bp steenkampweg 4 toelichting bijlagen deel b
Tekst van het document
Toepasbare vangmiddelen om beschermde grondgebonden zoogdieren weg te vangen uit het plangebied (bron: Omgevingsverordening Gelderland d.d. 19-12-2018).
Mits er geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een toepasbare en goedgekeurde gedragscode. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
2
Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 29
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen, mits er geen beschermde dieren gedood worden; Amfibieën Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd of vernield. De in het plangebied voorkomende amfibieën mogen niet gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de (winter)rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Om te voorkomen dat deze dieren (opzettelijk) gedood worden, dienen ze weggevangen te worden en elders weer losgelaten te worden (zie tabel boven voor toepasbare vangmiddelen). Mits er geen amfibieën (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een toepasbare en goedgekeurde gedragscode. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen, mits er geen beschermde dieren gedood worden; Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
30
In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep
Functie
Beschermde soorten planlocatie
Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming)
Aandachtspunt
Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels
Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vaste rust- en voortplantingsplaats Doden van dieren
Diverse soorten
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Art. 3.10 lid 1a
Foerageergebied
Diverse soorten
Geen
Vogels
Bezette nesten (niet jaarrond beschermd)
Diverse soorten
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Art. 3.1 lid 2
Vogels
Niet aanwezig
Niet van toepassing
Vogels
Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren
Diverse soorten
Art. 3.1 lid 1
Vleermuizen Vleermuizen
Verblijfplaats Foerageergebied
Niet aanwezig Diverse soorten
Vleermuizen Vleermuizen
Vliegroute Doden van dieren
Amfibieën
Foerageergebied
Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten
Niet van toepassing Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing
Amfibieën
Vaste rustplaats
Diverse soorten
Amfibieën Amfibieën Overige soorten
Voortplantingsplaats Doden van dieren Dieren en overige functies
Niet aanwezig Diverse soorten Niet aanwezig
Diverse soorten
Geen Geen dieren doden
Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Geen
Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing Art. 3.10 lid 1a Niet van toepassing
Geen bezette nesten negatief beïnvloeden of ontheffing aanvragen Geen Geen
Geen Geen Geen Geen Geen Geen dieren doden Geen
Samenvatting van de wettelijke consequenties.
Soortgroep
Vaste rustplaats
Voortplantingsplaats
Vliegroute (vleermuizen)
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Ja
Ja
n.v.t.
Essentieel foerageergebied Nee
Nee
Ja
n.v.t.
Vleermuizen
Nee
Nee
Amfibieën
Ja
Nee
Wettelijke consequenties Ja
Nader onderzoek vereist Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
n.v.t.
Nee
Ja
Nee
Ontheffing vereist
Nee, tenzij dieren gedood worden Nee, tenzij vogels gedood, bezette nesten verstoord, beschadigd of vernield worden Nee Nee, tenzij dieren gedood worden
Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.
6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.
31
HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ’opzettelijk beschadigen en vernielen van de rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Beschermde soorten mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor beschermde soorten waarvoor die vrijstelling niet geldt, is een ontheffing vereist om ze te mogen doden en om opzettelijk rust- en voortplantingslocaties te beschadigen en te vernielen. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone (geen externe werking).
Om vast te kunnen stellen of uitvoering van voorgenomen initiatieven leidt tot toename stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de ontwikkel- en gebruiksfase. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied, kunnen op voorhand uitgesloten worden. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het deelgebied Steenkampweg 4 wordt door beschermde diersoorten uitsluitend benut als foerageergebied. Het deelgebied Winterswijkseweg 59 wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of verblijfplaats, maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.
Indien de ruigte wordt verwijderd, de kapschuur gesloopt en de sloopwerkzaamheden van de meest westelijk gelegen stal aan de Winterswijkseweg 59 uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties
32
Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
33
Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -
-
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 34
Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
35
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten te ‘vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen’ wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is niet toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -
de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.
Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. 36
37
Bijlage 3. Fotobijlage Steenkampweg 4
38
Winterswijkseweg 59
39
40
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/
41
BIJLAGE 5 Landschappelijke inpassing
Steenkampweg 4
Winterswijkseweg 59,
VRAGENDER Steenkampweg 4 en Winterswijkseweg 59, Vragender Projectnummer: 3493.01 Datum: 30-6-2023
BESTAANDE SITUATIE - Luchtfoto 1:4000
Lankveldweg
Winte
Steenkampweg
Dwa
rsdij k
rswijk seweg
Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4
De plangebieden zijn gelegen aan de Winterswijkseweg 59 en de Steenkampweg 4 ten oosten van de kern van Vragender. Beide locaties zijn bebouwd met een woning en bijgebouwen/ schuren ten behoeve van de (voormalige) agrarische functie. De plangebieden zijn gelegen in het buitengebied en zijn omringd door graslanden, akkergronden en bospercelen. De initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsvoering op beide erven te staken en de bedrijfsgebouwen te slopen. Op het perceel aan de Winterswijkseweg 59 zullen dan drie woningen worden gerealiseerd. Beide percelen zullen landschappelijk worden ingepast. De beoogde ontwikkeling komt voort uit het rood voor rood beleid van de gemeente Oost Gelre. Het voorliggend rapport geeft inzicht in de wijze waarop de voorgenomen ontwikkelingen ingepast kunnen worden.
BESTAANDE SITUATIE - Winterswijkseweg 59
01
01
02 03 04
05
02 Winterswijkseweg 59
05
04
03
BESTAANDE SITUATIE - Steenkampweg 4
01
02
03
01
02
04 03 04 05
05 Steenkampweg 4
BESTAANDE SITUATIE - Foto's
06
07
08
06 09
08
07 09 10
10 Steenkampweg 4
ANALYSE - Beoogde ontwikkeling De locaties hebben momenteel de bestemming ‘Agrarisch’ en zijn bebouwd met beide een woonhuis en een aantal bijgebouwen die een agrarische rol vervullen. De initiatiefnemer is voornemens de bijgebouwen te slopen en het erf opnieuw in te richten met een blik op de toekomst. De agrarische functie zal op beide percelen vervallen en er komt ruimte voor wonen aan de Winterswijkseweg 59 en ruimte voor groen aan de Steenkampweg 4.
Aan de Winterswijkseweg 59 zullen na sloop van de bedrijfsgebouwen drie nieuwe woningen worden gerealiseerd. Deze vormen tezamen een erf dat wordt ingepast in het landschap. Voor de Steenkampweg 4 is men voornemens een deel van de bestaande opstallen te slopen. Het woonhuis, de grote kapschuur en een tuinhuisje blijven behouden en twee grote stallen worden gesloopt. Aan de Steenkampweg 4 worden geen nieuwe woningen teruggebouwd. Wel worden er landschappelijke elementen toegevoegd.
Te slopen ca. 3839 m2 Te slopen opstallen Winterswijkseweg 59
Te behouden
Te slopen opstallen Winterswijkseweg 59
Winterswijkseweg 59
Steenkampweg 4
Te slopen opstallen Steenkampweg 4
ANALYSE - Historie 1883
1900
1935
Kleinschalig landschap
Kleinschalige onregelmatige blok verkaveling
Heide landschap
1975
2018
Kleinschalige onregelmatige blok verkaveling
Aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw lagen de plangebieden nog op de grens tussen de heideontginningen (oostzijde) en kampenlandschap met essen (westzijde). Hier is goed te zien dat de verkaveling kleinschalig was met veel groen langs de kavelgrenzen. Het verschil tussen de kleinschalige en onregelmatige blokverkaveling van het kampenlandschap en de rechtlijnige strokenverkaveling zien we terug bij de heideontginningen. Tussen 1935 en 1975 is goed de schaalvergroting te zien en daarmee het verdwijnen van de groene opgaande beplantingsstructuur. Het aantal boerderijen neemt door de jaren heen niet toe, wel zien we meer opstallen per erf ontstaan.
Schaalvergroting, verdwijnen landschapselementen
Recente topografie laat zien dat de schaalvergroting verder toe neemt. De wegenstructuur is echter sinds het einde van de 19e eeuw niet noemenswaardig veranderd. Met name de kaartbeelden van 1900-1935 laten goed de overgang in landschap zien en ook de veranderingen in de jaren daarna.
ANALYSE - Landschapstype en reliëf Het landschap van de gemeente Oost Gelre wordt getypeerd door de reliëfrijke overgang van het Oost-Nederlands Plateau naar ‘het nat’, waartussen een lint van dorpen en een stad zijn ontstaan. Vragender bevindt zich op het plateau en wordt gekenmerkt door een samenspel van essen (ook wel kampenlandschap genoemd), erven langs beekdalen tussen hoogveen, veldontginning en plateauhelling (natte heide en broekontginningslandschap).
Vragender
Het nat Algemene hoogtekaart
Het OostNederlands Plateau
Landschap op hoofdlijnen (Landschapsontwikkelingsplan voor de gemeente Oost Gelre, 2007) Een aantal kenmerken van dit gebied zijn: • Weidebouw en bouwland op de es; • Om de es een gordel van kleinschalige afwisseling van wonen, landbouw, recreatie- en andere bedrijvigheid, daaromheen een overgang naar de agrarisch gebruikte ontginningen; • Steilranden en hollewegen; • Eikensingels en -bosjes om de es; • Slingerende wegen; • Ten oosten van Vragender een smalle strook ontginning (heide) met daarachter het Vragenderveen.
Algemene hoogtekaart Op de hoogtekaart is goed de overgang tussen de hoger gelegen gronden en het beekdal te zien.
ANALYSE - Beleid Het plangebied bevindt zich in het landschapsensemble: ‘De marke Vragender’, waarvoor de gemeente Oost Gelre een landschapsontwikkelingsplan (LOP) heeft opgesteld (mei 2007). De beoogde ontwikkeling voor dit landschapsensemble bestaat onder andere uit:
GROEN
Landscha
psont w ikke
LICHT VO OR
lingspla n vo
HET LAN
or de g emeent e Oost
Landschapsensembles (Landschapsontwikkelingsplan voor de gemeente Oost Gelre, 2007) • •
•
Streekeigen bouw en enige inpassing met karakteristieke beplanting. Er zijn in dit landschap veel mogelijkheden om vrijkomende agrarische bebouwing te benutten voor nieuwe toepassingen, mits ook dit wordt benut om karakteristieke landschapselementen te behouden en toe te voegen. Intensieve veehouderij dicht bij het Vragenderveen zal niet verder kunnen uitbreiden: hier ligt een extensiveringsgebied. Kleinschalige recreatieve ontwikkeling (gastenkamers, kamperen bij de boer etc.) kunnen in het algemeen goed ingepast te worden.
Te beschermen en op te poetsen parels: • het ensemble van afwisseling van dorp, es, beekdalen, veld en veen; • karakteristieke solitaire bomen; • plekken om een te verpozen eventueel met picknickbankjes; • typerende erfbeplantingen; • steilranden en beplantingen. Te stimuleren landschapselementen: • bestaande karakteristieke beplantingen; • kranspaden rond de es: zandpad langs esrand eventueel met fruitbomen en/of eikenhakhoutsingel; • veldpaden: zandpaden door de ontginning langs kavelranden met eiken-berkensingel erlangs; • veldpaden door en langs de beekdalen kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin hooilandstrook en zwarte els.
woon droe bels
DSCHAP
Gelre
Naast het LOP heeft de gemeente Oost Gelre een visie opgesteld voor de transformatie van boerenerven naar woonerven, zogenoemde Woondroebels, rond de kleine kernen (Woondroebels, februari 2021). Hoewel de plangebieden hier niet aan voldoet worden er in dit stuk wel bruikbare kaders/criteria gesteld. Een aantal relevante criteria zijn: • mix aan grondgebonden woningtypen (gasloos en zelfvoorzienend); • waterhuishoudkundige opgave op het eigen terrein; • creeëren van nieuwe publieke routes over de woondroebel en langs landschapselementen in de omgeving van het erf; • hiërarchie in volumes op het erf, een hoofdgebouw en gebouwen die daaraan ondergeschikt zijn; • de bebouwing vertoont onderlinge samenhang, met bijgebouwen inpandig of onder een gezamenlijk dak; • de bebouwing kent een eenvoudig rechthoekig volume met een overwegend lage goot; • versterken van landschapselementen; • het te ontwikkelen woonerf vormt het hart van diverse routes en beplantingen rondom de woondroebel; • rondom de woondroebel wordt een buitenerf in de vorm van gras met bomen gerealiseerd, landschap tot aan de gevel; • laanbeplanting langs toegangswegen; • zichtlijnen van en naar het erf; • aanduiding van perceelsgrenzen met landschappelijke elementen, zoals solitaire boom, boomgroep, bomenrij, houtwal of -singels, watergangen en greppels; • gebruik maken van gebiedseigen beplanting; • indien
erfafscheiding noodzakelijk is gebruik lijnvormige groene/ landschappelijke elementen; • Voorkom plaatsing van (ongewenste) erfafscheidingen in de ontwerpfase, door privacygevoelige delen goed te positioneren; • Het gezamenlijk erf is het hart van het erf, cluster of woondroebel; • de woningen grenzen zoveel als mogelijk aan het erf.
ONTWERP - Schetsontwerpen 1:2000 ^ N Uitgangspunten schetsontwerpen
Lankveldweg
Winte
rswijk seweg
Steenkampweg
De belangrijkste uitgangspunten voor het ontwerp zijn: • Het behouden van waardevolle landschapselementen op en om het erf (de solitaire bomen, bomenrijen en bosschages). • Het verwijderen van ontsierende bebouwing en verhardingen; • Een voor het gebied karakteristieke groene inrichting voor de vrijkomende ruimte. Met kenmerkende groenstructuren en elementen zoals monumentale bomen, een hoogstamboomgaard, wegbeplanting en ruige kruidenvegetatie. • Een duidelijke hiërarchie in de bebouwing op het erf; • Het maken van een compact erf; • Het respecteren van en aansluiten op bestaande bebouwingsrichtingen en landschapsrichtingen; • Behoud en gebruik van de openheid en het uitzicht;
ONTWERP - Schetsontwerp Winterswijkseweg 59, 1:1000 ^ N Toelichting schetsontwerp Het schetsontwerp laat de toevoeging van 3 nieuwe vrijstaande woningen zien. De bestaande woning krijgt een apart kavel en staat los van het nieuwe erf.
zichtlijnen bloemrijk grasland bestaande bomen (donkergroen) tuinen vogelbosje schuurwoning (vrijstaand) inpandig parkeren
voor boerderijwoning (vrijstaand)
achter
centrale erfboom met parkeren schuurwoning (vrijstaand) inpandig parkeren vergroten huidige greppel hagen
boomgaard speelplek & rustplek
nieuwe bomen (overige kleuren groen)
Winte
rswijk seweg
zwaluwpalen
Het nieuwe erf kent een duidelijk hoofdgebouw en bijgebouwen. De meest noordelijke vrijstaande woning (meerkapper) krijgt de uitstraling van een hoofdgebouw/boerderijwoning. De andere twee vrijstaande woningen worden hieraan ondergeschikt en krijgen de uitstraling van bijgebouwen/schuurwoningen. Het hoofdgebouw krijgt een apart bijgebouw met parkeren aan het erf, de schuurwoningen krijgen een inpandige berging met parkeren. De aan het erf gelegen gevels zullen een ingetogen uiterlijk krijgen, de gevels die naar buiten zijn gericht zullen opener zijn. De nieuwe woningen vormen een nieuw erf dat losstaat van de bestaande woning. De compositie van de gebouwen en het erf vormen een compact en evenwichtig geheel. De ontsluiting van het nieuwe erf vindt plaats via een oprit vanaf de Steenkampweg. De toegangsweg wordt aangezet met een bomenrij. Op de voorzijde van het perceel bevinden zich ook de bestaande zwaluwpalen en een boomgaardje. Op het erf aangekomen is een mix van verhardingen te zien die als het ware door de tijd aangegroeid lijkt. Halfverharding en verschillende klinkers wisselen elkaar af. Vanaf het erf zijn de parkeerplaatsen en (inpandige) bergingen te bereiken. Het tijdelijk parkeren voor bezoekers vindt plaats centraal op het erf. Midden op het erf staat een centrale erfboom.
De tuinen worden begrensd door een losse boerenhaag en zijn open in de richting van het open landschap. Vanaf de tuin kijkt men het open landschap in. Tussen de tuinen en de perceelsgrens wordt bloemrijk grasland ingezaaid. De perceelsgrens met greppel en klein steilrandje vormt de overgang naar de achterliggende weiden. Aan de noordwest zijde wordt een nieuw vogelbosje aangeplant op de overgang van ‘voor-’ en ‘achtererf’. Het bloemrijk grasland en boomgaardje zijn onderdeel van een gezamenlijke tuin waarin gespeeld en ontspannen kan worden. Waterberging wordt gerealiseerd door het uitbreiden van de bestaande greppel die langs de oostgrens van het perceel is gelegen. Eventueel kan de bestaande greppel langs de noordelijke perceelsgrens worden verlengd.
^
ONTWERP - Schetsontwerp 1:500 N
ONTWERP - Referentiebeelden
Architectuur nieuwe bebouwing 1
Inspiratie ‘meerkapper’
4 1 4
2
Hoofdwoning (vrijstaand) 2
2
3 2 4
Schuurwoning (vrijstaand)
Winte
rswijk seweg
3
Gesloten zijde richting erf
Schuurwoning (vrijstaand) 4
Open zijde richting landschap
Verhardingen en paden
ONTWERP - Referentiebeelden
1
Erfverharding materiaalmix (o.a. halfverharding) 4 6
5
3
2
Bestaande toegangsweg (karrespoor) behouden 4
4
6
3
1 Open tuinen met mogelijk vlonder richting landschap 5
Winte
4
Bloemrijk grasland met gemaaide graspaden 6
2
rswijk seweg
Bestaande bosschage behouden en uitbreiden
Bestaande boomgroepen behouden en uitbreiden
Groen
ONTWERP - Referentiebeelden
1
3
Verblijven en spelen in de boomgaard
2
3
1
Verblijven en spelen in de boomgaard
3
5 2
Erfboom (noot) 1
4 3
Winte
Bloemrijk grasland
4
5
rswijk seweg
Hoogstam (fruit)boomgaard
Vogelbosje
ONTWERP - Beplantingsindicatie ^ N BESTAAND 1
bosschage zuidoostelijk deel op het erf
2
solitaire eik eik op grens perceel westzijde
3
groep berken berkengroep in een driehoek
4
solitaire bomen op overgang nieuwe kavelgrenzen
5
tuin handhaven bestaande tuin en afscheiding
G F
3
D
1 H
NIEUW A B
boomgaard zuidelijk deel van het erf solitaire boom erfboom op het gezamenlijke erf
C
solitaire bomen solitaire bomen langs parkeervakken/erf
D
bosschages achterzijde erf, vogelbosje
E
bomenrij langs entree van het erf
F
hagen rond tuinen, boomgaard en erfafscheiding
G
bloem- en kruidenrijk grasland in boomgaard en perceelsranden
H
gazons in de nieuwe tuinen
H
2
C
B G
4 F 5
C A
E
G
ONTWERP - Beplantingsindicatie
LANDSCHAPSELEMENT
2
groep met berken
4
solitaire eik
3
bosschage
1
groep met bomen
BESTAAND
AANPLANT
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
SOORT/AANTAL
Bosschage met variatie aan soorten.
Eikenboom op erfgrens.
Berken
Op overgang toekomstige kavelgrenzen inclusief onderbegroeiing.
PLANTVERBAND
Geen
Solitair (vrijstaand)
Groep en solitair (vrijstaand)
Groep
BEHEER OP TERMIJN
Bosplantsoen: Gefaseerd afzetten (tussen de 5-10 jaar). Afzetten betekent dat het bosplantsoen tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit.
Begeleiding snoei (een per 5 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Begeleiding snoei (een per 5 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Bosplantsoen: Gefaseerd afzetten (tussen de 5-10 jaar). Afzetten betekent dat het bosplantsoen tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit.
Boomvormers: Begeleiding snoei (een per 5 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Boomvormers: Begeleiding snoei (een per 5 jaar) Opschot verwijderen (jaarlijks) Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
ONTWERP - Beplantingsindicatie BESTAAND
LANDSCHAPSELEMENT
tuin
5
AANPLANT
n.v.t.
SOORT/AANTAL
Bestaande tuin.
PLANTVERBAND
n.v.t.
BEHEER OP TERMIJN
Regulier tuinonderhoud.
•
Zoveel mogelijk variatie in de beplanting draagt bij aan de biodiversiteit van de plek. Daarnaast wordt door variatie voorkomen dat er bij plantziektes hele structuren verdwijnen.
•
Inheemse beplanting is het devies voor de randen van de tuin. Incidenteel kan hier van afgeweken worden.
ONTWERP - Beplantingsindicatie NIEUW
LANDSCHAPSELEMENT
C
B solitaire boom
solitaire bomen
bosschages
D
boomgaard
A
AANPLANT
Aanplant van boomgaard met fruitbomen in een grid. Soort naar keuze, variatie en vereist is: kruisbestuiving (k) + zelfbestuiving (z).
Op het erf wordt één solitaire boom aangeplant om het perceel en het centrale punt op het erf te accentueren.
Aanplant van solitaire bomen naar keuze langs haaksparkeervakken en erf.
Aanplant van divers vogelbosje met vruchtdragende soorten.
SOORTEN
Geschikte soorten: Malus domestica ‘Elstar’ - appelboom (k+z) Malus domestica ‘Braeburn’ - appelboom (k+z) Malus domestica ‘Gala’ - appelboom (k+z) Pyrus communis ‘Conference - perenboom (z) Mespilus germanica - mispel (z) Cydonia oblonga - kweerkpeer (z)
Geschikte soorten: Juglans regia - walnoot Fagus sylvatica - gewone beuk
Geschikte soorten: Acer rubrum - rode esdoorn Acer campestre - veldesdoorn Frangula alnus - vuilboom
Geschikte soorten: Quercus robur (boomvormer) Tilia x europaea (boomvormer) Sambucus nigra - gewone vlier Rosa canina - hondsroos Cornus mas - gele kornoelje Corylus avelana - hazelaar
Hoogstam appelboom
Walnotenboom
Veldesdoorn
Hazelaar
Mispel - vergeten fruitsoort
Gewone beuk
Vuilboom
Hondsroos
MAAT, PLANTVERBAND EN AANTAL
10-12 Hoogstam h.o.h. ca. 8 meter 20 stuks
16-18 solitair (vrijstaand) 1 stuk
16-18 solitair (vrijstaand) ca. 5 stuks
Bosplantsoen 80/100 driehoeksverband 1,5x1,5 meter ca. 150 m2 - 60 stuks
BEHEER OP TERMIJN
Begeleiding snoei (jaarlijks). Opschot en waterloten verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Begeleiding snoei (een per 3 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Begeleiding snoei (een per 3 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Bosplantsoen: Gefaseerd afzetten (tussen de 5-10 jaar). Afzetten betekent dat het bosplantsoen tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De struiken groeien uit zichzelf weer uit. Boomvormers: Begeleiding snoei (eens per 5 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
ONTWERP - Beplantingsindicatie NIEUW
hagen
bomenrij
G
H
gazons
F
E
bloemrijk grasland
LANDSCHAPSELEMENT
AANPLANT
Aanplant van bomenrij langs de entree welke de toegang naar het erf accentueert.
Als erfafscheidingen en in de boomgaard worden hagen toegepast. Voor de hagen wordt één soort de basis en kan aangevuld worden voor meer biodiversiteit.
Aan de randen van het perceel en onder de boomgaard wordt bloem- en kruidenrijk grasland ingezaaid.
In de privétuinen worden gazons ingezaaid.
SOORTEN
Geschikte soorten: Prunus padus - gewone vogelkers Quercus robur - zomereik Sorbus aucuparia - lijsterbes
Basis: Crataegus monogyna - eenstijlige meidoorn
Geschikte mengsels: Mengsel G1 - (leverancier: Cruydthoeck) Mengsel BM-10 - (leverancier: Medigran) Margrietmengsel - (leverancier: Neutkens)
Geschikte soorten: Speelgazon, bestaande uit circa 75% roodzwenkgras en 25% veldbeemdgras
Quercus robur
Meidoorn
Mengsel G1
Gazon
Prunus padus
Voorbeelden om aan te vullen: Ligustrum vulgare - gewone liguster Acer campestre - veldesdoorn Carpinus betulus- haagbeuk
Ligusterhaag
Margrietmengsel
MAAT, PLANTVERBAND EN AANTAL
16-18 h.o.h. 12 meter 4 stuks
Bosplantsoen 60/80 dubbele rij, ca 10 stuks per strekkende meter ca. 160 meter - 1.600 stuks
Advies max. 1,5 gram mengsel voor 1 m2 ca. 3.200 m2 - 4,8 kg
Advies 2,5 gram graszaad voor 1 m2 ca. 1.100 m2 - 2,75 kg
BEHEER OP TERMIJN
Begeleiding snoei (eens per 3 jaar) Opschot verwijderen (jaarlijks) Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig)
Hagen dienen 1-2x jaarlijks geschoren worden. Vrijgekomen afval kan daarbij gemulcht of composteerd worden waarna het onder de haagvoet verdeeld wordt. Dit zorgt voor extra voeding en het vasthouden van vocht.
Het beheer van deze graslanden bestaat uit jaarlijks één tot maximiaal twee keer maaien en afvoeren (mogelijk composteren) van het maaisel. Dit zorgt ervoor dat de bloemsoorten ook overleven in het gras, indien bemest wordt krijgt het gras de overhand.
Wekelijks maaien van april t/m oktober.
^
ONTWERP - Schetsontwerp Steenkampweg 4, 1:1000 N
Toelichting schetsontwerp moestuin bestaande fruitbomen
Steenkampweg boomgaard hagen
bestaande stal
huidige woning bestaande tuin
paardenwei
struweel onder bestaande bomenrij solitaire boom bloemrijk grasland
paardenwei bestaande bomen (donkergroen) struweel onder bestaande bomenrij
doorkijk
Bestaand beeld bij entree erf
Het schetsontwerp laat de bebouwing zien die op het erf blijft behouden; de huidige boerderijwoning, de kapschuur en het voorste deel van de huidige stal. De huidige opritten naar de woning en de bijgebouwen blijven behouden. Het parkeren vindt plaats op de oprit van de woning. Aan de voorzijde van het perceel bevindt zich een boomgaard omzoomd met een haag van bijvoorbeeld meidoorn. Onder de bestaande bomenrij op de westelijke perceelsgrens en centraal op het perceel wordt struweel aangeplant. De vrijkomende ruimte na sloop van de stallen wordt ingezaaid met bloem- en kruidenrijk grasland. In het midden van deze nieuwe open ruimte komt een solitaire boom te staan. Met de bestaande en nieuwe groenstructuren wordt de kleinschalige en rechtlijnige groen- en verkavelingsstructuur van dit landschap kracht bij gezet.
^
ONTWERP - Schetsontwerp 1:500 N
Architectuur nieuwe bebouwing
ONTWERP - Referentiebeelden
1
Steenkampweg
2
1
Bestaande woning 3
2
Bestaande kapschuur 3
Bestaande stal
2
Bestaande kapschuur 3
Bestaande stal
Groen
ONTWERP - Referentiebeelden
1
2
Steenkampweg Behoud bestaande bomenrij - houtopstanden
3
3
Solitaire boom
4
4 5
1
2
2 Haag rond (hoogstam) fruitboomgaard
Bloem- en kruidenrijk grasland
5 5
Struweel / Vogelbosje
5
Struweel / Vogelbosje
ONTWERP - Beplantingsindicatie ^ N BESTAAND 1
bomenrij langs de westelijke erfgrens
2
bomengroep van voornamelijk eiken centraal op het perceel
3
straatbomen eiken groep aan de noordzijde langs de weg
4
straatbomen berken groep aan de noordzijde langs de weg
5
hagen bestaande hagen rond het perceel
6
tuin en bomen handhaven bestaande tuin met bomen
4 6
5
3
5
A
boomgaard naast de entree aan de Steenkampweg
B
solitaire bomen in groene kamer en op hoekpunt kavel
C
Struweel struweelhaag/vogelbosje onder bomenrij
D
hagen rond tuin en boomgaard
E
bloem- en kruidenrijk grasland in boomgaard en perceelranden
6
D
NIEUW A
6
1
B
2
C E
C
B
ONTWERP - Beplantingsindicatie BESTAAND
LANDSCHAPSELEMENT
3
2 bomengroep
straatbomen
straatbomen
4
bomenrij
1
AANPLANT
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
SOORT/AANTAL
Bomenrij aan westzijde perceel.
Bomengroep op erfgrens.
Bomenrij langs de straatzijde.
Bomenrij langs de straatzijde.
PLANTVERBAND
Rij
Groep
Rij
Rij
BEHEER OP TERMIJN
Begeleiding snoei (een per 3 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Begeleiding snoei (een per 5 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
n.v.t. (geen eigendom)
n.v.t. (geen eigendom)
ONTWERP - Beplantingsindicatie BESTAAND
LANDSCHAPSELEMENT
5
hagen
tuin
6
AANPLANT
n.v.t.
n.v.t.
SOORT/AANTAL
Bestaande hagen voor en zijkant perceel.
Bestaande tuin.
PLANTVERBAND
n.v.t.
n.v.t.
BEHEER OP TERMIJN
Hagen dienen 1-2x jaarlijks geschoren worden. Vrijgekomen afval kan daarbij gemulcht of composteerd worden waarna het onder de haagvoet verdeeld wordt. Dit zorgt voor extra voeding en het vasthouden van vocht.
Regulier tuinonderhoud.
•
Zoveel mogelijk variatie in de beplanting draagt bij aan de biodiversiteit van de plek. Daarnaast wordt door variatie voorkomen dat er bij plantziektes hele structuren verdwijnen.
•
Inheemse beplanting is het devies voor de randen van de tuin. Incidenteel kan hier van afgeweken worden.
ONTWERP - Beplantingsindicatie NIEUW
boomgaard
solitaire bomen
D
E
hagen
C
A
struweel
LANDSCHAPSELEMENT
AANPLANT
Aanplant van boomgaard met fruitbomen in een grid. Soort naar keuze, variatie en vereist is: kruisbestuiving (k) + zelfbestuiving (z).
Solitarie bomen zorgen voor een geleidelijke overgang naar het landschap. Daarnaast bieden deze bomen plaats voor tal van diersoorten.
Aanplant van struweel onder bestaande bomen (deel al bestaand). De bosschages bieden plaats voor tal van diersoorten.
Ronde de boomgaard en moestuin worden hagen toegepast (waar dit nog niet het geval is). Voor de hagen wordt één soort de basis en kan afgewisseld worden voor meer biodiversiteit.
SOORTEN
Geschikte soorten:
Geschikte soorten: Quercus robur - zomereik Fagus sylvatica ‘Purpurea’ - rode beuk * Aesculus hippocastanum - paardenkastanje
Geschikte soorten: Hazelaar (Corylus avellana) Meidoorn (Crataegus monogyna) Gelderse roos (Viburnum opulus) Sleedoorn (Prunus spinosa) Wilde kardinaalsmuts (Eunoymus europaeus)
Basis: Crataegus monogyna - eenstijlige meidoorn
Zomereik
Struweel
Ligusterhaag
Malus domestica ‘Elstar’ - appelboom (k+z) Malus domestica ‘Braeburn’ - appelboom (k+z) Malus domestica ‘Gala’ - appelboom (k+z) Pyrus communis ‘Conference - perenboom (z) Mespilus germanica - mispel (z) Cydonia oblonga - kweerkpeer (z) Mogelijk toepassen van bessenstruiken
Hoogstam perenboom
Bessenstruiken
* Paardenkastanje (erfboom)
Voorbeelden om aan te vullen: Ligustrum vulgare - gewone liguster Acer campestre - veldesdoorn Carpinus betulus- haagbeuk
Haagbeuk
MAAT, PLANTVERBAND EN AANTAL
10-12 hoogstam h.o.h. 8 meter 15 stuks
16-18 solitair 2 stuks
Bosplantsoen 60/80 in drie rijen, ca. 2 planten per vierkante meter ca. 1.000m2 - 2.000 stuks
Bosplantsoen 60/80 dubbele rij, ca 10 stuks per strekkende meter ca. 140 meter - 1.400 stuks
BEHEER OP TERMIJN
Begeleiding snoei (jaarlijks). Opschot en waterloten verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Begeleiding snoei (eens per 3 jaar). Opschot verwijderen (jaarlijks). Verwijderen dood hout (jaarlijks, indien aanwezig).
Eens per zes jaar gefaseerd afzetten. Afzetten tot 10 à 20 cm boven de grond.
Hagen dienen 1-2x jaarlijks geschoren worden. Vrijgekomen afval kan daarbij gemulcht of composteerd worden waarna het onder de haagvoet verdeeld wordt. Dit zorgt voor extra voeding en het vasthouden van vocht.
ONTWERP - Beplantingsindicatie NIEUW
bloemrijk grasland
LANDSCHAPSELEMENT
F
AANPLANT
Aan de randen van het perceel en onder de boomgaard wordt bloem- en kruidenrijk grasland ingezaaid.
SOORTEN
Geschikte mengsels: Mengsel G1 - (leverancier: Cruydthoeck) Mengsel G4 - (leverancier: Cruydthoeck) Mengsel BM-10 - (leverancier: Medigran)
Mengsel G1
Mengsel G4
MAAT, PLANTVERBAND EN AANTAL
Advies max. 1,5 gram mengsel voor 1 m2 ca. 3.500 m2 - circa 5,25 kg
BEHEER OP TERMIJN
Het beheer van deze graslanden bestaat uit jaarlijks één tot maximiaal twee keer maaien en afvoeren (mogelijk composteren) van het maaisel. Dit zorgt ervoor dat de bloemsoorten ook overleven in het gras, indien bemest wordt krijgt het gras de overhand.
Steenkampweg 4
Winterswijkseweg 59,
VRAGENDER
BIJLAGE 6 Geuronderzoek veehouderijen
MEMO GEURHINDER VEEHOUDERIJEN Van
Locis Adviseurs
Aan
Gemeente Oost Gelre
Betreft
Beoordeling geurhinder veehouderijen rondom locatie Winterswijkseweg 59 Vragender
Datum
28 juni 2023
Doel Initiatiefnemer wenst in combinatie met bedrijfsbeëindiging en sloop van agrarische bedrijfsgebouwen op de locaties Steenkampweg 4 en Winterswijkseweg 59 te Vragender drie extra woningen te realiseren op de locatie Winterswijkseweg 59. Vanwege meerdere veehouderijen in de omgeving is het de vraag in hoeverre ter plaatse van die nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In dit memo wordt ingegaan op geurhinder afkomstig van omliggende intensieve veehouderijen. Hierbij wordt geur ten gevolge van de omliggende veehouderijen gecumuleerd (bepaling achtergrondbelasting) en voor een enkele veehouderij ook individueel berekend (bepaling voorgrondbelasting).
Brongegevens berekening achtergrondbelasting Om de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) in beeld te brengen is een geurberekening gemaakt met het programma V-stacks gebied. Hierbij zijn alle veehouderijbedrijven in een straal van 1 kilometer rondom de locatie Winterswijkseweg 59 meegenomen. Concreet gaat het om 13 veehouderijen. Deze 13 bedrijven zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1: veehouderijen in straal van 1 km rondom Winterswijkseweg 59 Vragender Bron
X
Y
Gem GebH 6
Stbindiam 0.5
STuittree 4
EVergund 16255
E-MaxVerg
445329
SThoogte 5
1001
240327
1002
16255
Lankveldweg 5
239389
445517
5
6
0.5
4
37120
37120
Meddoseweg 2a
1003
239446
445676
5
6
0.5
4
1068
1068
Meddoseweg 3
1004
239878
445652
5
6
0.5
4
51833
51833
Meddoseweg 5
1005
239428
444194
5
6
0.5
4
47
47
Meekesweg 10
1006
240406
445501
5
6
0.5
4
7288
7288
Oorschotweg 1
1007
240316
444863
5
6
0.5
4
6086
6086
Steenkampweg 1
1008
240126
444661
5
6
0.5
4
34708
34708
Steenkampweg 2
1009
240636
444799
5
6
0.5
4
2148
2148
Steenkampweg 3
1010
239914
443967
5
6
0.5
4
399
399
1011
239936
443828
5
6
0.5
4
78640
78640
Oude Winterswijkseweg 27a Oude WInterswijkseweg 31
1012
239681
444895
5
6
0.5
4
356
356
Winterswijkseweg 57
1013
239937
444668
5
6
0.5
4
1602
1602
Winterswijkseweg 66
Memo geurhinder Winterswijkseweg 59 Vragender
Adres
1
Berekening achtergrondbelasting Met de gegevens uit tabel 1 is met behulp van het geurverspreidingsmodel V-Stacks-gebied een cumulatieve geurberekening uitgevoerd. Hiermee wordt inzicht gegeven in de hoogte van de achtergrondbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen. Tabel 2: Resultaten cumulatieve geurberekening Toetspunt, adres X-coördinaat
Woning 1 Woning 2 Woning 3
240028 240025 240001
Y-coördinaat 444838 444789 444816
Cumulatieve geurbelasting (OUE/ m3) 9,86 13,41 10,52
Uit de berekening blijkt dat de achtergrondbelasting maximaal 13,41 OUE/m3 bedraagt. Tabel 3: percentage geurgehinderden, voorgrond- en achtergrondbelasting (bron: Handreiking Wgv)
De omgeving is gelegen in het zogenaamde “concentratiegebied”. Op basis van de bovenstaande tabel 3 uit de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij is het percentage geurgehinderden maximaal 16%. Om een berekend percentage geurgehinderden te vertalen naar de milieukwaliteit oftewel het woon- en leefklimaat op de berekende locatie, is gebruik gemaakt van de in tabel 4 weergegeven relatie tussen milieukwaliteit en geurgehinderden.
Tabel 4: milieukwaliteit in relatie tot percentage geurgehinderden (bron: Handreiking Wgv)
Memo geurhinder Winterswijkseweg 59 Vragender
2
Het berekende percentage geurgehinderden veroorzaakt door de achtergrondbelasting is maximaal 16%. De milieukwaliteit is onder deze omstandigheden als ‘matig’ aan te merken. Op grond van de rechtspraak kan bij een achtergrondbelasting van 20 OUE/m3, overeenkomende met 20% geurgehinderden, echter nog gesproken worden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De berekende achtergrondbelasting ligt daar nog ruimschoots onder, zodat ook in deze situatie het woon- en leefklimaat aanvaardbaar kan worden geacht.
Berekening voorgrondbelasting In de directe omgeving van de nieuwe woningen bevindt zich één veehouderij met een relatief grote geuremissie. Dat is de veehouderij op de locatie Steenkampweg 2. Voor alle zekerheid is daarom voor dit bedrijf ook de voorgrondbelasting berekend met het rekenprogramma V-stacks vergunning 2020. Op grond van de melding Activiteitenbesluit milieubeheer en OBM uit 2013 mogen maximaal de in tabel 5 vermelde dieraantallen aanwezig zijn op het bedrijf.
Tabel 5: maximale veebezetting en geuremissie stal
diercategorie
stalsysteem
Rav-code
aantal dieren
OU per dier
geur in OU/ seconde
F
melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar
overige huisvestingssystemen; beweiden
A 1.100
136
niet vastgesteld
0,0
C, D en F
vrouwelijk jongvee tot 2 overige jaar huisvestingssystemen
A 3.100
84
niet vastgesteld
0,0
H
vleesvarkens, opfokberen van ca. 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking
mestkelders met (water- en) mestkanaal met schuine putwand met roosters anders dan metalen driekant op het mestkanaal; emitterend mestoppervlak maximaal 0,18 m2 (BWL 2004.05.V5)
D 3.2.7.2.1
1116
17,9
19.976,4
G
vleesvarkens, opfokberen van ca. 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking
luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch; gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter (BWL 2007.01.V8)
D 3.2.15.3
615
16,1
9.901,5
E
vleesvarkens, opfokberen van ca. 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking
overige huisvestingssystemen
D 3.100
210
23
4.830,0
Totaal
Memo geurhinder Winterswijkseweg 59 Vragender
34.707,9
3
In tabel 6 zijn de gegevens vermeld die zijn gebruikt voor de berekening met V-stacks vergunning 2020.
Tabel 6: brongegevens voor berekening voorgrondbelasting
De geurberekening leidt tot de resultaten in tabel 7.
Tabel 7: berekende voorgrondbelasting
Uit de rekenresultaten komt naar voren dat de hoogst berekende voorgrondbelasting 9,0 OUE/m3 bedraagt. Dat komt volgens tabel 3 overeen met 19% geurgehinderden. Volgens tabel 4 leidt dat tot een matige milieukwaliteit. Nu ruimschoots wordt voldaan aan de geurnorm van 14 OUE/m3 kan het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen aanvaardbaar worden geacht.
Conclusie De berekende achtergrondbelasting van geur bedraagt maximaal 13,41 OUE/m3 ter plaatse van de nieuwe woningen. Dat komt overeen met een percentage geurgehinderden van 16% en een matige milieukwaliteit. Het woon- en leefklimaat is bij deze kwalificatie aanvaardbaar te achten. Datzelfde geldt ook voor de berekende voorgrondbelasting van de meest dominante geurbron, de veehouderij op de locatie Steenkampweg 2. De hoogst berekende geurbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen is 9,0 OUE/m3. Afgezet tegen de in het buitengebied van Oost Gelre geldende geurnorm van 14 OUE/m3 is dit aanvaardbaar te achten.
Memo geurhinder Winterswijkseweg 59 Vragender
4
BIJLAGE 7 Stikstofonderzoek
STIKSTOFPARAGRAAF Van
Locis Adviseurs B.V.
Betreft
Stikstofparagraaf project Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender
Datum
26 juni 2023
Inleiding Op de locaties Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender wordt alle agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Op de plek van de agrarische bedrijfsbebouwing aan de Winterswijkseweg 59 worden 3 nieuwe vrijstaande woningen gerealiseerd. Op de locatie aan de Steenkampweg 4 wordt alleen een zeer groot deel van de bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt. De bestaande bedrijfswoningen worden omgezet naar een burgerwoning (woonbestemming).
Doel Het doel van de stikstofparagraaf is het in beeld brengen en beoordelen van de effecten van de stikstofuitstoot ten gevolge van de activiteiten welke nodig zijn voor het project aan de Winterswijkseweg 59 en de Steenkampweg 4 te Vragender.
Figuur 1: uitsnede plangebied met rode markering de te slopen bebouwing, de woningen en bijgebouwen (in groen) blijven bestaan
Stikstofparagraaf planproject Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender
1
B Vrijstaande woning
C Vrijstaande woning (schuurwoning)
D Vrijstaande woning (schuurwoning)
A Bestaande vrijstaande woning
Figuur 2: Plattegrond met gewenste situatie locatie Winterswijkseweg 59 (totaal 3 nieuwe vrijstaande woningen)
Stikstofparagraaf planproject Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender
2
Wettelijk kader In het kader van de toets aan de Wet natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Op circa 475 meter afstand van de planlocatie bevindt zich het Natura-2000 gebied “Korenburgerveen” (zie figuur 3). Andere Natura 2000 gebieden bevinden zich op grotere afstanden.
Figuur 3: ligging planlocatie t.o.v. Natura-2000 gebied “Korenburgerveen” (bron aerius.nl)
Stikstofparagraaf planproject Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender
3
Stikstofrelevante activiteiten aanlegfase Inzet materieel Bij de aanleg, sloop en bouwwerkzaamheden wordt, door de inzet van materieel aangedreven door verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx uitgestoten. Hierbij wordt uitgegaan van een “worst-case” benadering. De duur van de voorgenomen sloopactiviteiten wordt globaal geschat voor de locatie Steenkampweg 4 op 4 weken (20 werkdagen). De duur van de voorgenomen sloop- en bouwactiviteiten wordt globaal geschat voor de locatie Winterswijkseweg 59 op 40 weken (200 werkdagen). Tijdens de sloop en bouwactiviteiten wordt er, door de inzet van materieel aangedreven door verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx uitgestoten. Er is voorzien in zwaar transport van beton, zand, stenen en materiaal, in totaal komen er 100 vrachtwagens (zwaar wegverkeer) en gaan er 100 vrachtwagens (zwaar wegverkeer). Verder is er een periode een mobiele kraan (stage IV, 100 kW), verreiker (Stage IIIB, 80kW), hijskraan (stage IV, 200 kW) en een betonpomp (Stage IV, 30kW) aanwezig. Gedurende het bouwproces wordt er in de “worst case” benadering van uitgegaan dat er per werkdag personenauto’s of bestelbusje komen (licht verkeer) (5 dagen per week) en na afronding van de bouw een (mobiele) kraan (stage IV, 100 kW) aanwezig is voor het egaliseren/straatwerk. In onderstaande tabel 1 is het in te zetten materieel per locatie weergegeven.
4 Weken slooptijd Steenkampweg 4
Bron Aanlegfase locatie Steenkampweg 4 1 Mobiele kraan, sloop en graafwerkzaamheden
2 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (west) komen/gaan 3 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (west) komen/gaan 4 Personen vervoer, bouwbusjes (1 per werkdag, 5 werkdagen per week) (west) komen/gaan 5 Personen vervoer, bouwbusjes (1 per werkdag, 5 werkdagen per week) (west) komen/gaan 6 Stationair draaien aanlegfase Steenkampweg 4
20 werkdagen
Mobiele werktuig mobiel werktuig
Wegverkeer Soort wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer licht wegverkeer licht 0,13 NOx
40 Weken sloop en aanleg Winterswijkseweg 59
Bron Aanlegfase Winterswijkseweg 59 7 Mobiele kraan, sloop en graafwerkzaamheden 8 Mobiele kraan, tijdens bouwwerkzaamheden 9 Verreiker, tijdens bouwwerkzaamheden 10 Hijskraan, tijdens bouwwerkzaamheden 11 Betonpomp 12 Mobiele kraan, graafwerkzaamheden na bouw
13 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (zuid) komen/gaan 14 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (west) komen/gaan 15 Vrachtwagen, aanvoer beton (zuid) komen/gaan 16 Vrachtwagen, aanvoer beton (west) komen/gaan 17 Vrachtwagens, aan/af- voer bouwmaterieel, - materiaal, etc. (zuid) komen/gaan 18 Vrachtwagens, aan/af- voer bouwmaterieel, - materiaal, etc. (west) komen/gaan 19 Personen vervoer, bouwbusjes (3 per werkdag, 5 werkdagen per week) (zuid) komen/gaan 20 Personen vervoer, bouwbusjes (3 per werkdag, 5 werkdagen per week) (west) komen/gaan 21 Stationair draaien aanlegfase Winterswijkseweg 59
Stage klasse Stage IV
Ad bleu Vermogen Dagen Draaiuren Dieselverbruik verbruik kW per jaar per jaar per uur * ltr/ jr ** 100 5 40 10 400 24 Aantal per jaar Soort wegverkeer 20 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 20 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 20 stand. verdisconteerd, licht wegverkeer 20 stand. verdisconteerd, licht wegverkeer 0,00 NH3
200 werkdagen
Mobiele werktuig mobiel werktuig mobiel werktuig mobiel werktuig mobiel werktuig mobiel werktuig mobiel werktuig
Stage klasse Stage IV Stage IV Stage IIIB Stage IV Stage IV Stage IV
Wegverkeer Soort wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer licht wegverkeer licht 0,88 NOx
Ad bleu Vermogen Dagen Draaiuren Dieselverbruik verbruik kW per jaar per jaar per uur * ltr/ jr ** 100 10 80 10 800 48 100 10 80 10 800 48 80 10 80 8 640 n.v.t. 200 20 160 20 3200 192 30 10 80 3 240 n.v.t. 100 5 40 10 400 24 Aantal per jaar Soort wegverkeer 30 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 30 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 10 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 10 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 40 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 40 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer 600 stand. verdisconteerd, licht wegverkeer 600 stand. verdisconteerd, licht wegverkeer 0,01 NH3
Tabel 1: ingezet materieel aanlegfase
* **
Het brandstofverbruik in liters per uur = B (ltr/uur) = 0,095 * Pmax (kW) + 0,54 (Pmax is het maximale vermogen van het werktuig) Ad Bleu verbruik is 6% van het dieselverbruik.
Stikstofparagraaf planproject Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender
4
Wegverkeer Het wegverkeer is ingevoerd als een lijnbron. Elke lijn staat voor het verkeer dat komt of gaat. Al het wegverkeer van de Steenkampweg 4 gaat richting het westen. Het verkeer van de Winterswijkseweg 59 gaat richting het zuiden en de ander helft gaat richting het westen. De lijnbronnen zijn ingevoerd met een zodanig grote lengte, dat wordt voldaan aan het uitgangspunt dat het verkeer moet zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Stationair draaien van voertuigen in de aanlegfase Het stationair draaien en manoeuvreren van voertuigen (weg verkeer) op de inrichting wordt ook meegenomen. Stationair draaien is onder de sector “anders” opgegeven in de AERIUS-calculator. Er wordt gebruik gemaakt van de sector anders zodat zowel de NOx als de NH3 emissie ingevoerd kunnen worden. Er wordt uitgegaan van een mix van voertuigen. Als een bedrijf gebruik maakt van vrachtwagens van derden, dan zal het wagenpark een mix zijn van Euro IV (2005), Euro V (2008) en Euro VI (2013) vrachtwagens. Het gemiddelde wagenpark in Nederland verandert voortdurend. Dit is terug te zien in de emissiefactoren die ieder jaar door het ministerie worden gepubliceerd. Voertuigtype Personenauto’s, bestelauto's en motoren Personenauto’s, bestelauto's en motoren Vrachtauto’s > 20 ton GVW en trekkers Vrachtauto’s > 20 ton GVW en trekkers
Wegtype Stad stagnerend Stad stagnerend Stad stagnerend Stad stagnerend
Component NOx NH3 NOx NH3
Eenheid G/uur G/uur G/uur G/uur
2023 4,02 0,1992 79,0392 0,9072
Tabel 2: Gehanteerde normen verkeer stationair draaien jaar 2023 (bron: TNO)
In tabel 2 staan de emissiecijfers in gram per uur, deze zullen nog vermenigvuldigd moeten worden met de tijd waarop het stationair draaien plaatsvindt. De volgende formule worden gebruikt om stationair draaien uit te rekenen: EF = EF_stationair*Tijd_stationair. Op de locatie komen en gaan vrachtwagens en personenauto’s. Alle vrachtwagens die komen en gaan staan gemiddeld 5 minuten stationair te draaien en of zijn aan het manoeuvreren. Bij aanvoer van beton zijn de vrachtwagens 25 minuten per keer stationair te draaien voor het pompen/draaien van beton. De bouwbusjes (licht wegverkeer) staan gemiddeld per keer 30 seconden te manoeuvreren en of stationair te draaien. In tabel 3 is een overzicht weergegeven van de gebruikte gegevens om het stationair draaien en het manoeuvreren te berekenen van de vrachtwagens en auto’s/busjes die komen en gaan naar de projectlocatie.
Stikstofparagraaf planproject Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender
5
Sloopfase Steenkampweg 4 Stationair draaien per voertuig zwaar verkeer
Soort verkeer
Aantal per jaar
Vrachtwagens totaal komen/gaan Zwaar vrachtverkeer Stationair draaien per voertuig licht verkeer
Soort verkeer
Auto's/busjes bouwverkeer Totaal kilogrammen
Licht wegverkeer
20 Aantal per jaar
20
laadTotale laad/ lostijd/ lostijd uren vracht Norm NOx minuten kg/jaar 5
1,67
0,07904 0,0009072
laadTotale laad/ lostijd/ lostijd uren vracht Norm NOx minuten kg/jaar 0,50
0,17
NOx Emissie Norm NH3 per jaar kg/jaar 0,13
NOx Emissie Norm NH3 per jaar kg/jaar
0,00402 0,0001992
0,00 0,13
NH3 Emissie per jaar 0,00 NH3 Emissie per jaar 0,00 0,00
Sloop en aanlegfase Winterswijkseweg 59 Stationair draaien per voertuig zwaar verkeer
Soort verkeer
Aantal per jaar
laadTotale laad/ lostijd/ lostijd uren vracht Norm NOx minuten kg/jaar
NOx Emissie Norm NH3 per jaar kg/jaar
NH3 Emissie per jaar
Vrachtwagens totaal komen/gaan Zwaar vrachtverkeer
80
5
6,67
0,07904 0,0009072
0,53
0,01
Vrachtwagens lossen beton
Zwaar vrachtverkeer
10
25
4,17
0,07904 0,0009072
0,33
0,00
Stationair draaien per voertuig licht verkeer
Soort verkeer
Auto's/busjes bouwverkeer Totaal kilogrammen
Licht wegverkeer
Aantal per jaar
600
laadTotale laad/ lostijd/ lostijd uren vracht Norm NOx minuten kg/jaar 0,50
5,00
NOx Emissie Norm NH3 per jaar kg/jaar
0,00402 0,0001992
0,02 0,88
NH3 Emissie per jaar 0,00 0,01
Tabel 3: berekening stationair draaien en manoeuvreren
De totale emissie van het verkeer voor het stationair draaien en manoeuvreren is berekend voor de locatie Steenkampweg 4 op 0,13 kg/j 𝑁𝑂𝑥 en 0,00 kg/j 𝑁𝐻3. De totale emissie van het verkeer voor het stationair draaien en manoeuvreren is berekend voor de locatie Winterswijkseweg 59 op 0,88 kg/j 𝑁𝑂𝑥 en 0,01 kg/j 𝑁𝐻3.
Stikstofparagraaf planproject Winterswijkseweg 59 en Steenkampweg 4 te Vragender
6
Depositieberekening aanlegfase In onderstaande tabel 4 zijn alle bronnen van de aanlegfase die zijn ingevoerd in Aerius weergegeven. 4 Weken slooptijd Steenkampweg 4
Bron Aanlegfase locatie Steenkampweg 4 1 Mobiele kraan, sloop en graafwerkzaamheden
2 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (west) komen/gaan 3 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (west) komen/gaan 4 Personen vervoer, bouwbusjes (1 per werkdag, 5 werkdagen per week) (west) komen/gaan 5 Personen vervoer, bouwbusjes (1 per werkdag, 5 werkdagen per week) (west) komen/gaan 6 Stationair draaien aanlegfase Steenkampweg 4
20 werkdagen
Mobiele werktuig mobiel werktuig
Wegverkeer Soort wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer, zwaar zwaar wegverkeer licht wegverkeer licht 0,13 NOx
40 Weken sloop en aanleg Winterswijkseweg 59
Bron Aanlegfase Winterswijkseweg 59 7 Mobiele kraan, sloop en graafwerkzaamheden 8 Mobiele kraan, tijdens bouwwerkzaamheden 9 Verreiker, tijdens bouwwerkzaamheden 10 Hijskraan, tijdens bouwwerkzaamheden 11 Betonpomp 12 Mobiele kraan, graafwerkzaamheden na bouw
13 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (zuid) komen/gaan 14 Vrachtwagen, aan/afvoer sloopmateriaal/grond (west) komen/gaan 15 Vrachtwagen, aanvoer beton (zuid) komen/gaan 16 Vrachtwagen, aanvoer beton (west) komen/gaan 17 Vrachtwagens, aan/af- voer bouwmaterieel, - materiaal, etc. (zuid) komen/gaan 18 Vrachtwagens, aan/af- voer bouwmaterieel, - materiaal, etc. (west) komen/gaan 19 Personen vervoer, bouwbusjes (3 per werkdag, 5 werkdagen per week) (zuid) komen/gaan 20 Personen vervoer, bouwbusjes (3 per werkdag, 5 werkdagen per week) (west) komen/gaan 21 Stationair draaien aanlegfase Winterswijkseweg 59