CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp woningbouw kapelweg toelichting bijlage 3 archeologisch vooronderzoek

Raadscommissie 21 juni 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender’, beeldkwaliteitsplan ‘Kapelweg Vragender’12.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAAP-RAPPORT 4978

Plangebied Kapelweg te Vragender Gemeente Oost Gelre Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) Versie: 04-02-2021 Auteur: Projectcode: OGKV Bestandsnaam: RAAPrap_4978_OGKV_20210204 Autorisatie:

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed- of afkeuring van het rapport.

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van de gemeente Oost Gelre heeft RAAP in januari en februari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Kapelweg te Vragender in de gemeente Oost Gelre. Het onderzoek vond plaats in het kader van de mogelijke aankoop van grond en latere nieuwbouw (wijziging bestemmingsplan/omgevingsvergunning). Het onderzoeksdoel is tweeledig. Enerzijds is het doel van het bureauonderzoek het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische resten tenein de een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Het veldonderzoek (karterende fase) heeft als doel de verwachting te toetsen en eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Het plangebied ligt ter plaatse van een plateau-achtige pleistocene terrasrest van fluviatiele afzettingen (Formatie van Sterksel), mogelijk afgedekt met een laag dekzand (Formatie van Boxtel) met daarop een plaggendek. Circa 200 m noordelijk van het plangebied ligt een droogdal. Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge archeologische verwachting voor alle perioden vanaf het laat paleolithicum t/m de late middeleeuwen. Het betreft resten van (tijdelijke) bewoning en landbewerking.

Bovendien kunnen in het plangebied graven aanwezig zijn, gezien de nabijheid van een laatmiddeleeuwse kapel (en mogelijk oudere voorganger). Het karterend booronderzoek bestond uit 11 boringen met Edelmanboor van 15 cm in diameter. Het opgeboorde materiaal is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm. Een boring in de zuidoosthoek is op 95 cm –mv gestuit. Uit het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied een cultuurdek aanwezig is, bestaande uit een plaggendek (circa 90-110 cm dik) met aan de basis een fossiele cultuurlaag. De top van de natuurlijke ondergrond ligt op een diepte van circa 100 -150 cm –mv (28,8 m +NAP in boring 1; 29,5 m +NAP in boring 5). Op dit niveau bevindt zich ook het potentiële archeologische sporenniveau uit de periode paleolithicum t/m de late middeleeuwen. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de hoge archeologische verwachting worden gehandhaafd, met name voor archeologische resten van bewoning, landbewerking en – vanwege de nabijheid van de kapel en de aangetroffen resten onverbrand bot – mogelijk begravingen. Eventuele resten uit het paleolithicum en mesolithicum zullen een geringe gaafheid hebben. Uit onderhavig onderzoek blijkt dat bij toekomstige bodemingrepen mogelijk archeologische resten worden bedreigd.

Daarom wordt aanbevolen om toekomstige bodemingrepen te beperken tot een diepte van 60 cm –mv, waarbij een bufferzone van 30 cm boven de basis van het plaggendek wordt aangehouden. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt voor het gehele plangebied een proefsleuvenonderzoek aanbevolen. Dit advies geldt voor het gehele plangebied. Een proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Oost Gelre, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[3]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ............................................................................................................................. 9 2.1 Methode .............................................................................................................................................. 9 2.2 Aardkundige situatie ............................................................................................................................ 9 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 13 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 18 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 22 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 24 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 24

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 27 3.1 Methode ............................................................................................................................................ 27 3.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 27 3.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 29

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 30 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 30 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 30 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 30

Literatuur .......................................................................................................................................... 31 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 33

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[4]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van de gemeente Oost Gelre heeft RAAP in januari en februari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Kapelweg te Vragender in de gemeente Oost Gelre (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van de mogelijke aankoop van grond en latere nieuwbouw (wijziging bestemmingsplan/omgevingsvergunning ). Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeolo gische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre ligt het plangebied in ‘AWV categorie 7: overige plekken met een hoge archeologische verwachting’. Het beleid voor deze categorie schrijft voor dat er gestreefd dient te worden naar behoud in huidige staat, en dat er bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. De westelijke helft van het plangebied ligt bovendien in ‘AWG categorie 3: bekende archeologische vindplaats met rondom attentiezone van 50 m’. Voor deze zone gelden dezelfde voorschriften.

Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018. 1 Het plangebied beslaat circa 4.600 m 2 . De verwachte toekomstige bodemingrepen met betrekking tot woningbouw zullen naar verwachting de vrijstellingsgrens overschrijden. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is in dat geval verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1

NL.IMRO.1586.CPBPBUI100-VG01, vastgesteld op 21 juni 2018.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[5]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood gearceerd). Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[6]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Opdrachtgever

Gemeente Oost Gelre

Bevoegde overheid

Gemeente Oost Gelre

Plaats

Vragender

Gemeente

Oost Gelre

Provincie

Gelderland

Centrumcoördinaten (X/Y)

239.080 / 445.152

Toponiem

Vragender Es, Kapelweg

Kadastrale gegevens

Kad.gem. Lichtenvoorde, sectie S, nr. 507 (gedeeltelijk)

Oppervlakte plangebied

Circa 4.600 m²

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Januari en februari 2021

Uitvoerder

RAAP Oost

Projectleider Projectmedewerkers RAAP-projectcode

OGKV

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4937253100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Oost te Zutphen en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling Het onderzoeksdoel is tweeledig. Enerzijds is het doel van het bureauonderzoek het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Het veldonderzo ek (karterende fase) heeft als doel de verwachting te toetsen en eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: Bureauonderzoek: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het onderzoeksgebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het onderzoeksgebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het onderzoeksgebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[7]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Veldonderzoek: 

Zijn de verwachte archeologische indicatoren binnen het onderzoeksgebied aanwezig?

Hoe adequaat is de gekozen zoekstrategie geweest?

Indien archeologische resten worden aangetroffen: wat is de aard, datering, diepteligging en gaafheid van de archeologische resten?

Kan op basis van deze archeologische resten de gespecificeerde archeologische verwachting worden bijgesteld?

Kunnen de aangetroffen vindplaatsen gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[8]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebr uik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische si tuatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Het plangebied bevindt zich ter plaatse van een plateau-achtige pleistocene terrasrest van fluviatiele afzettingen (Formatie van Sterksel), mogelijk afgedekt met een laag dekzand (Formatie van Boxtel) met daarop een plaggendek (figuur 2). De bodemopbouw direct oostelijk van het plangebied bestaat uit lemig zand (keileem tot keizand) met daarop fluvioperiglaciale (smeltwater)zanden met daarop een esdek van gemiddeld 125 cm dik (de Wit, 1999; Kenemans & van der Velde, 2000). Op basis van het AHN3 ligt het maaiveld aan de oostzijde van het plangebied op vergelijkbare hoogte als op de locatie waar in het verleden een proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden (Kenemans & van der Velde, 2000). Zodoende wordt ook in onderhavig plangebied een plaggendek verwach t (figuur 2). Het maaiveld loopt op in oostelijke richting en loopt duidelijk af richting het droogdal dat zich op circa 200 m noordelijk van het plangebied bevindt. Tegenwoordig stroomt de Vragender Beek door dit dal. Geologische situatie (Weerts e.a., 2006)

Formatie van Sterksel met een dek van de Formatie van Boxtel; rivierzand en –grind met een zanddek

Geomorfologische situatie (Koomen & Maas, 2004; figuur 2)

Plateau-achtige terrasrest (fluviatiel), al dan niet bedekt of opgevuld met dekzand (code 5F41). Zo’n 200 m noordelijk van het plangebied loopt een oost-west georiënteerd, ondiep droogdal (code 22R21) met aan weerszijden een glooiing van hellingafspoelingen (code 4H32).

Ouderdom geomorfologische structuur

Laat-Pleistoceen met antropogeen dek ((late) middeleeuwen – nieuwe tijd)

Bodemkundige situatie (figuur 4)

In het westelijk deel van het plangebied wordt een veldpodzol verwacht met leemarm en zwak lemig fijn zand (code Hn21). In de oostelijke helft wordt een hoge zwarte enkeerdgrond met lemig fijn zand (code zEZ23) verwacht.

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

Onder de bouwvoor/plaggendek. Bij het proefsleuvenonderzoek oostelijk van onderhavig plangebied was het plangebied 60 cm (put 2) tot 125 cm (put 1) dik.

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[9]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 2. Het plangebied geprojecteerd op de Geomorfologische Kaart van Nederland schaal 1:50.000 (Koomen & Maas, 2004) met overlay van de reliëfkaart van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3) .

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[10]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3), waarop de hoogteligging van het maaiveld is weergegeven.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[11]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 4. Het plangebied geprojecteerd op de Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000 ( www.pdok.nl).

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[12]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018

Dubbelbestemming ‘waarde – archeologisch waardevol gebied 1’ (westelijke helft) en ‘waarde – archeologische verwachtingswaarde 2’ (oostelijke helft)

NL.IMRO.1586.CPBPBUI100-VG01 Gemeentelijke archeologische landschappenkaart (figuur 5)

Stuwwal- en grondmorenelandschap van Midden- en Oost-Nederland; code Du: daluitspoelingswaaierlob, al dan niet met dekzand.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart (figuur 6)

Westelijke helft: AWG categorie 3: bekende vindplaats met attentiezon e van 50 m. Oostelijke helft: AWG categorie 7 (overige gebieden met hoge archeologische verwachting). Beide categorieën: streven naar behoud in huidige staat; onderzoeksplicht bij bodemingrepen >100 m 2 en >30 cm -mv.

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Figuur 5. Het plangebied geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische landschappenkaart (RAAP -rapport 1757, kaartbijlage 1). Oranje (code Du): daluitspoelingswaaierlob, al dan niet met dekzand. Geel (code Ev): dekzandvlakte met overwegend veldpodzolgronden. Blauwe arcering: AMK -terrein van hoge archeologische waarde. Donkerblauwe kader: zone proefsleuvenonderzoek. Lichtblauwe cirkel: vindplaats ui t ijzertijd (nederzetting algemeen); groene cirkel: vindplaats late middeleeuwen (v.l.n.r.: kerk, verkaveling, nederzetting).

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[13]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 6. Archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre. Rode zone = AWV categorie 7 (hoge verwachting); geel = AWV categorie 8 (middelmatige verwachting); oranje = AWG categorie 2 (terrein van hoge archeologische waarde); grijze stippen = AWG categorie 3 (bekende vindplaats met attentiezone van 50 m); rode stippen = vindplaats; blauw kader = locatie proefsleuvenonderzoek (RAAP-rapport 1757, kaartbijlage 2).

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[14]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens Monument

Ligging

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Waarde

11840

8mW

Kerk

Late middeleeuwen

Bestaande muurresten

Ook boven maaiveld

Terrein van hoge archeologisch waarde

12859

390 m ZO

Nederzetting

Globale datering: neolithicum – late middeleeuwen A

Onder esdek: lichtbruine laag met stukjes aardewerk en houtskool: verploegde bodem

Vanaf 80120 cm -mv

Terrein van archeologische waarde

Zaakid.

Ligging t.o.v. plangebie d

Complex

Datering

Materiaal

Diepte

Verzamelwijze

294029510 0

28 m W

Kapel

Late middeleeuwen B – nieuwe tijd laat

Keramiek, muurresten

Deels boven maaiveld

Nietarcheologisch

200784710 0

80 m NO + 85 m O

Niet te bepalen

Neolithicumijzertijd + late middeleeuwen

Geërodeerde sporen en paalkuilen (esomheining?)

Onder esdek (circa 125 cm -mv)

Proefsleuven

315234410 0

200 m O

Niet te bepalen

Paleolithicum – nieuwe tijd laat, o.a. ijzertijd

Aardewerk (ijzertijd), houtskool (ongedateerd) en vuursteen

Onder esdek

Veldkartering en boringen

237181210 0

365 m Z

periferie van nederzetting

Late middeleeuwen B – nieuwe tijd laat

Houtskool, steengoed, modern puin

In esdek; nieuwetijds steengoed onder esdek

Karterend booronderzoek

295255910 0

145 m ZW

Periferie van nederzetting

Paleolithicum – nieuwe tijd laat

Handgevormd aardewerk (ijzertijd), houtskool, vuursteensplinters

Uit en onder esdek

Boringen

223537610 0

175 m ZW

Bewoning (onbepaald)

Late bronstijd – vroege middeleeuwen

Handgevormd aardewerk

Onderkant plaggendek

Boringen

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties binnen het onderzoeksgebied.

Wanneer de vindplaatsen en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat de meeste vondstmeldingen zijn gedaan in een vergelijkbare landschappelijke setting als die van het plangebied: onder een esdek, ter plaatse van de plateauachtige terrasrest.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[15]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakid. + ligging t.o.v. plangebied

Resultaat/advies

2032916100 + 2081249100 + 2007847100 Direct O + 170 m O

Karterend booronderzoek (de Wit, 1999): keileem/keizand met daarop fluvioperiglaciale (smeltwater)zanden met daarop esdek (gemiddeld 40 cm dik). In 5 van de 6 megaboringen werd handgevormd aardewerk (ijzertijd), brokjes houtskool en vuursteensplinters aangetroffen. Advies: proefsleuven. Proefsleuven (Kenemans & van der Velde, 2000): proefsleuven. Put 1 (oostelijk van onderhavig plangebied): plaggendek ±1,25 m dik. Sporen uit late middeleeuwen (hekwerk rond akkers), scherf uit ijzertijd en aangetaste oudere sporen. Advies: geen vervolgonderzoek; wel overweging tot begeleiden van afgraven bovengrond.

2371797100 200 m ZO

Bureau-, verkennend en karterend booronderzoek (Spanjaard, 2013). (Middel)hoge verwachting voor resten uit alle perioden. Veldonderzoek: dik plaggendek op fossiele akkerlaag met daaronder restant van een podzol. Indicatoren uit nieuwe tijd. Advies: geen vervolg.

2316587100 320 m Z

Bureau- en verkennend booronderzoek (Zielman, 2011). Bureauonderzoek: hoge verwachting voor vindplaatsen uit bronstijd t/m late middeleeuwen. Veldo nderzoek: geen aanwijzingen voor aanwezigheid van een (intacte) archeologische vindplaats. Advies: geen vervolg.

2235376100 + 2267096100 135 m ZW

Bureau- en verkennend booronderzoek (Ringenier, 2009); hoge verwachting voor alle perioden. Onder plaggendek 2 fragmenten handgevormd aardewerk (late bronstijd – vroege middeleeuwen) aangetroffen. Advies: begeleiding. Begeleiding (Loonen, 2010): geen archeologische waarden; vermoedelijk wel in de directe nabijheid.

2270376100 + 2271072100 125 m W

Bureauonderzoek (Ten Broeke, 2010): plateau-achtige terrasrest; hoge verwachting voor resten vanaf het laat-paleolithicum t/m nieuwe tijd. Advies: karterend booronderzoek.

2286593100 2286714100 110 m W

Bureauonderzoek (ten Broeke, 2010): hoge verwachting vanaf laat -paleolithicum; advies: karterend booronderzoek. Karterend booronderzoek (Wullink & ten Broeke, 2010): Z van Kapelweg: hoge enkeerdgrond op sneeuwsmeltwaterafzettingen. Afgetopte veldpodzol. Noordelijk van de Kapelweg is een fragment 13 e -eeuws proto-steengoed gevonden. Advies: begeleiding bij ingrepen >1,2 m –mv aan zuidzijde + stabilisatielaag op huidige maaiveld aan noordzijde.

Karterend booronderzoek (Thijs & Ten Broeke, 2010): dik eerddek op dunne laag sneeuwsmeltwaterafzettingen op keileemafzettingen. Geen indicatoren; advies: geen vervolg.

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 25-01-2021 is een verzoek gedaan aan de vereniging AWN Afdeling 17 – Zuid-Veluwe en OostGelderland en naar de Vereniging voor Oudheidkunde Lichtenvoorde voor aanvullende gegevens. Vanuit de AWN zijn geen relevante gegevens bekend. Specifiek op onze vraag of zij in onderhavig plangebied begravingen ve rwachten, antwoordt dhr. Martin Huinink namens de Vereniging voor Oudheidkunde Lichtenvoorde: “Vragender viel onder het kerspel Groenlo en begravingen vonden plaats in Groenlo. In 1496 werd een nieuwe kapel in Lichtenvoorde gebouwd, maar Lichtenvoorde blee f kerkelijk onder Groenlo vallen. Pas omstreeks 1600 ging Lichtenvoorde zich zodanig onafhankelijk van Groenlo opstellen dat de doden bij de nieuwe kapel in Lichtenvoorde – dus niet in Vragender – werden begraven. Het lijkt ons dan ook

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[16]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

welhaast zeker dat er nooit echt een kerkhof bij de Vragender kapel is geweest en dat er alleen incidenteel een begraving plaatsvond, als begraven in Groenlo door omstandigheden niet mogelijk was. Maar wijlen pater M. Reinders schrijft in een artikel in ‘de Lichte voorde’ we l dat er ‘volgens de overlevering’ beenderen zouden zijn gevonden en dat er in Vragender wel begraven zou zijn rond 1648, toen in Lichtenvoorde op de plaats van de kapel uit 1496 de huidige Johanneskerk werd gebouwd. Dat zal dan waarschijnlijk wel in de directe omgeving van de kapel zijn geweest.” (Martin Huinink, persoonlijke communicatie d.d. 26-01-2021).

Figuur 7. Overzicht van archeologische vondstlocaties (rode labels), eerder archeologisch onderzoek (zwarte labels) en archeologische monumenten (AMK-terreinen) (bron: Archis3).

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[17]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20 e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Westelijk van het plangebied, aan de overzijde van de Pastoor Scheepersstraat, staat de ruïne van een kapel. De oudste vermelding van de kapel dateert uit 1444. 2 De precieze ouderdom van de kapel is echter niet bekend. Mogelijk is er een houten voorganger geweest (Reinders, 1974). De Kerkenhoek (rond de kapel) van Vragender zou als hof bij het Stift te Vreden (Duitsland) hebben behoord; een klooster dat in de negende eeuw werd opgericht en later tot het bisdom van Münster werd gerekend. Op boerderij het Leferink (‘Leffardic’) woonden in 1266 horigen van dit Stift in de Kerkenhoek. Er wordt vermoed dat het Stift hier op eigen grond een kapel heeft laten bouwen (Reinders, 1985). Er is geen kerkhof bij de kapel bekend: dopen, trouwen en begraven vond in de parochiekerk van Groenlo plaats.

In sommige gevallen was het niet mogelijk om de overledene naar Groenlo te brengen, bijvoorbeeld tijdens overstromingen van de Vragender beek, ti jdens belegeringen van Groenlo, of voor bewoners van Lichtenvoorde tijdens de bouw van de hervormde kerk in Lichtenvoorde in 1648. Vermoedelijk werd in dergelijke gevallen toegestaan om een overledene in Vragender te begraven. Reinders (1974) schrijft: “Volgens de overlevering is er later toch een kerkhof bij de kapel aangelegd. Er zouden daar doodsbeenderen zijn opgegraven. Binnen de kapelruïne had men zelfs in een priestergraf een gouden [vergulde] kelk aangetroffen”. Ook is er een akte van 23 april 1444 waarin staat dat Herman Stemerinck en familie vier percelen land uit het goed Sc[h]ilderinck (Brummelenhoek) afstaan. Deze zouden op kleine afstand oostelijk van de kapel liggen (Gelders Archief; toegangsnr. 0378 Heren van Borculo) . Of dit onderhavig plangebied betreft, is op basis van de geraadpleegde bronnen niet duidelijk . Op de Hottingerkaart uit het einde van de 18 e eeuw is de “Oude Capelle” aangegeven, evenals de voorlopers van de Pastoor Scheepersstraat en de Kapelweg (figuur 8). Verder toont de kaart dat het plangebied destijds deel uitmaakte van een groot akkercomplex (Vragender Es).

Bewoning en bebouwing is op enige afstand richting het oosten, het zuiden en westelijk van de Pastoor Scheepersstraat getekend, in de lager gelegen delen van het landschap. De kadastrale minuutplans uit 1811-1832 (HisGIS Gelderland) bevestigen dat het g ebied noordelijk en zuidelijk van de Kapelweg (inclusief onderhavig plangebied) en zuidwestelijk van onderhavig plangebied in gebruik was als bouwland. In de loop van de 19 e , 20 e en 21 e eeuw is de plaats Vragender uitgebreid, hoewel het plangebied onbebouwd gebleven (figuur 10). In het plangebied zijn dan ook geen bouwhistorische waarden (Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, MIP-objecten en dergelijke) aanwezig.

2

Gelders Archief; toegangsnr. 0378 Heeren van Borculo, 128.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[18]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 8. Het plangebied (rode pijl) aangeduid op de Hottingerkaart uit 1773-1794 (Versfelt, 2003).

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[19]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 9. Het plangebied aangeduid op de gedigitaliseerde kadastrale minuut uit 1811 -1832 (HisGIS). .

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[20]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 10. Het plangebied (blauwe kader) geprojecteerd op topografische kaarten uit 1850 -2011 (Topotijdreis.nl). .

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[21]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

Bouwland (maïs)

Hoogteligging maaiveld

29,7 (noordwesthoek) - 31,1 m +NAP (zuidoosthoek).

Grondwatertrap of -stand

VI (westelijke helft): GHG: 40-80 cm –mv; GLG > 120 cm -mv VIII (oostelijke helft): GHG >140 cm –mv; GLG > 140 cm –mv.

Milieutechnische condities

Niet bekend; nog geen rapportages beschikbaar.

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Geen.

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Zie figuur 14.

Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 11. Het plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[22]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 12. Detailweergave van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3).

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[23]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

Aankoop en in de toekomst mogelijk woningbouw

Omvang en diepte

Nog niet bekend. Plangebied beslaat 4.600 m 2

Invloed op maaiveld en grondwater

Nog niet bekend.

Toekomstig gebruik

Vermoedelijk bewoning

Toekomstige gebruiker

Onbekend

Tabel 7. De toekomstige situatie.

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbron nen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied komen gradiëntsituaties voor. Zodoende worden vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht. Het betreft resten van tijdelijke jachtkampementen vanaf het laat-paleolithicum t/m het neolithicum.

Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door een relatief hoge landschappelijke ligging. Hierdoor worden archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (late prehistorie; neolithicum) verwacht. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Zodoende worden in het plangebied archeologische resten van

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[24]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

bewoning verwacht uit de periode vanaf het neolithicum tot de late middeleeuwen. Dergelijke vindplaatsen zijn over het algemeen 500-2.000 m 2 in omvang en kenmerken zich door een spreiding van vondstmateriaal. Ook kunnen er resten gerelateerd aan de kapel aanwezig zijn, zoals menselijke begravingen of bijgebouwen, hoewel deze zich vermoedelijk westelijk van de Pastoor Scheepersstraat bevinden. Vermoedelijk raakte het plangebied vanaf de late middeleeuwen in gebruik als landbouwgrond. Uit deze periode worden voornamelijk restanten van landgebruik verwacht, zoals ook oostelijk van onderhavig plangebied is aangetroffen. (Diepte)ligging In het plangebied komt een jong afdekkend pakket voor dat een ouder loopvlak afdekt. Dit afdekkende pakket dateert vermoedelijk uit de late middeleeuwen t/m nieuwe tijd. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich op circa 125 cm -mv. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten. Vanwege het jonge afdekkende pakket is het prehistorische loopvlak in het plangebied mogelijk geconserveerd. Eventuele archeologische resten zijn zodoende mogelijk goed beschermd (bijvoorbeeld tegen recente diepe bodembewerking) en kennen naar verwachting een hoge gaafheid.

Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschre ven, zijn samengevat in tabel 8. Daarnaast zijn de prospectiekenmerken met betrekking tot de verwachte archeologische resten in figuur 13 schematisch verbeeld. Archeologisch e periode

Complextype

Omvang

Kenmerken

Diepteligging

Gaafheid

Laatpaleolithicum – neolithicum

Tijdelijke jachtkampementen

Enkele tientallen vierkante meters

Spreiding van bewerkt vuursteen en afval

Basis plaggendek

(middel)hoo g

Neolithicum t/m vroege middeleeuwen

Bewoning

Ca. 500-2.000 m 2

Spreiding van met name aardewerk, afval en evt. cultuurlaag

Basis plaggendek

(middel)hoo g

Late middeleeuwen

Kerkhof en/of bijgebouwen

onbekend

Menselijke botresten, baksteen

(basis) plaggendek

(middel)hoo g

Late middeleeuwen – nieuwe tijd

Landbewerking (Vragender Es)

Honderden vierkante meters

Plaggen, ploegsporen, perceelgrenzen

Vanaf maaiveld

Hoog

Tabel 8. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[25]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Figuur 13. Diagram voor archeologische vondst - en spoorcomplexen. Rode kader: aanduiding van de situatie in het plangebied.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[26]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een karterend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 19 januari 2021. Dit booronderzoek wordt niet geschikt geacht voor het opsporen van nederzettingsresten die zic h kenmerken door de afwezigheid van een archeologische laag en waar sprake is van een lage vondstdichtheid (<40 vondsten/m 2 ). Kleinschalige of lijnvormige resten als graven, greppels, rituele deposities e.d. zijn in de regel evenmin door middel van een boo ronderzoek op te sporen. Voor deze type vindplaatsen geldt het onderzoek als een archeologische verkenning In het plangebied zijn 11 boringen verricht in een grid van 20 bij 25 m in drie raaien ( figuur 14). Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai 20 m van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. Er is geboord tot maximaal 180 cm -mv met een Edelmanboor (15 cm). De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3 zie bijlage 3) en met behulp van RTK-GPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte bepaald met behulp van een RTK-GPS.

Het opgeboorde materiaal is vanaf de onderkant van het plaggendek tot de einddiepte van de boring gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm.

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Het onderzoeksgebied was ten tijde van het veldwerk in gebruik als maïsakker, waarvan de stoppels nog aanwezig waren. Aan het maaiveld zijn wat fragmenten puin en recent afval waargenomen. Dit materiaal werd niet als archeologisch relevant beschouwd en is derhalve niet verzameld. Westelijk van de Kapelweg is de ruïne van de kerk aanwezig. Noordelijk va n het plangebied is de laagte van het droogdal, waar nu de Vragenderbeek stroomt, goed te zien.

3.2.2

Geologie en bodem

In het plangebied is een cultuurdek aanwezig bestaande uit een plaggendek op een fossiele cultuurlaag (oude akkerlaag) op de C-horizont. In tabel 9 is een globaal overzicht van de bodemopbouw gegeven. Het plaggendek – waarvan de bovenste 30 cm de huidige bouwvoor betreft – bestaat uit opeenvolgend donkerbruingrijs, donkergrijsbruin, donkerbruin en bruingrijs zand; alle zwak tot matig grindig en met een lichtgrijze zweem van loodzandachtige zandkorrels. De top is sterk humeus; naar onderen toe neemt het humusgehalte af. De basis van het plaggendek is bruingrijs van kleur en ligt tussen circa 95 cm –mv (29,0 m +NAP, boring 1) en 110 cm –mv (29,7 m +NAP, boring 10). Hierin zijn wat lichtbruingrijze vlekken waargenomen die vanuit onderliggende lichtbruingrijze laag zullen zijn

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[27]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

verploegd. Het plaggendek lijkt uit meerdere fasen te bestaan, mogelijk elk met een andere oorsprong van het opgebrachte materiaal (tabel 9). Vanaf een diepte vanaf circa 90 cm –mv (29,0 m +NAP, boring 1) à 110 cm –mv (29,7 m +NAP, boring 10) is lichtbruingrijs, rommelig en vlekkerig zand aanwezig. Dit wordt geïnterpreteerd als oude akkerlaag c.q. fossiele cultuurlaag in dekzand. De lichtbruingrijze laag vertoont veelal een vlekkerige overgang (gele zandbrokken) naar de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Enkel in boring 4 is onder de oude akkerlaag een bruingele laag aanwezig die als BC-horizont wordt geïnterpreteerd (110-115 cm – mv). De C-horizont bestaat uit zwak tot matig siltig, oranjegeel tot lichtgeelgrijs, scherp zand met ijzervlekken en zeer grof grind. Dit materiaal zal deel uitmaken van de plateau -achtige terrasrest die hier werd verwacht. Boring 11 is op 95 cm –mv (30,12 m +NAP) gestuit. Het is niet bekend waarop is gestuit. De bovenliggende niveaus leken niet verstoord te zijn. Globale diepte (cm –mv)

Beschrijving

Interpretatie

0-30 cm

Donkerbruin, sterk humeus zand

Bouwvoor

30-40 cm

Donkerbruingrijs, matig tot sterk humeus, grijze zweem

Plaggendek

40-60 cm

Donkergrijsbruin, zwak grindig zand, enkele ijzervlekken

Plaggendek

60-75 cm

Donkerbruin, zwak grindig, grijze zweem

Plaggendek

75-90 cm

Bruingrijs, zwak/matig grindig, iets vlekkerig zand

Basis plaggendek / top oude akkerlaag

90-100 cm

Lichtbruingrijs zand, vlekkerig

Oude akkerlaag / fossiele cultuurlaag

(100-110) cm

Lichtbruingrijs, geel gevlekt (niet in elke boring)

“Menglaag” (verploegd tot in C-horizont)

>110 cm

Lichtgeelgrijs zand met ijzervlekken en zeer grof grind

C-horizont

Tabel 9. Globaal overzicht van de bodemopbouw in het plangebied. Richting het zuidoosten van het plangebied neemt de diepte van elke laag verder toe.

3.2.3

Archeologische indicatoren

In vrijwel alle boringen zijn enkele puinspikkels in het plaggendek waargenomen. Gezien de context (opgebracht en verploegd pakket), worden deze puinspikkels niet als archeologisch relevante indicatoren beschouwd en zijn deze niet verzameld. In enkele boringen is sterk gefragmenteerd, onverbrand bot gevonden: -

Boring 1: 40-60 cm –mv (plaggendek)

-

Boring 5: 90-140 cm –mv (oude akkerlaag of menglaag)

-

Boring 7: 40-60 cm –mv (plaggendek) en 115-140 cm –mv (oude akkerlaag)

Deze botsplinters waren zeer gefragmenteerd en in slechte staat en zijn derhalve niet verzameld.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[28]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

3.3 Archeologische relevantie De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een plaggendek van zeker 90-110 cm dik met daaronder een fossiele cultuurlaag op de C-horizont. Het archeologisch relevante niveau bevindt zich aan de basis van het plaggendek; vanaf een diepte van circa 90 à 110 cm -mv. Slechts in één boring is nog een BC-horizont aanwezig; in de overige boringen is onder de oude akkerlaag geen bodemvorming waargenomen. De bodemopbouw komt sterk overeen met de locatie oos telijk van het plangebied, waar laat-middeleeuwse sporen en aardewerk en sporen uit (vermoedelijk) de ijzertijd zijn aangetroffen (Kenemans & van der Velde, 2000). De archeologische indicatoren zijn moeilijk te duiden: de fragmenten onverbrand bot en puinspikkels die in het plaggendek zijn waargenomen, kunnen van elders zijn aangevoerd met (plaggen)mest. Het is echter ook mogelijk dat er graven en/of resten van bewoning in het plangebied aanwezig zijn. Enkel in boring 4 is een BC-horizont aangetroffen. Dit impliceert dat het potentiële archeologische niveau (oude maaiveld) uit de perioden voorafgaand aan de landbouw (paleolithicum en mesolithicum) sterk door ploegen is aangetast. Eventuele vindplaatsen uit deze periode z ijn in de fossiele cultuurlaag opgenomen en zullen derhalve een geringe gaafheid hebben.

Figuur 14. Locatie van de uitgevoerde boringen en de ligging van kabels en leidingen.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[29]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: In het plangebied is een cultuurdek aanwezig van zeker 90-110 cm dik, bestaande uit een plaggendek met aan de basis een fossiele cultuurlaag. De top van de natuurlijke ondergrond ligt op een diepte van circa 100-150 cm –mv (28,8 m +NAP in boring 1; 29,5 m +NAP in boring 5). Op dit niveau bevindt zich ook het potentiële archeologische sporenniveau uit de periode vanaf het paleolithicum t/m de late middeleeuwen. Uit de nieuwe tijd worden enkel resten van landbewerking verwacht. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de hoge archeologische verwachting worden gehandhaafd, met name voor archeologische resten van bewoning, landbewerking en – vanwege de nabijheid van de kapel en de aangetroffen resten onverbrand bot – mogelijk begravingen uit de periode vanaf het neolithicum t/m de late middeleeuwen.

4.2 Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten aanwezig zijn. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door toekomstige bodemingrepen tot een maximale diepte van 60 cm –mv te beperken, waarbij een bufferzone van 30 cm boven de onderkant van het plaggendek wordt aangehouden. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting te toetsen wordt vervolgo nderzoek geadviseerd in de vorm van een karterende fase van een inventariserend veldonderzoek. Gezien de prospectiekenmerken is een onderzoek met behulp van proefsleuven de geëigende methode voor vervolgonderzoek (zie ook https://pom.cultureelerfgoed.nl). Dit advies geldt voor het gehele plangebied. Een proefsleuvenonderzoek dient plaats te vinden op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Oost Gelre, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)be sluit.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[30]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Literatuur De Wit, M.J.M., 1999. Aanvullende archeologische inventarisaties en onderzoek in 1999: Groningen, Dronrijp, Ferwert, Sneek, Drouwen, Dwingeloo, Groloo, Norg, Ruinen, Valthe, Goor en Vragender. ARC-Publicaties 35, ARC BV, Groningen. Kenemans, M.C. & H.M. van der Velde, 2000. Aanvullend Archeologisch Onderzoek in de Vragender Es, gemeente Lichtenvoorde. ADC Rapport 44, Archeologisch Diensten Centrum, Bunschoten. Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039, Wageningen. Loonen, A., 2010. Briefrapport Archeologische begeleiding aan de Pastoor Scheepersstraat te Vragender. Archeodienst, Zevenaar. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Reinders, M., 1974. De Vragender kapel. In: Vereniging voor Oudheidkunde Lichtenvoorde, 1974. De Lichte Voorde: periodiek van de Vereniging voor Oudheidkunde te Lichtenvoorde, nr. 2 (januari 1974) pp. 11-14. Reinders, M., 1985. Historisch Lichtenvoorde (vervolg), 1985. De Lichte Voorde: periodiek van de Vereniging voor Oudheidkunde te Lichtenvoorde, nr. 17 (mei 1985), pp. 19 -20. Ringenier, H., 2009.

Plangebied Pastoor Scheepersstraat te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 3107, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Spanjaard, G.W.J., 2013. Archeologisch onderzoek Eschrand te Vragender in de gemeen te Oost Gelre. Econsultancy rapport 12025290. Econsultancy bv, Doetinchem. Ten Broeke, E.M., 2010. Archeologisch bureauonderzoek Kapelweg 17 te Vragender in de gemeente Oost Gelre. Econsultancy rapportnummer 09126332, Econsultancy bv, Doetinchem. Ten Broeke, E.M., 2010. Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek Kapelweg 17 te Vragender, gemeente Oost Gelre. Rapportnummer 09126332, Econsultancy bv, Doetinchem. Thijs, W.J.F. & E.M. ten Broeke, 2010. Een karterend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre (Gld). ARC rapporten 2010-42, ARC bv, Groningen. Versfelt, H.J., 2003. De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland 1773-1794, Groningen. Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. Wullink, A.J. & E.M. ten Broeke, 2010.

Een karterend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre (Gld). ARCRapporten 2010-125. ARC bv, Groningen.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[31]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Zielman, G., 2011. Plangebied Winterswijkseweg 16 te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: en bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 3717, RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[32]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood gearceerd). Inzet: ligging in Nederland (ster).

6

Figuur 2. Het plangebied geprojecteerd op de Geomorfologische Kaart van Nederland schaal 1:50.000 (Koomen & Maas, 2004) met overlay van de reliëfkaart van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3).

10

Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3), waarop de hoogteligging van het maaiveld is weergegeven.

11

Figuur 4. Het plangebied geprojecteerd op de Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000 (www.pdok.nl).

12

Figuur 5. Het plangebied geprojecteerd op de gemeentelijke archeologische landschappenkaart (RAAP-rapport 1757, kaartbijlage 1). Oranje (code Du): daluitspoelingswaaierlob, al dan niet met dekzand. Geel (code Ev): dekzandvlakte met overwegend veldpodzolgronden. Blauwe arcering: AMK-terrein van hoge archeologische waarde. Donkerblauwe kader: zone proefsleuvenonderzoek. Lichtblauwe cirkel: vindplaats uit ijzertijd (nederzetting algemeen); groene cirkel: vindplaats late middeleeuwen (v.l.n.r.: ker k, verkaveling, nederzetting).

13

Figuur 6. Archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre. Rode zone = AWV categorie 7 (hoge verwachting); geel = AWV categorie 8 (middelmatige verwachting); oranje = AWG categorie 2 (terrein van hoge archeologische waarde); grijze stippen = AWG categorie 3 (bekende vindplaats met attentiezone van 50 m); rode stippen = vindplaats; blauw kader = locatie proefsleuvenonderzoek (RAAP-rapport 1757, kaartbijlage 2).

14

Figuur 7. Overzicht van archeologische vondstlocaties (rode labels), eerder archeologisch onderzoek (zwarte labels) en archeologische monumenten (AMK -terreinen) (bron: Archis3).

17

Figuur 8. Het plangebied (rode pijl) aangeduid op de H ottingerkaart uit 1773-1794 (Versfelt, 2003).

19

Figuur 9. Het plangebied aangeduid op de gedigitaliseerde kadastrale minuut uit 1811 -1832 (HisGIS). .

20

Figuur 10. Het plangebied (blauwe kader) geprojectee rd op topografische kaarten uit 1850-2011 (Topotijdreis.nl). .

21

Figuur 11. Het plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto.

22

Figuur 12. Detailweergave van het Actueel Hoogtebestand van Nederland ( AHN3).

23

Figuur 13. Diagram voor archeologische vondst- en spoorcomplexen. Rode kader: aanduiding van de situatie in het plangebied. Figuur 14. Locatie van de uitgevoerde boringen en de ligging van kabe ls en leidingen.

26 29

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

7

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving. Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

9 13

[33]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties binnen het onderzoeksgebied.

15

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

16

Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

22

Tabel 7. De toekomstige situatie.

24

Tabel 8. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

25

Tabel 9. Globaal overzicht van de bodemopbouw in het plangebied. Richting het zuidoosten van het plangebied neemt de diepte van elke laag verder toe.

28

Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[34]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A D: Ottoonse tijd

Vroeg

Middeleeuwen

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[35]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen

Geologische kaart van NL Geomorfologische kaart van NL

X X

DINO

X

Gegevens milieukundig bodemonderzoek

X

Actueel Hoogtebestand Nederland

X

Lucht- en satellietfoto’s

X

Topografische kaart van Nederland

X

Oud(st)e kadasterkaarten

X

Historische kaarten van Nederland

X

Beeldmateriaal bouwhistorie

X

Archeologische en cultuurhistorische rapportages

X

Archieven (RAAP)

X

Eigenaar en gebruiker

X

AMK

X

ARCHIS

X

CMA

X

CAA

X

CHW

X

Literatuur (arch./aardwet.)

X

Gebiedsgerichte specialisten

X

Amateurarcheologen

X

Archeologisch depot

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

Opmerking

X

Gedetailleerde bodemkaarten

Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart

Bevat geen (nieuwe) relevante informatie

X

Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied

Bodemkaart van NL

Geraadpleegd, niet afgebeeld

Bron

Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven

LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (+ indien van toepassing)

X X

[36]

Plangebied Kapelweg te Vragender, gemeente Oost Gelre; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek)

Bijlage 3. Boorbeschrijvingen

RAAP-rapport 4978 / versie 04-02-2021

[37]

Boorbeschrijvingen karterend booronderzoek Kapelweg Vragender (OGKV)

Boring: OGKV_1 Kop algemeen: Projectcode: OGKV, Boornummer: 1, Beschrijver(s): EW/LT, Datum: 19-01-2021, Doel boring: archeologie - kartering, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 239052.754, Y-coördinaat in meters: 445180.958, Precisie coördinaat: 1 dm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 29.857, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Gelderland, Gemeente: Oost Gelre, Opdrachtgever: gemeente Oost Gelre, Uitvoerder: RAAP Oost 0 / 29.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-15 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 30 / 29.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-15 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: grijze zweem 40 / 29.46 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-15 cm, Kleur:

donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Onverbrand bot: enkel fragment, Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: grijze zweem 60 / 29.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Edelman-15 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: grijze zweem 75 / 29.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-15 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: gevlekt 90 / 28.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 100, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-15 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11574130/1