bp op 't zand toelichting bijlage 1 landschappelijk inpassingsplan
Tekst van het document
Plan voor landschappelijke inpassing Op ’t Zand 2b - Lichtenvoorde
Colofon Plan voor landschappelijke inpassing Op ’t Zand 2b – Lichtenvoorde
In het kader van de Wet natuurbescherming
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever:
Locis Adviseurs Leeuwerikstraat 33 a 7051 XD Varsseveld
Projectnummer en versie: 1717 versie 1.0 Ligging projectgebied: Op t Zand 2b – Lichtenvoorde
Status: definitief Rapportdatum: 14-3-2021
Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:
info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 3 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 3 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 3 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 5 3 Voorgenomen activiteit................................................................................................................................... 6 4 Inpassingsplan ................................................................................................................................................. 6 4.1 Ruimtelijke analyse ..................................................................................................................................
6 4.2 Uitgangspunten voor beheer ................................................................................................................... 6 4.3 Bouwstenen voor het erfinpassingsplan .................................................................................................. 7 4.4 Het plan .................................................................................................................................................... 7 5 Beheer en inrichting ........................................................................................................................................ 9 5.1 Inrichting .................................................................................................................................................. 9 5.2 Beheer .................................................................................................................................................... 10
2
1 Inleiding Er zijn concrete plannen voor de bouw van twee woningen op een perceel aan Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde. Om de bouw van de woningen mogelijk te maken dienen twee schuren gesloopt te worden. In voorliggend plan wordt een plan voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Een dergelijk plan in de gemeente Oost-Gelre bestaat doorgaans uit twee onderdelen; een inpassing van het erf waarop de ruimtelijke ontwikkeling plaats vindt en een plan voor versterking van landschapswaarden van het omringende landschap. Vanwege het ontbreken van grond rondom het erf, beperkt dit plan zich tot inpassing van het nieuwe erf. Het plan voor landschappelijke inpassing van het erf is tot stand gekomen aan de hand van een ruimtelijke analyse van het landschap waarin het plangebied zich bevindt en de aanwezige beplanting op en rond het erf. Het voorstel voor inpassing van het nieuwe erf wordt op een kaart verbeeld en uitgewerkt in een plantlijst van bomen en struiken die aangeplant worden. Uitgangspunten daarbij zijn streekeigen beplantingsvormen en inheems plantmateriaal.
2 Het plangebied 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen op het adres Op ’t Zand 2b te Lichtenvoorde. Het ligt net ten zuidwesten van de dorpskern Lichtenvoorde. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied aangeduid op de topografische kaart.
Ligging van het plangebied op de topografische kaart.
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit bebouwing en erfverharding en voor een klein deel uit ruig grasland. In het plangebied staan twee schuren die ooit gebruikt zijn t.b.v. landbouwmechanisatie. Tussen het erf en Op ’t Zand staan zeven moeraseiken als laanbomen langs de rand van het perceel. Deze aanplant zet zich door langs de oostgrens. Tussen de weg en het plangebied staat een lage scheerhaag van veldesdoorn. Aan de achterzijde van het erf staan twee walnoten en een hoogstam perenboom. Ook staat er een kers (spec.) met een verminderde vitaliteit. Tussen het plangebied en het erf ten zuiden staat een beukenscheerhaag. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied in detail weergegeven, evenals enkele detailfoto’s.
3
Detailopname van het plangebied.
Foto’s van het plangebied.
4
2.3 Landschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap, op de grens van het kampenlandschap met het broek- en goorontginningslandschap dat zich ten zuiden van het plangebied uitstrekt. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied aangeduid op de historische topografische kaart.
Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 1900 (bron: Kadaster).
Het kampenlandschap, zoals zichtbaar op de historische topografische kaart is anno 2019 niet meer herkenbaar. Dorpsuitbreiding van Lichtenvoorde, ruilverkaveling en de aanleg van nieuwe wegen hebben het omringende landschap dusdanig aangetast dat de meeste kenmerken van het kampenlandschap verdwenen zijn. Het landschap rondom het plangebied is van een agrarisch cultuurland veranderd in een dorpsrand.
Ligging van het plangebied op de actuele topografische kaart anno 2018 (bron: kadaster).
5
3 Voorgenomen activiteit Het voornemen is om twee vrijstaande woningen te bouwen in het plangebied. Om de woningen te kunnen bouwen dienen twee schuren gesloopt te worden. Op onderstaande afbeelding worden de contouren van de te slopen gebouwen (zwarte stippellijn) en het bouwvlak van de nieuwe woningen (vlak met de rode lijn) weergegeven.
Contouren van de te slopen bebouwing en de bouwplaats van de nieuwe woningen.
4 Inpassingsplan 4.1 Ruimtelijke analyse Het plangebied vormt een deel van een voormalig erf waarop een landbouwmechanisatiebedrijf gevestigd was. Deze is vermoedelijk ontstaan in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het erf is geen historische bouwplaats met agrarisch erf. Vanwege de ontstaansgeschiedenis en de kleine oppervlakte, zijn in het plangebied geen aspecten van het kampenlandschap herkenbaar. Op erf staat een rij solitaire moeraseiken. Deze bomen zijn vrij jong en zullen langs de laanbomen langs Op ’t Zand vermoedelijk niet optimaal uitgroeien en concurreren met de zomereiken laanbomen langs de weg. Fraai is de scheerhaag van veldesdoorn, parallel langs de openbare weg. Aan de achterzijde van het erf staan twee walnoten en een hoogstam perenboom. Deze bomen zijn vitaal en hebben een hoge levensverwachting. De scheerhaag en solitaire bomen kunnen ingepast worden in het erfinpassingsplan.
4.2 Uitgangspunten voor beheer Bij het opstellen van een plan voor landschappelijke inpassing van het erf, wordt rekening gehouden met een aantal uitgangspunten. Deze zijn: Inheems plantmateriaal Er wordt alleen inheems plantmateriaal opgenomen in het plan. Inheemse soorten komen van nature voor in ons land, een exoot niet. Deze eis geldt niet voor fruitbomen. In de meeste gevallen is het onderscheid tussen inheemse en uitheemse soorten duidelijk, maar er is ook een grijs gebied. Soms kunnen uitheemse soorten verwilderen of zelfs inburgeren. Een ingeburgerde soort is van oorsprong een uitheemse soort die zich in Nederland heeft gevestigd en zich al minstens drie generaties lang spontaan in de natuur heeft weten te handhaven. Veel Nederlandse floristen (bijvoorbeeld Stichting FLORON) beschouwen ingeburgerde soorten als inheems (zie bijlage 1). 6
Streekeigen beplantingsvorm Het beheer van beplanting is soms streekgebonden en soms ook gebonden aan het landschapstype. Er worden beplantingsvormen voorgesteld, passend bij het landschapstype van de groeiplaats. Behoud bestaande beplanting Bestaande beplanting, zeker oude beplanting, heeft een bepaalde waarde. Bomen hebben vaak tientallen jaren nodig om tot wasdom te komen. Uitgangspunt bij het opstellen van erfinpassingsplannen is het zo veel mogelijk integreren van de reeds aanwezige beplanting, mits deze streekeigen en inheems is. Functioneel Beplanting komt alleen tot wasdom als het op de juiste plek staat. Het inpassingsplan wordt daarom afgestemd op het toekomstig gebruik van het erf. Traditionele erfopbouw Boerderijen en andere erven in het buitengebied krijgen steeds vaker de woonfunctie en in mindere mate de functie van agrarische bedrijfsvoering. Waar de relatie tussen wonen, werken en landschap van oorsprong vanzelfsprekend was, wordt deze nu anders ingevuld. Bij het opstellen van een erfinpassingsplan wordt gebruik gemaakt van de principes van vroeger en past deze toe op de inrichting van een hedendaags erf (https://landschapsbeheergelderland.nl/wp-content/uploads/boerenerven.pdf )
4.3 Bouwstenen voor het erfinpassingsplan Op basis van de analyse van de ruimtelijke kwaliteit van het huidige erf, waarbij gekeken is naar de reeds aanwezige beplanting, de ligging van het erf in het landschap en de wensen van de opdrachtgever, kunnen een aantal bouwstenen gedestilleerd worden die opgenomen worden in het erfinpassingsplan. Het erfinpassingsplan is opgebouwd aan de hand van de volgende bouwstenen: Behoud bestaande beplanting Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk aanwezige beplanting te integreren in het nieuwe ontwerp. In voorliggend geval dient veel van de aanwezige beplanting gerooid te worden omdat het niet te passen valt. Zo worden de moeraseiken voorlangs en aan de zuidzijde en de laurierhaag aan de zuidzijde gerooid. Fysieke begrenzing tuin en landschap De grens tussen het erf en het aanliggende landschap en openbare ruimte, wordt fysiek begrensd met een scheer- of struweelhaag.
4.4 Het plan Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf verbeeld.
7
Erfinpassingsplan voor het nieuwe erf.
De volgende elementen worden toegevoegd: Struweelhaag Aan de westzijde, op de overgang van het erf naar het agrarische cultuurland, wordt een struweelhaag geplant. De bestaande beplanting (walnoten en hoogstam perenboom) worden opgenomen in de beplanting. Scheerhaag Langs de noordrand van het plangebied wordt een scheerhaag aangelegd. Deze haag bestaat uit inheems plantmateriaal. Geluidsscherm Langs de zuidrand van het plangebied wordt een geluidsscherm geplaatst. Dit scherm bestaat uit een ‘natuurinclusief-geluidsscherm’. Onder een natuurinclusief geluidsscherm wordt een scherm verstaan die een bijdrage levert aan de biodiversiteit ter plekke doordat deze tevens benut kan worden als foerageergebied en mogelijk als vaste rust- en voortplantingsplaats voor vogels. Tevens kunnen vogelnestkastjes opgehangen worden aan het geluidsscherm, maar wanneer de hedera het scherm begroeid, raken deze nestkasten overwoekerd en functioneren ze niet meer als nestplaats voor vogels.
8
Voorbeeld van een recent aangelegd geluidsscherm welke beplant is met hedera. Na enkele jaren zal de gehele wand begroeid zijn met hedera.
De grens tussen beide woningen wordt overgelaten aan de nieuwe eigenaren.
5 Beheer en inrichting 5.1 Inrichting De volgende inrichtingsmaatregelen worden genomen om tot het wenselijke eindbeeld te komen: Scheerhaag Aan de noordzijde wordt een scheerhaag geplant. Deze scheerhaag bestaat uit een enkele rij beplanting van vier stuks per meter haag. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen (80-120cm). Daarbij kan gebruik gemaakt worden van verschillende typen beplanting, zoals veldesdoorn, Tweestijlige meidoorn, liguster, beuk en haagbeuk. De totale lengte van de noordelijke haag is 44 meter (176 stuks plantsoen). Hieronder wordt de plantlijst weergegeven.
scheerhaag noord
soort lat. Naam veldesdoorn acer campestre tweestijlige meidoorn Crataegus laevigata Liguster Ligustrum vulgare Beuk Fagus sylvatica Haagbeuk Carpinus betulus
type plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen
aantal 176 176 176 176 176
maat 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120
bijz hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte
Plantlijst noordelijke scheerhaag.
Struweelhaag Aan de achterzijde van het erf wordt een struweelhaag geplant. Deze struweelhaag bestaat uit een gelijk gemengde aanplant met meidoorn, Gelderse roos, veldesdoorn, hondsroos en liguster. De totale lengte van de haag is 55 meter. Deze haag bestaat uit een enkele rij beplanting van drie stuks per meter haag. In totaal worden ca. 150 stuks bosplantsoen geplant. De bestaande bomen worden opgenomen in de haag.
9
struweelhaag
soort lat. Naam veldesdoorn acer campestre tweestijlige meidoorn Crataegus laevigata hondsroos Rosa canina Gelderse roos Viburnum opulus Liguster Ligustrum vulgare
type plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen plantsoen
aantal 30 30 30 30 30
maat 80-120 80-120 80-120 80-120 80-120
bijz hoogte hoogte hoogte hoogte hoogte
Plantlijst struweelhaag (er dient gekozen te worden uit één van bovenstaande soorten).
Geluidsscherm Geadviseerd wordt een geluidsscherm te plaatsen welke begroeid wordt door hedera. Hedera vormt een waardevolle nectarplant in het najaar en draagt bessen aan het einde van de winter, wanneer de meeste andere bessen reeds geconsumeerd zijn. Geadviseerd wordt het geluidsscherm aan weerszijden te beplanten met hedera. Geadviseerd wordt om 4 stuk hedera per strekkende meter geluidsscherm te planten. Daarbij mag gebruik gemaakt worden van driejarig plantsoen.
5.2 Beheer Scheerhaag De scheerhaag wordt jaarlijks 1 à 2 maal geknipt of geschoren om de haag in de juiste hoogte en breedte te houden. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Daartoe wordt de haaf periodiek, doorgaans iedere 12-15 jaar, afgezet waarna de haag weer zal uitlopen. Snoeihout wordt afgevoerd of versnipperd. De snippers worden niet op de bodem van het element gegooid. Geluidsscherm De hedera mag periodiek gesnoeid worden. Geadviseerd wordt de afhangende takken weg te snoeien.
10
Bijlage 1. Lijst met inheemse beplanting
Lijst met inheemse bomen en struiken (bron: Inheemse en uitheemse plantensoorten in stad en landschap). http://edepot.wur.nl/179511
11
Bijlage 2. Verbeelding van het inpassingsplan