CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp vosdijk 13 toelichting

Raadscommissie 2 november 2021, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, te Vragender’14.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Normen Wet geluidhinder

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent drie geluidbronnen waarvoor geluidzones gelden: 5. railverkeerslawaai; 6. wegverkeerslawaai: 7. industrielawaai. Wanneer een ontwikkeling in een zone valt zoals aangegeven in de Wet geluidhinder, moet akoestisch aantonen dat aan de grenswaarden in deze wet wordt voldaan. Wordt niet voldaan aan deze grenswaarden, dan kunnen Burgemeester en Wethouders onder voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen. Hierbij wordt een procedure doorlopen die aan de eisen van de Wet 26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender geluidhinder moet voldoen.

Railverkeerslawaai In de omgeving van het plan bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing.

Industrielawaai In de omgeving van het plan bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Het onderdeel industrielawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing.

Verkeerslawaai In de omgeving van het plan bevinden zich gemeentelijke, provinciale en rijkswegen.

Zonebreedte voor een weg, bestaande uit

stedelijk gebied

buitenstedelijk gebied

een of twee rijstroken of een of twee sporen

200 meter

250 meter

drie of meer rijstroken of drie of meer sporen

350 meter

400 meter

Voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt geen wettelijke geluidzone. Voor een ontwikkeling binnen de zone van overige wegen moet akoestisch onderzoek aantonen dat het verkeerslawaai op de gevel van (bijvoorbeeld) de woning voldoet aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder

Voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een zone geldt een voorkeurswaarde van ten hoogste 48 dB. Bij het niet kunnen voldoen aan deze grenswaarde bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen. Het College van Burgemeester en Wethouders is hiervoor bevoegd. Hoogste toelaatbare geluidsbelasting

stedelijk gebied

buitenstedelijk gebied

Woningen nieuw gelijk met wegaanleg

58 dB

53 dB

nieuwe woning bij agrarisch bedrijf

nvt

58 dB

nieuwe woning / bestaande weg

63 dB

53 dB

Vervangende nieuwbouw

68 dB

58 dB

bestaande woning / nieuwe weg

63 dB

58 dB

Het plangebied ligt op een afstand van ruim 600 meter van de Hamelandweg (provinciale weg) en ruim 1000 meter van de N18 / Europaweg (rijksweg). Het okangebied valt dus buiten de zones van deze wegen. Het plangebied ligt wel in de zone van de Vosdijk. Dit is een 60 km weg met asfaltverharding en met een geraamde verkeersintensiteit van hooguit 1200 motorvoertuigen per etmaal. De 48 dB contour ligt dan op 18 m van de wegas. Wanneer de afstand van de nieuwe woning tot de wegas 18 m of meer bedraagt is een hogere waarde niet nodig. De 53 dB contour ligt dan op 8 m van de wegas. De nieuwe woning mag niet korter dan 8 m van de wegas worden gebouwd. Wanneer de afstand van de nieuwe woning tot de wegas tussen de 8 en 18 m bedraagt, is een hogere waarde nodig.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

4.5.2

Belemmering bedrijfsvoering

Door een ruimtelijke ontwikkeling kunnen geluidgevoelige objecten dichter naar bedrijven toe komen. Bedrijven moeten ten aanzien van deze objecten voldoen aan geluidsnormen. Het realiseren van geluidsgevoelige objecten dichter naar de bedrijven kan een beperking voor de bedrijven betekenen. Of deze beperking ook leidt tot directe gevolgen voor de bedrijfsvoering, dient te worden vastgesteld. In dergelijke gevallen is akoestisch nodig om te onderzoeken welke geluidsbelasting het bedrijf op het plangebied heeft. Blijkt uit het onderzoek dat de bedrijven ook in de nieuwe situatie kunnen voldoen aan de gestelde geluidsnormen, dan is in feite voldaan aan dit punt. De inrichting aan de Vosdijk 13 valt de geluidbepalingen van het Activiteitenbesluit. Beoordelingsniveaus in dB(A)

dagperiode

avondperiode

Nachtperiode

Agrarische bedrijven

6:00-19:00 uur

19:00-22:00 uur

22:00-6:00 uur

LAr,LT op gevel gevoelige gebouwen

45

40

35

LAmax op gevel gevoelige gebouwen

70

65

60

Het beoordelingsniveau LAr,LT is alleen van toepassing op de vast opgestelde installaties, Het beoordelingsniveau LAmax is in de dagperiode niet van toepassing op laden en lossen en in de avond- en nachtperiode niet van toepassing op 1 transport. In de Omgevingsvergunning van 2011 waren voor het LAr,LT 5 dB(A) lagere en voor het LAmax 10 dB(A) lagere beoordelingsniveaus op 50 m van de grens van de inrichting. Het is dus aannemelijk dat op 50 m van de grens van de inrichting voldaan kan worden aan de beoordelingsniveaus van het Activiteitenbesluit en dat de nieuwbouw van een woning daar het bedrijf niet belemmerd. De inrichting aan de Vosdijk 16a valt eveneens onder de geluidbepalingen van het Activiteitenbesluit. Voor deze inrichting is de woning Vosdijk 15 maatgevend en levert de nieuw te bouwen woning geen extra belemmering in de bedrijfsvoering op. 4.5.3

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

Afgewogen moet worden of er in en om de geluidgevoelige objecten een goed woon- en leefklimaat blijft gegarandeerd. Dit aspect speelt wanneer geluidgevoelige objecten en geluid producerende objecten als bedrijven en wegen in elkaars nabijheid worden gerealiseerd. Om hierover een goed oordeel te kunnen vormen dient te worden bepaald wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Wanneer een gemeente geluidbeleid heeft vastgesteld kunnen daarin geluidnormen zijn opgenomen. Voor rail- en wegverkeerslawaai kan aansluiting worden gezocht bij de normen in de Wet geluidhinder. Ook als er sprake is van een industrieterrein in of rond een plangebied kent de Wet geluidhinder normen. Voor het overige lawaai van bedrijven kennen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Activiteitenbesluit en de Handleiding Industrielawaai en vergunningverlening regels en normen. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat bij ruimtelijke plannen verder moet worden gekeken dan de normen uit de diverse wetten. De VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” is hiervoor een hulpmiddel. Wanneer aan de richtafstanden van deze publicatie wordt voldaan is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wordt niet voldaan aan de richtafstanden dan dient de situatie akoestisch te worden bepaald en afgewogen.

Bij de afweging of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ook in een nieuwe situatie aanwezig blijft, moet worden betrokken: 8. de aard van het plan; 9. de bestaande aard van de omgeving en/of het referentieniveau van het achtergrondgeluid; 10. de verandering in geluidsbelasting die de nieuwe situatie voortbrengt; 11. de geluidsbelasting op de woning of het geluidsgevoelige object in de nieuwe situatie; 12. cumulatie van verschillende geluidsbronnen; 13. de geluidsnormen die eventueel worden opgelegd aan omliggende bedrijven.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan gelden voor het te realiseren plan, maar geldt ook voor de omgeving van het plan. 4.5.4

Gemeentelijk geluidbeleid

Bij ruimtelijke procedures moet breder worden getoetst dan alleen dit Geluidbeleid. Ten aanzien van het woon- en leefklimaat wordt in eerste instantie getoetst aan de VNG Brochure. Als aan deze brochure wordt voldaan kan worden gesteld dat wat betreft geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. Kan niet worden voldaan aan de brochure dan kan dit geluidbeleid een aanvullend toetsingskader bieden. Voor een toets van het initiatief aan de VNG Brochure, wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van de toelichting. Daaruit blijkt dat voldaan kan worden aan de brochure. 4.5.5

Conclusie

De Wet geluidhinder is van toepassing voor wegverkeerslawaai. Op 18 m va de wegas wordt voldaan aan de streefwaarde en is een hogere waarde niet nodig. Tussen 8 m en 18 m van de wegas is een hogere waard nodig. Op minder dan 8 m mag niet worden gebouwd. Wanneer de woning op meer dan 50 m van het naastliggende agrarisch bedrijf wordt gebouwd wordt dit agrarisch bedrijf niet in de bedrijfsvoering belemmerd. Op grond van het gestelde in het geluidbeleid is er sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

4.6.1

Beoordelingskader

De VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) is een hulpmiddel voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen bij en rondom bedrijven. De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden. 4.6.2

Planspecifiek

Bij de beoordeling is uitgegaan van de situatie in de onderstaande afbeelding. Het daarin opgenomen rode kader is groter dan het plangebied en het daarin opgenomen bouwvlak. De genoemde afstanden zullen dan ook, bij toetsing aan het bouwvlak,gelijkblijven of zelfs groter worden.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

In deze situatie is sprake van een rustig buitengebied. In de omgeving van de aangevraagde ontwikkeling bevinden zich de in onderstaande tabel genoemde bedrijven. De tabel toont per bedrijf de richtafstand per onderdeel (geur, stof, geluid en gevaar) en de bijbehorende milieucategorie. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de gevel van de woning. Hetzelfde geldt voor een bestemming als horeca, recreatie, sport of maatschappelijk. De werkelijke afstand in onderstaande tabel is ook op die manier gemeten, waarbij voor de afstandsmeting tot de woning is uitgegaan van de rand van het rode kader.

De tabel laat zien dat de aangevraagde ontwikkeling plaatsvindt buiten de richtafstanden van omliggende bedrijven (behalve voor de veehouderij Vosdijk 13, maar daarvoor geldt een aanvullende overweging). Voor de volgende bedrijven gelden aanvullende overwegingen: Heringsaweg 10: het bedrijf valt onder de regels van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, waarbij er sprake is van een Brzo-inrichting. Voor het bedrijf is in het verleden een kwantitatieve risico-analyse (QRA) uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de in acht te nemen afstand tot woningen maximaal 45 meter bedraagt. Hieraan wordt in deze situatie ruimschoots voldaan. Voor veehouderijen is de afstand voor het onderdeel geur uit bovenstaande tabel niet van

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender toepassing. Voor veehouderijen gelden wettelijke afstanden en normen, die voorrang hebben op de richtafstanden. Uit de geurbeoordeling komt naar voren dat de beoogde woning op voldoende afstand ligt van veehouderijen. De woning voldoet verder aan de richtafstanden voor de overige milieuaspecten (stof, geluid en gevaar). Daarnaast bevindt zich op enige afstand bedrijventerrein De Kamp. Hierop zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 4.1. Dit komt overeen met een richtafstand van 200 meter. De werkelijke afstand tot de beoogde woning is 650 meter, zodat ruimschoots aan deze richtafstand wordt voldaan. 4.6.3

Conclusie

De aangevraagde ontwikkeling vindt plaats buiten de richtafstanden van omliggende bedrijven (behalve voor de veehouderij Vosdijk 13, maar daarvoor geldt een aanvullende overweging). Voor omliggende veehouderijen blijft de richtafstand voor het aspect geur buiten beschouwing. Voor geur van veehouderijen gelden wettelijke minimumafstanden en geurnormen. De aangevraagde ontwikkeling voldoet aan die minimumafstanden en geurnormen. De ontwikkeling werkt daarom niet belemmerend voor deze bedrijven. Ook het woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkeling is hierbij niet in het geding. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt daarom geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.

4.7

Luchtkwaliteit

Om inzicht te krijgen of het bestemmingsplan uitvoerbaar is voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit, wordt een nadere toelichting gegeven. De Nederlandse wetgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer ("Wet luchtkwaliteit"). In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan de grenswaarden (normen) voor verschillende luchtvervuilende stoffen. In de praktijk is alleen bij stikstofdioxide en fijn stof mogelijk sprake van normoverschrijding, zodat de beoordeling tot deze stoffen beperkt blijft. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende besluiten en regelingen met daarin het centraal staande begrip 'niet in betekenende mate'; Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. Als een project 'niet in betekenende mate' (nibm) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, dan is geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit nodig. De nibm-bijdrage komt overeen met 3% van de norm voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof of stikstofdioxide. Dit komt neer op 1,2 µg/m3. De Regeling niet in betekenende mate bijdragen (nibm) is in dit geval van toepassing. De aanvraag heeft betrekking op één woning.

De grens in de regeling ligt bij 1500 woningen met een enkele ontsluitingsweg of 3000 woningen met twee ontsluitingswegen. De aanvraag blijft daar ruimschoots onder. Een berekening van de gevolgen voor de luchtkwaliteit is daarom niet nodig. De ruimtelijke procedure heeft geen betrekking op de ontwikkeling van een gevoelige bestemming als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Deze gevoelige bestemmingen zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De locatie ligt bovendien op een afstand van: meer dan 300 meter van een rijksweg; meer dan 50 meter van een provinciale weg. Voor het woon- en leefklimaat is van belang of er sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Daarvan is in dit geval geen sprake, zodat de conclusie is dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie: De aangevraagde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van een gevoelige bestemming. Er is geen sprake van feitelijke of dreigende overschrijding van grenswaarden. Er is daarom geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. Het onderwerp luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

4.8

Geur

Om inzicht te krijgen of het bestemmingsplan uitvoerbaar is voor wat betreft het aspect geurhinder van veehouderijen, wordt een nadere toelichting gegeven. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen gaat het erom voor geurhinder van veehouderijen aan de volgende voorwaarden te voldoen: 1. het kunnen garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; 2. het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Hiervoor is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten. Dit zijn gebouwen bestemd en geschikt voor menselijk verblijf, zoals woningen, kantoren en scholen. In de gemeente Oost Gelre gelden voor geurgevoelige objecten de in onderstaande tabel vermelde geurnormen en minimumafstanden. Ligging geurgevoelig object

Geurnorm

Minimumafstand

Gevel-tot-gevel-afstand

Binnen bebouwde kom Groenlo

5 odour units/m3

100 meter

50 meter

Binnen bebouwde kom Lievelde en Vragender

7 odour units/m3

100 meter

50 meter

Binnen bebouwde kom overige kernen

3 odour units/m3

100 meter

50 meter

Buiten bebouwde kom

14 odour units/m3

50 meter

25 meter

Geldt voor veehouderijtype

Varkens, pluimvee, Koeien, paarden en vleeskalveren, geiten en konijnen schapen

Alle veehouderijtypen

De beoogde ontwikkeling vindt plaats buiten de bebouwde kom. In de omgeving van deze locatie bevinden zich meerdere veehouderijen. In het advies van de Omgevingsdienst Achterhoek dat bijlage 3 bij de toelichting voor voorliggend bestemmingsplan is opgenomen, staat een opsomming van deze veehouderijen (inclusief de daarbij behorende berekeningen). Die opsomming leidt samengevat tot de volgende uitkomsten: De woning voldoet aan de minimumafstand van 50 meter tot veehouderijen; De woning voldoet aan de geldende geurnorm van 14 odour units/m3 (in de omgeving zijn geen veehouderijen met naar odour units om te rekenen dieren aanwezig); Het woon- en leefklimaat is daarom aanvaardbaar. Voor andere agrarische bedrijfsactiviteiten dan het huisvesten van dieren geldt meestal een minimumafstand van 50 meter. Het gaat hierbij om de opslag van mest, de opslag van vaste bijvoermiddelen en een composteringshoop. Die activiteiten zijn overal binnen het agrarisch bouwvlak toegestaan. In aanvulling op het bovenstaande is artikel 3.51 Activiteitenbesluit van belang. Op grond van dit artikel geldt een minimumafstand van 100 meter voor een mestbassin met een oppervlakte van 350 m2 of meer. Omliggende veehouderijen bevinden zich op meer dan 100 meter van de voorgenomen ontwikkeling. De beoogde woning voldoet aan de vereiste minimumafstand.

Conclusie: Het onderwerp geur veehouderij vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

4.9

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen.

Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: 1. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. 2. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd. Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente.

Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten. Situatie plangebied

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

Uitsnede Risicokaart Op het perceel zullen geen activiteiten plaatsvinden en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden waarbij de grenswaarden voor groepsrisico en plaatsgebonden risico worden overschreden. Daarnaast is het perceel op meer dan 1.000 m gelegen van de dichtstbijzijnde route voor gevaarlijke stoffen (N18). Op de uitsnede van de Risicokaart is te zien dat de woning ongeveer 350 meter van Lesli Vuurwerk B.V. afligt. Dit bedrijf valt onder de regels van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, waarbij er sprake is van een Brzo-inrichting. Voor het bedrijf is in het verleden een kwantitatieve risico-analyse (QRA) uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de in acht te nemen afstand tot woningen maximaal 45 meter bedraagt. Hieraan wordt in deze situatie ruimschoots voldaan. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend plan (wat betekent dat het huidige gebruik en de huidige verschijningsvorm als uitgangspunt dienen). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand met bijbehorende regels. Waar nodig zijn aanduidingen op de verbeelding opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.

5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied.

Specifieke gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

5.3.2

Bebouwing

In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor de situering en maatvoering van bouwwerken is het belangrijk dat er regels zijn opgenomen met betrekking tot: Goot- en bouwhoogte De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van (hoofd)gebouwen is op de verbeelding opgenomen door middel van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte”. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is opgenomen in de regels in de subparagraaf “bouwwerken, geen gebouwen zijnde”.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

Situering gebouwen Teneinde de situatie eenduidig te kunnen reguleren, is de bebouwing “gezoneerd”. Voor bouwwerken is met betrekking tot de situering op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt door het gebruik van de aanduiding “bouwvlak”. Het bouwvlak is bestemd voor hoofdgebouwen. Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, kunnen soms ook buiten het bouwvlak worden toegestaan. De maatvoering is in de planregels uitgewerkt. Bebouwingspercentage Omdat de bouwvlakken vrij krap om de bestaande en geplande hoofdbebouwing heengelegd is, is het niet noodzakelijk om een bebouwingspercentage op te nemen binnen het bouwvlak. 5.3.3

Bestemmingsregels

Wonen Bestemmingsomschrijving Aan een woning is in dit bestemmingsplan de bestemming Wonen toegekend als sprake is van een een nieuw te bouwen woning waarvoor een positief gemeentelijk principebesluit is ingenomen of een voormalige agrarische bedrijfswoningen op percelen waar ook de agrarische functie is verdwenen. Het kavelpaspoort is het uitgangspunt voor het toe te kennen bestemmingsvlak geweest. De situering van het bestemmingsvlak is maatwerk waarbij in ieder geval het ontzien van de omliggende waarden in de afweging betrokken is. Bij het bepalen van bestemmingsgrenzen erf is, naast het kavelpaspoort, gebruik gemaakt van een combinatie van gegevens: kadastrale kaart, luchtfoto's en de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Bouwregels De maatvoering van de woonbebouwing is geregeld in de bouwregels van de woonbestemming. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. Het woonperceel is voorzien van een bouwvlak. Ook de ligging en begrenzing van het bouwvlak is gebaseerd op het kavelpaspoort. Indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak moet de woning binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maatvoering van de bebouwing is vastgelegd in het bestemmingsplan. De maatvoering in de bouwregels vindt zijn grondslag in het kavelpaspoort. Voor de nieuwe woning is overeengekomen dat de woning een maximale inhoud van 850m3 mag hebben.

De maximale goot- en nokhoogte van de woning zijn respectievelijk 4,5 en 10 meter. Voor bijgebouwen bij de woning geldt een oppervlaktemaat van maximaal 200 m2, waarbij als voorwaarde geldt dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd. De maximale goot- en nokhoogte van het bijgebouw zijn respectievelijk 4,0 en 6,0 meter. Om de toegestane bebouwing geclusterd te houden, is er voor gekozen om de regel op te nemen dat bijbehorende bouwwerken binnen een bouwvlak dienen te worden gebouwd. De locatie van de woning is in de bouwregels vastgelegd. In de bouwregels is daartoe de volgende zinsnede opgenomen: 'herbouw van de woning is uitsluitend toegestaan binnen een afstand van 30 m van de op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan bestaande locatie'. Door het opnemen van deze zinsnede is de bestaande locatie van de woning vastgelegd en mag de woning alleen op deze locatie herbouwd worden. Gebruiksregels Om te borgen dat de gewenste landschappelijke inrichting als bedoeld in paragraaf 2.2 ook wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 3.4.1.

Daarin is geregeld dat er bij de woningen sprake is van strijdig gebruik als binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de landschappelijke inpassing conform het in bijlage 2 opgenomen inrichtingsplan niet is gerealiseerd of na realisatie onvoldoende in stand wordt gehouden.

Archeologie De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' is opgenomen om de

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. Dit is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. In het bestemmingsplan komen twee categorieën voor: Bestemming

Categorie gemeentelijke archeologische beleidskaart en bijbehorend beleid

Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2

AWV categorie 9 en 10: Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 2500 m²

Er zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn regels opgenomen ten behoeve van overschrijdingen van de bouwgrenzen. Tevens is een vervangende bouwregel opgenomen ten behoeve van bestaande bebouwing die afwijkt van de in de regels en op de verbeelding opgenomen maatvoering. Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 75 m³. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen.

Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor; het in geringe mate aanpassen van het plan zelf indien bij de uitmeting blijkt dat een dergelijke aanpassing van gewenst of noodzakelijk is; het bouwen van gebouwen van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes, en; het beperkt anders situeren en begrenzen van bouwvlakken. Aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden gekoppeld.

Parkeerregelgeving In artikel 11 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Overgangs- en slotregels

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt. Voor één aanwezige bewoner van de bedrijfswoningen aan de Industrieweg waarvan het gebruik met voorliggend bestemmingsplan onder het overgangsrecht wordt gebracht, is in het plan voorzien in persoonsgebonden overgangsrecht zodat zowel de voortzetting als de beëindiging van het gebruik ook buiten de planperiode is geborgd.

Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied, herziening Vosdijk 13 nabij, Vragender

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan is een concept van het ontwerpbestemmingsplan overlegd met de provincie. Het waterschap is nauw betrokken geweest bij het opstellen van de watertoets. Het ontwerpbestemmingsplan is eveneens toegezonden aan zowel provincie als waterschap. Van de provincie is geen reactie ontvangen. Het Waterschap heeft laten weten in te stemmen met de inhoud van het plan.

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd van 30 juli tot en met 9 september 2021. Gedurende deze termijn konden belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar maken. Er zijn geen zienswijzen kenbaar gemaakt tegen het ontwerpbestemmingsplan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. De kosten conform artikel 6.2.3/6.2.4 Bro zijn opgenomen in een overeenkomst met de MACL waarbij deze kosten op hen worden afgewenteld. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade wordt verhaald op de MACL. Conclusie Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zijn op grond van de overeenkomst met de MACL voor rekening van de gemeente. Aangezien er sprake is van het anderzins verzekeren van kostenverhaal; is een exploitatieplan niet nodig.

Toelichting (vastgesteld)

41

bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10677368/1