CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp richterspoort toelichting bijlage 5 onderzoek externe veiligheid

Gemeenteraad 21 november 2023, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Woonwijken Lichtenvoorde, Richterspoort’3.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 2200527.r01 De Richterspoort in Lichtenvoorde Onderzoek externe veiligheid

www.SPAWNP.nl

Rapport 2200527.r01 De Richterspoort in Lichtenvoorde Onderzoek externe veiligheid

Datum Opdrachtgever

: :

Behandeld door : Adviseur : Goedgekeurd :

7 september 2022 Buro Ontwerp & Omgeving Arnhem De heer ing. M. de Witte De heer ing. D.J. Hobert De heer ing. L.F.A. Theuws

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015

| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01

SPA WNP ingenieurs

INHOUD

2200527.r01

PAGINA

1

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Huidige situatie 1.3 Toekomstige situatie 1.4 Reikwijdte onderzoek

3 3 3 4 4

2

BELEIDSKADER 2.1 Plaatsgebonden risico 2.2 Groepsrisico 2.3 Plasbrandaandachtsgebied 2.4 Verantwoordingsplicht

5 5 5 6 6

3

RISICO’S DOOR VERVOOR OVER WEG, WATER OF SPOOR 3.1 Algemeen 3.2 Inventarisatie 3.3 Risicoberekening 3.4 Beoordeling

7 7 7 8 11

4

VERANTWOORDINGSPLICHT GROEPSRISICO 4.1 Maatgevende scenario’s 4.2 Bevt, artikel 7

11 12 12

5

CONCLUSIES EN AANBEVELING

13

BIJLAGEN 1

QRA rijksweg huidige situatie

2

QRA rijksweg toekomstige situatie

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

Pagina 2

SPA WNP ingenieurs

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

2200527.r01

In opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De aanleiding daarvoor is de bestemmingsplanwijziging, die nodig is voor het project ‘Eschpark’ in Lichtenvoorde. Voorliggend onderzoek externe veiligheid focust zich op een deel van project ‘Eschpark’, namelijk op de hoek van de Richterslaan en de N18, de ‘Richterspoort’. Binnen de Richterspoort zijn twee gebouwen met in totaal 39 appartementen en een publieksfunctie van 303 m² bvo beoogd. In de omgeving van het plangebied worden over de rijksweg N18 (Europaweg) gevaarlijke stoffen vervoerd. In dat kader is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is om een uitspraak te kunnen doen of voor het initiatief knelpunten zijn, op het vlak van externe veiligheid. De bevindingen zijn in dit rapport weergegeven.

1.2

Huidige situatie In afbeelding 1 is de situering van het plangebied en de directe omgeving te zien. Het betreft een landelijk en stedelijk gebied waarin woningen, volkstuintjes, kantoren en sportvelden aanwezig zijn. Ten noorden is de rijksweg N18 gelegen. In de huidige situatie zijn binnen het plangebied bomen en struiken aanwezig. Afbeelding 1: Situering plangebied (geel omlijnd)

N18

Pagina 3

SPA WNP ingenieurs

1.3

2200527.r01

Toekomstige situatie De beoogde ruimtelijke ontwikkeling betreft het realiseren van twee gebouwen, welke de entree zullen vormen van het ‘Eschpark’. Het plan voorziet in de bouw van 39 appartementen en 303 m² bvo aan publieksfunctie op de begane grond. De exacte invulling van de publieksfunctie is onbekend, hier zullen naar waarschijnlijkheid kleine kantoren gerealiseerd worden. In afbeelding 2 is de voorlopige invulling van het plangebied geschetst. Afbeelding 2: Beoogde toekomstige situatie

Door de ontwikkeling is sprake van een verhoging van de personendichtheid, in het bijzonder in de nachtperiode. Vanwege dit aspect is in ieder geval de invloed op de hoogte van het groepsrisico van belang voor het onderzoek.

1.4

Reikwijdte onderzoek Door de opdrachtgever is om een beoordeling van de externe veiligheid in relatie tot het initiatief gevraagd. Hierbij ligt de focus uitsluitend op vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (N18). Uitgangspunt daarbij is dat een kwantitatieve (rekentechnische) onderbouwing wordt gegeven van de verandering in het groepsrisico. Ook wordt voorzien in het aanleveren van elementen voor het invullen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.

Pagina 4

SPA WNP ingenieurs

2

2200527.r01

BELEIDSKADER Het beoordelingskader externe veiligheid richt zich op gevaarlijke stoffen en kan naar risicobron grofweg als volgt ingedeeld worden: 1. Inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden 2. Buisleidingen 3. Vervoer over weg, water of spoor 4. Luchtverkeer1 5. Fysiek veiligheid (windmolens en hoogspanning, overstroming weide/bos brand) 2 In het veiligheidsbeleid wordt gewerkt met afstanden of gebieden. Daarbij zijn de drie volgende basisbegrippen van belang: · Plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar: gebied waar plaatsgebonden risiconormen (PR) gelden en getoetst moeten worden; · Invloedsgebied: gebied waar beoordeling en verantwoording van het groepsrisico (GR) nodig is; · Plasbrandaandachtsgebied: het gebied (PAG) waarin rekening gehouden moet worden met de effecten van een plasbrand.

2.1

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien deze zich onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren. Dit zijn lijnen die punten met een zelfde risico met elkaar verbinden op een topografische kaart. Voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsgebouwen). De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico wordt voor nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten gesteld op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de plaatsgebonden risicocontour 10- 6 per jaar mogen geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Naast de grenswaarde voor kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico contour 10-6 per jaar ook als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten.

2.2

Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Het GR voor transport is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een transportroute in een keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute.

1 2

Het aspect luchtverkeer is in dit onderzoek niet van toepassing Het aspect fysieke veiligheid is in dit onderzoek niet van toepassing

Pagina 5

SPA WNP ingenieurs

2200527.r01

De normen voor het GR hebben een oriënterende waarde (inspanningsverplichting. De oriëntatiewaarde kan gezien worden als een soort ijkpunt, waarmee de hoogte van het groepsrisico vergeleken kan worden. De verantwoording van het groepsrisico is een plicht voor het bevoegd gezag om naast de omvang van het groepsrisico ook andere aspecten, zoals de mogelijkheden voor zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid mee te wegen in de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het groepsrisico. Het GR wordt meestal weergegeven in een FN-curve grafiek, waarin op de horizontale as het aantal doden N staat en op verticale as de cumulatieve kans F per jaar op een ongeval waarbij N of meer doden vallen.

2.3

Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied, waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. In de Regeling Basisnet zijn de afstanden van het PAG voor weg, spoor en water vastgelegd. Een PAG geldt alleen voor nieuwe (nog te bouwen) kwetsbare objecten. Indien zich bestaande kwetsbare objecten binnen het PAG bevinden, hoeven deze niet te worden gesaneerd. Bij bouwplannen die binnen een PAG vallen zal specifiek moeten worden ingegaan op de effecten van een plasbrand (motivatie verplicht). Hier zouden bijvoorbeeld extra (bouwkundige) maatregelen kunnen volgen. Het PAG is verankerd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

2.4

Verantwoordingsplicht Berekeningen van het groepsrisico geven inzicht in de mate van maatschappelijke ontwrichting. Met de uitkomsten van een dergelijke berekening kan daarom bewuster met risico’s worden omgegaan. Het is bij de beoordeling van dit groepsrisico de vraag welke omvang van ramp of ontwrichting aanvaardbaar is. Hoe er met de verantwoording van het groepsrisico omgegaan dient te worden, verschilt per risicobron. Ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt hiervoor het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bevt Beperkte verantwoording Het Bevt schrijft voor dat voor alle ruimtelijke plannen binnen de invloedssfeer van een transportroute aandacht moet worden geschonken aan het volgende: 1. Mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; 2. Zelfredzaamheid ten aanzien van nog niet gerealiseerde (beperkt kwetsbare objecten.

Pagina 6

SPA WNP ingenieurs

2200527.r01

Volledige verantwoording Wanneer het ruimtelijk plan binnen 200 meter van een transportroute gelegen is, dient ook aandacht te worden geschonken aan de volgende aspecten: 1. Dichtheid van personen en de verwachte veranderingen; 2. Hoogte van het groepsrisico; 3. Maatregelen ter beperking van het groepsrisico (waaronder stedenbouwkundige opzet, bouwkundige voorzieningen en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte); 4. Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Er is echter sprake van een uitzondering wanneer: 1. het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde; 2. het groepsrisico niet meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. 3. het plangebied op meer dan 200 meter afstand van een transportroute ligt. In dat geval kan volstaan worden met een beperkte verantwoording.

3

RISICO’S DOOR VERVOOR OVER WEG, WATER OF SPOOR

3.1

Algemeen Het beleid voor vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, binnenvaart en spoorweg is opgenomen in het Basisnet. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). De wetgeving over het Basisnet wordt ook wel "Wet Basisnet" genoemd. De "Wet Basisnet" is een stelsel van wetten en regels, die hun oorsprong hebben in verschillende gebieden. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen (Wvgs) de belangrijkste wet en die is aangepast aan het Basisnet. Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) ontstaan. Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer. In de Regeling Basisnet is opgenomen waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling.

3.2

Inventarisatie Aan de hand van de EV-signaleringskaart en de regeling Basisnet is gebleken dat in de omgeving van het plangebied over de rijksweg N18 gevaarlijke stoffen worden vervoerd met een relevante intensiteit. In afbeelding 3 zijn het plangebied en de N18 weergegeven.

Pagina 7

SPA WNP ingenieurs

2200527.r01

Afbeelding 3: Plangebied en risicobronnen Bevt (locatie plangebied rood omlijnd)

N18

Rijksweg N18 Het plangebied ligt op circa 20 meter afstand van de N18 en ligt daarmee binnen de 200 meter zone van de transportroute. Om die reden dient het groepsrisico nader beschouwd te worden. Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes is in beginsel een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico nodig.

3.3

Risicoberekening Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van het software pakket RBM II (versie 2.3). Met dit rekenprogramma kan voor een bepaalde route berekend worden wat het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is, als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. Naast de transportroute worden de (beperkt) kwetsbare objecten gemodelleerd. Er is een berekening uitgevoerd voor de huidige situatie en de situatie na planrealisatie. Door beide situaties met elkaar te vergelijken wordt het effect van het plan op het groepsrisico duidelijk. Transportintensiteit N18 De vervoersstatistieken GF3 voor de N18 zijn overgenomen uit bijlage I van de regeling Basisnet, zie tabel 1. In tabel 2 zijn de vervoerscijfers van de N18 weergeven. Tabel 1: Basisnet N18 Wegvak

Naam basisnetweg

PAG

GF3 max

G20

N18: afrit 5 (Varsseveld) – afrit N319 (Groenlo)

Nee

1000

Pagina 8

SPA WNP ingenieurs

2200527.r01

Tabel 2: Vervoerscijfers N18 LF1

LF2

LT1

LT2

LT3

GF1

GF2

GT2

GT3

GT4

GT5

2306

1510

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Personendichtheden Huidige situatie De personendichtheid is gedefinieerd als het gemiddeld aantal personen per bestemming. In de huidige situatie is de personendichtheid in de omgeving van het plangebied door middel van de BAG populatieservice bepaald. Deze gegevens zijn daarna geverifieerd met de gegevens van ruimtelijke plannen. Toekomstige situatie De gewenste ontwikkeling is daarna op basis van de planomschrijving ingevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van de kentallen, die voor woningen op 2,4 personen per woning staat, met voor de nacht een honderd procent aanwezigheid en overdag vijftig procent. 2,4 personen per woning geldt voor woningen boven 60 m², binnen het initiatief is het kleinste appartement 60 m², waardoor de 2,4 personen van toepassing is op alle 39 appartementen. Voor de publieksfunctie wordt uitgegaan van het meest aannemelijke scenario voor de initiatiefnemer; de realisatie van kleine kantoren. Hierbij wordt uitgegaan van een kengetal van één persoon per 30 m² bvo en een aanwezigheidspercentage van nul gedurende de nacht en honderd gedurende de dag. In de onderstaande tabel zijn de populatiegegevens en de invoer (afgerond) van de toekomstige situatie in RBM II weergegeven. Tabel 3: Personendichtheid toekomstige situatie (afgerond) Functie

Aantal / oppervlakte m²

Kengetal

Invoer RBM II (dag/nacht)

Wonen (> 60 m²)

39 nieuwe appartementen

2,4 p/ woning

47/94

Bedrijf (klein kantoor)

Circa 303 m²

1 werknemer per 30 m²

10/0

De populatiegegevens van de huidige en gewenste ontwikkeling zijn te vinden in de rapportage in bijlagen 1 en 2. Overige instellingen Een volledig overzicht van de invoergegevens van het RBM II rekenprogramma is weergegeven in bijlage 1 en 2. Resultaten en bevindingen Voor de twee beschouwde situaties zijn de rapportages van de berekeningen opgenomen in bijlage 1 en 2. De resultaten voor het PR zijn als 10-5 tot en met 10-8 waarden per jaar gepresenteerd. De contouren worden samen met de desbetreffende bevolkingsverdeling langs de route vertoond. De resultaten voor het GR worden vertoond in een FN-curve. Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt niet binnen de 10-6 contour van de weg. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee géén belemmering voor de gewenste ontwikkeling.

Pagina 9

SPA WNP ingenieurs

2200527.r01

Groepsrisico Uit de berekeningen volgt, dat de locatie met het hoogste groepsrisico in de toekomstige situatie niet nabij het plangebied is berekend, maar ten zuidwesten van het plangebied. Afbeelding 4: Hoogste GR toekomstige situatie

Plangebied

Hoogste GR

Afbeelding 5 geeft de berekende FN-curve van de huidige en de toekomstige situatie weer ter plaatse van het plangebied. Uit de FN-curve blijkt dat het groepsrisico, in beide situaties, onder de oriënterende waarde blijft. Afbeelding 5: FN-curve huidige en toekomstige situatie (ter plaatse van het plangebied)

Oriëntatiewaarde Toekomstig

Huidig

Pagina 10

SPA WNP ingenieurs

2200527.r01

Het groepsrisico ten aanzien van de N18 stijgt in de toekomstige situatie en is nabij het plangebied berekend op 0,095x de oriëntatiewaarde. In de navolgende tabel zijn de kenmerken van het berekende groepsrisico, ter plaatse van het plangebied, weergegeven. Zoals eveneens zichtbaar uit de grafiek, blijkt dat de normwaarde niet hoger is dan 1. De oriëntatiewaarde wordt, om die reden, niet overschreden. Tabel 4: Kenmerken van het berekende groepsrisico ter plaatse van het plangebied Huidige situatie

Toekomstige situatie

0,022

0,095

Normwaarde**

**) Ter vergelijking met de oriëntatiewaarde, die gelijkgesteld is aan 1, is de normwaarde vermenigvuldigd met een factor 100. Een normwaarde hoger dan 1 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Doordat het groepsrisico niet hoger is als 0,1 x de oriëntatiewaarde, volstaat een beperkte verantwoording van het groepsrisico (artikel 7, Bevt). Elementen voor de verantwoordingsplicht zijn uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze rapportage.

3.4

Beoordeling Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt niet binnen de plaatsgebonden risicocontour van de Rijksweg. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Groepsrisico Uit de berekeningen blijkt dat het groepsrisico, ter plaatse van het plangebied, in de toekomstige situatie, onder de oriëntatiewaarde blijft. Het groepsrisico is niet hoger als 0,1 x de oriëntatiewaarde, waardoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico (artikel 7, Bevt) volstaat. Elementen voor de verantwoordingsplicht zijn uitgewerkt in het volgende hoofdstuk van deze rapportage.

4

VERANTWOORDINGSPLICHT GROEPSRISICO Het plangebied ligt op een afstand van circa 20 meter tot aan as van de N18 en ligt daarmee binnen het invloedgebied van de transportroute. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen 200 meter vanaf een transportroute is conform artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico verreist. Echter, omdat het groepsrisico voor de beoogde ontwikkeling niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, volstaat een beperkte verantwoording.

Pagina 11

SPA WNP ingenieurs

4.1

2200527.r01

Maatgevende scenario’s De maatgevende scenario´s voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid, waarbij het plangebied binnen het invloedgebied van ontvlambare gassen ligt, is een BLEVE. Ter plaatse van de N18 is geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Er zijn twee soorten BLEVE. Koude BLEVE Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de tank open. Er ontstaat een drukgolf en een vuurbal. De BLEVE wordt gevolgd door een plasbrand. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling en overdruk. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Warme BLEVE Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de LPG-tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken3.

4.2

Bevt, artikel 7 In de toelichting bij een bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van een omgevingsvergunning wordt, voor zover het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: 1. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater; 2. de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen, indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten. Ad 1: De BLEVE treedt plots op als gevolg van bijvoorbeeld een mechanische beschadiging van de tankwagon (koude BLEVE) of brand in de tankwagen (warme BLEVE) en heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. In de regel zal de bestrijding bij een dreigende BLEVE bestaan uit het blussen van de brand, die de LPG-tankwagen aanstraalt en het koelen van de aangestraalde tankwagen. Bij een plasbrand richt de inzet zich op het met schuim blussen van de plasbrand. Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een ramp of een zwaar ongeval voldoende snel kunnen optreden.

Een goede bereikbaarheid van het plangebied, als ook de risicobron, is hierbij van essentieel belang.

3 Bron: Scenarioboek Externe Veiligheid

Pagina 12

SPA WNP ingenieurs

2200527.r01

Het plangebied en de bron zijn vanuit diverse richtingen goed bereikbaar voor de brandweer. De brandweerkazerne Lichtenvoorde bevindt zich op circa anderhalve kilometer van het plangebied. Overige hulpdiensten kunnen de bron ook vanuit meerdere richtingen benaderen. Om bij een optredende BLEVE het risico voor de gebruikers te verkleinen, is het minimaliseren van de hoeveelheid glas aan de gevaarzijde een maatregel. Voornoemde wordt in deze rapportage ter advisering genoemd. Ad 2: Binnen het plangebied zijn er mogelijkheden voor personen om zich, in tegenovergestelde richting van de bron, buiten het invloedgebied te begeven. Er kan vanuit worden gegaan dat volwassenen in het plangebied afdoende zelfredzaam zijn en er voldoende volwassenen aanwezig zijn, die voor begeleiding van de kinderen kunnen zorgen.

5

CONCLUSIES EN AANBEVELING In opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De aanleiding daarvoor is de bestemmingsplanwijziging, die nodig is voor de realisatie van de ‘Richterspoort’, welke onderdeel is van het project ‘Eschpark’ in Lichtenvoorde. In het onderzoek is het plaatsgebonden en groepsrisico beoordeeld ten aanzien van de Rijksweg N18. Over de N18 worden gevaarlijke stoffen (LPG) vervoerd. Samenvattend wordt het volgende geconcludeerd: 1. Ter plaatse van de N18 is geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig; 2. De N18 beschikt niet over een plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de planontwikkeling; 3. Het groepsrisico blijft na planrealisatie onder de oriëntatiewaarde en het plan leidt niet tot een groepsrisico dat hoger is dan 10% van de oriëntatiewaarde; 4. Als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen dient, conform artikel 7 van het Bevt, een beperkte verantwoording van het groepsrisico te worden uitgevoerd. Elementen voor deze verantwoording zijn opgenomen in deze rapportage. Aanbevolen wordt, ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico, deze rapportage aan de Veiligheidsregio voor te leggen.

SPA WNP ingenieurs

Pagina 13

BIJLAGEN

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG HUIDIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 1.1

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG HUIDIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 1.2

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG HUIDIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 1.3

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG HUIDIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 1.4

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG HUIDIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 1.5

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG HUIDIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 1.6

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG TOEKOMSTIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 2.1

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG TOEKOMSTIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 2.2

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG TOEKOMSTIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 2.3

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG TOEKOMSTIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 2.4

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG TOEKOMSTIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 2.5

SPA WNP ingenieurs

QRA RIJKSWEG TOEKOMSTIGE SITUATIE

2200527 Bijlage 2.6

Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13450962/1