CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp op 't zand toelichting bijlage 3 archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Op ‘t Zand 2b Lichtenvoorde en Harreveldseweg 6-8-10 Buitengebied’ en beeldkwaliteitsplan11.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

KSP Archeologie

26

3.2.1 Sediment De natuurlijke ondergrond bestaat uit zwak siltig zeer fijn zand dat in de meeste boringen wat scherp aanvoelt. Mogelijk dat hier de onderzijde van het dekzand door verspoeling is vermengd met het eronder liggende fluvioperiglaciale zand dat minder goed is afgerond en daardoor wat scherper aanvoelt. In de boringen 2 en 6 was het zand goed gesorteerd en goed afgerond. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand behorend tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. De natuurlijke ondergrond is aangetroffen vanaf 55-120 cm beneden maaiveld, waarbij de natuurlijke ondergrond in het uiterste noordelijke deel van het plangebied (boring 3 en 4) het minst diep gelegen was. 3.2.2 Bodem Met uitzondering van de boringen 3 en 4, in het uiterste noordelijke deel van het plangebied, was de bodem verstoord tot op/in de C-horizont (aangetroffen van 90-120 -mv). In de boringen 3 en 4 is onder een 55-75 cm dik ophogingspakket een begraven podzolbodem aangetroffen. Deze bestond uit een dunne Apb-horizont (bouwvoor) met daaronder een Bsb-horizont die overging in de C-horizont. Een deel van de oorspronkelijke podzolbodem is door verploeging opgenomen in de Apb-horizont. 3.3

Archeologische indicatoren

Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Het ontbreken van archeologische indicatoren geeft aan dat de kans klein is dat binnen het plangebied een vindplaats aanwezig is. 3.4

Toetsing van de archeologische verwachting

In deze paragraaf worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 19.

20.

Toetsing: Uitgaande van de onderzoeksstrategie uit 13, zijn de verwachte vondst- en/of spoorcomplexen (archeologische indicatoren) binnen het onderzoeksgebied aanwezig? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie. Toetsing: Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, in hoeverre komen de uitkomsten overeen met de resultaten van het bureauonderzoek (toetsen vragen 1 t/m 4)? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie.

Indien archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn: 22. 23. 24.

25.

Wat is de (mogelijke) omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit van deze archeologische vondst- en/of spoorcomplexen? Licht toe met een beargumenteerde interpretatie. Wat is de a) diepteligging van de top van het niveau met archeologische vondst- en/of spoorcomplexen (‘vondstlaag’) ten opzichte van het maaiveld? Wat is b) de dikte van deze vondstlaag of vondstlagen? Licht toe aan de hand van een beargumenteerde interpretatie van onderlinge boorprofielen. In hoeverre is deze vondstlaag/ vondstlagen of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor die in de diepere bodem? In hoeverre is de vondstlaag of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor de ligging en verbreiding van een eventueel sporenniveau?

De natuurlijke ondergrond bestond zoals verwacht deels uit dekzand en deels uit verspoeld dekzand, zoals dat ook verder ten zuidoosten van het plangebied voorkomt. Er is geen plaggendek aangetroffen, zoals op de landschappenkaart (de Roode et al. 2008) stond aangegeven. Wel zijn in het uiterste

KSP Archeologie

27

noordelijke deel van het plangebied podzolgronden aangetroffen, zoals op grond van de bodemkaart werd verwacht. In het grootste deel van het plangebied is de bodem tot op/in de C-horizont verstoord, wat mogelijk duidt op ver- of afgraving in het verleden, zoals ook voor het perceel ten zuidwesten van het plangebied geldt (Figuur 10). Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem in het grootste deel van het plangebied is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Daarnaast zijn er geen indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum wordt daarom naar laag bijgesteld. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken. Het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont is in de boringen 1,2, 5 en 6) niet meer intact.

Hoe diep deze is verstoord is niet duidelijk. In de boringen 3 en 4 is het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont nog wel intact aangetroffen. Respectievelijk op 95 en 80 cm -mv. Tijdens het booronderzoek zijn er geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Daarom wordt de middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) aan te treffen voor het plangebied naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.

KSP Archeologie

28

4

Conclusie en advies

4.1

Conclusie

In deze paragraaf wordt de volgende onderzoeksvraag beantwoord: 21.

Evaluatie: Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, hoe adequaat is de gekozen zoekstrategie geweest (evaluatie vraag 7 t/m 13)? Licht beargumenteerd toe.

Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging aan de rand van een dekzandrug binnen een zone met dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Op basis van het historisch kaartmateriaal is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor bebouwingsresten vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, karterende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem in het grootste deel van het plangebied is verdwenen (mogelijk is ver- of afgegraven). Dat er geen plaggendek aanwezig is geweest. Het potentiële archeologische sporenniveau is in de top van de C-horizont (boringen 1,2, 5 en 6) niet meer intact, maar is in de boringen 3 en 4 nog wel intact en aangetroffen op respectievelijk 95 en 80 cm -mv.

Tijdens het booronderzoek zijn er geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum naar beneden bijgesteld alsmede de middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. De resultaten van het booronderzoek komen niet overeen met het bureauonderzoek. Hierin was de mogelijkheid beschreven dat de natuurlijke podzolbodem (een deel van de eventuele vondstlaag) was opgenomen in het plaggendek. Er was geen plaggendek aanwezig. Ook bleek de bodem in het grootste deel van het plangebied te zijn verstoord tot in de C-horizont (mogelijk is ver- of afgegraven), waardoor in een groot deel geen podzolbodem is aangetroffen. Het restant van de eventuele vondstlaag had zich in de top van de C-horizont moeten bevinden. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.

De bodemkundige omstandigheden voldoen niet aan complextype 4c, maar lijken eerder overeen te komen met type 5b, waardoor een karterend booronderzoek een adequate zoekstrategie is geweest volgens Willemse & Kocken (2012). Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2

Selectieadvies

In deze paragraaf wordt de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 26.

Hoe kan men de prospectieresultaten vertalen in termen van conservering/kwaliteit, en/of verdere zoek- of waarderingsstrategieën?

KSP Archeologie

29

27. 28.

Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? Welke a) mogelijkheden zijn er, of welk perspectief is er, voor in situ behoud. Wat zijn b) daarvoor de randvoorwaarden? Hoe c) dienen deze randvoorwaarden tijdens de waarderende fase te worden onderzocht?

Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen en het ontbreken van archeologische indicatoren in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting voor alle perioden adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. KSP Archeologie wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Oost Gelre), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden.

In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.

KSP Archeologie

30

Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Arkema, M. (2016). Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen N18 Lichtenvoorde Ontsluitingsweg. Antea Group Archeologie 2016/87. Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Broeke, E.M. ten (2018). Rapportage archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek Haydnstraat (ong.) te Lichtenvoorde. Econsultancy rapport 5919.001, Doetinchem. Centraal College van Deskundigen Archeologie (2016). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Fens, R.L., Koopmanschap, H.J.L.C. (2017). IVO-P - variant archeologische begeleiding N18Varsseveldseweg Locatie 1 te Lichtenvoorde, gemeente Oost-Gelre. Antea Group Archeologie 2017/138. Haar, I.J. van der, Vissinga, A., Vossen, I. (2011). OTB N18 Varsseveld-Enschede. Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). Oranjewoud rapport 2009/143, Heerenveen. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Gelderland. Bureau Lantschap. Helmich, C.

(2009). Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Lichtenvoorde, Flierbeek fase II. Gemeente Oost Gelre. Archeodienst rapport 14, Zevenaar. Kremer, H. (2011). Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Varsseveldseweg 62A te Lichtenvoorde gemeente Oost-Gelre. Synthegra rapport S110098, Doetinchem. Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Nederlands Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.

NL, Classificatie van onverharde

Omgevingsdienst Achterhoek (2013): Normblad archeologisch vooronderzoek. Gemeenten Regio Achterhoek, versie 1.2, september 2013. Roode, F. de, Berghe, K.J. van den (2008). Archeologische monumentenzorg in de gemeente Oost Gelre; Deel 1: startnota archeologische monumentenzorg; Deel 2: toelichting op de archeologische landschappen- en beleidskaart. RAAP Rapport 1757, Weesp. Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht.

KSP Archeologie

31

Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Tol, A.J., Verhagen J.W.H.P., Verbruggen M. (2012). Leidraad inventariserend veldonderzoek versie 2.0. Deel: karterend booronderzoek. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Willemse, N.W. & Kocken M.H.J.M. (2012): Archeologie met beleid, Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek. RAAP-rapport 2501.

Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 – 2012). AHN2, grid 5 x 5m: www.ahn.nl Archeologische Monumentenkaart (2014). Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie (2017): https://www.pdok.nl/nl/producten/pdok-downloads/ download-basisregistratie-grootschalige-topografie. Kadaster. Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, met veenkartering (2006). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331. Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via www.dinoloket.nl  oude Dinoloket. Referentie: Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 (2008). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl.

Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl Kadastrale kaart van Nederland (2009) via WMS server: http://gis.kademo.nl/gs2/wms Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto (2014, zomer) via WMS server: http://webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms? Luchtfoto (2016) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/wms? Kadaster.

KSP Archeologie

32

Rijksmonumenten (2016): Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request%3DGetCapabilities. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request%3DGetCapabilities. Kadaster. Topografische Militaire Kaart 1850: http://www.wildernis.eu/chart-room V.1 & V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl Versfelt, H.J. (2003). De Hottinger-atlas van Noord- en Oost-Nederland: 1773-1794. Heveskes Uitgevers, Groningen.

KSP Archeologie

33

Bijlage 1

KSP Archeologie

Geomorfologische kaart

Bijlage 2

KSP Archeologie

Bodemkaart

Bijlage 3

KSP Archeologie

Archeologische gegevens

KSP Archeologie

Bijlage 4 Principediagram voor archeologische vondst- en spoorcomplexen en zoekmethoden

KSP Archeologie

Bijlage 5

KSP Archeologie

Boorpuntenkaart

KSP Archeologie

Bijlage 6 Boorbeschrijvingen Projectnummer

: 18349

Project

: Op 't Zand 2b Lichtenvoorde

Datum

: 23 november 2018

Beschrijver

: Erik Schorn

Type grond

: Zand

Boordiameter

: Edelman 7 cm

Bijzonderheden

: Geen

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

1

110

Z2s1

h2

zwgr

X

Opmerkingen gevlekt, opgehoogd, omgewerkt

140

Z2s1

lgr

C

scherp zand

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

Horizont

2

100

Z2s1

h2

zwgr

X

Opmerkingen gevlekt, opgehoogd, omgewerkt

120

Z2s1

orge/zwgr

X/C

vergraven

140

Z2s1

orge

Fe3

C

gg, dekzand

Boring

Diepte in cm

Textuur

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

3

10

X

X

klinker

25

Z2s1

lgr

X

vergraven

75

Z3s1

brgr

X

gevlekt, opgebracht

85

Z2s2

95

Z2s1

orge

Fe3

Bsb

120

Z2s1

lge

Fe3

C

voelt wat scherp aan

Boring

Diepte in cm

Textuur

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

4

10

X

X

klinker

25

Z2s1

lgr

X

vergraven

55

Z3s1

brgr

X

gevlekt, opgebracht

65

Z2s2

70

Z2s1

zwgr/dbr

80

Z2s1

or

Fe3

Bsb

110

Z2s1

ge

Fe3

C

voelt wat scherp aan

Boring

Diepte in cm

Textuur

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

5

10

X

X

klinker

25

Z2s1

lgr

X

vergraven

60

Z3s1

brgr

X

gevlekt, opgebracht

90

Z2s1

ge/zwgr

X/C

vergraven

110

Z2s1

lge

Fe2

C

voelt wat scherp aan

Boring

Diepte in cm

Textuur

Humus

Kleur

Bijzondere bestanddelen

Horizont

Opmerkingen

6

50

Z2s1

h1

brgr

pu3, bs3

X

100

Z2s1

h2

zwgr

X

puinverharding gevlekt,verstoord, opgebracht

140

Z2s1

C

gg, dekzand

Boornummer

x-coördinaat

y-coördinaat

in m +NAP

1

234.735

444.294

20,46

2

234.727

444.317

20,47

3

234.719

444.342

20,38

4

234.701

444.344

20,58

5

234.704

444.322

20,46

6

234.701

444.295

20,39

Humus

h3

Humus

h2

Humus

Bijzondere bestanddelen

Bijzondere bestanddelen

pu2, bs2

zwgr

Vondsten

Vondsten

Vondsten

Apb

bs2

zwgr

orge

Horizont

Vondsten

Apb Apb/Bhb

pu3, bs3

Fe3

Pagina 1 van 1

verploegd

Vondsten

Vondsten

KSP Archeologie

Bijlage 7

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.

KSP Archeologie

KSP Archeologie

Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

KSP Archeologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11175547/1