bp vossenburcht toelichting bijlage 13 activiteitenplan aanvraag ontheffing natuurwaarden
Tekst van het document
Activiteitenplan grote vos Voormalig Vion-terrein (locatie Vossenburcht) in Lievelde
In opdracht van Gemeente Oost Gelre
Colofon Activiteitenplan ontheffingsaanvraag grote vos voormalig Vion-terrein (locatie Vossenburcht) in Lievelde
Opdrachtgever Contactpersoon
Gemeente Oost Gelre
Opdrachtnemer
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel
Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Status: Foto voorblad
2222
00-01-2021 Concept Grote vos in plangebied, 17 maart 2020
Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl
Inhoud Inleiding en doel.................................................................................................................. 2 Inleiding ........................................................................................................................... 2 Doel ................................................................................................................................. 2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ............................................................ 3 Gegevens plangebied ...................................................................................................... 3 Beschrijving van het plangebied ...................................................................................... 3 Beschrijving van het onderzoeksgebied ........................................................................... 3 Geplande werkzaamheden .............................................................................................. 4 Doel en belang van de activiteiten ................................................................................... 7 Planning en onderbouwing van de activiteiten ................................................................. 7 Planning werkzaamheden................................................................................................
7 Periode ontheffing............................................................................................................ 8 Achtergrond van de inventarisatie ....................................................................................... 9 Achtergrondinformatie ..................................................................................................... 9 Resultaten van de inventarisatie ....................................................................................... 10 Aanwezige (essentieel) leefgebied ................................................................................ 10 Verbodsbepalingen ........................................................................................................... 14 Effecten en beoordeling .................................................................................................... 15 Effecten van de werkzaamheden ................................................................................... 15 Betrokken deskundige ................................................................................................... 16 Wijze waarop de effecten tijdens de werkzaamheden worden gevolgd .......................... 17 Voorkomen van negatieve effecten ................................................................................
17 Gunstige staat van instandhouding ................................................................................... 18 Staat van instandhouding grote vos ............................................................................... 18 Beïnvloeding staat van instandhouding door de werkzaamheden .................................. 19 Maatregelen ...................................................................................................................... 20 Voorafgaand aan de werkzaamheden te nemen maatregelen: ...................................... 20 Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te nemen maatregelen: .......................... 22 Na de uitvoering van de werkzaamheden te nemen maatregelen: ................................. 23 Maatregelen om aan de zorgplicht te voldoen:............................................................... 23
9
Alternatieven .............................................................................................................. 25 9.1
Alternatieve locatie ............................................................................................. 25
9.2
Alternatieve inrichting ......................................................................................... 25
9.3
Alternatieve werkwijze ........................................................................................ 25
9.4
Alternatieve planning .......................................................................................... 26
Inleiding en doel Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Uit de resultaten van een gericht onderzoek in 2020 naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen, grote vos en grote weerschijnvlinder (Staring Advies, rapportnummer 2192: Aanvullend natuuronderzoek voormalig Vion-terrein (locatie Vossenburcht)) is gebleken dat er sprake is van essentieel leefgebied van de grote vos. Door de geplande werkzaamheden wordt de functionaliteit van het (essentieel) leefgebied van de grote vos (mogelijk) aangetast. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk.
Doel Ter behoud van de lokale populatie en bescherming van individuen is voor de strikt beschermde grote vos dit activiteitenplan opgesteld. Dit activiteitenplan vormt de onderbouwing bij de ontheffingsaanvraag.
Pagina 2
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:
Vion-terrein (Park Vossenburcht) Lievelde Oost Gelre Gelderland
Beschrijving van het plangebied Het plangebied bevindt zich in de noordrand van de woonkern Lievelde. Het gebied wordt globaal begrensd door de Bergstraat, Stationsstraat, het Koningsplein, de spoorlijn Winterswijk-Zutphen, een begraafplaats, dorpshuis ‘Bernard Vos Clubhuus’ en opgaande groenstructuren (zie figuur 1 en 2). Het plangebied, waar ooit slachthuis Vos/slachterij Vion stond, is de afgelopen jaren omgevormd tot een recreatief natuurpark met twee vijvers en wandel- en fietspaden. Daarnaast zijn in het midden van het terrein boomstronken geplaatst waar kinderen kunnen spelen, zijn delen van het terrein ingezaaid met een akkerrandmengsel, is een deel in gebruik als crossbaantje en zijn er enkele solitaire bomen geplant. Grote delen van het terrein zijn braakliggend met lokaal bremstruwelen. In de oost- west- en zuidrand van het plangebied bevindt zich opgaande beplanting welke zich kenmerkt door een deels open karakter met ruigten en (verwilderde/aangeplante) tuinplanten. In het noordelijke deel van het plangebied, parallel aan het spoor, bevindt een (tijdelijke) parkeerplaats (zie figuur 2). Bebouwing is aanwezig in de vorm van een oud portiersgebouw van de voormalige slachterij en een klein schuurtje achter het portiersgebouw. Voor het portiersgebouw zelf is een separaat traject doorlopen. Dit gebouwtje valt dan ook niet binnen het plangebied.
De directe omgeving bestaat uit de woonkern Lievelde met woonhuizen, een kerk en naastgelegen begraafplaats, het treinstation Lichtenvoorde-Groenlo, een spoorlijn, enkele (woon)boerderijen met erfbeplanting, agrarische percelen en het Sportpark Del Akker (zie figuur 2).
Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied zelf. Het onderzoeksgebied, met daarbinnen het plangebied, wordt bepaald door bebouwing (woonkern), weilanden, de Christus Koningkerk met aangrenzende begraafplaats en het treinstation Lichtenvoorde-Groenlo met bijbehorende parkeerplaats en bushalte (zie figuur 2).
Pagina 3
Geplande werkzaamheden De gemeente Oost Gelre is voornemens om woningen te bouwen in haar gemeente om de leefbaarheid in de kleine kernen te verhogen. Na een jarenlange periode, waarin het aantal woningtransacties beperkt was en prijzen kelderden, zit de woningmarkt weer in de lift. Inmiddels zijn de effecten hiervan ook zichtbaar in de gemeente Oost Gelre. Er is op dit moment nauwelijks woningaanbod binnen de gemeente. Om die reden is er een intensief traject opgestart met de inwoners van de kleine kernen om de toekomstige woningbouwkansen per kern in beeld te brengen. Een aantal van deze locaties zijn in bezit van de gemeente, zo ook het voormalig Vion-terrein in Lievelde (nu bekend als Park Vossenburcht). Voordat de gemeente Oost Gelre met daadwerkelijke realisatie start dienen er diverse onderzoeken plaats te vinden als voorbereiding op het aan te passen bestemmingsplan. Eerste ideeën woonpark Vossenburcht (maart 2020) De geplande woningbouw zal zich in het uiterste westelijke en het zuidoostelijke deel van het park centreren (zie figuur 3). De overige delen van het park, waaronder de beide vijvers, blijven grotendeels intact. Hier zal de ruimtelijke ontwikkeling zich beperken tot onder andere aanpassing van de padenstructuur.
Pagina 4
Figuur 1. Ligging van het plangebied (rood), bron: Provincie Gelderland (2021).
Sportpark Del Akker Treinstation
LIEVELDE
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied (rood omkaderd) en het onderzoeksgebied (geel), bron: Provincie Gelderland (2021).
Pagina 5
Figuur 3. Voorlopige inrichtingsschets (maart 2020), bron: gemeente Oost Gelre.
Pagina 6
Doel en belang van de activiteiten Om de leefbaarheid in de kleine kernen van de gemeente Oost Gelre te verhogen is de gemeente voornemens om in diverse kleine kernen, waaronder in Lievelde, woningen te bouwen. Na een jarenlange periode, waarin het aantal woningtransacties beperkt was en prijzen kelderden, zit de woningmarkt weer in de lift. Inmiddels zijn de effecten hiervan ook zichtbaar in de gemeente Oost Gelre. Er is op dit moment nauwelijks woningaanbod binnen de gemeente. Om die reden is er een intensief traject opgestart met de inwoners van de kleine kernen om de toekomstige woningbouwkansen per kern in beeld te brengen. Een aantal van deze locaties zijn in bezit van de gemeente, zo ook het voormalig Vionterrein in Lievelde (nu bekend als Park Vossenburcht). Het idee is om in het plangebied 16 woningen te realiseren aan 2 hofjes. Deze sluiten aan bij de behoeften en bestaan uit een mix van vrijstaande woningen, starterswoningen en seniorenwoningen. Ook zijn duurzaamheidseisen opgenomen, zoals gasloos wonen, een laag energieverbruik en een goed leefklimaat. Daarnaast heeft de gemeente ook het portiersgebouw (project ‘Lokaal voor Verlof’) meegenomen. Dat staat los van de woningbouwplannen, maar maakt straks wel onderdeel uit van de visie Park Vossenburcht.
Planning en onderbouwing van de activiteiten De geplande werkzaamheden en de wijze waarop wordt afgestemd op de ecologie van de grote vos bij het vernielen, beschadigen of verstoren van (essentieel) leefgebied. De volgende maatregelen worden toegepast om negatieve effecten te vermijden of zoveel mogelijk te verhinderen: • ➢ ➢ ➢ •
• •
Werken buiten de meest kwetsbare periode(n): periode van ei-zet (1 april tot 1 juni) larvale rupsstadium (eind april tot 15 juli) overwinteringsperiode van de imago (1 oktober tot 15 maart) Aanbieden alternatieve waardplanten in de vorm van iepen (Ulmus spp.), ratelpopulier (Populus tremula), diverse wilgensoorten (Salix spp.), berk (Betula spp.) en zoete kers (Prunus avium) Aanbieden overwinteringslocaties in de takkenrillen en vlinderkastjes Ecologische begeleiding van de werkzaamheden
Planning werkzaamheden De grote vos gebruikt zijn leefgebied tijdens diverse ontwikkelingsstadia (ei-afzet, larvale rupsstadium, vliegperiode, overwintering) jaarrond en het gehele jaar kan aangemerkt worden als kwetsbare periode voor de grote vos. De meest kwetsbare periode(n) hierbinnen zijn de ei-afzetperiode, de larvale rupsstadium en de overwinteringsperiode. De periode van ei-afzet loopt van 1 april tot 1 juni, de larvale rupsstadium loopt van eind april tot half juli en de overwinteringsperiode van de imago loopt van september tot 15 maart. Dit
Pagina 7
is afhankelijk van de lokale klimatologische omstandigheden en de weersomstandigheden voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden. Werkzaamheden mogen, zonder het treffen van speciale maatregelen, niet uitgevoerd worden. Ruim voorafgaand aan de werkzaamheden in het plangebied dienen compenserende maatregelen aangeboden te worden. Broedvogels Verder moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (globaal van 15 maart – 15 augustus), aangezien verschillende soorten broedvogels in het plangebied verwacht worden. Er wordt gewerkt buiten het broedseizoen, of er wordt ruim voor het broedseizoen gestart, waarbij het terrein ongeschikt gemaakt wordt als nestlocatie voor broedvogels, zodat vestiging voorkomen wordt. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën Het plangebied is geschikt als leefgebied voor allerlei vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten als egel, haas en konijn en als landhabitat voor een enkele vrijgestelde amfibieënsoorten als bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Hiervoor geldt dat de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten de voortplantings- en rustperiode worden uitgevoerd. Daarnaast dient men rekening te houden met de werkrichting en gefaseerd verwijderen van aanwezige groenelementen om aanwezige zoogdieren en amfibieën voldoende tijd te geven om (tijdelijk) het plangebied te verlaten.
Deze maatregelen worden in een ecologisch werkprotocol.
Periode ontheffing •
1 september 2021 – 1 september 2026.
De duur van de ontheffingsperiode is gekoppeld aan de duur van de werkzaamheden die effect hebben op de grote vos waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd. De benodigde periode is zo realistisch mogelijk ingeschat en er is rekening gehouden met eventuele vertragingen in de uitvoering van de werkzaamheden door onder andere weersomstandigheden, benodigde tijd voor vergunningverlening etc.
Pagina 8
Achtergrond van de inventarisatie Achtergrondinformatie Op basis van een uitgevoerde quickscan natuurtoets (SA rapport 2109) is gebleken dat gericht onderzoek naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen, steenmarter, vleermuizen (vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute), levendbarende hagedis, grote weerschijnvlinder en teunisbloempijlstaart noodzakelijk was. Tijdens uitvoering van het veldbezoek voor de quickscan natuurtoets is op 17 maart reeds de aanwezigheid van de beschermde dagvlindersoort grote vos aangetoond. Daarnaast is tijdens één van de veldbezoeken voor het gericht onderzoek naar de beschermde dagvlindersoort grote weerschijnvlinder op 15 juli wederom een grote vos vastgesteld. De methode en bevindingen van het veldonderzoek naar alle soort(groep)en zijn te lezen in: ‘Staring Advies, rapportnummer 2192: Aanvullend natuuronderzoek voormalig Vion-terrein (locatie Vossenburcht) in Lievelde’. De grote vos is niet nader onderzocht vanwege de lage trefkans bij onderzoek (lage dichtheden, ei-afzet hoog in de bomen, overwinterd als imago in takkenrillen, houtstapels, schuurtjes, etc.). Daarnaast is de aanwezigheid van de grote vos reeds tijdens het veldbezoek voor de quickscan natuurtoets aangetoond.
Op basis van geschiktheid van het plangebied en de beide waarnemingen van grote vos verspreid in de vliegperiode van de soort (17 maart en 15 juli) kan men aannemen dat het plangebied in gebruik is als leefgebied door de grote vos (worst case). De grote vos vliegt in één generatie tussen eind juni en eind augustus, na de overwintering van midden maart tot begin mei (bron: Vlinderstichting). De op 17 maart waargenomen grote vos betreft een exemplaar welke vermoedelijk net uit haar/zijn winterslaap kwam. Grote vossen worden op de eerste mooie dagen in het voorjaar snel actief en worden in deze periode relatief vaak waargenomen. De waarneming van het op 15 juli waargenomen exemplaar heeft zeer waarschijnlijk betrekking op een recent uit de pop gekomen imago. Men kan dan ook veronderstellen dat het plangebied is gebruik is als overwinteringsplek en voortplantingsbiotoop voor de grote vos.
Pagina 9
Resultaten van de inventarisatie Aanwezige (essentieel) leefgebied Grote vos Op basis van habitatbeoordeling en de resultaten van het natuuronderzoek kan geconcludeerd worden dat het plangebied geschikt leefgebied en voortplantingsgebied is voor de beschermde dagvlindersoort grote vos. Voorkomen in plangebied Tijdens uitvoering van het veldbezoek voor de quickscan natuurtoets op 17 maart en tijdens één van de veldbezoeken voor het gericht onderzoek naar de grote weerschijnvlinder op 15 juli is de aanwezigheid van de beschermde dagvlindersoort grote vos aangetoond (zie figuur 4). Recent (21 april 2018) is ook op circa 850 meter afstand van het plangebied een grote vos waargenomen (bron: NDFF). Betreffend exemplaar is langs de noordzijde van de spoorlijn Winterswijk-Zutphen vastgesteld.
Figuur 4. Waarneemlocaties grote vos in plangebied. = 17-03-2020 = 15-07-2020
Pagina 10
Op basis van deze waarnemingen kan men vaststellen dat het plangebied een leefgebied van de soort vormt. In het plangebied zijn voor diverse ontwikkelingsstadia (ei-afzet, larvale rupsstadium, vliegperiode, overwintering) geschikte elementen jaarrond aanwezig. Beoordeling leefgebied grote vos De grote vos brengt zijn leven, als rups én als volwassen vlinder, voor een groot deel door in boomtoppen, komt in lage dichtheden voor en is schuw. De grote vos bezoekt nauwelijks bloemen, behoudens bloeiende wilgen in de lente, maar voedt zich op bloedende bomen, rottend fruit en honingdauw. De rupsen van de grote vos gebruiken onder andere (bos)wilgen, ratelpopulier, berk, iep en zoete kers als waardplant. Waardplanten (ei-afzet en larvale rupsstadium) Verspreid over het plangebied zijn geschikte waardplanten aanwezig, in de vorm van solitaire zonbeschenen boswilgen en groepjes van (bos)wilgen en een enkele ratelpopulier en berk in de halfschaduw. Vliegperiode imago’s/foerageergebied Naast de waardplanten voor de rupsen worden de, verspreid in het plangebied aanwezige, vrijstaande (bos)wilgen ook door de mannetjes van de grote vos vermoedelijk als territorium gebruikt en als nectarplant voor de imago’s. In de directe omgeving zijn ook (oude) fruitbomen aanwezig. Hier aanwezig valfruit kan ook als foerageerlocatie voor de grote vos fungeren.
Overwinteringsperiode imago’s Verspreid in het plangebied zijn geschikte plaatsen om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout, aanwezig. Door de aanwezigheid van bovengenoemde essentiële onderdelen van het leefgebied van de grote vos (zie foto 1 t/m 4 en figuur 5) wordt voortplanting van deze soort in het plangebied aannemelijk geacht.
Foto 1. Wilg in plangebied: potentiele ei-afzetlocatie en waardplant voor rupsen van de grote vos.
Foto 2. Solitaire wilg in plangebied: potentiele eiafzetlocatie en waardplant voor rupsen van de grote vos. Potentieel geschikt territorium mannetje grote vos.
Pagina 11
Foto 3. Stapels takken en stammetjes: geschikte overwinteringsplek voor imago’s van de grote vos.
Foto 4. Zonbeschenen bosrand met o.a. wilgen en ratelpopulier. Geschikt leefgebied voor de grote vos met ei-afzetlocaties en waardplanten.
Omgevingscheck De omgeving voorziet in een straal van circa 1 kilometer aan voldoende alternatief leefgebied in de vorm van bosschages en bosranden met wilgen, ratelpopulier en zoete kers. De mobiele grote vos heeft hier voldoende uitwijkmogelijkheden en deze alternatieven zijn goed bereikbaar. Betreffende alternatieve locaties/uitwijkmogelijkheden zijn in figuur 6 weergegeven.
Pagina 12
Figuur 5. Overzicht aanwezige essentiële onderdelen van het leefgebied van de grote vos in het plangebied (rood omkaderd) en direct aangrenzend.
= solitaire wilg / ratelpopulier / berk (territorium, ei-afzet, waardplant) = groepen wilgen (ei-afzet, waardplant) = stapels takken / hout (overwintering)
3
12 10
14
12 3 ha. 1 8
10 1
5
Figuur 6. Ligging geschikte alternatieve leefgebieden voor de grote vos (roze) in de omgeving van het plangebied (rood omkaderd). In elk leefgebied is het aantal hectare geschikt leefgebied (bosschages en bosranden met o.a. wilgen, ratelpopulier en zoete kers) aangegeven.
Pagina 13
Verbodsbepalingen Voor welke soort wordt de ontheffing aangevraagd? •
Grote vos (Nymphalis polychloros)
Voor welk verbod wordt de ontheffing aangevraagd? • •
Artikel 3.10, lid 1a: Het is verboden dieren opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.10, lid 1b: Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Pagina 14
Effecten en beoordeling Effecten van de werkzaamheden Tijdelijk effect op de grote vos Als gevolg van de (kap)werkzaamheden, ten behoeve van de beoogde woningbouw, zullen mogelijk waardplanten van de grote vos verdwijnen welke gebruikt worden als voortplantingsplaats, foerageerplek (nectar) en/of overwinteringsplaats. Door de werkzaamheden zal mogelijk ook (een deel van) het leefgebied van de grote vos verdwijnen of minder geschikt worden. Hierdoor is mogelijk sprake van negatieve effecten op de functionele leefomgeving van de grote vos. Indien gedurende de (kap)werkzaamheden individuen aanwezig zijn in de te kappen bomen, dan worden individuen (imago’s, rupsen) mogelijk gedood of vernietigd (eieren en poppen).
Permanent effect op de grote vos Het vernietigen van een verblijfplaats is een overtreding van artikel 3.10, lid 1b van de Wnb. Daarom worden mitigerende maatregelen getroffen waarmee effecten als gevolg van het (mogelijk) verdwijnen van een verblijfplaats worden geminimaliseerd, zie hiervoor hoofdstuk ‘Maatregelen’ op pagina 19. Als gevolg van de (kap)werkzaamheden is er mogelijk sprake van effecten op de functionele leefomgeving van de grote vos. Ook dit zou een overtreding van artikel 3.10, lid 1b van de Wnb betekenen. De permanente effecten op het leefgebied van de grote vos worden daarom gemitigeerd en gecompenseerd, zie hiervoor hoofdstuk ‘Maatregelen’ op pagina 19. Het opzettelijk doden van een grote vos door uitvoering van de werkzaamheden zou een overtreding van artikel 3.10, lid 1a van de Wnb zijn. Daarom worden mitigerende maatregelen getroffen zodat het opzettelijk doden van de grote vos zoveel mogelijk wordt voorkomen, zie hiervoor hoofdstuk ‘Maatregelen’ op pagina 19. Door het treffen van compenserende en mitigerende maatregelen en de positieve trend van de soort in Nederland en in de omgeving van het plangebied (zie hoofdstuk ‘Gunstige staat van instandhouding’ op pagina 18) worden negatieve effecten op de grote vos voldoende geminimaliseerd om de gunstige staat van instandhouding van de soort gewaarborgd.
Pagina 15
Cumulatief effect op de grote vos Naast de ontwikkeling in het plangebied is er in de omgeving van het plangebied (woonkern Lievelde e.o.) geen sprake van andere actuele ruimtelijke ontwikkelingen, uitgezonderd het project ‘Lokaal voor Verlof’. Dit project staat los van de woningbouwplannen in het plangebied, maar maakt straks wel onderdeel uit van de visie Park Vossenburcht. Lokaal voor Verlof De gemeente Oost Gelre heeft enkele jaren geleden het terrein van de voormalige slachterij Vion aangekocht. Alle aanwezige fabrieksgebouwen zijn gesloopt, met uitzondering van het portiersgebouw. Dit gebouw, beter bekend als café Arink, is vanwege zijn bijzondere waarden bewaard gebleven. In de afgelopen jaren heeft de gemeente Oost Gelre onderzoek gedaan naar mogelijke invullingen voor het pand. Deze liepen uiteen van een bed-and-breakfast tot aan een toeristisch informatiepunt. Ook is de gemeente afgelopen jaren in gesprek geweest met potentiële initiatiefnemers. Om verschillende redenen hebben de initiatieven nog niet geleid tot een gewenst resultaat. Om een goede afweging te kunnen maken tussen de bestaande en wellicht nieuwe initiatieven heeft de gemeente Oost Gelre dit jaar een tender opengesteld waar potentiële initiatiefnemers hun plan voor het gebouw kunnen indienen. Belangrijk uitgangspunt hierbij is, vanwege de cultuurhistorische waarden, behoud van het gebouw.
Wel dienen de bestaande aanbouwen aan het karakteristieke gebouw gesloopt te worden. Vanuit het Cultuur- en Erfgoedpact is daarnaast een onderzoek uitgevoerd naar een passende invulling voor de locatie. Hieruit is het thema ‘fooddesign’ gekomen en dit dient als uitgangspunt opgepakt te worden door een toekomstige exploitant. Meer informatie: http://www.lieveldsbelang.nl/images/avatar/PDF_documenten/Bidbook-Lokaal-VoorVerlof.PDF Beschrijving planlocatie “Lokaal voor Verlof’ Bebouwing in de vorm van een oud portiersgebouw met in de randen van de planlocatie kruidige vegetatie van plantensoorten van voornamelijk ruderale omstandigheden en opslag van berken. Cumulatief effect Door het verbouwen/renoveren van het karakteristieke oude portiersgebouw en sloop van de bestaande aanbouwen is er geen sprake van een cumulatief effect op de populatie van de grote vos. Er worden namelijk geen essentiële onderdelen van het leefgebied van de grote vos vernietigd of verstoord.
Betrokken deskundige De ontheffingsaanvraag is door een ervaren ecoloog (de heer van Staring Advies opgesteld. Staring Advies is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus.
Pagina 16
Wijze waarop de effecten tijdens de werkzaamheden worden gevolgd De maatregelen vinden onder begeleiding van een ecoloog plaats. Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld en overgedragen aan de uitvoerders. De te nemen stappen welke effect kunnen hebben op het leefgebied, en de daarbij behorende essentiële onderdelen, van de grote vos worden vastgelegd in een logboek.
Voorkomen van negatieve effecten Door de werkzaamheden buiten de (meest) kwetsbare periode van de grote vos uit te voeren en door voorafgaand, tijdens en na de werkzaamheden maatregelen te nemen worden er geen negatieve effecten verwacht. De werkzaamheden worden onder ecologische begeleiding uitgevoerd. Voorafgaand aan het kappen van bomen en het verwijderen van groen vindt een ecologische inspectie plaats. Daarnaast worden eventueel aanwezige amfibiëen verplaatst naar de twee vijvers (zorgplicht). De te nemen maatregelen worden in een ecologisch werkprotocol beschreven. Dit protocol zal op de locatie aanwezig zijn en zal onder alle betrokken partijen bekend zijn. Werkzaamheden worden aantoonbaar conform dit protocol uitgevoerd.
Pagina 17
Gunstige staat van instandhouding Staat van instandhouding grote vos De grote vos is sinds 1900 gestaag achteruitgegaan. Tot 1980 kwam de grote vos in zeer kleine aantallen en vooral in Zuid-Limburg voor, maar sindsdien is de stand verder verslechterd. In 1996 werd voor het voortplanting, in de vorm van een rupsennest, vastgesteld. In het begin van deze eeuw waren waarnemingen van de grote vos zeldzaam en gingen er jaren voorbij zonder dat er een werd waargenomen. Van 2011 tot 2014 waren er wel veel waarnemingen, maar de daarop volgende jaren nam het aantal weer sterk af. Sinds enkele jaren zijn op verschillende plaatsen in Nederland, waaronder ook in de omgeving van het plangebied (Winterswijk) rupsen van de grote vos gevonden. De grote vos heeft zich hiermee opnieuw, en mogelijk permanent, in Nederland gevestigd.
Figuur 5. Verspreiding in Nederland, periode
Figuur 8. Verspreiding grote vos 2015-2020.
Figuur 9. Trend periode 1900-2000, bron: Vlinderstichting.
Pagina 18
Beïnvloeding staat van instandhouding door de werkzaamheden Er is sprake van een (tijdelijk) negatief effect op de grote vos door de geplande activiteiten. Door de werkzaamheden buiten de meest kwetsbare perioden van de grote vos uit te voeren en door voorafgaand, tijdens en na de werkzaamheden maatregelen te nemen worden er geen permanente negatieve effecten verwacht en komt de gunstige staat van instandhouding van deze soort niet in het geding. Ook de lokale aard van de geplande werkzaamheden, beperkte omvang van het plangebied en aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied zorgen ervoor dat er geen sprake is van een regionaal effect op de populatie/instandhouding.
Pagina 19
Maatregelen Voorafgaand, tijdens en na de werkzaamheden worden maatregelen getroffen om overtreding van de verbodsbepalingen artikel 3.10, lid 1a en lid 1b te voorkomen.
Voorafgaand aan de werkzaamheden te nemen maatregelen: De volgende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken: Alternatieve voortplantingslocaties en nectarbronnen Aangezien er ruim voldoende vergelijkbaar leefgebied aanwezig is buiten het plangebied in de vorm van bosschages en bosranden met onder andere (bos)wilgen, ratelpopulier en zoete kers (zie figuur 5), wordt het niet noodzakelijk geacht om alternatief leefgebied in het plangebied te creëren voorafgaand en ten tijde van de werkzaamheden. De mobiele grote vos heeft namelijk voldoende uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied zullen namelijk maximaal 20 tot 30 geschikte waardplanten (boswilg en grauwe wilg) verdwijnen als gevolg van de werkzaamheden. Op basis van satellietfoto’s en een omgevingscheck is binnen een straal van 1 km rondom het plangebied minimaal 75 ha groenstructuur aanwezig met geschikte waardplanten. Planlocatie en alternatieven Ondanks dat er ruim voldoende alternatief leefgebied voor de grote vos in de directe omgeving aanwezig is wordt lokaal ingezet op het aanbieden van geschikte, alternatieve waardplanten, overwinteringsplekken en nectarbronnen. Hierdoor blijft het leefgebied in het plangebied zoveel mogelijk gehandhaafd en blijft de lokale populatie van de grote vos behouden.
Voor de te verwijderen groenstructuren worden elders in het plangebied geschikte waarden nectarplanten, onder andere bestaande uit diverse wilgen, vogelkers, zoete kers en peren, aangeplant. De bomen en struiken worden op zo kort mogelijke afstand van de deels verwijderde groenstructuren geplaatst, buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. De bomen en struiken worden ruim voorafgaande aan het verwijderen van de groenstructuren aangebracht, bij voorkeur in de periode september - december. Het (deels) verwijderen van de groenstructuren zal ruim voor en na de meest kwetsbare perioden (ei-afzetperiode, de larvale rupsstadium en de overwinteringsperiode) uitgevoerd moeten worden: • •
1 maart - 1 april 15 juli - 1 oktober
Realiseren van alternatieve overwinteringsplekken Om het verlies van potentiele overwinteringslocaties in de vorm van stapels snoeihout, takken en boomstammen te compenseren worden elders takkenrillen/houtstapels en vlinderkastjes geplaatst.
Pagina 20
Vlinderkast Vlindersoorten die als vlinder overwinteren, zoals de grote vos, zoeken beschutte plekjes op. Vaak verschuilen ze zich op rommelzolders, in schuurtjes of tussen de bladeren. Als alternatief voor deze type locaties worden minimaal 3 vlinderkasten in het plangebied geplaatst. Takkenrillen/houtstapels Bij het kappen van bomen en deels verwijderen van de groenstructuren in het plangebied komen snoeihout, takken en boomstammetjes vrij. Dit kan deels verwerkt worden enkele takkenrillen. De lengte van een takkenril kan variëren van 3 tot 20 meter. Dit is afhankelijk van de locatie en het beschikbare snoeihout. Bij de takkenril stapel je de stammen en dikke takken onderop en de dunnere takken bovenop. Naast een overwinteringsplek voor de grote vos biedt een takkenril ook een goede nest-, voedsel- en schuilgelegenheid voor kleine zoogdieren en vogels. Er worden 3 takkenrillen van elk minimaal 3 meter lengte in het plangebied gecreëerd (zie figuur 9).
Figuur 9. Locatie compenserende en mitigerende maatregelen.
= Takkenrillen = Vlinderkastjes = Aanplant (waardplanten grote vos): o.a. diverse wilgen, vogelkers, zoete kers en peren.
Pagina 21
Ecologisch werkprotocol Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld, waarin de werkwijze met betrekking tot de grote vos wordt beschreven.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te nemen maatregelen: Tijdens de werkzaamheden in het plangebied is sprake van negatieve effecten van het leefgebied van de grote vos. De volgende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken: Werken buiten de meest kwetsbare periode De grote vos gebruikt zijn leefgebied jaarrond en het gehele jaar kan aangemerkt worden als kwetsbare periode voor de grote vos. De meest kwetsbare perioden hierbinnen zijn de ei-afzetperiode, het larvale rupsstadium en de overwinteringsperiode. De periode van eiafzet loopt van april tot juni, het larvale rupsstadium loopt van eind april tot half juli en de overwinteringsperiode van de imago loopt van september tot 15 maart. Dit is afhankelijk van de lokale klimatologische omstandigheden en de weersomstandigheden voorafgaand aan of tijdens de werkzaamheden. •
Het kappen van bomen en (deels) verwijderen van de groenstructuren gebeurt buiten de ei-afzetperiode, het larvale rupsstadium, overwinteringsperiode én de broedperiode van vogels: ➢ 15 juli - 1 oktober Aanpassen werkwijze Bij de geplande werkzaamheden moet één kant op gewerkt worden, zodat imago’s altijd de mogelijkheid hebben om weg te vliegen. Fasering van de werkzaamheden Wanneer door werkzaamheden leefgebied verdwijnen, al dan niet door verstoring, heeft het de voorkeur om gefaseerd te werken. Dat betekent dat niet het gehele terrein ineens aangepakt wordt, maar de werkzaamheden in fasen worden uitgevoerd. Zo blijft er altijd een (beperkt) deel geschikt leefgebied beschikbaar. Er is ruim voldoende vergelijkbaar leefgebied, en uitwijkmogelijkheden, aanwezig in de omgeving van het plangebied in de vorm van bosschages en bosranden met (bos)wilgen, ratelpopulier en zoete kers. Om verstoring op de grote vos zoveel mogelijk te verminderen worden voorafgaand aan de werkzaamheden 3 takkenrillen gerealiseerd, 3 vlinderkastjes geplaatst en diverse wilgensoorten, vogelkers, zoete kers en peren (waardplanten en nectarbronnen) aangeplant. Door het treffen van bovenstaande compenserende en mitigerende maatregelen worden negatieve effecten op de grote vos voldoende geminimaliseerd om de gunstige staat van instandhouding van de soort te waarborgen.
Pagina 22
Broedvogels en grondgebonden zoogdieren •
• • •
•
Er wordt gewerkt buiten het broedseizoen (globaal van 15 maart tot 15 juli) en zoveel mogelijk buiten het voortplantingsseizoen van te verwachten/aangetroffen grondgebonden zoogdieren. De werkzaamheden vinden onder ecologische begeleiding plaats. Er wordt één richting op gewerkt, waarbij eventueel aanwezige dieren de gelegenheid krijgen om te vluchten. Als tijdens de werkzaamheden toch broedende vogels worden aangetroffen worden de werkzaamheden onmiddellijk stopgezet en wordt direct een deskundige ingeschakeld. De exacte werkwijze wordt in een ecologisch werkprotocol vastgelegd.
Na de uitvoering van de werkzaamheden te nemen maatregelen: Na afronding van de werkzaamheden dient de vegetatie en nieuwe aanplant zich te ontwikkelen, waarmee op den duur weer geschikt leefgebied voor de grote vos en overige soorten fauna (broedvogels en grondgebonden zoogdieren) ontstaat. Bij het beheer van het plangebied dienen voor de grote vos de volgende maatregelen uitgevoerd te worden: •
•
Bij het opstellen van een beheeradvies met betrekking tot het groenonderhoud van ‘Park Vossenburcht’ zal lokaal extensief maaibeheer voorgesteld moeten worden. Hierdoor worden vegetaties gecreëerd waar hoogopgaande kruiden, en hierdoor geschikt foerageer- en rustgebied voor grondgebonden zoogdieren, te vinden zal zijn. Langs de groenstructuren creëert men een zoomvegetatie waar de grote vos kan zonnen/opwarmen, foerageren en migreren. Het reguliere maaibeheer zal ook in verschillende fasen uitgevoerd moeten worden om zodoende constant ruim voldoende foerageer-, schuil- en rustgebied te behouden.
Maatregelen om aan de zorgplicht te voldoen: •
• •
Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin alle ten behoeve van de grote vos, broedvogels, amfibieën en (overige) grondgebonden zoogdieren te nemen maatregelen worden vastgelegd. Dit ecologisch werkprotocol is op de locatie aanwezig en is onder alle betrokken partijen bekend. Werkzaamheden worden aantoonbaar conform dit protocol uitgevoerd. De exacte inhoud van het ecologisch werkprotocol is mede afhankelijk van eventuele aanvullende maatregelen vanuit de nog te verlenen ontheffing. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de grote vos, amfibieën, grondgebonden zoogdieren en vogels. Als tijdens de werkzaamheden toch bezette nesten van vogels of andere strikt beschermde soorten worden aangetroffen worden de werkzaamheden onmiddellijk stopgezet en wordt direct een deskundige ingeschakeld.
Pagina 23
•
Indien er van het ecologisch werkprotocol afgeweken dient te worden zal er vooraf overleg plaats te vinden met de betrokken ecoloog.
Pagina 24
9 Alternatieven 9.1
Alternatieve locatie
Om de leefbaarheid in de kleine kernen van de gemeente Oost Gelre te verhogen is de gemeente voornemens om in diverse kleine kernen, waaronder in Lievelde, woningen te bouwen. Met het in 2020 gereedkomen van ca. vijftien woningen op nieuwbouwplan Engelse Schans in de woonkern Lievelde is een eerste stap gezet naar nieuwbouw. Maar de vraag naar woningen is nog steeds hoog, want voor de realisatie van de Engelse Schans was er vijftien jaar niet gebouwd in Lievelde. De gevolgen hiervan zijn te merken aan het teruglopen van de jonge en nieuwe aanwas op de basisschool en bij de verenigingen. Woningbouw is dus belangrijk voor de leefbaarheid van Lievelde en zijn er volop plannen. Binnen de woonkern Lievelde is het voormalig Vion-terrein in Lievelde (deels) aangewezen als nieuwbouwlocatie (park Vossenburcht). Het voormalige Vionterrein is na 2006 aangekocht door de gemeente. De leegstaande panden van de voormalige slachterij zijn in 2013-2014 gesloopt. Het terrein is na de sloop tijdelijk ingericht als park Vossenburcht. Dit tijdelijke park zal geleidelijk getransformeerd worden naar een permanent park dat ruimte zal bieden aan verschillende functies zoals sportvoorzieningen, camperplaatsen, speelvoorzieningen en woningbouw in een parkachtige omgeving.
De nieuwbouwlocatie park Vossenburcht voorziet door de bouw van 16 woningen aan de behoeften van woningzoekenden uit Lievelde en bestaat uit een mix van vrijstaande woningen, starterswoningen en seniorenwoningen. Hierdoor zal de behoefte aan nieuwe bouwlocaties voor meerdere woningen de komende jaren vervuld zijn. Daarnaast is er sprake van een ‘inbreidingslocatie’ binnen de woonkern Lievelde, welke al geruime tijd op de nominatie stond voor nieuwbouw. Hierdoor wordt verdere uitbreiding van stedelijk gebied/bebouwde kom in het buitengebied van Lievelde en de gemeente Oost Gelre voorkomen.
9.2
Alternatieve inrichting
n.v.t. Het plangebied wordt na afronding van de werkzaamheden zo optimaal mogelijk voor de grote vos ingericht met voldoende overwinteringslocaties, waardplanten en foerageergebied. Het toekomstig beheer van het terrein wordt gericht op het ontwikkelen van geschikt leefgebied voor de grote vos.
9.3
Alternatieve werkwijze
De werkwijze van de werkzaamheden worden zoveel mogelijk afgestemd op de aanwezigheid van de grote vos en de ecologie van de soort. Bij het inrichten van het plangebied wordt ingezet op het creëren van geschikte overwinteringslocaties in de vorm
Pagina 25
van takkenrillen/houtstapels en vlinderkastjes en voldoende geschikte waardplanten voor de grote vos. Door het deels behouden en versterken van onderdelen van het leefgebied van de grote vos blijft, samen met de aanwezigheid van alternatieve leefgebieden in de omgeving van het plangebied, ook voldoende leefgebied beschikbaar. Daarnaast wordt ook zoveel mogelijk rekening gehouden met amfibieën, broedvogels en overige grondgebonden zoogdieren, door maatregelen te treffen om broedgevallen te voorkomen en zorgvuldig te werken. Er is geen alternatieve werkwijze denkbaar die voor deze beschermde soorten gunstiger is.
9.4
Alternatieve planning
De planning van de werkzaamheden wordt zo goed mogelijk afgestemd op de aanwezigheid van de grote vos en de ecologie van de soort. Binnen het tijdsbestek van dit project is geen alternatieve planning denkbaar die beter is voor deze beschermde soort.
Pagina 26
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl
Pagina 3