CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp veldpapenweg 1 3 toelichting bijlagen

Raadscommissie 3 oktober 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo’16.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 1: Overzichtsfoto

4

2.3 Historie Informatie van de gemeente/omgevingsdienst In het verleden heeft er een bovengrondse dieselolie-tank op de onderzoekslocatie gestaan. Daarnaast is er mogelijk puinverharding en asbestdakbedekking aanwezig. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locatie in het verleden altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. Het perceel is vanaf 1991 bebouwd is geraakt. In 2001 is de bebouwing uitgebreid.

Figuur 2: Historische kaart 1900

Figuur 3: Historische kaart 1965

Figuur 4: Historische kaart 1995

Figuur 5: Historische kaart 2017

5

Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten bekend zijn die van invloed kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Op het naburige perceel Steenbraakweg 2 is o.a. een benzine-service-station bekend.

Figuur 6: Weergave bodemloket.nl

6

2.4 Asbest Bij het vooronderzoek zijn geen gegevens naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest op of in de bodem van de onderzoekslocatie. Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland heeft de locatie een hoge verwachtingskans op het voorkomen van asbest. De schuur heeft een asbestgolfplaten dak. De platen zijn voor zover waarneembaar niet beschadigd. Het regenwater wordt niet opgevangen door dakgoten en hierdoor niet afgevoerd naar het riool. Hierdoor is de kans op besmetting van het maaiveld zeer groot. Zie de hieronder weergegeven foto van de druppelzone. Derhalve is de locatie deels verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de concentratie aan asbest wordt direct op het gehele terrein een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5707.

Figuur 7: Weergave asbestkansenkaart

Figuur 8: Druppelzone 2.5 Voorgaande onderzoeken Op en in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden.

7

2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 19,25 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 18,00 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,25 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting westelijk is gericht. Het grondwater is voor zover bekend niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. 2.7 Locatie inspectie Uit de locatie inspectie is naar voren gekomen dat er op twee plaatsen een brandton aanwezig is. Hier zijn op aanwezigheid van PAK verdachte verbrandingsresten aangetroffen. Het terrein is gedeeltelijk verhard met klinkers. Het terrein is niet opgehoogd. 2.8 Conclusie vooronderzoek De onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. De brandtonnen zijn niet als verdachte deellocatie benoemd. Ter plaatse van de brandtonnen zullen derhalve boringen uit het reguliere onderzoek separaat worden geanalyseerd. De onderzoekslocatie is verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.

8

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Verkennend bodemonderzoek Op basis van het vooronderzoek zijn een aantal deellocaties te onderscheiden. In onderstaande tabel zijn de onderzoeksstrategieën per deellocatie weergegeven. Deellocatie Oppervlakte Verwachte stoffen A: Opslag dieselolie ± 10 m2 Minerale olie B: Overig terrein ± 5655 m2 Onderzoeksstrategieën volgens NEN-5740: ONV: Onverdacht VEP: Verdacht, plaatselijke bodembelasting, duidelijke verontreinigingskern

Onderzoeksstrategie VEP ONV

Deellocatie A kan op basis van het vooronderzoek als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. Deellocatie B kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Deellocatie A: Opslag dieselolie

B: Overig terrein

Veldwerk Boringen 2 tot ± 0,5 m-mv

12 tot ± 0,5 m-mv 3 tot ± 2,0 m-mv

Peilbuizen 1

1

Analyses Grond Grondwater 1 Minerale olie 1 Minerale olie 1 Minerale olie + olie vluchtig 4 Standaardpakket grond + 1 Standaardpakket 2 PFAS-verbindingen grondwater

Standaardpakket grond:  Lutum en organische stof (volgens AS3010)(bovengrond en optioneel in de ondergrond)  Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) (volgens AS3010)  PCB's (volgens AS3010 en AS3020)  Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (10 PAK uit Leidraad Bodembescherming, volgens AS3010)  Minerale olie (C10-40) )(volgens AS3010) Standaardpakket grondwater:  Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn)(volgens AS3110)  Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) (volgens AS3110 en AS3130)  Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) (volgens AS3110)  Minerale olie (C10-40), (volgens AS3110)

3.2 Verkennend asbestonderzoek De gehele locatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' gehanteerd. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) B: Overig terrein 15 (0,3m*0,3m*0,5mmv) Druppelzone 2 (0,3m*0,3m*0,1m-mv) Asbest in grond (NEN 5707):  Droge stof  Fijne fractie asbest

Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag 3

Analyses 3 Asbest in grond (NEN 5707)

-

1 Asbest in grond (NEN 5707)

9

4.

RESULTATEN

4.1 Visuele inspectie maaiveld In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Inspectiepunten Weersomstandigheden Type grond Conditie maaiveld

Inspectie-efficiëntie Beperkingen van de inspectie Asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen?

Resultaat Droog Zand Vochtig Zowel los als vastgereden Matige vegetatie 90%-100% Ja, verharding + begroeiing Nee

4.2 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 25 oktober 2019 en op 5 november 2019 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur, oliewaterreactie en andere bijzonderheden. Per proefgat wordt het uitkomende materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 cm dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt al het uitkomende materiaal gezeefd (zeeffractie 20 mm) en worden de mengmonsters samengesteld. De bovengrond bestaat overwegend uit donkerbruin, matig fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit lichtbruin, matig fijn zand. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. Zintuiglijk zijn er geen afwijkingen waargenomen. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 03 19

Filterstelling (m-mv) 2,00 - 3,00 2,30 - 3,30

Grondwaterstand (m-mv) 1,72 1,81

Zuurgraad (pH) 5,7 4,7

Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 530 270

Troebelheid (NTU) 101 40,6

Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. De waarde van de troebelheid is verhoogd t.o.v. de natuurlijke achtergrondwaarde (tussen 0 en 10 NTU). Deze hoge troebelheid kan een overschatting van organische parameters ten gevolg hebben.

10

4.3 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Deellocatie Grond(meng)Samenstelling monster(s) A: Opslag dieselolie AMM01 01 (0,08 - 0,20) + 02 (0,08 - 0,25)

B: Overig terrein

Traject (m-mv) 0,08 - 0,25

A03-6

03 (0,10 - 0,30)

0,10 - 0,30

BMM01

0,00 - 0,50

B06-1

04 (0,00 - 0,50) + 05 (0,00 - 0,50) + 15 (0,20 - 0,50) + 16 (0,00 - 0,50) + 17 (0,20 - 0,50) + 18 (0,00 - 0,50) + 19 (0,10 - 0,30) 07 (0,00 - 0,50) + 08 (0,00 - 0,50) + 10 (0,30 - 0,50) + 11 (0,20 - 0,50) + 12 (0,20 - 0,50) + 13 (0,00 - 0,50) + 14 (0,00 - 0,50) 04 (1,00 - 1,50) + 04 (1,50 - 2,00) + 19 (0,50 - 0,90) + 19 (0,90 - 1,40) + 19 (1,50 - 2,00) 08 (1,00 - 1,50) + 08 (1,50 - 2,00) + 12 (0,50 - 1,00) + 12 (1,00 - 1,50) + 12 (1,50 - 2,00) 06 (0,00 - 0,50)

B09-1

09 (0,08 - 0,30)

0,08 - 0,30

BMM01-PFAS

04a (0,00 - 0,50) + 05a (0,00 - 0,50) + 15a (0,08 - 0,20) + 16a (0,00 - 0,50) + 17a (0,08 - 0,20) + 18a (0,00 - 0,50) 07a (0,00 - 0,50) + 08a (0,00 - 0,50) + 10a (0,08 - 0,30) + 11a (0,08 - 0,20) + 12a (0,08 - 0,20) + 13a (0,00 - 0,50) + 14a (0,00 - 0,50)

0,00 - 0,50

BMM02

BMM03

BMM04

BMM02-PFAS

Analyses Lutum + Organische stof, Minerale Olie BTEXN + Minerale olie GC + Olie vluchtig, Lutum + Organische stof Standaardpakket grond incl. LUOS

0,00 - 0,50

Standaardpakket grond incl. LUOS

0,50 - 2,00

Standaardpakket grond incl. LUOS

0,50 - 2,00

Standaardpakket grond incl. LUOS

0,00 - 0,50

Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM) Lutum + Organische stof, PAK (10) (VROM) PFAS (28) Handelingskader

0,00 - 0,50

PFAS (28) Handelingskader

-

Traject (m-mv) 2,00 - 3,00 2,30 - 3,30

Analyses 1 Minerale olie 1 Standaardpakket grondwater

Samenstelling Gat 20 + 21 Gat 4a+5a+6a+7a+8a Gat 9a+10a+11a+12a+13a Gat 14a+15a+ 16a+17a+18a

Traject (m-mv) 0,00 - 0,10 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Analyse Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond

Deellocatie A: Opslag dieselolie B: Overig terrein

Grondwatermonster(s) 03-1-1 19-1-1

Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Deellocatie Grond(meng)monster(s) Druppelzone Asmm01-1 B: Overig terrein Asmm02-1 Asmm03-1 Asmm04-1

Samenstelling

Motivatie: AMM01 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van deellocatie A. A03-6 is de separaat te analyseren steekbus ter plaatse van deellocatie A BMM01 en BMM02 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van deellocatie B. BMM03 en BMM04 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond ter plaatse van deellocatie B. B06-1 en B09-1 zijn de separaat te analyseren monsters ter plaatse van de brandtonnen. BMM01-PFAS en BMM02-PFAS zijn de bovengrondmonsters die op PFAS-verbindingen geanalyseerd worden. ASMM01 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van de druppelzone. ASMM02, ASMM03 en ASMM04 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond ter plaatse van deellocatie B.

11

4.4 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen, in bijlage 6 van het asbest en in bijlage 7 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Deellocatie A: Opslag dieselolie B: Overig terrein

Grond (meng)monster(s) AMM01 A03-6 BMM01 BMM02 BMM03 BMM04 B06-1 B09-1 BMM01-PFAS BMM02-PFAS Grondwatermonster(s) 03-1-1

Traject (m-mv) 0,08 - 0,25 0,10 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 2,00 0,50 - 2,00 0,00 - 0,50 0,08 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Deellocatie A: Opslag 2,00 - 3,00 dieselolie B: Overig 19-1-1 2,30 - 3,30 terrein Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens

Gehalte > AW/S

Gehalte > T

Gehalte > I

Indicatie BBK

Minerale olie Lood -

-

-

Niet toepasbaar AW Wonen AW AW AW AW AW AW AW

-

-

-

N.v.t.

Barium

-

-

N.v.t.

Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar

Toelichting: Het is bekend dat in de grond en in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. Het licht verhoogde gehate aan minerale olie is zeer waarschijnlijk afkomstig van de dieselolieopslag. Ter plaatse van de brandtonnen is geen verhoogd gehalte PAK aangetroffen. De gehalten aan PFAS overschrijden de 0,5 mg/kgd.s. niet (maximale aangetroffen waarde is 0,4 mg/kgd.s.). Ten aanzien van PFAS voldoet de bovengrond aan de normering voor toepassing als ‘Achtergrondwaarde’. 4.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. Bij het asbestonderzoek zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen.

12

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van Gebr. Klein Gunnewiek Beleggingen B.V. heeft Milieutechniek Rouwmaat een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Veldpapenweg 1-3 te Groenlo (gemeente Oost Gelre). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een transactie. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:  In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden.  De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik.  De hypothese voor het bodemonderzoek van deellocatie A “Deellocatie A kan op basis van het vooronderzoek als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd” wordt grotendeels aangenomen.  De hypothese voor het bodemonderzoek van deellocatie B “Deellocatie B kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt aangenomen.   

Bij het asbestonderzoek zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. De aangetroffen asbestgolfplaten dienen meegenomen te worden in een asbestinventarisatie en verwijderd te worden door een gecertificeerd bedrijf. De hypothese voor het asbestonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt verworpen.

Opmerking Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

13

Legenda Bebouwing Locatiegrens Boring tot 0,5 m -mv 0

Peilbuis Asbestgat druppelzone

5

10

15

20

25 m

Situatietekening met monsternamepunten

A4

Asbestgat + boring tot 0,5 m-mv Asbestgat + boring tot 2,0 m-mv

Bodemonderzoek Veldpapenweg 1-3 Groenlo

SCHAAL:1:500

Druppelzone

PROJECTNUMMER: 19364

GETEKEND: JNI

Klinker (Voormalige) bovengrondse tank in lekbak

DATUM:20-11-2019 BIJLAGE: 3

BIJLAGE 9 ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING

VELDWERKFORMULIER

(deze zijde in te vullen door veldwerker)

ONDERTEKENING projectnummer

MT-230153

projectnaam

Veldpapenweg 1-3 Groenlo

bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd:

naam veldwerker:

datum uitvoering:

☐

plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001)

N. ten Brinke

05-05-2023

☐

nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

☐

locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018) grond paraaf gecertificeerde boormeester

grondwater paraaf gecertificeerde boormeester

onafhankelijkheidsverklaring:

Ik verklaar dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoemd project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van AS SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen.

BIJLAGE 10 TOEGEPASTE NORMEN

NEN 5104 NEN 5707 NEN 5709

Geotechniek Asbest Bodem

Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond NEN 5725 Bodem Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en nader onderzoek NEN 5740 Bodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek NPR 5741 Bodem Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek NPR 6616 Water en slib Routinebepaling van de pH NEN 5742 Bodem Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. NEN 5743 Bodem Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. NEN 5744 Bodem Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen. NEN 5745 Bodem Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. NEN 5120 Geotechniek Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen . NEN 5751 Bodem Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses NEN 5733 Bodem Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.

zeef en pipet NEN 5766 Bodem Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek NEN 5861 Milieu Procedures voor monsteroverdracht NEN-EN-ISO 5667- Water Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling 3 van watermonsters NEN 5897 Asbest Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat NEN-ISO 7888 Water Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen SIKB protocol 2001 Milieu Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen SIKB protocol 2002 Water Het nemen van grondwatermonsters SIKB protocol 2018 Asbest Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo

Bijlage 3 Watertoetsresultaat

80

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Geen belang procedure

Op basis van onderstaande locatie

01-03-2023 13:42

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?

ja

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?

nee

Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

01-03-2023 13:42

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. Geen belang procedure Wat moet ik doen? Overleg met het waterschap is niet nodig. Mochten er in de toekomst wijzigingen in het plan voordoen, dan kunt u de Digitale Watertoets nogmaals doen.

U kunt de volgende tekst in uw ruimtelijke plan opnemen:

De initiatiefnemer heeft Waterschap Rijn en IJssel geïnformeerd over het onderhavige plan via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Waterschap Rijn en IJssel is niet nodig. Het waterschap geeft een positief wateradvies. Wilt u ter bevestiging een reactie van het waterschap gebruik dan de knop "Direct Aanvragen" om uw aanvraag voor een wateradvies naar het waterschap te versturen.

Waar moet ik op letten? Eventueel vereiste (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de meeste gevallen de gemeente bevoegd gezag is, dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.

01-03-2023 13:42

3

https://dewatertoets.nl

bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo

Bijlage 4 Akoestisch onderzoek industrielawaai

84

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Akoestisch onderzoek Veldpapenweg 1-3 Groenlo woning & bedrijf Versie 4 oktober 2022

opdrachtnummer

22-241

datum

4 oktober 2022

opdrachtgever

auteur

ir. Peter van der Boom

INHOUDSOPGAVE bladzijde

INHOUDSOPGAVE .......................................................................................... I SAMENVATTING ............................................................................................ 1 1

2

3

INLEIDING .......................................................................................... 2 1.1

Omgeving

2

1.2

Onderzoek

2

1.3

Grenswaarden

3

METINGEN EN UITGANGSPUNTEN ........................................................ 8 2.1

Metingen

8

2.2

Meteocondities

8

2.3

Meetresultaten

8

2.4

Bedrijfsactiviteiten

9

2.5

Bronvermogensniveaus

10

GELUIDBELASTING EN ANALYSE ........................................................ 11 3.1

Rekenmodel

11

akoestisch onderzoek

3.2

Geluidoverdracht

12

Veldpapenweg

3.3

Bedrijfstijden en bedrijfstijdcorrecties

13

3.4

Geluidbelasting

13

3.5

Maximale geluidniveaus

14

3.6

Verkeersaantrekkende werking

14

onderwerp

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina i

4

CONCLUSIES EBN MAATREGELEN ...................................................... 15 4.1

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT

15

4.2

Maximale geluidniveaus

15

4.3

Ruimtelijke toets

15

4.4

Dove gevels

15

4.5

Verkeersaantrekkende werking

16

BIJLAGEN datum

4 oktober 2022

SAMENVATTING In opdracht van Gebr. Klein Gunnewiek te Groenlo is onderzocht welke geluidbelasting ontstaat op de omgeving van timmerbedrijf Gebr. Pasman aan de Veldpapenweg 1 te Groenlo op een naastgelegen (te bestemmen) woning. De geluidbelasting op de omgeving is bepaald met een rekenmodel als omschreven in hoofdstuk 3. Conclusies en maatregelen zijn gegeven in hoofdstuk 4. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999, methode II.2, II.3, II.7 en II.8). In onderhavig akoestisch onderzoek wordt onderzocht of aan de eisen uit de VNG-brochure kan worden voldaan, zodat zowel een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd als voldoende akoestische ruimte resteert voor bedrijven. Daartoe worden de activiteiten van het bedrijf gemodelleerd en de geluidbelasting op de omgeving berekend en getoetst aan de richtwaarde van 50 dB(A) voor gemengde gebieden.

onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT t.g.v. alle activiteiten bij het bedrijf bedraagt in de immissiepunten 2 en 3 bij de woningen in de worst case situatie hooguit 43 dB(A) overdag. Daarmee worden de richtwaarden niet overschreden. Ook kan het bedrijf voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De maximale geluidniveaus LAmax t.g.v. alle vrachtwagens (1 x per dag) bedragen in de immissiepunten bij de woningen hooguit 67 dB(A) overdag. Daarmee worden de richt- en grenswaarden niet overschreden. De richtwaarden voor de langtijdgemiddeld en maximale geluidniveaus worden bij de woning niet overschreden Er is dus sprake van een goed woonen leefklimaat.

bladzijde

pagina 1

datum 4 oktober 2022

Het bedrijf wordt niet beperkt aan haar bedrijfsvoering; aan de eisen uit het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. De 50-dB(A)-contour t.g.v. verkeer van en naar de inrichting ligt op minder dan 2 m van de wegas. De geluidbelasting op de woningen langs de weg – binnen de invloedssfeer van het bedrijf - ligt onder de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).

1

INLEIDING In opdracht van Gebr. Klein Gunnewiek te Groenlo is onderzocht welke geluidbelasting ontstaat op de omgeving van timmerbedrijf Gebr. Pasman aan de Veldpapenweg 1 te Groenlo op een naastgelegen (te bestemmen) woning. Vastgesteld moet worden of: • bij de woningen een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat is gewaarborgd • het bedrijf niet wordt beperkt in haar bedrijfsvoering t.g.v. woningen in de nabijheid. De activiteiten bij de inrichting omvatten: Werkzaamheden in de werkplaats • Incl. afzuigsysteem • Transporten van en naar de werkplaats De tekeningen in de bijlagen I en III geven situatieoverzichten van het bedrijf en de omgeving.

1.1 onderwerp

Omgeving Figuur I.1 geeft een overzicht van de locatie.

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina 2

datum 4 oktober 2022

Figuur I.1

1.2

overzicht locatie.

Onderzoek De geluidbelasting op de omgeving is bepaald met een rekenmodel als omschreven in hoofdstuk 3. Conclusies en maatregelen zijn gegeven in hoofdstuk 4.

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999, methode II.2, II.3, II.7 en II.8).

1.3

Grenswaarden De ruimtelijke ordening en het milieubeleid zijn gericht op het handhaven van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Bij nieuwe ontwikkelingen kan daartoe gebruik worden gemaakt van de zgn. milieuzonering, daaruit volgt welke afstanden minimaal moeten worden aangehouden tussen inrichtingen / activiteiten en woningen. Dat dient een tweeledig doel: • Het beperken van hinder bij omwonenden • En borgen van voldoende geluidruimte voor inrichtingen. In deze toets speelt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 een belangrijke rol. Afhankelijk van het type omgeving – rustige woonwijk of gemengd gebied – geeft deze brochure richtafstanden.

onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies, zoals bedrijven of kantoren, voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid en gebieden langs de hoofdinfrastructuur kunnen als gemengd gebied worden beschouwd.

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina 3

datum 4 oktober 2022

Voor een rustige woonwijk wordt een richtwaarde voor de geluidbelasting op woningen van 45 dB(A) dag- en etmaalwaarde aangehouden en voor gemengd gebied (wonen en werken) een waarde van 50 dB(A). In dit laatste gebied kunnen de afstanden daarom kleiner zijn. Onderstaande tabel I.1 geeft een overzicht van de richtafstanden tot diverse bedrijfscategorieën alsmede een inschatting van het bijbehorende bronvermogensniveau Lw (etmaalwaarde) conform de Handreiking Zonebeheerplan uit 2006, inclusief marge, aangevuld met eigen ervaringen en de waarden van andere adviesbureaus.

TABEL I.1

Richtafstanden en bronvermogensniveau Lw per inrichting / kavel

vestigingstype/

Richtafstand in meters

milieucategorie

Woon-

Gemengd

gebied

gebied

Lw [dB(A)] incl. marge1 obv woongebied Puntbron2

Kavel

dB(A)/m2

Indicatief vaak

In m2

kavel

gehanteerd dB(A)/m2

cat. 1

10

0

79

1000

49

50

cat. 2

30

10

89

2000

56

50-55

cat. 3.1

50

30

93

3000

58

55-57

cat. 3.2

100

50

99

5000

62

55-60

cat. 4.1

200

100

105

10000

65

60-63

cat. 4.2

300

200

108

10000

68

60-66

1 2

inclusief marge i.v.m. afmetingen terrein van de inrichting. Op basis van woongebied; gemengd gebied 5 dB(A) hoger.

Voor de onderzochte activiteit, een klein aannemersbedrijf (cat. 2), geldt een richtafstand in dit gebied van 10 m uitgaande van een omgeving ‘gemengd gebied.’ Voor de beoordeling wordt het stappenplan uit de VNG-brochure gehanteerd: onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina 4

datum 4 oktober 2022

Stappenplan Stap 1 In het geval dat de richtafstanden niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Aan de richtafstand kan net worden voldaan zodat aanvullend akoestisch onderzoek in beginsel niet nodig is. Desondanks is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Stap 2 Als stap 1 niet toereikend is worden de volgende grenswaarden gehanteerd voor het gebiedstype rustige woonwijk: - 45 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) - 65 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde); en voor het gebiedstype gemengd gebied: - 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) - 70 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde). Stap 3 Als stap 2 niet toereikend is worden de volgende grenswaarden gehanteerd voor het gebiedstype rustige woonwijk: - 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) - 70 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde). en voor het gebiedstype gemengd gebied:

-

55 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) 70 dB(A) voor de maximale geluidniveaus LA,max (etmaalwaarde), exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer.

Inpassing is in stap 3 mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van gemeentelijk geluidbeleid. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 is buitenplanse inpassing veelal niet mogelijk. Het bevoegd gezag kan wel tot inpassing overgaan maar dit dient grondig te worden onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.

onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

Activiteitenbesluit De meeste bedrijven vallen onder het regiem van het Activiteitenbesluit. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, gelden de waarden in tabel I.3 (cf 2.17a).

22-241

bestand

TABEL I.3

Grenswaarden in dB(A) woning tgv inrichting

Ref. punt

Dag

19:00 uur)

22-241r1

bladzijde

pagina 5

(07:00

Gevel gevoelige gebouwen in/aanpandige woningen

1

–

Avond

(19:00

23:00 uur)

–

Nacht

(23:00

–

07:00 uur)

LAr,LT

LA,max

LAr,LT

LA,max

LAr,LT

LA,max

50

70

45

65

40

60

35

55

30

50

25

45

Grenswaarden woning/ 50 m grens inrichting op gezoneerd industrieterrein datum

Gevel gevoelige gebouwen

50

-

45

-

40

-

Grenswaarden woning, inrichting op industrieterrein

4 oktober 2022

Gevel gevoelige gebouwen in/aanpandige woningen 1

1

55

75

50

70

45

65

35

55

30

50

25

45

In geluidgevoelige ruimten en verblijfsruimten

De in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 1 opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten.

Uitzonderingen Het Activiteitenbesluit biedt standaardgrenswaarden:

mogelijkheden

af

te

wijken

van

de

1. In afwijking van de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax vaststellen. 2. Het bevoegd gezag kan slechts hogere waarden vaststellen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 indien binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd. 3. De in het tweede lid bedoelde etmaalwaarde is niet van toepassing indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen. 4. Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de plaats waar de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 voor een inrichting gelden.

onderwerp

akoestisch onderzoek

5. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen welke technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht en welke gedragsregels in acht worden genomen teneinde aan geldende geluidsnormen te voldoen.

Veldpapenweg

opdrachtnummer

22-241

6. In afwijking van de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift andere grenswaarden vaststellen voor bepaalde activiteiten in een inrichting, anders dan festiviteiten als bedoeld in artikel 2.21.

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina 6

datum 4 oktober 2022

Toetsing akoestisch onderzoek In onderhavig akoestisch onderzoek wordt onderzocht of aan de eisen uit de VNG-brochure kan worden voldaan, zodat zowel een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd als voldoende akoestische ruimte resteert voor bedrijven. Daartoe worden de activiteiten van het bedrijf gemodelleerd en de geluidbelasting op de omgeving berekend en getoetst aan de richtwaarde van 50 dB(A) voor gemengde gebieden. Voor de maximale geluidniveaus is vooralsnog uitgegaan van waarden die 20 dB(A) boven de equivalente niveaus liggen, dus op 70, 65 en 60 dB(A) in de dag, avond en nacht (zie hoofdstuk 5, VNG-brochure). Conform een uitspraak van de Afdeling van de raad van State moeten ook de geluidbelastingen in eventuele tuinen door bevoegd gezag worden beoordeeld. (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2016:26 90) Daarvoor bestaan overigens geen normen.

Naast de ruimtelijke toets wordt onderzocht of het bedrijf kan voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit. Verkeersaantrekkende werking De invallende geluidbelasting op de woninggevels t.g.v. verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg wordt beoordeeld conform de circulaire “Geluidhinder veroorzaakt door wegverkeer van en naar de inrichting” d.d. 29 februari 1996 (Ministerie van VROM). Dit betekent dat dit verkeer uitsluitend wordt beoordeeld op het equivalente geluidniveau LAeq en de normstelling daarvoor aansluit bij de Wet geluidhinder (Wgh, 50 dB(A) voorkeursgrenswaarde). Omgevingswet / Besluit Kwaliteit Leefomgeving (1 januari 2023) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. De grenswaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl), zijn gegeven in onderstaande tabel I.4. deze waarden worden opgenomen in de Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking zal treden. Tabel I.4 onderwerp

Bron

Grenswaarden dB(A) Dag (07-19)

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

Avond (19-

Nacht (23-

23)

07)

Buiten woningen (gevel) Gemiddeld LAr,lt alle bronnen

50

45

40

opdrachtnummer

Piek (LAmax) tgv aandrijfgeluid

-

70

70

22-241

Piek (LAmax) tgv. overige geluideb.

-

65

65

In aan/inpandige woningen bestand

Gemiddeld LAr,lt alle bronnen

35

30

25

22-241r1

Piek (LAmax) tgv aandrijfgeluid

-

55

55

Piek (LAmax) tgv. overige geluideb.

-

45

45

bladzijde

pagina 7

datum 4 oktober 2022

2

METINGEN EN UITGANGSPUNTEN

2.1

Metingen De geluidmetingen op 3 oktober 2022 zijn verricht en uitgewerkt m.b.v. de volgende apparatuur: - de precisiegeluidniveaumeter Larson Davis type 824 (type I) - de calibrator B&K, type 4230, Deze apparatuur wordt regelmatig gekalibreerd en geijkt voor en na iedere meting. Vastgesteld zijn de energiegemiddelde zgn. equivalente geluidniveaus LAeq en de maximale geluidniveaus LAmax bij de studio en woning (punten 1 en 2, zie tekening 1, bijlage I). De werkplaats is gemeten tijdens vol bedrijf: inclusief afzuiginstallatie en schaafbanken (belast); de ramen en deuren waren gesloten.

2.2

Meteocondities Tijdens de metingen waren de meteocondities als volgt:

onderwerp

TABEL II.1

akoestisch onderzoek

Datum

Veldpapenweg

3 okt 2022

opdrachtnummer

22-241

22-241r1

4 oktober 2022

Bewolkt

Temperatuur

[m/s]

[bew.graad]

o

[ C]

Zw 1 m/s

4/8

16

neerslag Nee

Tijdens de metingen waren de installaties representatief in bedrijf.

bladzijde

datum

14-15

Wind / richting

De bronmetingen vonden alle dicht bij de geluidbronnen plaats zodat ze altijd binnen het meteoraam vallen, als genoemd in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HLMR IL, methode II, VROM 1999).

bestand

pagina 8

Overzicht meteocondities periode / tijd

2.3

Meetresultaten Tabel II.2 geeft een overzicht van de meetresultaten in dB(A). Bovendien zijn daarin – waar van toepassing – de berekende bronvermogensniveaus Lwr opgenomen. De oktaafbandspectra en berekeningen zijn opgenomen in bijlage II.

2.4

TABEL II.2: overzicht meetresultaten

Li / LAmax in dB(A)

bronverm. LWR

Meting nr. / bron-situatie

Li

LAmax

in dB(A)

1

Meetpunt 1 allen afzuiging

51.5

53

-

2

Meetpunt 2 alleen afzuiging

47.5

51

-

3

Meetpunt 1 werkplaats vol belast incl. afz

51.9

57

-

4

Meetpunt 1 achtergrondniveau (geen act)

42.6

50

-

Bedrijfsactiviteiten De akoestisch relevante bedrijfsactiviteiten bestaan uit rijbewegingen op het terrein en de activiteiten binnen. De geluidbelasting wordt per periode (dag, avond, nacht) beoordeeld voor een representatieve bedrijfssituatie welke regelmatig voorkomt (>12 x per jaar). Ten aanzien van de bedrijfscondities en uitgangspunten zijn in overleg met de opdrachtgever de volgende akoestisch relevante gegevens gehanteerd.

onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

Representatieve bedrijfssituatie (RBS) Installaties e.d. • De werkzaamheden binnen de inrichting vinden plaats van maandag t/m vrijdag gedurende hooguit 8 uur tussen 07.00 en 19.00 uur. In de werkplaats worden kozijnen gemaakt, in de regel gedurende ca 1-2 uur op een dag. Uitgegaan is echter van de worst case situatie met 8 werkuren op een dag, • Het proces wordt intern afgezogen. De installatie is tijdens werkzaamheden in bedrijf.

22-241

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina 9

datum 4 oktober 2022

Transport, laden en lossen • Laad- en losactiviteiten gebeuren overdag m.b.v. de elektrische heftruck gedurende hooguit 30 min/dag aan de west- en noordzijde. • Aan- en afvoer van materiaal en gereed product vindt af en toe plaats over route I tussen 07:00 – 19:00 uur; maximaal 1 transport (zware en middelzware vrachtwagens) per dag. In de avond en in de nacht rijden geen vrachtwagens over deze route. Meestal blijft de vrachtwagen op de openbare weg staan. Uitgegaan is dus van de worst case situatie. • De personenwagens/bestelwagens volgen route II; het gaat in totaal om 10 auto’s per dag (17-19 uur) en 1 in de avond (19-23 uur). Regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie (ABS) • Akoestisch relevante afwijkende bedrijfssituaties zijn niet bekend noch onderzocht. Incidentele bedrijfssituaties (IBS, maximaal 12 x per jaar) • Akoestisch relevante incidentele bedrijfssituaties zijn niet bekend noch onderzocht.

Onderstaande tabel II.3 geeft een overzicht van de activiteiten op het terrein met de duur en de positie op een maatgevende dag. Tabel II.4 geeft een overzicht van het aantal voertuigen op het terrein op de diverse routes. TABEL II.3: overzicht

Tijdstip en duur

Activiteiten

Dag

Avond

nacht

Op terrein

Werkplaats activiteiten

8 uur

-

-

W

Afzuigsysteem

8 uur

-

-

A

Elektrische heftruck

30 min

-

-

H

TABEL II.4: overzicht

2.5

onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina 10

datum 4 oktober 2022

Positie

Aantal voertuigen per etmaal (maximaal)

Route / type transport

dag

Avond

Nacht

etmaal

I

Vrachtwagens

1

0

0

1

II

Personenauto’s

10

1

0

11

Bronvermogensniveaus Gevel- en dakconstructies, deuropeningen gebouwen De geluidoverdracht via de gevel- en dakvlakken is bepaald via directe meting bij de woning Ramen en deuren zijn gesloten tijdens luidruchtige activiteiten binnen, behalve voor de directe doorvoer van mensen en goederen. Mobiele bronnen De transporten worden verzorgd via de routes als aangegeven op de tekeningen in de bijlagen. Voor een langzaam rijdende vrachtwagen geldt een bronvermogensniveau van 100 dB(A) met pieken tot 110 dB(A) (t.g.v. remmen en optrekken, dichtslaan portieren e.d.) en 105 dB(A) t.g.v. remmen en optrekken (CROW-publicatie nr 171). Een personenauto heeft een bronvermogen van 90 dB(A) met pieken tot 95 dB(A). Een elektrische heftruck heeft een bronvermogen van 87 dB(A). Overzicht De bronsterkteberekeningen zijn opgenomen in bijlage II. Onderstaande tabel II.5 geeft een overzicht van de gehanteerde bronvermogensniveaus. TABEL II.5 geluidbron

Bronvermogensniveau Lwr in dB(A) Lwr in dB(A)

Opmerkingen

Gemiddeld

piek

vrachtwagen langzaam rijdend

100

105/110

personenauto langzaam rijdend

90

98

t.g.v. remmen, optrekken e.d.

elektrische heftruck

87

100

archief

ca 10 km/uur, piek remmen e.d./portieren

3

GELUIDBELASTING EN ANALYSE

3.1

Rekenmodel De geluidoverdracht naar de omgeving is bepaald met een rekenmodel, waarin zijn opgenomen: - de bedrijfsgebouwen, de omliggende woningen en geluidreflecterende (harde) bodemvlakken - de geluidbronnen met hun posities en bronvermogensniveaus LW - 3 immissiepunten bij de meest nabijgelegen woning op 1.5 en 5.0 m boven maaiveld. Punt 1 ligt bij de nieuwe studio (geen geluidgevoelig object); punt 2 ligt bij de woning (geen geluidgevoelige vertrekken) en punt 3 aan de noordzijde van de woning. Bijlage III geeft een overzicht en plottertekeningen met de invoergegevens van het rekenmodel. Gebruik wordt gemaakt van het softwarepakket Geomilieu, versie 5.2 of hoger van DGMR.

onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

bladzijde

pagina 11

datum 4 oktober 2022

Conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM 1999) zijn de gevelreflecties in de geluidgevoelige objecten niet in de berekende geluidbelasting verwerkt; berekend zijn derhalve de invallende geluidniveaus. Basisformule geluidoverdracht Bij een directe geluidmeting onder meteocondities wordt het zgn gestandaardiseerde immissieniveau Li vastgesteld. Dit is het equivalente (gemiddelde) of maximale geluidniveau gedurende een bepaalde periode van één of meerdere bronnen. Het gestandaardiseerde immissieniveau Li per bron kan ook worden berekend volgens: Li = LWR – ΣD [dB(A)] waarin: LWR = het immissierelevante bronvermogensniveau in dB(A) ΣD = verzamelterm van alle verzwakkingen (HLMR IL ’99 meth. II.8) Modellering en betrouwbaarheid Het model is een simulatie van de werkelijkheid bedoeld om een zo goed mogelijke representatie van de te verwachten geluidbelasting te verkrijgen. In de meeste gevallen zal de werkelijkheid afwijken van het model omdat activiteiten vrijwel nooit exact op dezelfde manier plaatsvinden. Via de modelberekeningen wordt echter geprobeerd de (gemiddelde) werkelijke situatie te benaderen.

3.2

Geluidoverdracht Het langtijdgemiddelde deelgeluidsniveau LAeqi,LT t.g.v. een bepaalde bedrijfstoestand wordt bepaald uit het (A-gewogen) gestandaardiseerde immissieniveau volgens: LAeqi,LT waarin

= Li - C b - C m - C g

[dB(A)]

Li = Cm = Cb = To =

gestandaardiseerd immissieniveau onder meteocondities meteocorrectie (0 tot 5 dB) afhankelijk van hoogtes en ri bedrijfstijd-correctie = -10 log Tb/To tijdsduur van de beoordelingsperiode (dag, avond of nacht, voor tijden zie normstelling rapport) Tb = effectieve bedrijfstijd in die periode Cg = 3 dB gevelreflectiecorrectie voor invallend geluid (van toepassing bij directe metingen voor de gevel)

22-241

Wanneer op het beoordelings/rekenpunt bij een bepaalde bedrijfstoestand binnen het totaal aanwezige geluidniveau vanwege de betreffende inrichting geluid met een duidelijk hoorbaar tonaal-, impulsachtig- of muziekkarakter wordt waargenomen, wordt op het langtijdgemiddelde deelgeluidsniveau LAeqi,LT van de betreffende bedrijfstoestand tijdens welke dit specifieke karakter optreedt, een toeslag toegepast voor : - tonaal of impulsgeluid K = 5 dB of - muziekgeluid K = 10 dB Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau per bedrijfstoestand (deelbeoordelingsniveau LAri,LT) wordt voor elke afzonderlijke periode als volgt bepaald:

bestand

LAri,LT =

onderwerp

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

LAeqi,LT + K

[dB(A)]

22-241r1

bladzijde

pagina 12

datum 4 oktober 2022

Het totale beoordelingsniveau LAr,LT is dan de energetische som van alle afzonderlijke deelbeoordelingsniveaus LAri,LT in de dag-, avond- of nachtperiode. De beoordelingsperiode (dag-, avond- of nacht) met het hoogste beoordelingsniveau LAr,LT is in dat geval bepalend voor de representatieve bedrijfssituatie. De etmaalwaarde Letmaal (of Bi voor gezoneerde industrieterreinen) in referentiepunten of bij de woninggevels wordt bepaald uit de hoogste van de volgende waarden: - Ldag - Lavond + 5 dB(A), Lnacht + 10 dB(A). -

3.3

Bedrijfstijden en bedrijfstijdcorrecties De bedrijfstijden voor de installaties e.d. zijn opgenomen in tabel I van bijlage II. Voor de rijbewegingen op het terrein is uitgegaan van langzaam rijdende voertuigen (ca 10 km/uur). De rijroute is verdeeld in deeltrajecten van elk 10 m met een bronpunt in het midden daarvan. Tabel I in bijlage II geeft een overzicht van de bedrijfstijden en correcties Cb.

3.4

Geluidbelasting Tabel III.1 geeft een overzicht van de resultaten. Gegeven is de geluidbelasting t.g.v. de installaties en transporten in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) afzonderlijk en gezamenlijk. De installaties zijn direct gemeten, de overige bronnen (transport en laden/lossen) zijn berekend. De bijdrage van de installaties is berekend uitgaande van: • De gemeten waarden bij de gevels. • Een correctie voor de gevelreflectie van 3 dB(A). • Een correctie voor de bedrijfsduur van 1.8 dB(A) – max 8 u in bedrijf. • Een gemeten verschil tussen punt 1 en 2 van 4.0 dB(A).

onderwerp

akoestisch onderzoek

Er is geen sprake van tonaal, impulsachtig geluid of muziekgeluid zodat een correctie daarvoor niet is toegepast.

Veldpapenweg Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A)

TABEL opdrachtnummer

III.1

22-241

imm.

t.g.v. transporten

punten

bestand

pagina 13

Dag

avond

nacht

Dag

avond

nacht

Dag

avond

nacht

5.0 m

5.0 m

1.5 m

5.0 m

5.0 m

1.5 m

5.0 m

5.0 m

1

36.1

-

-

47.1

-

-

47.4

-

-

2

29.1

-

-

43.1

-

-

43.3

-

-

3

20.5

-

-

< 35

-

-

<35

-

-

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A)

TABEL III.2

LAr,LT in dB(A)

imm. punten

datum 4 oktober 2022

Punt

1

Totaal

1.5 m

22-241r1

bladzijde

t.g.v. installaties

Adres / positie

Grens- en richtwaarden

Dag

avond

nacht

Dag

avond

nacht

Max.

1.5 m

5.0 m

5.0 m

1.5 m

5.0 m

5.0 m

overschrijding

1

Studio

47.4

-

-

50

45

40

0

2

Woning1

43.3

-

-

50

45

40

0

3

Woning nrd

<35

-

-

50

45

40

0

gevel zonder geluidgevoelige vertrekken.

3.5

Maximale geluidniveaus De maximale geluidniveaus kunnen worden bepaald uit de immissieniveaus (Li-waarden) in de immissiepunten. Deze Li-waarden zijn echter gebaseerd op de gemiddelde bronvermogens van bijvoorbeeld voertuigen. Piekbronniveaus t.g.v. deze geluidbronnen kunnen hoger liggen dan de gemiddeld waarden. Daarom moet deze eventuele verhoging nog worden verdisconteerd bij berekening van de piekniveaus. Onderstaande tabel III.2 geeft een overzicht van de maximale geluidniveaus LAmax. Deze waarden worden bepaald door de hoogste van de onderstaande Li-waarden uit de berekeningen:  t.g.v. het remmen cq optrekken van vrachtwagens (piekbronvermogen 110 dB(A)).  t.g.v. passages van voertuigen.  t.g.v. het laden en lossen (piekbronvermogen 110 dB(A)).  t.g.v. de productie-installaties TABEL III.2 imm. punten

onderwerp

Punt

Adres / positie

Maximaal geluidniveau LAmax in dB(A)

LAmax in dB(A) dag Werkplaats

transport

akoestisch onderzoek Veldpapenweg

opdrachtnummer

22-241

bestand

22-241r1

1

3.6

grenswaarden Dag

avond

nacht

Max.

1.5 m

5.0 m

5.0 m

overschrijding

1

Studio

57

66

70

65

60

0

2

Woning1

53

67

70

65

60

0

3

Woning nrd

<45

63

70

65

60

0

gevel zonder geluidgevoelige vertrekken.

Verkeersaantrekkende werking

pagina 14

De ligging van de 50 dB(A) – contour t.g.v. verkeer van en naar de inrichting is indicatief bepaald met rekenmethode I, uitgaande van de voertuigbewegingen als genoemd in hoofdstuk 2. Uitgegaan is van een volledige verkeersafwikkeling in noordelijke richting.

datum

De 50-dB(A)-contour ligt dan op minder dan 2 m van de wegas. Een toelichting en de berekeningen zijn gegeven in bijlage IV.

bladzijde

4 oktober 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13168620/1