Bp op 't zand toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 6 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie
10 10 12
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Internationaal niveau 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
15 15 17 18 19
Hoofdstuk 4 Uitvoeringsaspecten 4.1 Archeologie en Cultuurhistorie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Flora en fauna 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Externe veiligheid 4.9 Geur 4.10 Milieueffectrapportage 4.11 Verkeer en parkeren 4.12 Laagvliegroute, kabels en leidingen
26 26 28 29 32 33 33 37 39 42 43 44 45
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Plansystematiek
46 46 46 46
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid
53 53 53
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
Bijlage 4
Bodemonderzoek
Bijlage 5
Memo waterhuishouding
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 7
Quickscan flora en fauna Op 't Zand 2b Lichtevoorde
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna Harreveldseweg 10 Zieuwent
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Bijlage 9
Akoestisch onderzoek Tafeltennishal en Kinderdagverblijf
Bijlage 10
Externe veiligheid
Bijlage 11
Verantwoording groepsrisico
Bijlage 12
Vooradvies geur veehouderij
Bijlage 13
Vormvrije MER
Bijlage 14
Nota Inhoud en beantwoording zienswijze en ambtelijke wijziging
2
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in één bestemmingsplan voor een drietal locaties in de gemeente Oost-Gelre welke hieronder worden omschreven.
Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde Op het adres Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde bevinden zich bedrijfsgronden, die in onbruik zijn geraakt. Het voornemen bestaat om twee ter plaatse aanwezige bedrijfsloodsen te slopen en ter compensatie een tweetal nieuwe woningen te realiseren. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de geldende bedrijfsbestemming omgezet naar 'Wonen - 2'.
Harreveldseweg 6-8 te Harreveld Ter plaatse van het adres Harreveldseweg 6-8 te Harreveld bevinden zich een tweetal wooneenheden. Het voornemen bestaat om de dubbele woning te transformeren naar één woning. In voorliggend bestemmingsplan wordt deze reparatie juridisch-planologisch vastgelegd, zodat ter plaatse slechts één wooneenheid is toegestaan.
Harreveldseweg 10 te Zieuwent Aan de Harreveldsweg 10 te Zieuwent is momenteel een kleinschalig agrarisch bedrijf gevestigd. Het 2 voornemen bestaat om een deel van de bebouwing (circa 375 m ) te slopen, het bouwvlak te verkleinen en de mogelijkheid voor een intensieve veehouderij weg te nemen. In de beoogde eindsituatie blijft daarmee een klein jongveebedrijf aanwezig op het adres.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied bestaat uit een drietal plandelen, welke zich allen bevinden in de gemeente Oost Gelre. Het betreft de volgende percelen: Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde Harreveldseweg 6-8 te Harreveld Harreveldseweg 10 te Zieuwent Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van de drie plandelen. De drie plandelen tezamen vormen het plangebied van dit plan. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
Locatie plandelen, Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde (rood), Harreveldseweg 6-8 te Harreveld (blauw) en Harreveldseweg 10 te Zieuwent (groen), bron: PDOK
Locatie Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde (rood), bron: PDOK
4
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
Locatie Harreveldseweg 6-8 te Harreveld (rood), bron: PDOK
Locatie Harreveldseweg 10 te Zieuwent (rood), bron: PDOK
toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plandeel Op 't Zand 2b geldt het bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde', zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Oost-Gelre op 8 oktober 2013. Voor de andere twee plandelen aan de Harreveldseweg geldt het bestemmingsplan 'Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre 2018', zoals vastgesteld op 21 juni 2018.
Op 't Zand 2b Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Woonwijken Lichtenvoorde' is het plangebied bestemd met de bestemming 'Bedrijf'. Daarnaast bevinden zich twee bouwvlakken op het perceel met een maatvoering 'maximale bouwhoogte; 10 m'. Ten slotte geldt voor het plandeel de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'.
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten van categorie 1 en 2, bestaande bedrijfswoningen, met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in- en uitritten, groenvoorzieningen, erfverhardingen en parkeervoorzieningen.
De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Met deze dubbelbestemming is onder andere geregeld dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij grondroerende werkzaamheden over een 2 grotere oppervlakte dan 100 m .
Uitsnede bestemmingsplan, plandeel rood (Bron: Ruimtelijke plannen)
6
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Harreveldseweg 6-8 Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre' is het plangebied bestemd ten behoeve van de bestemming 'Wonen'. Daarnaast bevinden zich de bouwaanduiding 'aaneenbouwd' en de maatvoering 'maximale aantal wooneenheden; 2' op het perceel. Verder gelden voor het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1' en voor een klein deel 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'. Ten slotte is een klein deel aan de zuidzijde aangewezen als 'overige zone - groene ontwikkelingszone'.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, paardenbakken tot een oppervlakte 2 van 800 m en de daarbij behorende erfbeplanting, tuinen, erven, wegen, paden en water(huishoudkundige voorzieningen). De maximale goot- en bouwhoogte betreft respectievelijk 4,5 en 9 meter. Door toedoen van de aanduidingen zijn maximaal twee aaneengebouwde woningen toegestaan.
De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1' en 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Met deze dubbelbestemmingen is onder andere geregeld dat 2 onderzoek noodzakelijk is bij ontwikkelingen met een grotere omvang dan respectievelijk 100 m en 2 2.500 m .
Door de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone', welke voor een klein deel aan de zuidzijde van dit plandeel geldt, zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die de realisatie van de groene ontwikkelingszone in de weg staan, alsmede landbouwgebieden met natuurwaarden en landbouwgebieden met een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen.
Uitsnede bestemmingsplan, plandeel rood (Bron: Ruimtelijke plannen)
toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Harreveldseweg 10 Op basis van het geldende bestemmingsplan 'Consolidatieplan Buitengebied Oost Gelre' is het plangebied bestemd met de bestemming 'Agrarisch', met een bouwvlak en de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Ten slotte gelden voor het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologische verwachtingswaarde 1' en 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2'.
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, een intensieve veehouderij, waarbij niet meer dan 1 ha van het bouwvlak gebruikt mag worden ten behoeve van de intensieve veehouderij, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt, het bouwen van corso- of carnavalswagens uitsluitend in bestaande bedrijfsgebouwen en met dien verstande dat het bouwen van corsowagens uitsluitend is toegestaan in de periode van maart tot en met september en het bouwen van carnavalswagens uitsluitend is toegestaan in de periode november tot en met maart en de activiteit niet bedrijfsmatig wordt uitgevoerd en het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen.
De voor 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 1' en 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Met deze dubbelbestemmingen is onder andere geregeld dat 2 onderzoek noodzakelijk is bij ontwikkelingen met een grotere omvang dan respectievelijk 100 m en 2 2.500 m .
Uitsnede bestemmingsplan, plandeel rood (Bron: Ruimtelijke plannen)
8
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
1.4
Leeswijzer
In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en doel van dit bestemmingsplan uiteengezet. In Hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de bestaande en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. De historie en cultuurhistorie komt aan bod. Ook wordt inzicht gegeven in de opbouw van het plangebied met de daarbij behorende functies. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Oost Gelre uiteen gezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in Hoofdstuk 6 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en terinzagelegging.
toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie vanuit ruimtelijk oogpunt en per functie, evenals de ontwikkelingen op basis van het vigerende beleid beschreven. Er wordt flexibiliteit geboden daar waar het kan. Rekening wordt gehouden met de dynamiek in het plangebied en ruimte voor 'reguliere' uitbreidingen en veranderingen.
2.1
Bestaande situatie
Historie en cultuurhistorie De gemeente Oost Gelre is ontstaan op 1 januari 2005 door een samenvoeging van de voormalige gemeenten Lichtenvoorde (bestaande uit de kernen Lichtenvoorde, Harreveld, Lievelde, Vragender en Zieuwent) en Groenlo (bestaande uit de stad Groenlo en directe omgeving, waaronder het buurschap Eefsele) en de dorpen Mariënvelde (voor de herindeling behorende bij de gemeenten Ruurlo en Zelhem) en Zwolle (voorheen behorende tot de gemeente Eibergen). Het plandeel aan de Op 't Zand 2b is gelegen binnen de bebouwde kom van Lichtenvoorde. De kern Lichtenvoorde ligt langs de zuidoostflank van een zandrug met oude bouwlanden die zich vanaf Harreveld in noordoostelijke richting uitstrekt tot Lichtenvoorde. De weg vanaf Varsseveld langs Lichtenvoorde naar Lievelde en Groenlo loopt over of direct langs deze rug. Ten westen van Lichtenvoorde lagen op deze rug enkele verspreid gelegen boerderijen, deels in groepjes van twee of drie boerderijen bijeen gelegen. Het bouwland direct noordwaarts van Lichtenvoorde staat op het kadastrale minuutplan aangeduid als “De Hooge Es”. Het plandeel aan de Harreveldseweg 6-8 is gelegen in het buitengebied van Harreveld.
Harreveld en omgeving betreft het gehele zuidwestelijke deel van de gemeente, begrensd door de (voormalige) gemeenten Aalten in het zuidoosten, Varsseveld in het zuiden en Zelhem in het westen en de kadastrale secties het Zieuwent in het noorden en Lichtenvoorde in het oosten. Oude cultuurgronden zijn in dit deelgebied te vinden op de hoger gelegen (zand)rug langs de weg van Varsseveld naar Lichtenvoorde (Harreveldse Es en omgeving) en tussen Harreveld en Zieuwent. Westwaarts daarvan lag de Harreveldse heide, een uitgestrekt gebied met woeste gronden die tot diep in de negentiende eeuw onontgonnen zijn gebleven. Ook ten zuidwesten van de weg van Varsseveld naar Lichtenvoorde lag een groot heidegebied aansluitend op het zogenaamde Zwarte Veen in de gemeente Aalten. Het plandeel aan de Harreveldseweg 10 is gelegen in het buitengebied van Zieuwent. Zieuwent is gelegen ten noordwesten van Lichtenvoorde. De huidige dorpskern ontstond geleidelijk aan na de bouw van een kerk in 1795; voor die tijd bestond Zieuwent alleen uit verspreid gelegen agrarische bebouwing. De oude kadastrale sectie “het Zieuwent” grensde behalve aan Lichtenvoorde aan Har(re)veld (zuid) en Lievelde (noord) en aan de voormalige gemeente Ruurlo (west). De grens tussen Zieuwent en Lievelde werd grotendeels gevormd door een beek, (1832: De Ruurlosche BeekMolenbeek).
Overigens waren de Zieuwentse grenzen niet duidelijk vastgelegd: in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw waren er geregeld geschillen met Borculo, Ruurlo, Harreveld en Lievelde.
Ruimtelijke en functionele structuur
Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde Het adres Op 't Zand 2b bestaat hoofdzakelijk uit bebouwing en erfverharding, alsmede voor een klein deel uit ruig grasland. In het plangebied staan twee schuren die in gebruik zijn geweest ten behoeve van landbouwmechanisatie. Daarnaast bevat dit plandeel laanbomen, hagen en enkele fruitbomen.
10
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
Visualisatie plandeel vanaf Op 't Zand (bron: Google Maps)
Harreveldseweg 6-8 te Harreveld Ter plaatse van het adres Harreveldseweg 6-8 te Harreveld bevinden zich in de huidige situatie een tweetal wooneenheden, Welke zijn uitgevoerd in twee lagen met kap. De woningen worden omringd door agrarische gronden en bijgebouwen
Visualisatie plandeel vanaf Harreveldseweg (bron: Google Maps)
toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Harreveldseweg 10 te Zieuwent Aan de Harreveldsweg 10 te Zieuwent is momenteel een kleinschalig agrarisch bedrijf gevestigd. Op het perceel bevinden zich een bedrijfswoning en verschillende bijgebouwen en schuren ten behoeve van het agrarische bedrijf. Het plandeel wordt omringd door agrarische gronden. Aan de zijde van de Harreveldseweg bevinden zich bomen waardoor het plandeel een besloten karakter heeft bezien vanaf de weg.
Visualisatie plandeel vanaf Harreveldseweg (bron: Google Maps)
2.2
Nieuwe situatie
Opbouw plangebied
Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde Het voornemen bestaat om de twee ter plaatse aanwezige bedrijfsloodsen te slopen en ter compensatie een tweetal grondgebonden woningen te realiseren. Voor het plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (Bijlage 1 bij de toelichting). Hierin worden de volgende elementen toegevoegd: Struweelhaag: Aan de westzijde, op de overgang van het erf naar het agrarische cultuurland, wordt een struweelhaag geplant. De bestaande beplanting (walnoten en hoogstam perenboom) worden opgenomen in de beplanting. Scheerhaag voorzijde: De bestaande scheerhaag aan de voorzijde (veldesdoorn) wordt verlengd. Ter hoogte van de erfinrit wordt een deel van de scheerhaag verwijderd. Scheerhaag zijkant (noord): De begrenzing van de noordzijde van het plangebied wordt begrensd met een scheerhaag. Deze mag bestaan uit beuk, haagbeuk, liguster, meidoorn of veldesdoorn (geen laurier en geen coniferen).
12
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Voor de woningen geldt dat ze worden uitgevoerd als vrijstaande woning met als maximale goot- en bouwhoogte voor de noordelijke woning respectievelijk 6,5 en 10 meter en voor de zuidelijke woning respectievelijk 3,5 en 7 meter. Aan de zuidzijde wordt een geluidscherm opgericht om geluidoverlast van het zuidelijk gesitueerde sportcomplex te voorkomen. Dit is geborgd op de verbeelding en in de regels behorende bij dit bestemmingsplan.
Landschappelijk inpassingsplan (bron: Locis Adviseurs)
Voor het plandeel Op het Zand 2b te Lichtenvoorde is een beeldkwaliteitplan opgesteld. het beeldkwaliteitplan is een aanvullend document op de welstandsnota en dient als toetsingskader voor de beoordeling van bouwplannen door de welstandcommissie. Het beeldkwaliteitplan is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting.
toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Harreveldseweg 6-8 te Harreveld Het voornemen bestaat om de dubbele woning te transformeren naar één woning. Er vinden hierbij geen externe bouw- of sloopwerkzaamheden plaats. Ook de inrichting van het perceel blijft ongewijzigd.
Harreveldseweg 10 te Zieuwent 2
Het voornemen bestaat om een deel van de bebouwing (circa 375 m ) te slopen, het bouwvlak te verkleinen en de mogelijkheid voor een intensieve veehouderij weg te nemen. In de beoogde eindsituatie blijft daarmee een klein jongveebedrijf aanwezig op het adres. De te slopen bebouwing bevindt zich aan de noordzijde van het perceel zoals aangegeven in de Quickscan flora en fauna Harreveldseweg 10 Zieuwent (bijlage 8 bij de toelichting).
14
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
Hoofdstuk 3
Beleid
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische kaders en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat. Op internationaal niveau zijn diverse regelingen van kracht die de duurzame instandhouding van habitats en soorten tot doel hebben. De meest verplichtende regelingen van de Europese unie zijn de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op nationaal en provinciaal niveau zijn eveneens een groot aantal juridische kaders en beleidskaders van toepassing op het plangebied.
3.1
Internationaal niveau
3.1.1
Vogelrichtlijn
De "Vogelrichtlijn" (79/409/EG) uit 1979 heeft tot doel: de bescherming en het beheer van alle op het grondgebied van de Europese Unie in het wild levende vogels en hun habitats. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van al deze vogelsoorten en in het bijzonder de trekvogels en zijn verplicht om de verschillende natuurlijke habitats die het leefmilieu van de wilde vogels vormen, in stand te houden. Op grond van deze richtlijn worden gebieden aangewezen als Speciale Beschermingszone. Deze gebieden maken deel uit van het Europese initiatief om een ecologisch netwerk van natuurgebieden duurzaam te beschermen (Natura 2000). Daarnaast stelt de richtlijn nadere regels voor de bescherming, het beheer en de regulering van vogelsoorten.
De rechtsgevolgen die voortvloeien uit de Vogelrichtlijn betreffen, naast het aanwijzen van de Speciale Beschermingszones, ook de verplichting om passende maatregelen te nemen om de kwaliteit van de leefgebieden van de vogelsoorten niet te laten verslechteren. Verder mogen er geen storende invloeden optreden in gebieden die negatieve gevolgen hebben voor het voortbestaan van de vogelsoorten, die door de Vogelrichtlijn beschermd worden. Nieuwe plannen of projecten in en in de nabijheid van Speciale Beschermingszones worden volgens de richtlijn getoetst.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn.
3.1.2
Habitatrichtlijn
De in 1992 vastgestelde "Habitatrichtlijn" is het voornaamste stuk wetgeving van de Europese Gemeenschap ter bevordering van de biologische verscheidenheid. Deze richtlijn houdt de verplichting in voor deelstaten om de habitats en soorten, die voor de Europese Unie van belang zijn, in stand te houden. Iedere lidstaat moet op zijn grondgebied de gebieden die voor het behoud van de onder de richtlijn vallende habitats en soorten het belangrijkst zijn, identificeren en vervolgens aanwijzen als Speciale Beschermingszones.
Het plangebied en de directe omgeving zijn niet aangewezen als Speciale Beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn.
toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent 3.1.3
Het verdrag van Valletta (Malta)
Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorisch belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer. Invoering van het verdrag heeft gevolgen voor het huidige archeologisch bestel. Het moet nog (beter) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd worden. Alle overheden hebben zorgplicht voor archeologische waarden gekregen, dus ook de gemeenten. In de ruimtelijke ordening wordt aan veel aspecten aandacht geschonken en worden tal van belangen tegen elkaar afgewogen. Voor veel zaken wordt de afweging gestuurd door wet- en regelgeving. Het verdrag van Malta heeft tot gevolg dat dit ook voor de archeologie het geval is. Door het verdrag heeft (ook) de gemeente de inspanningsverplichting de archeologische waarden te beschermen. De archeologische waarden zijn opgenomen als dubbelbestemming in het geldende bestemmingsplan. Hier zijn regels aan gesteld ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. In hoofdstuk 4, paragraaf 4.1 wordt dit nader toegelicht.
3.1.4
Kaderrichtlijn water
De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan. De belangrijkste uitgangspunten van de KRW zijn: De vervuiler betaalt De gebruiker betaalt Na 2000 geen achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van het water Resultaatsverplichting in 2015 Stroomgebiedsbenadering) Via de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'.
Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Een watertoets is beschreven in hoofdstuk 4 in paragraaf 4.3.
Uitgangspunten voor het bestemmingsplan De internationale regelgeving en/of de Europese regelgeving is geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
16
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt voor bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en zich primair richt tot de gemeente. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's.
Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer het Natuur Netwerk Nederland (de opvolger van de ecologische hoofdstructuur), radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, gebieden van uitzonderlijke universele waarde en reserveringsgebieden voor (nieuwe en uitbreiding van bestaande) hoofdwegen en spoorlijnen.
De uitgangspunten van het Barro zijn bij het opstellen van dit bestemmingsplan betrokken.
3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een nieuwe handreiking opgesteld.
toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Vervolgens dient bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie gekeken te worden of er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen. Als de behoefte voldoende is gemotiveerd, wordt gekeken of aan deze behoefte kan worden voldaan door het benutten van locaties voor herstructurering, intensivering of transformatie binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Als ook dat niet tot de mogelijkheden behoort, wordt – onder voorwaarden - aansluitend aan het bestaand stads- en dorpsgebied een locatie gezocht. Door de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, wordt verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied geconcentreerd. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt.
NIEUWE STEDELIJKE ONTWIKKELING Het enige ontwikkelingsgerichte plandeel omvat de realisatie van twee nieuwe woningen aan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde. In artikel 1.1.1 van het Bro is het begrip 'stedelijke ontwikkeling' nader toegelicht, het gaat hier om 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Het betreft in voorliggend plandeel een woningbouwlocatie. Bij een kleinschalige woningbouwontwikkeling is de ladder niet van toepassing. Waar de grens precies ligt, blijkt niet expliciet uit het Besluit ruimtelijk ordening. Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij woningbouw in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal twee woningen en de verwijdering van één wooneenheid. Vanwege de omvang van het plan kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarmee vormt de ladder van duurzame verstedelijking geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.
Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn.
18
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent De Omgevingsverordening wordt daarentegen ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. Deze verordening is vastgesteld op 31 maart 2021 (geconsolideerde versie). De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
Toetsing Met het plan worden twee woningen gerealiseerd binnen de kern Lichtenvoorde. Daarnaast worden de plandelen in het buitengebied verkleint in hun bebouwings- c.q. functiemogelijkheden. Dit past bij het provinciale beleid waarin stedelijke functies gecentreerd worden en leegstand wordt aangepakt. De omgevingsvisie en -verordening vormen dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen. Op basis van de digitale kaarten behorende bij de provinciale verordening wordt gesteld dat het plandeel Harreveldseweg 6-8 voor een klein gedeelte aan de zuidzijde binnen de groene ontwikkelingszone is gesitueerd. Ter plaatse van dit plandeel zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen voorzien. Daarnaast geldt dat de bijbehorende gebiedsaanduiding is opgenomen in het voorliggende plandeel, waarmee de kernkwaliteiten in voldoende mate zijn beschermd.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Erfgoednota 'Wi-j doet 't samen' 2017-2020
Cultuur en erfgoed dragen bij aan de economie en de maatschappij. Zij dragen bij aan het toerisme en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Door de gemeenten Winterswijk, Aalten en Oost Gelre is gezamenlijk de erfgoednota opgesteld. Het beleven van erfgoed is een van de ambities in deze nota om daarmee het (economisch) rendement te vergroten.
Het doel van de nota is: Het vaststellen van ambities voor de ontwikkeling en instandhouding van het erfgoed, zodat dit: Op een goede wijze kan worden doorgegeven aan de volgende generatie; Een inspiratiebron en motor kan zijn voor nieuwe ontwikkelingen; Een verbinding vormt tussen diverse beleidsterreinen, organisaties en de drie gemeenten; De identiteit onderstreept en versterkt. Toetsing De aanwezig bebouwing aan de Op 't Zand 2b wordt gesloopt en vervangen door twee woningen. De aanwezige bebouwing is niet aangemerkt als monument of en/of als karakteristiek. Op het perceel aan de Harreveldseweg 10 zal een deel van de bebouwing gesloopt worden, ook dit betreft geen monumentale/karakteristieke bebouwing. Ten slotte vinden op het perceel aan de Harreveldseweg 68 geen bouwwerkzaamheden plaats.
toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent 3.4.2
Beleidsvisie Externe veiligheid
Als gevolg van enkele rampen en incidenten, zoals de vuurwerkramp in Enschede, is externe veiligheid een belangrijk thema geworden. Deze rampen en incidenten hebben ertoe geleid dat de Rijksoverheid diverse maatregelen heeft genomen om acht te krijgen op de risicobronnen in Nederland en het optimaliseren van de risicobeheersing rondom de risicobronnen. Maatschappelijk gezien hebben deze rampen eveneens een belangrijke bijdrage geleverd aan de bewustwording van het leven met veiligheidsrisico's. Helder is dat de huidige maatschappij nu eenmaal veiligheidsrisico's met zich meebrengt, maar dat er wel grenzen aan deze risico's gesteld moeten worden. Met de beleidsvisie externe veiligheid geeft de gemeente allereerst haar visie op de beheersing van veiligheidsrisico's binnen de gemeente. Het gaat dan om risico's als gevolg van de opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarmee geeft de gemeente Oost Gelre eveneens haar ambitieniveau aan. Op basis van deze visie wordt een nadere invulling gegeven aan de beleidsvrijheid op het gebied van externe veiligheid. Zo wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met (de verantwoording van) het groepsrisico en de richtwaarde bij het plaatsgebonden risico bij (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast wordt aangegeven welke maatregelen genomen moeten worden om de geformuleerde ambities te realiseren en welke instrumenten daarvoor kunnen worden ingezet. De maatregelen worden uitgewerkt in andere gemeentelijke documenten (bestemmingsplannen / streekplannen, milieuvergunningen en rampenbestrijdingsplannen). In die zin bestrijkt de beleidsvisie zowel de beheersing van risico's als de bestrijding van een ramp wanneer die zich voordoet.
Toetsing Voorliggend plan voorziet niet in de realisatie van nieuwe risicovolle inrichtingen. Voor een verdere toetsing aan het aspect externe veiligheid wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 4.8.
3.4.3
Welstandsbeleid Oost Gelre 2017
Met het welstandsbeleid wordt richting gegeven aan gebouwen en het landschap in de gemeente Oost Gelre. Wat is belangrijk om te behouden of te beschermen en op welke plekken kunnen de burgers meer vrijheid van handelen krijgen. Deze keuze vormt de politieke component van het welstandsbeleid. De gemeenteraad heeft aangegeven meer "vrijheid" te willen en meer te willen "inspireren". Het beleid is gericht op deregulering: voor minder bouwaanvragen een welstandstoets gebaseerd op minder en duidelijkere regels. Op de vraag hoe eventueel welstandstoezicht zou moeten plaatsvinden, wordt hier al een voorlopig antwoord geformuleerd: niet door te omschrijven hoe het gebouw moet worden, maar door aan te geven waarop de beoordeling van het ontwerp gebaseerd moet worden. Het welstandsbeleid biedt concreet gereedschappen (handvatten) voor burgers, ondernemers en gemeente om samen aan de slag te gaan met nieuwe ruimtelijke initiatieven. Aan het welstandsbeleid is een Inspiratiedocument gekoppeld. Dit document vormt een belangrijke basis voor het welstandsbeleid. In dit document zijn de kernkwaliteiten voor Oost Gelre beschreven. Deze kernkwaliteiten en kansen voor de kernen bieden aanknopingspunten ter inspiratie voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Toetsing Voor het plan aan de Op 't Zand 2b is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, op basis waarvan wordt gewaarborgd dat een gedegen inrichting plaatsvindt ter plaatse van dit plandeel, rekening houden met de kernkwaliteiten. Voor de overige plandelen geldt dat geen sprake is van een aantasting van de huidige ruimtelijke situatie. Daarmee is een nadere beschouwing niet noodzakelijk.
20
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent 3.4.4
Economische visie - Economie Voorop!
Een sterke economie is een van de belangrijkste voorwaarden om te kunnen blijven bouwen aan een gezonde gemeente. Werk is daarbij een van de belangrijkste pijlers. Werk biedt mensen de kans tot ontwikkeling, het bevordert de integratie, biedt sociale contacten en structuur en betrekt de burger bij de samenleving. Participatie, zelfontplooiing en inkomen staan in nauwe relatie tot gezondheid en welzijn. De gemeentelijke rol ligt in het nemen van verantwoordelijkheid voor het algemene vestigingsklimaat, het faciliteren en stimuleren van ondernemerschap, bijdragen aan netwerken en verbindingen in de regio, bijdragen aan de verbinding onderwijs en arbeidsmarkt, zorgen voor goede woonvoorzieningen en geschikte werklocaties. Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders en de raad van de gemeente Oost Gelre is de Economische visie tot stand gekomen. De ontwikkelingen nu en in de toekomst van onze gemeente zijn aanleiding geweest om te onderzoeken waar de gemeente Oost Gelre op dit moment staat, wat al wordt gedaan en wat er de komende jaren moet worden opgepakt om een aantrekkelijke gemeente te blijven en nog aantrekkelijker te worden voor huidige en nieuwe inwoners en ondernemers. De opgestelde economische visie bestaat uit een aantal speerpunten waar de focus op gelegd wordt en de hierbij behorende doorvertaling in concrete acties en inspanningen.
De economische uitvoeringsagenda is een zogenoemd 'levend document', dat na vaststelling bijgewerkt en aangevuld kan worden.
Toetsing Voorliggend plan raakt geen van de belangen uit de economisch visie. Voorliggend plan als geheel voorziet niet in ontwikkelingen binnen de pijler werk. Er wordt voorzien in de afschaling van een veehouderij, alsmede woningbouw. Een nadere beschouwing is niet benodigd.
3.4.5
Geluidsbeleid gemeente Oost Gelre
Geluid is een belangrijke bron van hinder en zelfs een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid. Naar schatting een miljoen mensen in Nederland ondervinden ernstige hinder van geluid. Belangrijke bronnen zijn wegverkeer en in minder mate railverkeer en industrielawaai. Ook buren zijn belangrijke veroorzakers van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om in het gemeentelijke geluidbeleid hinder ten gevolge van geluid te reduceren. Stilte (het ontbreken van hinderlijk geluid) is een belangrijke kernkwaliteit van de Achterhoek. Deze kwaliteit is het waard om beschermd te worden. Daarnaast is het een belangrijke gemeentelijke taak om ruimte te bieden aan (geluidproducerende) bedrijvigheid en verkeer. Een goede balans daartussen is de uitdaging van dit beleidsstuk. Gemeente Oost Gelre heeft in regionaal verband geluidbeleid ontwikkeld om de stilte als kwaliteit van de Achterhoek te versterken en richting te geven aan het geluidaspect in bestemmingsplannen, vergunningen e.d. De Rijksoverheid treedt steeds verder terug om geluidzaken meer decentraal te laten regelen. De gemeente Oost Gelre grijpt deze kans om maatwerk te leveren: stilte beschermen waar mogelijk en geluidruimte te bieden waar nodig. Het gemeentelijk geluidbeleid is gebiedsgericht beleid.
Het gemeentelijk beleid is verdeeld in 10 akoestisch relevante gebiedstypen, zoals natuur, agrarisch gebied, woonwijken, centra en industrieterrein. Voor elk gebied is vastgesteld welke akoestische streef-, grens- en plafondwaarden gelden. Bij nieuwe activiteiten dient een geluidbelasting tussen streef en grenswaarden te ontstaan, waarbij streefwaarden de norm zijn. Alleen akoestisch uitzonderlijke situaties geven mogelijkheden geluidbelastingen tussen grens- en plafondwaarden aan te houden. Kortom, hoe verder de geluidbelasting boven de streefwaarden komt des te belangrijker wordt een goede motivatie van deze afwijking. Doel is immers om een gekozen akoestisch leefklimaat te realiseren, indien nodig ten koste van nieuwe (te luidruchtige) activiteiten. Waar meer geluidruimte is gegeven, zijn dus ook meer activiteiten mogelijk.
toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Toetsing Voor een toetsing aan het aspect geluid wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 4.4. Hieruit volgt dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
3.4.6
Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014 - 2024
Het Rijk en de provincies leggen hun verkeer- en vervoersbeleid vast in een beleidsplan. Gemeenten zijn vrij in de manier waarop zij hun beleid vastleggen. Het is wel een verplichting om aan te geven hoe het verkeer- en vervoersbeleid in de gemeente wordt vormgegeven. Hiervoor heeft de gemeente Oost Gelre, in navolging van het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoer Plan 2011-2015 (GVVP), het "Integraal verkeersprogramma Oost Gelre 2014-2024" vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) heeft betrekking op de periode 2014-2018 en wordt geactualiseerd. Waar voorheen het GVVP zich vrijwel uitsluitend beperkte tot een aantal maatregelen die slechts betrekking hadden op de verkeersproblematiek, is nu gekozen voor een opzet die de oplossing van verkeers- en vervoersproblemen in een breder kader plaatst. De hernieuwde insteek voorziet in een integrale benadering van het verkeer in een landschappelijke en ruimtelijke omgeving. Verkeer is vaak een afgeleide van ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit deze integrale benadering zijn er ambities, aandachtspunten en beleidsprincipes in beeld gebracht. Dit leidt tot een concreet uitvoeringsprogramma om de komende jaren aan te werken. In het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 6) is ruimte geboden voor het inbrengen van (lokale) aandachtspunten door burgers/belangengroepen.
Deze zijn geïnventariseerd en vervolgens opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
Toetsing Voor een toetsing aan het aspect verkeer wordt kortheidshalve verwezen naar de paragraaf 4.11. Hieruit volgt dat een nadere beschouwing niet nodig is.
3.4.7
Landschapsontwikkelingsplan 'Groen Licht voor het Landschap'
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Die visie in het LOP is in hoofdlijnen: 'Groen licht voor het landschap, maar voor wat hoort wat!'
Toetsing Het plandeel aan de Op 't Zand 2b ligt in het landschapsensemble Het dorp Lichtenvoorde. Hierbij geldt het motto: Vang de dynamiek in de dorpsranden op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan.
Op te poetsen parels: golvende hellingen van de plateaurand met uitzichtpunten de Hofbeek de elzensingels in de westelijke ontginningen plekken om te verpozen eventueel met bankjes verschraalde bermen bij erf en typerende beplantingen
22
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Te behouden en stimuleren landschapselementen: hamelanen en vraaghagen op de hellingen boerenlanen in landgoederen; losse lanen met menging van eik en berk, zwarte els (nat) en es. Soms ook populier en wilg. diekpaden in de broekontginning: elzensingels, soms met pad overlopers in het westen kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin elzensingels, elzenbroek of berkensingel, ook toe te pasen als beekbegeleidende beplanting. Het plandeel aan de Harreveldseweg 6-8 ligt in het landschapsensemble Het kerk- en esdorp Harreveld . Hierbij geldt het motto: Vang de dynamiek in de dorpsranden en om de es op door elke ingreep in het landschap te verevenen met een kwaliteitsverbetering op de plek en de omgeving daarvan.
Op te poetsen parels: de grote open es met de molen en historische boerderij oude en nieuwe brinken nieuwe natuur langs Veengoot de kerk en resten van de oude buitenplaats Plan Vennebulten plekken om te verpozen eventueel met bankjes verschraalde bermen bij erf en typerende erfbeplantingen karakteristieke bestaande beplantingen bijv. op steilranden historische wegen over de ruggen Te behouden en stimuleren landschapselementen: oude lanen noaberdreven langs de erven om de es diekpaden: zandpaden met eiken-berkensingel erlangs steilrandbeplantingen langs essen overlopers kunnen bestaan uit openbare stroken langs kavelgrenzen met daarin natte schrale vegetatie of elzensingels Het plandeel aan de Harreveldseweg 10 ligt in het landschapsensemble Het kampenlandschap van Zieuwent en Mariënvelde. Hierbij geldt het motto: Koppel de historische karakteristiek aan het eigentijdse gemengd bedrijf. Dat bevordert de leefbaarheid van deze cultuurlandschappen. Breng het water terug in de haarvaten tussen de buurtschappen met kerkepaden, overlopers en elzensingels.
Op te poetsen parels: bliksembomen en andere solitaire bomen Werenfriduskerk en boerderijen Kapelletjes bestaande kleine natuurgebiedjes o.a. aan Schoolpad + Witte Riete steilranden typerende erfbeplantingen voorbeelden van landschapskunst plekken om te verpozen eventueel met bankjes Te behouden en stimuleren landschapselementen: nieuwe kerkepaden en espaden met knotes, knoteik of knotwilg steilrandbeplantingen langs essen overloopweides: lagere vochtige weides met elzensingels overloopbroeken: lagere percelen met bosjes of grienden
toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Voor de ontwikkeling aan de Op 't Zand 2b is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarin de hierboven genoemde waarden verankerd zijn. De ontwikkelingen op de overige plandelen raken geen van de belangen uit het landschapontwikkelingsplan, aangezien er geen ruimtelijke ontwikkelingen zijn beoogd.
3.4.8
Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre
De gemeente Oost Gelre heeft een Inspiratiedocument Ruimte Oost Gelre opgesteld voor de kernen en buitengebied. Dit inspiratiedocument biedt een visie voor de toekomst van Oost Gelre door middel van het weergeven van de kwaliteiten. Het vormt een leidraad voor ruimtelijke ontwikkelingen.
3.4.9
Woonvisie Oost Gelre
De gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een visie voor het woonbeleid vastgesteld. Een demografische ontwikkeling in deze regio is dat het aantal inwoners in de komende periode langzaam maar zeker afneemt. In de Regionale Woonvisie wordt ingespeeld op die bevolkingsdaling en afname van het aantal huishoudens. Concreet betekent dit voor iedere gemeente in de Achterhoek dat de aangegeven bouwvolumes in de gemeentelijke woonvisies naar beneden bijgesteld moeten worden.
De gemeente Oost Gelre heeft een eigen woonvisie vastgesteld voor de periode 2016 - 2025 waarin de regionale woonvisie in is verweven. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 september 2016.
De woonvisie Oost Gelre is een kernachtige en toegankelijke visie. De visie is vormgegeven op basis van een drietal thema's: kwantiteit & kwaliteit, beschikbaarheid & betaalbaarheid en wonen met zorg en welzijn. Bij ieder thema is aangegeven wat wordt gezien als ontwikkelingen, wat er bereikt moet worden en wat hiervoor moet worden gedaan. Voorafgaand hierop is ingegaan op de kwaliteiten van Oost Gelre, specifiek de verschillende kernen, en de maatschappelijke ontwikkelingen die het woonbeleid beïnvloeden. In een uitvoeringsprogramma is aangegeven welke activiteiten uit de woonvisie voortvloeien en wanneer en door wie deze worden uitgevoerd. De ruimtelijke uitvoeringmaatregelen zoals het stoplichtmodel, vijfsporenstrategie, sturingstabel en de richtlijnen voor nieuwe principe verzoeken zijn als bijlage bij het uitvoeringsprogramma gevoegd.
Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de vastgestelde woonvisie. Er wordt gestuurd op een kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad. De voormalige uitbreidingsopgaves worden een beheeropgave (reduceren, transformeren en herbestemmen). Daarbij staat de kwalitatieve afstemming tussen woningaanbod en vraag centraal. De gemeente zet in op transformatie van de bestaande woongebieden. Voorliggend plandeel aan Op 't Zand 2b behelst de sloop van in onbruik geraakte bedrijfsbebouwing en de realisatie van twee woningen. Daarmee wordt bestaand stedelijk gebied getransformeerd tot woningbouw, waarbij wordt gebouwd vanuit een specifieke behoefte.
24
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent 3.4.10 Nota Kleine kernen gemeente Oost Gelre Door de herindeling is de afstand tussen burgers en de gemeente vaak (gevoelsmatig) groter geworden. Zeker in het buitengebied waar de fysieke afstand groter is, kunnen met name dorpsbelangenorganisaties het idee hebben dat de relatie tussen de gemeente en hun organisatie met de komst van de herindeling veranderd is. Vrijwel alle dorpsbelangenorganisaties maken zich zorgen over de problemen in de landbouw en de gevolgen hiervan voor de leefbaarheid van het platteland. Ook de vergrijzing van de bevolking is een thema waar velen bezorgd over zijn. Alle dorpsbelangenorganisaties zien het als hun taak om met de gemeente te praten naar aanleiding van actuele vragen en problemen. Vooral de kleinere belangenorganisaties werken op deze manier, omdat zij vinden dat dit het beste past bij de geringe omvang van hun dorp. Echter steeds meer dorpsbelangenorganisaties (vooral uit de iets grotere dorpen) werken daarnaast met een dorpsplan en gebruiken dit plan als agenda voor overleg met de gemeente. Zo heeft men regelmatig contact met de gemeente. In het kader van de nieuw gevormde gemeente dient men zich echter af te vragen of het huidige dienstenaanbod (nog) past bij de kleine kernen.
Om eveneens de afstand tussen burger en bestuur te verkleinen en de leefbaarheid in de kleine kernen te behouden c.q. te versterken is daarom een gemeentelijk actief beleid hierop belangrijk.
Dorpsbelangenorganisaties proberen de negatieve ontwikkelingen in hun dorp te keren. Dus elk thema wat hierover gaat, zou een gemeentelijk beleidsthema kunnen zijn. In het raadsprogramma worden de thema's wonen (zoals betaalbare woningen voor jongeren in de kleine kernen) en economie (met werkgelegenheid en bedrijvigheid in de kleine kernen) al uitdrukkelijk in dit verband besproken. Maar ook de instandhouding van de basisvoorzieningen is een belangrijk thema in het leefbaarheidaspect. Veel dorpsbelangenorganisaties maken zich sterk voor onderhoud of nieuwbouw van het dorpshuis, of de sporthal, omdat een ontmoetingsruimte de voorwaarden schept voor een intensief gemeenschapleven. Ook voorzieningen zoals het behoud van scholen, winkels en huisartsenposten, als mede transport en veiligheid zijn belangrijke thema's in kleine kernen. De gemeente kan hierop anticiperen door middel van het verlenen van subsidies en door het stellen van subsidievoorwaarden.
toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent
Hoofdstuk 4
Uitvoeringsaspecten
De ontwikkelingen aan de Harreveldseweg 6-8 en Harreveldseweg 10 voorzien niet in bouwmogelijkheden of ruimtelijke ontwikkelingen van andere aard. Enkel voor de Harreveldseweg 10 geld dat sprake is van enige sloopwerkzaamheden. Daarmee worden geen milieuhinderlijke en/of milieugevoelige functies toegestaan en is tevens geen sprake van het roeren van gronden. Voor deze plandelen hoeft de haalbaarheid ten aanzien van milieu- en omgevingsaspecten dan ook niet te worden onderbouwd. In onderstaande paragrafen wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de toetsing van milieu- en omgevingsaspecten ten aanzien van het plandeel aan de Op 't Zand 2b.
4.1
Archeologie en Cultuurhistorie
Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.
De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden.
Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De gemeente Oost Gelre heeft een archeologische beleidsadvieskaart. Op deze kaart is aangegeven welke gebieden archeologisch waardevol zijn en welke gebieden de verwachting hebben archeologisch waardevol te zijn. Het beleid dient direct door te werken in het bestemmingsplan. Bescherming (behoud/conservering) van gebieden met archeologische (verwachtings)waarden is uitgangspunt bij de zorg voor het archeologische erfgoed in het plangebied. Afhankelijk van de verstoring moeten de gebieden eerst nader worden onderzocht, voordat hier bebouwing of grondbewerking (=verstoring) plaatsvindt. Tijdens het onderzoek gevonden archeologische resten, moeten zo mogelijk onaangetast in de grond bewaard blijven of anders op verantwoorde wijze worden opgegraven. De kosten hiervan komen voor degene die de grond wil verstoren. Met behulp van een dubbelbestemming wordt voornoemde bescherming van archeologische waarden dan wel archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan geregeld.
26
toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Situatie plangebied
Uitsnede archeologische beleidsadvieskaart Oost Gelre Uit de kaart blijkt dat deel van het plangebied twee archeologische waardes kent: hoge verwachting lage verwachting Het terrein van de plandelen zijn gevormd door windtransport, bestaan uit antromorf dekzandreliëf en bestaan uit een plaggendek van meer dan 50 cm. KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, karterende fase uitgevoerd voor de locatie aan de straat Op ’t Zand 2b in Lichtenvoorde (Bijlage 3 bij de toelichting). Op basis van de landschappelijke ligging aan de rand van een dekzandrug binnen een zone met dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum als voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Op basis van het historisch kaartmateriaal is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor bebouwingsresten vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem in het grootste deel van het plangebied is verdwenen (mogelijk is ver- of afgegraven).
Tijdens het booronderzoek zijn er geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum naar beneden bijgesteld alsmede de middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen.
toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Op 't Zand 2b te Lichtenvoorde, Harreveldseweg 6-8 te Harreveld en Harreveldseweg 10 te Zieuwent Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen en het ontbreken van archeologische indicatoren in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting voor alle perioden wordt geen archeologisch vervolgonderzoek nodig geacht.
Cultuurhistorie Als gevolg van het rijksbeleid ten aanzien van de monumentenzorg, is per 1 januari 2012 een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van kracht. De wijziging betreft artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, als gevolg waarvan alle cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk dienen te worden meegewogen bij het vaststellen van ruimtelijke ingrepen. Dit betekent dat in aanvulling op de archeologische aspecten nu ook de overige cultuurhistorische waarden moeten worden betrokken in het onderzoek.