CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp ruiterweg 2 toelichting bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 21 november 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Herziening Ruiterweg 2 Groenlo’18.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Geur

Om inzicht te krijgen of het bestemmingsplan uitvoerbaar is voor wat betreft het aspect geurhinder van veehouderijen, wordt per locatie van het bestemmingsplan een nadere toelichting gegeven. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen gaat het erom voor geurhinder van veehouderijen aan de volgende voorwaarden te voldoen: het kunnen garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Hiervoor is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten. Dit zijn gebouwen bestemd en geschikt voor menselijk verblijf, zoals woningen, kantoren en scholen. Situatie plangebied In dit geval is sprake van functieverandering van "agrarisch" naar "wonen", zonder dat sprake is van een bouwkundige uitbreiding van de woning. Dit leidt niet tot een 40

Ruiterweg 2 Groenlo

belemmering van omliggende veehouderijen. Op grond van de geurwetgeving is een woning die op of na 19 maart 2000 ophoudt deel uit te maken van een veehouderij gelijk te stellen aan een woning, die deel uitmaakt van een veehouderij. In beide gevallen geldt ten opzichte van omliggende veehouderijen enkel een minimaal in acht te nemen afstand van 50 meter. Aan die minimumafstand wordt in dit geval voldaan. Voor wat betreft de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat gelden soortgelijke overwegingen. Het woon- en leefklimaat als zodanig verandert niet door de functieverandering, zodat de ontwikkeling alleen daarom al toelaatbaar is. Overigens liggen veehouderijen in de omgeving van deze locatie op zodanige afstand en/of zijn van zodanige omvang dat de geurbelasting op de woning niet tot waarden leidt waarbij het woon- en leefklimaat in het geding is. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering met betrekking tot het planvoornemen. 4.8

Externe veiligheid

Om inzicht te krijgen of het bestemmingsplan uitvoerbaar is voor wat betreft het aspect externe veiligheid, wordt per locatie van het bestemmingsplan een nadere toelichting gegeven. Externe veiligheid beschrijft de risico's met een externe werking, die ontstaan door het transport van, de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Getoetst wordt aan de volgende wet- en regelgeving: Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het besluit Externe veiligheid inrichtingen (BEVI), de bijbehorende regeling en de circulaire effectafstanden LPG tankstations. Voor transportroutes over weg, water en spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de wet basisnet. Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB). Situatie plangebied Risico's Met behulp van de risicokaart externe veiligheid is gekeken naar de risico’s in de omgeving van het plangebied. De risicokaart is hulpmiddel om risico bronnen in de omgeving te kunnen bepalen. Onderstaand is de afstand van het plangebied tot Toelichting

41

dichtstbijzijnde risicobron te zien.

Afbeelding 4.4: fragment risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl) Na onderzoek met behulp van de risicokaart kan het volgende worden gesteld. De locatie: bevindt zich niet binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); bevindt zin niet in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; is niet gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; is niet gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen het plangebied vindt geen uiterlijke wijziging plaats van gevoelige objecten. Zowel een agrarische bedrijfswoning als een reguliere woning zijn gevoelige objecten. Er vinden eveneens geen bouwactiviteiten plaats. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van de bestemming van agrarisch naar wonen. Conclusie Het planvoornemen is voor het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

42

Ruiterweg 2 Groenlo

4.9

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype tot rustig buitengebied:

Toelichting

43

Tabel 1: richtafstanden per categorie en gebied Daarnaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. Situatie plangebied Wonen In dit geval is er sprake van een rustig buitengebied gelet op de functies zoals woningen en (agrarische) bedrijven op grote afstand van elkaar. In de omgeving zijn de volgende bedrijven met bijbehorende richtafstand aanwezig: Adres

Omschrijving + SBI

Milieucatego Richtafstand Afstand tot

2008

rie

rustig

'Wonen'

buitengebie d Ruiterweg 4

Fokken en houden

3.2

100 meter

220 meter

van rundvee 0141/0142 Tabel: richtafstanden bedrijven in de omgeving De kortste afstand gemeten van de nieuwe woonbestemming tot de bedrijfsbestemming (worst-case) is 220 meter. Hiermee wordt voldaan aan de minimale richtafstand die van toepassing is. Nevenfuncties Binnen het plangebied wordt de nevenfuncties mogelijk gemaakt in de vorm van houtbewerking en verblijfsrecreatie. De nevenfuncite verblijfsrecreatie zal geen effect hebben op de omgeving. Voor de afstand van de verblijfsrecreatie tot bedrijven in de omgeving wordt voldaan aan de minimale afstand van 100 meter die 44

Ruiterweg 2 Groenlo

in bovenstaande tabel is weergegeven. De nevenfucntie houtbewerking heeft wel een uitstraling op de omgeving. In onderstaande tabel is de afstand van de nevenfunctie houtberwerking tot de gevoelige bestemmingen in de omgeving opgenomen. De activiteit houtbewerking zal niet meer dan 200 m2 bedragen waardoor SBI code 162 van toepassing is. De overige ruimte binnen het gebouw wordt gebruikt voor opslag. Uit deze tabel volgt dat aan de richtafstanden voor deze functie wordt voldaan. Adres

Omschrijving + SBI

Milieucatego Richtafstand Afstand tot

2008

rie

(nevenactiviteit)

rustig

'Wonen'

buitengebie d

Ruiterweg 3

Timmerwerkfabrie 3.1

50 meter

90 meter

50 meter

150 meter

ken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 (SBI 162) Berkenhofweg 1

Timmerwerkfabrie 3.1 ken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 (SBI 162)

Tabel: richtafstanden t.o.v. gevoelige objecten in de omgeving Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

Toelichting

45

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend plan (wat betekent dat het huidige gebruik en de huidige verschijningsvorm als uitgangspunt dienen). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre. 5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'Herziening Ruiterweg 2 te Groenlo' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand met bijbehorende regels. Waar nodig zijn aanduidingen op de verbeelding opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard. 5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. 46

Ruiterweg 2 Groenlo

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2).Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen.

Bestemmingsregeling Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die Toelichting

47

opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied. Specifieke gebruiksregels In sommige bestemmingen is het noodzakelijk om het gebruik zoals toegelaten in de bestemmingsomschrijvingen nader te specificeren. Ter nadere toelichting is in sommige bestemmingen aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval vallen onder strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 2.1 Wabo. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken. Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' een omgevingsvergunningplicht. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene 48

Ruiterweg 2 Groenlo

aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 5.3.2

Bebouwing

In het bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor de situering en maatvoering van bouwwerken is het belangrijk dat er regels zijn opgenomen met betrekking tot: Goot- en bouwhoogte De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van (hoofd)gebouwen is in de regels opgenomen in '4.2 Bouwregels'. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is eveneens opgenomen in de regels in de subparagraaf “bouwwerken, geen gebouwen zijnde”. Situering gebouwen Voor bouwwerken is met betrekking tot de situering op de verbeelding en in de regels onderscheid gemaakt door teopassing van de aanduidingen 'aaneengebouwd' en 'specifieke vorm van wonen - nevenactiviteit'. Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, kunnen soms ook buiten het bouwvlak worden toegestaan. De maatvoering is in de planregels uitgewerkt. Bebouwingspercentage Omdat de bouwvlakken vrij krap om de bestaande en geplande hoofdbebouwing heengelegd is, is het niet noodzakelijk om een bebouwingspercentage op te nemen binnen het bouwvlak. 5.3.3

Bestemmingsregels

Wonen Bestemmingsomschrijving

Toelichting

49

Aan een woning is in dit bestemmingsplan de bestemming Wonen toegekend als sprake is van een een nieuw te bouwen woning waarvoor een positief gemeentelijk principebesluit is ingenomen of een voormalige agrarische bedrijfswoningen op percelen waar ook de agrarische functie is verdwenen. Het bestaande erf is het uitgangspunt voor het toe te kennen bestemmingsvlak geweest. De situering van het bestemmingsvlak is maatwerk waarbij in ieder geval het ontzien van de omliggende waarden in de afweging betrokken is. Bij het bepalen van het bestaande erf is gebruik gemaakt van een combinatie van gegevens: kadastrale kaart, luchtfoto's, de inventarisatie en de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Bouwregels De maatvoering van de woonbebouwing is geregeld in de bouwregels van de woonbestemming. In de bouwregels is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. De maatvoering van de bebouwing is vastgelegd in het bestemmingsplan. De maatvoering in de bouwregels vindt zijn grondslag in de voorgaande bestemmingsplannen voor wonen. De inhoudsmaat voor alle woningen, dus ook bedrijfswoningen, in het buitengebied mag niet meer dan 750 m3 bedragen. De bestaande maatvoering van de bebouwing kan verschillen met de maatvoering welke is voorgeschreven in het bestemmingsplan.

Om deze reden is in de bouwregels de volgende regel opgenomen: indien de bestaande bebouwing afwijkt van de bouwregels dan geldt de bestaande bebouwing op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. Met andere woorden, de bestaande bebouwing is toegestaan, mits deze bebouwing op legale wijze is gerealiseerd. Voor bijgebouwen bij de burgerwoningen geldt als uitgangspunt een oppervlaktemaat van maximaal 150 m2, waarbij als voorwaarde geldt dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd. Overeengekomen is dat een deel van de bedrijfsgebouwen mag blijven bestaan met een totaal oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de woningen van 225 m2. Beide nevenfuncties, houtbewerking en verblijfsrecreatie, krijgen een aparte aanduiding waar een maximale oppervlakte van 375 m2 per activiteit aan gekoppeld is. Er mogen niet meer dan twee woningen gerealiseerd worden binnen de afmetingen 50

Ruiterweg 2 Groenlo

van de bestaande voormalige bedrijfswoning. In de bestemmingsomschrijving is omschreven dat dit maximaal 2 woningen mogen zijn per bestemmingsvlak, tenzij dit anders is omschreven. Om te borgen dat de gewenste landschappelijke inrichting als bedoeld in paragraaf 2.2 ook wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 4.4. Daarin is geregeld dat er bij de woningen sprake is van strijdig gebruik als binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de landschappelijke inpassing conform het in Bijlage 1 bij de regels opgenomen inrichtingsplan niet is gerealiseerd of na realisatie onvoldoende in stand wordt gehouden. Ook voor het gebruik van de voormalige bedrijfsgebouwen ten behoeve van de nevenfuncties is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze is gericht op de (gedeeltelijke) sloop van de gebouwen. De sloop dient plaats te vinden binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het plan en de oppervlakte na sloop maximaal 375 m2 mag bedragen. Archeologie Binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 3' opgenomen met daarin de regels die vanuit het parapluplan Archeologie nu ook van toepassing zijn. Onder voorwaarden 30 cm onder maaiveld en gelijk of groter dan 1.000 m2.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn regels opgenomen ten behoeve van overschrijdingen van de bouwgrenzen. Tevens is een vervangende bouwregel opgenomen ten behoeve van bestaande bebouwing die afwijkt van de in de regels en op de verbeelding opgenomen maatvoering.

Toelichting

51

Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 75 m³. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor; het in geringe mate aanpassen van het plan zelf indien bij de uitmeting blijkt dat een dergelijke aanpassing van gewenst of noodzakelijk is; het bouwen van gebouwen van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes, en; het beperkt anders situeren en begrenzen van bouwvlakken. Aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden gekoppeld. Parkeerregelgeving In artikel 10 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan.

Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt. Voor één aanwezige bewoner van de bedrijfswoningen aan de Industrieweg waarvan het gebruik met voorliggend bestemmingsplan onder het overgangsrecht wordt gebracht, is in het plan voorzien 52

Ruiterweg 2 Groenlo

in persoonsgebonden overgangsrecht zodat zowel de voortzetting als de beëindiging van het gebruik ook buiten de planperiode is geborgd. Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

Toelichting

53

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Ter voldoening hieraan is een concept van het ontwerpbestemmingsplan overlegd met de vooroverlegpartners. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken van 18 augustus tot en met 28 september 2023 ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ontvangen. 6.2

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst aangegaan waarin alle kosten conform artikel 6.2.3/6.2.4 Bro zijn opgenomen. Planschade Een belanghebbende kan, na een besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan, een verzoek indienen om een tegemoetkoming in de schade, indien die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in artikel 6.1 tweede lid Wro genoemde oorzaak (artikel 6.1 Wro). Eventuele planschade wordt verhaald op de initiatiefnemer. Conclusie Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die 54

Ruiterweg 2 Groenlo

gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente zijn een anterieure overeenkomst aangegaan waarmee de economische uitvoerbaarheid is vastgelegd. Een exploitatieplan is niet nodig.

Toelichting

55

Bijlagen

56

Ruiterweg 2 Groenlo

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

Toelichting

57

Landschappelijk inpassingsplan Ruiterweg 2, Groenlo

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

1.1 Aanleiding

4

2. Analyse plangebied

6

2.1 Huidige situatie

6

2.2 Uitgangspunten huidige situatie

6

2.3 Landschappelijke analyse

12

2.4 Uitgangspunten landschappelijke analyse

12

2.5 Inventarisatie cultuurhistorische waarden

14

2.6 Uitgangspunten cultuurhistorie

14

2.7 Beleidsanalyse

16

2.8 Uitgangspunten beleidsanalyse

16

3. Landschappelijk inpassingsplan

18

3.1 Ontwerp

18

3.2 Erfensemble

18

3.3 Landschap

18

4. Beplantingsplan

20

4.1 Beplantingsplan

20

Opdrachtgever Ruiterweg 2 7142 JE Groenlo

Opdrachtnemer Ontwerpbureau Luijendijk Oude Borculoseweg 3 7231 PR Warnsveld www.dirkluijendijk.nl info@dirkluijendijk.nl

Projectgegevens projectnummer: 396 Datum: 12 juli 2022 Opgesteld:

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De familie

(initiatiefnemer) is woonachtig op het voormalig agrarische erf aan de Ruiter-

weg 2 (plangebied) in het buitengebied van Groenlo, gemeente Oost Gelre. Middels afwijkingsprocedure wordt het erf herbestemd van agrarisch naar wonen en wordt de woning gesplitst tot twee wooneenheden. Ten behoeve van de nieuwe woonsituatie wordt de woning verbouwd en gemoderniseerd en krijgt de buitenruimte een andere vormgeving. Ten behoeve van een passende inrichting van de ontwikkeling in haar omgeving wordt een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In voorliggend landschappelijk inpassingsplan wordt het plangebied landschappelijk geanalyseerd waaruit uitgangspunten voor de nieuwe erfinrichting en landschappelijke inpassing worden geconcludeerd. De initiatiefnemer heeft in januari 2022 het plangebied laten inventariseren op cultuurhistorische waarden door bureau Dulcken erfgoed advies. De aanbevelingen uit dit rapport (pagina 6) bieden uitgangspunten. Aan de hand van de uitgangspunten wordt het landschappelijk inpassingsplan opgesteld en wordt deze aangevuld met een landschappelijk beplantingsplan.

Afbeelding 1. Zicht op de woning en kuilplaten vanaf de Ruiterweg

4

Afbeelding 2. Locatie plangebied. (pdok.nl)

Inleiding - 5

2. Analyse plangebied 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de Ruiterweg 2 in het buurtschap Zwolle, ten noord-oosten van Groenlo. Het erf bestaat uit een hallehuisboerderij met aanbouw en enkele losse schuren. De boerderij stamt uit begin vorige eeuw en geldt als ‘hoofdgebouw’ op het erf. De boerderij is prominent zichtbaar vanaf de Ruiterweg. De losse schuren, bestaande uit een wagenloods, ligboxenstal, varkensschuur en een mestsilo, zijn van latere bouwperiodes en bevinden zich allen op het achtererf. Het voorerf is ingericht met een markante rij lindebomen langs de inrit, een met ligusterhaag omzoomde voortuin en aan de zuidoostzijde een viertal kuilvoerplaten. Dat laatste is opmerkelijk daar de kuilvoerplaten traditioneel meestal een plek kregen op het achtererf. Aan de oostzijde van het plangebied ligt een tweede inrit welke met enkele berken is aangezet. Het achtererf is verder beperkt ingericht met enkele berkenbomen en struweel in het overhoekje achter de kapschuur. Het landschap heeft een half-open karakter en wordt gekenmerkt door een licht geaccidenteerd terrein. Het landschap wordt ruimtelijk begrensd door bomenlanen, verspreid liggende erven en bospercelen en opgaand groen langs de Leerinkbeek. Het landschap rond het plangebied kent een rationele blokverkaveling met een liniaalrecht wegenpatroon met direct daaraan gelegen de verspreid liggende erven.

2.2 Uitgangspunten huidige situatie •

De hallehuisboerderij geldt als hoofdgebouw. Het is wenselijk met de verbouw van de boerderij de markante gevel terug te laten komen en deze zichtbaar te houden in het straatbeeld, prominent op het voorerf. Overige bebouwing moet ruimtelijk ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw. Bij renovatie deze voorzien van sobere, natuurlijke dak- en gevelbekleding met gedekte tinten;

•

Het is wenselijk de markante rij lindebomen in de ontwikkeling te behouden. Om dit beeld ook in de toekomst te behouden is het wenselijk het erfensemble met enkele nieuwe grote bomen aan te vullen;

•

Het verschil tussen voor- en achtererf is diffuus, onder andere door de aanwezigheid van de kuilvoerplaten op het voorerf. Het is wenselijk deze te verwijderen en de ruimte te voorzien van een voor een voorerf kenmerkende inrichting;

•

Het achtererf kent een open inrichting met een sterke relatie naar het achterliggende land. Dit beeld is karakteristiek en wenselijk deze te behouden;

•

Het erf en haar omgeving hebben een rationele inrichting. Toevoeging van lijnvormige groenstructuren kunnen aan dit beeld bijdragen.

6

Noot

Stal Weide

Struweel

Kapschuur Berken

Erfverharding

Mestsilo

de

Boerderij (hoofdgebouw)

ing lin

Stal

Berken

Laanb eplant

Kuilplaten

Voorerf met ligusterhaag

Inrit Ruiterwe

g

Laanbep

Inrit

lanting e

h

en

rk Be

, la eg w f o

b ing

t lan

p be

an

Afbeelding 3. Verbeelding huidige situatie plangebied

k

eu

ik

Analyse plangebied - 7

Afbeelding 4. Inrit begeleid met lindebomen geeft langs de westzijde toegang tot het erf.

Afbeelding 5. Voorerf voor de karakteristieke boerderij is sober ingericht en omzoomd door een ligusterhaag.

8

Afbeelding 6. Oostelijk bevindt zich een inrit welke toegang geeft tot de kuilplaten en het achtererf

Afbeelding 7. Veestal en kuilplaten ten oosten van de boerderij.

Analyse plangebied - 9

Afbeelding 8. Mestsilo met karakteristieke houten betimmering op het achtererf. Jonge opslag van ruwe berk.

Afbeelding 9. Berkenlaantje op het achtererf. Kapschuur (wagenloods) en een tweede stal op de achtergrond.

10

Afbeelding 10. Boerderij kent een aanbouw uit verschillende bouwperiodes.

Afbeelding 11. Her achtererf met de wagenloods en stal.

Analyse plangebied - 11

2.3 Landschappelijke analyse Op de reliëfkaart wordt het licht geaccidenteerde landschap goed zichtbaar. De locatie van het erf was een geschikte plek om in het begin van de ontginning te vestigen. Het erf is hoog en droog gesitueerd aan de rand van het beekdal. De hallehuisboerderij aan de Ruiterweg 2 te Groenlo wordt voor het eerst zichtbaar op de historische kaart van omstreeks 1920. Het gebied waarin het erf ligt wordt aangeduid als Zwollesche Veld en kent een rationele verkaveling met ontginningsassen zoals de Ruiterweg en de Berkenhofweg. Het landschap heeft tot in de 19e eeuw bestaan uit woeste heidegronden. De Boerderij aan de Ruiterweg 2, later aangeduid als ‘Smeenk’, is een van de eerste boerderijen die in het landschap worden gevestigd en het landschap in ontginning brengen, een jong veldontginningslandschap ontstaat. Het erf is in het begin nog kleinschalig. Omstreeks 1950 is het erf uitgebreid met een aanbouw aan de boerderij en een bijgebouw op het achtererf. De huidige oprit is met laanbeplanting zichtbaar en ook is er een boomgaard ten oosten van de boerderij. Rond het jaar 2000 heeft het erf haar huidige vorm bereikt. De boomgaard is er dan niet meer. Tussen de boerderij en de bijgebouwen zijn nog enkele (inmiddels verdwenen) erfbomen afgebeeld.

2.4 Uitgangspunten landschappelijke analyse •

Met een compacte inrichting van het erfensemble wordt het contrast tussen het erf en het open beekdal versterkt;

•

Het rationele karakter van het veldontginningslandschap kan worden versterkt door de aanplant van erf- en erfgrensbeplanting;

•

Het is wenselijk de verdwenen hoogstamboomgaard terug te brengen op de plek van de kuilvoerplaten. Ook is het wenselijk enkele markante erfbomen terug te laten komen waardoor het erfensemble een meer samenhangend geheel vormt. Leerink- / Hupselschebeek

Beekd

al

Ruiterweg

Natuurlijke hoogte (Hn21x = veldpodzolgrond met oude klei in de ondergrond)

Afbeelding 12. Reliëfkaart; Plangebied ligt aan de rand van het beekdal (ahn)

12

Afbeelding 13. Historische kaart omstreeks 1920 (topotijdreis.nl)

Afbeelding 14. Historische kaart omstreeks 1950 (topotijdreis.nl)

Afbeelding 15. Historische kaart omstreeks 1950 (topotijdreis.nl)

Analyse plangebied - 13

2.5 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - Dulcken erfgoed advies In januari 2022 heeft de initiatiefnemer een inventarisatie cultuurhistorische waarden laten opstellen door Dulcken erfgoed advies uit Groenlo. In het adviesrapport wordt naast bouwkundig advies, ook advies en aanbevelingen gegeven aangaande de inrichting van het erfensemble. Deze aanbevelingen gelden als uitgangspunten voor het landschappelijk inrichtingsplan.

2.6 Uitgangspunten Cultuurhistorische inventarisatie •

Het erf van een boerderij in een open jong ontginningslandschap kende een singelbeplanting rondom het erf en lagen als omzoomde eilandjes in een verder betrekkelijk open landschap;

•

Behoud de verschijningsvorm van het hoofdgebouw als ontginningsboerderij;

•

Scheiding tussen het woon- en bedrijfsgedeelte (voor- en achtererf) herkenbaar houden en versterken;

•

Vervang de kuilvoerplaten en betrek de ruimte bij het voorerf door deze passend in te richten als een met haag omzoomde (fruit)boomgaard;

•

Agrarische bebouwing een passende bestemming geven;

14

Afbeelding 16. Inventraisatie cultuurhistorische waarden.

Analyse plangebied - 15

2.7 Beleidsanalyse In mei 2007 heeft de gemeente Oost Gelre het landschapsontwikkelingsplan (LOP) ‘Groen licht voor het landschap’ opgesteld. Hierin is het landschapsbeleid van de gemeente vastgelegd. Deze beleidsnota heeft als doel de landschappelijke eenheid en kwaliteit te versterken waarbij ruimte wordt geboden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen. In het LOP wordt de gemeente Oost Gelre ingedeeld in drie zones en 11 landschapsensembles. Per zone en landschapsensemble geeft het LOP handvatten aan beoogde ontwikkelingen in het gebied. Deze handvatten gelden als uitgangspunten voor het landschappelijk inpassingsplan. Het plangebied aan de Ruiterweg 2 ligt in de zone van het Oost-Nederlands plateau, in het landschapsensemble Zwollesche Veld. De handvatten voor deze locatie worden gegeven op pagina 89 van het LOP (afb. 17 in dit rapport).

2.8 Uitgangspunten beleidsanalyse •

Het Zwollesche veld is vanouds een grootschalig en agrarisch ingericht landschap, voortgekomen uit heideontginningen in het begin van de 20e eeuw. -Het is wenselijk dit karakteristiek te behouden en te versterken, bijvoorbeeld door het contrast te vergroten tussen het erfensemble en het open landschap;

•

De groen-blauwe dooradering dient vooral gekoppeld te worden aan de beken en de wegen;

•

Op te poetsen parels: verschraalde bermen bij erf; typerende erfbeplanting;

•

Eik, berk en grove den zijn gebiedseigen bomen;

•

Overloopgebieden in richten met heischrale vegetatie.

16

Plangebied

Afbeelding 17. Pagina 89 uit het LOP Groen licht voor het landschap.

Analyse plangebied - 17

3. Landschappelijk inpassingsplan 3.1 Ontwerp Aan de hand van de geformuleerde uitgangspunten is het landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Met het plan is ingezet op het versterken van een herkenbaar en karakteristiek erfensemble in een jong veldontginningslandschap. De hallehuisboerderij is en blijft prominent op de voorgrond aanwezig, het verschil tussen voor- en achtererf wordt duidelijker, rationele kavelstructuren en erfgrenzen zijn benadrukt en er ontstaat een meer samenhangend erfensemble in contrast met het open landschap. Het erf is ruim voorzien in nieuwe groenstructuren waardoor het, samen met de ontwikkeling van kruidenrijk en heischraal grasland, een sterke bijdrage levert aan de ecologische kwaliteit in het landschap.

3.2 Erfensemble Op het voorerf van de Ruiterweg 2 vindt een grote verandering plaats. De kuilvoerplaten met bijbehorende erfverharding heeft plaatsgemaakt voor een hoogstam boomgaard omzoomd door menghagen, een houtsingel en laanbomen langs de berm. De ligusterhaag voor de woning is kenmerkend voor de tijdsperiode van medio 20e eeuw en blijft behouden. Andere hagen op het voorerf zijn aangeplant met beuk, waarmee onder andere een ruimtelijke verdeling is gemaakt tussen de twee woningen. Langs de westelijke inrit blijft de markante rij lindebomen behouden, de oostelijke inrit is voorzien van een struweelhaag en enkele erfbomen. Op het achtererf is de kapschuur gesloopt en is een gemeenschappelijk erf gesitueerd. Langs de westelijke erfgrens is een nieuwe houtsingel opgetrokken. Verder blijft het achtererf vrij open van karakter. Het oppervlak aan erfverharding neemt af en het grasland is gedeeltelijk ingericht met heischrale vegetatie. Een berkensingel accentueert de kavelrichting en de zichtlijn naar het open landschap. Achter de voormalige mestsilo is het overhoekje ingericht met gemengd inheems bosplantsoen.

3.3 Landschap Het erfensemble is op landschappelijke schaal ingepast met enkele rationele singels en bomenrijen (witte stippellijnen) en gelden, samen met de bestaande rij lindebomen, als ‘dragende structuur’. Hiermee blijft het rationeel verkavelde ontginningslandschap herkenbaar en de structuur van lindebomen blijft voor de toekomst behouden. Langs de Ruiterweg wordt een menghaag met enkele bomen aangeplant. Het is wenselijk de (gemeente) berm niet strak te maaien maar als kruidenrijke, schrale berm onderdeel te laten zijn van een fijnmazig ecologisch netwerk in het gebied.

18

Openheid achtererf zicht naar achterliggende landschap

Halfverh

arding

Ratione le met sin kavelrichting gels op b het erf enadrukt

Gerenoveerde schuur

Heischrale vegetatie

Achtererf

Sloop kapschuur, parkeergelegenheid gedeeld erf

Gerenoveerde 2-onder-1-kap woning

Heischrale vegetatie

Oeverhoekje met hak- en geriefhout

Gerenoveerde silo

Omhaagde siertuin Gerenoveerde schuur Omhaagde siertuin

Markante erfboom Houtsingel

Voorerf Inrit

Omhaagde hoogstam boomgaard

Hallehuisboerderij prominent in zicht

Struweelhaag

arde inri

t

Omhaagde siertuin met markante er fboom

Erf- / laanbo

men met sc

Ruiterweg

hrale berm

Halfverh

Houtsingel

Afbeelding 18. Landschappelijk inpassingsplan Ruiterweg 2

Landschappelijk inpassingsplan Ruiterweg 2, Groenlo - 19

4. Beplantingsplan 4.1 Beplantingsplan Haagplantsoen Op het erf worden verschillende hagen toegepast. Een scheerhaag die bestaat uit beuk en een landelijke menghaag met de soorten meidoorn, veldesdoorn en haagbeuk (groepsgewijs gemengd aangeplant). De hagen kunnen jaarlijks worden gesnoeid.

Erf-en hoogstamfruitbomen Op de plaats van de verwijderde kuilplaten wordt een hoogstam fruitboomgaard aangeplant met drie soorten plukfruit. Als ondergroei wordt er kruidenrijk grasland ingezaaid om de biodiversiteit nog meer te versterken. Daarnaast wordt het plangebied voorzien van diverse erfbomen ten behoeve van de samenhang en om het in dit gebied typerende rationele landschap te versterken.

Struweelhaag Langs de oostzijde van het plangebied wordt een struweelhaag aangeplant. Door deze soorten met drie stuks per strekkende meter aan te planten ontstaat een grote landelijke haagvorm. In tegenstelling tot de scheerhaag hoeft de struweelhaag niet jaarlijks gesnoeid te worden maar mag deze wilder uitgroeien.

Singels en houthakbosje Met een sortiment, passend bij de potentieel natuurlijke vegetatie (PNV) worden op verschillende plaatsen in het plangebied singels aangeplant. Door deze groepsgewijs toe te passen met een grootte van vijf tot zeven stuks per groep wordt onderlinge concurrentie tegengegaan. Beheer geschiedt middels periodieke afzetting.

20

Plantlijst haagplantsoen Aantal Wetenschappelijke naam 265 Fagus sylvatica 33 Crataegus monogyna 81 Acer campestre 49 Carpinus betulus

Nederlandse naam Beuk Eenstijlige meidoorn Veldesdoorn Haagbeuk

Plantmaat 80/100 80/100 80/100 80/100

Bijzonderheden 5st per m 3st per m. Verspreid verdelen 3st per m. Verspreid verdelen 3st per m. Verspreid verdelen

Plantlijst erf- en hoogstamfruitbomen Aantal Wetenschappelijke naam 14 Betula pendula 1 Juglans regia 3 Sorbus aucuparia 2 Pyrus pyraster 2 Quercus patraea 1 Fagus sylvestris 3 Malus domestica 3 Pyrus communis 2 Prunus avium

Nederlandse naam Ruwe berk Walnoot Lijsterbes Wilde peer Wintereik Beuk Appel Peer Zoete kers

Plantmaat 12-14 12-14 12-14 12-14 12-14 12-14 12-14 12-14 12-14

Bijzonderheden

Plantlijst singels en hakhoutbosje Aantal Wetenschappelijke naam 74 Corylus avellana 35 Rhamnus frangula 34 Sorbus aucuparia 34 Salix cinerea 34 Ilex aquifolium 34 Viburnum opulus 34 Crataegus monogyna

Nederlandse naam Hazelaar Vuilboom Lijsterbes Grauwe wilg Hulst Gelderse roos Eenstijlige meidoorn

Plantmaat 80/100 80/100 80/100 80/100 80/100 80/100 80/100

Bijzonderheden Groepsgewijs verdelen met 5/7st per groep Groepsgewijs verdelen met 5/7st per groep Groepsgewijs verdelen met 5/7st per groep Groepsgewijs verdelen met 5/7st per groep Groepsgewijs verdelen met 5/7st per groep Groepsgewijs verdelen met 5/7st per groep Groepsgewijs verdelen met 5/7st per groep

Plantlijst struweelhaag Aantal Wetenschappelijke naam 61 Crataegus monogyna 30 Sambucus nigra 46 Acer campestre 15 Rosa canina

Nederlandse naam Eenstijlige meidoorn Vlier Veldesdoorn Hondsroos

Plantmaat 80/100 80/100 80/100 80/100

Bijzonderheden 3st per m 3st per m 3st per m 3st per m

Hoogstam

Hoogstamfruitboom. Varieteit n.t.b Hoogstamfruitboom. Varieteit n.t.b Hoogstamfruitboom

3st berken

6st berkenrij

Heischrale vegetatie

Hakhoutbosje

Singel

Beukenhaag 3st erfbomen -1st ruwe berk -2st lijsterbes

Walnoot

Singel

8st hoogstam boomgaard -3st appel -3st peer -2st zoete kers Struweelhaag

Beuk Kruidenri

jk graslan

6st erfbomen

-3st ruwe berk -1st wilde peer -2st wintereik

d

166st Menghaag -33st meidoorn -81st veldesdoorn -49st haagbeuk

Singel met erfbomen 3st

-1st lijsterbes -1st wilde peer -1st ruwe berk

Afbeelding 19. Landschapselementen beplantingsplan

Beplantingsplan - 21

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Toelichting

79

Verkennend bodemonderzoek Met asbest in bodem Ruiterweg 2 te Groenlo

Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv Postbus 74 Den Sliem 93 7140 AB Groenlo 7141 JG Groenlo TEL. 0544-474040 FAX. 0544-474049

TITELBLAD

Projectnaam Projectnummer

Ruiterweg 2 te Groenlo MT-220409

Opdrachtgever Adres Postcode en plaats

Ruiterweg 2 7142 JE te Groenlo

Versienummer

1

Wijziging versie

-

Status

Definitief

Datum

23 december 2022

Vestiging Opsteller Paraaf

Autorisatie Paraaf

Groenlo

Milieutechniek Rouwmaat Groenlo bv Postbus 74 Den Sliem 93 7140 AB Groenlo 7141 JG Groenlo TEL. 0544-474040 FAX. 0544-474049

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ................................................................................................................................................................ 3 1.1

Achtergrond .................................................................................................................................................... 3

1.2

Kwaliteit.......................................................................................................................................................... 3

1.3

Betrouwbaarheid ............................................................................................................................................ 3

1.4

Onafhankelijkheid ........................................................................................................................................... 3

1.5

Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 3

2.

VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1

Geraadpleegde bronnen .................................................................................................................................. 4

2.2

Omschrijving onderzoekslocatie ...................................................................................................................... 4

2.3

Historie ........................................................................................................................................................... 5

2.4

Asbest ............................................................................................................................................................. 6

2.5

Voorgaande onderzoeken................................................................................................................................ 7

2.6

Geohydrologie ................................................................................................................................................ 7

2.7

Locatie inspectie ............................................................................................................................................. 7

2.8

Conclusie vooronderzoek ................................................................................................................................ 7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ......................................................................................................................... 7 3.1

Verkennend bodemonderzoek......................................................................................................................... 8

3.2

Verkennend asbestonderzoek.......................................................................................................................... 9

4.

RESULTATEN .......................................................................................................................................................... 10 4.1

Visuele inspectie maaiveld............................................................................................................................. 10

4.2

Uitvoering veldwerk ...................................................................................................................................... 10

4.3

Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses .................................................................................. 11

4.4

Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ....................................................................... 13

4.5

Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek........................................................................ 13

5.

CONCLUSIE............................................................................................................................................................. 14 5.1

Algemeen...................................................................................................................................................... 14

5.2

Conclusie ...................................................................................................................................................... 14

5.3

Advies/Aanbevelingen ................................................................................................................................... 14

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten grond Analysecertificaten asbest Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van heeft Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een verkennend bodem- en asbest in bodemonderzoek verricht aan de Ruiterweg 2 te Groenlo (gemeente Oost-Gelre). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. Het onderzoek heeft tot doel vaststellen of er een grond- of grondwaterverontreiniging aanwezig is, die mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRL-SIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico te Barneveld.

1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5740 (NEN 5740:2009+A1:2016 nl ‘Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5707 (NEN 5707+C2:2017 nl ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze normen, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN 5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Dit komt door de steekproefsgewijze bemonstering van grond (of puin) middels veelal via handboringen aangevuld met labonderzoek van bemonsterd materiaal dat met milieuhygiënisch onderzoek gepaard gaat. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 11.

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende medewerker(s), de heer N. ten Brinke en de heer O. Vredeveldt. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MT-220409

23 december 2022

Pagina 3 van 15

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 10 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de opdrachtgever ) informatie van de gemeente Oost-Gelre informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl locatie inspectie 2.2 Omschrijving onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Ruiterweg 2 te Groenlo (gemeente Oost-Gelre). De locatie is kadastraal bekend als gemeente Groenlo, sectie F, nummer(s) 1210. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 8665 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens. De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Groenlo. Het perceel is in gebruik ten behoeve van agrarische doeleinden. Het terrein zal gebruikt worden ten behoeve van woningbouw.

Figuur 1: Overzichtsfoto

MT-220409

23 december 2022

Pagina 4 van 15

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

2.3 Historie Informatie van de gemeente/omgevingsdienst In het verleden heeft er een bovengrondse brandstoftank op de onderzoekslocatie gestaan. De tank is in de huidige situatie niet langer aanwezig, maar de voormalige standplaats is wel bekend. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat het perceel vanaf 1905 bebouwd is geraakt.

Figuur 2: Historische kaart 1930

Figuur 3: Historische kaart 1960

Figuur 4: Historische kaart 1990

Figuur 5: Historische kaart 2021

MT-220409

23 december 2022

Pagina 5 van 15

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

Informatie van de website bodemloket.nl Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten bekend zijn die van invloed kunnen zijn op de onderzoeksstrategie.

Figuur 6: Weergave bodemloket.nl 2.4 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland heeft de locatie een hoge verwachtingskans op het voorkomen van asbest. Tijdens de visuele inspectie zijn eveneens aanwijzingen aangetroffen dat de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest. Meerdere opstallen zijn voorzien van asbestverdachte dakplaten. Niet overal is een dakgoot aanwezig. Het maaiveld is deels onverhard. Dit maakt het terrein rondom de opstallen verdacht op het voorkomen van asbest. Derhalve wordt een asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd op het gehele terrein. Zie de hieronder weergegeven foto´s van de aanwezige bebouwing. Derhalve is de locatie verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. Teneinde een uitspraak te kunnen doen over de concentratie aan asbest wordt direct een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (granulaten).

Figuur 7: Weergave asbestdakenkaart

MT-220409

23 december 2022

Pagina 6 van 15

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

Figuur 8: Overzichtsfoto bebouwing

Figuur 9: Dak(goot) bebouwing

2.5 Voorgaande onderzoeken In relatie tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse en/of in de directe omgeving van onderhavige onderzoekslocatie zijn geen voorgaande documenten bekent. 2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 23,00 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 29,50 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 6,50 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordwestelijk is gericht. Het grondwater is voor zover bekend niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. 2.7 Locatie inspectie Bij de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. De onderzoekslocatie werd aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht. Het terrein is gedeeltelijk verhard met beton en klinkers. Het terrein lijkt vanuit de locatie inspectie niet opgehoogd. 2.8 Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie meerdere verdachte deellocaties aanwezig zijn.

De verdachte deellocaties zijn hieronder weergegeven: - A: Voormalige bovengrondse brandstoftank; Het overig terrein kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. De onderzoekslocatie is verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.

MT-220409

23 december 2022

Pagina 7 van 15

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Verkennend bodemonderzoek Op basis van het vooronderzoek zijn een aantal deellocaties te onderscheiden. In onderstaande tabel zijn de onderzoeksstrategieën per deellocatie weergegeven. Deellocatie Oppervlakte Verwachte stoffen A: Voormalige ± 5 m2 Minerale olie bovengrondse brandstoftank B: Overig terrein 8665 m2 Onderzoeksstrategieën volgens NEN-5740: ONV: Onverdacht VEP: Verdacht, plaatselijke bodembelasting, duidelijke verontreinigingskern

Onderzoeksstrategie VEP

ONV

Deellocatie A kan op basis van het vooronderzoek als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)’ gehanteerd. Deellocatie B kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven: Deellocatie A: Voormalige bovengrondse brandstoftank B: Overig terrein

Veldwerk Boringen Peilbuizen 2 tot ± 0,5 m-mv 1

Analyses Grond 1 minerale olie (bovengrond)

13 tot ± 0,5 m2 3 x Standaardpakket grond(bovengrond) mv 2 x Standaardpakket grond(ondergrond) 4 tot ± 2,0 m-mv Standaardpakket grond: • Lutum en organische stof (bovengrond en optioneel in de ondergrond) • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Polychloorbifenylen (PCB's (som 7)) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK VROM (10)) • Minerale olie (C10-40)

Grondwater 1 minerale olie

2 x Standaardpakket grondwater

Standaardpakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) • Minerale olie (C10-40)

In bijlage 3 is de locatie tekening met monsternamepunten weergegeven.

MT-220409

23 december 2022

Pagina 8 van 15

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

3.2 Verkennend asbestonderzoek De gehele locatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' gehanteerd. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) Druppelzone: 2 (0,3m*0,3m*0,1m-mv) Overig terrein: 17 (0,3m*0,3m*0,5m-mv) Asbest in grond (NEN 5707): • Droge stof • Fijne fractie asbest

Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag -

Analyses 1 Asbest in grond (NEN 5707)

4

4 Asbest in grond (NEN 5707)

In bijlage 3 is de locatie tekening met monsternamepunten weergegeven.

MT-220409

23 december 2022

Pagina 9 van 15

Verkennend bodemonderzoek Ruiterweg 2 te Groenlo

4.

RESULTATEN

4.1 Visuele inspectie maaiveld In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Inspectiepunten Weersomstandigheden Type grond Conditie maaiveld

Resultaat Droog en bewolkt Zand Vochtig Los Matige vegetatie 70%-90% Ja, vegetatie en verharding Nee

Inspectie-efficiëntie Beperkingen van de inspectie Asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen?

4.2 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 29 en 30 november 2022 en op 6 december 2022 is het grondwater in de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur, oliewaterreactie en andere bijzonderheden. Per proefgat wordt het uitkomende materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 cm dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt al het uitkomende materiaal gezeefd (zeeffractie 20 mm) en worden de mengmonsters samengesteld. De bovengrond bestaat overwegend uit donkerbruin, matig fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit lichtgeelbruin, matig fijn zand. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring

Traject (m-mv) 0,05 - 0,20 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,10 - 0,30 0,00 - 1,00 0,00 - 1,00 0,15 - 0,50 0,20 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

01 06 07 08 09 14 18 20

Diepte boring (m -mv) 0,50 0,50 0,50 0,50 2,00 3,50 0,50 0,50

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

21

2,00

26 27 28 29 30 31

0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10

0,00 - 0,50 0,50 - 0,70 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, Ivm grote boomwortel diameter 12 cm matig wortelhoudend sterk wortelhoudend 5,7 kg 5,7 kg 5,7 kg zwak puinhoudend, 5,7 kg zwak puinhoudend, 5,7 kg zwak puinhoudend, 5,7 kg

In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 02 05 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13450808/1