bp veldpapenweg 1 3 toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo vastgesteld
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Strijdigheid 1.6 Leeswijzer
6 6 6 7 7 10 10
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
14 14 15 18 20
Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en Cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Ecologie 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Besluit Milieueffectrapportage
24 24 25 26 28 29 30 32 34 36 38 39
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.3 Verantwoording van de regels
42 42 42 44
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
45 45 45
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de bedrijfspercelen Veldpapenweg 1-3, aan de rand van de kern Groenlo. Het plangebied is in de huidige situatie voorzien van een bedrijfsbestemming met daarbij een bedrijfswoning en diverse bedrijfsmatige opstallen. Het voornemen bestaat om het gebruik van de bedrijfswoning (huisnummer 3) behorende bij het timmerbedrijf aan de Veldpapenweg 1 te Groenlo te wijzigen ten behoeve van reguliere woondoeleinden, om tevens het woonperceel hierbij te voorzien van een reguliere woonbestemming alsook een muziekstudio toe te staan als ondergeschikte functie bij de woning. Daarbij bestaat ook de wens om, na gedeeltelijke transformatie van het perceel naar wonen, het overblijvende bedrijfsperceel in gebruik te nemen ten behoeve van een timmerbedrijf, vallend in milieucategorie 3.1. Op basis van het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied volledig voorzien van de bestemming 'bedrijf'. De voorgenomen ontwikkelingen passen niet binnen de regels die zijn opgenomen in deze bestemming. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. De gemeente Oost-Gelre heeft in haar principebesluit (dd. 8 november 2022) aangegeven positief tegenover voorliggend planvoornemen te staan, mits aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan.
Deze voorwaarden zullen worden getoetst in voorliggend bestemmingsplan en zullen tevens worden verankerd in de regels. Binnen de bedrijfsbestemming mag zich maximaal 1 bedrijf vestigen en binnen deze bedrijfsbestemming zijn geen bedrijfswoningen toegestaan; Buitenopslag ten behoeve van de bedrijfsvoering is niet toegestaan; Uitsluitend de bestaande, aanwezige bedrijfsbebouwing is toegestaan; Binnen de toekomstige woonbestemming is één woning toegestaan en geldt de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen als maximum; Er dient een millieukundigonderzoek voor het onderdeel 'stof' te worden uitgevoerd; Het plangebied dient tenslotte landschappelijk te worden ingepast. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied aan de Veldpapenweg 1-3 bevindt zich ten westen van de kern Groenlo. Het plangebied staat kadastraal bekend als GLO00, Sectie B, perceelnummers 7488 en 7489. In afbeelding 1.1 is het plangebied in Groenlo en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven door middel van de rode ster en de rode belijning. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied in Groenlo en de directe omgeving (Bron: Atlasvandeleefomgeving en Ruimtelijkeplannen)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1586.BPBUI2043-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld met een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Geldend bestemmingsplan
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011". Dit bestemmingsplan is op 18 december 2012 door de raad van de gemeente Oost Gelre vastgesteld. Tevens geldt voor het plangebied het facetbestemmingsplan “Parkeren" (vastgesteld op 5 juni 2018). Het laatst genoemde plan is relevant ten aanzien van de parkeeraspecten. Tot slot geldt voor het plangebied het paraplubestemmingsplan "Archeologie" (vastgesteld op 22 februari 2022). Het bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011" is tweemaal gerepareerd en eenmaal geconsolideerd per 21 juni 2018. De gronden in het plangebied zijn voorzien van enkelbestemming 'Bedrijf', met daarbinnen een bouwlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-niet gebiedsgebonden bedrijf'. Verder geldt voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' en op basis van het paraplubestemmingsplan "Archeologie" de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' en 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3'.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
In paragraaf 1.4.2 wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingen. In afbeelding 1.2 en 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende planologische regime opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan “Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Afbeelding 1.3 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan “Archeologie" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
1.4.2
Bestemmingsomschrijving
“Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011" Op basis van het “Bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre 2011" kent het plangebied een bedrijfsbestemming met daarbinnen een bouwvlak en de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - niet gebiedsgebonden bedrijf'. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologisch verwachtingsgebied 2'. Hieronder wordt op de voorgenoemde bestemmingen ingegaan. 'Bedrijf' De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor niet-gebiedsgebonden bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - niet gebiedsgebonden bedrijf', met de daarbij behorende erfbeplanting en erven en terreinen. Verder zijn ook wegen en paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Het aantal bedrijfswoningen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 1. In de bedrijfswoning is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de bedrijfswoning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². De activiteit mag niet leiden tot belemmeringen voor de omliggende functies en geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Ten behoeve van de activiteit moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Goot en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedragen maximaal respectievelijk 4,5 en 10 meter. Voor bedrijfswoningen is deze 4,5 en 9 meter, waarbij voor deze bedrijfswoning een maximale inhoudt geldt van 750m3. 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 2500 m2.
Parapluplan "Archeologie" Op basis van het paraplubestemmingsplan "Archeologie" gelden de bestemmingen 'Waarde Archeologisch verwachtingsgebied 1' en 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3'. Hierna wordt op deze dubbelbestemmingen ingegaan. 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1' De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2. 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' De voor 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo oppervlakte van 2500 m2.
1.5
Strijdigheid
De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende planologisch regime, aangezien regulier wonen binnen de bedrijfsbestemming niet mogelijk is, en voor het timmerbedrijf en de ondergeschikte muziekstudio de benodigde gebruiksmogelijkheden ontbreken. Daarnaast dienen de voorwaarden zoals vloeiend uit het principebesluit juridisch verankerd te worden en dient de landschappelijke inpassing te worden geborgd. Tenslotte dient aangetoond te worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit planologisch oogpunt verantwoord is.
1.6
Leeswijzer
In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van dit bestemmingsplan uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en cultuurhistorie komt aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
In paragraaf 1.1 is reeds aangegeven dat voorliggend bestemmingsplan betrekking heeft op de locatie aan de Veldpapenweg 1 en 3. Het plangebied ligt in het buitengebied, aan de westrand van de kern Groenlo. Het plangebied is momenteel in gebruik als een bedrijfsperceel, waarbij het aan de noordelijke-, zuidelijke- en westelijke zijde wordt omgeven door agrarische (cultuur)gronden. Het perceel ligt ingeklemd tussen de Veldpapenweg (noordelijk) en de Steenbraakweg (zuidoostelijk), waarbij de ontsluiting van het perceel (twee ontsluitingen) is geprojecteerd op de Veldpapenweg. Aan de westelijke zijde van het plangebied bevindt zich de bedrijfswoning, met bijhorende bijgebouwen, tuinen en verharding. Voor het overige zijn er diverse bedrijfsopstallen (loodsen) aanwezig op het perceel, en is het perceel grotendeels verhard, met aan de randen opgaande beplanting en groene inrichting. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie in en rondom het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode omlijningen. In afbeelding 2.2 is middels een straatbeeldfoto de huidige situatie in beeld gebracht.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied en omgeving (Bron: PDOK)
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Afbeelding 2.2: Straatbeeld plangebied (Bron: Google streetview)
2.2
Nieuwe situatie
Het voornemen bestaat om het gebruik van de bedrijfswoning (huisnummer 3) behorende bij het timmerbedrijf aan de Veldpapenweg 1 te Groenlo te wijzigen ten behoeve van reguliere woondoeleinden, om tevens het woonperceel hierbij te voorzien van een reguliere woonbestemming. Daarbij bestaat ook de wens om, na gedeeltelijke transformatie van het perceel naar wonen, het overblijvende bedrijfsperceel in gebruik te nemen (dit conform de bestaande situatie) ten behoeve van een timmerbedrijf, vallend in milieucategorie 3.1, alsook een muziekstudio toe te staan als ondergeschikte functie bij de reguliere woning (gevestigd in de bijgebouwen bij de woning). Het voornemen ziet alleen toe op het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden van het plangebied, en niet op bouw- of sloopactiviteiten. De huidige woning met bijgebouwen zijn (nog) in goede staat en daarmee passend voor het toekomstige gebruik. De bestaande tuinen en groenstructuur blijven hierbij behouden. De bestaande en overblijvende bedrijfsbebouwing wordt ook behouden, waarbij de grote bedrijfshal (in het midden van het perceel) wordt ingezet voor de productiewerkzaamheden van het timmerbedrijf, alsmede kantoren ten behoeve van de bedrijfswerkzaamheden, kantine voor het bedrijfspersoneel en ondergeschikte ruimtes. De overige schuren op het perceel worden ingezet voor opslagdoeleinden.
De gemeente Oost-Gelre heeft in haar principebesluit (dd. 8 november 2022) aangegeven positief tegenover voorliggend planvoornemen te staan, mits aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zullen worden getoetst in voorliggend bestemmingsplan en zullen tevens worden verankerd in de regels. Binnen de toekomstige bedrijfsbestemming mag zich maximaal 1 bedrijf vestigen en binnen deze bedrijfsbestemming zijn geen bedrijfswoningen toegestaan. Hiervoor is met de gemeente Oost-Gelre afgestemd dat de bedrijfsgronden zijn bedoeld voor bedrijven met een milieucategorie 1, met uitzondering van het bestaande timmerbedrijf (hier geldt de milieucategorie 3.1). Ook is afgesproken met de gemeente dat de woning met omliggende (tuin- of erf)gronden worden bestemd middels een woonbestemming, met toegestane ondergeschikte bedrijvigheid aan huis, waarbinnen de muziekstudio wordt toegestaan. Buitenopslag ten behoeve van de bedrijfsvoering is niet toegestaan; Uitsluitend de bestaande, aanwezige bedrijfsbebouwing is toegestaan; Binnen de toekomstige woonbestemming is één woning toegestaan en geldt de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen als maximum;
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo Er dient een millieukundigonderzoek voor het onderdeel 'stof' te worden uitgevoerd; Het plangebied dient tenslotte landschappelijk te worden ingepast. Hierna wordt op deze landschappelijke inpassing verder ingegaan. Landschappelijke inpassing. Initiatiefnemers zijn voornemens om deze gevraagde landschappelijke inpassing (opgenomen in Bijlage 1 bij de toelichting, in een ruimtelijk kwaliteitsplan) te realiseren op het erf/perceel aan de Vrakkinkweg 3 in Groenlo, dit omdat op de bedrijfslocatie aan de Veldpapenweg 1 in Groenlo zowel ruimte als grondareaal voor een goede kwaliteitsverbetering ontbreekt. Deze plek aan de Vrakkinkweg 3 ligt eveneens in het buitengebied van de gemeente Oost-Gelre en heeft reeds een landelijk en agrarisch karakter. Naast de privé woning van één van de initiatiefnemer is hier ook een groepsaccommodatie (geschikt voor groepen < 16 personen) gesitueerd. Deze locatie (met name het voorerf), vergelijkend met de bedrijfslocatie aan de Veldpapenweg, leent zich uitstekend (mede met het oog op de "vele" toeristen die hier komen) voor een goede- en ook daadwerkelijke landschappelijke inpassing, zodanig dat er sprake is van een kwaliteitsverbetering. Dit in tegenstelling tot de bedrijfslocatie aan de Veldpapenweg 1 in Groenlo, waar zowel ruimte als grondareaal voor een goede kwaliteitsverbetering ontbreekt.
Ter hoogte van het plangebied aan de Vrakkinkweg 3 ligt deze kavel, los van de aanwezige bomen, vrij los en open in het landschap. Het erf is ontsloten door één inrit en is er rondom de woning en groepsaccomodatie is een centraal erf. Kenmerkend aan het perceel is de sobere vormgeving met groen in de vorm van grasland, lagere beplanting en bomen. Het perceel kent veel groen dat het onderscheid in het ‘voor-’ en ‘achtererf’ versterkt. De inpassing zal bestaan uit de aanplant van hoogstam fruitbomen aan de straatzijde, in twee rijen van ieder vijf bomen (denk aan alus Elstar, Pyrus Confereance, Prunus Regina, Prunus Early Rivers, Juglans Regia en Prunus Domestica). Het voornemen is dat deze beplanting nuttig is, daarom wordt gedacht aan fruitbomen. Dat zorgt voor wat fruit (en daarmee indirect ook voedsel levert voor insecten en zoogdieren). Daarbij is dit ook passend bij de grondsoort in het gebied. Daarbij past het ook goed bij de reeds (kleine) bestaande boomfruitgaard; het geeft een stedenbouwkundig passend gezicht in het straatbeeld aan de Vrakkinkweg 3 in Groenlo, dit wanneer de bloesems tot bloei komen.
Daarbij is er sprake van een kwaliteitsverbetering (aanplanten van hoogstambomen op thans gronden welke in gebruik zijn als grasland), verder het verhoogt de biodiversiteit op deze locatie; en tot slot is het voornemen van initiatiefnemer dat de fruitopbrengst gebruikt kan worden voor de groepsaccomodatie. Zo kunnen deze gasten van de vakantiewoning volop meegenieten van het lekkers dat deze boomfruitgaard te bieden heeft, op het moment dat het fruit rijp is.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Hoofdstuk 3
Beleid
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn. 3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
In paragraaf 4.1 wordt nader ingegaan op de archeologische waarden binnen het plangebied. 3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishouding binnen het plangebied.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterk e en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit.
Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toek omstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.
Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het voornemen betreft géén ontwikkeling waarbij nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de toekomstige woonfunctie ter plaatse van de Veldpapenweg 1-3 een logische vervolgfunctie is voor deze woning, daarbij wordt de bedrijfsbestemming zo vastgelegd dat het bedrijf en de woning elkaar niet belemmeren. Bij het uitwerken van het plan zijn daarnaast inzake de landschappelijke inpassing, zie bijlage 1, de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
3.2.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De laddertoets die is opgenomen in artikel 3.1.6 lid van het Bro is een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes en zo nodig wordt onderzoek gedaan naar behoefte aan de in het bestemmingsplan voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van dit toetsingskader nadrukkelijk in de plantoelichting wordt gemotiveerd en afgewogen. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.
Dit betekent dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een nadrukkelijke motivering nodig is, dat wil zeggen in aanvulling op de algemene vereisten van artikel 3.1.6, eerste lid, van het Bro, waarom niet in het bestaand stedelijk gebied in de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt voorzien. Daarbij kunnen de beschikbaarheid en geschiktheid van de ontwikkelingsmogelijkheden in bestaand stedelijk gebied een rol spelen. Een stedelijke ontwikkeling is in artikel 1.1.1 lid 1 onder i van het Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Bestaand stedelijk gebied is in artikel 1.1.1 lid 1 onder h van het Bro gedefinieerd als: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan.
Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn (ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2294 (Weert) en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte (ABRvS 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 (Ermelo)). De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2471 (Weststellingwerf)). 3.2.2.1 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Zoals aangegeven wordt onder stedelijke ontwikkeling verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onder een 'overige stedelijke voorziening' vallen in ieder geval accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang.
Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Het als reguliere woning bestemmen van de bedrijfswoning aan de Veldpapenweg 1-3 in Groenlo wordt niet beschouwd als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Daarnaast is voor wat betreft de wens om, na gedeeltelijke transformatie van het perceel naar wonen, het voornemen om het overblijvende bedrijfsperceel in gebruik te nemen ten behoeve van een timmerbedrijf (milieucategorie 3.1) alsook een
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo muziekstudio toe te staan als ondergeschikte functie bij de reguliere woning, geen nadere toetsing nodig aan de ladder. Immers heeft op basis van het geldende bestemmingsplan het plangebied reeds de bestemming 'bedrijf', waarbinnen niet-gebiedsgebonden bedrijvigheid zoals timmerbedrijven of een ondergeschikte muziekstudio is toegestaan. Daarbij is het plangebied reeds voor deze bedrijfsdoeleinden in gebruik, getuige ook de bestaande bedrijfsopstallen en opslagloodsen op het perceel. Er is verder ook geen sprake van extra ruimtebeslag. Aan de Vrakkingweg wordt een kwaliteitsverbetering gerealiseerd, omdat het binnen het plangebied niet kan. Een nadere verantwoording aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk. Conclusie: Gezien het vorenstaande wordt gesteld dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. 3.2.2.2 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2.3
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante nationale beleidskaders.
3.3
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
3.3.1.1 Inleiding Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst 'Gaaf' houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
18
Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
3.3.1.2 Continuering ruimtelijk beleid Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema's: Ruimtelijk beleid; Waterbeleid; Milieubeleid; Natuur- en landschapsbeleid; Verkeers- en vervoerbeleid.
3.3.1.3 Toetsing van het plan aan de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Het plan voorziet in het tot reguliere woning bestemmen van de bedrijfswoning, het toestaan van een muziekstudio bij de woning, het creëeren van een toekomstbestendig planologisch regime voor het timmerbedrijf alsmede een landschappelijke inpassing ter plaatse van de Vrakkinkweg 3. De voorgenomen ontwikkeling draag bij aan de provinciale ambities 4,6 en 7. Immers wordt de biodiversiteit ter plaatse van het perceel Vrakkinkweg 3 met het inpassingsplan bevorderd, wordt er een goede locatie voor het timmerbedrijf aan de Veldpapenweg 3 gewaarborgd (bedrijfslocatie en opslagmogelijkheden), en wordt er een reguliere woning (Veldpapenweg 1) mogelijk gemaakt, hetgeen de woon- en leefomgeving in Groenlo ten goede komt. De voorgenomen ontwikkeling draagt tevens bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. In paragraaf 4.3 wordt ingegaan hoe in het plangebied wordt omgegaan met de waterhuishouding. Tevens blijft het plangebied aan de Veldpapenweg 1-3 naast de bestaande (parkeer)verharding groen ingericht. Zoals blijkt uit hoofdstuk 2 wordt de Vrakkinkweg 3 landschappelijk ingepast conform de ter plaatse aanwezige gebiedskenmerken. Het voornemen gaat daarmee gepaard met een kwaliteitsimpuls.
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland.
3.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
3.3.2.1 Algemeen De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie Gelderland bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening (geconsolideerd per januari 2023) heeft de provincie Gelderland alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten alvast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, anticiperen we op de situatie onder de Omgevingswet.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
3.3.2.2 Van toepassing zijnde artikelen De relevante artikelen uit de omgevingsverordening zijn: Artikel 2.2: "Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda". 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Artikel 2.3.2.4 "Lokale bedrijventerreinen" 1. In bestemmingsplannen kan binnen nieuwe lokale bedrijventerreinen een kavelgrootte worden toegestaan van ten hoogste 0,5 hectare. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een ruimere kavelgrootte worden toegestaan indien in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat er sprake is van een aan de betreffende gemeente, kern of locatie gebonden bedrijf waarbij de bedrijfsvoering een ruimere kavelgrootte noodzakelijk maakt.
3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De voorgenomen ontwikkeling maakt regulier wonen in de voormalige bedrijfswoning mogelijk, en staat hierbij eveneens de ondergeschikte muziekstudio toe. Met het bestemmen tot reguliere woning wordt in een beperkte mate bijdragen aan de woningbouwbehoefte in Groenlo en de gemeente Oost-Gelre. Door te bestemmen naar reguliere woning wordt de woning voor een bredere doelgroep toegankelijk Voor het timmerbedrijf legt dit plan eveneens toekomstbestendige bedrijfsvoering vast. De bestaande bedrijfsvoering kan hierbij worden doorgezet, waarbij een lokaal geworteld bedrijf zicht heeft op toekomstbestendige bedrijfsvoering- en exploitatie. Daarnaast worden de voorwaarden zoals vloeiend uit het principebesluit juridisch verankerd en de landschappelijke inpassing aan de Vrakkinkweg 3 geborgd. De bedrijfsactiviteiten voor het timmerbedrijf vinden plaats binnen de bestaande bebouwing en er is als gevolg van dit planvoornemen geen sprake van bouw of sloop. Bij dit bestemmingsplan is een plan voor de landschappelijke inpassing van het erf aan de Vrakkinkweg 3 opgenomen. Dit plan is opgenomen in Bijlage 1 en als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels. Resumerend wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland.
3.3.3
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet in strijd met de relevante provinciale beleidskaders.
3.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is een doorvertaling van rijks-, provinciaal en regionaal beleid en is verwoord in tal van plannen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de voor de ontwikkeling relevante beleidsstukken.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
3.4.1
Woonvisie 2015-2025
3.4.1.1 Inleiding De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden. De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 - 2025 waarin de regionale woonvisie in is verweven. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016. 3.4.1.2 Thema's De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Voorafgaand hierop is ingegaan op de kwaliteiten van Oost Gelre, specifiek de verschillende kernen, en de maatschappelijke ontwikkelingen die het woonbeleid beïnvloeden. In een uitvoeringsprogramma is aangegeven welke activiteiten uit de woonvisie voortvloeien en wanneer en door wie deze worden uitgevoerd.
De ruimtelijke uitvoeringmaatregelen zoals het stoplichtmodel, vijfsporenstrategie, sturingstabel en de richtlijnen voor nieuwe principe verzoeken zijn als bijlage bij het uitvoeringsprogramma gevoegd. 3.4.1.3 Toetsing van het plan aan de Woonvisie 2015-2025 De transformatie van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning draagt in een beperkte mate bij aan het realiseren van voldoende en gevarieerd woningaanbod in de kern Groenlo. Voorgenomen ontwikkeling betreft een vrijstaande woning met daarbij enkele bijgebouwen, alsmede een ondergeschikte muziekstudio, de woning is geschikt voor meerdere doelgroepen: senioren, gezinnen en thuiswerkers. Kwalitatief gezien wordt met deze grondgebonden koopwoning invulling gegeven aan de behoefte aan ook ruime en dure woningen in Groenlo, om hiermee juist woningen in het betaalbare en middensegment vrij te krijgen (doorstroming). Geconcludeerd wordt dat dit initiatief een positieve bijdrage levert aan de woningmarkt.
3.4.2
Beleidsvisie Externe veiligheid
3.4.2.1 Inleiding Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet. 3.4.2.2 Toetsing van het plan aan de beleidsvisie Externe veiligheid In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de externe veiligheidsrisico in relatie tot de ontwikkeling.
3.4.3
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
3.4.3.1 Inleiding Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
3.4.3.2 Toetsing van het plan aan het Welstandsbeleid Er vinden geen bouw- of verbouw/sloopwerkzaamheden plaats, als gevolg van voorliggend planvoornemen. Nadere toetsing aan het Welstandsbeleid is daarmee niet noodzakelijk.
3.4.4
Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre
3.4.4.1 Inleiding Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering. Dit staat in schril
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. 3.4.4.2 Toetsing van het plan aan het Geluidsbeleid Oost Gelre In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect geluidshinder door weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op milieuhinder, waaronder geluid, van omliggende bedrijfsmatige functies.
3.4.5
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
3.4.5.1 Inleiding Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen. Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
3.4.5.2 Toetsing van het plan aan het integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024 In voorliggend geval zijn de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van belang. In paragraaf 4.10 wordt hier nader op ingegaan.
3.4.6
Conclusie
De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de relevante gemeentelijke beleidskaders.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
4.1
Archeologie en Cultuurhistorie
4.1.1
Wettelijk kader
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart.
Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld. 4.1.2
Situatie plangebied
4.1.2.1 Archeologie Zoals in paragraaf 1.4 is vermeld heeft het plangebied in het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1', 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' en 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 3'. Het betreft een doorvertaling van de archeologische beleidskaart van gemeente Oost Gelre. Opgemerkt wordt dat in februari 2022 het Parapluplan Archeologie wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Oost Gelre. Het parapluplan voorziet in een aangepast vergunningstelsel ten aanzien van het archeologiebeleid en vervangt de archeologische dubbelbestemmingen uit andere vigerende plannen, dit geval het bestemmingsplan "Buitengebied Oost Gelre 2018". De gronden met een archeologische dubbelbestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Bij de voorgenomen plannen aan de Veldpapenweg 1-3 is geen sprake van bouw- of sloopwerkzaamheden, en daarmee geen sprake van grondroering of ver- of afgravingswerkzaamheden.De archeologische bestemmingen blijven gehandhaafd. Wat betreft de Vrakkinkweg 3, waar sprake is van een aanplant van een hoogstamboomgaard (landschappelijke inpassing), geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Veldpapenweg 1 - 3 Groenlo 2'. Binnen deze bestemming is een onderzoek bij werkzaamheden dieper dan 40 cm én een oppervlakte van meer dan 250 m². Daar is in dit geval geen sprake van, de bomen worden niet zo diep onder maaiveld geplant en de beschreven oppervlakte van de inpassing is ruimschoots minder dan 250 m². Mochten bij de plantings-/graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. De archeologische bestemming blijft gehandhaafd, dit omdat ter plaatse het planologische regime niet wijzigt en deze locatie ook buiten het plangebied is gelegen.
4.1.2.2 Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). Het voorliggend bestemmingsplan tast eventuele aanwezige cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig.
4.1.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. De archeologische bestemmingen blijven gehandhaafd. De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.
4.2
Bodem
4.2.1
Wettelijk kader
Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.