een beschermende regeling moet worden opgenomen.
44
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Toelichting (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Algemeen
De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
5.2
Bestemmingsplan
Het digitale bestemmingsplan 'NL.IMRO.1586.BPHAR901-VG01' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPHAR901-VG01 met bijbehorende regels.
5.3
Plansystematiek
5.3.1
Indeling
Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.
Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.
Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling 46
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken.
Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde' een omgevingsvergunningplicht.
Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 5.3.2
Bestemmingsregels
Groen De bestemming betreft gronden waarop uitsluitend groenvoorzieningen, paden, sport- en Toelichting (vastgesteld)
47
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld spelvoorzieningen, water e.d. zijn toegestaan. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen.
Tuin Deze bestemming geldt met name voor de voortuinen van woningen. Op gronden met deze bestemming mag beperkt gebouwd worden. Schuttingen zijn in deze bestemming niet toegestaan. Specifieke gebruiksregel In het beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat voor een eenduidige, groene en landelijke overgang van het private naar het publieke domein het gewenst is dat er een samenhangende hagenstructuur wordt gerealiseerd. Om het dorpse en groene beeld van het wijkje te versterken is de bouw van schuttingen in het plangebied niet toegestaan. Om de hagenstructuur te realiseren en te handhaven is er een specifieke gebruiksregel hiervoor in de Regels van het bestemmingsplan opgenomen.
Verkeer Deze bestemming is opgesteld voor de openbare verkeersruimte in het plangebied. De woonstraten, aanliggende troitoirs, parkeerplaatsen, bermen en beplantingen maar ook de nutsvoorzieningen zijn in deze bestemming opgenomen.
Wonen Bestemmingsomschrijving De beoogde woonpercelen met woningen en achtertuin krijgen, gemeten vanaf de voorgevel, de bestemming 'Wonen'. Voor de te realiseren woningen zijn bouwvlakken cq. stroken aangegeven waarbinnen de woning gebouwd moet worden. De maatvoeringen zijn op de verbeelding op de plankaart aangegeven. Hier staan ook het aantal maximale woningen per bouwvlak aangegeven. Bij de woning mag maximaal 70 m2 aan bijbehorende bouwwerken worden opgericht. In de woning opgenomen bijbehorende bouwwerken worden in deze oppervlakte meegenomen. Naast het wonen op het perceel is een aan huis gebonden (dienstverlenend) beroep toegestaan, zolang de oppervlakte niet meer bedraagt dan ten hoogste 50 m2. Hierbij geldt dat de woning in overwegende mate de woonfunctie moet behouden en het beroep moet passen in de woonomgeving. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen een hoofdgebouw (de woning) en bij het hoofdgebouw behorende bijbehorende bouwwerken. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, terwijl bijbehorende bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak zijn toegestaan, op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning. De toegestande bouwwijze (vrijstaand en aaneengebouwd) alsmede de maximale goot- en bouwhoogte zijn in de regels maar ook op de verbeelding aangegeven.
Bouwregels De maatvoering en de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is geregeld in de bouwregels waarbij onderscheid is gemaakt tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Schuttingen zijn in deze bestemming niet toegestaan.
Afwijken bouwregels Er zit enige flexibiliteit in de toegestane bouwwijze alsmede in de goothoogte. Hierdoor zijn verschillende dakvormen mogelijk zoals ook is opgenomen in het beeldkwaliteitsplan. Wel is hiervoor
48
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld een afwijking van de regels noodzakelijk.
Specifieke gebruiksregels In het beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat voor een eenduidige, groene en landelijke overgang van het private naar het publieke domein het gewenst is dat er een samenhangende hagenstructuur wordt gerealiseerd. Om het dorpse en groene beeld van het wijkje te versterken is de bouw van schuttingen in het plangebied niet toegestaan. Om de hagenstructuur te realiseren en te handhaven is er een specifieke gebruiksregel hiervoor in de Regels van het bestemmingsplan opgenomen.
Archeologie Bestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' Deze bestemming betreft de te beschermen archeologische waarden. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. Dit is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. In het bestemmingsplan komt voor de categorie: Bestemming
Categorie gemeentelijke archeologische beleidskaart en bijbehorend beleid
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2
Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 100 m2
Er zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de dubbelbestemming geheel of gedeeltelijk te laten vervallen of van categorie te veranderen.
Waarde - Landschap Aangrenzend aan de achtertuinen van de te realiseren woningen ligt de bestemming 'groen'. Om openheid richting deze groenzone te behouden is de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' in dit bestemmingsplan opgenomen. Hiermee wordt een groene wig tussen de woonlocatie en het aangrezende groen behouden. Dit voorkomt dat er direct aangrenzend aan de groenbestemming bijbehorende bouwwerken zoals schuurtjes, speeltoestellen e.d. (ook geen vergunningsvrije) of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals schuttngen kunnen worden opgericht. Specifieke gebruiksregels In de specifieke gebruiksregels is aangegeven dat het gebruik van de gronden voor het bebouwen van het erf, zoals bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht, is verboden. Met dit verbod wordt geborgd dat er ook geen vergunningvrije bouwwerken worden gebouwd. Per kavel blijft overigens een achtererf over binnen de bestemming 'Wonen', afhankelijk van de situering van het bouwblok op de kavel. Hier kan wel vergunningsvrij worden gebouwd. In het beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat voor een eenduidige, groene en landelijke overgang van het private naar het publieke domein het gewenst is dat er een samenhangende hagenstructuur wordt gerealiseerd. Om het dorpse en groene beeld van het wijkje te versterken is de bouw van schuttingen in het plangebied niet toegestaan.
Om de hagenstructuur te realiseren en te handhaven is dit ook in de specifieke gebruiksregel van het bestemmingsplan opgenomen.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit
Toelichting (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 75 m3. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het in geringe mate aanpassen van het plan. Daarnaast zijn het oprichten van bouwwerken ten behoeve van openbaar nut opgenomen. Aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden gekoppeld.
Parkeerregelgeving In artikel 11 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt.
Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.
50
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening woningbouw Looweg Harreveld
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de gewenste ontwikkelingen zijn geen rijks- en provinciaal belang in het geding. Ook het waterschapsbelang komt niet in het geding. Een voorontwerpbestemmingsplan wordt dan ook niet aan de overlegpartners toegezonden. De partners kunnen reageren op het ontwerpbestemmingsplan.
Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Een ontwerp bestemmingsplan heeft voor een ieder zes weken ter inzage gelegen van 26 februari 2021 tot en met 8 april 2021. Binnen deze termijn is er een zienswijze ingediend. De zienswijze is opgenomen in een Nota van zienswijzen die als bijlage bij dit bestemmingsplan is bijgevoegd. De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan te wijzigen.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De planontwikkeling is een gemeentelijk initiatief waardoor alle kosten zijn verzekerd middels een door een op 8 juni 2021 door de gemeenteraad vastgesteld exploitatieplan. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade wordt door de gemeente betaald. Conclusie Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op gemeentelijk initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn dan ook voor rekening van de gemeente. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd door middel van een vastgesteld exploitatieplan.
Toelichting (vastgesteld)
51
bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl