bp vrakkinkweg 1a toelichting bijlage 12 landschappelijk inpassingsplan
Tekst van het document
Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo Voor versterking van het landschap en de biodiversiteit Naam: Straat: Postcode, plaats:
Vrakkinkweg 1a 7141 JB Groenlo
E-mail: Telefoonnr: Afwijkend postadres:
0544-479879 nvt
Uw adviseur:
Landschapsbeheer Gelderland -
Datum:
7-9-2022
Versie
definitief
Stichting Landschapsbeheer Gelderland Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal 026 35 37 444 info@slgelderland.nl www.slgelderland.nl
Inleiding De heer is bezig met een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Oost Gelre. De wens bestaat de woning aan de Vrakkinkweg 1a in Groenlo te vervangen door een nieuwe woning met bijgebouw. Daarbij zal de woning op het perceel een andere locatie krijgen. Om te voldoen aan de planologische procedure vraagt de gemeente Oost Gelre een landschappelijk inpassingsplan. Het plan dient zoveel mogelijk afgestemd te worden op het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente OostGelre “Groen Licht voor het landschap”. Stichting Landschapsbeheer Gelderland is gevraagd hiervoor een passend advies voor uit te brengen.
Leeswijzer Dit plan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes. Zo heeft de erfadviseur in dit plan de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling plaats vindt (bijlage 2 / 3) en de bijbehorende cultuurhistorische inrichtingsprincipes (bijlage 4) gekoppeld aan de wensen en ideeën van de eigenaar. In het plan wordt per aan te leggen landschapselement een korte toelichting gegeven op de landschappelijke waarde van dit element op het terrein. Het plan omvat een concreet en uitvoeringsgericht beplantingsplan waarin gekozen is voor inheemse, streekeigen boom- en struiksoorten. Dit vertaald zich in een lijst van aan te leggen soorten en aantallen (bijlage 1). Aanplant en beheerinstructies zijn toegevoegd in bijlage 5.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
2
1. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf De knip- en scheerheg is een element dat veel voorkomt op het erf als erfafscheiding of veekering. In deze situatie staat de scheerheg naast de beide boomgaarden welke doorgaans waren omgeven door een meidoornheg. Omdat de heg ook grenst aan de voortuin en het oprit is gekozen voor de veldesdoorn (doornloze struik).
Aanleg nieuw element Locatie Lengte
: :
Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : :
Om de voortuin (zie inrichtingsschets). 24 meter (langs het oprit) 32 meter (oostzijde voortuin) 4 stuks per meter 56 meter, 225 stuks Veldesdoorn (Acer campestre) 60-80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Cultuurhistorische waarde Knip- en scheerheggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringde landschap. Nabij boerderijen en rondom boomgaard en moestuin waren veelal de heggen te vinden. Vaak diende de heggen als eigendoms- of perceelsscheiding. De doornige heg had daarnaast ook nog een belangrijke veekerende functie. Langs de rivieren dienden de heggen om de waterstroom bij overstromingen te remmen en te verdelen, zodat het vruchtbare slib kon bezinken. Inmiddels zien we dat veel Knip- en scheerheg heggen bedreigd worden. Veel heggen zijn uit het landschap verdwenen door de komst van prikkeldraad, de ruilverkavelingen en achterstallig onderhoud. Alle reden om de heg weer terug te brengen in het landschap. Heggen zijn namelijk nog altijd functioneel als windscherm en als veekering, ook bij hoge rivierwaterstanden zorgen ze voor een permanente afrastering. Daarnaast houden ze de grond vast en dragen ze bij aan een goede waterhuishouding. Ook veel dieren hebben profijt van de aanwezigheid van een heg. Vogels gebruiken het als broedplaats; veel kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplaats en voor vleermuizen is een haag erg belangrijk als oriëntatiepunt.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
3
2. Struweelhaag ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Het erf is gelegen in het kampenlandschap. Een landschap dat ook wel bekend staat als het coulisselandschap. Dat komt door de vele houtsingels die het gebied van oorsprong kent. Dat gaf het landschap een kleinschalig en besloten karakter. Deze struweelhaag draagt bij aan dit beeld. In deze situatie is de struweelhaag een verbindend element tussen de beide houtsingel ten westen en oosten van het erf. Daarmee is een verbinding gelegd tussen de verschillende landschapselement. Doordat de struweelhaag een ander voorkomen heeft dan de robuuste houtsingels zorgt deze ook voor variatie. Dat is gunstig voor de biodiversiteit.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Noordzijde terrein, grenzend aan de Vrakkinkweg (zie inrichtingsschets) 100 meter 2 Plantrijen 2 stuks per meter per plantrij, 0,5 meter tussen de rijen. 400 stuks 200 stuks Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) 25 stuks sleedoorn (Prunus spinosa) 25 stuks hondsroos (Rosa canina) 25 stuks rode kornoelje (Cornus sanguinea) 25 stuks kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) 25 stuks veldesdoorn (Acer campestre) 25 stuks liguster (Ligustrum vulgare) 25 stuks Gelderse roos (Virburnum opulus) 25 stuks hazelaar (Corylus avellana) 60-80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Cultuurhistorische waarde Gelderland kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de vrij uitgroeiende haag en de struweelhaag. De vrij uitgroeiende haag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien en de struweelhaag bestaat uit meerdere rijen. De functie van deze hagen was perceelsscheiding en veekering, daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doornsoorten. Soms werden ook nog wat andere struiken en bomen in de haag aangeplant, denk hierbij aan hondsroos, sleedoorn, braam, wilg, eik of es. De hagen boden beschutting voor het vee en zorgden voor gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, de Struweelhaag schaalvergroting en de ruilverkavelingen zijn veel van deze elementen verdwenen. Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de meer breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij het leggen of vlechten van hagen.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
4
Hagen hebben een grote natuurwaarde. Ze zijn vaak een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en vergroten daardoor de landschappelijke en ecologische variatie. Speciaal voor wilde bijen en andere bestuivers heeft SLG bijenhagen samengesteld met daarin onder andere wilde rozen. Hierbij is rekening gehouden met langdurig voedselaanbod voor deze dieren. Het is van groot belang dat de hagen vrij uit kunnen groeien en tot bloei kunnen komen.
3. Houtwal en houtsingel ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Houtsingels hebben in het kampenlandschap voor een belangrijk deel het beeld bepaald. Vrijwel iedere akker was omgeven door een brede houtsingel ter bescherming van de akker en het gewas. Dat beeld is nog goed te zien op de historische kaart (zie bijlage 3). Ook in deze situatie zijn de houtsingels alleen aan de buitenzijde van het perceel toegepast zoals dat gebruikelijk was in dit landschapstype. Voor de landschappelijke inpassing zijn het dan ook waardevolle elementen.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Westzijde terrein (zie inrichtingsschets) 101 meter 4 plantrijen Driehoeksverband 1,50 m x 1,50 m 270 stuks 50 stuks zwarte els (Alnus glutinosa) 15 stuks ruwe berk (Betula pendula) 15 stuks gewone es (Fraxinus excelsior) 25 stuks zoete kers (Prunus avium) 25 stuks hazelaar (Corylus avellana) 25 stuks eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) 25 stuks Gelderse roos (Viburnum opulus) 25 stuks vuilboom (Rhamnus frangula) 25 stuks lijsterbes (Sorbus aucuparia) 15 stuks gewone liguster (Ligustrum vulgare) 25 stuks egelantier (Rosa rubiginosa) 60-80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage nvt
4. Houtwal en houtsingel ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Ook de houtsingel aan de zuidzijde draagt bij aan het kenmerkende landschapsbeeld van het kampenlandschap. Deze houtsingel grenst echter aan de bestaande beplanting langs de Groenlose Slinge. Het is dus feitelijk een verbreding van de bestaande hoog opgaande beplanting. Door de aanplant van dit element is het mogelijk een geleidelijke overgang te maken van het open weiland naar de hoog opgaande bestaande beplanting. Door te kiezen voor met name struikvormende en hakhout beplanting kan een extra beplantingslaag worden toegevoegd aan de bestaande beplanting. In combinatie met de bestaande beplanting en het kruidenrijke grasland (17) is deze singel een belangrijk onderdeel voor de mantelzoom.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
5
Mantelzoom Een mantel-zoom vegetatie bestaat uit 3 onderdelen die een natuurlijke overgang maken van de gras,- en kruidenlaag, de struikenlaag en het opgaande bos. Deze overgangen zijn zeer waardevol.
Bij aanleg van bosjes/houtwallen kan door het gebruik van de diversiteit van soorten (struikvormers/boomvormers) de basis worden gelegd voor een goede mantel-zoom vegetatie. Een eenvoudige ingreep daarbij is het plaatsen van een raster op 2 meter buiten de aanplant. Er ontstaat dan vanzelf ruigte/ kruiden wat samen met de aanplant de basis vormt voor de mantel-zoom vegetatie. De opbouw van de mantel-zoomvegetatie wordt versterkt door het toepassen van een (eeuwenoude) beheeringreep namelijk: hakhoutbeheer. Bij dit hakhoutbeheer worden de bomen en struiken om de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte te worden afgezet.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zuidzijde terrein, grenzend aan de Slinge (zie inrichtingsschets) 88 meter 5 plantrijen Driehoeksverband 1,50 m x 1,50 m 290 stuks 40 stuks zwarte els (Alnus glutinosa) 50 stuks geoorde wilg (Salix aurita) 25 stuks Gewone es (Fraxinus excelsior) 25 stuks hazelaar (Corylus avellana) 25 stuks eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) 25 stuks Gelderse roos (Viburnum opulus) 25 stuks vuilboom (Rhamnus frangula) 25 stuks inheemse vogelkers (Prunus padus) 50 stuks egelantier (Rosa rubiginosa) 60-80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Nvt
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
6
5. Houtwal en houtsingel ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Houtsingels hebben in het kampenlandschap voor een belangrijk deel het beeld bepaald. Vrijwel iedere akker was omgeven door een brede houtsingel ter bescherming van de akker en het gewas. Dat beeld is nog goed te zien op de historische kaart (zie bijlage 2). Ook in deze situatie zijn de houtsingels alleen aan de buitenzijde van het perceel toegepast zoals dat gebruikelijk was in dit landschapstype. Voor de landschappelijke inpassing zijn het dan ook waardevolle elementen.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Oostzijde terrein (zie inrichtingsschets) 42 meter 4 plantrijen Driehoeksverband 1,50 m x 1,50 m 112 stuks 20 stuks eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) 20 stuks Gelderse roos (Viburnum opulus) 15 stuks vuilboom (Rhamnus frangula) 15 stuks lijsterbes (Sorbus aucuparia) 12 stuks zwarte els (Alnus glutinosa) 10 stuks hazelaar (Corylus avellana) 10 stuks gewone liguster (Ligustrum vulgare) 60-80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Cultuurhistorische waarde Een houtwal is een lijnvormig door de mens opgeworpen zandlichaam waarop bomen en/of struiken groeien. De wallen dienden vroeger om vee binnen of wild buiten het omgeven gebied te houden. Houtwallen werden ten tijde van de ontginningen (middeleeuwen) op de hogere zandgronden aangelegd. Langs houtwallen vind je vaak aan één of beide zijden greppels. Deze werden gegraven om met de vrijkomende grond de wal op te kunnen werpen. De wallen waren tussen de 50 en 100 cm hoog. Een houtsingel is een lijnvormige aanplant van bomen en/of struiken van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels Houtsingel lijken veel op houtwallen. Er is echter geen sprake van een opgeworpen wal. Houtsingels werden vooral op de lagere zandgronden aangelegd, meestal parallel aan sloten. De singels leverden brand- en geriefhout, waaraan in het gemengde bedrijf grote behoefte was. Omdat de boer verschillende diktes hout nodig had, werd een hakhoutbeheer gevoerd. Door de komst van prikkeldraad, de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen. De houtwal en houtsingel hebben landschappelijk en ecologisch een belangrijke verbindende functie. Ze zijn tevens van belang voor vleermuizen om zich te oriënteren en als verbindingszone voor fauna.
Bij de houtwal zorgt met name de wal voor extra ecologische waarde door de variatie in nat-droog en warm-koud.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
7
6. Struweelhaag ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Het boerenerf, zeker in het kampenlandschap kent een intieme besloten sfeer. De aanplant van dit struweel (in combinatie met de overstaanders) naast en achter de schuur wordt bijgedragen aan deze sfeer. Het vormt een groene omlijsting van de schuur en het achtererf.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Naast en achter de schuur (zie inrichtingsschets) 45 meter 2 Plantrijen 2 stuks per meter per plantrij 180 stuks 25 stuks meidoorn (Crataegus monogyna 25 stuks Gelderse roos (Virburnum opulus) 25 stuks hazelaar (Corylus avellana) 25 stuks lijsterbes (Sorbus aucuparia) 25 stuks vuilboom (Rhamnus frangula) 25 stuks krent (Amelanchier Lamarckii) 20 stuks liguster (Ligustrum vulgare) 10 stuks zwarte els (Alnus glutinosa) 60-80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage nvt
7. Vogelbosje, geriefbosje en bijenbosje ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Het vogelbosje ten oosten van het erf biedt beschutting en privacy. Het bosje ligt op de perceelsgrens en draagt daarmee bij aan het karakter dat past bij het kampenlandschap. Doordat de samenstelling van het bosje verschilt met dat van de houtsingels draagt het bosje bij aan de variatie en biodiversiteit.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlak Plantwijze Aantal Soort
: : : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Oostzijde terrein (zie inrichtingsschets) 25 meter 10 meter 170 m2 Vierkantsverband 1,50 m x 1,50 m 75 stuks 15 stuks krent (Amelanchier Lamarckii) 15 stuks vuilboom (Rhamnus frangula) 15 stuks eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) 10 stuks gelderse roos (Viburnum opulus) 10 stuks hazelaar (Corylus avellana) 10 stuks lijsterbes (Sorbus aucuparia) 60-80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
8
Cultuurhistorische waarde Vogelbosjes kom je vaak tegen op het erf. Een vogelbosje is een bosje die voornamelijk uit struiken bestaat en vaak niet groter is dan 500 m² met een gemiddelde oppervlakte van 200 m². De soorten die in het bosje aangeplant worden, zijn vooral besdragende struiken als meidoorn, gelderse roos en lijsterbes om vogels aan te trekken. Een vogelbosje wordt gebruikt als broedplaats en schuilplaats door zowel vogels als klein zoogdieren. Daardoor voegt een vogelbosje veel toe aan de ecologische diversiteit op en rondom het erf. Geriefhoutbosjes zijn vaak vrijliggende elementen in het landschap. Vaak komt u ze tegen in een overhoekje tussen de weilanden, al dan niet omgeven door een sloot. De sloot deed dan dienst als veekering.
Geriefbosje
Een geriefhoutbosje is vaak groter dan 500 m² en werd vroeger aangeplant om in geriefhout, hout voor dagelijks gebruik, te voorzien. Een geriefhoutbosje was vroeger vaak een monocultuur van bijvoorbeeld eik, es, wilgen of elzen. Doordat een geriefhoutbosje voor de houtvoorziening op eigen erf meestal niet meer van toepassing is, worden tegenwoordig vaak vogelbosjes aangeplant om iets meer variatie te krijgen. Geriefhoutbosjes kunnen door de rust die er heerst en de geringe betreding veel betekenen voor planten en dieren. Ook landschappelijk zijn geriefhoutbosjes van groot belang. Ze doorbreken de vlakke horizon en zorgen voor afwisseling in het landschap. Bij de samenstelling van een bijenbosje is rekening gehouden met langdurig voedselaanbod en nestgelegenheid voor (wilde bijen). Ook voor vlinders en andere bestuivers valt hier voedsel te halen gedurende een groot deel van het groeiseizoen.
8. Hoogstamboomgaard (pitvruchten) ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Het erf is gelegen in een agrarisch cultuurlandschap. Een landschap met veel verspreidt liggende boerderijen. De boerderijen kenden allen een traditionele, functionele erfinrichting. Ten gunste van de landschappelijke inpassing is het wenselijk aan te sluiten bij deze traditionele inrichting. De hoogstamboomgaard mag dan niet ontbreken.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Rassen
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Oostzijde erf (zie inrichtingsschets) 48 meter 26 meter Conform tekening; peren noordzijde, plantafstand minimaal 9 meter 8 Stuks 3 peren (zie plantsoenlijst) 5 appels (zie plantsoenlijst) hoogstam Zie informatievellen in de bijlage nvt
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
9
9. Hoogstamboomgaard (steenvruchten) ………………………………………………………………………………………………………………………
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Rassen Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Westzijde erf (zie inrichtingsschets) 28 meter 16 meter Conform tekening; plantafstand minimaal 9 meter 5 Stuks 5 pruimen (zie plantsoenlijst) hoogstam Zie informatievellen in de bijlage nvt
Cultuurhistorische waarde Al vele eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Aanvankelijk waren het vooral kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19de eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Onder invloed van de landbouwcrisis stapten veel agrariërs in het rivierengebied over van graanteelt naar hoogstamfruit. Een groot voordeel van het hoogstamfruit was dat er dieren onder konden grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboomgaarden flink achteruit gegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt (laagstam). Hoogstamboomgaarden hebben een grote ecologische waarde. Ze leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil is een soort die graag broedt in holle takken van fruitbomen. Een heg om de boomgaard als windsingel vergroot de natuurwaarde van de boomgaard.
10.
Poortwachters
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Doordat het erf straks grotendeels schuil gaat achter houtsingels en de struweelhaag kan de entree van het erf gemarkeerd worden met twee markante bomen, de poortwachters. Er is gekozen voor de groene beuk. Een afwijkende soort ten opzichte van de (overstaanders in de) houtsingels dat de herkenbaarheid ten goede komt. Bovendien sluit het gebruik van beukenbomen en poortwachters mooi aan bij de allure van de grote boeren bedrijven in de regio (Scholtengoederen) en de stad Groenlo .
Aanleg nieuw element Locatie Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : :
Entree erf (zie inrichtingsschets) Naast het oprit 2 stuks Beuk (Fagus sylvatica) 10-12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Nvt
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
10
11.
Solitaire boom, laanbomen of bomengroep
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf In de houtsingels worden verschillende overstaanders geplant. Dit zijn toekomstbomen die bij het beheer van de houtsingel gespaard dienen te worden. Ze worden aangeplant op plekken waard dat voor het beeld wenselijk is. Zomereik is in het kampenlandschap de norm. We voegen vanwege de uitbundige bloei en gewenste variatie nog een aantal wilde kersen toe.
Aanleg nieuw element Locatie Plantwijze Aantal Soort
: : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
12.
Verspreid in de houtsingels (zie inrichtingsschets) Als overstaander in de houtsingel 7 stuks 4 stuks zomereik (Quercus robur) 3 stuks zoete kers (Prunus avium) 10-12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Solitaire boom, laanbomen of bomengroep
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf De houtsingel ten westen en ten zuiden sluiten niet op elkaar aan. Hier is rekening gehouden met een zichtlijn van de buren. In deze zichtlijn staat een solitaire boom als stapsteen tussen beide houtsingels. Er is gekozen voor een linde. Ecologisch een waardevolle boom en tevens zeer fraai als solitair.
Aanleg nieuw element Locatie Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
13.
: : : : : : :
Ten zuiden van de houtsingel (3) (zie inrichtingsschets) Solitair 1 stuk Winterlinde (Tilia cordata) 10-12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Nvt
Solitaire boom, laanbomen of bomengroep
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Op de boerenerven in de omgeving is het voorkomen van een walnoot naast het huis heel gebruikelijk. De walnoot levert noten, schaduw en vervult een functie in het weren van vliegen en muggen nabij het huis. Mooie eigenschappen die ook in deze situatie prima toegepast kunnen worden.
Aanleg nieuw element Locatie Plantwijze Aantal
: : :
In de voor- en achtertuin nabij het huis. (zie inrichtingsschets) Solitair 2 stuks
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
11
Soort Maat Aanleg en beheer Overig
14.
: : : :
Walnoot (Juglans regia) 10-12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Poortwachters
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Het oprit aan de achterzijde loopt als voetpad / karrespoor verder door tussen de weilanden. Een mooie aanleiding om ook hier de erfgrens te markeren met twee poortwachters. Omdat we aan de achterzijde zitten en niet in de ‘luxe’ voortuin is gekozen voor twee tamme kastanjes. Dat zijn net zoals de walnoot typische erfbomen die vanwege de noten vooral ook nuttig zijn. De bomen dragen bij aan de intieme sfeer op het erf.
Aanleg nieuw element Locatie Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
15.
: : : : : : :
Achterzijde erf (zie inrichtingsschets) Langs beide zijden van het pad. 2 stuks Tamme kastanje (Castanea sativa) 10-12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Solitaire boom, laanbomen of bomengroep
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Het boerenerf, zeker in het kampenlandschap kent een intieme besloten sfeer. Door de aanplant van deze bomen (in combinatie met het struweel) naast en achter de schuur wordt bijgedragen aan deze sfeer. Het vormt een groene omlijsting van de schuur en het achtererf.
Aanleg nieuw element Locatie Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : :
In de struweelhaag achter de schuur. (zie inrichtingsschets) Als overstaanders, circa 12 meter uit elkaar. 2 stuks Winterlinde (Tilia cordata) 10-12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage nvt
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
12
Cultuurhistorische waarde Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduw voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden een functie. Zo werd een walnoot vaak in de buurt van de keuken aangeplant omdat de walnoot muggen en vliegen weert en ook zorgde voor schaduw. Laanbomen kennen een historische functie op bijvoorbeeld landgoederen en grotere boerderijen en buitenplaatsen als Solitaire boom onder andere aankleding van wandellanen. Door deze aanplant ontstond er schaduw op het wandelpad. De welgestelde bewoners konden op deze manier geriefelijk wandelen zonder dat men werd gebruind door de zon. Iets wat in die dagen als teken van armoede werd gezien. De statigheid van een rij laanbomen werd door het gebruik van speciale soorten bomen versterkt.
16.
Knotbomen
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf De knotbomen staan op de oostelijke erfgrens. Het zijn stapstenen tussen de houtsingel aan de oostzijde en zuidzijde. Ook hier is rekening gehouden met de zichtlijn van de buren. Ten gunste van de variatie is gekozen voor knotbomen. Omdat de plek van de bomen (min of meer) grenst aan het beekdal van de Groene Slinge is gekozen voor de Gewone Es. Deze boom past beter (dan de eik) bij het natte karakter van een beekdal.
Aanleg nieuw element Locatie Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : :
Oostzijde weiland (zie inrichtingsschets) 2 meter binnen de erfgrens, circa 10 meter uit elkaar 2 stuks Gewone es (Fraxinus excelsior) 8-10 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatie vellen in de bijlage nvt
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
13
Cultuurhistorische waarde Wilg, populier, es, els, eik en haagbeuk kwamen al voor het begin van onze jaartelling als knotbomen voor. Knotbomen deden dienst als grensafscheiding of als houtleverancier. De knotboom levert gemakkelijk oogstbaar hout op dat voor allerlei doeleinden werd gebruikt. Zo werd het gebruikt voor bezems, manden, oeverbeschoeiingen, takkenbossen en gebruikshout zoals hekken en gereedschapsstelen. Oudere knotbomen herbergen allerlei planten en dieren. Het aantal diersoorten dat in een knotboom huist is zeer groot. Van de vele vogels die in een knotboom te vinden zijn, is de steenuil een van de trouwste bewoners. Knotbomen
17.
Kruidenrijk grasland
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw erf Ten zuiden van de twee weilanden (die als zodanig gebruikt kunnen worden) ligt een driehoekig perceeltje dat nadrukkelijk een natuurwaarde meekrijgt. Door het inzaaien van een (meerjarig) bloemenmengsel ontstaat hier een fraai kruidenrijk graslandje dat voor insecten heel waardevol is. Bovendien is het een onderdeel van de eerder beschreven mantelzoom.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Aanleg en beheer Overig
: : : : : :
Ten zuiden van de twee weilandjes (zie inrichtingsschets) 50 meter 0-28 meter 790 m2 Zie informatie vellen in de bijlage nvt
Ecologische waarde Vooral in de maanden juni en juli zijn er voor bijen en andere insecten weinig bloemen voor het verzamelen van stuifmeel en nectar. De meeste inheemse bomen en struiken zijn dan al uitgebloeid. In deze periode kunnen we bijen en insecten goed helpen door de ontbrekende schakels in de zogeheten bloeiboog aan te vullen. De Bloeiboog is het totaal aan voorkomende bloeiers uitgezet in de tijd. Wanneer het hele groeiseizoen voldoende bloeiende soorten aanwezig zijn dan is de bloeiboog op orde. Wanneer er op bepaalde momenten gebrek is aan bloeiende beplanting dan kunnen we dit oplossen door aanplant en/of het inzaaien van bloemen, om de bloeiboog volledig te maken.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
Kruidenrijke randen
14
Het zaadmengsel Kies voor het beste resultaat een zaadmengsel dat bestaat uit: 1. Een beperkt aantal inheemse soorten geschikt voor of zand of kleigrond. Het toepassen van exotische soorten draagt minder bij aan de gewenste versterking van de biodiversiteit en kan zelfs leiden tot verspreiding van ongewenste soorten 2. Meerjarige soorten. Voor een duurzaam resultaat is het verstandig om meerjarige soorten in te zaaien en niet alleen eenjarige soorten. Bij SLG hebben we regelmatig acties waarbij grondeigenaren voordelig bloemenmengsel bij ons kunnen bestellen. Houd hiervoor onze website in de gaten: www.slgelderland.nl
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
15
BIJLAGE 1: Beplantingslijst ……………………………………………………………………………………………………………………… Onderstaande plantsoenlijst omvat de beplanting die nodig is om het voorgestelde plan uit te voeren.
Nederlandse naam Bosplantsoen Veldesdoorn/spaanse aak Zwarte els Krent Berk (ruwe) Rode kornoelje Hazelaar Eenstijlige meidoorn Kardinaalsmuts Wilde liguster Zoete kers Inheemse vogelkers Sleedoorn Vuilboom/ Sporkehout Hondsroos Egelantier Geoorde wilg Lijsterbes Gelderse roos Boompalen Boompalen Boombeschermer Laanbomen Zoete kers Tamme kastanje Walnoot Zomereik Winterlinde Beuk (Groen) Gewone es Fruitbomen Appel Appel Appel Appel Appel Peer Peer Peer Pruim Pruim Pruim Pruim Pruim
Wetenschappelijke naam Acer campestre Alnus glutinosa Amelanchier lamarckii Betula pendula Cornus sanguinea Corylus avellana Crataegus monogyna Euonymus europaeus Ligustrum vulgare Prunus avium Prunus padus Prunus spinosa Rhamnus frangula Rosa canina Rosa rubiginosa Salix aurita Sorbus aucuparia Viburnum opulus Type Onbehandeld Anti knab Wetenschappelijke naam Prunus avium Castanea sativa Juglans regia Quercus robur Tilia cordata Fagus sylvatica Fraxinus excelsior Ras Groninger Kroon* Kenneke Zoete kroon* Anna van Zieuwent Hermien van Eibergen Beurre Clairgeau Oranjepeer Pondspeer Anna spath* Early Laxton* Hauszwetsche* Mirabelle de Nancy(*) Opal*
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
Maat
Aantal
0
0 250 102 40 25 25 120 310 25 70 25 25 25 105 25 75 50 75 130 0 31 30 0 3 2 2 4 3 2 2 0 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 0 8x250 78 0 10-12 10-12 10-12 10-12 10-12 10-12 mk 8-10 0 hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam
16
BIJLAGE 2: Landschapsanalyse ……………………………………………………………………………………………………………………… Het terrein aan de Vrakkinkweg 1 is gelegen ten noorden van Groenlo. Een gebied dat valt onder het landschapsensemble Groenlo-Slingerrand. Een gebied dat voornamelijk bestaat uit stedelijk gebied en kampenlandschap. Binnen dit landschapsensemble wordt onderscheid gemaakt tussen het noord-oostelijke deel en het zuid-westelijke deel. Vrakkinkweg 1 is gelegen in het noord-oostelijke deel van het landschapsensemble. Het LOP zegt hierover het volgende: Groenlo ligt in een laagte (het dal van de Slinge) in de plateaurand. Dit bood strategische kansen voor verdediging, maar ook voor handel in de routes om het natte midden van de Achterhoek heen. Landschappelijk vormt het de overgang tussen het plateau en het nat, waarbij met name de noord- en oostzijde de karakteristieken van het plateau hebben. Vandaar dat daar wordt aangesloten bij de scholten, de grotere boerderijen op het plateau, met de traditionele elite als belangrijke factor in zowel het sociaal-economisch leven, als in het landschap. Lanen, bossen, grotere boerderijen en natuurlijk de hoogteverschillen van het plateau kenmerken het landschap. Hierop moet ook worden aangesloten bij de ontwikkeling van het landschap zowel mét als zonder A18.
Zeker wanneer die A18 zou worden aangelegd zal die ingreep moeten worden benut om een stevige landschapsstructuur rond Groenlo aan te leggen in de vorm van lanen en bossen. Zo kan het beeld van kale industrie, die nu het aanzicht van de stad voor passanten geheel bepaalt, op termijn worden omgebogen tot de stad van allure, die het eertijds geweest moet zijn. Inspiratiebron kan de omwalling met z’n eeuwenoude eiken zijn. In die nieuwe “circumvallatie” van parkachtig groen kan dan de nieuwe vormgeving van wonen, werken en andere stedelijke functies worden ingebed, zodat ze, net als de oude vestingwerken, weer allure geven aan de stad in een nieuwe gordel van “scholterandschap”. Landgoedvorming kan hierin passen. Dat kan bijdragen aan de uitloopmogelijkheden vanuit de stad naar het landschap. Die zijn nu zeer beperkt. Beplantingsvormen zijn in de eerste plaats laanstructuren, bij voorkeur stevig van formaat. In het dal van de Slinge zijn ook elzen-eikensingels gewenst om routes vanuit de bebouwde kom voor plant, dier en mensen te begeleiden Kampenlandschap Het terrein aan de Vrakkinkweg is gelegen in het Kampenlandschap. Wanneer we naar de historische kaart kijken (omstreeks 1900) wordt dat beeld bevestigd. Het kampenlandschap wordt als volgt omschreven: Het kampenlandschap komt voor in Oost-Gelderland.
Daar komen langgerekte dekzandruggen voor, waar de westenwind het zand opstuwde. Daar tussenin stroomden beekjes. Het kampenlandschap bestaat niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers die in de late Middeleeuwen ontstonden. De boerenbedrijven voeren een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Ieder kamp bestaat uit akkers op de hoger gelegen dekzandrug, grasland langs de beekjes tussen de ruggen en het boerenerf er tussen in op de flanken van de rug. Omdat de grond vaak arm was, brachten de boeren mest en heideplaggen als bemesting op het land. Honderden jaren bemesting zorgden ervoor dat de akkers steeds hoger werden, met een vrij steile rand. Om de gewassen te beschermen tegen wildvraat en wind, werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Wegen volgden de hogere delen in het landschap en hadden hierdoor vaak een bochtig verloop. Dat beeld wordt bevestigd door de historische kaart (bijlage 2).
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
17
BIJLAGE 3: Historische kaart 1900 ………………………………………………………………………………………………………………………
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
18
BIJLAGE 4: Cultuurhistorisch erfinrichtingsprincipe
Vrakkinkweg 1a In deze bijlage wordt het cultuurhistorisch inrichtingsprincipe beschreven dat hoort bij de boerenerven in het agrarisch cultuurlandschap. Voor het erf aan de Vrakkinkweg geldt dat het niet gaat om een boerderij op een boerenerf. Het is daarom niet nodig dit principe één op één toe te passen op dit erf. Het inrichtingsprincipe dat hier omschreven wordt dient echter wel als inspiratiebron bij de inrichting van het erf. Het erf ligt ten slotte wel in een agrarisch cultuurlandschap waarin veel (traditionele) boerenerven voorkomen. Deze erven zijn onderdeel van het landschap en mede bepalend voor de uitstraling daarvan. Door gebruik te maken van streekeigen, kleinschalige landschapselementen, die van oorsprong ook op de erven te vinden waren, kan op een vernieuwende manier toch aangesloten worden bij het landschap en de erven die daarin te vinden zijn. Traditioneel gebruik Van oudsher stonden boerderijen en boerenerven in dienst van de agrarische bedrijfsvoering. Alles wat te vinden was op en rond het erf had een functie. Nut ging altijd voor sier en niets was toevallig. De boerenerven verschillen per regio. De grondsoort en de oorspronkelijke agrarische bedrijfsvoering had grote invloed op de inrichting van het erf en de keuze van bomen en struiken. Maar ook de godsdienst drukte onbewust een stempel op het erf.
Katholieke erven in het rivierengebied stonden vol bloemen, terwijl in de protestantse gebieden van de achterhoek het erf veel eenvoudiger was ingericht, zonder uitbundige bloemen. Opbouw van een boerenerf Ook de taakverdeling tussen de boer en boerin heeft een belangrijke invloed gehad op de traditionele erfinrichting. De taken waren duidelijk verdeeld en daarmee de grond rondom de boerderij ook. De vrouw had de verantwoordelijkheid over het woongedeelte, het daar dichtbij liggende terrein met de bleek, de moestuin, de huisweide, eventueel de siertuin met boerenerf met een voor en achter structuur bloemperken en de boerenboomgaard. Op de boerderij werd dat meestal “voor” genoemd en “voor” was het domein van de boerin. Voor deze delen van het boerenerf was een goede zichtbaarheid vanuit het woonhuis vereist, omdat in de boomgaard bijvoorbeeld de jonge kalveren liepen, die extra aandacht nodig hadden. De man had de verantwoordelijkheid voor de dieren, de wagens, de werktuigen en het bedrijfsgedeelte. Kortom, hij had de zorg voor “achter”. “Voor” is van oorsprong meestal een stuk groener dan “achter”. Voor staan de meeste bloemen, struiken en bomen. Ook speelde aan de voorkant het laten zien dat het goed ging, een belangrijke rol.
Daarom werden daar later parkbomen zoals de treurbeuk, de paardekastanje, de rode beuk, (lei)linden en sierstruiken, kortom, de wat meer luxe soorten, aangeplant. Het voorste deel van het boerenerf was meer gericht op het gezin en had een bepaalde beslotenheid. Aan de achterkant moest men ruimte hebben om met paard en wagen te manoeuvreren en later met steeds groter wordende tractors. “Achter” stonden ook de schuren. De boer was er de hele dag te vinden. Hij hield zich bezig met het bewerken van het land, de verzorging van het vee óf met onderhoud en reparaties aan machines en bedrijfsgebouwen. “Achter” werden de zakelijke contacten met de omgeving afgehandeld, koop en verkoop van zaken vonden vooral daar plaats.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
19
Aan de achterkant lag ook de verbinding met de bij het bedrijf behorende percelen. De beplanting aan de achterkant bestond meestal uit bomen en struiken die ook in de omgeving voorkwamen. De beplanting achter was hoog, los en afwisselend en bestond uit singelachtige beplantingen. Ook kwamen vaak solitaire bomen voor. Voor en achter worden nog altijd door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kan globaal over het gehele erf worden doorgetrokken, waardoor de functionele scheiding tussen wonen en werken goed zichtbaar wordt. Variatie Vanwege de functionaliteit van veel landschapselementen was er van oudsher veel beplanting op en rondom het erf aanwezig. Dit zorgde voor een grote variatie aan beplanting en beplantingsstructuren. Landschapsbeheer Gelderland streeft er dan ook naar deze structuren weer terug te brengen op erven, aan de hand van onze 4 lagen benadering. Dit houdt in dat we zowel kruiden, hagen, hoogstamfruit en singels met hoge bomen graag op erven zien. Dit vergroot de biodiversiteit en biedt veel kansen voor vogels en zoogdieren.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
20
5. Aanplant en beheerinstructies ………………………………………………………………………………………………………………………
Algemene plant informatie
Struiken en bosplantsoen Algemeen Dit zijn soorten die of in een rij of per oppervlakte beplant worden. De maat van het geleverde materiaal is doorgaans 60-100 cm hoog. Struiken planten we 1,25 x 1,25 meter uiteen. Bosplantsoen 1,50 x 1,50 meter. In de meeste gevallen krijgt u een gevarieerd sortiment. Er zitten dan wat boomvormers in en wat struikvormers. Met name de manier waarop de menging wordt uitgevoerd kan bepalend zijn voor een goed of minder goed resultaat. Boomvormers: Berk, Es, Els, Eik, Beuk, Esdoorn zijn boomvormers die ook in een beplanting met struiken kunnen voorkomen. De boomvormers dient men als ze gemengd worden geplant met struiken in het midden van een beplanting (niet aan de rand dus) aan te leggen. Struikvormers: Gelderse roos, Sleedoorn, Kardinaalsmuts, Hondsroos en Egelantier zijn soorten die aan de rand van een beplanting het beste resultaat leveren. De Krent, Vuilboom, Hulst, Lijsterbes, Kornoelje en Hazelaar zijn de soorten die beter schaduw verdragen kunnen. Het is dan wel raadzaam om deze soorten in groepjes (wanneer mogelijk, 3-5 stuks) aan te planten. Aanleg De beplanting kan in verschillende verbanden aangeplant worden, in rijen, in driehoeksverband, in een wildverband enz. Voor alle verbanden geldt dat er in zwarte grond geplant dient te worden. Van tevoren ploegen, spitten of frezen is van groot belang.
Daarnaast dient de grond onkruid vrij te zijn en na aanplant ook de eerste jaren onkruidvrij te blijven (gebruik geen gif aangezien de jonge aanplant hier sterk van te lijden heeft). Het planten zelf kan vrij vlug uitgevoerd worden. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is o.a. afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houdt de grond op de schop), plaats het plantje zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantje vasthoudt. De grond iets aanduwen. Onderhoud De beplanting begint klein, na 2 tot 3 jaar echter zal de beplanting gesloten raakt (d.w.z. de takken van de beplanting elkaar raken) er moet worden gesnoeid. Een beplanting van alleen struikvormers kunt u onderhouden om jaarlijks takken die problemen geven af te knippen. Ook is het mogelijk om dunningen uit te voeren, door struiken af te zetten. Zo kunnen de struiken zich ontwikkelen tot een mooie dichte, met kleurige bessen en bloemen, groene beplantingsvorm. Doet u daarna niks meer dan schieten bepaalde soorten door en wordt de beplanting hol van onderen. Er moet een verjonging plaatsvinden.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
21
Verjonging, als de struiken mooi in sluiting zijn, kan plaatsvinden door bijvoorbeeld jaarlijks 1/4 deel af te zetten (niet te laag 15-20 cm). Na 4 jaar is de gehele beplanting dan verjongd. Dit afzetten kan het beste, evenals de dunningen in het najaar plaatsvinden. Voor een beplanting met alleen boomvormers, wat op termijn dus bos dient te worden geldt dat de plantafstand groter is namelijk 1.50 x 1.50 meter en dat het daardoor de eerste jaren niet nodig is om te snoeien e.d. Wanneer de beplanting in sluiting komt, d.w.z. dat de kruinen van de bomen elkaar raken dan is het zaak om de zogeheten "blijvers" te kiezen. Met andere woorden welke bomen mogen groot en oud worden. Deze bomen moeten de ruimte krijgen om zich in goed te kunnen ontwikkelen, de bomen die rechtstreeks de blijvers hinderen kunnen verwijderd worden. Deze dunning moet verstandig uitgevoerd worden, haal niet teveel weg. Dit proces kan op de langere termijn nog eens uitgevoerd worden zodat de bomen die uiteindelijk moeten overblijven wederom meer ruimte krijgen. Wilt u een beplanting krijgen van bomen met daaronder een struikenetage dan dient u de struiken/boompjes die u wilt behouden vrij te stellen door, wanneer de beplanting gesloten raakt, de omliggende beplanting af te zetten op 15-20 cm boven de grond. Laat de beplanting weer in sluiting komen en herhaal dan deze ingreep.
Op deze manier krijgt u een mooie dichte beplanting met opgaande soorten. Dit snoeien kan het beste in het najaar plaats vinden. Voor alle drie de beplantingsvormen geldt dat water geven en onkruidbestrijding in de eerste jaren van groot belang is. Ook is het belangrijk dat het vee of het wild niet bij de jonge beplanting kan komen. Tevens is het raadzaam om voor het juiste onderhoud de cursus landschappelijke beplantingen van Stichting Landschapsbeheer Gelderland te volgen.
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
22
Heggen en Hagen Algemeen Door het regelmatig knippen van bepaalde boom- en struiksoorten kan er een haag ontstaan. Dit knippen zorgt ervoor dat er geen verticale groei plaatsvindt, en dat daardoor de beplanting dichter wordt. Soorten die gebruikt worden als haag zijn o.a. beuk, veldesdoorn, haagbeuk, taxus, hulst, meien sleedoorn en liguster. De hoogte van het plantmateriaal is doorgaans 60-100 cm. De haag dient minimaal een op halve meter van de erfgrens geplant te worden. De plantafstand is doorgaans om de 25 cm, 4 per meter dus. Taxus en hulst kunnen om de 40 cm geplant worden (5 per 2 meter). Aanleg Graaf een geul langs een gespannen lijn van ongeveer 50 cm diep. Vul deze aan met compost of goede potgrond voor een betere groei. Verdeel eerst de planten langs de geul en plant ze vervolgens. Voor een mooie strakke haag kan het raadzaam zijn om de eerste jaren de haag tussen twee draden te laten opgroeien. Knip direct na het planten 15-20 cm uit de kop van het plantje, dit stimuleert om sneller en breder te groeien. Liguster daarentegen kan men het beste direct na het planten tot 15 cm boven de grond afknippen (eenmalig), zo ontstaat een betere vertakte en dichtere haag. Onderhoud Een haag wordt bij voorkeur twee maal per jaar geknipt. Wanneer jaarlijks eenmaal wordt geknipt, wat de haag een wat ruwer voorkomen geeft, kan dit het beste na de langste dag gebeuren (eind juni).
De hoofdgroei is dan al voorbij. Knipt men twee maal dan zijn de maanden mei en september geschikt. Knip wanneer het bewolkt, niet te warm is. De uiteindelijke hoogte van de haag is afhankelijk van het knippen. Houdt daarbij het doel van de haag duidelijk in ogenschouw. De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de plantjes gezorgd worden, dit houdt in: - Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid) - Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, koeien, konijnen enz door de dieren minimaal 1 meter van de haag te houden.
Voor plantinstructie: https://slgelderland.nl/kennisbank/aanplant-en-beheer
Beplantingsplan | Landschappelijke inpassing Vrakkinkweg 1a Groenlo
23