CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp vossenburcht toelichting bijlage 7 waterhuishoudingsplan

Raadscommissie 30 november 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Herziening Vossenburcht Lievelde' en beeldkwaliteitsplan ‘Woonpark Vossenburcht Lievelde’10.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo waterhuishoudingsplan Park Vossenburcht Opdrachtgever:

Gemeente Oost Gelre

Project:

Plan Park Vossenburcht in Lievelde

Onderwerp

Toelichting rioleringssysteem

Opgesteld door: Datum:

7 april 2021

Status:

Concept

Aanleiding Anacon-Infra BV is gevraagd een rioolontwerp met onderbouwing onderbouwing te maken voor het project Park Vossenburcht in Lievelde. Het betreft een uitbreiding van 18 percelen aan de noordzijde van de kern nabij het treinstation.

Ontwerpuitgangspunten uitbreiding hemelwatersysteem Eisen Gemeente Oost Gelre Anacon-Infra stelt de volgende uitgangspunten voor welke besproken moeten worden met de gemeente Oost Gelre en aansluitend vastgesteld kunnen worden. Vuilwatersysteem -

Leidingdiameter 250 mm; materiaal kunststof

-

Leidingverhang 1:250 tot maximaal 1:500

Hemelwatersysteem -

-

Bewoners moeten het dakwater op eigen terrein bergen en infiltreren o

Bergingseis T=10+10% (40 mm) statisch

o

Bij voorkeur bovengrondse afstroming van hemelwater

Aanleg van een wadi centraal in het plan in combinatie met een overloop aan de noordzijde van het plan naar de groenzone met een wadi en vijverpartij. o

Bergingseis T=10+10% (40 mm) statisch van het aangesloten verhardingsoppervlak openbare ruimte

o

Bui T=100+10% volgens de maatgevende bui van het Waterschap Rijn & IJssel (74 mm statisch van het aangesloten verhardingsoppervlak openbare ruimte en dak- en terreinwater) dient bij voorkeur geheel in de centrale groenstrook te worden geborgen.

o

Noodoverlaat op wadi’s en vijverpartij ten noorden van het plan, bij voorkeur bovengronds.

Eisen waterschap Rijn en IJssel In het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel is de gemiddelde landelijke afvoercoëfficiënt bepaald op 0,8 l/s/ha. De maatgevende bui T=100+10% die hierbij hoort heeft een omvang van 101 mm en valt in 48 uur. De afvoer via het oppervlaktewater zou in dat tijdsbestek 28 mm bedragen. Het restant (74 mm) dient tot aan maaiveld geborgen te kunnen worden. Zie Bijlage “DUURZAAM EN VEILIG WATER IN DE STAD (Normen en uitgangspunten voor wateraspecten bij (stedelijke) ontwikkelingen)” versie maart 2017

Omgevingskenmerken Het terrein kent de volgende grondwaterstanden, RHG van NAP 23.50+ tot 24.00+ en de RLG van NAP 22.50+ tot 23.50+. De ondergrond is geschikt voor infiltratie. Het project valt binnen het gebied waarbij afkoppelen mogelijk, zie hiervoor de Afkoppelkansenkaart Gemeente Oost Gelre, opgesteld door BZ Ingenieurs en Managers.

Beschrijving hemelwatersysteem Het Waterschap Rijn en IJssel heeft de volgende voorkeursvolgorde; “vasthouden – bergen – afvoeren”. Dit is in te vullen door in de bouwvoorschriften op te nemen dat op eigen terrein 40 mm berging van het dakoppervlak geborgen moet worden. De verhardingen van wegen en particulier terrein wordt verzameld en geborgen in de centrale groenstroken in het plan welke als wadi wordt ingericht. De wadi’s krijgen een drainagesysteem welke via een stuwput aansluit op het bestaande hemelwatersysteem in de Bergstraat. Bovengronds krijgen de wadi’s een overstort (via maaiveld) richting de groenzone ten noorden van het plan. De afmetingen van de wadi’s bieden voldoende mogelijkheden om bui T=10+10% volledig te bergen. Ook bij een doorkijk naar bui T=100+10% (74 mm) volgens de eisen van het waterschap hebben de wadi’s en de groenstroken rondom de wadi’s voldoende ruimte om het hemelwater te bergen. De percelen dienen bui T=10+10% op eigen terrein te bergen. Bij een doorkijk naar bui T=100+10% (74 mm) moet het hemelwater worden geborgen in de wadi’s van het plan.

Beschrijving vuilwatersysteem Het vuilwater (DWA) wordt aangesloten op het bestaande stelsel in Bergstraat. De leidingdiameter van 250 mm is ruim voldoende qua capaciteit en is uit oogpunt van beheer en onderhoud vastgesteld. De dekking op het hoofdriool is > 1,20 meter waardoor huisaansluitingen conform het principedetail van de gemeente is aan te leggen.

Hemelwaterberging De totale berging van de geprojecteerde wadi’s tussen de woonstraten is ca. 92 m3. De wadi’s tussen de woonstraten, de wadi in het park en de boomgaard in het park heeft een berging van ca. 365 m3. Geadviseerd wordt de wadi te voorzien van drainage en aan te sluiten op het hemelwatersysteem in de Bergstraat. De keuze kan ook gemaakt worden om de drainage onder de wadi’s aan te sluiten op de vijver in

het park. Vanuit het oogpunt van beheer is de keuze gemaakt om de drainage aan te sluiten op het hemelwatersysteem in de Bergstraat. De percelen moeten 40 mm berging op eigen terrein maken, het overige mag bovengronds afstromen naar openbaar terrein.

Gehanteerde (verharding)oppervlak binnen het plan: Omschrijving

oppervlak

%

verh.opp.

Rijbaan

1.150 m2

100%

1.150 m2

Totaal percelenoppervlak

4.325 m2

Waarvan dakoppervlak

1.150 m2

100%

1.150 m2

Perceeloppervlak exclusief dakoppervlak

3.175 m2

30%

955 m2

1.150 m2

40 mm

46 m3

Rijbaan

1.150 m2

74 mm

85 m3

Dakoppervlak

1.150 m2

34 mm

39 m3

Perceeloppervlak exclusief dakoppervlak

955 m2

34 mm

32 m3

Totaal

3.255 m2

Beschikbare berging

oppervlak

vulling %

inhoud

Wadi west

130 m2

100%

26 m3

Wadi oost

280 m2

100%

66 m3

Wadi parkgebied

1135 m2

100%

205 m3

Boomgaard parkgebied

690 m2

100%

68 m3

Bergingseis T=10 + 10% (40 mm) Rijbaan

Bergingseis T=100 + 10% (74 mm)

Totaal

159 m3

365 m3

De totale beschikbare berging (tot maaiveld) is 365 m3, dit is meer dan de bergingseis van 159 m3. De totale beschikbare berging is voldoende om ook het hemelwater van particuliere percelen (40 mm) op te vangen. Ook is het mogelijk om de berging in het parkgebied te ‘rekenen’ voor andere delen van Lievelde (Bergstraat en Lauwersdijk).

Conclusie De voorzieningen zijn voldoende groot om bui T=100+10% volledig te bergen. Aandacht bij uitwerking van het hemelwaterontwerp is aanleg van voldoende ‘leegloop’ door aanleg drainage en mogelijk infiltratie.

De wadi’s hebben in totaal voldoende inhoud om bui T=10+10% (statisch) te bergen. De waterdiepte in de wadi’s bij bui T=10+10% is ongeveer 16 cm Voor bui T=100+10% hebben de (geprojecteerde) wadi’s onvoldoende inhoud. Echter met de wadi en de boomgaard in het parkgebied is er meer dan voldoende inhoud. Indien er geen berging op particulier terrein wordt gerealiseerd is er ook voldoende berging. Kanttekening; in de opgestelde berekeningen zijn de wadi’s tussen de woonstraten optimaal vorm gegeven (maximaal benutten van de groenzones). Een speelse invulling met groen en speelaanleidingen gaan te koste van de berging. Kans; In de Bergstraat wordt wateroverlast ervaren bij hevige neerslag. Dit project bied de mogelijkheid om een bovengrondse noodoverlaat te maken voor de Bergstraat. Hier is in het hoogteplan van de woonstraten rekening mee gehouden. Het plateau in de Bergstraat bij de aansluiting van de westelijke woonstraat vormt nog een blokkade. Vanuit het oogpunt ‘wateroverlast’ zou de moeten komen te vervallen. Geconcludeerd kan worden dat met aanleg van de geprojecteerde wadi’s en een lage afwerking van de boomgaard voldoende berging is te creëren en geen wateroverlast in de openbare ruimte op treedt. Het systeem voldoet aan de gestelde ontwerpuitgangspunten.

Bijlagen: •

Voorontwerp Riolering Park Vossenburcht d.d. 2021-04-06

•

“DUURZAAM EN VEILIG WATER IN DE STAD (Normen en uitgangspunten voor wateraspecten bij (stedelijke) ontwikkelingen)” versie maart 2017

•

Rapportage “Afkoppelkansen gemeente Oost Gelre” d.d. 28-11-2019 van BZ Ingenieurs & Managers

26.137 25.761 25.892

24.750 24.543

cam per p 24.490

24.526

24.594

25.568

25.54

sen

25.546

25.535

25.565 25.512

25.527

24.55

24.495

25.492

25.56 25.49

woonstraat ca. 1.150 m2

25.51

25.351 24.844 25.382

24.52

24.550

kee

24.458 24.460 24.440 24.480

24.51

24.519

24.46

24.439

24.506

24.466

24.473

24.44

24.484

24.46

24.425

24.426

24.476

24.513 24.545

24.44

24.439

24.443

24.576

24.756 25.072 24.909

24.641

25.454

25.40

25.397

24.458

24.466

vb 24.575

d 25.259

25.566

wadi

24.51

25.373

24.481

24.454

24.782

24.432

25.37

24.977

VWA PVC-leiding ∅250 mm vuilwaterriool met materiaal, afmetingen en b.o.k. 23.50+

25.47

24.94

24.987 25.00024.944 25.018

24.501

24.461

24.054

woningbouw ca. 1.150 m2

25.45

25.588

24.429

23.65 24.042

1:3

24.421 23.704

24.461 24.552

24.570

24.415

24.76

24.511

24.559

24.713

24.683

24.541

24.481

25.470

24.442

24.483

23.25

25.58 25.55

24.756 24.580

23.70

24.789 24.676

24.496

24.44

24.474

24.379

24.750

25.358

Lichtblauw: min. 0,05 meter water op straat Donkerblauw: >0,3 meter 25.570 water op straat 25.556 25.47 aart Vossenburcht en omgeving: wateroverlast - wateroverlast bij bui 74 mm/uur (bron: klimaateffectatlas)

24.396 22.989

24.560

24.108

22.97

22.616 22.53

24.594

24.022

22.934

24.0224.268

22.512

24.580

24.270

24.586

23.051

24.666

24.169 23.738 23.242

22.545

0.2 ø 1.5 24.473 kroon 3 hoogte

24.420

22.91

24.325

22.51

22.495

22.497

23.796

22.842

23.029

23.638

24.610

24.600

23.965

24.185

25.466

24.25 25.360 25.572

24.55

24.033 24.03 23.947 24.033

23.845

22.988 22.909

22.925

23.422

23.74

24.335

24.132 24.14 24.136

24.60

24.605

23.756

22.762

22.801

24.437

24.53 24.354

24.476

23.664

24.628

24.63

24.668

22.775

24.620

22.77

22.769

24.500

22.808 24.435 24.603

24.60 24.562

23.279

24.56

P 24.631

22.775

P

24.599

24.719

P

boomgaard

24.63+

-71.831

24.701

24.553 24.576

18

24.613 24.606 24.61 24.605 24.586 24.583 24.571

24.55

-71.921 -71.865

24.547 24.53 24.524 24.543 24.530 24.537

16 -72.087 -71.885

20

P

P

P

P

P

P P

P

22.57

P

24.75

∅31524.692

24.606 24.57

24.586 24.601

24.619 24.431 24.657

24.561

24.643 24.66

24.649

24.605 24.56324.55 24.541 vb 24.612 24.62 24.65 24.553 24.587 24.621 24.651

.98

+

P

P

P

P

P

P

P

-lei

25.286

25.186

P

P

25.262

22 25.094

24.870 24.895 24.788 24.783 24.772 24.785

Esdoorn 0.1 24.512 ø 2 kroon 4 hoogte

24.92224.89

24.546 24.517

24.748 24.770

24.596

PVC ∅

315 24.758

24.636 24.791 -72.357

pvc ∅

24.73 24.618

24.748 -73.573

24.855

24.763 24.76 24.753 24.757 24.839 24.779

24.663

24.536

24.645 24.62 BR 24.769 24.615 24.64 24.760 24.629Esdoorn 24.753 24.738 24.591 0.1 ø 224.652 kroon 24.835 24.809 4 hoogte 24.828 24.818

-73.573

24.835 24.824

24.767 24.779

22.57

24.78 22.78 p

24.799 24.845 24.843

vc ∅2

24.74 24.778

22.57

24.702 24.694 24.725 24.718

24.810 24.852 24.865

-72.276 -72.311

eik ø 0.6 kroon 10 hoogte 14

24.806

24.750 24.736

24.85 24.864

24.86 24.763

22.78

24.88

00

PVC

24.879 24.901 24.911

∅315

P

P

25.456

24.767

24.77 24.77

24.921

24.777

-72.155 24.936

24.96 24.978

24

24.995

-72.042

traat

25.001 25.044

25.075 -72.567 -72.503

P 25.284

S

P

P

25.29

P

VWA 24.95+ bt vk 800 mm

Berekening berging (statisch) Verhard oppervlak percelen dakoppervlak

25.118

25.728

25.95 25.95 25.954

26.083

(4.325-1.150)*30%

= = =

1.150 m2 1.197 m2 1.150 m2

25.753

* 74 * 34 * 34

= 85 m3 = 32 m3 = 39 m3 ---------156 m3

25.916

Noodzakelijke berging P

25.07

25.35

P

25.464

Beschikbare berging Inhoud wadi's nieuwbouw25.577 25.58 Inhoud wadi park 230 * 30 cm + (1135-230)*0,5*30 cm Inhoud boomgaard park 690 * 15 cm

Totaal beschikbare berging voor T=100

P

= 92 m3 = 205 m3 = 68 m3 --------------365 m3

26.04

26.027

-72.053 -71.722

25.851

25.59 25.616

eik ø 0.4 kroon 10 hoogte 14

25.155 25.157

VWA 25.05+ bt vk 800 mm overzetput 25.088

25.62

25.696

25.730

25.79 25.85

25.12

25.100

25.895

25.872

25.052

25.152 25.157

25.09

0.000 opmerking: geen toestemming om te meten

24.920

25.135

25.01 24.99

PVC

pvc ∅

∅315 2

25.014 25.034

2.56 25.073

25.038

3.07 25.111

25.11 23.06

25.224

pvc ∅

23.79

PVC

∅315

25.253 25.269

25.239

200

25.07

25.27

PVC

25.006 25.054 25.070 25.092

∅315

Inrichtingsplan

pvc ∅

200

23.80

Beuk 0.6 ø 25 kroon 25.386 25.353 25.368 19 hoogte

25.176

25.48

25.27 23

25.273

25.18 23.80

25.19 25.19

PVC

25.277

25.407

25.373 25.331

25.279 25.281 25.347 25.373 25.413

-71.781 -72.105

Voorontwerp Riolering

25.414 25.418

∅315

25.243

-71.653 -71.702

25.28

25.200

25.244

Onderdeel:

25.51

.14

25.28

-71.918 -71.725

26.033

Park Vossenburcht

25.33

25.262

25.96

25.29

Project:

25.170

25.035 25.182

25.257

-72.178 -71.855

Opdrachtgever:

25.192 25.193

200 2

25.183

28

30

25.679

-71.618 25.367

25.29

25.178

-72.970 -72.902

m3 m3

25.138

25.20+

P

25.16

2

= 26 = 66

25.934 De Voor bui T=100 moet 74 mm berging aanwezig zijn. De eerste 40 vindt al plaats op de percelen en in de wadi. -72.057 overige berging mag in het gehele openbaar terrein gebeuren, zonder overlast voor percelen. 25.851

P

25.160

-73.562 -73.623

46 * 30 cm + (130-46)*0,5*30 cm 162 * 30 cm + (280-162)*0,5*30 cm

25.671

24.972

H

24.964

25.60

= 1.150 m2 = 46 m3

1.150 m2 * 40mm

Maatgevende bui T=100+10% (bij landelijke afvoer 0,8l/s/ha) Duur (uren) 48 Neerslagvolume (mm) 101 mm Afvoer via oppervlaktewater 28 mm 25.67 Benodigde berging (tot aan maaiveld) 74 mm 25.673

P

25.03+

25.117

-72.167

25.20+

P

24.940

HWA 24.967 24.85+ bt vk 800 mm 25.114 overzetput

25.599

Bui T=100

P

H

24.912

-70.151

26

P

24.90+

P

25.041

Esdoorn 24.842 24.905 24.967 0.1 ø 2 kroon 24.834 25.012 25.016 4 hoogte

-72.043 -70.449

Bergs

24.810

24.938

25.304

Berekening berging (statisch) Verhard oppervlak Noodzakelijk berging Beschikbare berging Wadi west Wadi oost

P

HWA 24.85+ PP ∅800 mm stuwmuur peil: 24.20+

25.00+

25.082 25.076 24.686

25.015

berk ø 0.3 kroon 8 hoogte 14

25.056 25.049

24.85

24.878 24.867

22

+

25.55

25.45

P

P

24.884

200

.93

25.09

24.829 24.887 24.857

24.834

24.557 24.590 24.595

P

25.29 25.20+

24.90+

P 25.16

24.963 24.86 24.862 24.849

-72.074

P P

25.341

25.006

24.49 24.49

24.492 24.623 24.623 24.695 24.676 24.678 24.68 24.681 24.675

m ding

22

25.168

P

24.575 24.491

P

g e-leidin

PVC

25.312

VWA 25.298 24.95+ bt vk 800 mm

24.676 24.692

24.59

24.631 24.631

25.151

24.941

24.587 24.513 24.51 24.603 24.504

P

24.90+

25.410

24.820

24.58

25.554

Bergingseis is T=10+10% (40 mm) voor openbaar terrein. Bij de woningen dient berging van de eerste 40 mm op eigen terrein plaats te vinden.

P

25.344

24.800

24.616 24.611

24.59

Bui T=10+10%

P

P

25.03+

P

25.362

25.163

24.591 24.580

25.640

P

25.349

P

25.429

24.98

25.20+

25.388

25.375

P

24.771

24.62 24.617

24.6624.59 24.660 24.623

0m

P

25.139

24.77

24.746 24.644 24.649 24.619

25.273

P

P

25.70

25.66

24.70+

P

25.37

P

25.699

P

24.40+ 24.70+

P

P

25.644

P

∅25

P

24.66

P 24.686

P 24.759

drainag

P

P

P

PVC

24.767

P

P 25.329

P

24.743

0+

P

P

P

P

P

P

0.00

25.372

P

24.75

23.5

P

P

50 ing

eid

VW

P

P

P 0.000

25.638

25.44

24.40+

25.495

24.75

24.693 24.70 24.61 24.703 24.614

23.50+

P

P

25.367

P P

25.120

25.302

24.729 24.73524.718

P

P

+ .00 23

23.2 0+

drai nag e-le iding

P

P

P

W

-71.877

P P

P

24.788 24.757 24.755

24.630

24.49 24.517 24.485

P

P

24.69

25.20+ 25.132

P

24.616 24.632

24.580

24.552 -71.306

25.018

P

P

P

∅200

24.67

00

aansluiten op bestaand stelsel in de Bergstraat

-70.027 -71.825

25.00

P

24.735

P

14

P 25.002

25.142

P

24.701 24.673

∅300

24.613

P

P

24.724

24.762

22.57 beton ∅6

Esdoorn 0.1 ø 2 kroon 24.59 4 hoogte24.593 24.595

P

25.20+

24.72 22.78 pvc

24.724

22.78 pvc

24.625

24.486 24.499 24.613 24.506 24.49 24.57 24.491 24.574 24.572 24.616 24.577 24.652 24.624 24.615 24.62 24.622

24.95

24.960

P

-73.370

24.70

P

P

P

P P

P

24.490 24.496

24.997

25.20+

P

24.90+

P

P

24.670 24.657

24.957

24.874

24.835

P

24.80+

25.454

24.918

P

24.472

24.726 24.706 24.734 24.74 24.734

24.6024.67 24.602 24.624

P

25.016

P

25.385

25.488 24.489 24.53

24.847

23.50+

24.672

-73.362

24.591

24.995 P 24.96

25.297

P

24.440

P 24.848

24.70+ 24.796

24.74024.762 24.755 24.773 24.762 24.75824.758

P

25.799

24.884

24.801

24.952

24.991

25.61

24.559

24.612

25.20+

24.824

24.73+

25.10+

P

24.493

24.673

24.607

24.66

25.802

27.149 27.156 24.708

24.93+

P 24.743

25.264

P

24.69

24.800 24.770 24.76 24.762

wadi bodemoppervlak: 162 m2 24.733 oppervlak insteek: 280 m3 24.72 24.721 24.768 inhoud: 66,3 m3

24.60

P

25.608

25.136

mm

24.593 24.503

24.676

P

VWA 24.65+ bt vk 800 mm

0.1 ø 1.5 kroon 3 24.859 hoogte

24.838

24.682

25.110

25.66 25.659

24.583

24.548

24.616

g ∅200

24.527

24.624 24.751 24.603 24.61324.628 24.6324.72 24.722

24.519

24.683

24.68

berk ø 0.1 kroon 4 hoogte 8

24.642

VWA 24.95+ 24.474 bt vk 800 mm 24.50 eindput

P

24.752 24.608 24.72 vb 24.637 24.72 24.790 24.723

24.565

24.80+

P

P 24.559

P

0+

24.524

24.715 24.747

24.71

0+

BR

24.684

24.75 24.756

22.8

24.72

24.53

ersdijk

24.713 24.514

P

25.20+

23.2

24.764

VWA

24.748 24.632 24.627 24.629

P

P

24.56

25.575

25.11

P

24.70

24.717 24.732

P

P

24.32

24.317

P

24.61

P

C-leidin

24.702

24.608

P

24.683

P

HWA

24.764

24.659

24.640

PVC

24.65

24.58

-lei

24.667 24.587

24.559

P

P

24.698 24.627 24.587

24.90+

∅20 0

24.696

24.680 24.675 24.682

24.639

24.553

25.49 25.674

24.70+

24.539 24.40+

P

m 0m

24.764

25.88 25.88

25.883

P

24.734

24.702

24.516

24.56

ding

24.69

24.47

-lei

24.743 24.700

24.71

24.793 24.702 24.710 24.697

ding

ø 2 kroon

24.740

24.88

∅25

24.741

24.807 24.866

24.81

24.817 24.816

VWA 24.95+ 24.606 bt vk 800 mm eindput

24.21

P

PVC

24.75

22.90+

25.491

24.70+

24.517

P

PV

24.814

24.820 24.755

24.60+

23.3

+

24.750 24.773

P

25.65

P

24.519

24.93+

24.60+

0+

ø 8 kroon 13 hoogte

24.776

24.82

24.830

mm 22.8 7

24.870

25.86

25.857

25.10+

P

24.881 Es 0.3

24.846

24.50+

P

P

24.607

24.568

P

24.88

24.88 24.927 24.905 24.898

25.863

25.876

P

24.93+

25.03+

P

S

VWA 24.790 24.65+ bt vk 800 mm

P

25.82

25.812

25.62

24.661

P

24.522

P

P

25.821

25.806

24.789 P

24.556

24.90+

22.87+

24.84

24.742

24.700

P

P

24.782

24.716

25.897 25.828

P

A

P

24.821

24.86

25.798

24.527

24.278

22 .90 +

24.737

P

24.826

24.444

24.40+

23.2 0+

P

P

25.845

24.49 24.462

24.546

23.505

P

24.884

Linde 0.1 ø 2.5 kroon 24.868 24.849 4 hoogte

24.462

HWA 24.55+ PP ∅800 mm stuwmuur 24.845 peil: 23.90+

24.855

24.553

25.616

P

P

24.723

24.85

24.897

24.40+

24.80+

24.210

24.60+

24.737

24.828

25.85

24.770 24.708

P 24.51

24.10+

24.88

24.753

24.850 24.836 24.835

24.503

VWA 23.134 24.65+ bt vk 800 mm eindput

24.63+

24.73+

24.726

24.863

24.50

VWA PVC

24.90+

P

24.723

24.912

24.655

P

eik ø 0.7 24.72912 kroon hoogte 16

24.771

24.900

24.58 24.65

P

24.73

250 mm

P 24.543

P

24.731

24.838

24.600

24.673 24.678

24.765

24.794 24.799

24.500

P

24.67

P

24.731 24.771

24.763

-leiding ∅

24.90+

24.10+

23.156 24.40+ wadi 23.410 2 bodemoppervlak: 46 m oppervlak insteek: 130 m3 23.617 23.62 inhoud: 26,4 m3

24.47

24.598

P 24.709

24.683 24.70 24.708 24.699

24.459 24.560

22.820

23.078

P

24.55

P

24.737 24.718

25.798

berk ø 0.4 kroon 7 hoogte 15

0.000

P

24.551

22.800

24.10+

24.50+

24.567 P

24.51

24.675

24.522

24.31

P

P

24.676

25.780

25.79

25.692

24.547

24.55 24.553 24.65+

mm

P

24.710

24.73

25.76

25.729

0.00

25.658

P

∅2

23.623

24.74

24.777

24.667

24.144

24.63+23.176

P

24.73 P 24.71

24.665

24.40+

C-l

24.757

24.63+

0.1 ø 1.5 kroon 3 hoogte

24.459

P

P

24.729

24.737

23.59

24.17

P

22.800

24.586 24.646

24.66 24.66

24.512

P

22.811

P

24.732 24.655

P

P

P

23.557

24.709

24.685

0.000

25.043

24.85224.83 24.92 24.934

24.590

24.53

P

23.470

VWA 24.65+ bt vk 800 mm eindput

P

24.700

-72.571

22.81

P

24.648

24.73

P

P

23.122

24.784 24.769

25.775 25.778

25.484

25.83 24.613

24.680

P

22.97+

P

P

24.718

24.71

P

P

P

24.714 -72.380

22.766

24.626

24.611

25.769

25.754

25.229

24.951

24.530 24.625 24.64

23.111

24.66

25.74 25.66

25.736 25.719

25.180

24.605

22.77

22.807 24.80+

P

24.649

24.867

25.74

25.475

24.625

24.502 24.511

24.35+

24.660 24.649

25.741

25.412

24.577

P

24.58

vb 25.589

25.313

24.580

23.164

24.647

24.715 24.713 24.712

24.623

24.629

25.51

24.648

24.598

24.699

24.652

24.502

25.52

25.257 vb 25.21225.222

0.1 ø 1.5 kroon 3 hoogte

24.611

25.34 25.340 25.31

24.737

24.73

25.513

25.68

25.653

24.443

23.586 24.636

24.59

24.727

24.640

P

24.629

24.684

24.731

24.66

22.777

P

24.64

24.658

24.76

24.679 24.671

24.342

24.683

24.672

24.77

24.526

berk ø 0.2 kroon 6 hoogte 14 25.670

25.317 25.35 25.354

25.127

24.619

24.300 24.571

24.640 24.637

24.674 24.690

24.752

24.614

P

24.740

24.672 24.676

24.529

24.62

24.628

24.264

22.819

24.511

24.643

24.736

noodoverlaat wadi hofje naar 24.582 wadi in groen

24.73

24.707

24.697

23.117

P

23.388

vb 24.698 24.672 24.670 24.757 24.744

-72.530 -72.530

25.456

P

24.686 24.611vb 24.698 24.741 24.758

24.745

24.696 24.676

24.63

25.630 25.51

25.491 25.516

23.054

24.683

vb 24.672

25.436

24.721

23.426

P

25.513

24.54 24.551

noodoverlaat wadi hofje naar wadi in groen

P

25.48

25.034

22.796

22.80

24.721

-73.005

24.570

24.57

24.669

-72.491

24.680

24.79

24.631

24.41

25.617

25.273

24.711

24.731

22.852

24.662

24.72

23.46

25.58

24.733

23.685

24.678

24.680 24.670 24.727 24.739

25.022 24.735

VWA

24.650

5

23.456

23.182

24.64

25.585

24.750

Boomgaard oppervlak 690 m2 gemiddeld ca 15 cm lager inhoud ca 104 m3

25.36

24.719

23.231 24.527

25.547

24.508

25.724

24.650

24.38

24.380

24.537

24.62

24.612

24.687

1:5

25.56

25.445

24.521 24.577

22.781

0.000

25.394

Crossbaan

24.566

23.281

22.785

24.42

25.576 25.567

24.54

wadi bodemoppervlak: 230 m2 oppervlak insteek: 1135 m3 inhoud: 205 m3

22.815

23.101

24.017

24.453 24.534

23.73

Wadi/Natuurlijk spelen

23.126 23.190

23.532

25.45

24.53

24.533 24.580

22.78

24.44 24.367

24.577

24.34

24.52

24.173

24.73

24.688 24.718 24.689 -71.767

25.579 24.542

22.904 24.194

24.617

24.50

23.515

24.000

24.185

24.626

24.568 24.586

24.57

23.744

23.177

24.091 24.100

25.357

24.499

P

24.60

24.274

24.27

24.576

0.1 ø 1.5 kroon 3 hoogte

23.61 22.867

0.1 ø 1.5 kroon 3 hoogte

P

23.785

23.97

24.677

1:5 24.273

23.973 23.972 23.966

24.737

24.887

25.57 25.55

25.37

24.389

23.916

24.39

24.67

24.191

24.031 24.015

24.399

24.858

25.567 25.546

24.575

24.03

23.65

0.1 ø 1.5 kroon 3 hoogte

23.721

-70.985

24.247

4

24.265

24.649

24.473

24.554

24.03 24.035 24.033 24.034

22.787 22.959

22.934

24.40

24.569

25.47

24.58 23.535

linde ø 24.595 0.2 kroon 2 hoogte 4

24.570

24.60

24.578

24.131 24.091 24.09 24.150 24.093

23.68

24.38

-72.571

24.674 24.589 24.50

24.45

24.261

24.04 24.102 23.80 24.045

23.722 23.676

24.38

24.532

24.547 24.032

linde ø 0.2 kroon 2 hoogte 4 24.623

24.59

24.621

24.454 22.590

24.21

24.601

24.631

23.3

23.62

24.599 24.699

24.118 24.193 24.237

22.898

1:3

24.677

24.69

24.548 noodoverlaat24.239 wadi24.358 groen24.41 24.458 naar vijver 24.12 24.24

22.81

24.617

24.643

23.40+

22.984

24.65

24.373

24.569

24.574

24.652

24.563

24.177

Crossbaan

24.581 24.624

24.481

aart Vossenburcht en omgeving: AHN hoogtekaart (bron: AHN, Esri Nederland)

Op de kaart is te zien dat de Vicarienstraat en de Lauwersdijk in de toekomst kwetsbaar25.56 zijn voor wateroverlast. 25.36 Volgens het model kan er tijdelijk meer dan 30 cm water komen te staan. Nagaan of er bij de gemeente 25.578 klachten bekend 25.362 25.558 zijn over wateroverlast in Lievelde

22.93+

22.522

24.521

24.626

24.4924.557

afschot verharding

Bui 1-100 kortdurend - Wateroverlast: (bron: limaateffectatlas) 25.58

24.406 24.404

22.47

Rood: hoog (ca. +29 m NAP) Blauw: laag (ca. +22 m NAP)

25.472

24.466

24.185 24.368

22.53

overloop hemelwater

24.540

24.628

24.508

22.474

24.66

24.59

24.769

24.217

22.54

24.33

24.580 24.564

24.586

22.53 22.544

linde ø 0.2 kroon 2 hoogte 4 24.561

24.321

24.415

22.98

Vijver

24.45

24.477

drainageleiding met b.o.k.

25.555

25.36

23.65

23.600

drainage-leiding 23.50+

22.87+

23.246

24.604

HWA P V

23.732

24.525

24.04

HWA PVC-leiding ∅200 mm hemelwaterriool met materiaal, afmetingen en b.o.k. 23.40+

25.554

23.30+

24.544

rwa n

23.50+

24.533

24.397

25.56 25.56

25.559

VWA PVC-leid ing ∅250 mm

24.40

percelen ca. 4.325 m2

25.562

P

24.54

25.563

laa 24.538 t

24.63 24.610 24.619

LEGENDA 25.563

25.866

P

24.545

23.39+

24.63

24.567

24.523

0.1 ø 1.5 kroon 3 hoogte

24.611

25.434

P

24.54

24.515

24.515

24.580

24.578

25.572 vb 25.621 25.523 25.527 25.471 25.510 25.51 25.62 25.513 25.514 25.622 25.613 25.545 25.560 25.556 25.568 25.615 25.570 25.579 25.56 25.575 25.60025.62 25.52625.52 25.557 25.613 25.619 PVC 25.519 25.46 25.59525.59 25.561 ∅ 25.505 25.513 315 25.586 25.502 25.460 25.459 23.85 25.461 25.474 25.472 25.635 25.552 25.645 25.55 25.545 25.65 23.80 25.395 25.44 25.378 25.384 25.384 PVC25.650 25.411 25.57 25.439 25.49 ∅225.611 25.583 0 25.572 0 25.577 25.650 25.581 25.493 25.571 25.562 Berk 0.2 25.371 25.59 ø 5 kroon 25.566 25.595 25.47

9 hoogte

Bestek:

Blad

Schaal:

ormaat:

Projectnummer:

01

9 1:200

A0

OGL 54-00

asering:

Status:

Tekenaar:

Intern:

Vrijgegeven:

Voorontwerp

Concept

J. ter Brugge

A. Woestenenk

2021 04 06

-72.458

25.727 25.727 25.734 25.57525.708 25.589 25.577

25.650

25.72 25.78125.62 25.781 25.61

0.000 -72.440 -72.439 25.811 25.707

opmerking: geen toestemming om te met

25.821

Afgedrukt op: woensdag 7 april 2021 12:09:59 Locatie: x:\gem oost gelre\ogl 54-00 vossenburcht lievelde\03 tekening\08 do\ogl 54-00 do.dwg

Versie: maart 2017

DUURZAAM EN VEILIG WATER IN DE STAD Normen en uitgangspunten voor wateraspecten bij (stedelijke) ontwikkelingen De ontwikkeling van (stedelijk) gebied kan grote wijzigingen in functies en waterhuishoudkundige structuur met zich meebrengen. Het algemene uitgangspunt van het waterschap bij dergelijke ontwikkelingen is dat er bij realisatie van het plan géén afwenteling op de omgeving plaatsvindt. Het waterschap hanteert hiervoor de tritsen: “vasthouden – bergen – afvoeren” voor de waterkwantiteit en “schoonhouden – scheiden – schoonmaken” voor de waterkwaliteit. Daarnaast houdt het waterschap rekening met de voorspelde klimaatontwikkelingen. In dit schrijven worden de uitgangspunten van het waterschap met betrekking tot het inrichten van (nieuw) stedelijk gebied en de omgang met wateraspecten beschreven en toegelicht. De uitgangspunten zijn onderverdeeld in een vijftal hoofdstukken, namelijk: riolering, hemelwatervoorzieningen, ontwatering, onderhoud en diffuse bronnen. De trits “vasthouden – bergen – afvoeren” houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem), indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen.

Pas in de laatste instantie – wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is – kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving. De trits “schoonhouden – scheiden – schoonmaken” omvat ten eerste het niet toelaten dat de kwaliteit van water verslechtert (schoon houden), vervolgens het gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. Door water schoon te houden en vuile waterstromen zoveel mogelijk gescheiden te houden kan de omvang van te zuiveren water worden beperkt en tevens het zuiveringsrendement te worden verhoogd.

1. Riolering Waterschap Rijn en IJssel bepleit om zo min mogelijk schoon regenwater bij afvloeiing van daken en wegen te vervuilen. Ook bepleit Waterschap Rijn en IJssel om zo min mogelijk regenwater af te voeren via een rioleringsstelsel naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Daarnaast wil het waterschap dat de belasting van het watersysteem, door vervuild regenwater en vuil water uit overstorten, geen knelpunten oplevert voor het ontvangende water. Te ontwikkelen stedelijke gebieden dienen daarom te worden gerealiseerd met een voor deze maatstaven geschikt rioolstelsel dat qua emissies gelijkwaardig is aan of beter dan een verbeterd gescheiden referentiestelsel. (Rioleringsberekeningen dienen conform de C2100-module van de leidraad riolering te worden uitgevoerd inclusief de bepaling van verhard oppervlak.) Voor het al dan niet aansluiten van verharde oppervlakken op een (vuilwater)riool heeft Waterschap Rijn en IJssel een afkoppelbeslisboom opgesteld. Deze afkoppelbeslisboom dient als hulpmiddel voor het bepalen welke oppervlakken in principe kunnen worden afgekoppeld dan wel niet worden aangekoppeld aan het vuilwaterriool. De beslisboom vindt u in bijlage 1.

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 1 van 13

Versie: maart 2017

Waterschap Rijn en IJssel ontvangt op het zogenaamde overnamepunt het door de gemeente ingezamelde afvalwater. Vanwege de afstemming van de riolering met de zuivering en het watersysteem is het voor het waterschap van belang van een stedelijk ontwikkelingsplan de volgende gegevens te ontvangen: Stelsel

Oppervlakten

Woningen

Industrie

Recreatie

type stelsel

bruto plangebied

DWA-aanvoer

DWA-aanvoer

DWA-aanvoer

betreffende bemalingsgebied

niet aangesloten VO

aangesloten VO

aangesloten VO

aangesloten VO

overstorten en drempelhoogtes POC en berging

Zodra het stedelijk ontwikkelingsplan meer vorm heeft gekregen, is het noodzakelijk om de gevolgen van de nieuwbouw voor de zuivering en het watersysteem te onderkennen. Bij het ontwerp van de nieuwe riolering dient een voor het watersysteem (oppervlaktewater en grondwater) en voor de afvalwaterketen (riolering en zuivering) acceptabel stelsel te worden ontworpen en aangelegd. Gemeenten doen dit door een Basis RioleringsPlan (BRP) op te stellen en uit te voeren. Welke gegevens het waterschap bij de beoordeling van de effecten op het watersysteem en in de zuiveringstechnische werken vraagt staat in de beoordelingslijst (Basis)RioleringsPlan. Bepaling toelaatbare vuilvracht Volgens de KaderRichtlijn Water (KRW) mogen nieuwe lozingen geen teruggang tot gevolg hebben van de kwaliteitstoestand van het waterlichaam. In mengzones mag dit wel gebeuren. De emissie vanuit nieuwe stelsels mag dus niet groter zijn dan de emissie van een verbeterd gescheiden referentiestelsel. De gemeente of projectontwikkelaar ontwerpt volgens de voorkeursvolgorde van de Wet Milieubeheer een rioolstelsel. Vervolgens wordt met bijvoorbeeld SESRIO (www.stowa.nl) gecontroleerd of de (BZV of CZV) emissie niet groter is dan de emissie van een VGS in deze nieuwe ontwikkeling. SESRIO is een hulpmiddel waarmee eenvoudig de vuilvracht van het ontworpen stelsel kan worden getoetst aan de referentievuilvracht (VGS).

Voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer (art. 10.29a): a) het ontstaan van afvalwater1 wordt voorkomen of beperkt; b) verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; c) afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater; d) huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren getransporteerd; e) ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt; f) ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d lokaal, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron, in het milieu wordt gebracht en g) ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d dat naar een inrichting als bedoeld in artikel 15a van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt getransporteerd. 1 Alle water waarvan de houder zich – met het oog op de verwijdering daarvan – ontdoet, voornemens is

zich te ontdoen of zich moet ontdoen".

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 2 van 13

Versie: maart 2017

2. Hemelwatervoorzieningen Het ontwerpen van een robuust watersysteem in stedelijk gebied is maatwerk. Hoe het systeem functioneert is afhankelijk van vele factoren. Bij het toetsen van stedelijke ontwikkelingsplannen beoordeelt het waterschap hemelwatersysteem (HWA) op de kwalitatieve- en kwantitatieve uitgangspunten. In het kort zijn deze uitgangspunten: - kwalitatief: vuilvracht uit de riolering (HWA + DWA) mag niet groter zijn dan de vuilvracht uit een verbeterd gescheiden referentiestelsel waarbij gemeente / projectontwikkelaar aantoont dat het voorgestelde stelsel hieraan voldoet. - kwantitatief: bij extreme hemelwatergebeurtenissen mag bui T100+10% tot aan maaiveld geborgen worden en mag er geen waterschade, door inundatie vanuit het watersysteem, ontstaan. Bovenstaande uitgangspunten zijn niet altijd eenvoudig te ontwerpen en te toetsen. Daarom worden er in dit hoofdstuk handvaten geboden om de infiltratie- en retentievoorziening(en) zo te ontwerpen dat er kwalitatief en kwantitatief een robuust systeem ontstaat. Wat is bui T100+10% en waarom wordt deze norm als uitgangspunt gebruikt bij stedelijke ontwikkelingen? In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is voor bebouwd gebied een werknorm van toepassing, waarbij de kans dat het peil van het oppervlaktewater het niveau van het maaiveld overschrijdt (inundatie) kleiner of gelijk is aan 1 x per 100 jaar.

Dit is dus tevens de norm waarmee het waterschap het bestaande oppervlaktewatersysteem in bebouwd gebied toetst. De 10% is een toeslag op de omvang van de gehanteerde buien vanwege de verwachte klimaatontwikkelingen, waar waterbeheerders conform dit akkoord tevens rekening mee dienen te houden. Inmiddels is het NBW-actueel van kracht. Daarin is uitgegaan van de KNMI’06 klimaatscenario’s. Voor stedelijke wateropgaven dient rekening gehouden te worden met scenario G (+13%) en W (+27%). Als dit niet haalbaar is kan als ondergrens G+ (+5%) worden gekozen. Waterschap Rijn en IJssel handhaaft vooralsnog de 10% als ondergrens. Maatgevende bui T=100+10% (bij landelijke afvoer 0,8l/s/ha) Duur (uren) Neerslagvolume (mm) 48 101 mm Afvoer via oppervlaktewater 28 mm Benodigde berging (tot aan maaiveld) 74 mm Zomerbuien en retentievoorzieningen De zomerbuien zijn veelal de buien met een hoge neerslagintensiteit. Om deze buien te bergen en vertraagd af te voeren worden waterbergende voorzieningen aangelegd en voorzien van een knijpconstructie die de landelijke afvoer benaderd. Wat dient er geborgen te worden? In het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel is de gemiddelde landelijke afvoercoëfficiënt bepaald op 0,8 l/s/ha. De maatgevende bui T=100+10% die hierbij hoort heeft een omvang van 101 mm en valt in 48 uur. De afvoer via het oppervlaktewater zou in dat tijdsbestek 28 mm bedragen.

Het restant (74 mm) dient tot aan maaiveld geborgen te kunnen worden.

WRIJ hanteert het uitgangspunt dat een zomerse bui met een herhalingstijd van 1*10 jaar (bui 10+10%) vertraagd afgevoerd moet worden. Bij bui 100+10% mag geen wateroverlast optreden. Om deze bui T=10+10% te kunnen bergen dienen de bergings- en infiltratievoorziening samen een inhoud van 40 mm te hebben. Aangezien deze buien in een zeer kort tijdsbestek vallen is het niet reëel de retentievoorziening dynamisch door te rekenen. (let op: De 40 mm berging in de retentievoorziening is uiteraard onderdeel van de totaal benodigde berging van 74 mm). De hoeveelheden die via infiltratievoorzieningen geïnfiltreerd worden of in een HWA-stelsel geborgen worden kunnen van de 40mm afgetrokken worden.

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 3 van 13

Versie: maart 2017

Soort plan afkoppelplan

NIEUW verhard oppervlak n.v.t

Inbreiding en uitbreiding

< 500 m2

Uitbreiding

> 500 m2

Inbreiding

> 500 m2 en < 2500 m2

(sloop en herbouw)

Van verhard naar verhard

Van groen naar verhard

> 2500 m2

*

• Uitgangspunten * eventueel met toelichting en aanvullingen

• Minimaal 10mm in een infiltratievoorziening Geen extra berging noodzakelijk MITS overlaat uit RWA stelsel op de zelfde watergang komt als voorheen de gemengde overstort zat. Als RWA uitlaat op een andere watergang uitkomt dan zal op basis van de capaciteit van het ontvangende water de waterberging berekend moeten worden (standaard bui 10+10% vertraagd afvoeren) • Geen infiltratie noodzakelijk • Gescheiden aanleveren op perceelgrens • Bui 10+10% vertraagd afvoeren, waarvan minimaal 10mm in infiltratie (bodempassage). • Bui 100+10% mag geen wateroverlast opleveren (berging tot aan maaiveld) • Bij een nieuw verhard oppervlak > 2500m2 uitwerking in een waterhuishoudkundig rapport. • Minimaal 10mm statische berging. Geen extra berging noodzakelijk MITS overlaat uit RWA stelsel op de zelfde watergang komt als voorheen de gemengde overstort zat. Als RWA uitlaat op een andere watergang uitkomt dan zal op basis van de capaciteit van het ontvangende water de waterberging berekend moeten worden (standaard bui 10+10% vertraagd afvoeren) • Bui 10+10% vertraagd afvoeren, waarvan minimaal 10mm in infiltratie (bodempassage). • Bui 100+10% mag geen wateroverlast opleveren (berging tot aan maaiveld) • uitwerking in een waterhuishoudkundig rapport. • Bui 10+10% vertraagd afvoeren, waarvan minimaal 10mm in infiltratie (bodempassage).

• Bui 100+10% mag geen wateroverlast opleveren (berging tot aan maaiveld) • uitwerking in een waterhuishoudkundigrapport.

zie ook de algemene uitgangspunten hieronder en op de volgende pagina

Algemene uitgangspunten voor infiltratie en retentievoorzieningen - Het infiltreren van hemelwater is, conform de wet gemeentelijke watertaken, een eerste verantwoordelijkheid van de eigenaar. - kansen voor het creëren van berging voor hemelwater in stedelijk gebied moet zo veel mogelijk benut worden om inundatie te voorkomen. - Gevolgen van een bui vergelijkbaar aan T=100+10% moet in beeld gebracht worden. - Sportvelden met drainage tellen voor 50% mee als verhard oppervlak. - Voor afkoppelen waarbij oppervlakkige infiltratie een rol speelt dient ten minste sprake te zijn van een k-waarde van 0,5 m/dag op het niveau in de bodem waarop wordt geïnfiltreerd. - De inhoud van de infiltratievoorziening dient ten minste 10 mm te zijn (statische berging). Bij deze inhoud mag het oppervlak kwalitatief als volledig afgekoppeld worden beschouwd, aangezien stofconcentraties in afstromend hemelwater na de eerste 10 mm aanzienlijk afnemen.

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 4 van 13

Versie: maart 2017

-

Bij een inhoud van 10mm dient de infiltratievoorziening binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn voor een volgende regenbui. De onderkant van de infiltratievoorziening dient boven de gemiddelde grondwaterstand te worden geplaatst waarbij minimaal de helft van de inhoud van de voorziening boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt geplaatst. Ondergrondse infiltratiesystemen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid. Om infiltratievoorzieningen ook op termijn hun infiltratiecapaciteit te laten behouden zijn bladen zandvangers met bijbehorend onderhoud van groot belang. Een slibafscheider als zuiverende voorziening dient gedimensioneerd te zijn op een belasting van minimaal 20 I/s/ha. Voor de slibafscheider dient een zandvangput te zijn geplaatst. Grotere aanvoeren dan het ontwerpdebiet dienen via een bypass te worden afgevoerd. Afvoer via bodempassage (Wadi) verdient de voorkeur zodat het afgekoppelde water gefilterd geloosd wordt en de waterkwaliteit van het watersysteem gewaarborgd is. Het water zichtbaar afvoeren naar de infiltratievoorziening verdient altijd de voorkeur boven afvoer via buizen zodat burgers zich bewust zijn /worden van het water in de wijk. Het is gewenst om aandacht te hebben voor communicatie over het watersysteem naar zowel de eerste als toekomstige bewoners.

Handreiking voor ontwerp van retentievoorzieningen - De afvoer uit de retentievoorziening is maximaal de landelijke afvoer (zie bijlage 2), deze wordt d.m.v. een knijpconstructie bereikt. (Gedurende bui T=10+10% is dit gemiddeld 1,5 maal de maatgevende afvoer van het bruto oppervlak van het plangebied). - De knijpconstructie wordt zo ontworpen dat buien tot 40 mm (T=10+10%) vertraagd worden afgevoerd richting het watersysteem (tbv het dempen van de afvoerpiek) - Bij extreme situaties (opstuwing vanuit het watersysteem) dient bui T=100+10% tot aan maaiveld geborgen te kunnen worden in het plangebied (tbv het voorkomen van wateroverlast) - De vijver of retentievoorziening dient te voldoen aan de onderhoudseisen van het waterschap (zie hoofdstuk 4). - De retentievoorziening moet passen in het lokale watersysteem. - Plasbermen tellen niet mee voor de hydraulische afvoercapaciteit, wel voor het retentievolume. - Bij permanent waterhoudende retentievoorzieningen dient er rekening gehouden te worden met veiligheid door bijv. aanleg van plasbermen en flauwe taluds. Buitengebied - Voor het buitengebied geldt ook de trits vasthouden, bergen en afvoeren. - Als uitgangspunt hanteren dat minimaal 40 mm berging op het perceel moet worden geborgen. Dit kan zijn bergingsvijver, infiltratie sloten etc.

Rechtstreeks lozen op de watergang van het waterschap zonder een buffering/berging wordt niet toegestaan. - De planontwerper realiseert de berging in overeenstemming met het landschappelijke inpassingsplan. - De toets norm wateroverlast landelijk gebied is 1/10 jaar. Bij de aanleghoogte van het bouwwerk hiermee rekening houden.

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 5 van 13

Versie: maart 2017

3. Ontwateringsnormen Teneinde droge voeten te hebben en te houden dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn: (de gemiddeld hoogste grondwaterstand ter plekke is hierbij maatgevend) - Woningen met kruipruimte 0,70 m-mv - Woningen zonder kruiruimte 0,30 m-mv (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) - Tuinen en openbare groenvoorzieningen 0,50 m-mv - Primaire wegen 0,90 – 1,11 m - Secundaire wegen en woonstraten 0,70 m En voor de drooglegging (oppervlaktewaterpeil t.o.v. maaveld): - Drooglegging bij normaal waterpeil 1,00 – 1,20 m Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v. het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten.

Ondergrondse voorzieningen zoals kelders en parkeervoorzieningen dienen als waterdichte constructie te worden uitgevoerd. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, kruipruimteloos te bouwen dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen.

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 6 van 13

Versie: maart 2017

4. Onderhoud Het beheer en onderhoud van watergangen is in principe een taak van het waterschap en het is van essentieel belang voor het in stand houden van een goede waterhuishouding. Om er voor te zorgen dat het waterschap op een doelmatige en kostenefficiënte manier het beheer en onderhoud kan uitvoeren zijn er een aantal uitgangspunten opgesteld voor het ontwerp van watergangen en retenties. Watergangen kunnen vanaf de oever of vanaf het water worden onderhouden. De voorkeur van het waterschap is dat watergangen machinaal vanaf de oever kunnen worden onderhouden en dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor een onderhoudsstrook. Vanaf een bovenbreedte van 7,0m is het niet meer mogelijk de watergang eenzijdig te onderhouden, in dat geval zijn onderhoudsstroken aan beide zijden van de watergang noodzakelijk. Het watersysteem (oppervlaktewaterretenties en watergangen) wordt in principe in eigendom en beheer en onderhoud overgenomen door het waterschap. Ontwerp - Kies bij voorkeur voor natuurvriendelijke oevers.

Hierbij geldt de volgende voorkeursvolgorde: - tweezijdig flauwe oevers met een minimaal talud van 1:6 - eenzijdig flauw talud (bij voorkeur aan de noord- of oostzijde), minimaal talud 1:6 - cultuurtechnische oevers met plasbermen van minimaal 1,0m breed - Als oeverbeschoeiing en oeverbescherming noodzakelijk zijn dienen deze te bestaan uit duurzaam en milieuvriendelijk materiaal (geen tropisch hardhout, geen geïmpregneerd hout) - Waar mogelijk wordt de diepte en breedte van de watergang en/of de retentie natuurlijk en gevarieerd vormgegeven - Geen overkluizingen - Peilbeheersingswerken zoals stuwen en overlaten minimaal toepassen. Indien dit niet is uit te sluiten dan gaat de voorkeur uit naar statische kunstwerken waarbij zoveel mogelijk passief beheer aan de orde is Diepte - Retenties die permanent watervoerend zijn en niet volledig beschaduwd dienen in de zomersituatie ten minste 1,2 m dieper te zijn dan streefpeil.

Als er geen streefpeil is dan moet de bodem minimaal 0,80 m onder de GLG aangelegd te worden; - (Nagenoeg) stilstaand water moet een minimale diepte hebben van 1,3 m ten opzichte van de gemiddelde waterstand; Onderhoudsstrook - Een onderhoudsstrook is gewenst: - daar waar het onderhoud niet met de maaiboot kan worden uitgevoerd; - aan twee zijden van de watergang indien de bovenbreedte van de te onderhouden watergang > 7,00 meter (van insteek tot insteek); - Aan die zijde van de watergang waar geen plasdrasbermen en/of flauwe taluds zijn aangelegd; - de bochten van de watergang en/of retentievijver (maaipad) mogen niet te scherp zijn, binnenbocht minimaal R=8 m, buitenbocht minimaal R=12 m; - de watergang moet vanaf de openbare weg met onderhoudsmachines te bereiken zijn; - Een weg of fietspad mag onderdeel zijn van de onderhoudsroute, mits vrij toegankelijk, voldoende draagkrachtig (moet een kraan van 15 ton houden) en voldoende bermbreedte (minimaal 2,00 m) om het maaisel te kunnen deponeren; Peilen - Geen (structurele) peilverlaging van het oppervlaktewater binnen het in te richten gebied; - Als vuistregel kan worden aangehouden dat het straatkolkpeil minimaal 1,20 meter boven het (toekomstige) streefpeil dient te worden aangelegd. - Minimaal de benodigde ontwateringdiepte voor stedelijk gebied realiseren met een grondwaterneutrale inrichting, bijvoorbeeld door ophogen.

Pas als grondwaterneutraal niet mogelijk is, kan gedacht worden aan draineren. In dat geval dient wel gemitigeerd/ gecompenseerd te worden; - Regenwateruitlaten ten minste circa 10 cm boven het streefpeil aanleggen. De regenwateruitlaten en regenwateroverstorten van verbeterd gescheiden rioolstelsels worden voorzien van betonnen talud- en bodembescherming (dik15 cm) voorzien van opsluiting of een taludbak (e.e.a. afhankelijk van buisdiameter); - Knijpconstructies uitvoeren als V-vormige overlaat; 2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 7 van 13

Versie: maart 2017

-

Aanleg van noodaflaten, bijvoorbeeld verlaagde bermen nabij de knijpconstructies wordt aanbevolen. Voor de hoogte van de noodaflaat aanhouden maatgevend straatniveau min 30 cm;

Eigendommen - Het waterschap heeft bij voorkeur alle wateren en retentievijvers die in beheer zijn ook in eigendom. - Onderhoudsstroken worden overgenomen indien deze enkel een belang dienen voor het uitvoeren van de taken van het waterschap; - peilregulerende kunstwerken (zoals knijpvoorzieningen) horen bij de waterhuishoudkundige voorzieningen en worden door het waterschap overgenomen; - Overige kunstwerken (zoals duikers en bruggen) die worden aangelegd tbv een andere functie dan een waterhuishoudkundige komen ten laste van de gemeente; - de ondergrond wordt voor agrarische waarde overgenomen; Aandachtspunten - De waterkwaliteit dient in ieder geval te voldoen aan het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) en indien mogelijk aan het Verwaarloosbaar Risico (VR) zoals opgenomen in de Vierde Nota Waterhuishouding. - Speciale aandacht is gewenst voor de streefpeilen en de hoogtes van overstorten; - Voor de aanleg van watergangen, retentievoorzieningen, drainage etc. dient een Keurontheffing te worden aangevraagd; - Onderhoudsstroken worden in de legger opgenomen als waterstaatswerk; - Keurontheffing wordt aangevraagd op basis van het definitief ontwerp. In de keurontheffing worden o.a.

opgenomen, de lozingen met constructies en eventuele obstakels/werken in de kern- en beschermingszones; - Zodra wateren zijn overgenomen door het waterschap worden deze bij de eerstvolgende herziening van de Legger meegenomen en daarmee beschermd door de Keur; - Let bij de inrichting op de fysieke veiligheid; plaats bijvoorbeeld hekken of leg plas-draszones aan; riooloverstorten worden voorzien van roosters zodat kinderen er niet in kunnen kruipen; - Het waterschap voert onderhoud uit aan alle stedelijk wateren die een onderdeel zijn van het oppervlaktewatersysteem. Alle overige elementen van een duurzaam hemelwaterafvoersysteem (bijvoorbeeld wadi’s, periodiek watervoerende laagtes, zaksloten en groenzones) zijn in onderhoud bij de gemeente; - In die gevallen waar een aanliggend particulier perceel grenst aan het water berust het onderhoud van het talud (inclusief eventuele beschoeiing) tot de waterlijn bij de particulier. Het waterschap onderhoudt het natte profiel van de watergang.

- Het vrijkomende maaisel, bagger en zwerfvuil wordt door het waterschap verzameld en afgevoerd zover het afkomstig is van eigendommen van het waterschap; - Gebruik maken van een maaiboot is mogelijk bij: - Een waterdiepte van minimaal 0,75 meter; - Minimale bodembreedte van 2,00 meter; - Een talud tot 1:2; - Een vrije doorvaarhoogte bij bruggen en duikers van 1,25 meter; - Elk vijverdeel moet voorzien zijn van een laad- en losplaats voor de maaiboot; - Gebruikmaken van een mobiele kraan (breedspoor) met maaikorf vanaf 1 zijde is mogelijk bij: - Een obstakelvrije onderhoudsstrook van 4 meter breed (obstakelvrij betekent niet dat er geen obstakels zoals bomen mogen staan, het gaat er om dat onderhoud met breedspoormaterieel kan plaatsvinden) - Een minimale boogstraal van 7,00 meter bij keerpunten en verandering van het tracé ten behoeve van bereikbaarheid breedspoormaterieel. 5. Diffuse bronnen Het waterschap wil de verontreiniging van het oppervlaktewater door diffuse bronnen beperken/terugdringen. In (nieuw) stedelijk gebied zijn enkele duidelijke bronnen aan te wijzen. Gemeenten kunnen, door een juiste wijze van inrichten van de afgekoppelde verharding en het nemen van preventieve maatregelen, een flinke bijdrage leveren aan het terugdringen van de verontreiniging door diffuse bronnen.

De volgende zaken verdienen in dit verband extra aandacht in de toekomst: - Toepassing van chemische onkruidbestrijding; - Toepassing van uitlogend wegmeubilair (met name gegalvaniseerd metaal); 2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 8 van 13

Versie: maart 2017

-

Wassen van auto’s door particulieren; Hondenpoep; Afval inzamelen; Regelmatig vegen; Gladheidsbestrijding;

Met betrekking tot de bouw van woningen moet worden bewerkstelligd dat het gebruik van uitlogende bouwmaterialen zo veel mogelijk wordt tegengegaan. Het gebruik van maatregelpakketten voor Duurzaam Bouwen wordt hiervoor sterk aanbevolen. Mochten zich desondanks situaties voordoen waarin uitlogende materialen op excessieve worden toegepast, zoals zinken of koperen dak- c.q. gevelbekleding, dan is directe lozing op RWA-systeem ongewenst. In zulke gevallen zal minimaal een zuiveringstechnische voorziening nodig zijn. Bij de inrichting van vijvers en watergangen mag geen gebruik worden gemaakt van beschoeiingen die chemisch verduurzaamd zijn. Aandachtspunten diffuse bronnen - Maak (in geval van nieuwbouw en verbouw) voor toepassing (geheel of grotendeels) als dakbedekking of gevelbekleding geen of zeer beperkt gebruik van uitlogende bouwmaterialen zoals zink, koper, en. Kies voor toepassing als dakgoot of hemelwaterafvoer bij voorkeur geen (ongecoate) uitloogbare materialen maar kies hiervoor een innovatieve toepassing; - Maak geen gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen op plaatsen waar lozingen op het oppervlaktewater kunnen plaatsvinden of waar via de bodem uitspoeling naar het oppervlaktewater of grondwater kan plaatsvinden. Bij de (her)inrichting kan hierop worden ingespeeld door bijvoorbeeld oevers in te richten met planten waartussen onkruid weinig kans maakt.

Als verhardingen worden toegepast krijgt onkruid minder kans door gebruik te maken van gesloten verhardingen;

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 9 van 13

Versie: maart 2017

Bijlage 1) Aan- en afkoppelbeslisboom, Waterschap Rijn en IJssel Het college van Dijkgraaf en heemraden heeft op 23 december 2004, in het kader van de “Procedure toekenning subsidie Stimuleringsregeling afkoppelen 2004” de beslisboom vastgesteld. In dit document staat de beslisboom afgebeeld en is een toelichting opgenomen. Toelichting op beslisboom De beslisboom is gebaseerd op de Gelderse beslisboom (BOR-G) en de Stimuleringsregeling Afkoppelen 2004. WRIJ wil meer samenwerken met gemeenten. Bij samenwerking tussen organisaties geldt als uitgangspunt het respecteren van wederzijdse taken en bevoegdheden. Daarnaast gaat de rijksoverheid er van uit dat de gemeente de regisseur is in het (nieuwe) omgaan met regenwater. De beslisboom is dan ook gebaseerd op gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het ontwerp van voorzieningen, die noodzakelijk zijn om hemelwater milieu- en omgevingsverantwoord te mogen lozen. Voor de milieuverantwoorde omgang met regenwater wordt in overeenstemming met het landelijke beleid de watertrap van ambities gebruikt. Volgorde van voorkeur daarin is: 1. Voorkomen van afvoer (bronmaatregelen) 2. Opvangen en benutten of infiltreren 3. Afvoeren naar berging in oppervlaktewater 4. Inzamelen, transporteren en zuiveren, via riool.

Deze voorkeur is gebaseerd op het beleid dat erop gericht is om vervuiling van het oppervlaktewater te verminderen, verdroging te verminderen, voldoende berging in het stedelijke gebied te creëren, de kosten van zuivering te verlagen en het zuiveringsrendement te verbeteren. In de beslisboom zijn ook de milieuhygiënische aanwijzingen voor het dagelijkse beheer en onderhoud van de verhardingen opgenomen uit de stimuleringsregeling. Gebruik beslisboom De waterbeheerder beperkt zich tot het beoordelen van de kwantitatieve en kwalitatieve gevolgen van de (rest)lozing op het oppervlaktewater en spreekt voorkeuren uit over het milieuverantwoord behandelen van het regenwater en effectiviteit van behandeling ervan in communale zuiveringsinstallaties. Daarbij wordt uitgegaan van het bestaande beleid over nieuwe en te renoveren stedelijke gebieden: emissie naar het oppervlaktewater mag niet groter zijn dan de emissie uit het verbeterd gescheiden rioolstelsels. Omdat milieuverantwoord omgaan met regenwater leidt tot de aanleg van veel voorzieningen moet voorkomen worden dat er ingewikkelde berekeningen en toetsingen, respectievelijk door gemeente en waterschap, moeten worden uitgevoerd. Daarom mag de berekening en toetsing van de vuiluitworp beperkt blijven tot de jaaremissie.

Voor de lozingshoeveelheden kan volstaan worden met de berekening en toetsing van piekafvoeren uit de voorziening (inclusief eventuele bypass). Vanwege een klantgerichte opstelling biedt WRIJ gemeenten als handreiking ontwerprichtlijnen aan voor regenwatervoorzieningen. Deze kunnen bij het ontwerp gebruikt worden. Het definitieve ontwerp is afhankelijk van de toetsing van de vuiluitworp en piekafvoer.

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 10 van 13

Versie: maart 2017

Behandeling hemelwater Zorgvuldige materiaalkeuze. Minimaal, zo mogelijk geen gebruik van milieubelastende stoffen bij onderhoud verharding en groenvoorziening. Verwijdering vervuiling door calamiteiten.

Dakoppervlak

ja

Gebruik mogelijk

ja

Gebruik alleen in kleinschalige gevallen

ja

Vegetatiedak

nee

Vegetatiedak mogelijk

nee

nee

Weg of parkeerterrein

ja

Infiltratie mogelijk

ja

Overstort / slokop naar oppervlaktewater mogelijk

nee

Bodempassage mogelijk

ja

Vuilvracht ≤ VGS

ja

ja

Bodempassage met bypass

vuilvracht ≤ VGS

Afvoer naar oppervlaktewater via retentie

vuilvracht ≤ VGS

nee

Afvoer naar oppervlaktewater mogelijk

nee

Bedrijventerrein (excl. terrein kantoor)

Ja

ja

nee

Winkelerf

bodem

Nee, vanwege bodemopbouw

nee

Markt-, activiteitenplein

Infiltratievoorziening

ja

Filter met bypass

nee Voldoen aan basisinspanning

Max. 0,3 mm/h

Riool

Afvoer naar RWZI

Overstort

Figuur 1 Beslisboom aan- en afkoppelen 2004-2005, aanpassing nov. 2004

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 11 van 13

Versie: maart 2017

Weg of parkeerterrein

ja

Infiltratie mogelijk

nee nee

Nadere beoordeling

Bodempassage mogelijk

Markt-, activiteitenplein

Winkelerf

Riool

Max. 0,3 mm/h

RWZI

afvoer naar oppervlaktewater via retentie Bedrijventerrein (excl. terrein kantoor)

Overstort

hoeveelheid water en vuilvracht ≤ VGS

Oppervlaktewater

Figuur 2 Invulling van nadere beoordeling. Behoort bij Beslisboom aan- en afkoppelen 2004-2005

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 12 van 13

Versie: maart 2017

Bijlage 2) Indicatie van landelijke afvoernormen, Waterschap Rijn en IJssel

2017-03 Duurzaam en veilig water WRIJ

pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10797301/1