CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp op 't zand toelichting bijlage 13 vormvrije mer

Raadscommissie 9 februari 2022, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Op ‘t Zand 2b Lichtenvoorde en Harreveldseweg 6-8-10 Buitengebied’ en beeldkwaliteitsplan25.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vormvrije aanmeldingsnotitie MER OP ’T ZAND 2B 7131 JB LICHTENVOORDE

Opdracht Vormvrije aanmeldingsnotitie MER voor de bouw van 2 woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde Datum: 6 april 2021

Opdrachtgever Wopa-Lichtenvoorde Beheer B.V. Rector Hulshofstraat 10 7135 JV Harreveld

Opdrachtnemer Locis Adviseurs Borchgraven 2.5 7051 CW Varsseveld Opsteller: Drs. ing. Björn Domhof b.domhof@locisadviseurs.nl 0315-820100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

1

INHOUDSOPGAVE 1

Algemene gegevens...................................................................................................................................................... 3 1.1 Initiatiefnemer en projectlocatie ......................................................................................................................... 3 1.2 Aanleiding en motivering ....................................................................................................................................... 3 1.3 Beoogde opzet ........................................................................................................................................................... 4 1.4 Omgeving van de projectlocatie ........................................................................................................................... 5

2

Kenmerken van het Project ........................................................................................................................................ 7 2.1 Aard en omvang ........................................................................................................................................................ 7 2.2 Soorten- en gebiedsbescherming ....................................................................................................................... 7 2.3 Archeologie...............................................................................................................................................................10 2.4 Landschap .................................................................................................................................................................10 2.5 Bodem ........................................................................................................................................................................11 2.6 Luchtkwaliteit ..........................................................................................................................................................11 2.7 Geluid..........................................................................................................................................................................13 2.8

Externe veiligheid ...................................................................................................................................................14 2.9 Geurhinder veehouderij........................................................................................................................................18 2.10 (Milieu)hinder .......................................................................................................................................................19 2.11 Hemelwater ............................................................................................................................................................20

3

Concluderend .............................................................................................................................................................. 21

Bijlagen................................................................................................................................................................................... 22 1. Quickscan flora en fauna Op ‘t Zand 2. Quickscan flora en fauna Harreveldseweg 10 3. Archeologisch onderzoek 4. Inpassingsplan 5. Verkennend bodem- en asbestonderzoek 6. Onderzoek geluidsbelasting wegverkeer 7. Akoestisch onderzoek 8. Tekening beoogde situatie Op ’t Zand 9. Aerius stikstofdepositie-berekening 10. Geuradvies Omgevingsdienst

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

2

1 ALGEMENE GEGEVENS 1.1 Initiatiefnemer en projectlocatie Initiatiefnemer Naam: Adres: Postcode / plaats:

Wopa-Lichtenvoorde Beheer B.V. Rector Hulshofstraat 10 7135 JV Harreveld

Projectlocatie Locatie: Postcode / plaats:

Op ’t Zand 2b 7131 JB Lichtenvoorde

De projectlocatie is gelegen aan de westrand van de bebouwde kom van Lichtenvoorde. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Lichtenvoorde, sectie N, nummers 339 en 1686 (ged). Op het terrein staan twee bedrijfshallen en er vinden op dit moment geen bedrijfsactiviteiten plaats. In onderstaande afbeelding is een luchtfoto van de projectlocatie weergegeven.

Afbeelding 1: Luchtfoto projectlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.2 Aanleiding en motivering Op de locatie Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde is in het verleden het agrarisch loonbedrijf Wopa b.v. opgericht. Op deze locatie zijn twee schuren/ bedrijfsloodsen aanwezig, met een gezamenlijke oppervlakte van circa 640 m2. Initiatienemer wenst de bedrijfsactiviteiten op deze locatie definitief te staken en wil op deze locatie een 2-tal woningen, inclusief bijgebouwen realiseren.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

3

1.3 Beoogde opzet Zoals hiervoor geschreven zullen in de gewenste situatie de bedrijfsactiviteiten op deze locatie definitief gestaakt blijven. De wens is om er 2 woningen (inclusief bijgebouw) te bouwen (zie situatie in bijlage 8). Hiervoor worden de volgende compensatiemaatregelen ingezet:

Op ’t Zand Lichtenvoorde Op de locatie Op ’t Zand staan twee bedrijfshallen met een gezamenlijk oppervlakte van circa 640 m2. Deze worden in de gewenste situatie volledig gesloopt. Het is de wens om op deze locatie 2 vrijstaande woningen te bouwen met bijbehorend bijgebouwen. In het gemeentelijk beleid van Oost Gelre is bepaald dat er bij de sloop van 1.000 m2 een woning mag worden gebouwd. In onderstaande illustratie is de beoogde toekomstige verkaveling van de planlocatie weergegeven.

Figuur 2: beoogde situatie met gewenste verkaveling

Harreveldseweg 10 Zieuwent Op de locatie Harreveldseweg 10 in Zieuwent wordt de varkenstak gestaakt en een deel van een bestaande varkensstal (oppervlakte 377 m2) gesloopt. Deze locatie betreft een gemengde veehouderij met varkens en rundvee. Het gemeentelijk beleid van Oost Gelre ziet er, zoals aangegeven, op dat er een woning mag worden gebouwd, bij de sloop van 1.000 m2 aan bedrijfsgebouwen. Deze sloopopdracht wordt tezamen met de eigen sloopmeters Op ’t Zand 2b hiermee gehaald.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

4

De varkenstak wordt volledig gestaakt, de opfok van vrouwelijk jongvee wordt gecontinueerd. De functieaanduiding “intensieve veehouderij”, zoals deze op dit moment is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, zal komen te vervallen. Daarmee is op deze locatie, in de beoogde situatie, de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan en het uitoefenen van intensieve veehouderij uitgesloten. Dit zal als zodanig planologische worden verankerd in het bestemmingsplan.

Harreveldseweg 6-8 Harreveld Op de locatie Harreveldseweg 6-8 staan 2 aaneengeschakelde woningen. In de gewenste situatie zal er op deze locatie 1 woning resteren, de andere woontoestemming wordt verplaatst naar Op ’t Zand 2b in Lichtenvoorde. Zodoende zal er in de beoogde situatie aan de Harreveldseweg 6-8, planologisch 1 woning mogelijk zijn. Dit zal als zodanig planologisch worden verankerd in het bestemmingsplan.

Resume compensatiemaatregelen Ten behoeve van de gewenste situatie Op ’t Zand in Lichtenvoorde, waarbij 2 woningen worden gebouwd, worden de volgende compensatiemaatregelen ingezet: - Sloop 2 bedrijfshallen (640 m2) Op ’t Zand te Lichtenvoorde + inleveren “bedrijf”- bestemming; - Sloop deel bestaande varkensstal (377 m2) Harreveldseweg 10 Zieuwent + inleveren functieaanduiding “intensieve veeteelt”. - Op de Harreveldseweg 6-8 Harreveld wordt 1 van de 2 woonbestemmingen ingeleverd en verplaatst naar Op ’t Zand.

1.4 Omgeving van de projectlocatie Bebouwing in de omgeving De projectlocatie is gelegen aan de westrand van de bebouwde kom van Lichtenvoorde. Op een afstand van circa 150 meter in westelijke richting is de provinciale weg N18 gelegen. Daarnaast ligt op ruim 100 meter ten westen van de planlocatie een bedrijfsbestemming. Ten zuiden van de planlocatie is een overdekte sportaccommodatie (tafeltennisvereniging Litac) en een kinderdagverblijf (‘t Eigenwijsje) gelegen. In noordelijke en oostelijke richting zijn burgerwoningen gelegen.

Afbeelding 3: ligging bestaande bedrijfslocatie in de omgeving (bron ruimtelijkeplannen.nl) Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

5

Natura 2000 De planlocatie is gelegen op circa 6,0 kilometer afstand van het Natura-2000 gebied “Korenburgerveen”. Andere natura 2000 gebieden liggen op grotere afstanden.

Afbeelding 4: Ligging projectlocatie t.o.v. Natura2000 gebieden (bron: gelderland.nl)

Bestemmingsplan Uitgangpunt is het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde”, vastgesteld op 8 oktober 2013. Voor de projectlocatie is een bouwblok opgenomen, met als enkelbestemming “bedrijf”. Daarnaast is een dubbelbestemming : waarde -Archeologische verwachtingswaarde 2”, opgenomen.

Afbeelding 5: Uitsnede vigerend bestemmingsplan (ruimtelijkeplannen.nl)

De voorgenomen woningbouw past niet binnen het huidige bestemmingsplan. Hiervoor dient een wijziging van het bestemmingsplan plaats te vinden, van de enkelbestemming “bedrijf”, naar “wonen”.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

6

2 KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1 Aard en omvang Het project betreft het bouwen van een 2-tal vrijstaande woningen Op ’t Zand in Lichtenvoorde. Deze woningen zullen volgens de gebruikelijke bouwmethode worden gebouwd. De werkzaamheden zullen naar schatting circa ¾ tot een jaar in beslag nemen. De overlast naar de omgeving tijdens dit bouwproces zal beperkt zijn. Er behoeven geen straten te worden afgesloten en het terrein biedt voldoende ruimte voor opslag van bouwmateriaal en -materieel. In navolgende worden de relevante omgevingsaspecten: flora en fauna (waaronder stikstof), archeologie, landschap, bodem, luchtkwaliteit, geluid, verkeer en vervoer, externe veiligheid, cultuurhistorie en water.

2.2 Soorten- en gebiedsbescherming Flora en fauna Om de eventuele effecten van het plan op de aanwezige flora en fauna te onderzoeken is op de planlocatie door Natuurbank Overijssel een QuickScan uitgevoerd. De conclusie van dit uitgevoerde onderzoek luidt: “Mits bezette vogelnesten beschermd worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortenbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermde natuur en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming”. Onderdeel van het plan is de gedeeltelijke sloop van een varkensstal op de Harreveldseweg 10 in Zieuwent. Ook daar is zodoende door Natuurbank Overijssel een Quickscan uitgevoerd naar de flora- en faunawaarden. De conclusie van deze Quickscan luidt :” Het slopen van de bebouwing in het onderzoeksgebied leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming. Er worden geen beschermde dieren verwond of gedood en er worden geen rust- of voortplantingsplaatsen van beschermde soorten beschadigd of vernield. Het onderzoek is uitgevoerd onder geschikte weersomstandigheden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing verkregen te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in overeenstemming met de Wet natuurbescherming.

De uitgevoerde Quickscans zijn als bijlage 1 en 2 aan deze rapportage toegevoegd. Gebiedsbescherming In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

7

Afbeelding 6:ligging Natura-2000 gebied "Korenburgerveen" (bron gelderland.nl)

Op ruim 6,0 kilometer afstand van de planlocatie bevindt zich Natura-2000 gebied “Korenburgerveen” (zie afbeelding 6). Bij sloop- en bouwwerkzaamheden wordt, door de inzet van materieel met verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx uitgestoten. Ook bij de bouw van en het in gebruik hebben van woningen kan NOx ontstaan. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van het in te zetten materieel tijdens de sloop van de bedrijfsgebouwen op de locatie Op ‘t Zand 2b, de sloop van een gedeelte van een varkensstal aan de Harreveldseweg 10 in Zieuwent. Tevens zijn de benodigde bronnen voor het bouwproces van de 2 woningen Op ’t Zand 2b, opgenomen. Tabel 1: ingezet materieel tijdens sloop- en bouwwerkzaamheden (emissiewaarden en categorieën, zie aerius.nl). Sloop bedrijfshallen Op 't Zand (ca 640 m2) Mobiele kraan Trekker (afvoer puin) Aanvoer zand (egaliseren)

Mobiele werktuigen/ wegverkeer mobiel werktuig mobiel werktuig mobiel werktuig

Stage klasse Dagen of aant/dag of jr Brandstofverbruik op projectlocatie l/ dag ltr/ jr III, cat i 3 dagen 100 300 III, cat i 3 dagen 20 60 III, cat i 2 dagen 20 40

Ged. sloop varkesschuur Harreveldseweg 10 Zieuwent (ca 377 m2) Mobiele kraan Trekker (afvoer puin) Aanvoer zand (egaliseren)

mobiel werktuig mobiel werktuig mobiel werktuig

III, cat i III, cat i III, cat i

2 dagen 2 dagen 2 dagen

Bouw 2 woningen Op 't Zand 2b in Lichtenvoorde Mobiele kraan (uitgraven/ hijsen op bouwplaats) Vrachtwagen (beton, stenen, materiaal) Busjes

mobiel werktuig wegverkeer (standaard) wegverkeer (standaard)

III, cat i zwaar licht

20 dagen 1/ dag 5/ dag

100 20 20

50 nvt (standaard verdisconteerd) nvt (standaard verdisconteerd)

Ook bij het in gebruik hebben van woningen kan NOx ontstaan (bijv. door gasgestookte cv’s). Daarvoor hanteert Aerius per type woning kentallen en maakt daarbij bovendien onderscheid in bestaande woningen en nieuwbouw. In tabel 2 staan de emissiewaarden van verschillende typen (gasgestookte) nieuwbouwwoningen weer gegeven. Zoals aangegeven is dit een “worst case”-benadering, aangezien woningen steeds vaker (verplicht) gasloos moeten worden gebouwd. Verder wordt er in onderhavig geval uitgegaan van de bouw van een 2-tal vrijstaande woningen op de planlocatie.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

8

200 40 40

1000 nvt nvt

Tabel 2: emissiewaarden voor (nieuwbouw) woningen (aerius.nl/ factsheet ruimtelijke plannen emissiefactoren, 5 juli 2018). Emissie per woning (huishouden) NOx in kg/jaar Type woning

Nieuwbouw

Appartement Tussenwoning Hoekwoning 2-onder-één-kap Vrijstaande woning

1,11 1,55 1,83 2,17 3,03

Daarnaast wordt er per nieuwe woning, met betrekking tot de verkeersgeneratie, uitgegaan van 8 auto’s per woning per dag (bron: CROW publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’). Al deze bovenstaande stikstofbronnen, welke zich tijdens de sloop, de bouw en het gebruik van de woningen voordoen zijn in Aerius-calculator ingevoerd.

Afbeelding 7: screenshot rekenresultaat Aerius-calculator (berekening via aerius.nl)

Het resultaat van de berekeningen luidt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar (zie ook bijlage 9, Aerius stikstofdepositieberekening). Daarmee staat op voorhand vast dat de activiteiten, nodig voor de realisatie van het gewenste plan, geen nadelig effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermd Natura-2000 gebieden. De stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

9

2.3 Archeologie In het bestemmingsplan “Woonwijken Lichtenvoorde”, vastgesteld op 8 oktober 2013, is op de planlocatie een dubbelbestemming “waarde-archeologische verwachtingswaarde 2” opgenomen. Dit houdt in dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen op basis van inventariserend archeologisch onderzoek, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Door KSP Archeologie is aan de hand van een Bureauonderzoek en vervolgens een Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd. De conclusie van de uitgevoerde archeologische onderzoeken luidt: “Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen en het ontbreken van archeologische indicatoren in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting voor alle perioden adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek.” Het Archeologisch rapport is als bijlage 3 aan deze notitie toegevoegd.

2.4 Landschap Het plangebied bestaat in de bestaande situatie uit bebouwing (2 bedrijfshallen), erfverharding en een klein grasland. Door Natuurbank Overijssel is een plan voor landschappelijke inpassing van de gewenste situatie gemaakt.

Afbeelding 8: situatieschets inpassingsplan

Het opgestelde landschappelijke inpassingsplan is opgenomen in bijlage 4 bij deze notitie.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

10

2.5 Bodem In het kader van de gewenste functiewijziging is er door Montferland Milieu een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek in bodem uitgevoerd. In dit gecombineerde onderzoek is de milieuhygiënische situatie van de bodem op de planlocatie onderzocht. De conclusies van dit bodemonderzoek zijn als volgt samen te vatten: - Voor geen van de onderzochte parameters in grond en grondwater wordt de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden; - Uit de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat er op locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn; - Bij het asbest-bodemonderzoek is geen asbestconcentratie dat moet leiden tot nader onderzoek aangetroffen; - Er is sprake van een lichte minerale olieverontreiniging. Deze bevindt zich in de laag ± 0,25 tot ± 0,50 mmv over een oppervlakte van circa 800 m2. In overleg met de gemeente Oost Gelre zal het plan van aanpak van deze lichte verontreiniging worden bepaald. Het uitgevoerde gecombineerde bodem en asbestonderzoek is als bijlage 5 toegevoegd aan deze notitie.

2.6 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. In hoofdstuk 5 (titel 5.2) van Wet milieubeheer staan de luchtkwaliteitsnormen, gebaseerd op de Europese richtlijnen. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan de grenswaarden (normen) voor verschillende luchtvervuilende stoffen. In de praktijk is alleen bij stikstofdioxide en fijn stof mogelijk sprake van normoverschrijding, zodat de beoordeling tot deze stoffen beperkt blijft. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende besluiten en regelingen met daarin het centraal staande begrip ‘niet in betekenende mate’: - Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); - Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); - Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. De uitvoeringsregels zijn opgenomen in de Algemene maatregel van Bestuur “niet in betekenende mate bijdragen” en de bijbehorende ministeriele regeling NIBM. Deze Regeling NIBM geeft voor specifieke projecten kwantitatieve grenzen. Een nieuwbouwproject met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg per definitie NIBM is. Het gewenste project blijft ruimschoots onder deze drempelwaarde. De onderstaande resultaten uit de NIBM-tool 2019 bevestigen dat het project NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaats van het plan.

Figuur 9: screenshot resultaat NIBM-tool

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

11

Daarnaast is tevens gekeken naar de ter plaatse heersende luchtkwaliteit.

Afbeelding 10: fijnstof (PM10) concentraties per buurt (atlasleefomgeving.nl)

Uit bovenstaande figuur blijkt dat op de voorgenomen woningbouwlocatie de fijnstof-concentratie tussen de 17,5 en 20,0 µg/ m3. De wettelijke jaargemiddelde grenswaarde bedraagt 40 µg/ m3. Aan de grenswaarde voor fijnstof wordt ruimschoots voldaan.

Afbeelding 11: Stikstofdioxide concentraties per buurt 2017 (atlasleefomgeving.nl)

Uit bovenstaande figuur blijkt dat op de voorgenomen woningbouwlocatie de fijnstof-concentratie tussen de 14,0 en 16,0 µg/ m3. De wettelijke jaargemiddelde grenswaarde bedraagt 40 µg/ m3. Aan de grenswaarde voor stikstofdioxide wordt ruimschoots voldaan.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

12

2.7 Geluid Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai De planlocatie is gelegen op een afstand van globaal 150 meter ten opzichte van de provinciale weg N18. In de Wet geluidhinder zijn regels opgenomen voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige bestemmingen, zoals hier nieuw te bouwen woningen, ten gevolge van het wegverkeer. Uit het onderzoek naar het wegverkeerslawaai blijkt dat: • De geluidsbelasting op de nieuwe woonbestemming op kavel C (de zuidelijke woning) ten gevolge van de Rijksweg N18 aan de voorkeursgrenswaarde kan voldoen; • De geluidsbelasting op de nieuwe woonbestemming op kavel B (noordelijke woning) ten gevolge van de Rijksweg N18 overschrijdt de voorkeursgrenswaarde. Wel wordt voldaan aan de maximale grenswaarde van 53 dB.• • De geluidsbelasting op de nieuwe woonbestemmingen kan voor elk van de overige wegen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Hoewel de geluidsbelasting op de noordelijke woning ten gevolge van de Rijksweg N18 de voorkeurswaarde overschrijdt, kan wel worden voldaan aan de maximale grenswaarde van 53 dB. Daarbij voldoet de geluidsbelasting van de overige wegen, aan de voorkeursgrenswaarde. Maatregelen ter reductie van de geluidsbelasting door de Rijksweg N18 zijn financieel niet haalbaar of zullen op verkeerskundige of landschappelijke bezwaren stuiten.

Bovendien wordt er voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk beleid om deze hogere waarde te kunnen vaststellen.

Akoestisch onderzoek industrielawaai Naast het Wegverkeerslawaai is er ook onderzoek gedaan naar de akoestische geluidsbronnen van omliggende (bedrijfs)activiteiten. In het onderzoek, uitgevoerd door Geurts Technisch Adviseurs, is de akoestische situatie ten gevolge van de activiteiten in de omgeving in kaart gebracht en getoetst (bijlage 7). Naar aanleiding van de uitgevoerde geluidberekeningen ten behoeve van de realisatie van een tweetal nieuwbouwwoningen aan Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde, gelegen in de nabijheid van een kinderdagverblijf en tafeltennishal kan het volgende geconcludeerd worden: • • •

Uit de berekeningen voor de actuele situatie ten aanzien van het LAr,LT voor beide locaties (cumulatief) geldt dat ter plaatse van beide woningen voldaan wordt aan de norm uit het geluidbeleid. Uit de berekeningen voor de actuele situatie ten aanzien van het LAmax voor beide locaties geldt dat ter plaatse van beide woningen voldaan wordt aan de norm uit het geluidbeleid. Hierbij is rekening gehouden met een afscherming op de terreingrens tussen de meest zuidelijke woning en het parkeerterrein (hoogte 2 meter). De meest zuidelijke woning wordt met één woonlaag uitgevoerd en de noordelijke woning met twee woonlagen.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

13

2.8 Externe veiligheid Inleiding De gemeente Oost Gelre heeft principemedewerking verleend voor het bouwen van een 2-tal woningen op het perceel Op ’t Zand 2b in Lichtenvoorde. Het perceel is tot op heden in gebruik als bedrijfslocatie van de Wopa. Wij hebben op 29 juli 2019 het vooradvies van de Omgevingsdienst voor de bestemmings-planprocedure m.b.t. het omgevingsaspect “Externe veiligheid” ontvangen (zaaknr. 2018 EA0547, d.d. 26 juni 2018). Daarin wordt geadviseerd om het groepsrisico van het beoogde plan te verantwoorden. Daartoe is deze memo opgesteld.

Beschrijving van het toetsingskader Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op situaties waar een ongeval kan plaatsvinden met gevaarlijke stoffen, waardoor mensen die verder niets met de risicodragende activiteit te maken hebben, om het leven zouden kunnen komen.

Beoordelingskader Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt in: externe veiligheid voor inrichtingen; externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen in buisleidingen; externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen over de weg, water en spoor; De kern van het externe veiligheidsbeleid is ruimtelijke scheiding aanhouden (zoneren) tussen (geprojecteerde) kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en risicobronnen. Hiervoor is het noodzakelijk dat te verlenen besluiten over omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen onderling goed op elkaar zijn afgestemd. Risicobronnen voor de externe veiligheid zijn bedrijven (inrichtingen) waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen (via weg, water, spoor, buisleidingen). De aan te houden veiligheidsafstanden zijn meestal gebaseerd op (berekende) risico's en soms op te verwachten effecten bij een calamiteit.

Externe veiligheid voor inrichtingen Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de bijbehorende regeling en de circulaire effectafstanden lpg tankstations. Externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het beleid met betrekking tot buisleiding opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), en de bijbehorende regeling. Externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen over de weg, water en spoor het beleid voor transportmodaliteiten staat beschreven in het besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), de bijbehorende regeling, de wet basisnet en de wet vervoer gevaarlijke stoffen. Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

• Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 /jaar PR-contour (die als wettelijk norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

14

• Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N), de fN- curve. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1 % letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald), ofwel door de afstand waarop nog 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor de beoordeelde risicobronnen vindt als dit wettelijk noodzakelijk toetsing plaats aan dit plaatsgebonden en groepsrisico.

Beleidsvisie gemeente Oost Gelre In 2008 heeft de gemeenteraad van Oost Gelre de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Het ambitieniveau is afgestemd op het profiel van de gemeente Oost Gelre. Naast ruimte voor functies als landbouw, toerisme en wonen bestaat binnen de gemeente ook ruimte voor industriële bedrijvigheid. In de beleidsvisie is daarom gekozen voor een gebiedsgerichte benadering. Zo staat voor woonwijken veiligheid hoog in het vaandel, terwijl op bedrijventerreinen ruimte blijft voor bedrijfsontwikkeling. Ook daar gelden echter de wettelijke veiligheidsnormen. De toegestane hoogte van het groepsrisico en de bouwmogelijkheden binnen risicocontouren (plaatsgebonden risico) verschillen in de beleidsvisie per onderscheiden gebied. Naast woonwijken en bedrijventerreinen gaat het bij deze gebiedsindeling om gemengde gebieden (met woon- en werkfuncties) en het landelijk gebied.

Selectie van de risicobronnen In onderstaande figuur is een uitsnede weergegeven van de risicokaart, met daarop de planlocatie gelegen in de omgeving. Zoals uit deze kaart blijkt, maakt de N18 deel uit van het basisnet “weg”. De 10-6 contour is op het wegdek gesitueerd en de 10-7 contour op 9 meter aan weerszijde van de provinciale weg.

Afbeelding 12: uitsnede risicokaart.nl met de omgeving van het plangebied

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

15

Vaststelling van de risicosituatie De gewenste situatie voorziet, in plaats van de bestaande 2 bedrijfshallen, in de realisatie van 2 nieuwe woningen. Met betrekking tot de personendichtheid binnen het plangebied moet er, conform het gestelde in tabel 16.2 uit de Handreiking Verantwoording Groepsrisico, worden uitgegaan van 2,4 personen per woning. Uitgaande van de voorgestelde 2 woningen resulteert dit in een personendichtheid binnen het project van 4,8 personen. Het groepsrisico is omschreven als de kans dat er per jaar in het projectgebied ten minste 10 (100 of 1000) personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied, van (hier) de N18. Nu het project voorziet in 2 nieuwe woningen, met een personendichtheid van 4,8 personen, kan op voorhand worden vastgesteld dat de kans dat binnen het projectgebied ten minste 10 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon ongeval op de N18, verwaarloosbaar klein is. Voorts is de locatie Op het Zand 2b tot op heden in gebruik als bedrijfslocatie van de Wopa. In de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico is in tabel 16.2 de personendichtheid voor verschillende functies opgenomen. Voor de functie “Industrie/ bedrijvigheid” wordt uitgegaan van een personendichtheid van 1 werknemer per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (b.v.o.).

Op deze locatie staan op dit moment een 2-tal schuren, met een totaal bedrijfsvloeroppervlakte van 625 m2. Volgens de beschreven systematiek moet er in de bestaande situatie zodoende worden uitgegaan van een personendichtheid op deze locatie van 6 personen. In de gewenste situatie neemt de personendichtheid op het plangebied af naar 4,8 personen. Hoewel de personendichtheid afneemt in het plangebied, is er sprake van omzetting van een beperkt kwetsbaar object naar een kwetsbaar object. Zodoende worden de risico’s in navolgende nader verantwoord.

Toetsing aan de norm De wettelijke norm is dat er binnen een plaatsgebonden risicocontour geen nieuwe kwetsbare objecten gesitueerd mogen worden. Het planinitiatief bevindt zich op circa 150 meter van de provinciale weg N18. Zoals aangegeven op de risicokaart bevindt de plaatsgebonden risicocontour 10-6/ jaar zich ter hoogte van het wegdek van de N18 (op 0 meter van de risicobron).

Verantwoording groepsrisico Gevraagd wordt om het groepsrisico (GR) van het voorgenomen plan te beoordelen binnen het plangebied. De hoogte van het GR moet door middel van een bestuurlijke afweging worden verantwoord. Als binnen het invloedsgebied nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden geprojecteerd, geldt ook voor de hiermee samenhangende toename van het GR een bestuurlijke verantwoordingsplicht. Binnen het onderhavige plangebied moet worden onderzocht hoe groot de kans per jaar is dat een groep van ten minste 10 (zich binnen dit invloedsgebied bevindende) personen overlijdt ten gevolge van een ramp of zwaar ongeval met de betreffende risicobron (hier de N18). De uitkomst van dit onderzoek geeft de hoogte van het GR weer en kan worden uitgedrukt in een curve, waarbij als norm voor het GR een oriënterende waarde is vastgesteld.

Planinitiatief binnen 200 meter van transportroute Het planinitiatief is gelegen op circa 150 meter van de provinciale N18 (welke deel uitmaakt van het basisnet). Zoals uit figuur 1 blijkt is de 10-6 contour gelegen op het wegdek van de N18 en de 10-7 contour is op 9 meter bezijden de provinciale weg gelegen. Er is geen sprake van een aandachtsgebied voor een plasbrand. Is een plan initiatief gelegen binnen 200 meter van een weg (opgenomen in het basisnet), dan dient toetsing van de risico’s plaats te vinden conform het Besluit externe veiligheid transportroutes.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

16

Ingezoomd op het groepsrisico is het gezien de ligging van de aanwezige bebouwing (en de afstand tot de risicobron) niet aannemelijk dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico voor het transportrisico wordt zal worden overschreden.

Afbeelding 13: ligging oriëntatiewaarde (Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico)

Daarbij neemt het aantal personen binnen het plangebied licht af, is het bovendien niet aannemelijk dat er zich een toename van de oriëntatiewaarde zal voordoen. Daarmee kan het groepsrisico verkort worden verantwoord conform art. 8, lid 2 van Besluit externe veiligheid transportroutes.

Zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid Naast het groepsrisico van een projectplan dient ook de “zelfredzaamheid” en “bestrijdbaarheid van rampen” te worden beoordeeld. “Zelfredzaamheid” is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijk hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaat globaal uit schuilen en vluchten. Het projectplan voorziet in de bouw van een 2-tal vrijstaande woningen gelegen op circa 150 meter van de risicobron, de provinciale weg N18. Het betreft geen hoogbouw en er mag vanuit worden gegaan dat deze nieuwe woningen bewoond gaan worden door personen met een hoge zelfredzaamheid. Personen in een ziekenhuis of verzorgingstehuis beschikken over een lage zelfredzaamheid. Verder is het plangebied goed ontsloten middels Op ’t Zand en de Varsseveldseweg. Daarbij geldt dat de overwegende windrichting in (dit deel van) Nederland vanuit zuidwestelijk richting is georiënteerd. Bij een eventueel rampscenario op de N18 wordt het plangebied en/of de mogelijke vluchtroute daarmee niet direct bedreigd.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

17

Daarbij dient bij de “bestrijdbaarheid van rampen” te worden gekeken naar twee aspecten: - Is het rampenscenario te bestrijden? - Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? Met betrekking tot de bestrijdbaarheid van een eventuele ramp op de N18, kan worden opgemerkt dat een rampscenario op de N18 te allen tijde bereikbaar is, eventueel over de naast de N18 gelegen paralelweg.

Wettelijk adviseur Het onderhavige projectplan dient, met betrekking tot de aspecten “zelfredzaamheid” en “bestrijdbaarheid van rampen”, door het bestuur van Oost Gelre te worden voorgelegd aan de Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland.

Conclusie Externe Veiligheid Met in achtneming van de inhoud van deze paragraaf kan het groepsrisico, dat ontstaat vanwege het bouwen van een 2-tal woning op de locatie Op het Zand 2b, worden verantwoord. Tezamen met de conclusie dat het planinitiatief ruimschoots buiten de plaatsgebonden risicocontour van 106 /jaar van de provinciale weg N18 is gelegen, leidt dit ertoe dat het omgevingsaspect externe veiligheid de gewenste ontwikkeling, het planologisch mogelijk maken van de bouw van 2 nieuwe woningen, niet in de weg staat.

2.9 Geurhinder veehouderij Met betrekking tot het omgevingsaspect “geur veehouderij” moet een voorgenomen plan worden beoordeeld of: 1) een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en 2) het plan de (bedrijfs)belangen van een ander niet onevenredig schaadt. Voor de beoordeling van geurhinder van veehouderijen gelden de volgende kaders: - Wet geurhinder en veehouderij (voor vergunningplichtige bedrijven); - Activiteitenbesluit milieubeheer (voor meldingsplichtige bedrijven); - Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oost Gelre 2008. De Omgevingsdienst Achterhoek heeft in opdracht van de gemeente Oost Gelre het woningbouwplan onderzocht en getoetst binnen de geldende kaders. Daartoe is onderzocht welke omliggende veehouderijen er rondom de planlocatie zijn gelegen. Met een worst-case-benadering is bepaald of er sprake kan zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op de planlocatie. Daarnaast is bepaald of de ontwikkeling op de planlocatie de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende veehouderijen niet verder belemmert. De conclusie van de omgevingsdienst met betrekking tot het aspect geurhinder en veehouderij luidt: de ontwikkelingslocatie ligt op voldoende afstand van omliggende veehouderijen. De ontwikkeling werkt niet belemmerend voor die veehouderijen en het woon- en leefklimaat op de locatie zelf is niet in het geding.

Het onderwerp geur veehouderij vormt daarom geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Deze adviesnotitie is als bijlage 10 achter deze notitie gevoegd.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

18

2.10 (Milieu)hinder Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omliggende functies. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie milieuhygiënisch in te passen is. De (indicatieve) lijst uit de VNG-publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” geeft richtafstanden voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst wordt voor vier ruimtelijk relevante omgevingsaspecten geur, stof, geluid en gevaar richtafstanden. Naast de projectlocatie is een sportvoorziening (Litac) gelegen. Hoewel kleinschaliger, is deze voorziening min of meer te vergelijken met een sporthal (zoals opgenomen in de indicatieve lijst uit de VNG-publicatie). Voor een sporthal is met betrekking tot de genoemde 4 omgevingsaspecten, alleen voor het aspect “geluid”. Enkel voor dit aspect is in de publicatie een richtafstand opgenomen van 50 meter. Deze richtafstand wordt in de gewenste situatie niet gehaald. Echter, hier kan worden gesteld dat de richtafstand van 50 meter ten opzichte van woningen ook in de huidige situatie al niet wordt gehaald ten opzicht van bijvoorbeeld Varsseveldseweg 60c. Concreet bedraagt de afstand tussen deze bestemmingsgrens van deze woning gemeten tot de bestemmingsgrens van de sportvoorziening in de huidige situatie circa 12 meter. Deze afstand is vergelijkbaar met de dichtstbij gelegen nieuw te projecteren woning Op ’t Zand 2b.

Daarbij moet worden opgemerkt dat de sportvoorziening aan Varsseveldseweg 62a qua aard, omvang, verkeersgeneratie en omgevingsimpact niet is te vergelijken met een reguliere sporthal. Bovendien is door het uitvoeren van een akoestisch onderzoek door Geurts Raadgevend Ingenieurs (zie 2.7 en bijlage7) aangetoond dat er ter hoogte van de nieuwe woningen Op ’t Zand 2b, na het doorvoeren van maatregelen, voldaan kan worden aan de streef- en grenswaarden van het gebiedstype “Woonwijk in de stad” van het geluidbeleid van de gemeente Oost Gelre.

Afbeelding 14: uitsnede bestemmingsplan "Woonwijken Lichtenvoorde" (ruimtelijkeplannen.nl)

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

19

2.11 Hemelwater In de bestaande situatie is er sprake van circa 640 m2 bedrijfsbebouwing op de locatie Op ’t Zand 2b. Daarnaast is er op dit moment globaal 1.000 m2 klinkerverharding aanwezig. In de bestaande situatie is er derhalve ruim 1.600 m2 verharding aanwezig. In de gewenste situatie zal er in totaal, inclusief woningen, bijgebouwen en eventuele erfverharding, minder dan de helft aan verharding aanwezig zijn ten opzichte van de bestaande situatie. Daarbij zal in deze gewenste situatie het hemelwater worden ontkoppeld van het gemeentelijk riool.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

20

3 CONCLUDEREND Op grond van het besluit m.e.r. moet de vraag worden beantwoord of voor het voorgenomen project een MER noodzakelijk is. Voor de beantwoording van deze vraag zijn in het voorgaande stuk een aantal aspecten beoordeeld waarbij de vraag centraal staat of en in welke mate de veranderingen gevolgen voor het milieu en de omgeving hebben. Het plan van initiatiefnemer om op de planlocatie een 2-tal woningen te realiseren leidt niet tot een bijzondere omstandigheid die bepalend is voor het besluiten tot een MER-procedure.

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

21

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

Quickscan flora en fauna Op ‘t Zand Quickscan flora en fauna Harreveldseweg 10 Zieuwent Archeologisch onderzoek Inpassingsplan Verkennend bodem- en asbestonderzoek Onderzoek geluidsbelasting wegverkeer Akoestisch onderzoek Tekening beoogde situatie Op ’t Zand Aerius stikstofdepositie-berekening Geuradvies Omgevingsdienst

Aanmeldingsnotitie MER, woningen Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde

22

BIJLAGE 1

Quickscan natuurwaardenonderzoek Op het Zand 2b Lichtenvoorde In het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Op het Zand 2b te Lichtenvoorde

In het kader van de Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Locis R. Aagten Leeuwerikstraat 33a 7051 XD Varsseveld

Projectnummer en versie: 1717, versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Ligging projectgebied: Op het Zand 2b Lichtenvoorde

Veldmedewerker(s): P.Leemreise

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700

1

Status: definitief Rapportdatum: 17-4-2019

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 4 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 5 2.1 Situering ................................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 3 Voorgenomen activiteiten............................................................................................................................... 6 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten ....................

6 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 6 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 7 4 Gebiedsbescherming ....................................................................................................................................... 8 4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 4.2 Gelders Natuurnetwerk............................................................................................................................ 8 4.3 Natura2000 .............................................................................................................................................. 9 4.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 10 5 Soortenbescherming; het onderzoek ............................................................................................................ 11 5.1 Verwachting en bureauonderzoek .........................................................................................................

11 5.2 Methode ................................................................................................................................................. 11 5.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 13 5.4 Toetsingskader ....................................................................................................................................... 16 5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 17 5.6 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................ 19 5.7 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 19 6 Conclusies ...................................................................................................................................................... 20 Bijlage ............................................................................................................................................................... 21

2

Samenvatting Er zijn concrete plannen voor herontwikkeling van een perceel op het adres Op het Zand 2b te Lichtenvoorde. Het voornemen is om twee bestaande loodsen te slopen en twee woningen in het plangebied te bouwen. Om de wettelijke consequenties in het kader van natuurwetgeving in beeld te brengen is Natuurbank Overijssel gevraagd om een natuurwaardenonderzoek uit te voeren in het plangebied en de uitkomsten van het onderzoek toetsen aan de Wet natuurbescherming en wet- en regelgeving m.b.t. de bescherming van gebieden. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 4 december 2018 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied ligt op enige afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura2000 behoren.

Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten, hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op (beschermd) natuurgebied. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, amfibieën-, vleermuis- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats, bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en voortplantingsplaats en nestelen er vogels in de beplanting. Potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen ontbreken in het plangebied. Van de vogelsoorten die in het plangebied nestelen is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor de grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden en verwonden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’ (of de soort is niet beschermd).

De functie van het plangebied als foerageergebied voor vogels, amfibieën, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen wordt door uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet aangetast. Samenvattende conclusies: De inrichting, het gevoerde beheer en de ligging aan de rand van een woonkern, maken het plangebied tot geschikt leefgebied voor verschillende algemene- en weinig kritische diersoorten, maar tot een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten. De aard van het plangebied en de ligging maken het plangebied tot een weinig geschikte habitat voor zeldzame en/of zeer kritische diersoorten. Ook ligt het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van zeldzame en/of zeer kritische diersoorten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk exemplaren van sommige licht beschermde diersoorten verwond en gedood en worden mogelijk rust- en voortplantingsplaatsen van deze soorten beschadigd en vernield. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Er nestelen waarschijnlijk ook ieder voortplantingsseizoen vogels in het plangebied. Bezette vogelnesten zijn strikt beschermd en mogen niet negatief beïnvloed worden. Vanwege de ligging buiten beschermd natuurgebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten. 3

1 Inleiding Er zijn concrete plannen voor herontwikkeling van een perceel op het adres Op het Zand 2b te Lichtenvoorde. Het voornemen is om twee bestaande loodsen te slopen en twee woningen in het plangebied te bouwen. Om de wettelijke consequenties in het kader van natuurwetgeving in beeld te brengen is Natuurbank Overijssel gevraagd om een natuurwaardenonderzoek uit te voeren in het plangebied en de uitkomsten van het onderzoek toetsen aan de Wet natuurbescherming en wet- en regelgeving m.b.t. de bescherming van gebieden. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura2000-gebied) en de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018) (Gelders Natuurnetwerk).

4

2 Het plangebied 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd op het adres het Zand 2b te Lichtenvoorde. Het ligt aan de zuidwestrand van de woonkern Lichtenvoorde. Het grenst aan de noord-, oost- en zuidzijde aan stedelijk gebied en aan een voormalig agrarisch erf. Op onderstaande topografische kaart wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de zwarte cirkel aangeduid (bron kaart: Provincie Gelderland).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een deel van een erf waarop in het verleden een loonbedrijf was gevestigd en bestaat uit erfverharding, bebouwing, coniferen, opgaande bomen en een daliaveld. In het plangebied staan twee loodsen. Deze zijn gebouwd van bakstenen en zijn gedekt met golfplaten. De gebouwen beschikken niet over een (holle) spouw of dakisolatie en worden gebruikt als opslagloods. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan een ontsluitingsweg, aan de noordzijde aan een woonerf, aan de zuidzijde aan een sportzaal en aan de westzijde aan een paardenweide. Parallel aan Op ’t Zand staan zeven moeraseikenlaanbomen geplant. Net buiten de westelijke rand van het plangebied, staan twee walnotenbomen en een half-hoogstam-kers met een ondergroeid van rododenderon. Een groot deel van de rododenderons was tijdens het veldbezoek afgestorven vanwege vochttekort. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied in detail weergegeven, evenals de begrenzing. Voor een verbeelding van het plangebied wordt naar de fotobijlage verwezen.

Begrenzing van het plangebied. De begrenzing wordt met de gele lijn weergegeven.

5

3 Voorgenomen activiteiten 3.1 Algemeen Het concrete voornemen bestaat om twee grondgebonden woningen te bouwen in het plangebied. Om de bouw mogelijk te maken moeten de aanwezige gebouwen gesloopt worden, de erfverharding verwijderd worden en de aanwezige beplanting gerooid worden. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld van het plangebied weergegeven.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Locis Adviseurs).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming:  Slopen bebouwing;  Verwijderen erfverharding en beplanting;  Bouwrijp maken bouwplaatsen;  Bouwen woningen; 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden:  Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden Mogelijke permanente invloeden:  Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten;  Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten;  Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten; 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep.

6

In deze studie wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals het slopen van bebouwing, het bouwrijp maken van de bouwplaatsen en het bouwen van de woningen. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: De invloedsfeer van de voorgenomen fysieke activiteiten is lokaal. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid, stof en trillingen waarneembaar buiten het plangebied, maar deze effecten zijn echter incidenteel en kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingslocaties buiten het plangebied.

3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied wordt gelijk gesteld aan het plangebied.

7

4 Gebiedsbescherming 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteit op beschermd natuurgebied (Natura2000) en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS genoemd). 4.2 Gelders Natuurnetwerk Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens een Zoekgebied nieuwe natuur van 7.300 hectare, voor 5.300 hectare nog te realiseren nieuwe natuur. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening.

Centraal staat de bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte. De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provinciedekkende inventarisatie plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities. Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk liggen op minimaal 970 meter afstand van het plangebied. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van het plangebied weergegeven.

970 meter afstand tussen plangebied en het Gelders Natuurnetwerk

Ligging van Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van het plangebied. De globale ligging van het plangebied wordt met de cirkel aangeduid. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren, worden met de donkergroene kleur aangeduid (bron: Ruimtelijke plannen).

Effectbeoordeling De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten is lokaal. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op beschermd (natuur)gebied.

8

Beschermingsregime Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk. Omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking heeft, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

4.3 Natura2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Ligging van het plangebied t.o.v. Natura-2000 Het plangebied behoort niet tot Natura2000. Gronden die tot Natura2000 behoren liggen op minimaal 6 kilometer afstand ten zuidwesten van het plangebied (bron: Provincie Gelderland). Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11169882/1