CConstaterende datOost Gelre
Koppel je AI →
Document · PDF

bp oostendorperdiek regels bijlage 3 erfinpassingsplan

Gemeenteraad 12 mei 2026, gemeente Oost GelreBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostendorperdiek 19,21 en 21a te Groenlo1.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan voor landschappelijke inpassing en versterking van het landschap Oostendorperdiek 21 te Groenlo

Colofon Plan voor landschappelijke inpassing en versterking van het landschap Oostendorperdiek 21 te Groenlo

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Projectnummer en versie: 5394A versie 1.0 Ligging plangebied: Oostendorperdiek 21 Groenlo Auteur: Ing. P. Leemreise

Locis Adviseurs

Status: definitief Rapportdatum: 12-7-2022 (aangepast op 6-1-2025)

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 3

1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3

Het ontwerp .......................................................................................................................... 7

3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 7 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 7 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 7 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer .............................................................................................................. 9

4.1 Inrichtingsmaatregelen ............................................................................................................................ 9 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 10

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarische bedrijfslocatie aan de Oostendorperdiek 21 te Groenlo. Het voornemen bestaat te stoppen met het traditionele varkens- en eendenbedrijf en de bestaande forellenvijver te verduurzamen. Tevens bestaat de wens een recreatieve neventak te ontwikkelen. Deze neventak bestaat uit het realiseren van een extra forellenvijver met vissershutten, verblijfsmogelijkheden in een vrijkomende stal en de bouw van een kantoor en extra bedrijfswoning. Om voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. De gemeente stelt als voorwaarde bij deze ruimtelijke ontwikkeling, dat het nieuwe erf landschappelijk wordt ingepast en dat maatregelen worden uitgevoerd te versterking van het landschap. In voorliggend rapport wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Hieronder wordt een verbeelding gegeven van het wenselijke eindbeeld.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Building design).

3

HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Oostendorperdiep 21 te Groenlo, gemeente Oost-Gelre. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarische bedrijfslocatie. Het bestaat uit open water, stallen, overige bedrijfsgebouwen en een woonerf. Aan de noordoostzijde van het erf ligt een forellenvijver. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.

Luchtfoto van het erf.

4

Zicht op de het erf, gezien vanaf de Oostendorperdiek, in westelijke richting (bron foto: Google streetview).

Zicht op de het erf, gezien vanaf de Oostendorperdiek, in noordelijke richting (bron foto: Google streetview).

Zicht op de het erf, gezien vanaf de Dankbaarsdijk, in oostelijke richting (bron foto: Google streetview).

5

2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving behoren tot het heideontginningslandschap. Dit is een relatief jong agrarisch cultuurlandschap, ontstaan na het in cultuur brengen van de ‘woeste gronden’ , zoals droge en natte heidegebied. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.

Het heideontginningslandschap kenmerkt zich door een rationele verkaveling met rechte ontginningswegen en een blokverkaveling. Ruilverkaveling in de 19e eeuw heeft dit landschap grootschaliger gemaakt met grote kavels en een fijnmazig slotenpatroon langs de randen van de percelen. Ontginningsboerderijen liggen verspreid langs de ontginningswegen, doorgaans met de voorzijde van de boerderij naar de wegzijde, met de bedrijfsgebouwen er achter. Plaatselijk zijn ontginningsbosjes en houtsingels aangelegd. De landshapselementen, aangelegd tijdens de ruilverkaveling hebben een gemengde opstand van zomereik, lijsterbes en ruwe berk.

6

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Uitgangspunten Behoud bestaande beplanting Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). In het plangebied staat geen uitheemse beplanting die in aanmerking komt verwijderd te worden. Streekeigen beplanting Er wordt streekeigen beplanting gebruikt, zowel met betrekking tot de soorten en beplantingsvormen. Inheemse, streekeigen boomvormers in het jonge heideontginningslandschap bestaat uit ruwe berk, haagbeuk, winterlinde, ruwe iep en zomereik (boomvormers) en inheemse struweelbeplanting bestaande uit vlier, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hondsroos, Gelderse roos, vuilboom en wilde lijsterbes. Streekeigen beplantingsvormen zijn hakhoutbosjes, struweelhagen, solitaire bomen, hakhoutsingels, hoogstam fruitboomgaarden (erf) en erfbosjes. Autochtoon plantmateriaal Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. De leverancier kan dit aantonen d.m.v. een certificaat. Gebruik inheems plantmateriaal is van belang om bestaande beplanting zo zuiver mogelijk te houden (voorkomen hybridisatie).

3.3 Kansen voor versterking van het erf Vanwege het ontbreken van erfbeplanting op delen van het erf, is het huidige erf gedeeltelijk vrij duidelijk zichtbaar in het landschap. Door erfbeplanting toe te voegen, kan het directe zicht vanaf de openbare weg op gebouwen sterk verminderd worden. Geadviseerd wordt opgaande beplanting aan te brengen langs de schuren, zodat het zicht op de wanden wordt verminderd. Dat kan door de aanplant van gemengde bomen en struiken.

7

3.4 Het ontwerp Het ontwerp voorziet in het vellen van één es om meer lichtinval te creëren voor het noordelijke perceel. Deze es, stond in een rijbeplanting met essen, maar door uitval, is deze solitair komen te staan. Tevens voorziet het ontwerp in het verwijderen van jonge loofhoutbeplanting op de zuidelijke bouwkavel. Deze beplanting bestaat uit zwarte els en ruwe berk. De aanwezige natuurlijke opslag van zwarte els in de kevelgrenssloot, langs de zuidoostrand van het perceel, blijft behouden. Verder wordt geadviseerd hoogstam fruitbomen, enkele solitaire loofbomen, struweelhagen en scheerhagen aan te leggen. Concreet worden volgende maatregelen genomen:

• • • •

Aanplant solitaire loofbomen Aanplant gemengde struweelhaag Aanplant loofhoutsingel Aanleg bloem- en faunarijk grasland

Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.

Voorstel voor landschappelijke inpassing.

8

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen 1. Solitaire boom Er worden 21 solitaire loofbomen geplant. Er worden als laanboom gekweekte bomen geplant met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 meter boven wortelvoet. De jonge bomen worden voorzien van twee boompalen met boomband (zie instructies onder). Er mag een keuze gemaakt worden uit zomereik, winterlinde, ruwe iep, haagbeuk en ruwe berk. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna twee boompalen van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 5 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.

Fruitboom met boomband. Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de zomereiken (nr. 9) en walnoten (nr 11).

2. Gemengde struweelhaag Langs de noordrand van het perceel wordt drie gemengde struweelhagen aangelegd. De hagen bestaan uit een gemengde aanplant van meidoorn, sleedoorn, wilde liguster, vlier, vuilboom, Gelderse roos, veldesdoorn en hondsroos. Er wordt driejarig plantsoen gebruik in de maat 80-120 cm. Plantsoen wordt geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter (1 stuks plantsoen per 1,25m2 haag).

3. Gemengd loofhoutsingel Ten noorden van de bebouwing en tussen de bedrijfswoning en de bedrijfsbebouwing wordt een gemende loofhoutsingel aangelegd. Deze bestaat uit een gemengde aanplant van ruwe berk, zomereik, vuilboom, lijsterbes, veldesdoorn, vogelkers (boomvormers) en struweelvormers langs de randen, bestande uit hondsroos, Gelderse roos en wilde liguster.

9

4. Bloem- en faunarijk grasland Ten westen van de bedrijfswoning en de grazige vegetatie rond de visvijvers wordt ingericht ten behoeve van bloem- en faunarijk grasland. De huidige vegetatie wordt gefreesd en éénmalig ingezaaid met een bloemrijk grasmengsel, afgestemd op het bodemtype ter plekke. Er wordt alleen een inheems kruidenmengsel toegepast.

4.2 Beheer Solitaire bomen Geen beheer. Laag hangende takken mogen gesnoeid worden indien die schade of hinder veroorzaken. Struweel Het struweel wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de haag periodiek afgezet mag worden, waarna deze weer zal uitlopen en een dichte haag zal vormen. Tak- en tophout worden afgevoerd of in een ril in het element gelegd. Struweel wordt periodiek, doorgaans iedere 8-12 afgezet. Bloem- en faunarijk grasland Het bloem- en faunarijk grasland wordt beheerd als hooiland. Het wordt jaarlijks éénmalig gemaaid, waarbij maaisel wordt afgevoerd. Het grasland wordt niet bemest en niet gesleept.

Bijlagen: -plantlijst -inrichtingsplan

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16888425/1