bp stadscentrum groenlo toelichting bijlagen
Tekst van het document
OM2 1330602 1, 1, 1, 5, 5, 5, 6, 6, 6 0,50 - 2,00 1,90 1,60 7-11-2023 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Index Meetw
0
-0,02 -0,22 -0,15 -0,07 -0 -0,01 -0 0,01
-0,01
-0,03
GSSD
0,0049 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,0245 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004
<3 4,5 6,5 23 <1,5 <0,2 28 <0,05 13
<7 13,1 13,4 55 <1,1 <0,2 109 (6) <0,05 20
90,4 1,6 1,9
90,4 (6)
<3 <35 <3 <4 <5 <5 <5 <5 <5
<0,05 <0,05 0,067 0,11 0,085 0,076 0,075 <0,05 0,065 0,061 0,64
11 (6) <123 11 (6) 14 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6)
<0,04 <0,04 0,067 0,11 0,085 0,076 0,075 <0,04 0,065 0,061 0,64
Index
0
-0,04 -0,34 -0,18 -0,15 -0 -0,03 -0 -0,06
-0,01
-0,02
Tabel 3: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
% ds % ds
OM3 1330602 27, 28, 29, 30 1,90 - 2,00 0,80 3,20 7-11-2023 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,0049 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,0245 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004 <0,004
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3 5 <5 <20 <1,5 <0,2 24 <0,05 <10
<7 13 <7 <31 <1,1 <0,2 81 (6) <0,05 <11
OVERIG Droge stof Lutum Organische stof (humus)
% % % ds
85,7 3,2 0,8
85,7 (6)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28 Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie C36 - C40
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3 <35 <3 <4 <5 <5 <5 <5 <5
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 0,35
Projectcode: 2023-107
11 (6) <123 11 (6) 14 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6) 18 (6)
<0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,04 <0,35
Index
0
-0,05 -0,33 -0,22 -0,19 -0 -0,03 -0 -0,08
-0,01
-0,03
---------< 8,88 <=T 8,88 8,88 6 # GSSD Index
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Achtergrondwaarde : Kleiner of gelijk aan Tussenwaarde : <= Interventiewaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Tabel 4: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
15 35 40 140 1,5 0,6 0,15 50
35 39 54 200 88 1,2 0,83 210
190 100 190 720 190 4,3 4,8 530
190 100 190 720 190 13 36 530
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
mg/kg ds
190
190
500
5000
PAK PAK 10 VROM
mg/kg ds
40
40
Projectcode: 2023-107
1,5
6,8
Tabel 5: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
Pb1wm1 24-10-2023 2,50 - 3,50 7-11-2023 Voldoet aan Streefwaarde
Meetw AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,3-Dichloorpropaan 1,1-Dichloorpropaan Dichloorpropaan cis + trans-1,2Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood OVERIG som dichloorpropaanisomeren OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN
Projectcode: 2023-107
GSSD
Pb2wm1 24-10-2023 2,50 - 3,50 7-11-2023 Voldoet aan Streefwaarde
Index
Meetw
<0,1 -0 <0,1 -0,03 <0,1 -0,01 <0,21 0 0,21 <0,1 <0,1 <0,1 -0,02 <0,77 (2,14)
<0,2 <0,2 <0,2
<0,2 <0,2
µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,2
µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,1 <0,2
µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,42 <0,14 0,21 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
µg/l
<0,2
<0,1 (14)
µg/l
<0,1
<0,1
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,2
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
<2 <3 <2 <10 3,2 <0,2 47 <0,05 <2
µg/l
0,42
<0,2 <0,1 <0,2
GSSD
Index
<0,1 -0 <0,1 -0,03 <0,1 -0,01 <0,21 0 0,21 <0,1 <0,1 <0,1 -0,02 <0,77 (2,14)
<0,1 <0,1 <0,1 <0,2 <0,2
<0,1 <0,1 <0,42 <0,14 0,21 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
<0,2
<0,1 (14)
0,01
<0,1
<0,1
0,01
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
-0,01 -0,02
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
-0,01 -0,02
0 0 -0,05 0 0,03
<0,2 <0,2 <0,2 <0,1 <0,1 <0,2 <0,1 <0,2
<1 <2 <1 <7 3,2 <0,1 47 <0,04 <1
-0,23 -0,22 -0,23 -0,08 -0,01 -0,05 -0,01 -0,06 -0,23
<2 <3 <2 <10 <2 <0,2 49 <0,05 <2
<1 <2 <1 <7 <1 <0,1 49 <0,04 <1
-0,23 -0,22 -0,23 -0,08 -0,01 -0,05 -0 -0,06 -0,23
-0 0,01 0,01
0 -0,01
0,42
-0 0,01 0,01
0 -0,01
0 0 -0,05 0 0,03
Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16 Minerale olie C16 - C20 Minerale olie C20 - C24 Minerale olie C24 - C28 Minerale olie C28 - C32 Minerale olie C32 - C36 Minerale olie C36 - C40
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
PAK Naftaleen PAK 10 VROM
µg/l -
---------< 8,88 8,88 8,88 >T 11 14 2 6 # GSSD Index
Pb1wm1 24-10-2023 2,50 - 3,50 7-11-2023 Voldoet aan Streefwaarde <10 7 (6) <50 <35 <10 7 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6)
<0,02
-0,03
Pb2wm1 24-10-2023 2,50 - 3,50 7-11-2023 Voldoet aan Streefwaarde <10 7 (6) <50 <35 <10 7 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6) <5 4 (6)
<0,01 0 <0,00020 (11)
<0,02
-0,03
<0,01 0 <0,00020 (11)
: Geen toetsnorm aanwezig : kleiner dan de detectielimiet : <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Groter dan Tussenwaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Tabel 6: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,2 4 7 0,2 6
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Dichloorpropaan cis + trans-1,2-Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tribroommethaan (bromoform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
0,8 0,01 0,01 0,01 6
METALEN
Projectcode: 2023-107
S Diep
Indicatief
I
30 150 1000 70 300 150
0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01
80 20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5
Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l
S 20 15 15 65 5 0,4 50 0,05 15
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40
µg/l
50
600
PAK Naftaleen
µg/l
0,01
70
Projectcode: 2023-107
S Diep 0,7 2,1 1,3 24 3,6 0,06 200 0,01 1,7
Indicatief
I 100 75 75 800 300 6 625 0,3 75
BIJLAGE VI Foto's onderzoekslocatie
Digitale Watertoets
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Korte procedure 2. Advies beheer en onderhoud van oppervlaktewater 3. Advies klimaatadaptie 4. Advies kwaliteit oppervlaktewater 5. Advies afvalwaterketen 6. Advies grondwaterbeheer
Op basis van onderstaande locatie
03-10-2023 09:50
1
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing inhoudt?
nee
Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd?
nee
Is er in of rondom het plangebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Ligt in of nabij het plangebied een watergang?
ja
Ligt in of nabij het plangebied een waterkering?
nee
Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie?
nee
Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast?
nee
Wordt recreatief medegebruik van watergangen of gronden in beheer van het waterschap mogelijk gemaakt?
nee
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2?
nee
Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 500m2?
nee
Bedraagt het verschil tussen de hoogte van de weg en nee de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 20 centimeter? Is de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner dan 80cm?
nee
Zijn er kansen voor afkoppelen van bestaand verhard oppervlak?
nee
Wordt regenwater gescheiden van het afvalwater afgevoerd?
nee
Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen nee in de ondergrond? Worden bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd, waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
ligt in het plangebied een beschermd watererfgoed?
nee
ligt het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied in Overijssel
nee
ligt het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied in Gelderland
nee
Ligt het plangebied nabij een rioolwaterzuivering?
nee
Ligt het plangebied nabij een rioolgemaal?
nee
Ligt in of nabij het plangebied een persleiding?
nee
Ligt in of nabiji het plangebied een rioolwateroverstort? nee Legt u drainagemiddelen aan?
nee
03-10-2023 09:50
2
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Details 1. Korte procedure Wat moet ik doen? Gebruik alstublieft de knop "DIRECT AANVRAGEN" om uw aanvraag voor een wateradvies daadwerkelijk naar het waterschap te versturen. Hiervoor is een eenmalige registratie benodigd. De korte procedure houdt in dat u zelfstandig een waterparagraaf opstelt, waarin u toelicht hoe u op een goede manier omgaat met de relevante wateraspecten. U kunt hiervoor onze adviezen gebruiken en de standaardwaterparagraaf. Deze hebben we onder het kopje 'achtergrond' toegevoegd. Wij verzoeken u deze waterparagraaf aan te passen aan de gegevens van uw plan en de relevante wateraspecten. We vragen u deze waterparagraaf voor advies aan ons voor te leggen. Wanneer wij een positief advies verlenen kunt u de waterparagraaf invoegen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan.
Achtergrondinformatie
03-10-2023 09:50
3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets Waterparagraaf ‘toekomstgericht waterbeheer’
Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving.
Het waterschap Rijn en IJssel zorgt voor het water in uw omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering.
In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s.
Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.
Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken.
Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij willen we in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin we onze taken klimaatneutraal uitvoeren.
Gezonde leefomgeving Als waterschap zorgen we voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Wij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Ons doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met gemeenten, provincies, inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets.
Relevante wateraspecten Wateroverlast Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met m2. Daarnaast is het mogelijk om ook bestaand verhard oppervlak af te koppelen van het rioolstelsel zodat de kans op wateroverlast door toekomstige regenbuien wordt verminderd. Het gaat hierbij om m2. Om wateroverlast te 03-10-2023 09:50
4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen – afvoeren behandeld. Het hemelwater wordt ter plaatse geborgen in infiltratie- of waterbergende voorzieningen met een volume van m3. De dimensioneringsberekeningen van de diverse voorzieningen zijn opgenomen in de bijlage bij het bestemmingsplan. Op deze wijze kan regenbui T=100+10% worden opgevangen in het plangebied tot aan maaiveld of op maaiveld geborgen worden zonder dat waterschade optreedt, en vertraagd worden afgevoerd.
Bij voorkeur worden natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, regionale bergingsgebieden en overstromingsvlaktes niet bebouwd. Het plangebied beoogt geen kapitaalintensieve bouwwerken in deze gebieden. Wateroverlast voor het plangebied wordt voorkomen door <maatregelen noemen zoals ophogen, kades aanleggen oid>.
Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Om de kwaliteit van het water te waarborgen, worden de volgende maatregelen getroffen: een bodempassage in een berm/ wadi/ filtering d.m.v. een helofytenfilter, chemisch filter of mechanisch filter.
Riolering en Afvalwaterketen Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen de toename van afvalwater van verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren/geborgen worden. Voor onderhoud aan het rioolpersleidingenstelsel is bereikbaarheid noodzakelijk, hiertoe is een zonering rondom de persleiding opgenomen in de verbeelding. Tot slot worden in de milieuzone van de RWZI of rioolgemaal geen hindergevoelige functies opgenomen, die het functioneren van de installatie nu of in de toekomst kunnen belemmeren.
Grondwaterbeheer De ontwikkeling leidt niet tot wijziging van de grondwaterstand. Er wordt niet gebouwd in een gebied met een hoge grondwaterstand of kwel. De bouwwijze is aangepast aan de grondwaterstand en zettingsgevoeligheid van de bodem door ophoging van het maaiveld, kruipruimteloos bouwen, waterdicht bouwen, passende fundering, etc. Om de bestaande grondwaterstanden op peil te houden worden maatregelen genomen om neerslag in de bodem te infiltreren of in andere voorzieningen vast te houden of te bergen.
Recreatie In het plangebied zijn de volgende (nieuwe) aan het water gekoppelde recreatieve functies opgenomen: . Voor zover van dergelijke actieve recreatieve functies een vergunning van het waterschap nodig is, zal deze worden aangevraagd. In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waterobjecten aanwezig. De cultuurhistorische waarde wordt door de planontwikkeling niet aangetast.
03-10-2023 09:50
5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2. Advies beheer en onderhoud van oppervlaktewater Wat moet ik doen? Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met het reguliere onderhoudsmaterieel van het waterschap (of zijn aannemers) mogelijk te zijn. In situaties waar de ruimte beperkt is, bijvoorbeeld bij stedelijke herontwikkeling, is vroegtijdige afstemming met het waterschap nodig om te komen tot maatwerk.
Waar moet ik op letten? In de Legger zijn kern- en beschermingszones vastgelegd, waarmee de watergang en de bijbehorenden onderhoudstroken worden beschermd. De onderhoudsstroken dienen vrij gehouden te worden van obstakels. Voor activiteiten binnen de kern-en beschermingszone dient een watervergunning aangevraagd te worden.
03-10-2023 09:50
6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 3. Advies klimaatadaptie
03-10-2023 09:50
7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 4. Advies kwaliteit oppervlaktewater Wat moet ik doen? U zult voorzorgsmaatregelen moeten nemen om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen.
03-10-2023 09:50
8
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 5. Advies afvalwaterketen
03-10-2023 09:50
9
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 6. Advies grondwaterbeheer
03-10-2023 09:50
10
https://dewatertoets.nl
AERIUS-berekening
Gasthuisstraat 14, Groenlo
Oktober 2023
Definitief
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
AERIUS-BEREKENING GASTHUISSTRAAT 14, GROENLO
Auteur: Opdracht: Status: Datum: Versie:
BJZ.nu 2023-441 Definitief 26 oktober 2023 1
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1
INLEIDING .................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING ..................................................... 5
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 6 3.1 3.2 3.3
Algemeen ............................................................................................................................................... 6 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 6 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 6
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
RESULTATEN & CONCLUSIE ............................................................ 8
Aanlegfase ............................................................................................................................................. 8 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 8 Conclusie................................................................................................................................................ 8
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING ...................................................................... 9 Bijlage 1
Rekenresultaten gebruiksfase....................................................................................................... 9
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
AERIUS-Berekening Gasthuisstraat 14, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggende AERIUS-berekening heeft betrekking op de gronden van Scouting Groenlo aan de Gasthuisstraat 14 te Groenlo. Initiatiefnemer is voornemens om het scoutinggebouw ook te gebruiken als een BSO (buitenschoolse opvang) voor kinderen. Voorliggende ontwikkeling voorziet enkel in een verandering van gebruik van een bestaand pand. Om deze reden wordt in deze AERIUS-berekening alleen de gebruiksfase berekend. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven worden.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (bron: Plattekaart.nl)
In het kader van het voornemen is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2023. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS-Berekening Gasthuisstraat 14, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Het voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het gebouw van Scouting Groenlo aan de Gasthuisstraat 14 in Groenlo. Het voornemen is om het bestaand scoutinggebouw deels medegebruik als een BSO (buitenschoolse opvang). In totaal gaat het om 24 kinderen per dag. Wegens alleen de verandering in gebruiksfase wordt deze alleen in de AERIUS-berekening berekend Een berekening voor de aanlegfase hoeft dus niet worden uitgevoerd. In afbeelding 2.1 is een impressie van de gewenste ontwikkeling weergegeven.
Afbeelding 2.1 Aanzicht gewenste nieuwbouw (Bron: Scouting Groenlo)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS-Berekening Gasthuisstraat 14, Groenlo Definitief
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1
Algemeen
Het plangebied bevindt zich op circa 5,3 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, namelijk ‘Korenburgerveen’. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (‘Zwilbrocker Venn und Ellewicker Feld’) bevindt zich in Duitsland op circa 4,6 kilometer van het plangebied. Om de stikstofdepositie op dit Natura 2000-gebied te berekenen zijn vier rekenpunt handmatig toegevoegd in de AERIUS-Calculator op de 4 punten in het Natura 2000-gebied, die het dichtst bij het plangebied liggen. Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen zijn twee berekeningen gemaakt, namelijk: een berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en als gevolg van de gebruiksfase. Hieronder worden de uitgangspunten per fase toegelicht.
3.2
Aanlegfase
Het voornemen heeft betrekking op het toestaan van een extra gebruiksfunctie aan een al bestaand gebouw. Het bestaand gebouw is al geschikt voor deze functie. Er hoeven dus geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaats te vinden om het voornemen mogelijk te maken. Hierdoor wordt de aanlegfase niet meegenomen in deze AERIUS-berekening.
3.3
Gebruiksfase
3.3.1
Algemeen
In de gebruiksfase worden alle mogelijke stikstof emitterende bronnen nader onderzocht en toegelicht. In de onderhavige situatie is er sprake van gasverbruik en van verkeersgeneratie. Deze twee bronnen worden in onderliggende paragraven nader onderzocht en toegelicht. 3.3.2
Gasverbruik
De gebouw is niet op het gasnet aangesloten. Deze wordt middels energiezuinige airco’s verwarmd. Hierdoor is het gebouw zelf geen NOx of NH3 emitterende bron. Het gebouw is hierom neutraal (zonder emissies) gemodelleerd als oppervlaktebron in de AERIUS-berekening. 3.3.3
Verkeersgeneratie
De scouting en de BSO brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee, welke een invloed hebben op de AERIUS-berekening en in ogenschouw te worden genomen. Op basis van richtlijnen van het CROW wordt het volgende aantal kinderen met de auto gebracht en gehaald: •
65% van de kinderen van de kinderdagopvang: 24 kinderen, totaal 16 auto’s (halen én brengen) (per werkdag, 80 auto’s per week).
Voor de scouting zijn geen cijfers bij het CROW bekend, waardoor vanuit wordt gegaan dat de helft van de leerlingen met de auto worden gebracht en gehaald (worst case): •
50% van de kinderen van de scouting: 105 kinderen, totaal 40 auto’s (halen en brengen) (per week).
In totaal levert dit voor scouting en camping 65 auto’s per week voor het halen en brengen van kinderen. Voor het totaal aantal aanwezige begeleiders wordt uitgegaan van 1 begeleider per 5 kinderen. In totaal komt dit uit op 24:5*5+80:5+50:5=50 auto’s en 100 verkeersbewegingen per week. Aangenomen is dat alle begeleiders met de auto komen. De totale verkeersgeneratie voor de scouting, camping en BSO komt neer op afgerond 390 verkeersbewegingen per week (20.280 verkeersbewegingen per jaar).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS-Berekening Gasthuisstraat 14, Groenlo Definitief Verder wordt er tevens rekening gehouden met het vervoer van goederen. Aangenomen wordt dat er per dag gemiddeld 1 zwaar vrachtvoertuig het gebouw aandoet. Gezien de ligging van het plangebied zal het gebruiksverkeer het projectgebied verlaten en bereiken via de Gasthuisstraat. Vanaf hier zijn twee mogelijke routes. De eerste route gaat in noordelijke richting via de Gasthuisstraat, via Barakkenplaats, via Nieuwestraat. Ter hoogte van het kruispunt met de Eibergseweg en de Industrieweg gaat het gebruiksverkeer op in het heersende verkeersbeeld. De tweede mogelijke route gaat in zuidelijke richting over de Gasthuisstraat. Het gebruiksverkeer gaat via Mattelierstraat, via Winterswijkseweg om zo de op- en afrit van de Rondweg (N319) te bereiken, waar het verkeer vervolgens opgaat in het heersende verkeersbeeld. Gesteld wordt dat het verkeer afkomstig van het plangebied op de genoemde wegen verdund is tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en dat het verkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden zal zijn van het overige wegverkeer. Om een uiterst worst-case scenario te berekenen is 100% van de verkeersbewegingen op beide routes gemodelleerd. Zodoende is met twee keer zoveel gebruiksverkeer gerekend dan wordt verwacht.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS-Berekening Gasthuisstraat 14, Groenlo Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN & CONCLUSIE
Aanlegfase
Omdat het voornemen enkel uitgaat van het toevoegen van een extra functie aan een bestaand gebouw en daarvoor geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden nodig zijn om het voornemen mogelijk te maken, hoeft geen berekening voor de aanlegfase uitgevoerd te worden.
4.2
Gebruiksfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd.
4.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS-Berekening Gasthuisstraat 14, Groenlo Definitief
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1
Rekenresultaten gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
BJZ.nu B.V. Gasthuisstraat 14, 7141 BT Groenlo Schouting/kamping/OBS De gebruiksfase van de Schouting en OBS
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RpiPbKhB2DdA 26 oktober 2023, 10:12 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RpiPbKhB2DdA (26 oktober 2023)
2025 -
0,6 kg/j
18,2 kg/j
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1
Wonen en Werken | Recreatie | Scouting gebouw Verkeersnetwerk
RpiPbKhB2DdA (26 oktober 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,6 kg/j
18,2 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RpiPbKhB2DdA (26 oktober 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RpiPbKhB2DdA (26 oktober 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
1 2 3 4
RpiPbKhB2DdA (26 oktober 2023)
Naam
Coördinaat
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
Vogelschutzgebiet 'Moore und Heiden des westlichen X:244238 Y:450972 Münsterlandes' (4 km) Zwillbrocker Venn u. Ellewicker Feld (4 km) X:244239 Y:451075 Rekenpunt 3 X:244238,66 Y:451403,99 Rekenpunt 4 X:244239,75 Y:451869,61
6/7
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Scouting gebouw Uittreedhoogte Locatie X:239677,05 Warmteinhoud Y:451012,18 Spreiding Oppervlakte 3,84 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
1,0 m 0,002 MW 1m
Gebruiksverkeer noord X:239553,91 Y:451472,94 975,49 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Gebruiksverkeer zuid X:239698,46 Y:450683,6 975,33 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 9,1 kg/j Type scherm - NO₂ 2,0 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
20.280,0 /jaar 0,0 /jaar 730,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 9,1 kg/j Type scherm - NO₂ 2,0 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
20.280,0 /jaar 0,0 /jaar 730,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RpiPbKhB2DdA (26 oktober 2023)
7/7
Quickscan natuurwaardenonderzoek Gasthuisstraat 14 Groenlo
Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000
Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Gasthuisstraat 14 Groenlo Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852
Opdrachtgever: BJZ Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 5534 versie 1.0 Ligging plangebied: Gasthuisstraat 14 Groenlo Auteur: M. Mateman
Status: definitief Rapportdatum: 28-09-2023 Veldwerk uitgevoerd door: J. Tamminga
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
1
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 1
INLEIDING ................................................................................................................................. 4
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED ........................................................................................................................ 5
2.1 Situering ................................................................................................................................................ 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................ 6 HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN ...................................................................................................... 7
3.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ............. 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................ 7 HOOFDSTUK 4
TOETSINGSKADERS...................................................................................................................... 9
4.1 Algemeen .............................................................................................................................................. 9 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 ................................................................................................. 9 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming .................................................................................... 9 4.4
Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................ 10
4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden .......................................................................................... 10 HOOFDSTUK 5
GEBIEDSBESCHERMING .............................................................................................................. 11
5.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 11 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ...................................................................... 11 5.3 Natura 2000......................................................................................................................................... 12 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................ 13 6.1 Verwachting en bureauonderzoek ...................................................................................................... 15 6.1.1 Algemeen...................................................................................................................................... 15 6.1.2 Bronnenonderzoek ....................................................................................................................... 15 6.2 Veldonderzoek .................................................................................................................................... 15 6.3 Resultaten ...........................................................................................................................................
16 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep ............................................................................ 18 6.5 Historische gegevens en overige bronnen .......................................................................................... 20 6.6 Volledigheid van het onderzoek.......................................................................................................... 20 HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES ............................................................................................................................ 21
2
SAMENVATTING Het voornemen bestaat om een nieuw scoutinggebouw te realiseren aan de Gasthuisstraat 14 in Groenlo. Hiervoor worden twee barakken die aan de noordkant van het terrein staan gesloopt. Het nieuwe gebouw wordt ten opzichte van de huidige bebouwing schuin op het grasveld gebouwd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 28 augustus 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied.
Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het GNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de ontwikkel- en gebruiksfase. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten uitsluitend benut als foerageergebied. Er nestelen geen vogels in het plangebied en grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en amfibieën bezetten er geen vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats.
Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd dier gedood en wordt geen vaste rustof voortplantingsplaats van een beschermd dier beschadigd of vernield. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde soorten niet af. Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Uitvoeren stikstofberekening voor zowel ontwikkel- als gebruiksfase;
3
HOOFDSTUK 1
INLEIDING Het voornemen bestaat om een nieuw scoutinggebouw te realiseren aan de gasthuisstraat 14 in Groenlo. Hiervoor worden de twee barakken die aan de noordkant van het terrein staan gesloopt. Het nieuwe gebouw wordt ten opzichte van de huidige bebouwing schuin op het grasveld gebouwd. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied.
Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk).
Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.
4
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd op het adres Gasthuisstraat 14 in Groenlo. Het ligt aan de rand van het oude stadscentrum en wordt aan de oost- en noordkant begrensd door de stadsmuur/stadswal en gracht. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
5
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied is het terrein van de scouting van Groenlo dat tegen de oude stadswal van de binnenstad van Groenlo aanligt. Het terrein bestaat uit vier gebouwen, bomen die verspreidt over het terrein staan en grasvelden aan noord- en zuidkant van het terrein. Aan de noordkant van het terrein is een opening in de stadswal waar een vlonder over de gracht is aangelegd. Verder staan er verspreid over het terrein een aantal kleine bouwwerken zoals een opslag voor hout en een bouwkeet. De twee gebouwen op het terrein die grenzen aan de Gasthuisstraat hebben een karakteristieke uitstraling achter deze gebouwen zijn twee barakken met een steens buitenmuur, houten gevelbetimmering en daken die bedekt zijn met dakleer. Rondom de gebouwen op het terrein ligt erfverharding van tegels en grind. De rest van het terrein bestaat uit grasveld en bomen.
Luchtfoto en begrenzing van het plangebied (gele lijn) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
6
HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN
3.1 Algemeen Het voornemen bestaat om een nieuw scoutinggebouw te realiseren aan de Gasthuisstraat 14 in Groenlo. Hiervoor worden de twee barakken die aan de noordkant van het terrein staan gesloopt. De karakteristiek ogende gebouwen aan de Gasthuisstraat grenzen blijven behouden. Het nieuwe gebouw wordt ten opzichte van de huidige bebouwing schuin op het grasveld gebouwd. Voor de realisatie van het nieuwe gebouw worden geen bomen of beplanting gerooid.
Plattegrond van het wenselijke eindbeeld (bron: ADVIESBUROVANDERBOOM).
De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Slopen twee barakken; • Bouwrijp maken ondergrond; • Bouwrijp maken bouwplaats;
3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;
3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit 7
noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan de openbare weg en de stadsmuur/stadswal. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gelijk aan het plangebied.
8
HOOFDSTUK 4
TOETSINGSKADERS
4.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of 9
•
onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.
4.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland
4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermd het areaal bos in ons land. Houtopstanden die voldoen aan één van onderstaande criteria vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Dit geldt voor bossen, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en beplanting van bosplantsoen. De opstand moet buiten het erf liggen. - De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een zelfstandige eenheid groter dan 10 are (1.000m2); - De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. (Vanwege de ligging in de woonkern Groenlo, is bescherming van houtopstanden verder niet aan de orde).
10
HOOFDSTUK 5
GEBIEDSBESCHERMING
5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Gelders Natuurnetwerk. 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de versterking van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte.
De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provincie dekkende inventarisatie plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities. Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt op minimaal 430 meter van gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.
GNN
GO
430 meter afstand tussen het plangebied en de gronden die tot het GNN behoren
Ligging van Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelignszone (GO) in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. Gronden die tot de Gelders Natuurnetwerk behoren worden met de donkergroene kleur aangeduid. Gronden die tot de Groene Ontwikkelingszone behoren worden met de lichtgroene kleur aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
11
Beschermingsregime De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid Omdat het plangebied buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Gelders Natuurnetwerk.
5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming).
In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 5,30 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is het Korenburgerveen.