bp papenweg 12 toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde vastgesteld
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 7 7
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Plangebied 2.2 Stedenbouwkundig concept
9 9 15
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
16 16 18 21 25
Hoofdstuk4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming 4.2 Archeologie en Cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Natuurwaarden 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Geur 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Kabels en leidingen
29 29 30 33 33 36 37 38 43 44 46 47 48
Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek
49 49 49 49
Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
53 53 54
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Door adviesbureau Eelerwoude is namens de eigenaren van Papenweg 12 te Lievelde een verzoek ingediend voor realisatie van een kapschuur op hun perceel aan de Papenweg 12 te Lievelde. De eigenaren willen Schotse Hooglanders gaan houden naast de Alpaca's die al gehouden worden. Voor de huisvesting van de Schotse Hooglanders en de Alpaca's, bestaat de wens om een beheerschuur te bouwen met een oppervlakte van ongeveer 380 m2, waarin ook ruimte is om op kleine schaal voorlichting/educatie te bieden, enkele machines te stallen (voor beheerwerkzaamheden aan natuur en grasland) en om hooi op te slaan. In relatie hiermee hebben de eigenaren achterliggende landbouwgrond van 3 ha verworven. In overleg met de provincie Gelderland wordt 0,5 ha hiervan omgevormd tot natuur. De overige gronden worden extensief beheerd door de schotse hooglanders. In overleg met het waterschap zal op voornoemde grond een deel van de Lievelderbeek worden verlegd zodat de oude meander in ere wordt hersteld. Daarnaast dient er een oversteek te worden geplaatst over de Lievelderbeek. Voor deze oversteek is toestemming nodig van Staatsbosbeheer om een doorgang te creëren in de bestaande bosschage om achterliggende gronden te kunnen bereiken. Op onderstaande inrichtingsschets is het plangebied aangegeven. De transformatie van het gebied past niet in het geldende bestemmingsplan.
Om het project juridisch-planologisch mogelijk te maken, is daarom dit bestemmingsplan opgesteld.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Inrichtingsschets plangebied (Bron: Eelerwoude)
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied is gelegen aan en achter Papenweg 12 te Lievelde. Tussen de bestaande bedrijfshal Papenweg 14 en de bedrijfswoning Papenweg 12 is er de wens om hier de beheerschuur te realiseren. Vanaf dit perceel wordt in de aanwezige bosschage en over de beek een doorsteek gemaakt om de achterliggende gronden te kunnen bereiken. Het perceel Papenweg 12 is gelegen aan de rand van de bebouwde kom Lievelde met in de directe nabijheid enkele woningen van derden en het bedrijventerrein. De achterliggende gronden liggen in het buitengebied van Oost Gelre en grenzen aan de openbare weg De Stegge en de spoorlijn Zutphen Winterswijk.
1.3
Geldende bestemmingsplannen
De te realiseren beheerschuur komt te liggen op een perceel welke is gelegen in het geldend bestemmingsplan 'Kern Lievelde 2015' welke op 6 februari 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld. Op het perceel ligt de bestemming 'Bedrijf' met de functieaanduiding 'Bedrijf tot en met categorie 3.2' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Aangrenzend aan dit perceel ligt de bosschage waarin de doorsteek wordt gerealiseerd. Deze
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde bosschage ligt ook in voornoemd bestemmingsplan en is bestemd als 'Natuur' met gebiedsaanduiding 'overige zone - gelders natuur netwerk' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Aangrenzend aan de bosschage, richting het buitengebied, ligt de bestemming 'Water' binnen het geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' welke op 18 december 2012 door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarnaast geleden nog twee Reparatieplannen welke zijn vastgesteld door de gemeenteraad op respectievelijk 15 juli 2014 en 4 april 2017. Naast de bestemming 'Water' gelden op deze gronden ook de gebiedsaanduiding 'overige zone - gelders natuur netwerk' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Aansluitend aan de bestemming 'Water' liggen de percelen met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' alsmede de gebiedsaanduiding 'overige zone - gelders natuur netwerk' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' ook in voornoemde bestemmingsplan Buitengebied. Binnen de hierboven aangegeven bestemmingen is de realisatie van een beheerschuur, de doorsteek in de bosschage alsmede het verleggen (meanderen) van de Lievelderbeek niet toegestaan.
Daarbij zijn er voor deze bestemming in de geldende bestemmingsplannen geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Via een procedure om herziening van het bestemmingsplan kunnen voornoemde ontwikkelingen op de beoogde locatie's juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.
Uitsnede uit geldend bestemmingsplan 'Kern Lievelde 2015' en 'Buitengebied Oost Gelre 2011'
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.
2.1
Plangebied
2.1.1
Historischeontwikkeling
De historische kaarten laten de ontwikkeling van het plangebied zien (zie hieronder). Rondom het huidige Lievelde gaven kleine reliëfverschillen aanleiding voor het type gebruik van de grond. Op de wat lager gelegen delen kwamen bossen en graslanden en op het hogere gronden werden de akkers aangelegd. Deze manier van landgebruik is honderden jaren in stand gehouden. Er werd herhaaldelijk mest en plaggen op de akkers gebracht. Hierdoor zijn de akkers met de tijd hoger in het landschap komen te liggen. Om deze akkers te beschermen voor het vee en het wild werd er om de akker heen struweel aangeplant, veelal opgaande beplanting met doorns, zie historische kaarten. Er ontstond een organisch gevormd landschap wat zijn basis vindt in haar geomorfologie. De opgehoogde akkers werden kampen of essen genoemd. Dit landgebruik zorgde voor een kleinschalig en karakteristiek landschap. Eind 19e eeuw is het spoor tussen Zutphen en Winterswijk aangelegd en tegelijkertijd werd een station in Lievelde aangelegd. Het oorspronkelijk stationsgebouw lag ter hoogte van het plangebied (nabij de plek waar de Lievelderbeek tegenwoordig het spoor kruist). Later is het station meer oostelijk komen te liggen. Met de aanleg van het spoor kwam de agrarische bedrijvigheid op gang en groeide het aantal inwoners. De woeste gronden rondom de esontginningen werden ook ontgonnen.
De nieuwe ontginningen verschillen duidelijk van oude esontginningen. De nieuwe percelen zijn recht en vrij regelmatig verkaveld, waar de oude percelen veel grilligere en rondere vormen hebben. Afgelopen eeuw zijn door technologische ontwikkelingen, zoals de uitvinding van kunstmest en het prikkeldraad, veel van de kleinschalige landschappelijke structuren rondom de essen verdwenen uit het landschap. Bovendien werd de Lievelderbeek rechtgetrokken. Op de historische kaarten is te zien dat ter hoogte van het plangebied de Lievelderbeek heeft gemeanderd door een oorspronkelijk laag gedeelte van het terrein. Met de tijd is het type landgebruik vervaagd, tegenwoordig zijn er ook weilanden op de essen en akkers in de beekdalen, waarmee het oorspronkelijke onderscheid in verschillend grondgebruik tussen hoog en laag is verdwenen. Op de locatie van het plangebied zijn nog wel relicten terug te vinden van een es. Op de hieronder aangegeven hoogtekaart is de voormalige es ter plekke van het plangebied te zien, zichtbaar hoger gelegen ten opzichte van de omgeving. Op de voormalige steilrand (stippellijn) is de struweelbeplanting verdwenen. De geplande ontwikkeling binnen het plangebied geeft aanleiding om de originele structuur van de es te versterken. Hoogteverschillen en steilrandbeplanting kunnen hersteld worden met de ontwikkeling van de percelen.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Topografische kaart uit 1875 (bron: www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart uit 1881 (bron: www.topotijdreis.nl)
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Topografische kaart uit 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Topografische kaart uit 1970 (bron: www.topotijdreis.nl)
Topografische kaart uit 2020 (bron: www.topotijdreis.nl)
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Hoogtekaart (Bron: Eelerwoude) 2.1.2
Het plangebied
Het plangebied is gelegen tussen de Papenweg en De Stegge in Lievelde. Aan de noord-oostzijde wordt het plangebied begrenst door de spoorlijn Zutphen - Winterswijk. Het perceel Papenweg 12 heeft een bedrijfsbestemming. In het verlengde van de Papenweg, aan de noordzijde, zijn woonbestemmingen gelegen welke grenzen aan voornoemde spoorlijn. Het perceel voor de beheerschuur is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie P, nummer 823. De bosschage met de watergang is kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie P, nummer 314, 319 en 320. De achterliggende weilanden zijn kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie P, nummer 821. De onderstaande luchtfoto toont het plangebied.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Plangebied Papenweg 12 Lievelde
2.2
Stedenbouwkundig concept
De ligging van de te realiseren beheerschuur (kapschuur) is stedenbouwkundig akkoord bevonden. De beheerschuur komt te liggen tussen bestaande bouwwerken als zijnde een bedrijfshal en de bedrijfswoning. Daarbij komt de beheerschuur te liggen iets achter de voorgevelrooilijn van de aanwezige bedrijfshal. Een kleine verspringing in de rooilijn zal hier niet storend zijn. Hierdoor ontstaat er een eenheid in bebouwing.
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Hoofdstuk 3
Beleid
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten. De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones. Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn. 3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. Ter bescherming van de archeologische waarden heeft de gemeente Oost Gelre een beleidsnota met -kaarten vastgesteld en deze doorvertaald en opgenomen in de geldende bestemmingsplannen. In paragraaf 4.2 wordt archeologie nader toegelicht.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Bij onderhavig bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd waarbij rekening is gehouden met bovengenoemde doelstellingen.
Conclusie Internationaal beleid Het Internationaal beleid vormt geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling op perceelniveau.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.2.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.2.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven.
Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.2.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies.
In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen. 3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld. De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan deze gewenste ontwikkeling. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied.
Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van een beheerschuur (kapschuur) op een bedrijventerrein ten behoeve van de huisvesting voor Schotse Hooglanders en Alpaca's alsmede stallingsruimte voor machines ten behoeve van de beheerwerkzaamheden aan natuur en grasland. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, waarbij het gaat om 'ruimtelijke ontwikkeling
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. De te realiseren beheerschuur wordt gerealiseerd binnen een bedrijfsbestemming maar is niet ten behoeve van het uitbreiden van de werkzaamheden van het gevestigde bedrijf en/of het oprichten van een nieuw bedrijf. Wel zal de ontwikkeling beslag leggen op de beschikbare ruimte en, nu deze ontwikkeling niet binnen de planologische bebouwingsmogelijkheden behoort op het perceel, is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Behoefte Naast het bestaande bedrijf met bedrijfshal op Papenweg 14 te Lievelde willen de eigenaren van dit bedrijf tussen de bedrijfshal en de bedrijfswoning Papenweg 12 te Lievelde een beheerschuur bouwen ten behoeve van de huisvesting van Schotse Hooglanders en Alpaca's. Daarnaast zal deze beheerschuur worden gebruikt voor de stalling van machines ten behoeve van beheerwerkzaamheden aan natuur en grasland. Een deel van de achterliggende weilanden zal als natuur worden ingericht. Hierin zal ook de Lievelderbeek weer meanderend worden aangelegd. Voor de beheer van deze natuur zijn machines nodig die gestald moeten worden. Daarnaast zal de rest van de weilanden begraast worden door de Schotse Hooglanders waarbij een ruige kruidenvegetatie zal ontstaan die meerwaarde zal bieden voor insecten. Wel zal er een ruimte moeten zijn om de Schotse Hooglanders te huisvesten. Er is dus behoefte aan een bouwwerk voor huisvesting van de dieren alsmede stallingsruimte voor materieel.
Bestaand stedelijk gebied Het planvoornemen betreft dus de realisatie van een beheerschuur (kapschuur) aansluitend aan de bestaande bebouwing aan de dorpskern Lievelde. Hiermee kan dit project worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied.
Conclusie Uit bovenstaande onderbouwing kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de behoefte wel degelijk aanwezig is. Er is sprake van een duurzame verstedelijking.
Algemene conclusie Bro De ladder van duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie heeft haar visie op de omgeving vertaald in de 'Omgevingsvisie Gelderland'. Deze is vastgesteld op 9 juli 2014. Op 24 september 2014 is de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2018 een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening. De provincie streeft onder andere naar het versterken en behouden van de vitaliteit van kleinere kernen en dorpen. Om dit te bereiken dienen stedelijke functies waar mogelijk te worden gebundeld en geconcentreerd. Daarnaast ondersteunt de provincie bij de aanpak van leegstand in dorpen en kernen. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing Omgevingsverordening Het plangebied is te onderscheiden in een tweetal initiatieven: realisatie van een beheergebouw (kapschuur) binnen de bestemming 'bedrijf' en de realisatie van natuur met doorsteek door een bosschage en het laten meanderen van de aanwezige watergang (Lievelderbeek). Ingevolge de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening van 13 maart 2021 zijn voor het plangebied de regels 'natuur' en 'water en milieu' op het plangebied van toepassing. Het gaat hierbij om de achterliggende weilanden voor de ontwikkeling van natuur en meanderen watergang alsmede de doorsteek door de bosschage. Voor het deel van het plangebied voor realisatie van de beheerschuur gelden geen regels uit de Omgevingsverordening. De planontwikkeling is voorgelegd aan de provincie Gelderland. Nu de ontwikkeling binnen het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelimgszone (GO) zal plaatsvinden heeft de provincie de planontwikkeling hieraan getoetst.
Zij hebben hierop advies uitgebracht die hieronder is weergegeven.
Advies ecologie De oostzijde van het agrarisch perceel ten noorden van de Papenweg 12 en de Lievelderbeek met omringende bosschages vormen onderdeel van het GNN. De rest van het agrarisch perceel vormt onderdeel van GO (zie figuur hieronder).
Ligging ten opzichte van GNN (donkergroen) en GO (lichtgroen)
Beleid GNN Voor ontwikkelingen in het GNN is artikel 2.39 lid 1 uit de Omgevingsverordening Gelderland van belang:
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen het Gelders natuurnetwerk een andere bestemming dan natuur alleen mogelijk als er sprake is van een groot openbaar belang en 1. er voor de realisering daarvan geen reële alternatieven zijn; 2. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten en oppervlakte van het gebied en de ecologische samenhang binnen het gebied zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met bijlage 8 Gelijkwaardige natuurbeheertypen. Voor de bepaling van de effecten op de kernkwaliteiten, oppervlakte en samenhang van het GNN is ook lid 4 belangrijk: Om te bepalen wat de effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de ecologische samenhang zijn, doet de initiatiefnemer onderzoek naar actuele waarden binnen het gebied en de effecten van het initiatief op de binnen het gebied aanwezige: 3. natuurwaarden en potenties; 4. in de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode lijsten; 5. kwaliteit van lucht, water en bodem; 6. mate van stilte, rust en duisternis; 7. ecologische samenhang; 8. landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische, bodemkundige waarden en het reliëf. Beleid GO Voor nieuwe ontwikkelingen in GO is de vraag van belang of het gaat om een groot- of kleinschalige ontwikkeling.
Voor kleinschalige ontwikkelingen in GO gelden op basis van artikel 2.52 van de provinciale verordening dat deze mogelijk zijn indien: in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen GNN en GO Het GNN en GO ter plekke maakt deel uit van deelgebied: 27 Baakse Beek en Lievelde. Op deze locatie en met dit voornemen zijn de volgende kernkwaliteiten / ontwikkeldoelen mogelijk van belang: Kernkwaliteiten deelgebied natuur en landschap Overwegend kleinschalig kampenlandschap op dekzand in het oosten en grootschalig ontginningslandschap in het westen, met de Baakse Beek ontspringend in beekjes op het Oost-Nederlands Plateau, vandaar snelstromend afdalend naar het vroegere moeras oostelijk deel (Oost-Nederlands Plateau) onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk De evz Baakse Beek - Veengoot vormt de verbinding tussen Winterswijk en de Graafschap; modellen: kamsalamander, hagedis, vuurvlinder en winde leefgebied steenuil en boomkikker kleinschalig en onregelmatig essen- en kampenlandschap op de rand van het Oost-Nederlands Plateau met duidelijk herkenbaar hoogteverschil; Lievelde en Vragender als
esdorpen, snelstromende beken kleinschalig kampenlandschap met intensieve groen-blauwe en recreatieve dooradering: klompenpaden Zieuwent zichtbare en gerestaureerde resten van de Circumvallatielinie uit 1627 Beleg van Grol: o.a. Lievelder Schans cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde ecosysteemdiensten: recreatie, drinkwater alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) ontwikkeling blauwgraslanden, vochtige heide en vennen met bijbehorende flora en fauna in de verbinding Korenburgerveen - Lievelderveld - Koolmansdijk ontwikkeling droge en vochtige bossen met bijbehorende flora en fauna ontwikkeling ecologische verbinding Baakse Beek - Veengoot met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, beschutte, zonnige plekjes (spoordijk), opgaande landschapselementen, etc. ontwikkeling uitwisseling met de omgeving ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. boomkikker), poelen ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen) en beheersvormen ontwikkeling ecosysteemdiensten De locatie vormt onderdeel van de volgende ecologische verbinding: 6. Baakse Beek - Veengoot (Duitsland - Winterswijk - IJssel): kamsalamander, hagedis, vuurvlinder, winde (winde niet relevant voor deze locatie)
Advies GNN - aanleg Voorde en hermeandering beek Aanleg voorde Advies: Omdat de effecten op GNN nu nog niet zijn beschreven in het inrichtingsplan, wordt gevraagd om te onderzoeken in hoeverre deze ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op de kernkwaliteiten (zie hierboven), het oppervlakte en de samenhang van het GNN. Hermeandering beek Advies: In overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland is het nodig om de delen van het in te richten gebied die nog niet zijn bestemd als natuur, maar wel onderdeel vormen van het GNN, in de planprocedure te bestemmen als natuur, zodat de bescherming van het GNN ook planologisch is geborgd. Daarom wordt gevraagd om deze bestemmingsplanwijziging door te voeren.
Advies wijziging gebruik en herinrichting GO Advies: Ondanks dat versterking van de kernkwaliteiten niet noodzakelijk is, wordt aangegeven dat in het inrichtingsplan wordt ingegaan op de op dit moment reeds aanwezige kernkwaliteiten van GO en hoe daarmee rekening is gehouden in het inrichtingsplan. Als extra tip is het voor de natuurwaarden waardevol om op enkele plaatsen aan de zuidzijde van het agrarisch perceel groepjes struiken te planten, zodat de bestaande houtsingel wat geleidelijker overgaat in het grasland.
Conclusie Bij het opstellen van de regels van dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland. Het advies vanuit de provincie om te toetsen aan de aanwezige kernkwaliteiten is omschreven in hoofdstuk 4, paragraaf 4.7. Nu de gewenste ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten in het gebied past de ontwikkeling binnen de provinciale omgevingsvisie en -verordening en derhalve binnen het provinciaal beleid.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten. Het doel van de nota is het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; de identiteit onderstreept en versterkt. 3.4.2
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Bovendien is aan onderhavig plan nog een beeldkwaliteitsplan gekoppeld, dat ook door de gemeenteraad wordt vastgesteld en eveneens richtinggevend is. 3.4.3
Economische visie - Economie Voorop !
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden aangepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde worden. 3.4.4
Geluidbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van het geluidbeleid. Op 11 februari 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe 'Geluidbeleid Oost Gelre' vastgesteld. Met dit beleid worden de uitgangspunten en de normen van het Activiteitenbesluit als basis genomen voor het bepalen van de geluidsnormen. Uitzondering hierop zijn agrarische bedrijven. Het Activiteitenbesluit kent wat betreft geluidnormering maar twee gebiedstypes (bedrijventerrein en al het overige) met twee bedrijfstypes (agrarisch en tankstations) als uitzondering.
Dit staat in schril contrast met het 'oude' geluidbeleid van Oost Gelre waarin negen verschillende gebiedstypes en vele (streef-, grens- en plafond) waarden werden aangeduid. Het Activiteitenbesluit is nu voor het overgrote deel van de bedrijven van toepassing. Het geluid is nader beschreven in paragraaf 4.5. 3.4.5
Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!' In het Visiedeel van landschapsontwikkelingsplan is aangegeven dat Lievelde deel uitmaakt van 'de zone van drie dorpen en een stad'. Binnen deze zone is het landschaps-ensemble aangemerkt als 'Lievelder krans'.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Hierbij geldt het motto: "Vang de dynamiek op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan: voor wat hoort wat!. Kies daarbij voor de verschillende kanten van Lievelde voor verschillende thema's: Beoosten: 'plateaurand en linie'; Lievelder essen: 'lindenlaan over open es'; Bewesten: 'brinken en overlopers'. Te beschermen of op te poetsen parels: de vernieuwende en verbredende ondernemingen de grote open es met de lindelaan de zuideres aan de dorpsrand Lievelderes de restanten van de circumvallatielinie, o.a. Engelse schans, Landweer plekken om te verpozen eventueel met bankjes verschraalde bermen bij erf en typerende erfbeplanting karakteristieke bestaande beplantingen bijv. op steilranden boerenbosjes, soms met hulst Te stimuleren landschapselementen: kranspaden om de essen: eiken, linden en ook fruit bij erven esrandpaden: steilrandbeplantingen eventueel met zandpad erlangs lindelaan en lindebrinken op en om de essen boerenlanen; losse lanen met menging van eik en berk, zwarte els (nat) en es. Soms ook populier en wilg boerenhagen van meidoorn, beuk en hazelaar overlopers kunnen bestaan uit open stroken langs kavelgrenzen met daarin heischrale vegetatie in brongebied en verder benedenloops met beekbegeleidende beplanting.
Door Eelerwoude is een inrichtingsplan voor het plangebied opgesteld en verwoord in een rapport met nummer 10140, d.d. 3 november 2020 welke als bijlage is bijgevoegd. Door uitvoering van de in het inrichtingsplan opgenomen landschappelijke inpassing zullen de aanwezige landschapselementen worden versterkt.
Conclusie
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoeringsaspecten
Milieu-effectrapportage en Ruimtelijke planvorming
Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c.
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad.a: Wanneer uit een toets blijkt dat de activiteit (mogelijk) significante negatieve effecten tot gevolg heeft, dan kan een vergunning alleen worden verleend als uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast. Onderdeel van de passende beoordeling vormt de ADC-toets. De ADC-toets houdt een onderzoek in naar Alternatieven, het aantonen van Dwingende redenen van openbaar belang en het vooraf en tijdig treffen van Compenserende maatregelen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, het Korenburgerveen, is gelegen op een afstand van 4 km van het plangebied aan de Papenweg te Lievelde. De voorgenomen activiteiten op dit perceel alsmede op achterliggende gronden hebben geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor dit Natura 2000-gebied ook mede gezien de grote afstand. Een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk. Ad.b en c.: een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan wordt als zodanig genoemd in onderdeel D.9 van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage.
Een eventuele m.e.r.(beoordelings)plicht geldt o.a. bij inrichtingsplannen zoals bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebied dan wel een plan zoals bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, of een bestemmingsplan. Hiervan is in dit geval geen sprake. Het projectplan is voor deze activiteit niet als m.e.r.-(beoordelingsplichtig) aangemerkt.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteiten(en) die voorkomen op de D-lijst (kolom 2) die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Er geldt hiervoor een vormvrije m.e.r. beoordeling in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of 2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer.
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
De beoogde ontwikkeling voor het meanderen van de watergang vindt plaats op een gedeelte van de gronden welke kadastraal bekend zijn als gemeente Lichtenvoorde, sectie P, nummer 821. Deze gronden hebben een gezamenlijke oppervlakte van 3 ha. Daarnaast wordt een voorde aangelegd in de bestaande bosschage. De te realiseren beheerschuur vindt plaats op gronden met een oppervlakte van 0,348 ha. Zoals hierboven is aangegeven zijn de beoogde ontwikkelingen kleiner dan 125 hectare zodat een vormvrije m.e.r.beoordeling niet noodzakelijk is.
Conclusie Een milieueffectrapportage, zowel -plicht, -beoordeling als -vormvrij, is niet nodig nu de gewenste activiteiten op perceelsniveau niet onder de genoemde drempelwaarden vallen en/of worden genoemd. Daarnaast is een passende beoordeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet noodzakelijk.
4.2
Archeologie en Cultuurhistorie
Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.
Archeologie Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld.
De plantontwikkeling als zijnde de realisatie van een beheerschuur (kapschuur) en het meanderen van de Lievelderbeek met doorsteek door een bosschage zijn ingevolge de geldende bestemmingsplannen 'Kern lievelde 2015' alsmede 'Buitengebied Oost Gelre 2011', met bijbehorende Reparatieplannen, gelegen op gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarden 1 en 2'.
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1 (deel van de gronden liggende in bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011) Streven naar behoud in huidige staat. Bodemingrepen dieper dan bouwvoor of bekende bodemverstoring vermijden. Indien behoud niet mogelijk is, dan bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 100 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek.
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 (deel van de gronden liggende in bestemmingsplan 'Kern Lievelde 2015) Streven naar behoud in huidige staat. Bodemingrepen dieper dan bouwvoor of bekende bodemverstoring vermijden. Indien behoud niet mogelijk is, dan bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 100 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek.
Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2 (deel van de gronden liggende in bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011) Streven naar behoud in huidige staat. Bodemingrepen dieper dan bouwvoor of bekende bodemverstoring vermijden. Indien behoud niet mogelijk is, dan bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 2.500 m2 vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek.
Waarde - Archeologisch waardevol gebied 3 (deel van de gronden liggende in bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011) Streven naar behoud in huidige staat. Bodemingrepen dieper dan bouwvoor of bekende bodemverstoring vermijden. Indien behoud niet mogelijk is ter hoogte van de kwartieren, schansen, hoornwerken en redoutes, dan bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en ongeacht de omvang van de ingreep vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek. Indien behoud niet mogelijk is ter hoogte van de Liniedijk, dan bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en ongeacht de omvang vroegtijdig inventariserend onderzoek.
Nieuw archeologiebeleid Op 14 april 2020 heeft de gemeenteraad het nieuwe archeologiebeleid vastgesteld met als titel 'Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre, een actualisatie van de archeologische waarden-, verwachtings- en beleidskaart'. Dit archeologiebeleid gaat gelden voor het gehele gemeentelijk grondgebied in Oost Gelre. Op 22 februari 2022 heeft de gemeenteraad het 'Parapluplan Archeologie' vastgesteld. Aan dit Parapluplan is getoetst.
Ingevolge het ontwerp 'Parapluplan Archeologie' zijn de gronden voor de beoogde planontwikkeling gelegen binnen: Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2 voor het perceel waar de beheerschuur wordt gerealiseerd: Grondwerkzaamheden waarbij de vergunningplicht geldt voor werkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2. Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1 voor het perceel met de meanderende Lievelderbeek en de aanleg van de voorde in de bosschage: Grondwerkzaamheden of rooien van bos waarbij de vergunningplicht geldt voor werkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld én een oppervlakte van 250 m2. Waarde - Archeologisch Rijksmonument voor een klein deel van het perceel met de meanderende Lievelderbeek:
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde
Voor het bouwen van bouwwerken, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed noodzakelijk. Een aanvraag daartoe dient bij de gemeente Oost Gelre te worden ingediend.
Beoordeling Realisatie beheerschuur Voor de realisatie van de beheerschuur met een totale oppervlakte van 350 m2 wordt een fundering uitgegraven met een diepte van ongeveer 30 cm. Hierbij wordt alleen aan de lange en korte zijden van het gebouw een fundering gegraven waardoor de genoemde oppervlakte van 250 m2 niet wordt overschreden. Een archeologisch onderzoek is hiervoor dan ook niet noodzakelijk. Realisatie doorsteek bosschage Voor de doorsteek door de bosschage en de aanleg van een voorde over de watergang worden bomen gekapt waarbij de grond door de wortels van de bodem al geroerd is. Verder vinden hiervoor geen bodemingrepen plaats die dieper zullen zijn dan 40 cm. Hiervoor is dan ook geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Realisatie meanderende watergang Het voorstel is om de watergang Lievelderbeek te laten meanderen op een deel van het achterliggende perceel (agrarische grond). Nog niet geheel duidelijk is hoe de uitvoering van deze watergang zal plaatsvinden qua diepte, breedte, lengte, etc. Wel is duidelijk dat de watergang dieper dan 30 cm zal zijn waarbij de genoemde oppervlakte van 250 m2 zal worden overschreden. Om op de juiste locatie voor de watergang een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien nodig, is in het vaststellingsbesluit hiervoor een voorwaarde opgenomen.
Is de ligging van de meanderende watergang bekend dan zal er voor de uit voeren werkzaamheden worden bepaald of er alsnog een archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. Dit zal mede worden bepaald door de medewerker cultuurhistorie van de gemeente Oost Gelre. Conclusie archeologie Een archeologisch verkennend onderzoek is voor de gronden waarop de beheerschuur en de voorde worden aangelegd niet nodig. Het perceel waar de meanderende watergang in is voorzien zal de grenswaarden voor een verkennend archeologisch onderzoek overschrijden. Nu nog niet geheel duidelijk is waar de meanderende watergang zal worden gesitueerd zal een algemeen verkennend archeologisch onderzoek geen meerwaarde hebben. Pas als bekend is waar de meanderende watergang wordt aangelegd zal voorafgaand hieraan een verkennend archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. Zo kan specifiek worden beoordeeld op archeologische waarden en vondsten. Dit zal in het vaststellingsbesluit worden opgenomen als voorwaarde.
Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek. Tot de overige cultuurhistorische waarden worden gerekend: de historisch-geografische waarden (cultuurlandschap, structuren/lijnen en bijzondere punten); de historisch-stedenbouwkundige waarden (stedenbouwkundige opbouw en identiteit); de architectuurhistorische waarden (waardevolle kenmerken van gebouwen). De beoogde realisatie van een beheerschuur (kapschuur) aan de Papenweg te Lievelde heeft geen historisch-geografische of stedenbouwkundige waarden. Architectuurhistorische waarden zijn niet
32
Toelichting (vastgesteld)