CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp richterspoort toelichting bijlage 7 bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie

Gemeenteraad 21 november 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, Richterspoort’17.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK ESCHPARK (ONG.) TE LICHTENVOORDE GEMEENTE OOST GELRE

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Eschpark (ong.) te Lichtenvoorde Opdrachtgever

Gemeente Oost Gelre Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde

Rapportnummer

15483E.002

Versienummer1

1

Datum

Vestiging

26 mei 2021

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

De heer ir. E.M. ten Broeke

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

15483E.002

Toponiem

Eschpark (ong.)

Opdrachtgever

Gemeente Oost Gelre

Gemeente

Oost Gelre

Plaats

Lichtenvoorde

Provincie

Gelderland

Kadastrale gegevens

Gemeente Lichtenvoorde, sectie I, nummers 5527 (ged.) en 5530 (ged.)

Omvang plangebied

Circa 6.025 m²

Kaartblad

41 B (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 235.840 / Y: 445.640

Bevoegde overheid

Gemeente Oost Gelre De heer P. Ballast Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde Tel. 0544-393505 Email: p.ballast@oostgelre.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Omgevingsdienst Achterhoek Postbus 200 7255 ZJ Hengelo (Gld.) Email: archeologie@odachterhoek.nl

ARCHIS3

Bureauonderzoek 5032573100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Booronderzoek 5032581100

Archeoregio NOaA

Overijssels-Gelders zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Doetinchem/Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

Uitvoerder

Econsultancy, ir. E.M. ten Broeke

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Oost Gelre een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan het Eschpark (ong.) te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre. De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen. De daadwerkelijke toekomstige functie is echter nog niet bekend. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Het plangebied heeft een oorspronkelijke ligging op de noordflank van een dekzandrug dan wel op de overgang naar een dekzandvlakte ligt. Wellicht dat deze landschappelijke ligging voldoende was om te fungeren als (tijdelijke) nederzettingslocatie voor Jager-Verzamelaars dan wel voor Landbouwers, echter de meeste voorkeur zal waarschijnlijk zijn uitgegaan naar de hoger gelegen dekzandruggen. Voor de perioden IJzertijd-Romeinse tijd-Middeleeuwen is de algemene tendens dat de de huisplaatsen steeds plaatsvaster werden en zich vaak verplaatsen naar de flanken van de dekzandruggen en mogelijk voor (langere) perioden naar de dekzandvlakten, binnen een landschappelijke positie die het plangebied inneemt.

De hoger gelegen dekzandruggen bleven echter altijd gebieden met gunstige bewoningscondities en zijn voor lange tijd in gebruik geweest als oude bouwlandgronden die direct buiten de dorpskern van Lichtenvoorde lagen (worden ook wel aangeduid als enken, essen of kampen). Ook archeologisch prospectieve onderzoeken die meest nabij het plangebied zijn uitgevoerd hebben tot op heden geen archeologische indicatoren opgeleverd die kunnen duiden op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat een groot deel van het plangebied gedurende met merendeel van de laatste 200 jaar een gebruik gekend als grasland. Alleen het zuidwestelijke deel van het plangebied was in gebruik als akkerland en alleen binnen dit deel van het plangebied worden een plaggendek verwacht. De huidige inrichting als groenstrook/parklandschap dateert uit de jaren ’80 van de 20e eeuw. Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting dan ook laag. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat binnen het gehele plangebied reeds diepgaande en vermoedelijk omvangrijke bodemverstorende ingrepen/vergravingen zijn uitgevoerd.

Verstoringen reiken tot een variërende diepte tussen minimaal 95 en maximaal 260 cm -mv, gemiddeld tot 120 cm -mv, met hieronder een scherpe overgang direct naar de C-horizont (ten dele verspoelde dekzandafzettingen). Ondanks dat er tot op heden nog geen bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, heeft de huidige inrichting van het terrein geleidt tot verstoring van de oorspronkelijke bodemopbouw, welke bij géén van de boringen ook niet meer te achterhalen is. Het voorkomen van veel roestvlekken in de C-horizont direct onder het verstoringsniveau, duidt op sterk fluctuerende grondwaterstanden. Voor de grootschalige ontginning was waarschijnlijk sprake van vrij ondiepe grondwaterstanden, waardoor het van nature gevormde bodemprofiel eerder een beek- of gooreerdgrond zal zijn geweest in plaats van een podzolgrond. Van een (intact restant van een) plaggendek is verder ook géén sprake in het zuidwestelijke deel van het plangebied, wat op basis van het bureauonderzoek nog kon worden verwacht. De resultaten van de verkennende boringen geven verder ook geen aanleiding meer voor de aanwezigheid van een terreindeel van enige omvang waar nog sprake kan zijn van een (deels) intacte bodemopbouw. Er kan gesteld worden dat graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd die reiken tot voorbij het archeologisch potentiële vondst-/sporenniveau.

Rapport 15483E.002 versie 1

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er, op basis van de resultaten van het booronderzoek, geen aanwijzing zijn om nog intacte restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een middelhoge verwachting gold voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Middeleeuwen, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de periode Nieuwe tijd was de verwachting laag en blijft laag. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Binnen het gehele plangebied hebben reeds diepgaande en vermoedelijk omvangrijke bodemverstorende ingrepen/vergravingen plaatsgevonden, waardoor er geen in situ gelegen archeologische waarden meer worden verwacht. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode.

De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2).

2

Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 15483E.002 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 18 3.1 3.2 3.3

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 12 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 15 Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ...................... 17

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 18 Methoden ........................................................................................................................ 18 Resultaten ....................................................................................................................... 19

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 20 4.1 4.2

Conclusie ........................................................................................................................ 20 Advies ............................................................................................................................. 21

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 22 BRONNEN .......................................................................................................................................... 24

Rapport 15483E.002 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Algemene bodemopbouw plangebied

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre Situering van het plangebied binnen de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre Situering van het plangebied binnen de hoogtekaart van de gemeente Oost Gelre Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met als achtergrond het AHN Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad 81 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1822 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1885 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1936 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1987 Boorpuntenkaart plangebied met als achtergrond de luchtfoto

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen

Rapport 15483E.002 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Oost Gelre een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan het Eschpark (ong.) te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen. De daadwerkelijke toekomstige functie is echter nog niet bekend. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 21 en 22 april 2021 door ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 5 mei 2021 door ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:    

3

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04);

SIKB

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 1 van 24

opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Oost Gelre. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.025 m² en ligt aan het Eschpark (ong.), langs de noordelijke rand van de bebouwde kom van Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre (zie figuren 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte variërend tussen 19,7 en 20,4 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie I, nummers 5527 (ged.) en 5530 (ged.). Volgens de topografische kaart van Nederland, 41 B (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 235.840 / Y: 445.640. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.

Het plangebied is momenteel in gebruik als groenstrook (bosschages en grasveld). Langs de noordwest, zuidwest- en zuidoostzijde van het plangebied lopen respectievelijk de Europaweg N18, de Richterslaan en de weg Eschpark. Ten oosten en zuidoosten van het plangebied liggen kantoorterrein en het terrein van het zwembad Meekenesch. Ten zuidwesten bevindt zich een sportpark (zie figuur 3).

4

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 2 van 24

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Woonwijken Lichtenvoorde (vastgesteld op 08-102013). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een bestemming Waarde – Archeologische verwachting categorie 2.

Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm -mv.5 Deze dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart van de gemeente Oost Gelre.6 Volgens deze kaart (zie figuur 4) ligt het gehele plangebied binnen een gebied met een hoge archeologische verwachting, waarbij eventueel aanwezige archeologische resten afgedekt zijn door een >50 cm dik plaggendek en daardoor waarschijnlijk goed geconserveerd zijn (Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied (AWV) categorie 6). Huidig milieuhygiënisch bodemonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch vooronderzoek is er voor het plangebied door Econsultancy een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd (Econsultancy rapportnummer: 15483E.001). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het afronden van het archeologisch vooronderzoek nog niet bekend. Atlas Gelderland7 Met de Atlas Gelderland wilt de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen.

Het raadplegen van de Atlas Gelderland heeft voor het plangebied geen aanvullende gegevens opgeleverd. 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen. De daadwerkelijke toekomstige functie is echter nog niet bekend. Vooralsnog is de verwachting dat ter plaatse van de toekomstige bebouwing, bij de aanleg van een standaard staalfundering op het gele zand (top van de C-horizont), de bodem tot minimaal een diepte van circa 100 cm -mv wordt afgegraven (bouwput).

5

Portaal voor Ruimtelijke Plannen De Roode & Van den Berghe, 2008 7 https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default 6

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 3 van 24

2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie8

Dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden) op fluviatiele zanden van de Formatie van Kreftenheye.

Archeologische landschappenkaart gemeente Oost Gelre9

Binnen een gebied van dekzandruggen en -koppen, afgedekt door een > 50 cm dik plaggendek (enkeerdgronden, ENK).

Bodemkunde en grondwatertrap10

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Meest nabij het plangebied komen beekeerdgronden voor, bestaande lemig fijn zand (pZg23) met grondwatertrap III', en laarpodzolgronden, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21) met grondwatertrap VII.

Landschappelijke ontwikkeling 11 De omgeving van Lichtenvoorde ligt binnen het Pleistocene Bekken. Op een afstand van circa 2,5 km ten oosten bevindt zich de terrasrand, welke de overgang vormt naar het Oost-Nederlandse Plateau. Tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden), lag een groot gedeelte van Nederland onder een vanuit Scandinavië naar het zuiden opgeschoven ijskap. De rand van het ijs bestond uit een aantal gletsjertongen. Aan weerszijden van deze ijsmassa’s werden stuwwallen opgeduwd. De rivier de Rijn, die normaliter van zuid naar noord stroomde door het Pleistocene Bekken, werd door deze ijskap gedwongen hun weg langs de zuidzijde van het ijs westwaarts naar de zee te zoeken. Tijdens het terugtrekken, en daarmee het afsmelten van het landijs, werd met name het Pleistocene Bekken gedeeltelijk opgevuld met glaciofluviale afzettingen (grove, grindhoudende zanden vermengd met leem), behorend tot de Formatie van Drente. Vervolgens hervatte de voorlopers van de Rijn weer hun loop door het Pleistocene Bekken naar het noorden, waarbij de afzettingen van de Formatie van Kreftenheye werden gevormd. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 10.000 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Wel had het klimaat een continentaal karakter (koud en droog).

Het landschap bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. De zeespiegel daalde tot wel 110 meter ten opzicht van het huidige niveau (NAP). Door een combinatie van deze daling van de zeespiegel en vernieuwde tektonische activiteiten, waarbij het Pleistocene Bekken verder daalde en een deel van het Oost Nederlandse Plateau omhoog kwam, is de Rijn zich gaan insnijden in zijn eigen sedimenten tot aan de lijn Aalten-Neede en loopt op een afstand van 2,5 km ten oosten van het plangebied. Hierbij is toen de terrasrand ontstaan. Het terrein ten oosten van deze terrasrand wordt daarom aangeduid als het Oost Nederlandse Plateau. Pas tijdens het Midden-Weichselien (ook wel aangeduid als Pleniglaciaal, 73.000 tot 13.000 jaar geleden) is de Rijn weer sedimentpakketten gaan opbouwen, echter nu alleen ten westen van de terrasrand. Deze sedimenten behoren tot de Formatie van Kreftenheye. 8

De Mulder et al., 2003 De Roode & Van den Berghe, 2008 10 Stichting voor Bodemkartering, 1975 11 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / De Roode & Van den Berghe, 2008 / Van Beek, 2009 9

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 4 van 24

Buiten de invloedsfeer van de Rijn werd een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge Dekzand. Het Oude Dekzand is afgezet tijdens het Pleniglaciaal. Het is veelal horizontaal gelaagd en er komen lemige banden in voor. Het Jonge Dekzand is afgezet tijdens het Laat-Weichselien (Laat-Glaciaal) in de vorm van langgerekte, vaak ZW-NO georiënteerde ruggen. Gelaagdheid is in het Jonge Dekzand meestal niet aanwezig. Ook komen er geen leemlagen in voor. Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. Door het hoogteverschil ontstonden bij de terrasrand lokale beekdalsystemen (sneeuwsmeltwaterdalen), waarbij aan de westzijde waaiers van uitgespoeld materiaal werden gevormd (daluitspoelingswaaiers). Op het Oost-Nederlandse Tertiaire Plateau is slechts een dunne laag Jong dekzand afgezet of ontbreekt het geheel, waardoor tertiaire kleien en keileem (vrijwel) dagzomen. Het dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, dat behoort tot de Formatie van Boxtel (voorheen de Formatie van Twente). Gedurende het merendeel van de laatste ijstijd, het Weichselien (ca.

120.000 - 10.000 jaar geleden), stroomde de Rijn ten oosten van de stuwwallen van Montferland, maar vanaf het Midden-Weichselien kreeg de Rijn een steeds belangrijk wordende tak naar het westen door de Gelderse Poort en de huidige Betuwe. Vanaf het begin van het Holoceen (circa 10.000 jaar geleden) heeft de Rijn het gebied ten oosten van de stuwwallen van Montferland in zijn geheel verlaten. In het Holoceen (vanaf ca. 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk heeft plaatsgevonden tijdens de laatste eeuwen. De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Ook zijn in het Holoceen verspreid over delen van het Oost-Nederlandse dekzandlandschap veengebieden ontstaan, zoals het Lichtenvoordse Veen dat ten zuiden van het plangebied heeft gelegen.

Deze ontstonden vooral daar waar sprake was van een slechte ontwatering vanwege het voorkomen van natte, vlakke delen (depressies) omgeven door hoger gelegen terreindelen en de aanwezigheid van ondoorlatende lagen. De veengebieden hadden vaak een kleine tot middelgrote omvang, samenhangend met de sterke landschappelijke variatie op relatief korte afstanden. Vooral langs de westzijde van de terrasrand kon onder invloed van kwelwater vanaf het Oost Nederlandse Plateau in de natte laagten uitgestrekte hoogveenkussens gaan groeien. Vanaf de Late-Middeleeuwen is het aanwezige veen vooral kleinschalig gewonnen. Vanwege de meestal vrij geringe dikte van de veenpakketten en de slechte ontsluiting was grootschalige veenwinning economisch niet rendabel. Aanwijzingen van de voormalige venen en het afgraven daarvan zijn in het huidige landschap nauwelijks meer herkenbaar. Nadat veenwinning had plaatsgevonden ontwikkelde zich op de braakliggende terreinen een natte heidevegetatie. In de 19e en 20e eeuw werden deze gebieden vervolgens ontgonnen ten behoeve van agrarisch gebruik, waardoor resten veen vaak volledig zijn vermengd met het onderliggende zanddek en volledig is geoxideerd, mede als gevolg van de gereguleerde grondwaterstanden. Dit (voormalige) hoogveen behoort tot de Formatie van Nieuwkoop.

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 5 van 24

DINO12 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. 13 Hieruit blijkt dat de ondergrond is opgebouwd uit de volgende lithostratigrafische afzettingen; vanaf het maaiveld tot circa 6 -mv matig fijn dekzand (Laagpakket van Wierden). Hieronder bevinden zich tot circa 15 m -mv grindrijke, grofzandige vlechtende rivierafzettingen (Formatie van Kreftenheye). Archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre, dat het meest actuele landschappelijke beeld weergeeft, ligt het plangebied binnen een grootschalig gebied van dekzandruggen en -koppen afgedekt door een > 50 cm dik plaggendek (enkeerdgronden, ENK, zie figuur 5). Dit betreft het historische escomplex van Lichtenvoorde.

Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen.

De rijkheid aan archeologische resten heeft er toe geleidt dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.14 Op basis van het geraadpleegde historisch kaartmateriaal (wordt behandeld in § 2.7) is echter de vraag of binnen het gehele plangebied een plaggendek kan worden verwacht. Een groot deel van het plangebied heeft namelijk gedurende het merendeel van de laatste 200 jaar een gebruik gekend als grasland. Alleen het zuidwestelijke deel van het plangebied was in gebruik als akkerland.

12

Dinoloket Dit betreft de boringen B41B0124, B41B0075, B41B0123 en B41B0005 14 Van Doesburg et al., 2007 13

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 6 van 24

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)15/hoogtekaart van de gemeente Oost Gelre Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Op basis van het AHN is specifiek voor de gemeente Oost Gelre een hoogtekaart gemaakt (zie figuur 6). Hierop zijn goed de grootschalige en westzuidwest-oostnoordoost georiënteerde dekzandruggen in het landschap gelegen te herkennen, waarop ook het merendeel van de bebouwde kom van Lichtenvoorde op ligt. Het plangebied ligt binnen een hoger gelegen terrein wanneer dit vergeleken wordt met het agrarisch gebied dan ten noorden van het plangebied ligt, aan de overzijde van de Europaweg N18. Het is echter de vraag of deze hogere ligging het gevolg is van in het verleden uitgevoerde plaggenbemesting, of dat het gaat om ophoging van het terrein in de periode dat ook het nabijgelegen sportpark, de kantoorterreinen en het terrein van zwembad Meekenesch werden ontwikkeld/aangelegd. Bodemkunde en grondwatertrap Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied niet gekarteerd vanwege ligging binnen de bebouwde kom.

Meest nabij het plangebied, ten noorden/noordwesten, komen laarpodzolgronden voor, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (cHn21, grondwatertrap VII) en beekeerdgronden, bestaande lemig fijn zand (pZg23, grondwatertrap III', zie figuur 7). Volgens de archeologische landschappenkaart van de gemeente Oost Gelre wordt binnen het plangebied juist een > 50 cm dik plaggendek verwacht, wat zou betekenen dat er sprake is van een hoge zwarte enkeerdgrond (met waarschijnlijk grondwatertrap VII). Kenmerken van enkeerdgronden zijn hierboven al beschreven. Vanuit het geraadpleegde historisch kaartmateriaal (wordt behandeld in § 2.7) is eerder de verwachting dat in een groot deel van het plangebied geen sprake is van een plaggendek, vanwege het langdurig gebruik als grasland. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling16

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Verwacht wordt dat voor een groot deel van het plangebied ten tijde van agrarisch gebruik er sprake van een grondwatertrap III'. In het zuidwestelijke deel van het plangebied, dat juist in gebruik was als akkerland, zal waarschijnlijk sprake zijn geweest van diepere grondwaterstanden (grondwatertrap VI of VII). Met zowel fluctuerende grondwaterstanden als relatief diepe grondwaterstanden, zal echter sprake zijn geweest van minder goede conserveringscondities van eventueel aanwezige metalen en organische resten.

15 16

AHN Locher & De Bakker, 1990

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 7 van 24

2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).17 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 meter rondom het centrale punt van het plangebied weergegeven. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied18 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen zowel het plangebied als het onderzoeksgebied liggen géén AMK-terreinen (zie figuur 8).

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 19 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal dertien archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om elf bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek), een proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding (zie tabel III en figuur 8). Het merendeel van de prospectieve onderzoeken, waaronder twee onderzoeken uitgevoerd meest nabij het plangebied, hebben geresulteerd in vrijgave van de onderzochte terreinen. Ter plaatse van een onderzocht terrein circa 150 meter ten zuidoosten van het plangebied is wel een intacte oorspronkelijke bodemopbouw aangetroffen en geldt het advies voor vervolgonderzoek indien bodemingrepen gaan plaatsvinden dieper dan het aanwezige recente ophogingspakket. Enkele onderzoeken hebben resultaten opgeleverd die te relateren zijn aan de historische kern van Lichtenvoorde. Verder heeft een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd circa 450 meter ten noordoosten van het plangebied een vindplaats uit het Mesolithicum opgeleverd (haardkuil en bewerkt vuursteen). Tabel III.

Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaakindentificatie (OMnummer) 3977825100

Situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

50 meter ten noorden van het plangebied OMNN2 - locatie Richterslaan te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235859/445689

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 3-11-2015 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge verwachting voor resten daterend vanaf het Mesolithicum. Uit het booronderzoek is gebleken dat de ondergrond bestaat uit sterk tot uiterst siltig, matig fijn zand. In de natuurlijke ondergrond is alleen de C-horizont aangetroffen. Dit pakket wordt afgedekt door een sterk vlekkerige laag die in dikte varieert van 15 tot 35 cm en door de humeu-

17

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Idem 19 Idem 18

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 8 van 24

ze bovengrond (bouwvoor) met een dikte variërend van 50 tot 60 cm. Hoewel het booronderzoek een verkennend onderzoek betrof, is het opgeboorde sediment wel gecontroleerd op archeologische indicatoren. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van archeologische resten. Bovendien is in de sterk vlekkerige laag recent baksteen en grind aangetroffen. Gezien de aanwezige verstoringen en de vrij siltige (en daarmee natte) ondergrond werd ingeschat dat de kans op het aantreffen van archeologische vindplaatsen klein is en dat derhalve de archeologische verwachting kan worden bijgesteld naar een lage verwachting. Geadviseerd is om geen vervolgonderzoek uit te voeren. 2010908100 (3037)

130 meter ten zuidoosten van het plangebied Plangebieden Paashuisdijkje en Zwembadterrein te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235955/445574

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 10-5-2000 Resultaat: Het huidige plangebied is gelegen binnen het destijds onderzochte deelgebied ‘Zwembadterrein’. Dit onderzoeksgebied besloeg een oppervlakte van circa 5 hectare en bestond, naast het huidige terrein van het zwembad tevens uit het terrein van het voormalige openluchtzwembad. De aangetroffen bodemopbouw bestond grotendeels uit >1 m diep verstoorde profielen en A-C profielen. In slechts 3 van de 21 boringen is een onverstoord podzolprofiel aangetroffen, alle drie gelegen buiten het huidige plangebied. Eén boring is binnen het huidige plangebied gezet, in de noordelijke rand. Hier is een >1 m diep verstoord bodemprofiel aangetroffen. Verder werd op basis van het booronderzoek aangegeven dat het antropogene eerddek vermoedelijk geen plaggendek betreft, maar grond die is opgebracht bij aanleg van het zwembadterrein. In één boring is een fragment handgevormd aardewerk aangetroffen. De scherf is afkomstig uit een 155 cm dikke, antropogeen verstoorde zwarte laag op 100 cm -mv. Aan de vondst kon derhalve geen archeologische betekenis worden toegekend. Geconcludeerd werd dat de bodemopbouw en geomorfologie over een groot deel van het onderzochte terrein verstoord zijn. Geadviseerd is om geen vervolgonderzoek uit te voeren.

4685984100 & 4685992100

150 meter ten zuidoosten van het plangebied Kerkhoflaan 5 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235915/445510

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 29-3-2019 & 10-4-2019 Resultaat: Op basis van de landschappelijke situering, de bekende archeologische gegevens in de omgeving van het plangebied en het historisch gebruik, geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor alle periodes vanaf het LaatPaleolithicum. Uit het booronderzoek is naar voren gekomen dat het spoorniveau en de basis van het vondstniveau grotendeels intact zijn. Ook is een aanwijzing aangetroffen voor de aanwezigheid van een vindplaats uit de periode LaatPaleolithicum - Bronstijd en is sprake van sporen van agrarisch gebruik uit de Nieuwe tijd. Vanwege de beperkte mate waarin het plangebied gekarteerd kan worden door middel van booronderzoek (vanwege het grotendeels ontbreken van de vondstlaag) blijft de hoge verwachting uit het bureauonderzoek ook behouden voor alle overige periodes. Uitzondering hierop vormt het noordwestelijke deel van het plangebied, waar op basis van de aanwezigheid van intacte podzolprofielen (en het ontbreken van cultuurlagen in de top van de podzol) een lage verwachting geldt voor nederzettingen uit de periode Neolithicum - Middeleeuwen.

Vanwege het behoud van de hoge archeologische verwachting, en het aantreffen van aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats, is geadviseerd het dieptebereik van de geplande bodemingrepen te beperken tot het dieptebereik van het aanwezige recente ophogingspakket. Indien dit niet het geval is, en de ingrepen dieper reiken dan het recente ophogingspakket, is het advies om een vervolgonderzoek uit te voeren. Indien deze ingrepen een beperkte oppervlakte beslaan, zoals bijvoorbeeld de aanleg van één of enkele kabel- of leidingsleuven, wordt geadviseerd om dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van één of enkele waarnemingen tijdens de werkzaamheden. De kans op het aantreffen van vindplaatsen bij dergelijke beperkte oppervlaktes is gering. Bovendien zal bij dergelijke geringe oppervlaktes weinig kunnen worden gezegd over de aard, omvang en datering van vindplaatsen. Ook is de schade aan vindplaatsen door dergelijke ingrepen veelal gering. De archeologische waarneming(en) tijdens de werkzaamheden moet(en) dan ook hoofdzakelijk gezien worden als een specifieke vorm van archeologisch prospectieonderzoek, waarbij ter plaatse van de bodemingreep een beter inzicht wordt verkregen in de eventuele aanwezigheid van archeologische vindplaatsen en de landschappelijke genese.

Hoewel dit type onderzoek buitend de onderzoeksprotocollen van de SIKB valt, is het raadzaam om de waarneming uit te laten voeren door een geregistreerd Senior KNA Prospector. Indien over relatief grote oppervlaktes (groter dan circa 100 m2) ingrepen plaats gaan vinden die dieper reiken dan het recente ophogingspakket, is het advies om voorafgaand aan deze ingrepen een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 9 van 24

2248782100 (35745)

300 meter ten westen van het plangebied Boschlaan 8 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235576/445737

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-7-2009 Resultaat: Het bodemprofiel bleek in alle boringen verstoord te zijn. Geadviseerd is om geen vervolgonderzoek uit te voeren.

3994479100 & 3994487100

350 meter ten noorden van het plangebied Warmwaterleiding te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235750/445961

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 23-3-2016 & 31-3-2016 Resultaat: De aangetroffen bodemopbouw komt overeen met de verwachtingen. Binnen het merendeel van het plangebied zijn beekeerdgronden aangetroffen die wijzen op relatief natte bodemcondities en vermoedelijk kwel. Ter plaatse van een beperkt deel van het leidingtracé zijn laarpodzolen aangetroffen in dekzand. Hier zijn vier karterende boringen gezet. Deze boringen hebben geen indicatoren opgeleverd die een aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van een vindplaats. Ook is op basis van de hoogteligging geen sprake van een landschappelijke aandachtslocatie. De verwachting kan op basis van de resultaten van het onderzoek worden bijgesteld naar een lage verwachting voor alle periodes voor het gehele leidingtracé. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek, die leiden tot een lage archeologische verwachting voor het gehele plangebied, is geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren.

4640541100 & 4640558100

400 meter ten zuiden van het plangebied Hagenstraat te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235917/445231

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 5-10-2018 & 10-10-2018 Resultaat: De locatie is gelegen op een grote dekzandrug, waarop zich in de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd de es van Lichtenvoorde heeft ontwikkeld. Vanwege deze situering gold een hoge verwachting voor alle periodes vanaf het Laat-Paleolithicum, waarbij vanaf de Late-Middeleeuwen specifiek resten van agrarisch gebruik en wegen werden verwacht. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het bodemprofiel binnen het overgrote deel van de onderzochte locatie is afgegraven tot dieptes van 205 tot 290 cm -mv. Hier worden geen intacte archeologische vindplaatsen meer verwacht. Ter plaatse van boring 1 was sprake van een intact, driefasig antropogeen eerddek op een veldpodzolprofiel in dekzand. Hier worden sporen van agrarisch gebruik uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht. De sporen wordt verwacht vanaf circa 80 cm -mv. De geplande ingreep betreft de aanleg van wadi’s tot dieptes van 40 - 60 cm -mv. Aangezien het verwachte sporenniveau hiermee niet wordt bereikt, kunnen eventueel aanwezige archeologische resten in situ behouden blijven. Geadviseerd is derhalve in het kader van de geplande ontwikkelingen geen vervolgonderzoek uit te voeren.

3983308100

450 meter ten noordoosten van het plangebied Kerkhoflaan 11 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 236260/445817

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Hamaland Advies vof Datum: 19-12-2015 Resultaat: Het bureauonderzoek toont aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Er is een gerede kans op een bodemverstoring tot onder het archeologisch waardevol niveau door de bewerking van de grond tot een diepte van ca. 0,50 m -mv. de aanwezigheid van een eerddek van meer dan 50 cm in het noordelijk deel, kan archeologische vindplaatsen hebben beschermd. In het zuidelijk deel wordt geen eerddek verwacht. Tijdens het karterend booronderzoek is aangetoond dat de bodemopbouw grotendeels intact is. Tevens zijn relevante archeologische indicatoren aangetroffen uit de Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd (globaal vanaf 1300 tot en met 1900). Deze duiden erop dat in de ondergrond mogelijk sprake is van een oud erf met gebouwsporen, karrenpaden, erfgreppels e.d. Deze sporen horen mogelijk bij het erf of een voorganger van het erf dat op de Hottingerkaart uit het laatste kwart van de 18e eeuw zichtbaar is.

3987391100

450 meter ten noordoosten van het plangebied Kerkhoflaan 11 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 236234/445834

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van een eerder uitgevoerd bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OMnummer) 3983308100) Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 11-2-2016 Resultaat: Tijdens het onderzoek zijn fragmenten bewerkt vuursteen en een haardkuil aangetroffen die dateren uit het Laat-Mesolithicum. De hoge waardering van de vindplaats leidt tot een selectieadvies: behoudenswaardig. Het advies is daarom dan ook om de vindplaats in situ te behouden.

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 10 van 24

4602114100

450 meter ten westen van het plangebied N18 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235412/445485

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Arcadis Datum: 20-4-2018 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek kan worden vastgesteld dat voor het plangebied bij Lichtenvoorde een hoge verwachting is op archeologie. De archeologische waarden kunnen daarbij dateren van het Laat-Paleolithicum tot de Nieuwe tijd. Deze sporen zullen zich bevinden onder een plaggendek (circa 50 70 cm -mv). De sporen uit de Nieuwe tijd kunnen zich direct onder de bouwvoor bevinden. Op basis van de aanwezigheid van het plaggendek zullen de archeologische waarden waarschijnlijk in goede staat verkeren. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek blijkt dat de bodem op sommige locaties in de nabijheid van het plangebied verstoord is. Deze gegevens zijn echter te minimaal om op basis hiervan uitspraken te doen over het gehele plangebied. Geadviseerd is om voor deelgebied 1 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van verkennende boringen uit te voeren. Indien uit de boringen blijkt dat de bodemopbouw intact is wordt geadviseerd een doorstart te maken naar een karterend booronderzoek. Ter hoogte van het historisch erf wordt aanbevolen tevens een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.

2274912100 (39343)

500 meter ten noordoosten van het plangebied Europaweg 9 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 236049/446095

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 12-2-2010 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek was er een lage tot middelmatige trefkans voor het plangebied opgesteld aangezien het plangebied in een lage natte zone (in het beekdal van de Baaksche beek) is gesitueerd. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem conform verwachting uit een relatief intacte beekeerdgrond bestaat. De lage tot middelmatige trefkans die op basis van het bureauonderzoek was opgesteld blijft gehandhaafd. Een vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

2333459100 (47321)

500 meter ten zuidoosten van het plangebied Schoollocatie te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 236048/445194

Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 27-6-2011 Resultaat: Het onderzoek heeft aangetoond dat de locatie een behoudenswaardige vindplaats betreft. In de ondergrond bevinden zich resten van de laatmiddeleeuwse omgrachting van een Kasteelterrein en de waterlopen die in de eeuwen daarna over het terrein zijn gegraven. De gracht is deels onverstoord en goed geconserveerd. Binnen de omgrachting kunnen mogelijk nog resten van bewoningssporen uit de Late-Middeleeuwen gevonden worden zoals boerenerven, water- en beerputten, perceelsindelingen en oude infrastructuur. Buiten de gracht kunnen watergangen en verkavelingen worden verwacht. Het is niet uitgesloten dat op het terrein nog oudere sporen aanwezig zijn, maar daarvoor zijn vooralsnog geen aanwijzingen. Uit de proefsleuven (op het oostelijke deel van het terrein) is gebleken dat de bovenste 1,3 tot 1,5 meter van de bovengrond bestaat uit recente ophogingen. Bij het verwijderen van de bebouwing is de grond echter sterk geroerd en op plaatsen weer afgegraven. Mits de toekomstige bodemingrepen niet dieper gaan dan 19 m +NAP kunnen de archeologische resten in situ behouden blijven. Indien diepere bodemingrepen plaats zouden gaan vinden, is geadviseerd een opgraving uit te voeren.

4014702100

500 meter ten zuiden van het plangebied Middachtenstraat 2 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235663/445142

Type onderzoek: bureau-en booronderzoek Uitvoerder: Archeodienst Gelderland BV Datum: 26-9-2016 Resultaat: Tijdens het onderzoek is een 75 tot 95 cm dik antropogeen eerddek aangetroffen, waarvan de basis plaatselijk verploegd is met de top van de Chorizont. Elders is tussen het eerddek en de C-horizont een restant van een podzolprofiel (Bhs- en/of Bs-horizont) aangetroffen. In het eerddek en in de top van de natuurlijke afzettingen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geadviseerd is daarom geen vervolgonderzoek uit te voeren.

4577751100 & 577768100

500 meter ten zuidwesten van het plangebied Raadhuisstraat 31-33 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 235545/445257

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 1-12-2017 & 5-12-2017 Resultaat: Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek werd verwacht dat het plangebied gelegen is op een dekzandrug, waarop de es van Lichtenvoorde is ontstaan. Op basis van deze situering gold een hoge verwachting voor archeologische resten van (tijdelijke) verblijfplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege-Middeleeuwen, een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd en een hoge verwachting voor resten van agrarische activiteiten uit deze laatste periode. Uit het booronderzoek is

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 11 van 24

gebleken dat inderdaad sprake is van dekzand, waar in de top van de natuurlijke afzettingen een fossiele akkerlaag aanwezig is. Deze is afgedekt met een antropogeen eerddek. Het bodemprofiel is grotendeels intact. In en onder de fossiele akkerlaag en in de basis van het antropogene eerddek zijn aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum Nieuwe tijd. Op basis van de aangetroffen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats en het behoud van de middelhoge tot hoge archeologische verwachting zoals opgesteld in het bureauonderzoek, is geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren. Om een goed beeld te vormen van de verwachte vindplaats, wordt geadviseerd om een karterend en waarderend onderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren.

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied 20 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan twee vondstmeldingen geregistreerd (zie tabel IV en figuur 8). Deze vondstmeldingen zijn gekoppeld aan de archeologische onderzoeken die binnen het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd en hierboven reeds samenvattend zijn beschreven. Tabel IV.

Overzicht ARCHIS-vondsten

Zaaknummer (waarnemingsnummer) 2274912100 (425556)

2333459100 (436866)

Situering t.o.v. plangebied

Aard van de melding

500 meter ten noorden van het plangebied Europaweg 9 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 236032/446109

Nieuwe tijd: - fragment van gedraaid aardewerk

500 meter ten zuidoosten van het plangebied Schoollocatie te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre Coördinaat: 236044/445184

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd: - 78 fragmenten van gedraaid aardewerk - bot, dierlijk afval

Aangetroffen tijdens de uitvoering van een archeologisch booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2274912100 (39343))

Nieuwe tijd: - 10 fragmenten van glazen objecten, - 2 fragmenten van keramische kleipijpen - grachten - fragment van een plantaardig, hout palissade Aangetroffen tijdens de uitvoering van een archeologische begeleiding (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2333459100 (47321))

2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd.

20

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 15483E.002 versie 1

Pagina 12 van 24

Korte bewoningsgeschiedenis van het Oostelijk Dekzandlandschap21 Voor een uitgebreide bewoningsgeschiedenis, in relatie tot de landschappelijke ontwikkeling, wordt verwezen naar de rapportage bij de Archeologische Beleidsadvieskaart van de gemeente Oost Gelre. Hieronder volgt een korte beschrijving van de regionale bewoningsgeschiedenis. Al vanaf de Oude Steentijd (Laat-Paleolithicum, zie bijlage 1) werd het oostelijk dekzandlandschap bewoond door rondtrekkende Jagers/Verzamelaars. Deze Jagers/Verzamelaars leefden in eenvoudige hutten/tenten die gemakkelijk op te bouwen en af te breken waren, waardoor hier slechts weinig resten van bewaard zijn gebleven. De tijdelijke nederzettingslocaties lagen veelal op terreindelen met een sterke gradiënt, zoals dekzandruggen en kopjes te midden van lager gelegen gebieden, flanken van beekdalen en de randen van plateaus en stuwwallen. Deze gebieden boden door de sterke gradiënt een afwisselende vegetatie en daarmee een grote verscheidenheid aan voedselbronnen. Vanaf de Nieuwe Steentijd (Neolithicum) deden landbouwactiviteiten hun intrede. De locatiekeuze werd in toenemende mate bepaald door de geschiktheid van de bodem voor de akkerbouw. Hierbij speelden vooral het grondwaterregime, de natuurlijke vruchtbaarheid en bewerkbaarheid van de bodem een belangrijke rol. De leemrijke, middelhoog gelegen zandgronden waren het meest geschikt.

Daarbij speelde tevens de nabijheid van waterbronnen en een gevarieerde vegetatie een rol. Nederzettingen ontstonden doorgaans op de overgang van de hoge zandgronden naar de lage beekdalen, gunstig gelegen tussen de weidegebieden in de beekdalen en de akkers op de hogere gronden. Vanaf de Bronstijd en vooral in de Middeleeuwen vond een (geleidelijke) omslag plaats in het agrarisch bedrijfssysteem, die ook landschappelijk gevolgen had. Door een intensiever bodemgebruik en het gelijktijdig in stand houden van de vruchtbaarheid van het steeds uitbreidende akkerareaal namen de heidevelden in omvang sterk toe. Door eeuwenlange bemesting werden vooral de hogere dekzandruggen geleidelijk opgehoogd. Deze staan voor de oostelijke zandgronden bekend als engen, enken, eenmans-essen of kampen. In het algemeen wordt de term "es" gebruikt. Doordat de hydrologische omstandigheden op korte afstand sterk wisselen, zijn nooit grote akkercomplexen tot ontwikkeling gekomen. Hier overheerste de individuele occupatie, waardoor kleine percelen ontstonden, met een afwisseling van grasland en akkerland. Vaak zijn de percelen omgeven door heggen of hakhout. De bewoning binnen het oostelijk dekzandlandschap was daardoor altijd sterk verspreid. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Geraadpleegd historisch kaartmateriaal22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13450969/1