bp vosdijk 13 regels bijlage 2 landschappelijke inpassing
Tekst van het document
Erfinpassingsplan en plan voor landschappelijke versterking Vosdijk (ongenummerd) te Lichtenvoorde
Plan voor landschappelijke inpassing van een nieuw woonerf en versterking van het landschap
Colofon Erfinpassingsplan en plan voor landschappelijke versterking Vosdijk (ongenummerd) te Lichtenvoorde
Plan voor landschappelijke inpassing van een nieuw woonerf en versterking van het landschap
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
Eigenaar perceel
Projectnummer en versie: 3114A versie 1.0 Locatie plangebied: Vosdijk (ongenummerd) te Lichtenvoord
Status: definitief Rapportdatum: 23-3-2021
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 3
1.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 3 1.2 Doel .......................................................................................................................................................... 3 1.3 Voorgenomen activiteiten........................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 2
Het plangebied ......................................................................................................................... 4
2.1 Situering ................................................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3
Uitgangspunten ..................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 4
Voorstel voor landschappelijke inpassing ................................................................................ 8
4.1 Erfplan en plan voor versterking van het landschap ................................................................................ 8 Hoofstuk 5
Inrichting en beheer .................................................................................................................. 9
5.1 Inrichting .................................................................................................................................................. 9 5.2 Beheer .................................................................................................................................................... 10
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Inleiding Er zijn plannen voor de oprichting van een nieuw woonerf aan de Vosdijk te Lichtenvoorde. Het nieuwe erf is gesitueerd tussen de bestaande erven Vosdijk 13 en 15-15a. De gemeente Oost-Gelre is voornemens medewerking te verlenen aan een planologische procedure die de oprichting van het erf mogelijk maakt. Voorwaarde voor deze medewerking is het landschappelijk inpassen van het nieuwe erf en het versterken van het omringende landschap. 1.2 Doel In voorliggend plan wordt een plan voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf en versterking van het landschap gepresenteerd. Vanwege de ligging binnen het Nationaal landschap Winterswijk dient sprake te zijn van versterking van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, zoals verwoord in De Omgevingsverordening Gelderland. Het plan voor landschappelijke inpassing van het erf en versterking van het landschap is tot stand gekomen aan de hand van een ruimtelijke analyse van het landschap waarin het plangebied zich bevindt en de aanwezige beplanting op en rond het erf. Uitgangspunten daarbij zijn streekeigen beplantingsvormen en inheems plantmateriaal. Tevens is bij het opstellen van dit plan rekening gehouden met de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen voor het Nationaal Landschap.
Een toets of voorliggend plan voldoet aan de gesteld eisen maakt geen onderdeel uit van deze rapportage en vindt plaats in de het planologisch proces. Bij het opstellen van dit plan is tevens gebruik gemaakt van het kavelpaspoort erf en landschap, zoals aangereikt door de gemeente Oost-Gelre. 1.3 Voorgenomen activiteiten Het voornemen bestaat een nieuwe woonerf te ontwikkelen in een perceel agrarisch cultuurland. Het voornemen is woning met bijgebouw te bouwen op een erf. Op onderstaande afbeelding wordt de nieuwe erfopzet (bebouwing) weergegeven.
Wenselijke erfopzet na planrealisatie.
De exacte erfinrichting is op het moment van schrijven van dit rapport nog niet bekend. De uiteindelijke erfinrichting kan dus nog iets wijzigen. Mogelijk heeft dat gevolgen voor de positie van de voorgesteld elementen van het erfinpassingsplan. De totale hoeveelheid beplanting zal niet afnemen, maar mogelijk wel een andere plek op het erf.
3
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd ten noorden van de Vosdijk, tussen de bestaande erven Vosdijk 13 en Vosdijk 15-15a te Lichtenvoorde. Het wordt omgeven agrarisch cultuurland. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: kadaster).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit het erf en het omringende perceel agrarische cultuurgrond. Het plangebied bestaat uit grasland met een soortenarme vegetatie van raaigras. Het grenst aan de zuidzijde aan de Vosdijk, en aan de noordzijde aan de Visserijbeek. Op onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.
Aanzicht op het plangebied (bron: Google maps).
4
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
5
2.3 Landschap Het plangebied behoort tot het heideontginningslandschap. Dit is een jong agrarisch cultuurlandschap, ontstaan na de grootschalige ontginningen in het begin van de vorige eeuw. Het kenmerkt zich door een rationele verkaveling, lange rechte ontginningswegen, blokvormige verkaveling met kavelgrenssloten, rechte sloten en bebouwing die met de voorzijde aan de ontginningswegen liggen. Het heideontginningslandschap rondom het plangebied is in de afgelopen jaren enigszins verdicht door de aanleg van laanbeplanting langs wegen en beplanting rondom retentiebekkens. Kenmerkende beplanting van het heideontginningslandschap bestaat uit laanbeplanting en gemengde houtsingels langs kavelgrenzen. Deze singels bestaan meestal uit een gemende opstand van ruwe berk, zomereik en lijsterbes. Het agrarisch cultuurland wordt intensief beheerd waarbij de laatste jaren veel rasters zijn weggehaald en ruige overhoekjes en struweel ontbreken. Op onderstaande uitsnede van de historische topografische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
Ligging van het plangebied op de topografische kaar anno 1900. De ligging van het plangebied wordt met de cirkel aangeduid (bron: Kadaster)
HOOFDSTUK 3
UITGANGSPUNTEN
Een plan voor landschappelijke inpassing van een erf en versterking van het landschap wordt opgesteld volgens bepaalde uitgangspunten. Voor voorliggend plan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd; Streekeigen beplantingsvormen. Gelet op het landschapstype in en rond het plangebied, worden kenmerkende beplantingsvormen van het heideontginningslandschap benut. Dit zijn • •
lijnvormige beplantingselementen langs kavelgrenzen, bestaande uit zomereik, ruwe berk, lijsterbes, vuilboom, Gelderse roos, hondsroos, eventueel aangevuld met iep, fladderiep en linde (spec.); Heggen en hagen op het erf op de grens van erf en omringend agrarisch cultuurland, bestaande uit beuk, haagbeuk, liguster, veldesdoorn of meidoorn;
6
• • • •
Solitaire bomen op het erf, bestaande uit inheemse loofbomen als ruwe berk, zomereik, iep, fladderiep, linde (spec.), walnoot; Struweelhaag langs perceelsgrenzen, bestaande uit een gemengde opstand van meidoorn, veldesdoorn, boswilg, Gelderse roos, hondsroos, rode kornoelje, lijsterbes en liguster. Hoogstamboomgaard; Weidezomen;
Beleidsuitgangspunten Het plangebied ligt in het Nationaal landschap Winterswijk. In een bijlage van de Omgevingsverordering Gelderland1 worden de Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Winterswijk weergegeven. Hieronder worden de kernkwaliteiten weergegeven. -
-
-
Kleinschalig, organisch gegroeid halfopen landschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, beken, boerderijen; oostelijke helft kleinschaliger dan westelijke helft De kleinschaligheid is deels te herleiden tot de kleinschalige geologie en geomorfologie van het Oost-Nederlands Plateau, die sterk afwijkt van het aanliggende dekzandlandschap: met heel karakteristieke structuren van kleine ingesneden beken op korte afstand van elkaar. In de westelijke helft komt tussen de plateaurand Aalten-Groenlo en Winterswijk een komvormige laagte voor waar een afwijkend landschap is ontstaan op voormalig broek en veen. Dit jongere landschap is eveneens kleinschalig maar kent niet de afwisseling met beken, oude bouwlanden en hoeven. Dezelfde soort jongere landschappen komt voor aan de noordkant (o.a. Meddosche Veld en Masterveld).- De kleinschaligheid en verweving hangt ook samen met het voorkomen van vele kleine landgoederen met een grote afwisseling van natuur, landbouwgrond, bos en kleine beplantingselementen. Grondgebonden landbouw op economische basis draagt bij aan een landschap dat door eigenaren, gebruikers, bewoners en toeristen als ‘levend’ wordt ervaren.
Rijk aan microreliëf (steilranden, essen en eenmansessen), een duidelijke terrasrand (westzijde) - De terrasrand ligt tussen Aalten en Groenlo. Boven op de rand komen grote open escomplexen voor: tussen Aalten en Barlo en bij Vragender, en verspreid talloze kleinere essen; het patroon is grillig met veel gebogen wegen en esranden. Op de terrasrand komen ook jongere ontginningen met rechthoekige patronen voor, zoals Schaarsheide en Vragenderveld, met heel andere patroonkenmerken. De hoge ligging nodigde in het verleden militaire activiteit uit waaraan de Besselinkschans bij Lievelde en de vestingstad Groenlo met zijn circumvallatie uit de Tachtigjarige Oorlog nog herinnert. - Essen, eenmansessen met steilranden komen overal in het gebied voor behalve in de jongere ontginningen. Meanderende beken in smalle dalen als doorgaande structuren, met natuurlijke begroeiing (elzen en essen) in halfopen landschap; - De structuur van beken en beekjes die samenstromen in de Groenlosche Slinge en de - Bovenslinge wordt bepaald door de ondergrond en menselijke activiteit. Langs de beken zijn veel kleine tot middelgrote (loof)bossen gelegen. Op hogere plaatsen langs de beken is het natuurlijke reliëf opgehoogd met esdekken. Fraaie, open essen (opvallend groot op de plateaurand van Aalten tot Groenlo) en bijzondere broekgebieden - Voor de essen zie ook boven bij ‘rijk aan microreliëf’.
Binnen de begrenzing van de open escomplexen komen gebiedjes voor die geen oude open bouwlanden zijn, maar bijvoorbeeld overgangen naar beekdalen, kleine beekdalen, bosjes. Deze gebiedjes zijn toleranter voor toevoegingen als opgaande beplanting.
1
Over Kernkwaliteiten National Landschappen (ruimtelijkeplannen.nl) 7
-
-
-
Bijzondere broek- en veengebieden zijn het Korenburgerveen en omgeving en het Wooldsche Veen, die getuigen van kleinschalige turfwinning. Historisch nederzettingspatroon, vervlochten in het landschap: oude boerderijplaatsen (zoals scholtenhoeven), vele gehuchten en grotere nederzettingen De enige grote nederzetting in het gebied zelf is Winterswijk, dat als een spin in een web van wegen zit. Aan de westrand van het gebied en het plateau liggen Groenlo, Lichtenvoorde en Aalten. De vele gehuchten liggen verspreid in het land, de meeste bestaan uit oude en jongere gebouwen, van oorsprong veelal hoeven, in een karakteristieke losse structuur gegroepeerd bij of rond essen en esjes en in veel gevallen aan een beek. De escomplexen die op de kaart zijn weergegeven, liggen alle bij zulke gehuchten: onder meer Vragender, Barlo, Meddo, Huppel, Kotten, Miste en Corle. De verspreid gelegen oude boerderijen hebben veelal een bijbehorende eenmanses
HOOFDSTUK 4
VOORSTEL VOOR LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
4.1 Erfplan en plan voor versterking van het landschap Op onderstaande afbeelding wordt het plan voor landschappelijke inpassing van het erf en versterking van het omringende landschap weergegeven. Het voorstel is de volgende elementen toe te voegen; • Aanplant solitaire zomereiken en walnoot; • Aanplant hoogstam fruitbomen; • Aanplant beukenscheerhaag rondom de tuin aan de voorzijde; • Aanplant gemengde struweelhaag op de perceelsgrens aan de noordzijde met openingen voor weidezoom; • Aanplant gemengde houtsingel langs de oostrand van het perceel met een weidezoom aan de zuidzijde; • Aanplant gemengde struweelhaag langs de noordrand van het erf; • Meidoorn scheerhaag of struweelhaag aan de buitenzijde van de boomgaard;
Voorstel voor landschappelijke inpassing van het erf.
8
HOOFSTUK 5 INRICHTING EN BEHEER 5.1 Inrichting Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, dienen de volgende inrichtingsmaatregelen genomen te worden: • Solitaire bomen Er worden vier solitaire zomereiken en één walnoot geplant. Als plantmateriaal worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt met een minimale stamomtrek van 10-12 cm op borsthoogte. De bomen worden in een voldoende groot plantgat geplant en voorzien van twee boompalen.
Voorbeeld van een solitaire boom, voorzien van twee boompalen en boomband.
• Hoogstam fruitbomen Er worden twaalf hoogstam fruitbomen geplant, waarvan minimaal 6 appelbomen. Bij voorkeur worden oude rassen gebruikt omdat die robuust zijn en beter bestand zijn tegen ziektes en plagen. • Meidoornhaag rond boomgaard Rond de buitenzijde van de boomgaard wordt een meidoornhaag aangelegd In totaal wordt 75 meter haag aangelegd. Deze haag bestaat uit een enkele rij meidoorn. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen met een minimale maat van 80-120 cm. De haag bestaat uit drie stuks plantsoen per strekkende. In totaal worden 225 stuks plantsoen geplant. • Beukenhaag rond de woning Aan de voorzijde van de woning wordt een beukenhaag aangelegd. In totaal wordt 60 meter haag aangelegd. Deze haag bestaat uit een enkele rij beuk of haagbeuk. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen met een minimale maat van 80-120 cm. De haag bestaat uit vier stuks plantsoen per strekkende. In totaal worden 240 stuks plantsoen geplant. • Struweelhaag langs noordrand erf Langs de noordwestrand van het erf wordt een gemengde struweelhaag aangelegd. In totaal wordt 40 meter haag aangelegd. Deze haag bestaat uit een enkele rij plantsoen, gelijk gemengd en bestaande uit meidoorn, veldesdoorn, hondsroos, Gelderse roos, rode kornoelje, liguster. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen met een minimale maat van 80-120 cm.
De haag bestaat uit drie stuks plantsoen per strekkende. In totaal worden 120 stuks plantsoen geplant.
9
Voorbeeld van een struweelhaag met overstaander.
• Struweelhaag met enkele boomvormers langs de noordrand van het plangebied Langs de noordrand van het plangebied wordt een gemengde struweelhaag met openingen aangelegd. Over een lengte van 145 meter wordt 30 à 40% van de lengte voorzien van haag, verdeeld over 5 min of meer even grote plukken struweel. De haag bestaat uit een enkele rij plantsoen, gelijk gemengd en bestaande uit meidoorn, veldesdoorn, hondsroos, Gelderse roos, rode kornoelje, liguster. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen met een minimale maat van 80-120 cm. De haag bestaat uit drie stuks plantsoen per strekkende. In totaal worden 130 à 175 stuks plantsoen geplant. In de struweelhaag worden zeven solitaire elzen geplant. Zie hierboven voor details m.b.t inrichting. • Zoomvegetatie De struweelhaag en de solitaire bomen langs de noordrand van het plangebied worden in een weidezoom geplant. Deze weidezoom is 2 meter breed en wordt voorzien van een (flexibel)raster. Ten zuiden van de gemengde houtsingel wordt een zoomvegetatie aangelegd. Deze zoom is net zo breed als de houtsingel (5 meter) en wordt voorzien van een (flexibel)raster. • Gemengde houtsingel Langs de oostrand van het plangebied wordt een gemengde houtsingel aangelegd. Deze bestaat uit een gemengde opstand van boomvormers in het midden en struweelvormers langs de rand.
De singel bestaat drie rijen plantsoen, geplant in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen met een minimale maat van 80-120 cm. De boomvormers in de middelste plantrij bestaan uit boswilg, fladderiep, ruwe berk, zomereik, linde (spec), zoete kers en de randen bestaan uit vuilboom, lijsterbes, liguster, Gelderse roos, hondsroos, meidoorn, sleedoorn en rode kornoelje. • Overige maatregelen Een takkenbos vormt een waardevol habitat voor kleine zoogdieren en amfibieën. Egel-, steenmarter-, en vogelkasten en een insectenhotel verhogen ook de biodiversiteit op het erf. In de regel geldt dat een ‘rommelig erf’ een natuurvriendelijker erf is, dan een strak en opgeruimd erf.
5.2 Beheer • Solitaire bomen Solitaire bomen hoeven niet beheerd te worden zodat deze zich op natuurlijke wijze kunnen ontwikkelen tot volwassen boom. Indien laaghangende takken schade of hinder veroorzaken, mag de boom opgekroond worden. Dit dient met terughoudendheid te gebeuren (niet te hoog opsnoeien)
10
• Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de haag periodiek, eens in de 12-15 volledig afgezet mag worden, waarna de haag weer zal uitlopen. Ook kan er gekozen worden voor het ontwikkelen van een vlechtheg2.
Voorbeeld van een vlechtheg. Een dergelijke heg vormt een natuurlijke veekering.
• Hoogstam fruitbomen Hoogstam fruitbomen hoeven eigenlijk niet gesnoeid te worden. Door het snoeien kunnen fruitbomen wel ouder worden, maar fruitbomen met gaten en afgescheurde takken, kunnen waardevol zijn voor nestelende vogels, zoals de steenuil.
Voorbeeld van een hoogstam boomgaard.
• Scheerhaag De scheerhaag wordt jaarlijks 1 à 2 maal geschoren om deze in de gewenste hoogte en breedte te houden.
2
Verdieping: Vlechtheggenfolder3.pdf (debrabantseboerderij.nl) 11
Voorbeeld van een geschoren meidoornhaag.
• Gemengde houtsingel De houtsingel wordt beheerd als hakhout waarbij de beplanting periodiek, doorgaans ieder 15-25 jaar afgezet wordt waarna de stobben weer uitlopen en zo een dichte haag vormen. Geadviseerd wordt 20-15 overstaanders (bomen) te behouden de eerste keer en vervolgens telkens een deel van de boomvormers af te zetten bij de volgende onderhoudsbeurt. • Zoomvegetatie Een zoomvegetatie is een grazige vegetatie die extensief beheerd wordt, maar wel dusdanig beheerd wordt dat deze niet verbost. Enige verruiging mag optreden. De totale zoomvegetatie wordt eens in de drie jaar gemaaid, waarbij ieder jaar 1/3 deel van de vegetatie wordt gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd.
Voorbeeld van een struweelhaag met een zoomrand op de overgang van kort gras naar struweel.
12