CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp papenweg 12 toelichting

Gemeenteraad 10 mei 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Herziening Papenweg 12 te Lievelde’16.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde aanwezig nu het terrein waar de realisatie gaat plaatsvinden nog onbebouwd is. De gemeentelijke erfgoednota is niet van toepassing bij de boogde ontwikkelingen op dit perceel. Het voorliggend bestemmingsplan tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Ook zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig.

Algehele conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt vooralsnog geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. In het vaststellingsbesluit van dit bestemmingsplan wordt een voorwaarde opgenomen voor archeologisch onderzoek indien de uitvoering van de watergang bekend is.

4.3

Bodem

Wettelijk kader Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Op 1 juli 2012 zijn in Oost Gelre de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart in werking getreden. De Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn bedoeld om de omgang met grond goed te regelen. Op basis van de Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is het in veel gevallen mogelijk om het hergebruik van grond als bodem zonder extra keuringen toe te staan. Grondverzet op basis van Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart is mogelijk binnen de volgende gemeenten: Aalten, Bronckhorst, Berkelland, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk. De Nota Bodembeheer met bodemkwaliteitskaart vormt de basis van duurzaam bodembeheer binnen de regio Achterhoek.

Situatie plangebied In het kader van de onderzoeksplicht dient onder andere de bodemgesteldheid in het plangebied in kaart te worden gebracht bij verblijfsruimten zoals woningen of ruimten waarin langere tijd door mensen wordt verbleven. Dat is bij onderhavige ontwikkeling niet het geval. Het gaat hierbij om de realisatie van een beheerschuur met stalruimte voor de Schotse Hooglanders en Alpaca's, waarin wel een ruimte in wordt opgenomen om op kleine schaal voorlichting/educatie te bieden, enkele machines te stallen (voor beheerwerkzaamheden aan natuur en grasland) en om hooi op te slaan. Er is dus een verblijfruimte voor mensen aanwezig waarin door de mensen wat langer wordt verbleven dan normaal. Deze ruimte wordt sporadisch gebruikt. Een verkennend bodemonderzoek is daarvoor dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Water

Wettelijk kader Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het thema watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden-Bergen-Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft het waterschap naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd. De trits 'vasthouden, bergen en afvoeren' houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk in het plangebied wordt vastgehouden in de bodem (infiltratie) en in het oppervlaktewater wordt geborgen. Vervolgens wordt, zo nodig, het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren, wordt het water afgevoerd.

Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste, wanneer schoonhouden en scheiden niet mogelijk is, komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. In de stroomgebiedsvisie (Provincie Gelderland in nauwe samenwerking met de waterschappen en de Directie Oost-Nederland van Rijkswaterstaat) staan zowel bestaand beleid als suggesties voor nieuw waterbeleid, waarbij de nadruk ligt op de ruimtelijke aspecten van dit waterbeleid. De stroomgebiedsvisie geeft inzicht in de aard en omvang van de wateropgaven die relevant zijn. Het accent in de wateropgaven voor de Achterhoek en Liemers ligt op het voorkomen van wateroverlast en herstel c.q. bescherming ecologisch waardevolle wateren en natte landnatuur. Ter voorkoming van huidige en toekomstige wateroverlast is in en langs bestaande waterlopen naar oplossingen gezocht (verbreden, verondiepen, hermeanderen). Het beleid gaat uit van: een goede kwaliteit van het water (grond- en oppervlaktewater); water meer ruimte geven; versterken van de ecologische waarden; creëren van een vitaal watersysteem Situatie plangebied Het waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel als hulpmiddel voor het opstellen van de waterparagraaf.

De vragen zijn bedoeld om een beoordeling te kunnen geven van de feitelijke, fysiek-technische situatie maar ook om te kunnen beoordelen of de situatie zich verhoudt tot het waterbeleid van Rijk, provincie en waterschap. De vragen zijn zodanig opgesteld dat als een vraag met ja wordt beantwoord het waterthema relevant is. De relevante thema's worden na de watertoetstabel behandeld. Het bestemmingsplan legt voornamelijk de bestaande legale situatie vast, hierdoor zijn een aantal thema's minder relevant.

Thema

Toetsvraag

Relevant

Hoofdthema's Veiligheid

Riolering afvalwaterketen

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale Nee waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

Nee

en 1. Is er toename van het afvalwater (DWA)?

Nee

2. Ligt in het plangebied een persleiding van Waterschap Rijn en Nee IJssel?

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

3. Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie Nee van het waterschap? Wateroverlast (oppervlaktewater)

1. Is sprake van toename van verhard oppervlak?

Ja

2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard Nee oppervlak? 3. Bevinden zich in of nabij het plangebied natte en laaggelegen Nee gebieden, beekdalen en overstromingsvlaktes? Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of Nee IJssel?

Oppervlaktewaterkwaliteit

3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee

4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?

Nee

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater Nee geloosd? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een strategisch Nee actiegebied? Grondwaterkwaliteit

1. Ligt in het plangebied een beschermingszone van een Nee drinkwateronttrekking?

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het Nee gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? 2. Bevinden zich of komen er functies in of nabij het plangebied die Nee milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in beïnvloedingsgebied voor natte land natuur?

een

hydrologisch Nee

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte ecologische Nee verbindingzone? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor Nee natte landnatuur?

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Ja of beheer zijn van het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Ja

Aandachtsthema's Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

Tabel: Watertoetstabel met waterhuishoudkundige thema's

De bovengenoemde vragen die met 'ja' zijn beantwoord zijn hieronder verder uitgewerkt.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Wateroverlast (oppervlaktewater) Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Als dit hemelwater niet vertraagd wordt afgevoerd wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar naar benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Uitgangspunt is dat (nieuwe) ontwikkelingen minimaal hydrologisch neutraal zijn of een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met 350 m2. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen – afvoeren behandeld. Het hemelwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd/geborgen in een aan te leggen infiltratievoorziening. Op deze wijze kan regenbui T=10+10% (40mm) worden opgevangen in het plangebied en vertraagd worden afgevoerd. In extreme situaties zou bui T=100+10% tot aan maaiveld of op maaiveld geborgen kunnen worden zonder dat er waterschade optreedt. Bij voorkeur worden natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, regionale bergingsgebieden en overstromingsvlaktes niet bebouwd. Het plan gebied beoogt geen kapitaalintensieve bouwwerken in deze gebieden.

Inrichting en beheer Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met het reguliere onderhoudsmaterieel van het waterschap mogelijk te zijn. Daarnaast dienen wijzigingen aan het watersysteem en werkzaamheden in de keurzone met een watervergunning te worden uitgevoerd. De voorgenomen ontwikkelingen zijn geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van het watersysteem. De inrichting van- of aanpassingen aan het watersysteem zijn in overleg met het waterschap bepaald. Het oppervlaktewaterpeil wordt binnen gewenste of vastgestelde marges gehandhaafd.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Geluid

Wettelijk kader In het kader van de Wet geluidhinder is bij de wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai. Dit geldt alleen voor (geplande) geluidsgevoelige bestemmingen die binnen de zone van een weg, spoorweg of industrieterrein liggen. Naast het wettelijk kader van de Wet geluidhinder moet ook een afweging gemaakt worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Gemeente Oost Gelre heeft eigen geluidsbeleid ontwikkeld om zo richting te kunnen geven aan het geluidsaspect in bestemmingsplannen, vergunningen en dergelijke. Bij nieuwe activiteiten dient de geluidsbelasting te voldoen aan de streefwaarden. Situatie plangebied De omgeving van het te ontwikkelen plangebied aan de Papenweg bestaat hoofdzakelijk uit bedrijventerrein met op enig afstand woningen van derden. De dichtstbijzijnde woning van derden, Papenweg 10, zal komen te liggen op ongeveer 80 meter van de te realiseren beheerschuur. Bestaande bebouwing op het bedrijventerrein, aan de overzijde van de Papenweg en het plangebied, komt te liggen

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde op ongeveer 55 meter. In de beheerschuur vinden geen werkzaamheden plaats die akoestisch relevant zijn om nader te onderzoeken. Daarbij bevinden er zich geen verblijfsruimten voor personen in de beheerschuur welke permanent of semi-permanent worden bezet waardoor een akoestisch onderzoek noodzakelijk zou zijn ter bepaling van het geluid afkomstig van de aanwezige bedrijven. Een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing) en locaties waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van Infrastructuur en Milieu ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm.

In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In 2015 is door Infomil een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht sterk samenhangen. Op basis hiervan merkt Infomil op dat "wanneer wordt voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10, vrijwel altijd wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5". Voor woningbouwlocaties is een nibm-grens opgenomen van 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersdeling. Een project dat kleiner is dan deze grenzen, is in beginsel 'niet in betekenende mate'.

Situatie plangebied De te realiseren beheerschuur heeft geen verkeersaantrekkende werking met uitzondering van de op kleine schaal te geven voorlichting/educatie. Ook de ontwikkeling van het achterliggende weiland als nieuwe natuur en de meanderende watergang hebben geen verkeersaantrekkende werking wat negatief zou kunnen zijn voor de Luchtkwaliteit. Ook het beheer met landbouwmachines heeft geen groot negatief effect op de Luchtkwaliteit. Een aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

4.7

Natuurwaarden

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehouden met de Wnb. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is door Eelerwoude een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd en verwoord in een onderzoeksrapport met projectnummer 10140 d.d. 3-11-2020. Het onderzoeksrapport is als bijlage bijgevoegd. Het doel hiervan is om in te schatten of er in het plangebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden van de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.

De conclusie uit de uitgevoerde Quickscan Flora en Fauna: Soortenbescherming Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling op de ontheffingsplicht geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren. Werkzaamheden met betrekking tot het hermeanderen van de Lievelderbeek, het aanleggen van de voorde en de kap van de zwarte elzen en lindes dient buiten het broedseizoen te gebeuren. Nesten in de bomen of het omliggende braamstruweel zijn op voorhand niet uit te sluiten.

Overige werkzaamheden zoals het bouwen van de schuur en het aanplanten van bomen kunnen wel binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen 'voldoende zorg' in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.

Gebiedsbescherming Niet stikstof-gerelateerde effecten

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is altijd noodzakelijk om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. Echter is de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied dusdanig groot en de geplande ontwikkeling dusdanig klein dat een significante stikstofdepositie niet wordt verwacht. Er zijn berekeningen uitgevoerd die hieronder worden weergegeven. Bescherming houtopstanden De 5 tot 15 te kappen zwarte elzen en lindes vallen onder een houtopstand van meer dan 10 are. Er moet om deze reden een kapmelding worden gedaan bij het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) Het plangebied ligt gedeeltelijk buiten GNN gebied, gedeeltelijk binnen GNN gebied en gedeeltelijk binnen de GO.

De plannen splitsen zich in verschillende ontwikkelingen: Bouwen schuur Het bouwen van de schuur gebeurt buiten GNN-gebied. Een toetsing aan het GNN-beleid voor het bouwen van de schuur wordt niet noodzakelijk geacht. Realiseren doorsteek Een toetsing aan het Natuur Netwerk Nederland (NNN-beleid) voor het realiseren van de doorsteek door de Lievelderbeek is niet noodzakelijk indien de bomenkap plaatsvindt tussen 1 oktober en 15 maart. Ontwikkelen nieuwe natuur Een toetsing van deze ontwikkeling aan het GNN-beleid wordt niet noodzakelijk geacht omdat de ontwikkeling ten gunste is van natuur. Extensief begrazen Het westen van het agrarisch perceel zal niet worden ingericht met de bestemming natuur. Er is hierdoor geen sprake van een wijziging van het bestemmingsplan, daarnaast is er ook geen sprake van een afname van areaal. Een toetsing aan het GNN-beleid wordt hierom niet noodzakelijk geacht.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Ligging plangebied t.o.v. GNN en GO, bron: Quickscan flora en fauna-rapport Eelerwoude

Vooroverleg en opmerkingen/adviezen provincie Gelderland Aanleg voorde Advies: Omdat de effecten op GNN nu nog niet zijn beschreven in het inrichtingsplan, vragen wij om te onderzoeken in hoeverre deze ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op de kernkwaliteiten, het oppervlakte en de samenhang van het GNN. Hermeandering beek Advies: In overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland is het nodig om de delen van het in te richten gebied die nog niet zijn bestemd als natuur, maar wel onderdeel vormen van het GNN, in de planprocedure te bestemmen als natuur, zodat de bescherming van het GNN ook planologisch is geborgd. Daarom vragen we ook om deze bestemmingsplanwijziging door te voeren. Advies wijziging gebruik en herinrichting GO Advies: Ondanks dat versterking van de kernkwaliteiten niet noodzakelijk is, willen we wel zien dat in het inrichtingsplan wordt ingegaan op de op dit moment reeds aanwezige kernkwaliteiten van GO en hoe daarmee rekening is gehouden in het inrichtingsplan. Als extra tip is het voor de natuurwaarden waardevol om op enkele plaatsen aan de zuidzijde van het agrarisch perceel groepjes struiken te planten, zodat de bestaande houtsingel wat geleidelijker overgaat in het grasland. GNN en GO Bouwen beheerschuur Het bouwen van de schuur gebeurt buiten GNN-gebied.

Met de voorgenomen werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN significant aantasten. Een toetsing aan het GNN-beleid voor het bouwen van

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde de schuur wordt niet noodzakelijk geacht. Realiseren doorsteek aanleg voorde Bij het realiseren van de doorsteek (voorde) over de Lievelderbeek worden twee natuurbeheertypen doorkruist (afbeelding 5): L01.16 Bossingel en N03.01 Bron en Beek (Lievelderbeek). Er is geen sprake van een wijziging van het bestemmingsplan ter plaatse van de doorsteek, er is hierdoor geen sprake van een verlies van areaal. Het kappen van enkele bomen ter plaatse van de doorsteek valt binnen de afbakening van natuurbeheertype L01.16 (periodiek dunnen van bomen) zolang dit gebeurt in de periode tussen 1 oktober en 15 maart (Bij12, 2020). Bij het plaatsen van de voorde is geen sprake van een aantasting van de beek of het natuurbeheertype. Een toetsing aan het NNN-beleid voor het realiseren van de doorsteek over de Lievelderbeek is niet noodzakelijk indien de bomenkap plaatsvindt tussen 1 oktober en 15 maart. Ontwikkelen nieuwe natuur Bij het ontwikkelen van nieuwe natuur ten oosten van het huidig agrarische perceel wordt gewerkt in afwijking met het bestemmingsplan, waardoor er normaliter sprake is van een toetsing ten opzichte van de wezenlijke waardes en kenmerken van het GNN. Echter betreft het gedeelte GNN waarop nieuwe natuur zal worden ontwikkeld beheertype N00.01 'functieverandering van landbouw naar nieuwe natuur'.

Het omvormen van intensief beheerde landbouwgrond naar een definitief natuurtype (N14.01 Rivier- en Beekbegeleidend bos) in combinatie met een verschralingsbeheer past precies binnen de afbakeningen van dit habitattype (Bij12, 2020). De ontwikkeling heeft een positief effect op de kernkwaliteiten van het gebied, doordat er geen verlies is aan areaal, er sprake is van kwaliteitsverbetering van de natuur, waardoor diverse leefgebieden worden verstevigd. Een verdere uitwerking van de effecten op het GNN wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien het doel is om de natuur te versterken en dit aansluit op de doelen van het GNN.

Ligging planlocatie ten opzichte van het Natuurbeheerplan 2021, opgesteld door de provincie

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde Gelderland. (Rood: N00.01 Functieverandering van landbouw naar nieuwe natuur, licht groen: L01.16 Bossingel; donker groen N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos; zwart (lijn): N03.01 Beek en Bron) (Bron; Provincie Gelerland , 2020)

NATURA 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op 4 kilometer afstand ten oosten van het plangebied (Korenburgerveen). Door de fysieke afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde Narura 2000-gebieden 'Korenburgerveen' en 'Zwillbrocker Venn u. Ellewicker Feld' worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven door directe verstoringsfactoren verwacht. Ook significante negatieve effecten door indirecte verstorings- factoren zijn op voorhand uit te sluiten, met uitzondering van stikstofdepositie. Significante negatieve effecten door stikstofdepositie op gevoelige habitats van de Natura 2000-gebieden 'Korenburgerveen' en 'Zwillbrocker Venn u. Ellewicker Feld' in de kap-, sloop-, bouw- en gebruiksfase van het plangebied zijn niet op voorhand uit te sluiten. Een AERIUS-berekening is daarom noodzakelijk en uitgevoerd door Eelerwoude. De resultaten hiervan zijn verwoord in het onderzoekrapport 'Stikstofberekening' met projectnummer 10140, d.d. 29-04-2021 welke als bijlage is bijgevoegd.

Stikstof De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 uitgesproken dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten gebruikt mag worden. Daarmee vervalt de in het PAS gehanteerde grenswaarde voor stikstofdepositie van 0,05 mol N/ha/jaar. Gevolg hiervan is dat alle ingrepen die de stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied in de omgeving ook maar enigszins verhogen in principe niet zijn toegestaan. Ondanks de relatief grote afstand van circa 4 km tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, kan een verhoging van de stikstofdepositie door de voorgenomen ingreep op dit gebied niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve wordt geadviseerd om een stikstoftoets uit te laten voeren. Met het rekenmodel AERIUS kan de stikstofuitstoot van een planontwikkeling worden berekend. Op 15 oktober 2020 is een nieuwe versie van het rekenmodel AERIUS beschikbaar gesteld. Heeft de planontwikkeling geen toename van stikstof op nabij gelegen natuurgebieden tot gevolg dan kan aan de planontwikkeling worden meegewerkt. Met het rekenprogramma AERIUS is een berekening gemaakt van het plangebied in de bouw- en gebruiksfase in het plangebied. Het rekenprogramma geeft aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Nu de toename van stikstof in de nieuwe situatie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar kan aan het verzoek worden meegewerkt. De stikstofberekening is als bijlage bijgevoegd.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Ligging plangebied (nummer 1) ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden, bron: rapport stikstofberekening Eelerwoude

Conclusie De voorgenomen planontwikkeling heeft geen significante gevolgen voor een te beschermen gebied en/of soort. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Wel dient voor de realisatie van de doorsteek in de houtopstand een kapmelding worden gedaan bij het bevoegd gezag, de provincie Gelderland.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan wij het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt veelal de VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke indicatieve richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde milieugevoelige functie die op grond van het plan mogelijk is (dit is niet altijd de werkelijke gevel, maar de plek waar de gevel van de woning volgens het bestemmingsplan inclusief vergunningvrij bouwen mogelijk is). De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.

Situatie plangebied De omgeving van het te ontwikkelen plangebied aan de Papenweg bestaat uit een tweetal bedrijven met enkele woningen van derden. Het gebied is hierdoor aan te merken als gemengd gebied. Naast het perceel voor realisatie van de beheerschuur is een metaalbewerkingsbedrijf gelegen. Dit bedrijf is in eigendom en in gebruik door initiatiefnemer van de voorgenomen ontwikkeling. Aan de andere zijde van het te ontwikkelen perceel is de bedrijfswoning van inititiefnemer gelegen. Aan de overzijde van het perceel voor de beheerschuur is een bedrijf gelegen voor groenvoorzieningen. De dichtstbijzijnde woningen van derden ligt op ongeveer 80 meter.

In de beheerschuur vindt naast het stallen van de Schotse Hooglanders en Alpaca's ook op kleine schaal voorlichting/educatie plaats en worden enkele machines gestald (voor beheerwerkzaamheden aan natuur en grasland) en om hooi op te slaan. Ingevolge de handboek "Bedrijven en milieuzonering" geldt voor het 'fokken en houden van rundvee' (Schotse Hooglanders) een grootste afstand van 100 m, waarbij het aspect 'geur' hierbij deze grootste afstand maakt. Nu er sprake is van een gemengd gebied kan deze afstand worden gehalveerd tot 50 meter. Daarbij dient te worden vermeld dat er in onderhavig geval slechts enkele dieren worden gehuisvest. De genoemde afstand van 100 m geldt voor alle rundveehouderijen. Daarnaast geldt voor het 'fokken en houden van overige dieren' (Alpaca's) een grootste afstand van 30 m, waarbij ook het aspect 'geur' deze grootste afstand maakt. Binnen 30 meter, of, nu er sprake is van een gemengd gebied, 15 meter zijn geen gevoelige objecten gelegen. Voor de overige activiteiten zijn geen afstanden opgenomen.

Conclusie Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

4.9

Externe veiligheid

Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het onder meer om productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving. Door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en 'gevoelige objecten' wordt voldaan aan de wettelijke normen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van 27 oktober 2004 en de hierin opgenomen Regeling externe veiligheid inrichtingen, geeft aan welke activiteiten/bedrijven risicocontouren kennen, waarmee rekening dient te worden gehouden bij het verlenen van vergunningen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het Bevi heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in bedrijven tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen. Op vergelijkbare wijze zijn de aanvaardbare risico's, verbonden aan transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en het transport door buisleidingen, vastgelegd in het

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de daarbij behorende regelingen. Het doel wordt in Bevi, Bevt en Bevb vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In Bevi, Bevt en Bevb zijn de risiconormen (plaatsgebonden risicoafstanden) wettelijk vastgelegd. Binnen deze afstanden mogen geen kwetsbare objecten worden opgericht. Beperkt kwetsbare objecten mogen alleen onder zwaarwegende motieven binnen deze risicoafstanden. Er is in Bevi, Bevt en Bevb geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Derhalve is de risicokaart geraadpleegd.

Gemeentelijk externe veiligheidsbeleid De gemeente Oost Gelre heeft in 2008 een beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.

Situatie plangebied Op het perceel zullen geen activiteiten plaatsvinden en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden waarbij de grenswaarden voor groepsrisico en plaatsgebonden risico worden overschreden. Op onderstaande uitsnede van de Risicokaart van de provincie Gelderland is te zien dat op 2 km van het plangebied een buisleiding van defensie en/of de Gasunie is gelegen. Daarnaast is het plangebied op ruim 900 m gelegen van de dichtstbijzijnde route voor gevaarlijke stoffen (N18). In de kern Lievelde is daarnaast een LPG-tankstation gelegen met vulpunt en afleverzuil. Deze liggen op ongeveer 380 m van het plangebied. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt niet plaats op het spoortraject Winterswijk - Zutphen. Dit spoortraject is alleen ten behoeve van personenvervoer. De afstanden tot aan het plangebied zijn dermate groot dat er geen nader onderzoek naar externe veiligheid voor het plangebied hoeft plaats te vinden.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Uitsnede uit de Risicokaart Gelderland (Bron: provincie Gelderland)

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Geur

Wettelijk kader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgh) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor geldt minimaal aan te houden afstanden. De Regeling geurhinder en veehouderij is gepubliceerd op 18 december 2006. Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 De gemeenteraad heeft bij besluit van 12 maart 2008 de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008 vastgesteld. Deze verordening is op 28 maart 2008 in werking getreden. Daarbij zijn de bebouwde kommen van Groenlo, Lievelde en Vragender aangewezen als gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarvoor een andere geurnorm van toepassing is.

Op grond van de verordening gelden de volgende waarden als maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij: bebouwde kom van Groenlo: 5 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Lievelde: 7 odour units per kubieke meter lucht; bebouwde kom van Vragender: 7 odour units per kubieke meter lucht. Situatie plangebied In de te realiseren beheerschuur worden de Schotse Hooglanders en de Alpaca's gehouden. Voor deze dieren gelden geen geuremissefactoren zodat hier minimale afstanden gelden. Bij het hobbymatig houden van dieren, als zijnde bedrijfsmatig, gelden voor de dieren een vaste afstand van 50 m ten opzichte van geurgevoelige objecten zoals woningen en kantoren. Nu de dichtstbijzijnde woningen op ruim 80 meter zijn gelegen en het kantoorgebouw van het tegenoverliggend bedrijf ook op ongeveer 80 m, wordt er voldaan aan de minimale afstand van 50 m.

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Verkeer en parkeren

Verkeer De bestaande bedrijfshal Papenweg 14, de bedrijfswoning Papenweg 12 en de nieuw te realiseren beheerschuur, liggende tussen nr. 12 en 14, worden ontsloten via de Papenweg. Parkeren Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre De nota ‘Parkeernormen gemeente Oost Gelre’ is een nadere uitwerking van het parkeerbeleid zoals dat is opgenomen in het integraal verkeersprogramma. In deze nota is een eenduidig toepassingskader vastgelegd van de parkeernormen. Tevens zijn in deze nota de toe te passen parkeernormen van de gemeente Oost Gelre vastgelegd. Het hanteren van parkeernormen is van belang om de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te houden. Bij bouwplannen (nieuwbouw, verbouw, herontwikkeling etc.) kan extra parkeerbehoefte ontstaan. De hoeveelheid en de kwaliteit van de extra te realiseren parkeer-plaatsen wordt berekend aan de hand van parkeernormen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de initiatiefnemer in principe op eigen terrein in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Hierdoor wordt een verhoging van de parkeerdruk in de openbare ruimte voorkomen. De basis voor deze Nota Parkeernormen is het ASVV 2012 (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom) en publicatie 317 'Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering' van CROW - het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

Op basis van het autobezit in Oost Gelre is ervoor gekozen om de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers als uitgangspunt te hanteren. Bij de toekomstige werkwijze bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt de gemiddelde norm gehanteerd voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen. De normen zijn opgenomen in de nota. De parkeernormen zijn opgenomen per functie, onderverdeeld naar de stedelijke zones: centrum Groenlo en Lichtenvoorde, schil rond centrum Groenlo en Lichtenvoorde, rest bebouwde kom (overige gebieden binnen de bebouwde kom van Groenlo en Lichtenvoorde evenals de kernen Zieuwent, Mariënvelde, Harreveld, Vragender en Lievelde) en buitengebied. In de normering is rekening gehouden met een aandeel van bezoekers van 0,3 parkeerplaatsen per woning. In de nota zijn ook richtlijnen gegeven voor bijvoorbeeld maatvoering van de parkeerplaatsen en de locatie van de parkeerplaatsen. Verder is een ontheffingsmogelijkheid opgenomen.

Situatie plangebied Ter plaatse geldt het Facetbestemmingsplan parkeren met identificatienummer NL.IMRO.1586.BPPAR1800-VG01 van de gemeente Oost Gelre. Binnen het Facetbestemmingsplan is een regeling opgenomen, waarin wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Expliciet is aangegeven dat ook een rechtsopvolger het kader kan vormen. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Uitgangspunt is parkeren op eigen terrein. Aan de voorzijde van de bedrijfshal Papenweg 14 zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig om, in geval van een voorlichting- of educatieve bijeenkomst in de beheerschuur, de voertuigen hier te parkeren. De voorgenomen planontwikkeling heeft verder geen verkeersaantekkende werking. Binnen het plangebied zijn dus voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te kunnen voldoen aan de normen zoals opgenomen in de hierboven aangegeven Nota parkeernormen.

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Conclusie In het plangebied zijn voldoende parkeerplaatsen voorhanden om te kunnen parkeren op eigen terrein..

4.12

Kabels en leidingen

In en rondom het plangebied zijn verschillende algemene nutskabels en -leidingen aanwezig. Hiermee wordt bij de planuitwerking rekening gehouden. Er bevinden zich in of nabij het plangebied geen kabels of leidingen waarvoor in het bestemmingsplan een beschermende regeling moet worden opgenomen.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding, de tekening, is een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuren en letteraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Uitgangspunt voor de regels zijn de planregels die in de meest recente plannen binnen de gemeente zijn opgenomen, deels aangepast aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012 (SVBP 2012) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.

5.2

Bestemmingsplan

Het digitale bestemmingsplan 'NL.IMRO.1586.BPLIE1002-VG01' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1586.BPLIE1002-VG01 met bijbehorende regels.

5.3

Plansystematiek

5.3.1

Indeling

Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.

Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven, bij het toepassen van de wijze van meten. Dit betreft het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met bijvoorbeeld luifels, ventilatiekanalen, schoorstenen en kroonlijsten. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de (dubbel) bestemmingen vastgelegd. Per bestemming wordt het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Bestemmingsregeling Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijking van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijking van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden; wijzigingsregels. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Bouwregels In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het is mogelijk dat bestaande, legale gebouwen afwijken. Onder bestaand wordt verstaan de ‘bestaande situatie’ zoals deze is vastgelegd op basis van de veldinventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto’s, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), zoals deze bij de gemeente bekend waren ten tijde van de inwerkingtreding van het Bestemmingsplan Buitengebied. Afwijken van de bouw- of gebruiksregels Afwijkingen bij een omgevingsvergunning worden gebruikt om een bestemmingsplan flexibel te maken.

Er is bijvoorbeeld een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om af te kunnen wijken van de opgenomen maatvoeringen, met een maximum van 10%. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden Op grond van de Wro is het mogelijk om ter bescherming van de functies in bestemmingsplan, een omgevingsvergunningstelsel op te nemen waarmee bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig worden. In het bestemmingsplan geldt bijvoorbeeld voor de gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde' een omgevingsvergunningplicht.

Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen - dat wil zeggen: het gehele bestemmingsplan betreffend - karakter. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en parkeerregelgeving.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. 5.3.2

Bestemmingsregels

Bedrijf De gewenste ontwikkeling voor het realiseren van een beheerschuur komt te liggen binnen de 50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde bestemming 'Bedrijf'. In deze al aanwezige bedrijfsbestemming zijn bedrijven tot en met categorie 3.2 toegestaan. Bebouwing dient binnen aangegeven bouwvlakken te worden gerealiseerd. In de regels zijn voor bouwwerken bouwhoogtes opgenomen.

Natuur De bestaande bestemming 'Natuur' uit het geldende bestemmingsplan wordt overeenkomstig overgenomen. De agrarische gronden waarin in de planontwikkeling de te realiseren meanderende watergang zal worden gerealiseerd zal ook worden bestemd als 'Natuur'.

Water De aanwezige watergang, zijnde de Lievelderbeek, is in het huidige bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' als 'Water' bestemd en zal overeenkomstig hiermee weer als 'Water' worden bestemd.

Archeologie Bestemmingen 'Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1 en 2' en 'Archeologisch Rijksmonument' Deze bestemming betreft de te beschermen archeologische waarden. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. Dit is gebaseerd op het ontwerp 'Parapluplan Archeologie'. In het ontwerp 'Parapluplan Archeologie' komt voor de categorie: Bestemming

Categorie

Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 1

Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 30 cm -Mv en groter dan 250 m2 of rooien van bos

Waarde - Archeologisch verwachtingsgebied 2

Onder voorwaarden bodemingrepen dieper dan 40 cm -Mv en groter dan 250 m2

Waarde - Archeologisch Rijksmonument

Voor het bouwen van bouwwerken, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed noodzakelijk

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat bij opeenvolgende bouwaanvragen waarbij een bepaalde oppervlakte aan grond als voorwaarde is geformuleerd, dezelfde grond opnieuw bij de afweging omtrent vergunningverlening wordt betrokken. De anti-dubbeltelbepaling wordt conform het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene gebruiksregels In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is aangegeven welke gebruiksvormen in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Het verbod om gronden en bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan te gebruiken is geregeld in de Wabo, ex art. 2.1 lid 1 sub c. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels is onder andere geregeld dat nutsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd tot een maximum van 75 m3. Tevens is overschrijding van de hoogten en oppervlakten tot een maximum percentage van 10% mogelijk. Verder is afwijking mogelijk voor zendmasten en onder voorwaarden verschuiving van bijvoorbeeld bouwgrenzen.

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het in geringe mate aanpassen van het plan. Daarnaast zijn het oprichten van bouwwerken ten behoeve van openbaar nut opgenomen. Aan het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden gekoppeld.

Parkeerregelgeving In artikel 13 is de regeling voor parkeren opgenomen. Op basis hiervan kan als voorwaarde voor vergunningverlening een parkeernorm worden opgelegd. In de regeling wordt verwezen naar de gemeentelijke Parkeernota of een rechtsopvolger daarvan. Als de Nota Parkeernormen gemeente Oost Gelre wordt aangepast, dan vormt de opvolger daarvan het nieuwe toetsingskader. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het bestemmingsplan is het overgangsrecht conform het Bro opgenomen. De peildata voor bouwen en gebruiken zijn gelijkgetrokken en gelegd op de datum waarop het bestemmingsplan in werking treedt.

Slotregel In de slotregel is aangegeven onder welke benaming de regels kunnen worden aangehaald.

52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Nu de planontwikkeling betrekking heeft op gronden in de GNN en GO is er sprake van provinciaal belang. Daarnaast vindt de planontwikkeling plaats op gronden in eigendom van Staatsbosbeheer. Ook het waterschapsbelang kan in het geding komen. Met de voornoemde overlegpartners heeft vooroverleg plaatsgevonden. Reactie provincie De reactie van de provincie is al omschreven in de voornoemde paragrafen 3.3.1 en 4.7. Deze reacties kunnen hier als ingelast worden beschouwd. Reactie Staatsbosbeheer Voorzover kan worden ingeschat zijn de hydrologische maatregelen niet beperkend voor het Staatsbosbeheer. Enige jaren geleden heeft Staatsbosbeheer toestemming gegeven voor een doorgang t.b.v. vee “koeienpad”, hiervoor zijn een aantal bomen verwijderd en er is toen nadrukkelijk door Staatsbosbeheer aangegeven dat Staatsbosbeheer geen doorgang t.b.v.

trekkers/machines wil, zie uitsnede (concept) overeenkomst: dat de gebruiker Staatsbosbeheer heeft verzocht om medewerking te verlenen voor de aanleg en instandhouding van een 3,5 meter brede doorsteek op een deel onder (punt a) genoemde percelen, hierna te noemen het: “koeien pad''; dat door de aanleg van een koeien pad de gebruiker zijn koeien van het ene perceel via de doorsteek naar het andere perceel van de gebruiker kan verplaatsen; dat de gebruiker de doorsteek alleen mag gebruiken voor het verplaatsen van zijn koeien en niet voor landbouwvoertuigen denkende aan trekker verkeer of voor andere doeleinden; dat de totale lengte van het koeien pad door eigendomspercelen van Staatsbosbeheer circa 20 meter bedraagt; -

dat Staatsbosbeheer haar medewerking wil verlenen aan de aanleg van een doorsteek;

Initiatiefnemers zullen of hebben met Staatsbosbeheer hiervoor een privaatrechtelijke overeenkomst aangegaan. Reactie waterschap WRIJ Met het waterschap zijn enkele gesprekken gevoerd. Het waterschap is voornemens om in de komende jaren aan de slag te gaan met de Lievelderbeek. Zij willen ook graag meewerken aan het laten meanderen van de Lievelderbeek op de voorliggende gronden. Echter wordt aangegeven dat dit vooralsnog niet wordt uitgevoerd maar in de planning zit in de periode 2022 - 2027. Met de aanleg van een voorde door de Lievelderbeek wordt akkoord gegaan.

Nu alle drie overlegpartners een reactie in het vooroverleg hebben gegeven is het ontwerp bestemmingsplan dan ook ter boordeling aan deze overlegpartners toegezonden.

Toelichting (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Herziening Papenweg 12 Lievelde

Opmerkingen overlegpartners n.a.v. ontwerp bestemmingsplan Van de voornoemde overlegpartners is alleen van het Waterschap Rijn en IJssel per e-mail van 6 januari 2022 een reactie op het ontwerp bestemmingsplan ontvangen. In de reactie wordt aangegeven dat "het waterschap Rijn en IJssel al in een eerder stadium is betrokken bij de herinrichting van het perceel aan de Papenweg 12, omdat binnen het plangebied de Lievelderbeek stroomt. Het ontwerp voor de herziening van het bp, komt overeen met hetgeen, wat met het waterschap besproken is. De watertoets in de toelichting is goed toegepast en uitgewerkt en we hebben dan ook geen op- of aanmerkingen op het plan".

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd. Een ontwerp bestemmingsplan heeft voor een ieder zes weken ter inzage gelegen van 17 december 2021 tot en met 27 januari 2022. Binnen deze termijn zijn er geen zienswijzen ingediend.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Haalbaarheid De herziening van het bestemmingsplan en de bijbehorende procedure worden door initiatiefnemer bekostigd. Indien het project aanleiding geeft tot uitkering van planschade (artikel 6.1 Wro) zullen de kosten worden doorberekend aan initiatiefnemer. Ten behoeve van het project is een anterieure overeenkomst inzake grondexploitatie en planschade afgesloten met initiatiefnemer.

Exploitatieplan Conform artikel 6.12, eerste lid Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen, tenzij conform artikel 6.12, tweede lid, onder a, het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst aangegaan waarin alle kosten conform artikel 6.2.3/6.2.4 Bro zijn opgenomen.

Conclusie Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bijbehorende uitvoeringskosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de ruimtelijk-juridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente zijn een anterieure overeenkomst aangegaan waarmee de economische uitvoerbaarheid is vastgelegd. Een exploitatieplan is niet nodig.

54

Toelichting (vastgesteld)

bezoek Varsseveldseweg 2 7131 BJ Lichtenvoorde post Postbus 17 7130 AA Lichtenvoorde telefoon (0544) 39 35 35 fax (0544) 37 29 69 e-mail gemeente@oostgelre.nl internet www.oostgelre.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11446016/1