CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp woningbouw kapelweg regels

Raadscommissie 21 juni 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender’, beeldkwaliteitsplan ‘Kapelweg Vragender’11.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender vastgesteld

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

6 6 11

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Groen Tuin Verkeer Wonen Waarde - Archeologisch waardevol gebied 1 Waarde - Archeologisch waardevol gebied 2 Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1

12 12 22 23 24 25 29 30 31

Hoofdstuk3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Parkeerregelgeving Algemene procedureregels

32 32 33 35 36 38 39 40 41

Hoofdstuk4 Artikel 19 Artikel 20

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

42 42 43

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Regels

Regels (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan "Herziening woningbouw Kapelweg Vragender" met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPBUI2034-VG01 van de gemeente Oost Gelre. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aan huis verbonden bedrijf

het uitsluitend door de bewoner(s) van een woning verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel uitgezonderd verkoop via internet en voor zover toegestaan, die in een woning en/of bijbehorende bouwwerken worden of wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitstraling hebben of heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4

aangebouwd bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daaraan tegenaan gebouwd gebouw; 1.5

aan huis verbonden beroep:

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, niet zijnde detailhandel, uitgezonderd verkoop via internet, dat uitsluitend door de bewoner(s) in een woning en/of bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7

achtergevel:

de van de openbare weg afgekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg afgekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.8

afhankelijke woonruimte

een deel van een woning, of een woonunit, die qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning, waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.9

archeologisch deskundige

de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;

6

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

1.10

archeologische verwachting

een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.11

archeologische waarde

een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.12

bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein:

de som van de oppervlakten van alle op een perceel of terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde, 1 m boven peil en buitenwerks gemeten; 1.13

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.14

bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, produceren, bewerken/herstellen, installeren en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop en/of levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.15

bestaand

ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.16

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.17

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.19

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

Regels (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

1.21

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.22

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.24

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26

brutovloeroppervlakte (bvo)

de som van de horizontale vloeroppervlakte van de bouwlagen, met inbegrip van de daarbij behorende kantoren, magazijnen, werkplaatsen en overige dienstruimten, buitenwerks gemeten; 1.27

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van op publiek gerichte diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen; 1.29

erf

het al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.30

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

8

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

1.31

geluidsgevoelige bebouwing:

geluidgevoelige gebouwen en terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, zoals woningen, woonwagenstandplaatsen, onderwijsgebouwen (met uitzondering van gymnastieklokalen en andere gebouwdelen welke niet primair voor les of studiedoeleinden worden gebruikt), ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra en poliklinieken (uitsluitend de gebouwdelen die daadwerkelijk voor de behandeling van patiënten worden gebruikt), medische kleuterdagverblijven en terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; 1.32

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.33

kap

een dakconstructie van een gebouw gevormd door ten minste twee dakschilden met een geheel of gedeeltelijk hellend dakvlak van elk tenminste 15° en ten hoogste 75°; 1.34

mantelzorg

het bieden van zorg aan een ieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband, meer dan 8 uur per week en langer dan 6 maanden; 1.35

nettovloeropervlakte (nvo)

de som van de oppervlakten van de tot een gebouw behorende binnenruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de begrenzende opgaande scheidingsconstructies van de afzonderlijke ruimten, een en ander conform NEN 2580:2007 (zie bijlage 1 Berekening nettovloeroppervlakte); 1.36

nutsvoorzieningen

de levering van elektriciteit, gas, water en warmte. De verzorging van telecommunicatie. De afvoer en verwerking van afvalstoffen; 1.37

overkapping:

een op de grond staand, afgedekt bouwwerk, bestaande uit tenminste een dak, niet zijnde een gebouw;

1.38

peil:

gemiddelde hoogte van aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; 1.39

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.40

rijbaan:

elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden;

Regels (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

1.41

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.42

straatmeubilair:

bij de openbare weg behorende bouwwerken; 1.43

uitbouw:

een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een "lichte" constructie met een overwegend transparante uitstraling; 1.44

vloeroppervlakte van een woning:

de som van de oppervlakten van de voor bewoning bestemde vertrekken van een woning, waaronder mede moeten worden verstaan keukens, slaapvertrekken, gangen, toiletten, bad- en doucheruimten en vlieringen welke gebruikt worden als berging, alsmede inpandige of aangebouwde bergingen die op grond van het bestemmingsplan verbouwd mogen worden tot woonruimte, binnenwerks gemeten; 1.45

voorgevel:

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.46

wegen:

alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; 1.47

wet/wettelijke regeling:

waar in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.48

woning:

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.

10

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de (bouw)hoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, waaronder schijnkappen met een maximum van 2 meter; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6

breedte van een bouwwerk

van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingslijn, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

Regels (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. behoud van landschappelijke en natuurwaarden; c. het bouwen van corso- of carnavalswagens uitsluitend in bestaande bedrijfsgebouwen en met dien verstande dat het bouwen van corsowagens uitsluitend is toegestaan in de periode van maart tot en met september en het bouwen van carnavalswagens uitsluitend is toegestaan in de periode november tot en met maart en de activiteit niet bedrijfsmatig wordt uitgevoerd; d. het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen; e. de nevenactiviteiten welke zijn genoemd in bijlage 2 'Indicatieve bedrijvenlijst' met dien verstande dat: 1. de oppervlakte van de nevenactiviteiten, inclusief de oppervlakte voor aan huis verbonden beroep en ondersteunende horeca, niet meer mag bedragen dan 350 m2 van de bestaande bedrijfsgebouwen welke, in afwijking van het bepaalde in artikel 1 'Begrippen' lid 1.15 'Bestaand' aanwezig waren op 27 april 2006; 2. buitenopslag en -uitstalling niet is toegestaan; f. ondersteunende horeca, met dien verstande dat: 1. uitsluitend daghoreca is toegestaan; 2. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 150 m2 van de bestaande bedrijfsgebouwen; 3. buitenactiviteiten zijn toegestaan tot een maximum van 150 m2; g.

verkoop van ter plaatse vervaardigde/geproduceerde goederen zoals vlees, eieren, graan bij een volwaardig agrarisch bedrijf tot een maximum van 50 m2 van de bestaande bedrijfsgebouwen; h. extensieve dagrecreatie; met de daarbij behorende: i. erfbeplanting; j. nutsvoorzieningen; k. erven en terreinen, waarbij geldt dat erfverharding uitsluitend binnen het bouwvlak is toegestaan; l. wegen en paden; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; n. in/-en uitritten, mede ten behoeve van de aangrenzende bestemming. Het aantal bedrijfswoningen mag per bouwvlak niet meer bedragen dan 1, tenzij anders is aangegeven door middel van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden'. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is geen bedrijfswoning toegestaan.

In de bedrijfswoning is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

Onder het doel 'behoud van landschappelijke en natuurwaarden': is de instandhouding begrepen van de landschappelijke - en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstyperingen:

12

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender 1. landbouwgronden met cultuurhistorisch bepaalde kleinschalige akkercomplexen, waaronder begrepen de Vragender es en Lievelder es, het natte en oude heide- en broekontginningenlandschap rond het Vragender Veld, Lievelder Veld en het Zwolsche Veld en het kampenlandschap rond Zwolle en rond Harreveld; 2. landbouwgronden met een oorspronkelijke kavelstructuur (strokenverkaveling), ontsloten via kronkelende wegen en gescheiden van andere kavels door middel van wallen of singels met opgaande eiken en hakhout van berk, els en eik en rijbeplanting in los plantverband van zomereik, soms beuk, berk of andere soorten als wilg of populier; 3. landbouwgronden grenzend aan waterafhankelijke natuurgebieden, waarbij het agrarisch gebruik van de gronden niet mag leiden tot veranderingen in de grondwatersituatie, oppervlaktewaterpeilen en waterkwaliteit; 4. (kleinschalige) hoogteverschillen, zoals steilranden (oude essen) en het terras en terrasrand Aalten–Eibergen; 5. de grotere open ruimtes, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid'; 6. kleinschalige besloten ruimtes; 7. rustige omstandigheden en onverharde wegen; 8.

beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg- en erfbeplanting; zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen' alsmede bouwwerken ten behoeve van onderhoud en beheer en het behouden en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van het Nationaal Landschap Winterswijk mede begrepen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken

Binnen elk bouwvlak op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend worden gebouwd: a. de bij één agrarisch bedrijf behorende bedrijfsgebouwen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouwen niet toegestaan' zijn geen gebouwen toegestaan; c. bedrijfswoning; d. paardenbakken tot een oppervlakte van 800 m²; e. andere bouwwerken, waaronder begrepen mestplaten, mestsilo's en kuilvoeropslag; f. teeltondersteunende voorzieningen, met dien verstande dat teeltondersteunende voorzieningen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak; g. windturbines ten behoeve van de eigen energievoorziening, mits de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen: 1. 'overige zone - gelders natuur netwerk'; 2. 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; 3. 'overige zone - openheid'. 3.2.2

Toegestane bouwwerken buiten bouwvlakken

Buiten bouwvlakken mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bestaande schuilgelegenheden, met dien verstande dat de schuilgelegenheden op een legale wijze tot stand zijn gekomen; b. bestaande bebouwing, met dien verstande dat de bestaande bebouwing op een legale wijze tot stand is gekomen; c. informatiepanelen en schuilgelegenheden voor fietsers en wandelaars; 3.2.3

Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in de subleden 3.2.1 en 3.2.2, gelden de volgende regels: a. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan in de onderstaande tabel is aangegeven: Regels (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Bouwwerken

Maximale goothoogte in m

Maximale bouwhoogte in m

Bedrijfsgebouwen

7

10

Bedrijfswoning

4,5

9

Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning

4

6

Teeltondersteunende voorzieningen

3

Sleufsilo's en mestplaten

3

Mestsilo's

7

Hooibergen, voedersilo's

15

Erf- en terreinafscheidingen

2

Informatiepanelen en schuilgelegenheden voor fietsers en wandelaars

2,5

Windturbines

15

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen bouwvlak

3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten bouwvlak

2

Maximale oppervlakte in m²

Maximale inhoud in m³

750 150

30

b. indien de bestaande bebouwing afwijkt van het bepaalde onder a dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht;

3.3

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.2 ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak voor het bouwen van gebouwen op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding gebouwen niet toegestaan' met dien verstande dat: 1. de overschrijding niet meer mag bedragen dan 10% van de oppervlakte van het bouwvlak, met dien verstande dat het maximale oppervlak van het bouwvlak na overschrijding niet meer mag bedragen dan 1,5 ha voor overige agrarische bedrijven met uitzondering van paardenhouderijen en broederijen; 2. de overschrijding aantoonbaar noodzakelijk dient te zijn in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering; 3. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; 4. natuur- en landschapswaarden door de overschrijding niet onevenredig worden aangetast; 5. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied;

14

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

b.

c.

d.

e.

f.

g.

h.

3.4

6. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 7. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; sublid 3.2.1 ten behoeve van het realiseren van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals mestplaten, mestsilo's, sleufsilo's en kuilvoeropslag buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: 1. de realisering van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde aantoonbaar noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering; 2. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; 3. natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast; 4. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; 5.

er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld; sublid 3.2.1 ten behoeve van het oprichten van bouwwerken voor energievoorziening voor agrarische bedrijven met een oppervlakte, voor zover het een gebouw betreft, van maximaal 25 m2 en een maximale goothoogte van 3 m; sublid 3.2.1 ten behoeve van het realiseren van een paardenbak ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid', met dien verstande dat: 1. natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast; 2. de belangen van omliggende functies niet onevenredig worden aangetast; sublid 3.2.3 sub a ten behoeve vergroten van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen niet meer bedraagt dan 12 m; 2. de bouwhoogte van een ligboxenstal niet meer bedraagt dan 15 m; 3. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; sublid 3.2.3 sub a ten behoeve vergroten van de bouwhoogte van mestsilo's, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van mestsilo's niet meer bedraagt dan 10 m; 2.

uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; sublid 3.2.3 sub a ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning tot 200 m2, met dien verstande dat; 1. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; lid 3.1 sub k.1 ten behoeve van vervangende nieuwbouw voor nevenactiviteiten, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 350 m2; 2. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.1 ten behoeve van het huisvesten van tijdelijke arbeidskrachten, met dien verstande dat:

Regels (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

b.

c.

d.

e.

16

1. het uitsluitend voorzieningen betreffen in de vorm van overnachtingsmogelijkheden en verblijfsruimten voor tijdelijke arbeidskrachten, die benodigd en werkzaam zijn in de agrarische sector gedurende de maanden maart tot en met oktober op het bedrijf waar ze gevestigd zijn; 2. de voorzieningen binnen de bedrijfsgebouwen gerealiseerd dienen te worden tot een maximum vloeroppervlakte van 200 m2. lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van mantelzorg in de bedrijfswoning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken dan wel voor het bouwen van een mantelzorgunit, onder de voorwaarden dat: 1. er aantoonbaar behoefte bestaat aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden, in welk kader een indicatie voor mantelzorg aanwezig is; 2. de totale oppervlakte ten behoeve van mantelzorg per bouwvlak niet meer dan 55 m² mag bedragen; 3. er maximaal sprake mag zijn van 1 bouwlaag; 4. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. een vrijstaande mantelzorgunit binnen een afstand van 10 m gerekend van de bedrijfswoning wordt gebouwd; 6. in alle gevallen sprake is en blijft van afhankelijke woonruimte; 7.

indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen, de omgevingsvergunning wordt ingetrokken en de situatie in en om de bedrijfswoning wordt teruggebracht in de oude staat (voor units), dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan; lid 3.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf in de bedrijfswoning, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en onder de voorwaarden dat: 1. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken tot een gezamenlijk maximum van 50 m²; 2. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de in bijlage 1 opgenomen 'Lijst aan huis verbonden bedrijven'; 3. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis verbonden bedrijf; 4. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken; 5. het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving; 6. op eigen terrein moet worden geparkeerd door eigenaar/huurder en bezoekers; in lid 3.1 jo 3.5 sub c ten behoeve van het toestaan van: 1.

aan huis verbonden bedrijven welke niet zijn genoemd in de in bijlage 1 opgenomen 'Lijst aan huis verbonden bedrijven' of, 2. aan huis verbonden bedrijven die worden genoemd in categorie 2 van de in bijlage 1 opgenomen 'Lijst aan huis verbonden bedrijven', mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, geluid en gevaar, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1, mits geen onevenredige aantasting ontstaat van: het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalig kamperen bij het agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: 1. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - gelders natuur netwerk', 'overige zone - groene ontwikkelingszone', 'overige zone - natte natuur' en 'overige zone - openheid'; 2. het aantal kampeermiddelen niet meer mag bedragen dan 25; 3. kleinschalig kamperen enkel is toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 4. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt;

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

f.

5. de afstand van het kleinschalig kampeerterrein tot het hoofdgebouw niet meer is dan 100 m; 6. de afstand tot de bestemmingsgrens van de nabijgelegen woningen niet minder dan 50 m bedraagt; 7. Er vanuit landschappelijk oogpunt gezien voldoende ruimte zit tussen het kleinschalige kampeerterrein en omliggende functies; 8. stacaravans, trekkershutten en chalets niet zijn toegestaan; 9. kleinschalig kamperen geen belemming oplevert voor de omliggende functies; 10. sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd in bestaande gebouwen; 11. indien het niet wenselijk is om sanitaire voorzieningen te realiseren in bestaande gebouwen een omgevingsvergunning kan worden verleend voor de nieuwbouw van sanitaire voorzieningen, mits: de gezamenlijke oppervlakte van deze voorzieningen niet meer bedraagt dan 50 m2; de bouwhoogte van de gebouwen niet meer bedraagt dan 3,5 m. lid 3.1 sub e.1 ten behoeve van het vergroten van de oppervlakte van nevenactiviteiten, met dien verstande dat: 1. nevenactiviteiten zijn toegestaan in maximaal 50% van de bestaande bedrijfsgebouwen welke, in afwijking van het bepaalde in artikel 1 'Begrippen' lid 1.15 'bestaand' aanwezig waren op 27 april 2006, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is weergegeven in de onderstaande tabel; Verblijfsrecreati Dagrecreatie/to Zorg e/toerisme erisme

Opslag

Functies uit Indicatieve

ter plaatse van 500 m2 de aanduiding 'overige zone gelders natuur netwerk';

500 m2

500 m2

Niet toegestaan

Niet toegestaan

ter plaatse van 500 m2 de aanduiding 'overige zone groene ontwikkelingszo ne'

500 m2

500 m2

500 m2

500 m2

Bestemmingen 500 m2 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden – Landschapswa arden'

500 m2

500 m2

500 m2

500 m2

2. verevening noodzakelijk is in de vorm van sloop, behoud van karakteristieke gebouwen of natuurontwikkeling; 3. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; 4. de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan binnen gebouwen zoals bedoeld in sub 1. g. lid 3.1 ten behoeve van het realiseren van een mestvergistingsinstallatie binnen het bouwvlak, met dien verstande dat: 1. er sprake is van een agrarisch bedrijf met een omvang van 20 NGE of meer; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m; 3. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; 4. er geen sprake is van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen; 5. er geen sprake is van een significante aantasting van bestaande natuurwaarden en er geen belemmeringen voor de gewenste samenhang worden gecreëerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; 6. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; 7. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen:

Regels (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'; 'overige zone - gelders natuur netwerk'; 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'; 'overige zone - openheid'; 'overige zone - natte natuur'; 8. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld. h. lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van wonen, andere ten behoeve van het agrarische bedrijf, in een voormalige agrarische bedrijfswoning, op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - voormalige bedrijfswoning' met dien verstande dat: 1. het aantal (bedrijfs)woningen op het desbetreffende perceel niet toeneemt; 2. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; het landschaps- en bebouwingsbeeld. 3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden op de in lid 3.1 bedoelde gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2.

het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; 3. het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; 4. het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt, indien de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid'; 5. het aanleggen van landschapselementen, indien de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid'; 6. het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid'; 7. het aanleggen, verbreden, halfverharden (door middel van granulaat) en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² ten behoeve van de aangrenzende bestemming; 8.

het verwijderen van onverharde wegen of paden; 9. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. b. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing: 1. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend; 2. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; 3. op werken of werkzaamheden welke het normale onderhoud en beheer betreffen; 4. indien de gronden zijn gelegen binnen het bouwvlak. c. Een omgevingsvergunning als bedoeld in sub a mag alleen worden verleend indien door de uitvoering

18

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen en is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1

Vergroten van het bouwvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de vergroting van het bouwvlak voor grondgebonden agrarische bedrijven niet meer dan 50% van het bouwvlak mag bedragen, mits de oppervlakte van het bouwvlak na vergroting niet meer dan 2 ha bedraagt; b. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; c. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; d. aangetoond is dat de vergroting van de oppervlakte van het bouwvlak noodzakelijk is in het kader van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; e. omliggende waarden door de vergroting van de oppervlakte van het bouwvlak niet onevenredig worden aangetast, waartoe in ieder geval onderzoek dient plaats te vinden naar flora en fauna, archeologische waarden, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; f. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden, waartoe in ieder geval dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de normen inzake geur, geluid en luchtkwaliteit. 3.7.2

Vervorming van het bouwvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vervormen van het bouwvlak, met dien verstande dat: a. de vervorming niet mag leiden tot een vergroting van het bouwvlak; b. aangetoond is dat het vervormen van het bouwvlak noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering; c. alle bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak gesitueerd dient te blijven; d. het verschuiven van de grens van het bouwvlak mag niet tot gevolg hebben dat voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning kan worden gebouwd; e. er geen sprake is van een significante aantasting van bestaande natuurwaarden en er geen belemmeringen voor de gewenste samenhang worden gecreeerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; f. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; g. omliggende waarden door de vervorming van de oppervlakte van het bouwvlak niet onevenredig worden aangetast, waartoe in ieder geval onderzoek dient plaats te vinden naar flora en fauna, archeologische waarden, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden; h. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden, waartoe in ieder geval dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de normen inzake geur, geluid en luchtkwaliteit; i.

uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt. 3.7.3

Omschakelen naar intensieve veehouderij

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het omzetten van bouwvlak, niet in gebruik zijnde als intensieve veehouderij, naar een intensieve veehouderij, met dien verstande dat:

Regels (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender a. het bouwvlak niet is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied'; b. niet meer dan 1 ha van het bouwvlak gebruikt mag worden ten behoeve van de intensieve veehouderij; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden, waartoe in ieder geval dient te worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat op het gebied van geur en fijnstof; d. is aangetoond dat de vergroting niet leidt tot een significante toename van de ammoniakdepositie in een Natura 2000-gebied, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied; e. voor zover het een initiatief betreft binnen gronden ter plaatse van de aanduiding, dient te worden aangetoond dat er geen significante aantasting plaatsvindt van de kernkwaliteiten van het GNN of de GO, dan wel door het stellen van compenserende of mitigerende maatregelen hieraan voldoende tegemoet kan worden gekomen. f. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt. 3.7.4

Tweede bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het toestaan van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. aangetoond is dat sprake is van een noodzakelijk en intensief toezicht gedurende 24 uur per dag dat slechts door twee volwaardige arbeidskrachten kan worden verricht en dat het bedrijf duurzame werkgelegenheid biedt aan twee volwaardige arbeidskrachten; b. de afstand tot de eerste bedrijfswoning niet meer dan 25 m bedraagt, tenzij een afstand van niet meer dan 25 m om stedenbouwkundige redenen onaanvaardbaar is; c. de bedrijfswoning voldoet aan de regels in lid 3.2; d. de afstand van de woning tot de as van de aanliggende weg stedenbouwkundig aanvaardbaar is; e. voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet geluidhinder; f. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de milieusituatie; 2. de verkeersveiligheid; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. g. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt. 3.7.5

Mestvergistingsinstallatie

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak met het doel het realiseren van een mestvergistingsinstallatie, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van het bouwvlak na vergroting niet meer mag bedragen dan 2 ha; b. de vergroting van het bouwvlak uitsluitend gebruikt mag worden ten behoeve van een mestvergistingsinstallatie; c. er sprake is van een agrarisch bedrijf met een omvang van 20 NGE of meer; d. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m; e. de bebouwing een compact geheel dient te vormen met de bestaande bebouwing; f. uit een door het college goedgekeurd plan voor erfinpassing en landschapsversterking blijkt dat het erf en de omliggende gronden landschappelijk worden versterkt; g. er geen sprake is van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen; h. er geen sprake is van een significante aantasting van bestaande natuurwaarden en er geen belemmeringen voor de gewenste samenhang worden gecreëerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; i. is aangetoond dat er geen sprake is van een toename van de ammoniakdepositie op een Natura 2000-gebied; j. de gronden niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduidingen: 1. 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied'; 2. 'overige zone - gelders natuur netwerk'; 3. 'overige zone - groene ontwikkelingszone';

20

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender 4. 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied'; 5. 'overige zone - openheid'; 6. 'overige zone - natte natuur'. k. er geen sprake is van een onevenredige aantasting van: 1. de milieusituatie; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. het landschaps- en bebouwingsbeeld. 3.7.6

Zon op erf

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde de bestemming 'Bedrijf -' met de aanduiding 'zonne-installatie' op te kunnen nemen met het doel het realiseren van grondgebonden zonne-installaties waarvan de energieproductie wordt afgenomen door derden, mits: a. de oppervlakte van het bouwvlak niet wordt vergroot; b. bestaande bedrijfsgebouwen worden gesloopt m.u.v. de bedrijfswoning, 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken, monumentale- en karakteristieke gebouwen; c. de zonne-installaties uitsluitend binnen het bouwvlak zijn gesitueerd; d. de bouwhoogte van de zonne-installaties maximaal 3 m is; e. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; f. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden niet onevenredig worden geschaad.

Regels (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

groenvoorzieningen en bermen; voet- en fietspaden; nutsvoorzieningen en straatmeubilair; waterpartijen, waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; (dag)recreatieve mogelijkheden in de openlucht en speelvoorzieningen;

met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen alsmede in- en uitritten en paden, uitsluitend ten behoeve van de op de aangrenzende gronden gelegen tuin en hoofdgebouwen. 4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd. 4.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 30 m². 4.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 2 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van vlaggen-, verlichtingsmasten en vergelijkbare andere bouwwerken, alsmede speeltoestellen maximaal 10 m bedragen. 4.3

Nadere eisen

a. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot: 1. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. de breedte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 3. de oriëntering van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 4. de wijze van afdekking van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.

22

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Artikel 5 5.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. tuinen, met daarbij behorende in- en uitritten en paden, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met uitzondering van schuttingen. 5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van antennes, (tuin)verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare andere bouwwerken maximaal 5 m bedragen, met dien verstande dat het aantal vlaggenmasten niet meer dan 1 per bouwperceel mag bedragen. 5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de breedte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de oriëntering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de wijze van afdekking van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein.

De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten. 5.4

Specifieke gebruiksregels

Voorwaardelijke verplichting Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden voor tuinen, indien de afschermende hagenstructuur op het desbetreffende bouwperceel niet is aangelegd, in stand wordt gehouden en wordt onderhouden op de wijze zoals opgenomen in de in bijlage 3 opgenomen 'Hagenplan'. b. in afwijking van het bepaalde onder artikel 5.4 sub a. van de in het Hagenplan opgenomen absolute maatvoering voor de hagen geldt een speling in de onder- en bovenmaat voor de hagen van maximaal 30 cm. c. in afwijking van het bepaalde onder artikel 5.4 sub a. opgenomen aanleg van de hagen mag deze worden onderbroken op plekken ten behoeve van de in-/uitrit naast de woning van ten hoogste 3 m en voor een toegangspad naar de voor- en/of achterdeur van de woning met ten hoogste 1 m.

Regels (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Artikel 6 6.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

wegen, straten, pleinen, paden voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen en fietsenstallingen; groenvoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; geluidswerende voorzieningen; nutsvoorzieningen en straatmeubilair;

met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen. 6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd. 6.2.2

Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. de maximale oppervlakte van de gebouwen bedraagt 25 m². 6.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 5 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder artikel 6.2.3, sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten en antennes maximaal 10 m bedragen. 6.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de hoogte andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. de oriëntering van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. het aantal en de situering van parkeerplaatsen. De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.

24

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Artikel 7 7.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. uitsluitend vrijstaande woningen ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' (vrij); b. uitsluitend twee-aaneen gebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' (tae); c. uitsluitend aaneengebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' (aeg); met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van schuttingen, erven en tuinen, paden, uitsluitend ten behoeve van de op de aangrenzende gronden gelegen tuin en hoofdgebouwen. In de bestemming is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming mogen worden gebouwd. 7.2.2

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het hoofdgebouw dient met de voorgevel in of maximaal 1 m achter de bouwgrens aan de zijde van de weg te worden gebouwd; c. de goothoogte en de bouwhoogte van de vrijstaande, twee-aaneen en aaneengebouwde woningen mogen niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. In afwijking van het bepaalde in sub c bedraagt de goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende goothoogte' aan de naar de weg gekeerde zijde van de woning maximaal 3,5 m; e. bij (vervangende) nieuwbouw bedraagt de minimale voorgevelbreedte van een woning bij vrijstaande woningen 5 m; f. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2 m; g. indien de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven; h. kelders mogen uitsluitend onder een gebouw en ten hoogste 5 meter uit de gevels daarvan worden gebouwd. 7.2.3

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerken mag zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de

Regels (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd worden; c. in afwijking van het bepaalde in sub b mogen carports en overkappingen uitsluitend op minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag maximaal 70 m² bedragen, waarbij het bebouwingspercentage op het perceel niet meer dan 50% mag bedragen; e. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m dan wel de hoogte van de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, indien het een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft; f. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m en niet hoger zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; g. de breedte van (aangebouwde) bijbehorende bouwwerken aan de zijgevel, gemeten in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw, mag maximaal 3 meter bedragen; h. de diepte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken mag, gerekend van de achterste bouwgrens, bij vrijstaande woningen maximaal 4 m bedragen en voor overige woningtypen maximaal 3 m; i. een strook van minimaal 5 meter, gerekend van de achtergevel van het hoofdgebouw c.q. aangebouwd bijbehorend bouwwerk tot de achterste bouwperceelgrens, dient vrij te blijven van bijbehorende bouwwerken; j.

de afstand van aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 1 meter. 7.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag voor de voorgevel maximaal 1 m en achter de voorgevel maximaal 2 m bedragen; 7.3

Nadere eisen

7.3.1

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het elders in dit artikel bepaalde, nadere eisen stellen met betrekking tot: a. b. c. d. e. f.

dakvormen, dakhellingen en nokinrichtingen van de bebouwing; de goot- en bouwhoogte van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de breedte van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de oriëntering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de wijze van afdekking van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; het aantal en de situering van parkeerplaatsen op het terrein.

De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten. 7.4

Afwijken van de bouwregels

7.4.1

Afwijken met betrekking tot voorgevelbreedte

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2, sub f, waarbij de minimale voorgevelbreedte bij vrijstaande woningen verkleind wordt tot 4,5 m. 7.5

Specifieke gebruiksregels

Voorwaardelijke verplichting Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor wonen, indien de afschermende hagenstructuur op het desbetreffende bouwperceel niet is aangelegd, in stand wordt gehouden en wordt onderhouden op de wijze zoals die is opgenomen in de in bijlage 3 opgenomen 'Hagenplan'. b. in afwijking van het bepaalde onder artikel 7.5 sub a. van de in het Hagenplan opgenomen absolute

26

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender maatvoering voor de hagen geldt een speling in de onder- en bovenmaat voor de hagen van maximaal 30 cm. c. in afwijking van het bepaalde onder artikel 7.5 sub a. opgenomen aanleg van de hagen mag deze worden onderbroken op een plek om toegang te krijgen tot de achterzijde van de woning met ten hoogste 1,5 m. 7.6

Afwijken van de gebruiksregels

7.6.1

Aan huis gebonden bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits de woonfunctie in overwegende mate wordt behouden en onder de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis moet zijn en maximaal 30% mag beslaan van de totale nettovloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 50 m²; b. slechts bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de in bijlage 1 bijgevoegde 'Lijst aan huis gebonden bedrijven'; c. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden bedrijf; d. het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken; e. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving; f. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 7.6.2

Andere bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 ten behoeve van het toestaan van: a. aan huis verbonden bedrijven welke niet zijn genoemd in de in bijlage 1 opgenomen 'Lijst aan huis gebonden bedrijven' of, b. aan huis verbonden bedrijven die worden genoemd in categorie 2 van de in bijlage 1 opgenomen 'Lijst aan huis gebonden bedrijven', mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, wat betreft geur, stof, geluid en gevaar, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1, mits geen onevenredige aantasting ontstaat van: 1. 2. 3. 4.

het straat- en bebouwingsbeeld; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

7.6.3

Mantelzorg

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 ten behoeve van het toestaan van mantelzorg in een woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken dan wel voor het bouwen van een mantelzorgunit, onder de voorwaarden dat: a. er door middel van een indicatie voor mantelzorg aantoonbaar behoefte bestaat aan mantelzorg in verband met medische, psychische en/of sociale omstandigheden; b. de totale oppervlakte ten behoeve van mantelzorg per bouwperceel niet meer dan 55 m² mag bedragen; c. de in 7.6.3, onder b, bepaalde oppervlakte is alleen toegestaan indien niet meer dan 60% van het erf wordt bebouwd; d. mantelzorg slechts wordt toegestaan in één bouwlaag; e. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende

Regels (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender gronden; een vrijstaande mantelzorgunit binnen een afstand van 10 m gerekend van het hoofdgebouw wordt gebouwd; g. in alle gevallen sprake is en blijft van afhankelijke woonruimte; h. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen, de omgevingsvergunning wordt ingetrokken en de situatie in en om de woning wordt teruggebracht in de oude staat (voor units), dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan. f.

28

Regels (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied herziening woningbouw Kapelweg Vragender

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologisch waardevol gebied 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol gebied 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. 8.2

Vergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven (al dan niet ten behoeve van het oprichten of slopen van een bouwwerk), verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen en de bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; waarbij de vergunningplicht voor sub b. tot en met g. geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11574127/1